Pater Daniël in Syrië: De strijd tegen het terrorisme: één grote leugen

Comment 1 Standaard

pater-daniel2

Vrijdag 27 november 2015  

 

De strijd tegen het terrorisme: één grote leugen

Rusland heeft met de steun van Iran, Hezbollah en in samenwerking met Syrië en Irak een radicale ommekeer bewerkt. Onze Atlantische pers blijft dit zo veel mogelijk verzwijgen of bekladden door valselijk te berichten dat Rusland Daesh niet bestrijdt maar burgers doodt. Toch weten de grootmachten zeer goed dat Rusland grondig en systematisch de terroristen uitschakelt. Daarom willen ze nu plots meedoen om de eer voor zich op te eisen en… Syrië verder te vernielen. De VS, Turkije, Frankrijk, Engeland, Saoedi-Arabië, Qatar ze willen hier allemaal (nog meer) komen vechten. Zullen zij, die vijf jaar lang onafgebroken aan de ontwrichting van Syrië gewerkt hebben, nu Syrië komen bevrijden van terroristen? Hoe kun je terroristen blijven steunen, bewapenen, beschermen en dan zeggen dat je ze komt bestrijden? Draai eerst de kraan dicht vooraleer je begint op te ruimen!

In feite is de derde oorlog tegen Syrië begonnen.

De eerste oorlog was de zogenaamde “Arabische lente” van februari 2011 tot januari 2013, gelanceerd door de VS en hun vrienden (o.a. de NAVO) om de Arabische lekenregeringen omver te werpen en te vervangen door moslimbroeders (de Jasminrevolutie in Tunesië, de Lotusrevolutie in Egypte, de chaos in Libië en Syrië). Syrië hield echter stand.

Hierop volgde de tweede oorlog tegen Syrië, van juli 2012 tot oktober 2015, gelanceerd door Frankrijk en de VS (Hillary Clinton, J. Feltman, D. Petraeus…), geholpen door Israël, Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar en multinationals zoals Exxon-Mobil. Het doel was niet meer de president omverwerpen maar het land laten leegbloeden met aanslagen, vooral door het Syrische leger uit te schakelen. Veruit het grootste deel van alle slachtoffers in Syrië zijn soldaten (mogelijk meer dan 100.000!) De Russen hebben dit plan verijdeld.

Daarop is, sinds deze maand, de derde oorlog tegen Syrië begonnen met dezelfde actoren maar nu vooral geanimeerd door Israël en Frankrijk. Nadat Poetin met duidelijke beelden heeft aangetoond hoe de gestolen petroleum vervoerd wordt naar Turkije en illegaal verkocht, is er een akkoord om de petroleumvrachtwagens van de familie Erdogan te vernietigen. Er schijnt ook een akkoord te zijn om het geld van de banken van Daech te blokkeren (?) Verder is er de UNO-resolutie 2249 van 20 november 2015. Rusland heeft meerdere pogingen gedaan om tot een gezamenlijk akkoord te komen om Daech te bestrijden, maar de gezonde voorstellen van Rusland werden telkens afgewezen. Uiteindelijk is de internationale gemeenschap er in geslaagd om een voorstel van Frankrijk goed te keuren, waardoor iedere militaire actie gerechtvaardigd is om Daech te verslaan. De dubbelzinnigheid zit hierin dat deze resolutie kan geïnterpreteerd worden als zelfverdediging (daarvoor moesten de aanslagen in Parijs dienen) zodat in feite de soevereiniteit van Syrië en Irak omzeild, dus ontkend wordt. Het eerste wat Fr. Hollande ook zei na de aanslagen in Parijs was: B. al Assad is de schuld van deze aanslagen! De grootmachten zullen nu Noord Syrië van de terroristen bevrijden. Denk niet dat het hun bedoeling is Noord Syrië terug aan Syrië te geven, integendeel. Rabin Wright publiceerde in 2013 al een kaart van het herschikte Midden Oosten. Hierin is een Soennistan voorzien, te paard op Syrië en Irak zodat deze landen al in stukken gebroken worden. Dit is het werk van het islamitisch kalifaat vanaf juni 2014. Verder is er echter een groot onafhankelijk Koerdistan voorzien, geleid door Massoud Barzani, agent van de Mossad, door Engeland en de VS reeds geïnstalleerd. Voor Israël en Frankrijk moet dit gerealiseerd worden in 2016, hoewel het geen enkele wettelijke grond heeft. Het is pure colonisatie. Hiermee zou in werkelijkheid het “Grote Israël” verder worden voorbereid. Verder is er op deze kaart een onafhakelijk gebied voorzien voor allawieten en druzen ten westen van Syrië. Voor christenen is er geen eigen ruimte voorzien omdat zij te zeer bewerkers zijn van vrede, strabiliteit en soevereiniteit. Bovendien zijn zij bij uitstek de getuigen van het onrecht van het westen. Zij moeten dus verdwijnen of uitgemoord worden (Th. Meyssan, La France et Israël lancent une nouvelle guerre en Irak et en Syrie, réseau voltaire, 32 november 2015). Bidden en hopen dat Rusland ook deze derde oorlog samen met het Syrische volk kan verijdelen

Obama en Hollande hebben dus besloten een grote coalitie op te zetten tegen Daesch. En nu gaan ze Rusland uitnodigen om mee te doen. Hierbij hebben ze natuurlijk wel voorwaarden voor Rusland. Alleen Daesh mag bestreden worden en niet de “gematigde” rebellen. En verder moet de huidige president weg. Heel onze Atlantische pers trapt er in. Toppunt van huichelarij! Dit is zo potsierlijk dat het misschien toch een ommekeer kan bewerken zodat men moreel verplicht wordt met Syrië en Rusland samen te werken. Dat hopen we.

 

IJveraars voor vrede en verzoening

Woensdagavond kwamen moeder Agnes-Mariam en zr. Carmel toe met een groep vredesactivisten en ijveraars voor verzoening, onder leiding van de Ierse Nobelprijswinnares Mairead Maguire. Andere leden waren Maria, een Russische, een Sharmine, een Iraanse, Justina, een Poolse, de Anglicaanse priester father Andrew van Winchester,  de Engelse father Timothy Radcliffe, de voormalige  generale  overste van de dominicanen, een Libanees afkomstig uit Ma’aloula (Syrië), Marco, een Belgische (de enige)  politicus… allen samen vijftien mensen. Later kwamen nog twee Indiërs, een hindoe en een moslim. De groep had zich een week eerder aangemeld maar dan werd hun visum ingetrokken en op het laatste nippertje weer  gegeven. De voorbije dagen was er hard gewerkt om binnen de beperkte ruimtes waarover we in deze oorlogstijd kunnen beschikken, voldoende kamers te voorzien. Deze morgen hadden we nog in allerijl  een kamer ontruimd, geschilderd,  geschuurd en als slaapkamer ingericht. Tijdens het avondgebed kwam de groep in de kerk toe. Daarna kregen ze een summiere rondleiding en een goed avondmaal in het atrium. Het licht viel meerdere keren uit zodat er kaarsen werden voorzien. Het was erg boeiend om kennis  te maken. Father Timothy was voor het eerst in Syrië en voelde zich thuiskomen, zo zei hij, omdat hier de wieg van het christelijk geloof staat. Hij kende ook een van onze Antwerpse, diocesane priesters die naar de dominicanen was overgegaan. Mairead Maguire zou graag zien dat het hoogste kerkelijk gezag  Jesus’ boodschap van “no violence, no war”” in een duidelijke verklaring zou geven. De man uit Ma’aloula vertelde hoe de terroristen, toen ze het dorp innamen, alle christelijke verwijzingen uit de 1e en 2e eeuw hebben vernietigd. Sommige kostbare kunstschatten uit latere eeuwen werden ongemoeid gelaten, maar de minste verwijzing naar het allereerste christendom werd uitgewist. ( … ) De jonge Russische vrouw leeft in Optina, in de schaduw van een orthodox klooster met 200 monniken, waarmee ze verbonden is en waar ze ook haar geestelijke leidsman heeft.  Vooraleer we naar onze slaapstede trokken, bad zij nog een lang avondgebed  voor in het Russisch, bij de ikoon van onze patroonheilige St. Jaak, waaraan we met enkelen deelnamen.

