Dietrich Bonhoeffer

Leave a comment Standaard

Von Guten Mächten wunderbar geborgen

Dietrich Bonhoeffer

Von guten Mächten treu und still umgeben,

behütet und getröstet wunderbar,

so will ich diese Tage mit euch leben

und mit euch gehen in ein neues Jahr;

Von guten Mächten wunderbar geborgen

erwarten wir getrost, was kommen mag.

Gott ist mit uns am Abend und am Morgen

und ganz gewiß an jedem neuen Tag.

noch will das alte unsre Herzen quälen,

noch drückt uns böser Tage schwere Last.

Ach Herr, gib unsern aufgescheuchten Seelen

das Heil, für das Du uns bereitet hast.

Von guten Mächten wunderbar geborgen

erwarten wir getrost, was kommen mag.-

Gott ist mit uns am Abend und am Morgen

und ganz gewiß an jedem neuen Tag.

Und reichst Du uns den schweren Kelch, den bittern,

des Leids, gefüllt bis an den höchsten Rand,

so nehmen wir ihn dankbar ohne Zittern

aus Deiner guten und geliebten Hand.

Von guten Mächten wunderbar geborgen

erwarten wir getrost, was kommen mag.

Gott ist mit uns am Abend und am Morgen

und ganz gewiß an jedem neuen Tag.

Doch willst Du uns noch einmal Freude schenken

an dieser Welt und ihrer Sonne Glanz,

dann woll’n wir des Vergangenen gedenken,

und dann gehört Dir unser Leben ganz.

Von guten Mächten wunderbar geborgen

erwarten wir getrost, was kommen mag.

Gott ist mit uns am Abend und am Morgen

und ganz gewiß an jedem neuen Tag.

Laß warm und still die Kerzen heute flammen

die Du in unsre Dunkelheit gebracht,

führ, wenn es sein kann, wieder uns zusammen!

Wir wissen es, Dein Licht scheint in der Nacht.

Von guten Mächten wunderbar geborgen

erwarten wir getrost, was kommen mag.

Gott ist mit uns am Abend und am Morgen

und ganz gewiß an jedem neuen Tag.-

Wenn sich die Stille nun tief um uns breitet,-

so laß uns hören jenen vollen Klang

der Welt, die unsichtbar sich um uns weitet,

all Deiner Kinder hohen Lobgesang.

Von guten Mächten wunderbar geborgen

erwarten wir getrost, was kommen mag.

Gott ist mit uns am Abend und am Morgen

und ganz gewiß an jedem neuen Tag.

Holy Face of Jesus, Shroud of Turin and Jacky Hass

Leave a comment Standaard

The REAL Face of Jesus Christ

Many Catholics are very familiar with the Holy Shroud of Turin, but not all Catholics are familiar with the miraculous Photograph that was taken by Jackie Hass on her trip to the Holy Land. When the photograph is next to a copy of the face on the Holy Shroud, the resemblance is beyond striking! I hope this video will not only strengthen your faith, but also will make you a firm believer in Jackie Hass’s photo which was proven to be unexplainable!

Foto 

 Gebed (ontleend aan Teresa Helena Higginson):

O Heilig Hoofd van Jezus, zetel van de goddelijke Wijsheid, Gij hebt het Heilig Hart bij al zijn wensen en aandoeningen geleid, bewogen en beheerst; geef mij ook mijn gedachten, woorden en werken in en beheers die. Wees, zoals U beloofd hebt, het heilsmiddel tegen de grote rampen van onze tijd: de geestelijke hoogmoed en de ontrouw aan God. Wij bezweren U bij uw lijden, bij de doornenkroon die uw voorhoofd verscheurde, bij de slagen, bij uw Bloed, bij de beledigingen U aangedaan, en ook bij de liefde die het Onbevlekte Hart van Maria, uw heilige Moeder, voor U had. O, mocht U toch aanbeden, geëerd en verheerlijkt worden, en dat zo spoedig mogelijk en op de meest volmaakte manier en zo algemeen als het in overeenstemming met de plannen van de Goddelijke Voorzienigheid maar mogelijk is. Dit vragen wij U voor de glorie van God, in het belang van het welzijn van de zielen, voor alle intenties van het goddelijk Hart en voor de vervulling van de goddelijke Wil en van het zo vurig verlangen, door U geopenbaard. Amen.

Info Shroud of Turin and Jacky Hass:  http://www.santafaz.info

Geplaatst door Pastoor Geudens , http://geudens.wordpress.com

Teresa Helena Higginson – devotie van Jezus’ Heilig Hoofd als zetel van Goddelijke Wijsheid

Comment 1 Standaard

Teresa Helena Higginson 1844 – 1905

Van 1844 tot 1905 heeft er in Engeland een ongemeen deugdzame en door God bijzonder bevoorrechte vrouw geleefd, Teresa Helena Higginson, een eenvoudige onderwijzeres aan armenscholen. Zodanig waren haar deugd en haar vroomheid, zo opvallend de buitengewone verschijnselen in haar leven, dat al spoedig na haar dood door de kerkelijke overheid er een officieel onderzoek naar werd ingesteld.

