Katholiek geloof en martelaarschap

Standaard

Mgr. Athanasius Schneider, hulpbisschop van Astana

“Wees trouw tot de dood en Ik zal u de kroon van het leven schenken” (Apok. 2, 10). Deze woorden van onze Heer zijn een heilige opdracht voor iedere christen. Trouw zijn, betekent het geloof vasthouden dat in onze ziel is ingestort door de drie-ene God, in heel zijn volheid, zuiverheid en schoonheid zonder er iets aan de veranderen, zonder iets toe te voegen aan zijn onveranderlijke waarheden. “Het woord ‘ik geloof’ betekent: ik houd dat alles wat vervat  ligt in de geloofsartikelen volledig waar is; en ik geloof deze waarheden vaster dan wanneer ik ze met mijn ogen zag, omdat God die niet kan bedriegen noch kan bedrogen worden, ze aan de heilige katholieke Kerk heeft geopenbaard en door de Kerk aan ons.” (H. Pius X, De grote Catechismus).

De heilige Thomas van Aquino zegt: “Het geloof is een toestand van de geest waarbij het eeuwig leven in ons is begonnen” (Summa Theologica, II-II, q. 4, a. 1c). “Door het beamen van geloofszaken wordt de mens boven zijn natuur verheven” (Summa Theologica, II-II, q. 6, a. 1c). De voortdurende verkondiging van het leergezag leert ons dat zelfs het begin van geloof en het oprechte verlangen gelovig te zijn een genadegave is waardoor de inspiratie van de Heilige Geest onze wil omvormt van ongeloof tot geloof, van goddeloosheid naar godsvrucht. Daarom is een dergelijk begin van geloof niet van nature in ons en hebben zij die leven in strijd met de Kerk van Christus geen bovennatuurlijk geloof (vgl. 2deConcilie van Orange, can. 5: Denzinger-Schönmetzer 375).

De mysteries van het geloof: “Mysteries van het geloof zijn waarheden die boven het verstand uit gaan en die wij moeten geloven al kunnen we ze niet begrijpen. >>>

Lees hier verder: http://echtkatholiek.blogspot.nl/2016/06/katholiek-geloof-en-martelaarschap.html

Wie zijn we als parochie, als priester, als bisschop

Standaard

Wie willen we zijn als parochie?

We zien het proces van ontkerkelijking niet als een bedreiging maar eerder als een uitdaging. We merken dat er om ons heen nog steeds (steeds meer?) behoefte bestaat aan verbondenheid, zingeving en spiritualiteit. Je kunt denken aan de pelgrimsreizen naar Santiago de Compostella en aan de vele Boeddhabeelden die je her en der ziet. Veel mensen willen hoogte- en dieptepunten in hun leven niet meer vieren in kerkelijk verband, maar stellen wel prijs op een vormgeving waarin ‘de diepere laag van het leven’ wordt benoemd. Wij vinden dat ze daarvoor bij onze parochie terecht zouden moeten kunnen.

Wij willen breder denken dan de traditionele activiteiten die we gewend zijn. Dat betekent wel dat we deze koesteren en, zolang als dat mogelijk is, vanuit iedere kern willen blijven uitvoeren. Daarnaast willen we echter ook kijken welke andere activiteiten we kunnen opzetten. Dat zullen dan activiteiten zijn die te maken hebben met:
– gemeenschapsvorming
– de mogelijkheid om je verhaal te kunnen vertellen
– zingeving in brede zin.
We willen uitzoeken welke nieuwe wegen we kunnen gaan bewandelen.

De taakvelden

Onder katechese verstaan we de verheldering van wat ons geloof betekent door er met elkaar over te praten. We onderscheiden op dit werkveld de traditionele activiteiten (doop-, communie- en vormselvoorbereiding) en activiteiten die in bredere zin te maken hebben met ‘zingeving’ en ‘spiritualiteit’. Ook op dit laatste terrein willen we onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om ons als parochie voor in te zetten.