Donderdag en vrijdag zijn we met de groep meegereisd. Vrijdag was een heel bijzondere dag. ’s Morgens arriveerde de patriarch waarmee we naar Homs en verschillende plaatsen in Tartous reisden en meerdere  boeiende ontmoetingen hadden. Deze internationale groep zal met een sterke boodschap van hier vertrekken. Daarover  hopen we volgende keer te schrijven.   We kwamen vrijdagavond laat en moe thuis, zodat ik mijn wekelijks bericht ook niet eerder kon versturen.

(N.B. Ter informatie. Onze Portugese medezuster Myri schreef op maryakub.net, Franse website veertien dagen geleden een goed  artikel over de situatie van de christenen in onze streek en de wijze waarop we kunnen helpen: La situation précaire dans notre région).

Pater Daniël


Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne

 

 

Mgr. Wim Eijk: Religieus kapitaal – het vermogen om Kerk te zijn

Comments 3 Standaard

Facebook: “Een voorbeeld van open ogen voor de nuchtere werkelijkheid, maar vanuit een regelmatig sluiten van de ogen om tot gebed te komen en tot overgave aan die “onzichtbare hand”. Met dank aan mgr. Eijk!”


Kardinaal Eijk was op 26 november de slotspreker tijdens het congres voor religieuze instellingen dat de ABN AMRO bank MeesPierson organiseerde. Thema van deze Religieuze Jaardag was het ‘Beheer van Religieus Vermogen’. In zijn lezing, getiteld ‘Religieus kapitaal: het vermogen om Kerk te zijn’, stond kardinaal Eijk niet alleen stil bij de financiële positie van de Kerk. Hij sprak vooral over wat het betekent om Kerk te zijn in de huidige tijd, waarin geloof onder invloed van de secularisering onder druk staat.

De Utrechtse aartsbisschop benadrukte dat geld voor de Kerk altijd een middel is, “een mogelijkheidsvoorwaarde die ons in staat stelt onze missie uit te voeren.” Over de kerkelijke kansen in de toekomst was kardinaal Eijk optimistisch, mede vanwege de ‘religieuze fantoompijn’ die hij in de moderne samenleving constateert: “Mensen voelen gelovige activiteit in hun ziel, maar omdat ze zijn losgesneden van hun christelijke wortels voelt dit als onrust of pijn,” zo lichtte hij toe. Dat is een blijvend aanknopingspunt in het contact tussen de Kerk en de seculiere samenleving. Het is aan de Kerk om in dat voortdurende contact met de samenleving haar authentieke geluid te laten horen: “De Kerk die in de samenleving het andere verhaal vertelt, die het tegendraadse doet, die heeft duurzame aantrekkingskracht. Zo’n Kerk kan mensen raken. Die intrigeert, inspireert én innoveert – want zet de mens op de weg naar een betere versie van zichzelf,” aldus kardinaal Eijk.


kardinaal_eijk

Religieuze Jaardag ABN-AMRO, Amsterdam, 26 november 2015.

Geachte aanwezigen,

Hartelijk dank aan de ABN-AMRO bank voor de uitnodiging om hier vandaag te spreken. De organisatie heeft mij de rol van slotspreker toebedeeld. Dat is een spannende positie: u hebt de hele middag in de aandachtige luisterstand doorgebracht en wellicht moeten vechten tegen ‘le démon du midi’. En dan kom ik nog als de laatste horde die u van uw welverdiende borrel scheidt. Toen ik dertig jaar geleden in de Roermondse kathedraal tot priester werd gewijd, had ik me niet kunnen voorstellen dat ik eens hier zou staan. Een van de effecten van de bisschopswijding, overigens niet vermeld in theologische handboeken, is dat je toetreedt tot een wereld waarin je met financiële problemen te maken krijgt. Dat overkwam mij in ieder geval. Omdat de media hiervoor meer belangstelling hadden dan voor mijn pastorale activiteiten, ontstond bij sommigen de gedachte: ‘voor pastoraat heeft hij nauwelijks oog, maar voor geld des te meer’. Ik hoop dit beeld in mijn lezing te nuanceren.

Ik wil vandaag spreken over een breder perspectief dan alleen het geldelijk vermogen van de Kerk. Want geld is voor de Kerk slechts een middel, een mogelijkheidsvoorwaarde die ons in staat stelt onze missie uit te voeren. Dat is ook de boodschap die paus Franciscus uitdraagt. We leven in een tijd waarin het religieus kapitaal van de Kerk onder druk staat. Niet alleen ons financiële vermogen – de kerkelijke inkomsten dalen reeds enkele jaren – maar ook ons religieus kapitaal in overdrachtelijke zin. Dat bestaat enerzijds uit de geloofsschatten die de Kerk beheert en anderzijds uit onze maatschappelijke betekenis. Deze betreft de sociale leer van de Kerk die via met name christelijke partijen een bron van inspiratie is voor de politiek, en via christelijke ondernemers voor het bedrijfsleven. Tevens manifesteert onze maatschappelijke betekenis zich in de inzet van kerkelijke vrijwilligers. Ik wil vanmiddag spreken over dat brede religieus kapitaal en over ons vermogen om Kerk te zijn in een samenleving die daar in toenemende mate onbegrijpend en zelfs afwijzend tegenover staat.

Eerst wil ik stil staan bij het ‘religieus onvermogen’ dat zo typerend is voor de huidige samenleving. Dat religieuze onvermogen heeft zich in een razend tempo door onze maatschappij verspreid en is ook bekend onder de term ‘secularisatie’. De Nederlandse Hervormde Kerk liep leeg in de eerste helft van de vorige eeuw. De afgelopen halve eeuw liet een scherpe daling zien in het ledenaantal van de RoomsKatholieke Kerk in Nederland. De orthodox-protestantse groeperingen zijn robuuster, maar ook bij hen doet de secularisering zich inmiddels gelden. In relatief korte tijd is een christelijke natie veranderd in een land waar christenen een minderheid vormen, waarbij de meeste leden bovendien op leeftijd zijn. Daarmee is de kennis van en de belangstelling voor die christelijke religie grotendeels verdampt. En die verdamping zet door. Vorige maand werd bekend dat een kwart van de ouders die het Nationale School Onderzoek invulden, vindt dat Godsdienst mag verdwijnen als vak op de basis- en middelbare school. Voor één op de vier ouders is religie het niet waard om onderwijs over te krijgen. Dergelijke uitkomsten tonen aan dat in Nederland de sociale relevantie van religie toenemend onder druk staat.

Wat betekent deze constatering voor de Rooms-Katholieke Kerk? Je kunt zeggen: nou ja, driekwart vindt blijkbaar dat godsdienst wel een schoolvak moet blijven. Maar als je tegenwoordig wil weten hoe het echt zit, dan moet je op twitter kijken. En dan blijkt: de R.-K. Kerk is anno 2015 géén trending topic in het leven van de meeste Nederlanders. In Facebook termen: de Kerk scoort onvoldoende likes. Nog ééntje dan: zondags kerkbezoek valt niet onder de FoMo waar menigeen onder gebukt gaat. Voor wie deze laatste uitdrukking niet kent: FoMo of voluit Fear of Missing out is een door sociale media veroorzaakt onrustgevoel dat je een feestje of belangrijke happening misloopt. En vanwege die voortdurende angst iets leuks te missen, zoek je voortdurend digitaal contact.