Zaligverklaring

Het gevolg hiervan is geweest, dat het proces van haar zaligverklaring in Rome aanhangig werd gemaakt. En een verzoekschrift daartoe met meer dan 100.000 handtekeningen werd naar de congregatie in Rome opgestuurd. Wekelijks wordt ook in de kathedraal van Liverpool, die lang haar parochiekerk was, een heilige Mis opgedragen, om deze zaligverklaring te verkrijgen.

Haar bijzondere roeping

Is een mens door God bevoorrecht, dan heeft hij een aparte roeping te vervullen. Zo was ook deze uitverkoren vrouw door de Zaligmaker geroepen om aan de wereld zijn wens bekend te maken, dat zijn Heilig Hoofd zou worden vereerd als zetel van zijn goddelijke wijsheid. En tot haar dood toe heeft Hij haar niet meer met rust gelaten. Gedurig herinnerde Hij haar aan zijn onlesbaar verlangen, dat aan deze wens toch zou voldaan worden. Hij bedelde als het ware bij haar, dat ze er haar uiterste best voor zou doen.
Ze voelde zich ongeschikt voor die taak en verzocht Jezus herhaaldelijk een ander daartoe uit te kiezen. Ze was ook ongeschikt! Maar God zoekt juist voor zijn werk onbruikbare werktuigen om duidelijk te doen uitkomen, dat wat die mensen verkondigen, niet door hen zelf kan zijn verzonnen, maar van goddelijke oorsprong moet wezen.

De devotie en haar verspreiding

Teresa Helena heeft haar taak volbracht. De devotie heeft ze bekend gemaakt. Maar voor de verspreiding is het nu de tijd.
Weer een nieuwe devotie, zal menigeen denken, er zijn er al zo vele!
ln wezen is de devotie voor Jezus’ Heilig Hoofd niet nieuw. Al in de stal van Betlehem hebben Maria en Jozef er vol bewondering naar gekeken en er de oneindige Godheid in aanbeden. Het Heilig Hoofd is bij uitstek een bron van zegeningen geweest. Door de liefde die uit Jezus’ ogen sprak, door het aanhoren van alle klachten, door de goedheid en wijsheid van zijn mond. Op zijn aanschijn lag zijn majesteit, stond een indruk van zijn godheid te lezen. Aan Veronica gaf Hij zelf uit dankbaarheid een afbeelding van zijn gelaat. Met een nieuw wonder bewaarde Hij ook zelf de trekken van zijn Heilig Aanschijn in het lijnwaad, waarin Hij begraven was. En openlijk wordt de lijkwade in de kerk vereerd, terwijl ontelbare reproducties ervan over heel de wereld verspreid zijn. ln hoeveel kerken vindt men niet een of andere voorstelling van het Heilig Hoofd? De devotie van het Heilig Aanschijn is natuurlijk een devotie van het Heilig Hoofd. En om die te verspreiden heeft Christus zich aan de heilige Karmelietes van Tours, Marie de St. Pierre, bediend. En met dit doel zijn ook de talloze wonderen in het huis van de “heilige man van Tours”, M. Dupont, gebeurd. Hieruit is voortgekomen de aartsbroederschap van het Heilig Aanschijn, over heel de wereld verspreid. En van dat Heilig Aanschijn ziet men dan ook bijna in alle kerken van Frankrijk een afbeelding hangen, terwijl er meerdere openbare kapellen aan zijn toegewijd. Belangstelling voor Jezus’ Heilig Hoofd is dus niet als iets nieuws te beschouwen.
Evenmin zal men het iets ongehoords kunnen noemen, dat we aan Jezus’ goddelijke wijsheid worden herinnerd. Dat heeft de Verlosser, teneinde zijn zending te vervullen, zelf al herhaaldelijk gedaan: Hij noemde zich het “Licht van de wereld”, Hij zond zijn apostelen uit om overal zijn opvattingen te gaan verkondigen en vorderde van heel de mensheid uit alle eeuwen, dat men naar de apostelen zou luisteren. Onze goede Herder is Hij door zijn wijsheid; door zijn wijsheid ook is Hij de enige Koning, in staat de wereld te besturen. Evangelieverkondiging of godsdienstonderricht is niet denkbaar zonder dat de volle nadruk wordt gelegd op Jezus’ wijsheid, in tegenstelling met die van anderen. Wie zich door Jezus laat leiden gaat veilig in elk opzicht. Wie dit niet doet, loopt verloren. Heel de wereld geeft er in onze dagen een overtuigend bewijs van! Een gewichtige waarschuwing ligt er uitgedrukt in de toewijding van de beroemde hoofdkerk te Constantinopel aan de goddelijke wijsheid.
Geen christenmens die niet van zijn jeugd af vertrouwd is met de gedachte, dat hij zich op de wijsheid van de God-Mens kan verlaten en die moet volgen.
Nieuw is in deze devotie alleen, dat hierbij het Heilig Hoofd van de Zaligmaker niet wordt beschouwd op zichzelf (zoals we zijn handen en voeten vereren) maar vooral als centrum, als zetel van zijn wijsheid, terwijl we bij de devotie van het Heilig Aanschijn vooral worden herinnerd aan de vernederingen, door de Verlosser daarin ondergaan.