Liturgie kan versterkend werken voor de geloofsbeleving en gemeenschapsbeleving. Daarom vinden we het belangrijk dat in onze nieuwe parochie voldoende aandacht blijft uitgaan naar dit werkveld. Naast de ‘traditionele’ liturgische vormen kunnen we ook denken aan thematische vieringen / bijeenkomsten (bijvoorbeeld een bijeenkomst voor ouders van een overleden kind of rondom het thema ‘oorlog’, ‘vluchteling’ of ‘tolerantie’). Bij een thema als ‘verbroken relaties’ kun je denken aan een aantal gespreksbijeenkomsten, die worden afgesloten met een viering als sluitstuk. Een ander thema zou kunnen zijn ‘muziek’, waarbij mensen (jongeren?) een bepaald muziekstuk hebben, dat voor hen een bijzondere betekenis heeft en dat ze met elkaar delen. Deze bijeenkomsten / vieringen zouden incidenteel kunnen plaats vinden. We denken aan vier bijeenkomsten per jaar. In het algemeen vindt de pastoraatsgroep dat het fijn zou zijn als er na afloop van een viering (in het weekend of anderszins) gelegenheid is om met een kopje koffie na te praten.

Onder verkondiging verstaan we de verheldering van de betekenis van het evangelie in de openbaarheid. Traditioneel denken we dan aan de preek. Je kunt echter ook denken aan:

  • deelname vanuit de kerk aan het openbare debat over zaken van algemeen belang en over zaken waar discussie over leeft;
  • openstellen van lezingen;
  • organiseren van gespreks- of discussieavonden.

Dit is zomaar een visie van een parochie in ons bisdom over wat ze wil zijn en wat haar core business is. Ik heb het willekeurig van internet geplukt. Het is onthutsend hoe weinig dit nog met katholiek geloof en katholieke Kerk te maken heeft. De ontkerkelijking is een uitdaging, zegt men maar blijkbaar niet om wegen te vinden om het geloof te verkondigen, niet om de liturgie zo te vieren dat het mensen brengt tot het katholieke geloof….  Catechese (nog steeds met k geschreven zoals eertijds) is met elkaar praten over het geloof, een soort ervaringen uitwisselen. Het niveau waarop die zgn catechese zich dan beweegt, laat zich wel raden. Het zal niet zoveel met de leer van de Kerk te maken hebben. Want de kennis daaromtrent is bedroevend. Het zal wel gaan over “ik vind” en “jij vindt” en misschien “vinden we er samen ook nog iets van”. Dan wil men zich ook gaan begeven op het terrein van “zingeving en spiritualiteit”. Deze modewoorden hebben vooral een vage en diffuse inhoud. Niemand kan precies zeggen wat het is. Het heeft vooral te maken met een “fijn gevoel krijgen” en “elkaar een fijn gevoel geven” en zo “verbinding” tot stand brengen. Veel gedichten met één tot drie woorden op een regel!

Men wil overleven door te vervagen wat men eens was; door het katholieke geloof in te ruilen voor wat seculiere “verbinding”. Eén ding kan ik met zekerheid zeggen: zó zullen ze als parochie niet overleven en dat is maar gelukkig ook!

Toch lijkt de Kerk hier in meerdere of mindere mate op in te zetten. Weliswaar niet zo erg en zo duidelijk als bij ons internetvoorbeeld maar toch! Vertel mij: waar zijn de moedige bisschoppen die opkomen voor de christelijke waarden en waarheden, ook als daarna de hele publieke opinie roept: “kruisig hem!” Waar zijn de bisschoppen die vierkant achter hun priesters gaan staan, als deze in de pastorale en liturgische praktijk handelen zoals de katholieke Kerk dat vraagt en daarom in feite dissidente (zeg heterodoxe groepen) met de pers over zich heen krijgen? Waar zijn de bisschoppen die, als het nodig is met harde hand, een einde maken aan onkatholieke praktijken die in parochies blijven doorzieken of priesters suspenderen of wegsturen die alleen zichzelf verkondigen in plaats van de katholieke leer?