Begrijp me niet verkeerd: dit is geen pleidooi tégen sociale media. Er vinden zinvolle uitwisselingen plaats via sociale media en ook de Kerk en het geloof zijn er aanwezig. Het moderne pastoraat speelt zich zelfs deels af langs digitale lijnen. Een eerste contact via twitter tussen een priester en een gelovige mondt geregeld uit in een echt gesprek. Die digitale presentie van de Kerk is belangrijk. Je moet als Kerk immers het gesprek aangaan op de plaatsen waar de mensen zijn. Ook de apostel Paulus predikte op de rotsheuvel Areopagus (Handelingen 17,34). Dáár gebeurde het in die tijd. Paulus liet daar de Atheense filosofen dus kennismaken met Christus.

Maar sociale media zijn méér dan een verzameling digitale communicatiemiddelen. Ze veranderen de gebruikers, en ingrijpender dan de vroegere massamedia dat deden. De mens wordt door het gebruik van sociale media veelal een marketeer van zijn leven, een publiek gedeeld leven dat vaak in een reclamecampagne is veranderd. Personal branding – jezelf als merk neerzetten – heeft tegenwoordig betrekking op de gehele persoon. Waarbij voortdurend via selfies en andere foto’s op Instagram verslag wordt gedaan van een bruisend bestaan met alle successen. Die jacht op digitale erkenning past in een algemene tendens: een verlangen naar roem. Kinderen beantwoorden de vraag wat ze later willen worden vaak niet meer met een beroep, maar met simpelweg met ‘beroemd’. Hoe en waarmee is bijzaak.

De sociale media hebben een proces versterkt dat al tientallen jaren gaande was, namelijk dat van de individualisering. Het is een sociologisch gegeven dat Nederlanders in de afgelopen decennia extreem geïndividualiseerd zijn geraakt. Sociale verbanden zijn losser geworden of verdwenen; verenigingen, partijen en organisaties zijn grotendeels leeggelopen. Een alternatief wordt gezocht in de sociale media. De ‘nieuwe mens’ kan digitaal geen moment alleen zijn: voortdurend wordt naar het telefoonscherm gestaard vanuit de vrees dat het leven elders is. Op het scherm van je iPhone lijkt het gras bij de buren altijd groener – en dat ligt niet aan je scherminstellingen.

Een sociaal leven speelt zich echter niet online af, maar in het persoonlijke contact. Het rooms-katholieke geloof is per definitie een gezamenlijke onderneming van mensen die zich op gezette tijden verzamelen in het Huis van de Heer. Welk vermogen heeft de Kerk om in deze hyper-individualistische context het Evangelie te verkondigen? Het is voor een bisschop moeilijk om niet vol ongeloof naar de kerkelijke statistieken te kijken. Die zijn namelijk meedogenloos. Begin dit jaar meldde het dagblad Trouw dat Nederland voor het eerst meer atheïsten telt dan gelovigen. Ruim 25 procent noemt zich atheïst, slechts 17 procent van de Nederlanders zegt in een persoonlijke God te geloven. Die gelovigen gaan bovendien steeds minder naar de kerk. In oktober maakte het kerkelijke onderzoeksinstituut KASKI bekend dat in 2030 nog slechts 60.000 katholieken op een gemiddelde zondag naar de kerk gaan. In 2013 waren dat er 214.000.

Bij zulke ongunstige statistieken kunnen we ons altijd nog wenden tot de katholieke schrijver Godfried Bomans, aan wie de volgende uitspraak wordt toegeschreven: “Een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier die gemiddeld één meter diep was. Hij verdronk.” Dit is een vrolijke relativering van het belang dat aan statistieken moet worden gehecht. Er is méér tussen hemel en aarde dan statistiek. Als we ons blind staren op cijfers, hebben we letterlijk geen oog meer voor andere aspecten van de werkelijkheid. Zoals het gegeven dat geloof bergen kan verzetten.

Anderzijds kunnen we bij het maken van beleid niet om cijfermatige prognoses heen: een katholiek leeft van de hoop, maar een bisschop kan er zijn financiële tekorten niet op afboeken. Dat ondervond ik – zoals gezegd – toen ik in 2008 aantrad als aartsbisschop van Utrecht. Het was me snel duidelijk dat het bisdom op de rand van een technisch faillissement verkeerde. Ik moest dus op korte termijn saneren. Een woord met een negatieve bijklank, maar dat feitelijk ‘gezond maken’ betekent. Een moeilijke taak, maar wel één waar ik als arts affiniteit mee heb – u weet wellicht dat ik vóór mijn priesterstudie medicijnen heb gestudeerd. Pas bij de start van mijn specialisatie tot internist gooide ik het roer om en ben ik naar het seminarie gegaan.

Bij het saneren van het aartsbisdom, de diocesane curie (zeg maar het bisdomkantoor) en de dekenale centra moest tweederde van het personeel afvloeien en is de organisatie sterk ingekrompen. Dit waren pijnlijke maar noodzakelijke maatregelen om het Aartsbisdom Utrecht financieel gezond te maken. Maar het ging mij om méér dan alleen de financiële gezondheid. We moesten met de afgeslankte organisatie klaar zijn voor de uitdagingen die op ons af komen.

Sommige van die uitdagingen zijn zelfs al gearriveerd. Van het eertijds Rijke Roomse Leven staat in Nederland alleen nog de façade overeind in de vorm van vele honderden kerkgebouwen. Op sommige plaatsen is de kerk slechts een stenen decorstuk, waarachter zich nauwelijks een geloofsleven afspeelt. Het ontbreekt de Kerk aan het vermogen – financieel en anderszins – om al die gebouwen te onderhouden. Dat behoort niet tot onze taken: de Kerk is géén monumentenwacht. Als alle aandacht, geld en energie gaat zitten in het onderhoud van het gebouw voor een krimpende groep mensen, is dat niet toekomstgericht. Er gaat ook geen wervingskracht van uit. Beter is het om menskracht en middelen te bundelen. Niet om het langer vol te houden, maar om te komen tot innovatief pastoraat; pastoraat dat inzet op het benaderen van nieuwe mensen met de Blijde Boodschap van het Evangelie, door andere vormen van liturgisch vieren, een laagdrempelig catechetisch aanbod, diaconale initiatieven, vernieuwende opbouwmethoden en sociale media. Zo kunnen we de samenleving laten zien wát de Kerk doet en dát de Kerk ertoe doet.

Eind vorig jaar sprak ik dan ook de prognose uit dat over vijftien jaar in het Aartsbisdom Utrecht niet meer dan 20 van de huidige 49 parochies over blijven, met ieder slechts één of enkele kerkgebouwen. Toen ik deze Jobstijding naar buiten bracht, is me dat niet in dank afgenomen. En dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Ik ben nog net niet gelyncht.

Ik heb daar natuurlijk begrip voor: de boodschapper van het slechte nieuws is van oudsher de pineut. Bovendien zijn boosheid en ontkenning de eerste fases van het rouwproces – en dat is het sluiten van hun kerkgebouw voor veel mensen. Daar zijn ze getrouwd, hebben ze hun kinderen laten dopen en vanuit die kerk hebben ze hun ouders begraven. Met name in dorpen klampen mensen zich aan het kerkgebouw vast. Daar speelt bovendien ook de algemene dorpsproblematiek een rol. Het platteland ontvolkt, jongeren trekken weg en daarmee verdwijnen voorzieningen. Veel winkels, scholen en ook bankfilialen gingen kerkgebouwen al voor in hun noodgedwongen exodus uit het platteland. Het kerkgebouw is in sommige dorpsgemeenschappen het enige samenbindende element dat resteert. Het doet dan extra pijn als die kerk moet sluiten. Maar ik heb het eerder gezegd: in het krimpproces dat de Kerk doormaakt, moeten we ons niet aan gebouwen vastklampen, daarin ligt niet onze redding. Zo’n stenen reddingsboei trekt ons juist de diepte in. Ons geloof is niet gekoppeld aan een gebouw, maar aan God. Dat heeft de geschiedenis keer op keer uitgewezen, als rooms-katholieken vanwege vervolging hun kerken moesten verlaten. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de Reformatie in Nederland. Voor hun liturgische vieringen konden Nederlandse katholieken alleen terecht in zogeheten schuilkerken. Toen die ban werd opgeheven, bleek dat vele katholieken ook zonder gebouw hun geloof hadden behouden.