Een devotie voor deze tijd

Waarom zou Christus in onze dagen deze devotie zo aanprijzen?
Het is duidelijk. Heel de wereld is in de grootste wanorde geraakt en geen menselijke machten, ook geen Verenigde Naties, zijn in staat dit te verhelpen. En heel die wanorde is ontstaan doordat men is afgeweken van Jezus’ wijsheid en het gezag van zijn Kerk niet meer telt. Er is slechts één middel om tot een oplossing van de grote moeilijkheden te komen: terugkeer tot Christus en zijn Kerk. Zolang het Licht van de wereld niet wordt erkend en benut, blijft men in het duister tasten.
Toen de devotie van het Heilig Hart door Christus werd gevraagd, was de wereld tengevolge van protestantisme en jansenisme verkoeld, maar het geloof had men toch niet geheel verloren. Men wist nog wel vanwaar heil was te verwachten. Nu is dat anders. De wereld is zonder geloof en zonder uitzicht; men weet niet naar welke kant te kijken.
De christenen moeten weer leren, niet op menselijke uitvindselen, maar op Jezus’ wijsheid te steunen, en hun voorbeeld moet anderen de weg wijzen. Bij Hem alleen is hulp te vinden! En Hij verlangt ons te helpen. Daarom dringt Hij er zo op aan, dat we in zijn wijsheid vertrouwen zullen stellen en denken aan zijn Heilig Hoofd.
Voor zijn Heilig Hoofd als zetel van zijn wijsheid wenst Hij ook een openbare cultus van heel de Kerk. Zelf stelde Hij de dag al vast, waarop het feest ervan moest gevierd worden: de octaafdag namelijk van het Heilig Hartfeest.
En Hij deed de belofte: “Ieder die zal meehelpen, om deze devotie te verspreiden, zal duizendvoudig gezegend worden. Wee echter degene, die ze verwerpt of die in dit opzicht mijn verlangen tegenwerkt.”
Meer nog! De stellige verzekering gaf de Zaligmaker aan Teresa Helena Higginson, dat aan zijn verlangen in werkelijkheid zou voldaan worden. De devotie zal worden ingevoerd!
Het begin ervan is al zichtbaar. De bisschoppen van Engeland en Ierland hebben ze erkend; ook in andere landen breidt ze zich al meer en meer uit. De kerk te Bootle is al – overeenkomstig de aanwijzing van Christus – de hoofdzetel. Twee kloosters werden reeds in Engeland aan Jezus’ Heilig Hoofd als zetel van zijn goddelijke wijsheid toegewijd, één in Frankrijk; andere zullen volgen. Laten we dus, zoveel als in ons vermogen ligt, meehelpen deze devotie te verspreiden.

Bron: www.jozef-apostelkerk.nl (offline)

de zalige Zr. Anna Catharina Emmerick

Leave a comment Standaard

Anna Katharina Emmerick
Image via Wikipedia

Anna Catharina Emmerick werd op 8 september 1774 in het bisdom Münster in de boerengemeente Flamschen bij Dülmen (Duitsland) geboren. Anna was de dochter van Bernard Emmerick en Anna Hillers, arme en vrome boeren, en werd geboren als vijfde van negen kinderen in dit gezin. Van kinds af aan had zij visioenen, bijna voortdurend. Bij haar doop zag zij al hoe haar patronessen, de Heilige Anna en de Heilige Catharina, zich zegenend over haar bogen en ook het kindje Jezus was erbij en liet haar een bruidsring zien. Verder had zij contact met haar beschermengel, die altijd bij haar was om haar te begeleiden en te beschermen. Ze kon haar beschermengel ook bovenzinnelijk waarnemen en deze ook vragen stellen in haar kinderlijke onschuld. Dit contact is gebleven tot aan haar dood op 9 februari 1824. Ze kon ook Maria waarnemen en allerlei Heiligen. Bovendien kon zij geestelijke gesprekken met hen voeren. Toen ze over deze belevenissen in haar naaste omgeving begon te spreken, kwam ze er langzamerhand achter, dat niet alle mensen begrip hadden voor deze ervaringen; ze werd zwijgzaam.

