‘De KERK, een voortzetting van de Synagoge’

Standaard

Het hedendaagse Jodendom is geen reliek uit duister tijd dat in theologisch opzicht heeft afgedaan. Gods plan met de wereld ligt in de verbonden met Israël opgesloten. “Ik stel u aan om een licht voor de naties te zijn. Zie Ik heb u gelouterd en beproefd in de smeltoven van ellende. Omwille van Mijzelf handel IK nu.

Een veel gehoorde opvatting is dat de Christelijke kerk geboren werd bij de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het grote Pinksterfeest, vijftig dagen na de kruisiging. De geboorte van de nieuwe Kerk zou gelijktijdig het afsterven van de oude zijn. Hoe gemakkelijk kan vanuit die visie het idee postvatten dat de nieuwe kerk in plaats Israël is gekomen en het Oude Verbond voorgoed heeft afgedaan! De Kerk (de Kehal Chasidim) is er echter altijd  geweest: de hernieuwde Kerk is een voortzetting van de Synagoge. Verschillende fasen kunnen in de totstandkoming daarvan worden onderscheiden, gerelateerd aan het soort prediking. De Kerk, zoals wij die thans kennen, is geleidelijk aan het Jodendom toegevoegd, te beginnen bij de bekering van de Romeinse centurio. Na decennia evangelisatie bleek dat de edele olijfboom van het Jodendom geen vrucht wilde dragen. Op dat moment besluit de goddelijke tuinman haar takken af te breken, behalve de wilde twijgen die recentelijk aan de wortel waren toegevoegd, die van het heidendom, en de kleine ‘rest’, die van het Jodendom,waartoe ook de apostel Paulus behoorde. (Rom. 11:16-20, 1-5) Tot dan toe was Paulus de verkondiger voor het Joden- én het heidendom. Pas na die episode wordt hij de exclusieve verkondiger voor het heidendom. De reeds eerder geënte loten, en de rest, mogen dan onder  zijn begeesterende leiding verder uitgroeien tot een fraaie kroon. Hieronder verder lezen:

***   ***   ***   ***   ***

Bron: www.scribd.com/De-KERK-een-Voortzetting-van-de-Synagoge-Hubert-Luns

***   ***   ***   ***   ***

21 jaar en blind: “de Heer maakt mij zo gelukkig!”

Standaard

Vandaag zijn we bij Veerle en haar gastvrije familie, trouwe lezers van ons tijdschrift ‘Aanwezigheid van de Heer’ (*). Veerle is éénentwintig, en sinds drie jaar en half volledig blind. Zo zal het blijven voor haar verdere leven. Toch straalt ze een groot geluk uit. Tijdens ons gesprek is de glimlach nooit ver weg. “Ja, ik wil graag getuigen. Ik wil dit graag doen voor de Heer!”  Ze vertelt.

Mijn droom was binnenhuisarchitecte te worden. Tekenen was voor mij een fijn middel om mij uit te drukken. De middelbare studies lukten goed. Ik heb de studie moeten stopzetten toen ik blind werd. Voordien onderging ik verschillende oogoperaties en had ik reeds een oog verloren. Bij de laatste operatie, aan het andere oog, is het fout gegaan en ben ik helemaal blind geworden. Het is mijn geluk geweest. Vroeger leefde ik zonder de Heer, door het lijden heb ik de Heer leren kennen.

Hoe was het vroeger?

Ik was zoals ieder ander jong meisje. Ik hield van reizen en sporten, Tv-kijken en muziek, winkelen. Ik ging graag fuiven! Maar als ik weer thuis kwam, voelde ik mij niet echt voldaan. Is dat nu het geluk, vroeg ik mij af? Mijn leven van vroeger was niet echt vervullend. Toen ik nog zien kon, was ik ook wel gelukkig, maar nu is het heel anders. Ik heb de Heer gevonden.

Het verschil met vroeger?

Nu is dat geluk héél intens, héél vol, héél intiem. Veel blijvender. Je voelt je altijd blij. Vroeger was dat op en neer. Je ervaart de vreugde van Zijn nabijheid. Je ervaart die vreugde als een geschenk. Je ervaart Jezus als een enorme waarde. Je hart straalt, ik voel.., enfin, de Heer straalt in mijn hart. Als je gewoon bezig bent, heb je dat minder. Maar als je stilzit en met de Heer spreekt is dat veel intenser. Ik verlang er naar doorlopend bij Hem te zijn.

Vroeger leefde ik zonder de Heer. Nu kan ik niet meer zonder Hem. Ik kan mij niet meer voorstellen dat ik dit ooit heb gekund. Ik zou niet opnieuw willen ruilen met dat leven van vroeger! Natuurlijk zou ik willen zién, maar niet willen ruilen met dat leven zonder de Heer: dat had zo weinig zin. De Heer heeft bepaalde dingen ontnomen: Hij heeft zichzelf in de plaats gegeven.

Toen je blind werd, was die aanwezigheid er nog niet?

Ik ben voordien nog andere keren geopereerd geweest en was toen ook een poos niet-ziende geweest. Ik dacht: het zicht komt wel terug. Ik heb weken in die veronderstelling geleefd. Het besef dat ik voor altijd blind zou zijn, is geleidelijk aan gekomen. Toen is ook de Heer gekomen! Toen al het andere aan het wegvallen was. Ik ben niet in een onmetelijke put gevallen: het overlapte elkaar, het verving geleidelijk elkaar. Eigenlijk was er eerst wel een leegte, ja. Als ik ‘s morgens opstond, gewassen was, gegeten had, zat ik in de zetel en vroeg me af: wat moet ik nu doen? Nu bid ik.

Hoe is die overgang er gekomen?

Omdat moeder al zo leefde. Zij heeft mij daarover verteld, mij daarover voorgelezen. En zo ben ik meer aan het bidden gegaan, heb ik de Heer leren kennen. Maar op een bepaald ogenblik heeft de Heer het overgenomen. Toen toonde Hij zichzelf. Als je je opent, kan Hij zich tonen.

“Tonen”?

Dat je Hem voelt… dat je zijn liefde en zijn vreugde voelt. Op een geestelijke manier dan. Ik zie nu ook niet, maar ik weet toch wat de tafel is, wat een boterham is, wat u bent. Maar de Heer stel je je niet voor, dat is weer anders. Toch schitteren zijn ogen van zijn licht… Als ik bid, concentreer ik mij op mijn hart. En dan komt de Heer. Je hart kan heel intens voelen dat Hij daar is. Dat is voor mij vanzelf gekomen. Toen ik eens ging neerzitten om te bidden begon mijn hart ineens a.h.w. te stralen, een heel warme gloed. Dat had niemand mij geleerd. Dat heeft de Heer mij gegeven. En sindsdien ben ik mij altijd op mijn hart gaan concentreren wanneer ik bid.