Het lijkt wellicht tegenstrijdig, maar het sluiten van (overbodige) kerken is bouwen aan de Kerk van de toekomst. In Apeldoorn, waar 6 van de 7 kerken zijn gesloten, is het overgebleven kerkgebouw op zondag goed bezet. Zo zijn 7 tanende geloofsgemeenschappen met weinig kerkbezoek en amper activiteiten, omgevormd tot één levendige geloofsgemeenschap met hoog kerkbezoek en nieuwe initiatieven.

Wat ik nu ga zeggen komt misschien als een verrassing, maar voor u staat ondanks alles een optimistisch mens. Deels heeft dat te maken met mijn core business: ik verkondig een Blijde Boodschap. Een boodschap vol geloof, hoop en liefde en de belofte van een eeuwig leven. Ik lijd niet aan fear of missing out, omdat ik mij gedragen weet door Gods liefde die over de grenzen van de dood heen reikt. Bovendien is de Kerk in de geschiedenis wel vaker afgeschreven. Zo dachten velen dat het met haar was afgelopen, toen in het Napoleontische tijdperk in 1798 te Rome de Romeinse Republiek werd uitgeroepen en Paus Pius VI werd weggevoerd naar Valence in Frankrijk en kort daarop overleed.

Voor een juist begrip van de situatie en het inschatten van de kerkelijke kansen is een goede diagnose van de hedendaagse mens belangrijk. Het is bekend dat inwoners van de moderne Westerse samenleving kampen met ‘welvaartsziekten’ zoals obesitas, hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Ik wil aandacht vragen voor een andere welvaartsziekte die de afgelopen decennia om zich heen heeft gegrepen. Ik noem deze aandoening ‘religieuze fantoompijn’.

Bij de klassieke fantoompijn is het hersengebied dat oorspronkelijk correspondeerde met het geamputeerde lichaamsdeel nog actief en wordt nu en dan geactiveerd. De hersenen interpreteren deze activiteit alsof het geamputeerde lichaamsdeel er nog is en pijn doet. Bij religieuze fantoompijn speelt iets vergelijkbaars. Mensen voelen geregeld gelovige activiteit in hun ziel, maar omdat ze zijn losgesneden van hun christelijke wortels voelt dit als onrust of pijn. Met name bij scharniermomenten of tegenslag biedt een leven dat wordt geleefd vanuit louter de zintuiglijke werkelijkheid, onvoldoende houvast. Zelfs als het leven op rolletjes loopt, knaagt er vaak iets. Dat wist de kerkvader Augustinus al haarfijn, getuige de ‘fantoompijn’ die hij geregeld voelde en die hem de volgende uitroep richting God ontlokte: “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.”

De fantoompijn van de moderne Westerse mens is overigens een erfelijke aandoening: meestal is hun wond een generatie eerder toegebracht, door ouders die de Kerk verlieten en hun kinderen geen religieuze opvoeding hebben meegegeven. Veel mensen met religieuze fantoompijn doen dan ook aan zelfmedicatie. Het gemis drukken ze uit als dat ‘er meer is tussen hemel en aarde’, waarna ze als pleister op hun gewonde ziel uit diverse stromingen een persoonlijk geloofspakket samenstellen. In onze hyper-individualistische samenleving heeft het individu niet alleen het recht, maar zelfs de plicht zijn eigen levensbeschouwing of religie samen te stellen en zich daarin van anderen te onderscheiden. Maar dat kan nooit gelden voor religie. Religie is – ik memoreerde het reeds – per definitie een gezamenlijke activiteit met een samenbindende kracht. De individualistische pleister waarnaar de moderne mens grijpt, heelt niet werkelijk.

Het feit dat religieuze fantoompijn epidemische vormen heeft aangenomen, bewijst dat óók de 21ste eeuwse mens ongeneeslijk religieus is. Zo kunnen mensen buiten de kaders van een georganiseerd geloof moeilijk zonder rituelen. Dat blijkt uit de vele ‘ritueel begeleiders’ die hun diensten aanbieden. Maar dergelijke nieuwerwetse rituelen zijn doorgaans gericht op het ‘hier en nu’. Ze zijn een zwakke afspiegeling van het echte ritueel. Zo is het rooms-katholieke Allerzielen op 2 november méér dan een kaarsje branden ter herinnering aan overledenen. Het is óók het blijvende gebed voor de mensen die ons voorgingen in de dood en met wie we door dat gebed over de grens van leven en dood verbonden blijven. Op dit moment bieden quasikerkelijke rituelen een alternatief voor het georganiseerd geloof. Het is mijn hoop dat ze op den duur gaan functioneren als richtingwijzers naar dat geloof. Waarom genoegen nemen met namaak als het origineel beschikbaar is?

Het rooms-katholieke geloof richt zich op de hele mens, in alle stadia van het leven. Bij de pieken in iemands leven, maar ook bij de dalen. Er is plaats voor de menselijke zwakheden. Ieder van ons laat tijdens zijn of haar leven immers een spoor van moreel zwerfafval achter zich. Van verbroken beloftes, leugens en andere misstappen. Het rooms-katholieke geloof biedt mensen de mogelijkheid daarmee in het reine te komen. Niet door uiterlijk de schijn op te houden, maar door innerlijke groei. Dat is mogelijk, omdat God onvoorwaardelijk van ons houdt. Een gegeven dat mijlenver afstaat van de huidige druk die mensen voelen om zich zo succesvol mogelijk te presenteren.

Ik ben ervan overtuigd dat de Rooms-Katholieke Kerk haar authentieke geluid niet moet afstemmen op wat bon ton is in de samenleving. Velen zouden het toejuichen wanneer de Kerk meer als de samenleving zou klinken. Dat is echter een heilloze weg. Het is immers aan de Kerk om een profetisch stemgeluid te laten horen. Door samen te vallen met haar omgeving zou de Kerk zichzelf tegenspreken. Want gelovigen hebben de taak om ‘het zout der aarde’ te zijn, zoals Jezus in het Evangelie van Matteüs zegt. En dat moeten ze ook zijn in een tijdperk waarin de samenleving een zoutloos dieet nastreeft. Juist dan, zou ik zeggen.

Het is één van de taken van de Kerk om individuen en de samenleving een spiegel voor te houden. Niet zodat die een bewonderende blik op zichzelf kunnen werpen. Nee, de Kerk functioneert als een kritisch tegenover. Bovendien trekken juist tegenpolen elkaar aan. De Kerk die in de samenleving het andere verhaal vertelt, die het tegendraadse doet, die heeft duurzame aantrekkingskracht. Zo’n Kerk kan mensen raken. Die intrigeert, inspireert én innoveert – want zet de mens op de weg naar een betere versie van zichzelf.

Op 8 december start het door paus Franciscus uitgeroepen Heilig Jaar van de Barmhartigheid. In Rome en in elk bisdom wereldwijd gaan een jaar lang zogeheten ‘heilige deuren’ open. Deze deuren van barmhartigheid geven mensen de gelegenheid om thuis te komen bij God. Maar ook als dat jaar voorbij is, blijven de deuren van de kerk open staan. Ik pleit dus niet voor een ‘heilige restkerk’, zoals mijn visie weleens wordt geïnterpreteerd. Ik bepleit geen ‘vluchtheuvelkerk’ waar alleen de ware gelovigen een veilig heenkomen vinden. De boodschap van de Kerk is juist gericht tot allen en tot de gehele samenleving. Een samenleving waarmee we contact blijven zoeken. Maar de Kerk moet wel zichzelf blijven. Kerken die zich grotendeels aan de moderniteit hebben aangepast, zoals de Anglicaanse kerk in Engeland, zijn sneller leeggelopen dan de R.-K. Kerk of orthodoxe protestantse stromingen. Die waarschuwing moeten we niet in de wind slaan. Geen ‘heilige rest’ dus, wel gaan we richting een keuzekerk. Vroeger was het geloof een soort familiebedrijf dat van generatie op generatie werd doorgegeven. Nu kiezen mensen bewust voor het geloof. Dat moet dan wel authentiek zijn.