Ze zijn er eigenlijk niet of nauwelijks. De lieve vrede is ondanks alle evangelische waarschuwingen belangrijker dan de waarheid en het hei van de zielen. Daarom schermen ze zo graag met het eigenlijk heidense woordje “pontifex”. En zo maken ze zich wijs dat ze bruggen moeten bouwen tussen mensen, alsof dat de grootste religieuze opdracht van hun ambt zou zijn. Het klassieke woord “pontifex” betekent wegbereider naar God, bruggenbouwer naar God. Maar dat lijkt niet hun eerste bekommernis. De eigen christelijke benaming trouwens is “episkopos” en dat betekent: “toezichthouder”, “inspecteur”. Maar dat woord gebruiken ze liever niet want het klinkt negatief en zo van bovenaf. Men wil toch naast zijn priesters en naast zijn mensen staan. Toch heten ze bisschoppen en dat is niet voor niets zo. Zij moeten toezien op het bewaren van het juiste geloof, de juiste zeden en de juiste kerkorde. En dat alles omdat er het heil van de zielen mee gemoeid is. Dit heil kan immers alleen bereikt worden als iemand het ware geloof belijdt, leeft volgens de christelijke moraal en kan leven in een geordende Kerk, in een geloofshuis dat op orde is. Een geordend geloofshuis is niet per se elke gemeenschap die het goed met elkaar kan vinden en die de pastoor op handen draagt. Veel bisschoppen lijken dat te denken: als er maar rust in de tent is, dan zit het goed. Dat ondertussen de liturgische misbruiken welig tieren en dat prediking totaal horizontaal is, en dus de mensen geestelijk naar de Filistijnen gaan, lijkt hen niet zo erg te deren. In het gunstigste geval klagen ze daarover in kleine kring maar het brengt hen niet tot de daden waartoe ze geroepen zijn.

En daarmee gaat de Kerk in onze streken langzaam te gronde. Al in het verleden zijn hele parochies aan de afval prijs gegeven en die afval zet zich nu onbarmhartig door. Daar kan geleuter over fijne, levenskrachtige gemeenschappen en elkaar vasthouden niets aan veranderen. En het is goed zo. Het gaat immers al lang niet meer over het heil van de zielen. Want dan zou men wel over (dood)zonden preken en ze concreet noemen om ervoor te zorgen dat mensen niet in de strikken van de duivel vallen en ten prooi aan de eeuwige verwerping. De profeten veroordelen keihard over de religieuze leiders die hun mensen niet waarschuwen voor  zonden en de gevolgen ervan in hun leven. Zo maken zij er zich mede schuldig aan de ondergang van de zondaars.

Het heil van de zielen lijkt verworden te zijn tot het hebben van een fijn gevoel (met elkaar) waarin de zonde is uitgebannen, Gods barmhartigheid iedere veroordeling onmogelijk maakt en eigenlijk iedereen doet wat hij wil. De pastoraal lijkt verworden tot een naast de mensen staan om hen te sterken in dat fijne gevoel. En je mag natuurlijk tegen niemand zeggen, dat hij niet te communie mag gaan tenzij hij zijn leven betert en gaat biechten. Dat is veel te negatief. Iedereen mag te communie want het leven is groei en in de groei is iets positiefs.

Dit is een kerk die in feite grotendeels in de greep is gekomen van de duivel. De duivel wordt al jarenlang door die kerk gefaciliteerd. Hij wil immers zoveel mogelijk mensen in doodzonde laten leven en zo van God wegtrekken. In de moderne kerk heeft hij een bondgenoot gevonden.

Dit is niet de katholieke Kerk. Die noemt in haar Catechismus nog steeds zonde wat zonde is, maakt onderscheid tussen doodzonde en dagelijkse zonden. Zij weet dat het heil der zielen niet door een “fijn leven” wordt bereikt maar door het kruis, door offer, door ascese. En dat is alleen mogelijk vanuit een gezond gebeds- en sacramenteel leven.

De katholieke priesters die er nog zijn, hebben vaak een moeilijk bestaan omdat er soms “parochianen” zijn die de onmogelijkste eisen stellen. Die priesters willen en kunnen er vanuit hun geweten niet aan toegeven maar als ze dat niet doen, dan komt er een persrel van en de betrokken priester weet dat bisschoppen dat niet plezierig vinden en altijd zullen zeggen of denken: had je niet beter kunnen communiceren? Had je niet wat mee begrip kunnen tonen. Dit leidt onherroepelijk tot stress.