Zij was een tijdje hoedster van koeien. Zo in de natuur, samen met de dieren, leerde Anna de werking van giftige en geneeskrachtige kruiden en planten. Ze had een hard leven als arme boerendochter, maar koos ook zelf voor de eenvoud, waardoor haar leven er niet gemakkelijker op werd. Toen ze 16 jaar oud was, ontwaakte in haar het verlangen om het klooster in te gaan. Maar ze was te arm en moest nog twaalf jaar wachten op haar intreding. Ze sprak zelden en was erg in zichzelf teruggetrokken, maar toonde ook invoelingsvermogen voor het leed van anderen en vroeg dikwijls aan God dat op haar te leggen. Ook was zij opvliegend en koppig. Zij had een zwakke, ziekelijke gezondheid. Door de beenderen van overleden heiligen aan te raken, kreeg zij allerlei informatie, en zij had een innig contact met overleden zielen in het vagevuur. In 1798, toen ze 24 jaar oud was, had zij een cruciale ervaring. Terwijl ze in een kerk voor een kruis in gebed was, zag ze vanuit het tabernakel Christus als een lichtende jongeling voor haar verschijnen. In Zijn linkerhand had Hij een bloemenkrans en in Zijn rechterhand een doornenkroon. Ze kreeg de keus en koos uiteindelijk voor de doornenkroon. Weer tot zichzelf gekomen, had ze hevige pijn rondom haar hoofd. Bloedvlekken aan haar hoofd, die later begonnen op te treden, moest ze maskeren door het dragen van een hoofdband.

Na op 13 november 1802 als novice aangenomen te zijn, trad Anna op 18 december 1802 in, in het klooster Agnetenberg van de Augustinessen te Dülmen. In de enge gemeenschap van het klooster kon het niet uitblijven dat men iets van haar lot en omstandigheden vernam. Door enkele medezusters werd ze achter haar rug om bespot, uit jaloezie en hoogmoed. Omdat ze helderziend, zowel voelend als horend was, kon Anna deze roddel toch vernemen en beleefde dat als scherpe pijlen, die op haar gericht waren. Hoewel ze daar uiterlijk niets van liet merken, voelden de medezusters haar medelijden, wat ze als antwoord op hun daden ontvingen, en kregen daar een zeer onbehaaglijk gevoel bij. Al enkele dagen na haar intrede werd ze erg ziek met pijngevoelens in de hartstreek. Deze pijn verliet haar het hele leven niet meer. In 1812 tijdens een extase ontstaat er op die plaats van het hart ter hoogte van het borstbeen een kruis. Ze werd veel ziek in het klooster. Maar de bron van dat lijden lag niet zozeer in haar eigen constitutie maar meer daarin, dat ze plaatsvervangend kon lijden voor andere mensen, die zich daar in de regel niet van bewust waren. In feite nam ze andermans lijden op zich.

Later, tijdens een gebed waarin ze geconcentreerd was op het lijden van Christus aan het kruis, kreeg ze brandende pijn aan handen en voeten. Op 29 december 1811, om 3 uur in de namiddag, verscheen haar de gekruisigde Heer Jezus, met stralende wonden die als vurige pijlen haar handen, voeten en zijde troffen, welke begonnen te bloeden. Van toen af werd zij bedlegerig en had geen behoefte meer aan spijs, drank en andere benodigdheden. Niet langer als drie maanden was het mogelijk deze toestand verborgen te houden, want elke vrijdag bloedden de stigmata. De stigmata van de doornenkroon, welke zij veel vroeger, doch onbloedig, had gekregen, begonnen nu eveneens te bloeden. Zo had ze gedurende langere perioden in haar leven aan vijf plaatsen de wondtekenen of stigmata ervaren: hoofd, hart/ rechterzijde, de beide handen en tenslotte de voeten, die als één wond tellen omdat daar bij de kruisiging één spijker doorheen ging. Anna Catharina droeg gedurende 12 jaren de wonden van Christus. Tot 1813 bleven deze verschijnselen voor de buitenwereld verborgen. Maar het klooster werd in 1812 opgeheven. Samen met een oude bevriende priester ging ze wonen bij een arme weduwe in Dülmen, ieder in aparte kamers. Daar kwam ze in een mensengemeenschap terecht die sterk met haar lot verbonden bleek te zijn, zowel in positieve en negatieve zin. Er waren bijvoorbeeld Jezuïeten die invloed op haar uit wilden oefenen.