Wat is bidden voor jou? Kun je dat zeggen?

Spreken met de Heer. Alles in zijn handen leggen, ik voel dan dat het van mij afgenomen wordt. Voelen van zijn Aanwezigheid…, Hem danken voor zoveel, voor dat geluk…, zoveel om dankbaar voor te zijn. Of gewoon niets zeggen, stil bij Hem zijn en je dicht bij Hem voelen, en Hem in jou voelen. Bidden wordt dan beminnen, tonen aan de Heer dat je van Hem houdt. Ik denk dat Hij dit graag heeft. Hij is de liefde. En naar liefde zoeken wij allemaal. Hij ook. Echt waar, er is veel meer liefde in mijn leven gekomen. Je kijkt ook met andere ogen naar de mensen.

Hoezo?

De Heer toont Zijn liefde in de andere mensen. Hij toont zich voortdurend, ook in de mensen. Als je niet ziet, voel je de anderen veel meer aan, voel je hun stemmingen aan in hun stem. De stem zegt veel over hoe iemand is. Je hoort veel beter. Ik luister zo graag naar een viool met diep gevoel of naar de menselijke stem: het mooiste instrument dat er bestaat. Als er een wagen stopt voor het huis, herken ik aan de motor wie het is. Als we in de natuur zijn, hoor ik alles: het zingen van de wind in de bomen, het ritselen van de bladeren, het fluiten van de vogeltjes, het kabbelen van de beek…

Ik luister graag naar de mensen. Naar hun verhalen. Of als ze zich eens moeten uitspreken. Als bij een psycholoog. In mijn hart bid ik dan voor hen. Ik probeer graag om de Heer in alles te betrekken: in de natuur, de dingen, de mensen. Ik bid voor de politici, dat ze het land op een juiste manier mogen besturen, dat er eerlijkheid mag zijn, vertrouwen… Dat zou een droom zijn: een mooie wereld voor de Heer, en de Heer die leeft in de mensen. Ik bid voor de Kerk, voor de jonge mensen. Ik hoor graag over jonge mensen die geloven. Ik ontvang het tijdschrift ‘Youth for Christ’, dat komt uit Nederland. Geloven geeft zoveel kracht, moed, hoop. Ik bid dat alle mensen mogen weten dat de Heer bij hen is. Je mag het goed hebben, veel geld hebben, maar dat is allemaal zo tijdelijk en materieel. Maar de Heer is enorm vervullend.

Je voelt je nooit eens eenzaam?

(Lacht) Neen, eigenlijk niet. Ik voel mij nooit alleen. Ik ben graag gewoon thuis, zelfs liefst thuis. We gaan naar de Mis, geregeld eens naar Banneux, veel wandelen in de natuur, weggaan als het nodig is, ja, of gaan winkelen als ik iets moet hebben. Maar dan voel ik de Heer niet meer zo goed in de drukte.

Toch moeten vele mensen leven in de drukte…

(Nadenkend) Ik weet niet of ik dat nog zou kunnen. Ik ben het te goed gewoon. Hij geeft mij zoveel dat ik er niet meer zonder kan. De Heer geeft overvloedig. De diepste vervulling. Als ik dat niet heb gehad, voel ik dat ik iets heb gemist. Maar je kan dat niet op commando hebben. Gaan zitten en zeggen: nu gaat het komen… Dat kan je niet zelf. Het is een geschenk. Een heel fijn geluk, onbeschrijfelijk. Het hoogste geluk, als zijn Aanwezigheid je hele hart en bewustzijn vervult!

Je gebruikte daarnet het woord “vervulling”. Een heel mooi woord.

Ja, zo voelt dat (diepe zucht). Heerlijk vervuld (lacht)! Ik leef niet in een leegte. Ik voel mij héél vervuld. Ontroerend is zijn aanraking waarmee Hij ons zijn onuitsprekelijke liefde openbaart. (Dan heel ernstig) Eigenlijk is het niet zwaar wat ik heb. Ik heb geen pijn. Ik kan nog rondlopen in huis. Wat ik veel erger vind, dat is mensen met pijn in hun hart. Die zich eenzaam voelen.

Ik heb niet het gevoel dat ik iets mis omdat ik niet zie of zo. Ik kijk geen TV, ik ga nooit op stap, mijn wereld is verkleind, maar tegelijk ook erg verruimd. Ik verlang niet meer zo naar het andere. De Heer is mijn grote liefde geworden, mijn beste vriend. Ik verveel mij nooit. Helemaal nooit!

Je hebt nog andere bezigheden?

Soms wat breien (lacht). Typen kan ik ook nog, schrijven naar vriendinnen. En ik lees brailleschrift. Ik ben bij een paar bibliotheken, die sturen dan brailleboeken op. Ik beluister ook muziek. En cassettes. Hier thuis heb ik mijn twee engelen die veel voor mij voorlezen. Liefst van al ben ik bezig met de dingen over het geloof en de innerlijke vrede. De rest zegt mij niet meer zoveel. Mijn dierbaarste boek? Het Johannes-evangelie! Die Liefde daarin, het Licht!

Ik leef niet in een nacht, nee, nee. Ik heb innerlijk licht, het is een soort geestelijk zien. Het voornaamste is niet dat zien en voelen, maar het weten en het beleven. Mijn grootste verlangen is, bij de Heer te zijn. Bij alles wat je doet stilstaan en danken en aan Hem opdragen. Als je onder de douche staat, als je eet, bij alles. Hij heeft mij dat zo leren zien.

Het is niet altijd vanzelfsprekend?

Meestal als ik in de drukte ben geweest, is er tijd nodig om weer stil te worden. Dan dwalen mijn gedachten af en kan ik mij niet concentreren. Als ik niet genoeg heb kunnen bidden, kan ik mij nog humeurig voelen. Als ik blijf bidden komt de Heer terug. Als ik me weer concentreer op Jezus, voel ik zijn Aanwezigheid. Als ik niet geconcentreerd ben, let je daar niet op. Ik stop af en toe om vrijwillig aan Hem te denken, om een bewuste duik te maken in zijn Aanwezigheid.

Zijn andere mensen een steun in je gebed?

Vroeger had ik behoefte om mij uit te drukken in plastische vormen. Nu geeft het mij veel vervulling te kunnen praten over de dingen van de Heer. Dat maakt mij nooit moe. Het werkt aanstekelijk met anderen te kunnen delen. De mensen die de Heer volgen, stralen vreugde uit, je hoort die blijheid in hun stem.

Wij bidden elke dag samen in ons gezin. En andere mensen sluiten zich daar geregeld bij aan. Er wordt een gebed voorgelezen, men bidt vanuit het hart, er zijn stille momenten, we bidden het onzevader, weesgegroeten… Dan voelen we de Heer en Moeder Maria zeer dicht nabij.

Ook Maria?