En dat authentieke geloof heeft grote maatschappelijke betekenis. Enkele jaren geleden lieten de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland becijferen welke waarde hun sociale activiteiten hebben. Beide kerken bereiken daarmee jaarlijks 1,4 miljoen mensen, onder wie veel niet-kerkleden. Bij de helft van hen gaat het om pastorale zorg en diaconale hulpverlening, zoals bezoek aan zieken en ouderen, rouwverwerking, een inloophuis, jongerenwerk of een voedsel- of kledingbank. Opgeteld is de sociale bijdrage aan de maatschappij van de ongeveer 100.000 vrijwilligers in parochies en gemeenten 325 miljoen euro!

Dat is een aanzienlijk bedrag. Die inzet voor de medemens komt voort uit ons geloof. Een geloof dat door vele moderne Nederlanders is afgeschreven als ‘niet meer van deze tijd’. Terwijl deze kerkelijke vrijwilligers zich met hart en ziel inzetten voor de goede zaak. Vooral die inzet vanuit hun ziel motiveert hen en geeft kracht om vol te houden. Het is de persoon van Christus die hen daarbij inspireert. Ik maak daarvoor een diepe buiging en dat zouden meer mensen moeten doen.

Tot slot. Veel hedendaagse kritiek op religie is ingegeven door het idee dat het achterhaald is om te geloven. Achterlijk zelfs. Maar hoe onredelijk is het om te geloven? Laat ik een vergelijking maken met een fenomeen dat in deze kringen bekend mag zijn: de ‘onzichtbare hand’. Daarmee omschreef Adam Smith het zelfregulerend effect van een markt, als ik het kort samenvat. Iedereen streeft in die markt zijn eigen belang na, hetgeen collectief tot welvaart zou moeten leiden. Die veronderstelde wetmatigheid noemde Smith de ‘onzichtbare hand’. Iedereen begreep en begrijpt waarover hij sprak.

De Kerk veronderstelt ook een ‘onzichtbare hand’. Die behoort toe aan God, en wij geloven dat ieders naam in Zijn handpalm is geschreven. We ervaren dat die hand ons steunt als we het moeilijk hebben, we voelen hem op onze schouder in eenzame tijden. En we geven hem soms een high five. Uit vreugde of dankbaarheid. Ook dat zouden meer mensen moeten doen.

Ik dank u voor uw aandacht.

>>> http://aartsbisdom.nl

Pater Daniël in Syrië: De massa mobiliseren voor een totale oorlog – De islamizatie van Europa op kruissnelheid

Comment 1 Standaard

 

Goede vrienden,

Aanslagen in Parijs. Hoe precies? En wie zit er allemaal achter? Geeft niet. Frankrijk is in oorlog. Noodtoestand. Iedereen solidair. Weer een stap dichter bij het eigenlijke doel: de massa mobiliseren voor een totale oorlog. Het doden van honderdduizenden onschuldige Syriërs, waar de Franse politiek meer dan vier jaar lang volop aan meegewerkt heeft, hoeft geen aandacht te krijgen, want dat is al een volbrachte taak. Nu moet het viersporenbeleid tegen de terreur van het Franse regime geprezen worden. Als Don Quichotes komen ze bovendien nog in Syrië “helpen”. De nuchtere werkelijkheid is dat de Russen, Iran, Hezbollah samen met de Syrische regering de enigen zijn die het terrorisme daadwerkelijk bestrijden. Omdat de anderen niet willen dat de geldstroom naar Daech (de stoottroepen van het westen) afgesneden wordt, heeft Rusland eergisteren alvast 500 van hun citerne-vrachtwagens vernield. En Rusland zal zijn werk verder zetten, met de dankbare steun van het Syrische volk.

Allen die niet meewerken met Syrië en deze coalitie, blijven de terroristen steunen en zullen eens thuis de rekening gepresenteerd krijgen. De islamitische terreur is aan zijn triomftocht in Europa begonnen totdat er geen “euro” en geen “pa” meer van over schiet. Of het zover komt? Hopelijk niet. Europa moet dringend zijn wortels herontdekken en radicaal aan een authentiek christelijk leven beginnen.
We voegen hier onze tweede beschouwing aan toe over een originele denker die ons bijzonder dierbaar is, omdat hij ons iets kan leren zowel over het geweld als over het christendom.

Daniel

Vrijdag 20 november 2015

Rozen van vrouwen

De  fraters besteden ’s morgens na het gebed een tijd aan theologische opleiding maar de rest van de voormiddag en gans de namiddag wordt er gewerkt in de kaarsenfabriek. De machines zijn nu ongeveer in orde en samen met twee arbeiders kunnen er dagelijks toch al meerdere duizenden kaarsen gemaakt worden. Dit willen we  met nog andere  arbeiders  uitbreiden.  Een decennia oude, krakkemieke motor, die gerepareerd werd, zorgt voor elektriciteit als er overdag stroomonderbreking is. Het is heerlijk zo te kunnen samenwerken met arbeiders (een christen en een moslim) in een goede verstandhouding, zonder verpletterd te worden onder allerlei belemmerende  wettelijke verplichtingen en  vakbondseisen. Op vrijdag, een schoolvrije dag, brengen ze hun kinderen mee en die komen dan op de middag, samen met de fraters soms nog mee naar de eucharistie. De bedoeling is dat wij stilaan weer zelfbedruipend  zouden worden en tegelijk aan zo veel mogelijk mensen werk kunnen verschaffen. Geen gemakkelijke opgave. Het Syrische pond is sinds het begin van de oorlog 8 X minder waard!

Van een ietwat andere aard is de cursus sierkaarsen maken. Een 20-tal vrouwen nemen nu daaraan deel onder leiding van een zuster. Het zijn eenvoudige volksvrouwen, die we trachten uit hun eenzaamheid te halen. Ze leren o.m. hoe je sierkaarsen kunt maken, o.a. kaarsen die als een roos openbloeien. Prachtig. En zelf zijn ze  enthousiast omdat ze het klaar kunnen krijgen  met de meest eenvoudige middelen. Als we in het atelier eens  op bezoek gaan, is het een gekwetter van belang en ieder wil haar kunstwerkjes laten zien. Ondertussen vertelt elkeen haar grote en kleine  zorgen: een man die blind of ziek is, kinderen die gehandicapt zijn … Hoewel het allemaal moslimvrouwen zijn, staan ze erg open voor het christelijk geloof. En dan die  opmerkelijke uitspraak van een vrouw die bij het zien van het kruis in de werkplaats spontaan zei: “Dat kruis zal ons beschermen”.  Deze “rozen van vrouwen” kunnen meehelpen om de mentaliteit van het dorp Qâra, dat oorspronkelijk een smokkeldorp  was met veel illegale praktijken,   om te vormen tot een gezonde, samenleving, bewust of onbewust doordrongen van een christelijke geest.