Anna wilde zekerheid hebben, dat haar visioenen, om niet verloren te gaan, zouden worden opgetekend. Hiertoe kwam op donderdag 24 september 1818 Clemens Brentano, de gevierde dichter en schrijver, van huize uit katholiek, bij haar op bezoek. Direct herkende zij de persoon, die haar beloofd was als vrucht van haar gebeden. Zij vertelde hem: “Ik kende je al, voor je bij me kwam, daarom moest ik, toen je de eerste keer mijn kamer binnenkwam, denken: Ach, daar is hij dan”. Brentano werd diep getroffen door haar persoonlijkheid en kwam vijf jaren lang dagelijks aan haar ziekbed om haar visioenen op te schrijven. Hij, die verwend was door het salonleven van Berlijn, kwam zich daarvoor begraven in het boerenstadje Dülmen. Altijd liet hij zijn aantekeningen goedkeuren door Anna Katharina om ze zo nodig te laten verbeteren. Zij zag het geschrevene schitterend van het licht en wist zo, dat alles waar was. Brentano schreef deze voor haar op in het boek “Het Droevige Lijden van Onze Heer Jezus Christus”, dat verscheen in 1833, ruim 10 jaar na de dood van Anna Catharina Emmerick.

Iemand, zoals Anna Catharina Emmerick, was in staat het nabije en verre verleden te verklaren met nauwkeurige beschrijving van personen, plaatsen en gebeurtenissen, dit alles gepaard aan een verstandelijk buitengewone geloofsvisie, jaren later bevestigd door ontdekking van documenten, opzoekingen, wetenschappelijke studies, expedities en ook bijbelexegese en theologie. Door één van de visoenen van Anna werd het woonhuis van de heilige Maagd Maria en de apostel Johannes op een heuvel in de nabijheid van het Turkse Efese ontdekt. Sindsdien is die plek een belangrijk bedevaartsoord voor zowel christenen als moslims. Zij heeft verder rond 1800 nogal wat persoonlijke “openbaringen” gekregen over de lijdensweg van Jezus. Zij “zag” de laatste dagen van Christus aan haar voorbijtrekken. De film “The Passion Of The Christ” van regisseur Mel Gibson, is bijna letterlijk gebaseerd op een boek van een Anna Catharina.

Bij Anna is alles eenvoudig en ongekunsteld. Men heeft de indruk dat het onmogelijk is op zo’n manier te vertellen zonder het zelf gezien en beleefd te hebben. Anna Catharina Emmerick zelf zei over haar vele eigen visioenen: “Nooit heb ik de visioenen zo geloofd als de leer van de catechismus; niet de visioenen, maar alleen de geloofsleer van onze godsdienst is de leiding geweest van mijn geestelijk leven.” Je kunt je verbazen over de gedetailleerdheid van haar helderziendheid als het bijv. over fysieke feiten gaat. Tot in de finesses beschrijft ze het interieur van het Coenaculum (de plaats van het Laatste Avondmaal en Pinksteren), de vorm van het kruis en de houtsoorten waaruit deze vervaardigd is. Zelfs de klinknagels worden uitgebreid beschreven. Niet alleen fysiek waarneembare feiten komen aan de orde. Het is aandoenlijk om te lezen hoe Anna de gemoedstoestand van Maria Magdalena weet te beschrijven, zoals deze met haar haren de voeten van Christus afdroogt. Er is zowel een kerkelijk als een staatsonderzoek geweest tijdens het leven van Anna Catharina. Men heeft niets kunnen ontdekken, dat strijdig is met het geloof.

Voorspelling A C Emmerick:

 Het grote verval van de katholieke geestelijken en hun overgave aan de wereldse wellust. Slechts enkelen blijven God trouw. Tevens voorspelde ze de opkomst van de protestantse kerk.

Visioenen A C Emmerick:

Ik zag het neerstorten van de gevallen engelen, de schepping van de aarde en het Paradijs, van Adam en Eva en de zondeval. Deze visioenen heb ik gehad zowel bij nacht als bij klaarlichte dag, in het veld, thuis, werkend, onder allerlei bezigheden. Vóór de zonde waren Adam en Eva heel anders gemaakt dan wij, ellendige mensen, nu zijn. Vroeger waren zij één met God, verenigd met God. Zij waren, door God, de heer van de natuur. De mens was geschapen om het getal der gevallen engelen aan te vullen.  De eerste mens was als een evenbeeld van God, het was als de hemel. Alles was het eens met hem, en in hem; zijn vorm was de afdruk van de goddelijke vorm. Hij zou de aarde en de schepselen bezitten en genieten en God danken. De eerste mensen waren dus “als engelen”, maar zij hadden een tastbaar, stralend lichaam. Dit lichaam was echter onsterfelijk en het moest zich niet voeden om te overleven;