Maria is mijn moeder… ik spreek veel met haar. Haar liefde voel ik ook. Ik ben dikwijls op mijn kamer alleen, mijn kamertje is voor mij ook een kapelletje. Meestal zit ik op de rand van mijn bed als ik bid. Ik voel dan alsof zij bij me zit: dat levend gevoel dat zij er echt is, en een moeder is die van ons houdt.

De toekomst?

Zien kan ik niet meer. Er zijn geen verdere onderzoeken meer; ze kunnen niets meer doen. Ik leg alles in Zijn handen. Ik heb mijn dromen gehad: bouwen, reizen, een gezin en deze droom heb ik nog altijd, een gezin waar de Heer centraal in het midden staat. Maar ik leg het allemaal in Zijn handen. Ik heb liever dat de Heer het geeft. Hij weet het best wat Hij met me voorheeft en Hij zal het mij wel tonen. Eens moeten we toch allemaal onze ogen sluiten en worden we aan de andere kant wakker. Dat perspectief leeft in mij. Wij leven hier maar eventjes, maar leven is eeuwig. Anders zou het niet veel zin hebben. Ik voel aan dat het niet kan gedaan zijn. Alles is veel groter. Ik zou graag mezelf vergeten en van mijn leven iets moois maken voor de Heer. Dat is de liefde.

Veerle, duizenden mensen zullen je getuigenis lezen. Zou je aan het eind van ons gesprek nog een boodschap willen zeggen aan al die mensen?

(Lachend) Oei oei… (Na een zeer lange stilte) Ik wens ze allemaal toe dat ze de Aanwezigheid van de Heer mogen vinden in hun hart.

Veerle (vanwege privacy is de echte naam niet vernoemd, maar wel bij de redactie bekend)

(*) Vgl. ‘Aanwezigheid van de Heer’, driemaandelijks tijdschrift, Dendermonde, zevende jaargang, december 1998 – februari 1999, nr. 25, geen pagina-aanduiding.

***   ***   ***   ***   ***

Het geloofsonderricht van de Moeder Gods

Comments 2 Standaard

God schenkt zijn genade en barmhartigheid aan alle mensen. Daartoe maakt Hij, zichtbaar of in het verborgene, altijd gebruik van de Middelares van alle Genade, de Moeder Gods! 

Een gebeurtenis die in 1944 in het Amerikaanse Zuiden werkelijk heeft plaatsgevonden, laat deze moederlijke genade- en geloofsbemiddeling van Maria bijzonder duidelijk zien. Pater Robert O’Leary SVD (1911-1984), missionaris in Mississippi, was direct bij de betreffende gebeurtenissen betrokken en deed in de jaren zestig voor de radio daarover verslag. Van de vurige zielzorger is een geluidsopname bewaard gebleven met de titel: “De bekeringsgeschiedenis van de strafgevangene Claude Newman.”

Claude Newman (1923-1944), van Afrikaanse afkomst, werd al op vijfjarige leeftijd van zijn moeder Floretta gescheiden en naar Bovina gebracht, ten oosten van de stad Vicksburg in Mississippi. Daar groeide hij samen met zijn oudere broer op bij zijn grootmoeder Ellen Newman. Claude moest al vroeg hard werken op de velden van de Ceres katoenplantage, waar ook Sid Cook werkte met wie zijn grootmoeder Ellen in 1939 trouwde. Toen hij het als 19-jarige niet langer kon aanzien hoe zijn geliefde grootmoeder herhaaldelijk door haar man werd geslagen en mishandeld, schoot hij in de middag van 19 december 1942 zijn stiefgrootvader dood. Hij vluchtte, maar werd enkele weken later opgepakt en voor de moord op Sid Cook tot de dood op de elektrische stoel veroordeeld.

De wonderdadige medaille

In de gevangenis van Vicksburg, waar Newman in 1943 zijn executie afwachtte, die op 20 januari 1944 zou worden voltrokken, deelde hij de cel met vier andere gevangenen. Op een avond zaten de vijf met elkaar te praten. Toen de conversatie stokte, viel Claudes oog op een plat ovalen hangertje dat aan een touwtje om de nek van een medegevangene hing. Geïnteresseerd vroeg hij de gevangene wat het was. Toen de jonge man nors antwoordde: “Een medaille”, vroeg Claude vervolgens: “Wat is een medaille?” Hoewel rooms-katholiek, kon de jongeman de betekenis en het doel van de medaille niet uitleggen. Boos trok hij de medaille van zijn nek, wierp hem vloekend voor Claudes voeten en riep geïrriteerd: “Neem jij dat ding maar!” Zwijgend pakte Claude de hem onbekende wonderdadige medaille op en hing hem met toestemming van de gevangenisbewaarder om zijn nek. Hij voelde zich aangetrokken tot dit ovale stukje metaal en wilde het als sierraad dragen.

Toen Newman die nacht op zijn brits lag te slapen, werd hij opeens wakker omdat iemand zijn hand beroerde. “Daar stond”, zo vertelde hij later de priester, “de mooiste Vrouw die God ooit geschapen heeft.” Geschrokken en bang wist Claude aanvankelijk niet wat hij moest doen. Maar de Dame stelde hem gerust en zei, voordat Ze verdween: “Als je Mij tot Moeder wilt hebben en je mijn kind wilt zijn, vraag dan om een priester van de katholieke Kerk.” Toen hij weer alleen was, riep Claude luidkeels, zodat zijn medegevangenen ontwaakten: “Haal een katholieke priester!”

En zo bezocht pater O’Leary, de priester die het verhaal vertelde, de volgende ochtend Newman, die hem de gebeurtenissen van de vorige nacht toevertrouwde. Tot grote verrassing van pater O’Leary vroeg vervolgens Newman samen met de vier andere gevangenen om godsdienstonderricht. De priester stond er sceptisch tegenover, hoewel alle vier gevangenen met kracht bevestigden dat Claudes verhaal waar was, ook al had geen van hen de verschijning van de dame gezien of haar stem gehoord. Uiteindelijk beloofde de missionaris hun catechismusles te geven.

Terug in zijn parochie, meldde pater O’Leary aan de pastoor wat er gebeurd was, en de volgende dag ging hij op de afgesproken tijd voor de eerste les naar de gevangenis. Daar moest hij vaststellen dat Claude Newman lezen noch schrijven kon, omdat hij nooit naar school was geweest. Zijn onwetendheid wat het geloof betreft was nog groter. Eigenlijk wist hij daarover zo goed als niets. Hij kende Jezus niet en wist alleen dat er een God was. Dus kreeg Claude les en – wat al heel bijzonder was – de andere gevangenen hielpen hem bij het leren.