Hartelijk dank

We hebben vorige week een oproep gedaan voor de resterende 5000 € die nog moesten betaald worden voor verzending van een container en voor de aanschaf en verzending van 4 minibusjes. We hebben ze ruimschoots gekregen, waarvoor hartelijk dank. Ondertussen is moeder Agnes-Mariam bezig, samen enkele internationale organisaties de derde “hospitainer” te bekomen. De eerste staat in Homs, de tweede in Daraa en deze derde is bedoeld voor Idlib (waar de Russen gisteren flink wat terroristen hebben opgeruimd). Het zijn schitterende mobiele hospitalen met alles er op en er aan. Natuurlijk zeer kostbaar maar wel noodzakelijk. Ondertussen kunnen we dus deze vier minibusjes, omgebouwd voor ziekenvervoer naar plaatsen brengen waar ze het meest nodig zijn. Uiteindelijk is dit allemaal mogelijk omdat er mensen zijn  met een hart en een meeleven. Rabindranath Tagore, de “Bengaalse nachtegaal”, vertelt van een bedelaar. Toen de koninklijke koets in zijn  straat kwam stapte de koning uit. In plaats van iets te geven stak hij zijn had uit. De bedelaar grabbelde verbouwereerd in zijn knapzak,  haalde er een korreltje rijst uit en gaf het aan de koning. En het verhaal eindigt aldus: hoe bitter weende ik toen ik ’s avonds mijn knapzak opende en zag dat er een korreltje goud in lag. Moge God het ook u overvloedig vergelden met gouden gaven.

De islamizatie van Europa op kruissnelheid

Van de paar miljoen vluchtelingen die de Europese landen binnen stromen is 80 % moslim en 30 % terrorist. De systematische islamizatie komt nu in een hogere versnelling.  Het is goed solidair te zijn met de slachtoffers van Parijs, maar vergeten we dan ook de anderen niet. Frankrijk steunt al van 2011 terroristische groepen in Syrië en helpt hen om aanslagen te plegen en de regering omver te werpen. Hun vlag, nl.  van de Franse kolonisatie (groen, wit, zwart en 3 rode sterren) heeft jaren in Syrië op vele plaatsen gewapperd om  het rijk van de chaos aan te kondigen. De grootste leveranciers van terroristen (Saoedi-Arabië, Qatar, Turkije) blijven nog steeds  de bevoorrechte vrienden van Frankrijk. (Volgens oud-politicus Philippe de Villiers, die nu een bestseller over de Franse politiek schreef, is Frankrijk in feite opgekocht door Saoedi-Arabië en Qatar!). En nu komt Frankrijk ineens de terroristen verslaan? Dat Hollande en al die andere Don Quichotes eens luisteren naar de Syrische president die Frankrijk oproept een wat meer realistische politiek te voeren. Wie in Syrië niet samenwerkt met de Syrische regering, Rusland en Iran, blijft terroristen steunen en krijgt vroeg of laat het deksel op de neus. Een Vlaams spreekwoord zegt: wie een put graaft voor een ander valt er zelf in. In zijn recente toespraak tot de UNO vroeg president Poetin  aan de westerse landen: “Weten jullie wel wat jullie gedaan hebben?” Neen, dat willen ze niet weten. De terroristen hier worden vanuit 40 landen gesteund, waaronder landen van de G 20! En denk je echt dat die bebaarde mannen (en tot de tanden gewapende vrouwen) braaf aan de leiband blijven lopen van hun broodheren?

Is de droom van het “Grote Israël” eindelijk voorbij?

Een van de voornaamste oorzaken  van de oorlogen in het Midden Oosten, al meer dan een  halve eeuw, is  de zionistische droom van het “Grote Israël” van de Nijl tot de Eufraat. In feite omvat dit plan Israël en Palestina, Libanon, het grootste deel van Syrië,  Irak, Saoedi-Arabië en west Egypte. Dit was het doel van de zionisten vanaf het begin. Ondertussen moest Israël een zuiver  joodse staat trachten te worden, waarin geen vreemdeling welkom is. Zo werd het Palestijnse grondgebied  steeds meer ingepalmd met een muur die meer dan tweemaal zolang  is als de eigenlijke  grens. Palestijnen werden verjaagd, uitgemoord en voor de overblijvenden werd een menswaardig leven onmogelijk gemaakt. Wanneer VN resoluties bepaalden dat de Palestijnen recht hadden om terug te keren naar hun  have en goed en daarvoor ook een vergoeding moeten krijgen, zorgden de zionisten er voor  dat  alle Arabische elementen van die plaats verwoest waren en omgevormd tot een  joods dorp. En toch bleven de Palestijnen weerstand bieden en hun rechten opeisen. Vanaf het begin zorgde David Ben Gourion, de eerste Israëlische eerste minister in 1948 voor een stevige rechtvaardiging, zodat het plan onopvallend en geleidelijk zou gerealiseerd kunnen worden. Naar buiten uit, moest in de algemene opinie de overtuiging gebeiteld  worden alsof heel de wereld er op uit is het totaal weerloze joodse volk te vernietigen. In het land zelf moest Israël ondertussen ongemerkt een militaire supermacht uitbouwen die . alle  anderen kon verslaan. En zo is het nog steeds. Hiermee hebben alle zionistische regeringen in feite de onschatbare waarde van het joodse geloof vernietigd en de kostbare bijbelse erfenis van Israël verloochend. Ze hebben hun eigen, werelds militair messianisme uitgebouwd met   oorlogen en onderdrukking. Het teken van hun ontrouw en afgodendienst is de majestueuze vrijmetselaarstempel in Jeruzalem tegenover de   het Hoger Gerechtshof. Nagenoeg alle rabbi’s  voor  WO II hebben tegen de zionistische ontsporing  heftig geprotesteerd, zoals nu nog rabbi’s en joodse gelovigen  blijven doen (www.nkusa.org: Jews united against zionisme). Ook de Grieks orthodoxe aartsbisschop van Jeruzalem, Mgr. Atallah Hanna, is hierover duidelijk:  “Ik zeg en blijf herhalen dat het zionisme en Daech twee kanten zijn van dezelfde munt. En met Daech bedoel ik alle terroristische, barbaarse en bloeddorstige groepen waarvan we overtuigd zijn dat ze een Amerikaans-Israëlische creatie zijn met het doel het Arabische vaderland te vernietigen om Israël te dienen. Zij willen alles vernietigen wat beschaving, menselijk of schoon is. Wie profiteert van deze slachtingen en volksverplaatsingen?”  (La jeunesse palestinienne dit NON à l’occupation et au racisme, mondialisation.ca, 18 oktober 2015). Hij klaagt  de mediamanipulatie aan van de zionistische lobbies, die de gerechtvaardigde zelfverdediging van het Palestijnse volk telkens weer in een negatief daglicht plaatsen en hij besluit: “Wij zijn allen slachtoffer van het terrorisme van het zionistische regime”.

 Op de conferentie “Vrede voor Israël” te Tel-Aviv heeft de Israëlische president Reuven Rivlin  eindelijk de stok in het hoenderhok gegooid. Hij die eens de woordvoerder van de extreme zionisten was, verklaarde nu: “Vergeet de droom van het Grote Israël en weet dat de Palestijnen voor altijd de bewoners van dit land zullen zijn en altijd onze geburen zullen blijven. Het is dus nodig dat we vrede met hen sluiten”. Hij verwijt alle regeringen dat ze zich vanaf het begin vergist hebben. De linksen wilden een radicale scheiding met de Palestijnen, de rechtsen wilden het land alleen voor zich. We hebben niet alleen ons doel niet bereikt, zegt hij, maar de weerstand in het land en internationaal is alleen maar sterker geworden. Zijn besluit: we moeten de apartheid afschaffen en het Palestijnse volk in zijn rechten herstellen. Uiteraard werd hij al meteen met de dood bedreigd door extremistische zionisten. Hij is echter niet bekommerd om zichzelf, zegt hij,  maar om Israël.  Als de zionisten hun droom zouden opgeven en vrede sluiten met de Palestijnen, zou dit de grootste bijdrage zijn aan hun eigen volk en aan de vrede in het Midden-Oosten. En als Israël zijn  terrorisme afzweert, zal niemand Israël kwaad doen. Ondertussen heeft de 17e algemene vergadering van de UNO vorige dinsdag een ontwerptekst opgesteld waarin gevraagd wordt dat Israël zijn onwettige bezetting van de Syrische Golan onmiddellijk opgeeft. Deze ontwerptekst werd met een overweldigende meerderheid aanvaard. Er was één tegenstem: Israël.  De Iraanse generaal Hossein Salami vertelde woensdag dat de vier oorlogen die de VS en hun vazallen in de regio hebben ontketend, niet kunnen beletten dat de zionistische droom van de herschikking van het Midden Oosten mislukt, terwijl ze in eigen huis een grotere onveiligheid hebben gecreëerd dan ooit voorheen. “Jezus liet zijn blik over de stad Jeruzalem gaan en weende over haar” (Lucas 19, 41). Laten we bidden om vrede voor Jeruzalem, voor het Midden-Oosten en voor de hele wereld. Dat geen menselijk rijk maar dat Gods Rijk mag komen.