Ik geef het je te doen als katholiek priester om pastoor te worden in de parochie die zich hierboven heeft geschilderd. De “actieve parochianen” zijn waarschijnlijk jaren lang gevormd in het nieuwe geloof van “samen” en “verbinding”. Zij accepteren vaak normale katholieke dingen niet meer en de nieuwe pastoor krijgt de problemen. Hij kan het puin ruimen dat mede door het ontbreken van toezicht van de kant van de bisschop de jaren door heeft kunnen ontstaan. En het wordt hem door niemand in dank afgenomen.

Alleen de echte Heer van de Kerk zal hem uiteindelijk belonen.

C. Mennen pr, 1 september 2016

Bron: http://echtkatholiek.blogspot.nl


Kardinaal Newman als voorbeeld om een goed priester te zijn

Standaard

Kardinaal John Henry Newman (1801-1890)

‘Intellectuele en pastorale uitblinker’

John Henry Newman werd in 1801 in Londen geboren als zoon van een anglicaanse bankier en een moeder uit een hugenoten-geslacht. Newman studeerde theologie aan Trinity College in Oxford, en werd later docent aan Oriel College alsmede zielzorger en predikant van de studentenkerk, eveneens in Oxford. Hij groeide uit tot een invloedrijk persoon binnen de anglicaanse kerk en was protagonist in de Oxfordbeweging, die de anglicaanse kerk dichter bij haar katholieke wortels wilde brengen.

In 1845 maakte Newman de overstap naar de rooms-katholieke kerk, die hij zag als de ware (be)hoeder van de christelijke traditie. Hij zou later zijn beweegredenen en bekeringsproces beschrijven in het autobiografische Apologia pro vita sua, een van zijn bekendste boeken. In 1847 werd hij in Rome tot priester gewijd. Hij woonde in een door hem opgerichte katholieke leefgemeenschap in Birmingham, waar ook zijn voormalige student Ambrose St. John woonde, die net als Newman was overgestapt van de anglicaanse naar de katholieke Kerk. Zij waren veertig jaar intensief bevriend, tot de dood van Ambrose St. John in 1874. In 1854 werd Newman de eerste rector van de Catholic University of Ireland (gesticht in 1851), het latere University College Dublin. In 1879 werd hij door paus Leo XIII tot kardinaal benoemd, al zou hij altijd een buitenbeentje blijven, verdacht van het streven om ook deze kerk te hervormen.

Tot zijn bekendste werken behoren zijn eerder genoemde Apologia pro vita sua (1864), waarin hij verantwoording aflegde voor zijn religieuze weg. Zijn visie op de ontwikkeling van de christelijke theologie en het belang en de noodzaak van traditie en leergezag gaf Newman weer in boeken als An Essay on the Development of Christian Doctrine (1845) en An Essay in Aid of a Grammar of Assent(1870). Zijn ideeën over de katholieke universitaire scholing werkte hij uit in The Idea of a University (1852-1858). Ook werden zijn preken gebundeld en later zijn vele brieven.

Kardinaal Newman overleed in 1890 in Birmingham, op 89-jarige leeftijd. Naar schatting woonden ruim 15.000 mensen zijn uitvaart bij. Op 19 september 2010 verklaarde paus Benedictus XVI John Henry Newman zalig, tijdens zijn staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk. Het was voor het eerst sinds de Reformatie dat een Engelsman deze erkenning kreeg.

Zie voor een persoonlijke toelichting op persoonlijkheid, leven en werk van Kardinaal Newman onderstaand interview met prof.dr. Adelbert Denaux.

Interview met prof.dr. Adelbert Denaux

Adelbert Denaux is decaan van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg en reeds sinds zijn studietijd in de jaren ’60/’70 gefascineerd door kardinaal John Henry Newman, een ‘grote geest’ met een ‘heilig hart’. In 2010 sprak Denaux over hem tijdens een studiedag van LUCE. In onderstaand interview licht hij voor Lucepedia zijn passie voor kardinaal Newman toe.