Zijn Bloed wast ons schoon

Na enkele weken zei pater O’Leary op een dag tijdens de catecheseles: “Jongens, vandaag gaan we het hebben over het sacrament van de heilige Biecht.” Meteen antwoordde Claude: “Oh, daar ben ik al van op de hoogte! De Dame vertelde me dat we, als we gaan biechten, niet knielen voor de priester maar voor het kruis van haar Zoon. En als we echt spijt hebben van onze zonden en we ze belijden, vloeit het bloed dat Hij voor ons vergoot, over ons heen en wast ons schoon van alle zonden.

Als versteend en met open mond hoorde pater O’Leary hem aan. “Oh, weest u alstublieft niet boos,” zei Claude verontschuldigend, “ik had dit er niet zomaar uit moeten flappen.” “Oh nee, ik ben niet boos, maar verbaasd. Je hebt ‘haar’ dus opnieuw gezien?” vroeg de priester geïntrigeerd. Pas toen de twee op enige gehoorsafstand van de anderen waren, kwam Newman met zijn verhaal. “De Dame vertelde me dat als u twijfels of bedenkingen mocht hebben, ik u aan de gelofte moet herinneren die u de Moeder Gods in 1940 in een greppel in Nederland hebt gedaan en die u nog steeds niet bent nagekomen.” “Vervolgens “, zo vertelde pater O’Leary, “beschreef Claude me precies wat de gelofte inhield. Dit ongelooflijke feit overtuigde mij volledig dat Claude ten aanzien van zijn verschijningen de waarheid sprak.”

Weer terug in de catechismusgroep bemoedigde Claude zijn vier kameraden: “Je hoeft niet bang te zijn om te biechten! Je vertelt je zonden echt aan God en niet aan de priester. De Moeder Gods heeft me namelijk uitgelegd dat wij via de priester tot God spreken, en dat God ons via de priester antwoordt.

De heilige Communie ziet er alleen maar uit als een klein stukje brood

Ongeveer een week later bereidde pater O’Leary zich erop voor zijn vijf gevangenen onderricht te geven over het allerheiligste Sacrament van het Altaar. Claude liet weten dat de Moeder Gods hem daarover ook had onderricht. En met toestemming van de priester begon hij uit te leggen: “De Moeder Gods vertelde me dat de heilige Communie er slechts uiterlijk uitziet als een stukje brood, maar dat de witte Hostie werkelijk en waarachtig haar Zoon is. Ze legde me ook uit dat Jezus slechts korte tijd zo in mij zal zijn, en wel precies zo als toen Hij in haar was voordat Hij in Bethlehem werd geboren. Daarom moet ik de tijd met Hem net zo doorbrengen als Zij het een leven lang deed: door Hem lief te hebben, Hem te aanbidden, Hem te prijzen en Hem om zijn zegen te vragen en Hem te danken. Ik moet me op dat moment met niets of niemand anders bezighouden, maar de tijd met Hem alleen doorbrengen.”

Een laatste wens

Ten slotte waren de vijf klaar met hun onderricht. Claude Newman werd met zijn medegevangenen opgenomen in de katholieke Kerk en op 16 januari 1944 gedoopt. Vier dagen later zou om vijf minuten na middernacht zijn executie plaatsvinden.

De dag voor zijn executie vroeg sheriff Williamson hem: “Claude, je kunt nog een laatste wens doen. Wat wil je?” “Nou,” antwoordde hij rustig, “jullie zijn allemaal nogal ontdaan. Zelfs de cipier is helemaal van de kaart. Maar jullie begrijpen het niet. Alleen mijn lichaam zal sterven. Zelf zal ik echter gaan, om bij haar zijn. Daarom wil ik graag een feestje geven.” “Wat bedoel je?” vroeg de sheriff. “Een feestje!” herhaalde Claude rustig. “Zou u de priester willen vragen om taart en ook ijs mee te nemen en zou u de gevangenen op de tweede verdieping willen toestaan om samen te komen in de centrale ruimte, zodat we allemaal samen een feestje kunnen vieren?” “Iemand zou de priester kunnen aanvallen”, waarschuwde een cipier. Maar Claude wendde zich tot de mannen die bij hem stonden en zei: “Jongens, dat doen jullie toch niet?” Daarop bezocht de priester een rijke weldoenster van de parochie, die voor ijs en taart zorgde. En de gevangenen vierden hun feestje.

Daarna hielden ze allen samen, omdat Claude dat graag wilde, in de centrale ruimte een ‘heilig Uur’. Zij overwogen de kruisweg en baden voor Claude en voor hun eigen zielenheil. Vervolgens werden de mannen naar hun cellen teruggebracht en begaf pater O’Leary zich naar de kapel. Hij haalde het Allerheiligste en gaf Newman de heilige Communie. Daarop knielden beiden neer. Ze wachtten en baden samen.

Liefdesoffer voor een ‘uitzichtloos geval’

Vijftien minuten voordat de terechtstelling kort na middernacht zou worden voltrokken, kwam sheriff Williamson luid roepend de trap opgerend: “Uitstel, uitstel! De gouverneur heeft twee weken uitstel verleend!” De sheriff en de advocaat hadden namelijk bij de autoriteiten alles in het werk gesteld om Claudes leven te redden. Toen hij het nieuws hoorde, begon hij te huilen. Pater O’Leary en Williamson dachten dat het tranen van vreugde en opluchting waren omdat het vonnis nog niet zou worden voltrokken. Maar onder heftig snikken wist Claude slechts met moeite uit te brengen: “Oh, jullie snappen er niets van! Als jullie ooit haar gezicht hadden gezien en in haar ogen hadden gekeken, zou je geen dag langer hebben willen leven. Wat heb ik toch de afgelopen weken verkeerd gedaan, “vroeg hij de priester, “dat God mij niet thuis wil laten komen? Waarom moet ik nog twee weken op aarde blijven?”

Toen kreeg pater O’Leary plotseling een idee. Hij herinnerde Claude aan James Hughs, een moordenaar die, hoewel katholiek opgevoed, een door en door slecht leven had geleid en eveneens ter dood was veroordeeld. Deze gevangene koesterde een diepe haat jegens Newman.

“Misschien verlangt Maria van je dat je dit uitstel waardoor je nog niet bij haar kunt zijn opoffert voor de bekering van Hughs,” zei de priester. “Waarom offer je niet elk moment dat je nog gescheiden moet blijven van de Moeder Gods op aan God voor deze gevangene, opdat hij niet voor eeuwig van God gescheiden zal blijven?” Claude stemde daarmee in en vroeg de priester hem de woorden van het gebed te leren waarmee hij God dit offer kon brengen. Dat deed de pater graag voor zijn beschermeling, en nog dezelfde dag vertrouwde deze hem toe: “Oh, pater van begin af aan heeft Hughs mij hier in de gevangenis gehaat, maar nu kent zijn haat geen grenzen meer!” Toch offerde de twintigjarige Claude tijdens die twee weken grootmoedig alle pesterijen, offers en gebeden voor James Hughs op.