Van  het “verlangen” naar de “zondebok” (II)

Vorige week hebben wij de persoon van René Girard al voorgesteld. Deze zo pas overleden Frans-Amerikaanse cultuurfilosoof, is een erg originele denker. In Frankrijk  werd hij vanuit universitaire hoek ofwel genegeerd ofwel zwaar bekritiseerd, zowel om zijn opvattingen over de menselijke samenleving als over zijn puur wetenschappelijke verdediging van de christelijke openbaring. Wel werd hij opgenomen in de prestigieuze Académie Française. In het buitenland hebben echter niet minder dan zes universiteiten hem een  doctoraat honoris causa aangeboden, nl. Amsterdam, Innsbruck, Antwerpen, Padoea, Montréal en St Mary’s University and Seminary Baltimore. Hij werd ook erkend als Guggenheim Fellow en twee van zijn werken werden bekroond. Verwacht  niet dat ik hier in enkele regeltjes een volledig beeld van zijn werk kan geven. Toch doe ik mijn best om een kort en goed inzicht te bieden. Het werk van Girard kan mogelijk verbeterd en zeker aangevuld worden. Naar onze bescheiden mening echter bevat het  veel waardevols om onze samenleving én de omvormende waarde van het christelijk geloof beter te begrijpen.

Het nabootsend verlangen

Zijn vertrekpunt is het menselijk verlangen. Ons verlangen, aldus Girard, is niet  authentiek. Wij denken dat we naar iets verlangen maar dat is een illusie.  In feite nemen we gewoon het verlangen van een ander over. We verlangen wat een ander verlangt. Zet vijf kinderen in een lege ruimte en plaats vijf identiek dezelfde speelgoed autootjes in hun midden. Wat gebeurt er? Binnen de kortste tijd is er onenigheid, omdat kind A het derde autootje heeft genomen en kind B wilde nu juist dat autootje hebben. Kind B verlangt wat kind A verlangt. Doordat het derde autootje genomen werd, kreeg dit autootje meer waarde. Toch zijn alle autootjes gelijk.  En doordat een ander kind dit nu ook wil, krijgt het autootje eveneens meer waarde voor het eerste kind.  R. Girard spreekt van “nabootsend verlangen” en noemt het “mimesis” (Gr. nabootsing). Aristoteles had al opgemerkt dat de mens het meest tot navolgen geneigd is.

Copernicus heeft de mensheid een kosmologische ontnuchtering bezorgd. Terwijl iedereen dacht dat onze aarde het centrum van het heelal was, maakte hij duidelijk dat we slechts zo iets zijn als een tweederangs planeet in een zesderangs melkweg. Hierbij mogen we echter niet vergeten dat onze aarde toch wel het geestelijk centrum van het heelal blijft, daar waar Jezus Christus verlossing gebracht heeft. Ch. Darwin zorgde voor een biologische ontnuchtering door aan te tonen  dat wij biologisch verrassend vele gelijkenissen hebben met de dieren. En hierbij mogen we niet vergeten dat wij  door ons bewustzijn absoluut uniek zijn en oneindig in waardigheid boven de dieren verheven, al wordt dit door velen genegeerd. S. Freud bezorgde de mensheid een psychologische ontnuchtering door aan te tonen dat achter onze woorden en daden soms veel meer schuil gaat dan we graag aannemen. Deze laatste twee kregen in de openbare opinie veel meer aandacht dan ze verdienden. De diepste hunkering in  ieder mens,  naar het absolute geluk en naar God, wiens beeld hij in zich draagt, heeft Freud met zijn verwrongen godsbeeld nooit ontdekt en zijn volgelingen evenmin. Hij bleef halverwege hangen bij de seksuele frustraties. R. Girard zorgt nu  voor een ontnuchtering van ons hart, nl. de  onechtheid van onze verlangens en het geweld dat uit de slechte navolging kan voortkomen. De goede kant van de navolging is dat we daardoor in staat zijn ons aan te  passen, onze eigenheid en onze cultuur op te bouwen.  En zo is er ook een goede navolging mogelijk (waarover  volgende keer).

 De collectieve uitdrijving van een “zondebok

Heel onze samenleving is doordrongen van  dit nabootsend verlangen, vanaf de wapenwedloop over de economie met haar concurrentieslag en het dagelijkse leven. Mensen kopen in grootwarenhuizen  veel dingen omdat anderen die aanprijzen of verlangen. En thuis gooien ze er veel van in de vuilbak omdat ze die niet nodig hebben. Auto’s, dagelijkse gebruiksvoorwerpen, voedingswaren … worden aangekocht omdat ze door anderen zijn aangeprezen, gekocht of gebruikt. Of kijken we naar de mode en de kleding. Het gaat niet om mooie of praktische kleding, maar om de waardering die de hogepriesters van de mode daaraan geven. Praktisch zou zijn dat de mode nu lang is en daarna iets korter en dan weer iets korter, zodat je alle kleding kunt aanpassen en verder gebruiken. Al zijn we geen bezoeker van de modeshows, we stellen duidelijk vast dat het zo helemaal niet gaat. Mensen dragen die bepaalde kleding, omdat het de mode is, al is ze oerlelijk of onpraktisch.

Ons nabootsend verlangen is  tevens een bron van conflicten. De ander, wiens verlangen geïmiteerd wordt, is aanvankelijk een model, maar kan vlug een rivaal worden. We zijn er  jaloers op. Hoe dichter men bij elkaar leeft, hoe groter de rivaliteit kan worden. Rivaliteit uit zich in geweld en het geweld kan besmettelijk worden voor heel de samenleving. R. Girard spreekt van een “mimetische crisis”. Het geweld dat zich uitbreidt tot een gevecht van allen tegen allen, vormt zich geleidelijk om tot een strijd van allen tegen één. Hierbij wordt  willekeurig een schuldige, een slachtoffer, een zondebok aangeduid. Het is meestal iemand die verschilt van de anderen, een vreemdeling, een zonderling, een kwetsbare, een gehandicapte. Deze wordt beschouwd als zijnde voorbestemd om slachtoffer te zijn.  De samenleving keert zich nu massaal tegen deze persoon om hem/haar te  eliminerenen.  De “massa”, als destructieve kracht, voert de executie eensgezind uit.          Allen worden gelijk in geweld. De “zondebok” wordt geslachtofferd, gestenigd, van de rotsen geduwd, verbrand, .. Iedereen is akkoord en doet mee, niemand heeft een persoonlijke band met het slachtoffer en niemand voelt zich persoonlijk schuldig voor deze moord.