Ik zag Jozef in Egypte, de uittocht van het Joodse volk, de profeten Eliah en Maleachi. En dit is nu het wonderbaarlijke: haar visioenen zijn volledig in harmonie met de Bijbel, er is geen enkele valse noot te vinden. Welk een verschil met de vele moderne schriftgeleerden en exegeten en wat ze ons voorschotelen! Hun verklaringen laten dikwijls weinig plaats voor het bovennatuurlijke;

Ik zag boven de zwaar gedecimeerde Kerk een majestueuze Vrouw met een hemelsblauwe mantel, die zich tot in de verte uitstrekte en met een kroon van sterren op Haar hoofd. Van Haar ging het Licht uit en drong steeds verder door in de sombere duisternis en daar waar dit licht doordrong, raakte alles vernieuwd en kwam in bloei ….

Op 9 februari 1824 stierf Anna Katharina Emmerick in Dülmen op 49-jarige leeftijd. Zij werd begraven op de begraafplaats achter de Heilige Kruiskerk in Dülmen. Omdat ongeveer 50.000 pelgrims tussen 1877 en 1910 steeds zand van het graf hadden meegenomen liet een Poolse gravin een smeedijzeren hek rond het graf van Anna Catharina aanbrengen. In 1891, 67 jaar na haar dood, werd een onderzoek in werking gesteld ter voorbereiding van haar zaligverklaring. Dit proces werd echter in 1927 stopgezet, omdat men meer tijd nodig had om de echtheid van de teksten, die Brentano had opgeschreven, te onderzoeken. In 1973 werd er echter een wonder aan haar toegeschreven. Een kloosterzuster, die aan zware strottenhoofd- en longtuberculose leed, had de voorspraak van Anna ingeroepen en werd op onverklaarbare wijze genezen. Het Vaticaan heeft dit wonder erkend, waardoor de weg weer vrij kwam voor haar zaligverklaring. In verband hier mee werd haar proces tot zaligverklaring in 1973 weer heropend. In 1975 werden haar stoffelijke resten opgegraven en bijgezet in een grafkelder in de Heilige Kruiskerk in Dülmen. De procedure voor haar zaligverklaring werd in 2004 afgesloten. Op 3 oktober 2004 is zij door paus Johannes-Paulus II in Rome zaligverklaard. Bisschop Reinhard Lettmann zegt dat de zaligverklaring van de “mystica van het Münsterland” zijn bisdom “vervult met grote vreugde en diepe dankbaarheid.”

Er is een boek uitgebracht over haar visioenen en haar leven “Het leven van Anna Katharina Emmerick” door Carl E. Schmoeger, gepubliceerd in 1870 en later herdrukt in 1968 door Maria Regina Guild, LA Calf. Wilt u de herdenkingsplaats van Anna Catharina Emmerick bezoeken, dan is dat mogelijk in de parochie: “Maria Koningin”, Anna-Katharina-Emmerick-Straße 28 in Dülmen, echter alleen op afspraak bij het parochieburo onder nummer: 0049 -2594/9510. Het graf is in de Heilige Kruiskerk, Kreuzkirche 10 in Dülmen, en is van 8 tot 18 uur vanaf de kant  van de toren toegankelijk. 

Bergeijk en zijn Hermenieke

Leave a comment Standaard
Location of Bergeijk

Image via Wikipedia

Een impressie van Bergeijk, gelegen tussen Eindhoven en de Belgische grens. Een authentiek Kempisch dorp met een rijke historie die teruggaat tot de geschiedenis van de Teuten, marskramers die met hun koopwaar op de rug te voet vele honderden kilometers aflegden. Bergeijk is vooral ook bekend als het dorp van de coöperatieve weverij De Ploeg, van de oude melkfabriek ’t Stoom, van Gerrit Rietveld en Mien Ruijs, van de Koninklijke Harmonie Echo der Kempen (ofwel ’t Hermenieke van Bergeijk), van leefgemeenschap De Hooge Berkt en natuurlijk van Radio Bergeijk. Tenslotte van ’t Loo, de Weebosch waar ik geboren ben en het Hof.


Bron: youtube.com


’t Hermenieke van Bergeijk

door Harrie Franken

Men tast nog steeds in het duister omtrent de maker(s) van ’t Hèrmenieke van Bergeyk en waarschijnlijk zal (zullen) die wel nooit meer bekend worden.

Men nam lange tijd aan, dat het lied in het begin van deze eeuw gemaakt was door de Bergeijkse schoolmeester Aarts. Volgens zijn zoon, drs. Jos Aarts (1903) te Tilburg, heeft hij het lied zeer zeker niet gemaakt. Hij herinnerde zich, dat hij zijn vader vaak over het lied had horen praten en dat hij niet wist wie dat toch gemaakt kon hebben. Ook bij de neven van zijn vader was het lied bekend. Zij waren al vóór 1900 priester gewijd en hadden gestudeerd op seminarie Beekvliet te Sint-Michielsgestel, waar het lied volgens hen al gezongen werd.