Veertien dagen later werd Newman geëxecuteerd en pater O’Leary zei hierover: “Nooit eerder heb ik iemand zo blij de dood tegemoet zien gaan. Zelfs de officiële getuigen en verslaggevers waren verbluft en konden niet begrijpen hoe iemand die op de elektrische stoel ter dood werd gebracht zo van geluk kon stralen.”

De laatste woorden van Claude Newman waren voor pater O’Leary: “Pater, ik zal aan u denken. En als u ooit een verzoek hebt, richt u zich dan tot mij en ik zal het aan Haar, aan de ‘mooie Dame’ vragen.” Het was 4 februari 1944.

Drie maanden later, op 19 mei 1944, vond de executie plaats van de blanke James Hughs, die Claude Newman zo hartgrondig had gehaat. “Deze man was de slechtste man die ik ooit heb ontmoet. Zijn haat tegen God en al het geestelijke tart elke beschrijving”, zei pater O’Leary over hem.

Vlak voordat de misdadiger door de sheriff uit zijn cel zou worden opgehaald voor de voltrekking van het doodvonnis, maande de districtsdokter Podesta hem nog indringend om tenminste te knielen en het Onze Vader te bidden. Als antwoord spuwde Hughs de dokter vloekend in het gezicht. Toen Hughs vervolgens werd vastgebonden aan de elektrische stoel, deed de sheriff nog een laatste poging: “Als je nog iets te zeggen hebt, zeg het dan nu!” Opnieuw begon de veroordeelde te vloeken en lastertaal uit te slaan. Plotseling verstomde hij echter, terwijl hij met van schrik opengesperde ogen strak naar een hoek van de kamer staarde. Luid riep hij de sheriff toe: “Haal een priester!”

Omdat in Mississippi de wet de aanwezigheid van een priester voorschreef, was pater O’Leary al in het vertrek aanwezig, maar verborgen achter een aantal verslaggevers, want de veroordeelde had gedreigd onmiddellijk God te gaan lasteren zodra hij een ‘paap’ zou zien. Pater O’Leary snelde direct naar de veroordeelde toe, en onmiddellijk bekende deze: “Ik was katholiek, maar ik heb op mijn achttiende vanwege mijn slechte leven de godsdienst vaarwel gezegd.”

Toen werd het vertrek ontruimd en bleven alleen nog de priester en de ter dood veroordeelde achter. En James Hughs biechtte met diep berouw, als een kind. Toen ten slotte iedereen weer terug was in het vertrek, vroeg de sheriff nieuwsgierig: “Pater, wat was de oorzaak van deze plotselinge ommekeer bij Hughs?” “Ik weet het niet,” antwoordde pater O’Leary, “ik heb het hem niet gevraagd. “Maar als ik dat niet te weten kom,” klaagde de sheriff, “doe ik vannacht geen oog dicht.” En meteen wendde hij zich tot de dader zelf: “Hoe kwam het dat je zo plotseling tot inkeer kwam?” “Herinnert u zich nog die zwarte Claude Newman, die ik zo haatte?” antwoordde een volledig veranderde Hughs.

“Nou, Claude stond hier in deze hoek, en achter hem, met haar handen op zijn schouders, stond de heilige Maagd. En Claude zei tegen mij: ‘Ik heb mijn dood in eenheid met Christus aan het kruis opgeofferd voor jouw redding. Kijk, de Moeder Gods heeft voor jou de genade verkregen dat je de plek in de hel te zien krijgt waar je terecht zult komen als je geen berouw hebt. En op dat moment heb ik luid om een priester geroepen.” Kort daarna werd James Hughs, die zich letterlijk in de allerlaatste minuut had bekeerd, geëxecuteerd.

Uit; Tijdschrift ‘Triomf van het Hart’, Stichting Familie van Maria, Amsterdam, oktober 2012, blz. 4-9.

De bekeringsgeschiedenis van de strafgevangene Claude Newman

Standaard

The miraculous story of Claude Newman & his conversion through the intercession of the Virgin Mary

The remarkable true story of the miraculous intercession of the Virgin Mary in 1944 to prisoner Claude Newman of Mississippi – The Virgin Mary appears in a series of visions through the intercession of the Miraculous Medal and converts two men on death row.

By: Glenn Dallaire

Claude Newman was an African American man who was born on December 1, 1923 to Willie and Floretta (Young) Newman in Stuttgart, Arkansas. In 1928, Claude’s father Willie takes Claude and his older brother away from their mother for unknown reasons, and they are brought to their grandmother, Ellen Newman, of Bovina, Warren County, Mississippi.

In 1939, Claude’s beloved grandmother, Ellen Newman, marries a man named Sid Cook. Soon Sid becomes sexually abusive toward Ellen, which deeply angers Claude. In 1940, Claude works as a farmhand on Ceres Plantation in Bovina, Mississippi. The plantation is owned by a wealthy landowner named U.G. Flowers, and Sid Cook was born and raised on this plantation. One biographer also has Claude getting married also in 1940 at age 17 to a young woman of the same age.

On Dec.19, 1942, Claude is apparently still very angered by Sid’s abusive treatment towards his grandmother Ellen, and egged on by dominant friend named Elbert Harris, Claude lies in waiting at Sid Cook’s house (Sid Cook and Ellen Newman have since seperated). Claude shoots Sid as he enters, killing him, and takes his money, then flees to his mothers house in Little Rock, AR., arriving on Dec 20th.

Claude is arrested and sent to prison on death row
In January 1943, Claude is apprehended in Arizona and is returned to Vicksburg, Mississippi and makes a coerced confession on Jan. 13. Despite protests of Claude’s lawyer Harry K. Murray, his confession is admitted as evidence, and he is found guilty by jury, and is initially sentenced to die in the electric chair on May 14, 1943. Later an appeal to retry the case is rejected by State Attorney General and he is rescheduled to be executed on January 20, 1944.

Claude receives the Miraculous Medal of the Blessed Virgin Mary
The majority of the information that will now be presented comes from a tape recording of a radio show interview of Father O’Leary- a priest who came to know Claude very well during Claude’s imprisionment. 
While Claude was in jail awaiting execution, he shared a cell-block with four other prisoners. One night, the five men were sitting around talking and eventually the conversation ran out. During this time, Claude noticed a medal on a string around one of the other prisoner’s neck. Curious, he asked the other prisoner what the medal was. The young prisoner was a Catholic, but he apparently did not know (or did not want to talk) about the medal, and seemingly embarrassed, he appeared angry and suddenly took the medal off from around his own neck and threw it on the floor at Claude’s feet with a curse and a cuss, telling him to “take the thing”. Claude picked up the medal, and after looking it over, he placed it around his own neck, although he had no idea whose image it was on the medal; to him it was simply a trinket, but for some reason he felt attracted to it, and wanted to wear it.