Alle archaïsche culturen geven ons hiervan duidelijke voorbeelden. Ze hebben allen een religieuze oorsprong en zijn gebouwd op het offer, nl.  deze moord. Het geldt voor Oedipoes en Thebe evenzeer als voor Remus en Romulus  en de stichting van Rome. R. Girard legt uit dat de uitschakeling van de zondebok  uiteindelijk een vorm van zelfverdediging is waardoor de samenleving zich tracht te beschermen tegen een algehele zelfvernietiging. Aanvankelijk zijn  het mensen die als slachtoffer worden uitgekozen, later worden het dieren. De collectieve moord op  de zondebok is een uitlaatklep, waardoor de rust tijdelijk terugkeert. Het slachtoffer wordt beschouwd als de schuldige van al het kwaad,  maar wordt tegelijk  vergoddelijkt, gesacraliseerd, omdat het blijkbaar in staat is geweest de rust in de samenleving te herstellen.  Wanneer het geweld in de samenleving weer toeneemt,  wordt de moord op de zondebok in riten herdacht en gevierd als een sacraal offer. Etnologen hadden al opgemerkt dat het religieuze, het offer en de rituele vieringen  de oorsprong vormden van alle heidense  culturen.

Vanaf het derde groot werk van R. Girard (“Des choses cachées depuis la fondation du monde”, 1978) kreeg hij in Frankrijk plots veel belangstelling. Later bleek dat vele wetenschappers verwacht hadden dat Girard nu het christelijk geloof zou onthullen als het toppunt van een archaïsche, heidense  godsdienst, gebouwd op het meest gruwelijke offer, dat   in rituelen gevierd wordt. Toen bleek dat hij de  bijbelse en evangelische   openbaring   begreep  als de onovertroffen en definitieve ontmaskering van alle heidense offers en als het begin van een geheel nieuwe wereldorde, verdween meteen de belangstelling voor zijn  werk. En hier begon juist onze aandacht. Jezus openbaarde op onovertroffen wijze de vervuilde bronnen van  alle menselijke beschavingen en vervulde zo psalm 78, 2: “Ik zal openbaren wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld” (Matteus 13,  35). Daarover hopen we volgende keer een bezinning te geven.

Pater Daniël


 

Bron: E-mailbericht – Namens pater Guy Borreman SJ, Zr Lucienne


 

 

Chaput: Liegen als een beleefde vorm van lafheid

Leave a comment Standaard

Aartsbisschop Chaput gispt Europese ambtsbroeders

door  KN 

Aartsbisschop Chaput gispt Europese ambtsbroeders

Mgr. Charles Chaput, aartsbisschop van Philadelphia, heeft een beroep gedaan op zijn ambtsbroeders in Europa die hertrouwd gescheidenen tot de H. Communie toelaten.

Hij stelt dat zij daarmee “afgeweken zijn van de authentieke katholieke leer”.

Slecht vermomde wanhoop

Chaput zegt dit in een lang essay in het decembernummer van First Things. De Kerk, zegt hij “kan niet barmhartig zijn zonder waarachtigheid” en een pastorale benadering die negeert dat we geroepen zijn tot bekering, doet dit “vanuit een slecht vermomde pastorale wanhoop en aanpassingsdrang”. Dit zal slechts “resulteren in minder geloof, niet in meer.”

Onwaarachtig onderricht

Precies dat , aldus Chaput, “zien we gebeuren in Europa, in de kerken waar de pastorale praktijk inzake scheiding, hertrouwen en het ontvangen van de sacramenten afgeweken is van de authentieke katholieke leer”. Hij waarschuwt dat hetgeen voortkomt uit “een dergelijke onwaarachtig onderricht in en praktijk van de sacramenten niet een vuriger evangelisch leven is, maar een instorting daarvan.”

Zonde doet ertoe

De aartsbisschop van Philadelphia zegt dat het onjuist is “begeleiding” uit te leggen als ‘Gij zult niet oordelen’, omdat “mensen zonder onderscheid te bevestigen in zoals ze zijn” helemaal geen barmhartigheid is. “We zouden Christus’ barmhartigheid niet moeten uitleggen als een veroordeling van alle veroordeling”, schrijft Chaput. “Het kwaad bestaat. Zonde doet ertoe. De schade die hij aanricht kan bitter zijn en niet gemakkelijk ongedaan gemaakt worden – overspel is een volmaakt voorbeeld.”

Verleiding

Chaput suggereert dat het “misplaatst” is om aan barmhartigheid te denken als het tegendeel van rechtvaardig oordelen. Hij spreekt van de verleiding “om de taal van de barmhartigheid te gebruiken om onze verantwoordelijkheid te ontlopen om rechtvaardigheid na te streven.”

Echte barmhartigheid

“We liegen of veinzen liever dan dat we de gevoelens van anderen kwetsen wier gedrag evident fout is. Dit is een beleefde vorm van lafheid, niet van barmhartigheid. De morele wet brengt ons tot keuzes die levengevend zijn, en echte barmhartigheid is altijd nauw verbonden met waarheid.

Oprecht berouw

Toegeven aan onze eigen gemankeerde keuzes of die van een ander in de vermeende dienst aan barmhartigheid, betekent dat we het ware doel van barmhartigheid missen.” “Biechten en oprecht berouw – wat een opgeven van de zonde inhoudt”, aldus Chaput in First Things, is een voorwaarde voor het ontvangen van de Eucharistie.”

>>http://www.katholieknieuwsblad.nl/


 

PHILADELPHIA, November 20, 2015. -Philadelphia Archbishop Charles Chaput has definitively called out his brother bishops in Europe who have allowed Communion for remarried divorcees, saying they have “departed from authentic Catholic teaching.”

His remarks come in a lengthy essay on mercy published in the December issue ofFirst Things. The Church, he says, “cannot be merciful without being truthful,” and a pastoral approach which ignores that we are called to conversion, “out of a thinly veiled pastoral despair and accommodationism will result in less faith, not more.”

Indeed, continues Chaput, “this is what we see happening in Europe, in those churches where the pastoral practice regarding divorce, remarriage, and reception of the sacraments has departed from authentic Catholic teaching.”  He warns that what comes from such “an untruthful teaching about and practice of the sacraments is not a more zealous evangelical life but its collapse.”

The Philadelphia archbishop says it is false to regard ‘accompaniment’ as ‘thou shalt not judge,’ since “affirming people indiscriminately as they are” is not mercy at all.

“We should not read Christ’s mercy as a judgment against all judgments,” he wrote. “Evil exists. Sin matters. The damage it does can be bitter and not easily undone—adultery being a perfect example.”

Chaput suggests it is “misguided” to think of mercy as opposed to righteous judgment.  He speaks of the temptation “to use the language of mercy to dodge our responsibility to seek justice.”

“We lie or dissemble rather than bruise the feelings of others whose behaviors are clearly wrong. This is a polite form of cowardice, not mercy. The moral law guides us toward choices that are life-giving, and true mercy is always intimately linked to truth. Indulging our own or another’s flawed choices in the supposed service of mercy defeats mercy’s true goal.”

“Confession and genuine repentance—which includes a turning away from sin,” he says, is a “condition for receiving the Eucharist.”

See the full essay at First Things here.

>>https://www.lifesitenews.com

 

Zalige Katharina Emmerick

Leave a comment Standaard

Blessed Anne Catherine Emmerich (Anna Katharina Emmerick; 8 September 1774 – 9 February 1824) was a Roman Catholic Augustinian Canoness Regular of Windesheim, mystic, Marian visionary, ecstatic and stigmatist.

During her bedridden years, a number of well-known figures were inspired to visit her. The poet Clemens Brentano interviewed her at length and wrote two books based on his notes of her visions. The authenticity of Brentano’s writings has been questioned and critics have characterized the books as “conscious elaborations by a poet” and a “well-intentioned fraud” by Brentano. She was born in Flamschen, a farming community at Coesfeld, in the Diocese of Münster, Westphalia, Germany, and died at age 49 in Dülmen, where she had been a nun, and later became bedridden. Emmerich is notable for her visions on the life and passion of Jesus Christ, reputed to be revealed to her by the Blessed Virgin Mary under religious ecstasy.

Emmerich was beatified on October 3, 2004, by Pope John Paul II. However, the Vatican focused on her own personal piety rather than the religious writings associated to her by Clemens Brentano. Emmerich has a widespread devotion among Catholics. Her documents of postulation towards canonization is handled by the Priestly Fraternity of St. Peter.