Emeritus-pastoor Rijken bevestigde mij, dat het lied inderdaad op het seminarie bekend was. Het gebeurde tijdens de gemeenschappelijke wandelingen, die op dergelijke scholen gebruikelijk waren, dat men vaak ’t Hèrmenieke van Bergeijk zong. Pastoor Rijkens studententijd was tussen 1916 en 1928. Het lied was naar zijn zeggen toen al volop gekend. In Bergeyk hoorde men ook wel eens vertellen, dat het lied in de dertiger jaren door studenten, die Bergeijk toen bezochten, was gemaakt.

Drs. Alb. Smulders, die in de vijftiger jaren arts was in Bergeijk en tot de groep studenten behoorde waarvan hierboven sprake was, vertelde me, dat er in 1934 te Bergeijk een werkkamp was van het Brabants studentengilde. Daar was ook een zekere Dr. P.C. Brouwer bij, die toen 60 jaar oud was en afkomstig was van het al genoemde seminarie te Sint-Michielsgestel. Hij zong tijdens het kamp ’t Hèrmenieke van Bergeijk, maar kende helaas nog maar één strofe. De andere nu nog bekende strofen (van de pastoor, de koster, de dokter en het raadhuis) werden toen bijgedicht, gebaseerd op enkele fragmenten die nog bekend waren.

Dr. P.C. Brouwer kende het lied nog uit zijn studententijd, die dus vóór 1900 heeft gelegen. De oudste bundel, waarin (voor zover ik heb kunnen nagaan) het lied voorkomt is ‘Zing’, in 1955 door uitgeverij ‘Gesto’ te Alkmaar uitgegeven. Tijdens mijn zoektocht in Alkmaar bleek al gauw dat de firma Gesto niet meer bestond. Dankzij een vriendelijke mijnheer op het stadhuis kwam ik te weten, dat de voormalige uitgever, een zekere Van Gemert, in Bergen (N.H.) woonde. Het viel me op dat de samensteller van de bundel ook een Van Gemert was, namelijk L van Gemert O.F.M., een Franciscaan dus. De twee bleken neven te zijn. De samen-steller van de bundel was reeds jaren dood, maar de uitgever wist zich te herinneren, dat zijn vader, die in Den Bosch woonde, rond 1900 liedjes ‘uit de hei’ opschreef. Toen de twee Van Gemerts de eerste bundel ‘Zing’ samenstelden, hadden ze het lied van ’t Hèrmenieke uit de nalatenschap van deze optekenaar overgenomen. De uitgever wist nog te vermelden, dat zijn neef L. van Gemert heel actief was in de jeugdbeweging, en dat daar indertijd het lied ook al gezongen werd.

Naar aanleiding daarvan informeerde ik bij oudere mensen in Bergeijk die het lied kenden, of ze wisten waar of wanneer ze het lied van ’t Hèrmenieke hadden geleerd. Ze moesten het antwoord schuldig blijven, terwijl ze van andere liedjes nog goed wisten dat ze die bv. op school hadden geleerd.

https://i1.wp.com/www.johanbiemans.nl/boeken/1986echo.jpg

De eerste harmonie van Bergeijk is opgericht in 1845 (zie J.W.C. Aarts en Johan Biemans; ’t Hermenieke van Bergeijk, 1845-1863, Bergeijk 1977). Ze bestond maar kort, tot 1864. Het was een echte drinkharmonie. Vanaf 1848 werd er door deze vereniging, die zich ‘De Harmonie’ noemde, elk jaar een ton bier aan de gemeenschap geschonken. Dit zou het drinkliedkarakter van het lied kunnen verklaren. Volgens sommigen zou de componist van het lied de musicus Fleerakkers zijn geweest, de dirigent van de tweede vereniging, die op het einde van 19e eeuw werd opgericht. De ‘geaardheid’ van de dorpsmensen uit die tijd doet het echter niet waarschijnlijk lijken, dat het lied in het dorp zelf bedacht is. Men maakte geen spotlied (zij het op lichte toon) op een vereniging waar men waarschijnlijk trots op was.

Gezien al deze gegevens lijkt het mij het meest aannemelijk, dat het lied in de tweede helft van de vorige eeuw (1850 – 1860) ontstaan is buiten de gemeente Bergeijk. Als het lied in Bergeijk ontstaan was, zou dat zeker bij de familie Aarts bekend zijn geweest; de vader van de eerder genoemde schoolmeester was namelijk medeoprichter van de ‘Harmonie’ in 1845. De ‘Aartsen’ waren muzikaal en hadden grote interesse voor het dorp en zijn geschiedenis.