The Blessed Virgin Mary appears to Claude in a vision

During the night while sleeping on top of his cot, he was awakened with a touch upon his wrist. Awakening with a start, there stood, as Claude told Father O’Leary afterwards, ‘the most beautiful Woman that God ever Created’. At first he was quite frightened, not knowing what to make of this extraordinary beautiful glowing Woman. The Lady soon calmed Claude down, and then said to him, “If you would like Me to be your Mother, and you would like to be My child, send for a priest of the Catholic Church.” And after saying these words She suddenly disappeared. Excited, Claude immediately started to yell “a ghost, a ghost”, and started screaming that he wanted a Catholic priest.

Father Robert O’Leary SVD (1911-1984), the priest who tells the story, was called first thing the next morning. Upon arrival he went to see Claude who told him of what had happened the night before. Deeply impressed by the events, Claude, along with the other four men in his cell-block, asked for religious instruction in the Catholic faith.

Claude and some of the other prisoners receive instruction in the Catholic faithFather O’Leary returned to the prison the next day to begin instruction for the prisoners. It was then that the priest learned that Claude Newman could neither read nor write at all. The only way he could tell if a book was right-side-up was if the book contained a picture. Claude told him that he had never been to school, and Father O’Leary soon discovered that his ignorance of religion was even more profound. He knew practically nothing about religion or the Christian faith. He knew that there was a God, but he did not know that Jesus was God. And so Claude began receiving instructions, and the other prisoners helped him with his studies.

After a few days, two of the religious Sisters from Father O’Leary’s parish-school obtained permission from the warden to come to the prison. They wanted to meet Claude and hear his remarkable story, and they also wanted to visit the women in the prison. Soon, on another floor of the prison, the Sisters began to teach some of the women-prisoners the catechism as well.

A heavenly lesson about Confession
Several weeks passed, and it came time when Father O’Leary was going to give instructions about the Sacrament of Confession. The Sisters too sat in on the class. The priest said to the prisoners, “Ok boys, today I’m going to teach you about the Sacrament of Confession.” Claude said, “Oh, I know about that! The Lady told me that when we go to confession we are kneeling down not before a priest, but we’re kneeling down by the Cross of Her Son. And that when we are truly sorry for our sins, and we confess our sins, the Blood He shed flows down over us and washes us free from all sins.”

Hearing Claude say this, Father O’Leary and the Sisters sat stunned with their mouths wide open. Claude thought they were angry and said, “Oh don’t be angry, don’t be angry, I didn’t mean to blurt it out.”  The priest said, “We’re not angry Claude. We are just surprised. You have seen Her again?” Claude replied, “Come around the cell-block away from the others.”

Proof that the Blessed Virgin Mary was appearing to Claude
When they were alone, Claude said to the priest, “She told me that if you doubted me or showed hesitancy, I was to remind you that lying in a ditch in Holland in 1940, you made a vow to Her which She’s still waiting for you to keep.” And, Father O’Leary recalls, “Claude then told me precisely what the vow was.”

Claude’s revelation absolutely convinced Father O’Leary that Claude was telling the truth about his visions of Our Lady. The promise Fr. O’Leary made to Our Lady in 1940 from a ditch in Holland (the proof Claude gave the priest that Our Lady really was appearing to him) was this: that when he could, he would build a church in honor of Our Lady’s Immaculate Conception. He did just that in 1947. He had been transferred to Clarksdale, Mississippi in 1945 when a group African American Catholic laymen asked to have a church built there. The Bishop of Natchez, Mississippi had been sent $5000 by Archbishop Cushing of Boston for the “Negro missions.” The Bishop and Father O’Leary commissioned the church of the Immaculate Conception to be built, and it is still there today (photo left)

Father O’Leary and Clark then returned to the catechism class on Confession. And Claude kept telling the other prisoners, “You should not be afraid to go to confession. You’re really telling God your sins, not the priest.”  Then Claude said, “You know, the Lady said that Confession is something like a telephone. We talk through the priest to God, and God talks back to us through the priest.”

A heavenly lesson about Holy Communion
About a week later, Father O’Leary was preparing to teach the class about the Blessed Sacrament. The Sisters were again present for this lesson too. Claude indicated that the Lady had also taught him about the Eucharist, and he asked if he could tell the priest what She said.

Fr. O’Leary agreed immediately. Claude related, “The Lady told me that in Communion, I will only see what looks like a piece of bread. But She told me that It is really and truly Her Son, and that He will be with me just as He was with Her before He was born in Bethlehem. She told me that I should spend my time like She did during Her lifetime with Him– in loving Him, adoring Him, thanking Him, praising Him and asking Him for blessings. I shouldn’t be distracted or bothered by anybody else or anything else, but I should spend those few minutes in my thoughts alone with Him.”

Claude is received into the Catholic church and scheduled to be executed
As the weeks progressed, eventually they finished the catechism instructions and Claude and the other prisoners were received into the Catholic Church. Soon afterwards the time came for Claude to be executed. He was to be executed at five minutes after twelve, midnight, on January 20, 1944.

The sheriff, named Williamson, asked him, “Claude, you have the privilege of a last request. What do you want?”  “Well,” said Claude, “all of my friends are all shook up. The jailer is all shook up. But you don’t understand. I’m not going to die; only this body. I’m going to be with Her. So, then I would like to have a party.” “What do you mean?” asked the sheriff. “A party!” said Claude. “Will you give Father O’Leary permission to bring in some cakes and ice cream and will you allow the prisoners on the second floor to be freed in the main room so that we can all be together and have a party?” “Somebody might attack Father,” cautioned the warden.
Claude turned to the men who were standing by and said, “Oh no they won’t, right fellas?” The warden consented and posted additional guards for the party. So, Father O’Leary visited a wealthy patron of the parish, and she generously supplied the ice cream and cake, and everyone enjoyed the party.

Afterwards, because Claude had requested it, they made a Holy Hour, praying especially for Claude and for all of their souls. Fr. O’Leary brought prayer books from the Church, and they all said together the Stations of the Cross, and made a Holy Hour, without the Blessed Sacrament.

As the time neared for Claude’s execution, the men were put back in their cells. The priest then went to the chapel to get the Blessed Sacrament so that he could give Claude Holy Communion in the moment before his execution. Father O’Leary returned to Claude’s cell. Claude knelt on one side of the bars, the priest knelt on the other, and they prayed together as the clock ticked toward Claude’s execution.

A two week stay of execution is granted
Fifteen minutes before the execution, sheriff Williamson came running up the stairs shouting, “Reprieve, Reprieve, the Governor has given a two-week reprieve!” Claude had not been aware that the sheriff and the District Attorney were trying to get a stay of execution for Claude to save his life. But when Claude found out, he started to cry.