‘In de jaren ‘60/’70 werd mijn interesse gewekt, ik denk al in de tijd dat ik nog student en seminarist was. Ik was bijzonder gepassioneerd door Newman, heb veel boeken van en over hem gekocht en heb zodoende thuis een hele Newman-bibliotheek opgebouwd. In onze parochie in Brugge, waar ik vandaan kom, was er een onderpastoor-kunstenaar aan wie ik in die tijd heb gevraagd een buste van Newman te maken, op basis van foto’s, en die buste heb ik nog steeds staan. Ik typeer Newman graag met de woorden van mijn Leuvense collega Terrence Merrigan, die een boek over hem schreef met de titel Clear heads and holy hearts: een helder hoofd en een heilig hart, oftewel het samengaan van een werkelijk geniale intelligentie met een zeer grote religieuze vroomheid en spiritualiteit. Het samengaan van die twee dingen in Newmans persoonlijkheid vind ik zeer intrigerend en zeer mooi.

Als je kijkt naar Newmans leven en werk zie je om te beginnen dat hij onbetreden paden bewandeld heeft. Hij was eigenlijk geen academisch theoloog of filosoof in die zin dat hij niet-schoolse paden heeft betreden. Hij was een heel originele denker die over allerlei onderwerpen geschreven heeft buiten het neo-scholastieke systeem van die tijd, de 19e eeuw. Hij werd dan ook niet altijd begrepen door collega’s, bisschoppen en Rome. En deze man met zulke geniale inzichten ging na zijn bekering naar Rome om daar een schoolse opleiding te krijgen die eigenlijk ver afstond van zijn manier van denken… Hij heeft in die tijd een aantal zeer opmerkelijke werken geschreven, zoals The Grammar of Assent, dat gaat over de mechanismen die meespelen in de geest van de mens als deze instemming betuigt met een bepaalde opvatting, en de psychologische vooronderstellingen die hieraan vooraf gaan. Een ander heel mooi boek is The Idea of a University. Newman werd aangesteld als rector van een katholieke universiteit in Dublin en heeft in dat kader een aantal lezingen gehouden over zijn idee van een katholieke universiteit. Dat boek is nog altijd een standaardwerk.

Hij was een geniale figuur die natuurlijk ook een heel persoonlijke levensgeschiedenis heeft meegemaakt. Hij groeide op in een vrij liberaal milieu dat echter wel een piëtistische, Bijbels georiënteerde inslag had. Aanvankelijk was hij ervan overtuigd dat het anglicanisme de via media bewandelde tussen het protestantisme en het katholicisme en op het juiste spoor zat. Maar door zijn studie van de Kerkvaders groeide hij naar de overtuiging dat het eigenlijk de katholieke traditie was die in het juiste spoor zat en de orthodoxe, de juiste weg van het verleden bewandelde. Dit leidde op een zeker moment tot zijn bekering en toetreding tot de rooms-katholieke Kerk. Maar hij noemt voor zichzelf dat moment niet zijn eigenlijke bekering: deze plaatst hij vroeger, toen hij een jongen was van zo’n 15, 16 jaar. Hij heeft op een bepaald moment een heel persoonlijke ervaring gehad van de aanwezigheid van een persoonlijke God en dat heeft gestalte gekregen in zijn uitdrukking myself and my Creator, waarmee hij doelt op deze belangrijkste relatie in zijn leven, de dragende relatie van heel zijn bestaan. Een zekerheid die nooit verloren is gegaan en van waaruit hij alles bekeken heeft.

Hij heeft van daaruit ook zijn ideeën over real en unreal ontwikkeld: iets is real als het in functie staat van die fundamentele relatie. Veel geloofsbeleving of woorden zijn derhalve unreal, ze raken het hart niet, ze raken de werkelijkheid niet. Newman had dus zijn eigen idee over reality en benadrukte dat alles in ons leven real moet zijn. Een volgend belangrijk moment is iets later in zijn leven geweest, toen hij na een reis door Italië ziek achterbleef in Sicilië en hij een zendingsbesef kreeg, een besef van ‘I have a work to do in England.’ Dat vind ik ook een belangrijk aspect van zijn persoonlijkheid, dit besef dat hij een taak te doen had die niemand anders kon doen. Hij voelde dat hij de persoonlijke verantwoordelijkheid had gekregen om de kerk in Engeland, de anglicaanse kerk, te vernieuwen. Hij werd een van de grote protagonisten van de anglicaans-katholieke Oxford-movement, een beweging die het katholieke element in de anglicaanse traditie wilde versterken. Hij was er toen nog van overtuigd dat het anglicanisme een via media was waarin protestantse/reformatorische en katholieke elementen in een synthese voorkwamen, maar had het idee dat een aantal katholieke elementen verwaarloosd werden.