De makers moet men zoeken bij de studenten van Beekvliet (Klein seminarie) of Haaren (Groot seminarie); er zijn daar namelijk steeds Bergeijkse studenten geweest. Zij zouden een spotlied hebben gemaakt op de harmonie van omstreeks 1850 die, zoals gezegd, bekend stond als de ‘drinkvereniging’. Dat zou ook het licht spottend karakter van het lied verklaren. Vooral het refrein is studentikoos. Kyrië zinspeelt op de in Bergeijk en omgeving bekende kabouterkoning Kyrië. Erg ludiek is de vondst Kyrië eleïson op het eind van het refrein: Heer, erbarm u, welbekend uit de kerkelijke gezangen. Ook dit ‘kerkelijk’ element zou erop kunnen wijzen, dat het lied ontstaan is in de kring van seminaristen. Dat het lied vooral in studentenkringen populair was, bewijst ook de gestencilde liedbundel van de studenten te Tilburg (1953), uitgegeven ter gelegenheid van een lustrum. De algemeen gekende versie van het lied laat ik hier volgen.

 ’t Hèrmenieke van Bergeijk

Muziek.Hermenieke.van.Bergeijk.mid  (klik op de link om de muziek te horen)

 https://i2.wp.com/www.volksliedarchief.nl/muzieknoten/hermenieke-van-bergeijk.gif

’t hèrmenieke van Bergeijk
dè spulde toch zo schon
èn ze hebben saam geklonken
ze hebben saam gedronken

refrein

van ’t gerstebier van kyrië
‘t gerstebier van kyrië
’t gerstebier van kyrië eleïson

èn de pastoor van Bergeijk
die is er toch zo rijk
èn als ie komt te sterven
drinkt heel Bergeijk van d’erven

èn de koster van Bergeijk
die vergat ‘ne keer een lijk
want ie had te veel geklonken
hij had te veel gedronken

èn den dokter van Bergeijk
die hi haost gin praktijk
want ie kan zo vlug nie wezen
of ze zijn alweer genezen

èn het raodhuis van Bergeijk
dè is ‘ne kelder rijk
èn in die grote kelder
daar schuimt het toch zo helder

Latere toevoegingen o.a. door dokter Albert Smulders, door de fraters van het groot seminarie van de paters Assumptionisten te Bergeijk en door dichtende feestvierders:

èn den bakker van Bergeijk
die wordt er toch nooit rijk
want als ie hi gebakken
dan gaat ie er eentje pakken

èn het örgel van Bergeijk
is tien registers rijk
èn zijn ze muug van ’t trappen
dan gaon ze deur mee tappen

èn de brandspuit van Bergeijk
die vond de put vol slijk
èn om ’t vuur te stuiten
zijn ze mèr gaan spuiten

èn ’t dörpke van Bergeijk
dè is zo kinderrijk
èn toch bij elk nieuw kindje
drinkt heel Bergeijk een pintje

èn de kapper van Bergeijk
die lust ‘m ook gelijk
al staat ie haar te knippen
dan lèkt ie steeds z’n lippen

èn de postbooi van Bergeijk
die vliegt door elke wijk
èn bij elke expresse
gaat hij zijn dorst weer lessen

èn in dè schon Bergeijk
laog’k in de wieg te prijk
èn ‘k was nog ginnen hèlle
of ‘k begon al te bestellen

In een studentenbundel uit Tilburg leest men nog:

èn de bumkes van Bergeijk
die bloeien toch zo rijk
dat komt van ’t staag begieten
der Mima Requisieten

In ‘Den Brembos’ van Harrrie Beex en Floris van der Putt vond ik nog:

èn de paters van Bergeijk
die lusten ‘m gelijk
èn bij de recreatie
drinken ze saam een glaasje

Op de Weebosch zingen ze:

èn de mister van Bergeijk
die hi altijd gelijk
hij leert de kiendjes zingen
èn laot ze pintjes drinken

Speciaal voor het optreden van Liederentafel ‘Teutenkoor’ Bergeijk bij gelegenheid van 50 jaar Pielis, voegde Martien Veekens een extra couplet toe:

èn de Pielis van Bergeijk
het ‘bronzen toppen’-rijk
daar is het goed vertoeven
aan de Goorloop wil ik proeven

Door oud-dirgent Joseph van Hees werd al in het eerste jaar van het Teutenkoor een speciaal couplet toegevoegd, dat nu nog steeds door dit koor bij optredens wordt gezongen:

èn de teuten van Bergeijk
die handelden zich rijk
èn was een ‘zaak’ beklonken
dan werd daar op gedronken

Bronnen: Liedarchief Weebosch-Bergeijk en Facebook Martien Veekens

Bewerking door pastoor Geudens