The priest and the sheriff assumed Claude’s reaction was that of joy because he was not going to be executed. However Claude said, “But you don’t understand! If you ever saw Her face, and looked into Her eyes, you wouldn’t want to live another day!” Claude then continued, “What have I done wrong these past weeks that God would refuse me my going home?” Father O’Leary then testified that Claude sobbed as one who was completely brokenhearted.

Bewildered, the sheriff then left the room. The priest remained and Claude eventually quieted down, then Father O’Leary gave Claude Holy Communion. Afterwards Claude said, “Why Father? Why must I still remain here for two weeks?”

Claude generously sacrifices himself in an offering for a fellow prisoner
Father O’Leary then had a sudden inspiration. He reminded Claude about James Hughs, a white prisoner in the same jail who hated Claude intensely. This prisoner had led a horribly immoral life, and like Claude he too was sentenced to be executed for murder. James was raised a Catholic, but now he was a reprobate, and rejected God and all things Christian.

Father O’Leary then said “Maybe Our Blessed Mother wants you to offer this denial of being with Her for his conversion.” And the priest continued, “Why don’t you offer to God every moment that you are seperated from your heavenly Mother for this prisoner, so that he will not be seperated from God for all eternity.”

Claude thought for a moment, then agreed, and he asked Father O’Leary to teach him the words to make the offering. Father O’Leary complied, and he later testified that from that moment on the only two people on earth who knew about this personal offering were Claude and himself, because it was a private matter between God, the Blessed Mother, Claude and himself.

A few hours later (still on the morning after his reprieve of execution) Fr. O’Leary came once again to visit Claude, and Claude said to the priest, “James hated me before, but oh Father, how he hates me now!” (This was because James had heard about Claude’s reprieve and was jealous) To encourage him the good priest said, “Well, perhaps that’s a good sign.”

Claude’s execution
During his two weeks reprieve, Claude generously offered his sacrifice and prayers for his fellow prisoner, the reprobate James Hughs . Two weeks later, Claude was finally put to death by the electric chair on Feb.4, 1944.

Concerning Claude’s holy death Father O’Leary testified: “I’ve never seen anyone go to his death as joyfully and happily. Even the official witnesses and the newspaper reporters were amazed. They said they couldn’t understand how anyone could go and sit in the electric chair while at the same time actually beaming with happiness.”


Claude’s death notice was printed in the Vicksburg Evening News on the day of his execution Feb. 4, 1944 (see photo left). His last words to Father O’Leary were, “Father, I will remember you. And whenever you have a request, ask me, and I will ask Her.”

The miraculous conversion & execution of prisoner James Hughs
Three months later, on May 19, 1944, the white man named James Hughs–the who Claude had offered his sacrifice for, was to be executed. Father O’Leary said, “This man was the filthiest, most immoral person I had ever come across. His hatred for God and for everything spiritual defied description.”

He would not allow a priest or any clergyman in his cell. Just before his execution, the county doctor pleaded with him to at least kneel down and say the “Our Father” before the sheriff would come for him. The prisoner spat in the doctor’s face.

When he was strapped into the electric chair, the sheriff said to him, “If you have something to say, say it now.” The condemned man started to blaspheme.

All of a sudden he stopped speaking, and his eyes became fixed on the corner of the room, and his face turned to one of absolute horror. Suddenly he screamed in terror–a horrible scream that shocked everyone present.

Turning to the sheriff, he then said, “Sheriff, get me a priest!”

Now, Father O’Leary had been in the room because Mississippi law at that time required a clergyman to be present at executions. The priest, however, had hidden himself behind some reporters because the condemned man had threatened to curse God if he saw a clergyman.

Upon calling for a priest, Father O’Leary immediately went to the condemned man. The room was cleared of everyone else, and the priest heard the man’s confession. The man said he had been a Catholic, but turned away from his religion when he was 18 because of his immoral life. He confessed all of his sins with deep repentance and intense fervor.

While everyone was returning to the room, the sheriff asked the priest, “Father, what made him change his mind?” “I don’t know “ said Father O’Leary, “I didn’t ask him.” The sheriff said, “Well, I will never sleep tonight if I don’t ask him.”

The Sheriff went to the condemned man and asked, “Son, what changed your mind?” The prisoner responded, “Remember that black man Claude – the one whom I hated so much? Well he’s standing there [and he pointed], over in that corner. And behind him with one hand on each shoulder is the Blessed Virgin Mary. And Claude said to me, ‘I offered my death in union with Christ on the Cross for your salvation. She has obtained for you this gift of seeing your place in Hell if you do not repent.’  I have been shown my place in Hell, and that’s why I screamed.”

James Hughs was executed as scheduled, but the heavenly appearence of our Blessed Mother with Claude Newman and the subsequent vision of hell had instantly converted his soul in the last moments of his life. With the help of the Blessed Virgin Mary, Father O’Leary had taught Claude to unite himself with the suffering of Jesus by offering his own sufferings to Him, just as we all can do for others, and Claude’s suffering helped to pay the price for James’ remarkable last minute conversion and repentance. Therefore we must never under-estimate the the value of our suffering joined with that of Jesus Christ’s, and also the power and loving intercession of Our Blessed Mother in heaven.

O’ Mary conceived without sin, pray for us who have recourse to Thee!
____________________________________________________________
I am very grateful to Brother Claude Lane OSB, of the Mount Angel Abbey, in St. Benedict, Oregon for the following information and chronology of the life of Claude Newman (Note: Br. Claude is the artist who created the beautiful icon of the Virgin Mary and Claude Newman in this article. Click here for more information about Brother Claude’s iconography.)

Chronology of the Life of Claude Newman

1923- Dec.1, Claude Newman is born to Willie and Floretta Young Newman in Stuttgart, Arkansas.

1928- Claude and his older brother are removed from their mother by Willie, who takes them to be raised by their grandmother, Ellen Newman, in Bovina, Mississippi, east of Vicksburg.

1930- Six year old Claude appears in the Federal census, living with his Grandmother in Warren County. They reside on the Ike Henry place.

Late 1930s- Claude spends time in the CCC (Civilian Conservation Corp)

c.1939- Claude’s grandmother, Ellen Newman, marries Sid Cook. Soon he becomes sexually abusive toward Ellen, which angers Claude.

c.1940-41- Claude works on Ceres Plantation in Bovina, owned by U. G. Flowers. Sid Cook was born and raised on this place. If Claude Newman has married, it was not registered in Warren Co. Perhaps he was married in another county, or parish of Louisiana. In any case, he is no longer with her by Dec. 19, 1942.

1942- Dec.19, Egged on by dominant friend Elbert Harris, Claude lies in waiting in Sid Cook’s house (Cook and Ellen Newman have since seperated). Claude shoots Sid as he enters, and takes his money, then flees to his mothers house in Little Rock, AR., arriving on the 20th. First time she has seen him since he was five. She is now re-married to a man named Rogers, who finds Claude a job. Claude now goes by the name ‘Ralph’.

Jan 1943- Claude is apprehended in Arizona and is returned to Vicksburg, Mississippi and makes a coerced confession on Jan. 13. Despite protests of Claude’s lawyer Harry K. Murray, confession is admitted as evidence. He is found guilty by an all white jury. He is sentenced to die in the electric chair on May 14, 1943. Appeal to re-try the case is rejected by State Attorney General. Sid Cook’s patron, U. G. Flowers, has too much influence.

Jan.20, 1944 is given as new date for execution.

1943-44 Sometime late in 1943, Claude puts on a miraculous medal, begins having visions of the Virgin Mary. She encourages him to find a priest and become a Catholic. Fr. Robert O’Leary, SVD of St. Mary’s for Colored, and Catholic County Doctor Augustine Podesta, minister to him.

1944- Jan.16, Fr. O’Leary baptizes Claude in jail with the name ‘Claude Jude’, with Sr. Benna Henken, SSpS standing as his sponsor. Just before Claude is to be executed on Jan. 20, a stay of execution of two weeks arrives. He is finally put to death on Feb.4, 1944. Claude has his favorite dessert, coconut pie, on the night before he dies. His body is buried in the historic African American “Beulah cemetary” in Vicksburg, MS. His death notice was printed in the Vicksburg Evening News on the day of his execution, Feb. 4, 1944.

A few months later on May 19, 1944, Claude appears in a vision along with the Blessed Mother, to his fellow inmate James Hughs – a white man who he had prayed and sacrificed for in the two weeks prior to his death, and who on this day is himself seated on the electric chair. Seeing the vision, the James immediately repents of his sins and is saved from eternal damnation, just moments before his execution.

1947- Fulfilling his previous promise to the Virgin Mary made in a ditch in Holland, Fr, O’Leary founds Immaculate Conception Parish (for African Americans) in Clarksville, Mississippi.

1960’s- Fr. O’Leary records a testimony of Claude Newman’s Story for a radio broadcast.

1984 –Death of Fr. Robert O’Leary, SVD (1911-1984)

2001- The March 2001 issue of The Catholic Family News publishes “The True Account of Prisoner Claude Newman (1944)” by John Vennari. This article is taken from the 1960’s radio broadcast testimony by Father Robert O’Leary.

2002- While looking for information on Cardinal Newman, Br. Claude Lane of Mount Angel Abbey, happens on the miraculous story of Claude Newman.

2003- In the early summer, Br. Claude is inspired to write the icon “Mary, the Teacher” and he begins the task of researching Claude Newman’s life with initial help from Catholic Family News, along with the research of John Sharpe Sr. of Phoenix, Arizona.

12/22/2011 -Additionally Brother Claude adds: “A historian by the name of Ralph Frasca has been working on a biography for Claude Newman. He did find the identity of the white reprobate for whom Claude offered his life. His name was James Hughs, and he was electrocuted in Vicksburg on May 19, 1944. That can be added to the chronology. Interestingly, a black woman was also executed (for murder) in Vicksburg on that same day, named Mildred Johnson. She, too, had become a Catholic through the ministrations of the nuns from the African American parish of St. Mary’s. These last two findings were the work of Mr. Frasca, and can, as I said, be added to the chronology.” –Brother Claude Lane, OSB

O’ Mary conceived without sin, pray for us who have recourse to Thee!

Bron: http://www.mysticsofthechurch.com/2011/12/miraculous-story-of-claude-newman-his.html

Maria houdt van rozen(krans)

Comment 1 Standaard

Oktober is begonnen.

Wij mogen zeggen weer een maand om de rozenkrans ter hand te nemen. Op 7 oktober eert de Kerk de Heilige Maagd Maria als de beschermster van de christenheid met de liturgische gedachtenis van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans. Het feest gaat terug naar de slag bij Lepanto. Het was de heilige paus Pius V die bepaalde dat deze gedachtenis gevierd moest worden op de verjaardag van deze zeeslag, die plaats vond op 7 oktober 1571. Bij deze slag versloegen christelijke zeemachten de Turkse Ottomanen. Pius (1566-1572) schreef destijds deze overwinning op de Turkse agressie toe aan de hulp van de Maagd Maria, verkregen door het bidden van de Rozenkrans.

Het rozenkransgebed werd vooral verspreid en populair gemaakt door de Orde der Preekheren, de Dominicanen. Zij leerden de christenen een meditatiemethode waarbij de mysteries van Christus worden overwogen door middel van het eenvoudig en veelvuldig herhalen van het Weesgegroet. De andere twee gebeden die er ook toe behoren zijn het Onze Vader en het Eer aan de Vader. Dit rozenkransgebed is het voornaamste gebed tot het Onbevlekt Hart van Onze Lieve Vrouw. Overal en altijd heeft zij erom gevraagd. Het is een gebed van vrede en van grote kracht om het gezin te beschermen. Vrede hebben we nodig, overal, in ons hart, in onze gezinnen, in onze eigen kring en bovenal in de wereld van vandaag. Iedereen ziet het, iedereen merkt wel op dat we met grote veranderingen in de wereld geconfronteerd worden. Men hoeft niet al te slim te zijn om zoiets op te merken. De vraag voor ons is toch: hoe gaan we daarmee om? Als gelovigen? Als onverschillige mensen? Pessimistisch? Of durven we nog onze rozenkransen in handen te nemen en de hulp van Maria in te roepen? Wat voor een mens buiten zijn bereik ligt, valt altijd binnen de almacht van de Heer en de zorg van onze hemelse Moeder.

Laten we dit belangrijke en tevens eenvoudige middel niet vergeten om daardoor vredestichters te worden. Eerst thuis, bij mezelf; dan rondom ons en ook naar heel de wereld toe. Hopelijk brengen we met zijn allen vele bloemboeketten aan Maria deze maand. Zij houdt van rozen; zij die ook onder de naam ‘Mystieke Roos’ bekend is. Van harte bevelen we dit gebed bij iedereen aan.

Door F.C.

Uit; Parochieleven, Weekblad voor de parochiegemeenschap van Bunde, Jaargang 56 nr. 40, 6 oktober 2012, blz. 1.

De RFID chip en de 10 geboden van Lucifer

Standaard
Image of hand with implanted RFID chip, next t...

Image of hand with implanted RFID chip, next to RFID reader. (Photo credit: Wikipedia)

Obama wil de chip voor de mens realiseren in maart 2013.

Mensen zouden dan verplicht de rfid-chip moeten aanvaarden en bij zich laten inbrengen.

De rfid-chip zal eerst bij zuigelingen worden geïmplanteerd, dus nog niet onmiddellijk in de gehele bevolking.

Dus verwacht niet gelijk in maart veel krantenberichten over dit onderwerp.

Lees hier verderhttp://911ww3.wordpress.com/2012/10/04/de-rfid-chip-en-de-10-geboden-van-lucifer