Hij schreef in die periode Tracts for the Times en bij het 90e en tevens laatste tract volgde zijn bekering tot het katholieke geloof. Dat kwam als een schok, want hij was een van de briljante vooraanstaande mensen van de Oxford-beweging. Hij heeft zich in een ander belangrijk werk, de Apologia pro vita sua – wereldliteratuur vind ik, vergelijkbaar met de Confessiones van Augustinus – verdedigd over deze stap en hij beschrijft hierin terugkijkend op zijn leven zijn ‘evolutie’. Daarnaast was het voor hem ook in sociaal opzicht een enorme stap omdat het katholicisme in het Engeland van die tijd het Ierse katholicisme was, en Ieren waren in die tijd in zekere zin tweederangs burgers, tweederangs christenen. De intellectuele traditie zat in Oxford en Cambridge; daar zaten de grote geesten.

Voor zijn bekering heeft hij een grote studie voltooid: An Essay on the Development of Christian Doctrine. Hij was daarmee een voorloper, want in een tijd dat de kerkelijke leer zeer vast zat en als een eeuwige absolute vaste waarde werd geponeerd heeft hij het inzicht gehad – verwant trouwens aan andere bewegingen uit de 19e eeuw – dat ook het dogma en de leer groeit en evolueert, ook onderhevig is aan de wetten van de groei, op een zelfde wijze als Darwin dat toepaste op biologische processen en zoals we ook zien bij de studie van de literatuur en de historisch-kritische benadering. Die gedachte dat alles ontstaat, alles groeit en alles in beweging is, heeft hij toegepast op iets wat in de ogen van zeer veel gelovigen absoluut, onaantastbaar was en vaststond. Hij heeft gesteld: ook het dogma groeit en ook de leer groeit. Hij formuleerde ook een aantal criteria voor wanneer die groei authentiek of afwijkend is in die grote studie, en als een soort persoonlijke conclusie van dat proces heeft hij zich bekeerd. Hij was een introspectieve figuur die veel aan zelfreflectie deed en daarmee samenhangend veel registreerde, ook schriftelijk, van wat hem bezighield. Een deel van Newmans enorme correspondentie, met alle mogelijke personen onder wie ook zijn zus, is uitgegeven en omvat maar liefst meer dan 30 volumes.

Voorts is een heel belangrijk aspect in Newmans werk zijn beklemtoning van het geweten als de weg om God te leren kennen, de primordiale rol van de stem van het geweten die de stem is van God. Voor Newman is dit geweten in zekere zin belangrijker dan alle dogmatische stellingnamen. Dit komt ook tot uitdrukking in zijn gedicht Lead, kindly light. Hierin vraagt hij aan God: geef mij voldoende licht om de volgende stap te zetten. Hij berust in het feit dat hij niet alles kan weten en geeft zich in vertrouwen over aan God die er altijd zal zijn. Hij vraagt Hem om hem te leiden, waarbij één stap genoeg is; hij hoeft de einder niet te zien. Dat vind ik een zeer mooie, realistische vorm van overgave en vertrouwen. Hij wil zich laten leiden door dit licht, dit licht van het geweten. Het is een mooi beeld omdat het zowel kan slaan op de stem van het geweten als op God.

Newman was een zeer begaafd schrijver; zijn preken zijn literaire pareltjes, de preken die hij hield in Littlemore zijn allemaal gepubliceerd en maakten zeer veel indruk. Ze waren indringend en mensen werden erdoor in hun hart geraakt, ze voelden dat hetreal was. Dat stak schril af bij de preken van bijvoorbeeld de anglicaanse evangelicals van die tijd, die probeerden mensen te overtuigen. Newman was zich ervan bewust dat je een mens niet overtuigt als je alleen zijn verstand aanspreekt, maar dat mensen alleen aangesproken kunnen worden als ze in het hart geraakt worden. Newman kon vanuit het hart spreken over zaken en dingen raken waar de mensen ook mee bezig waren. Vandaar ook de spreuk die hij aannam toen hij kardinaal werd: Cor ad cor loquitur, oftewel: het hart spreekt tot het hart.

Toen hij overstapte naar de rooms-katholieke Kerk heeft hij het niet makkelijk gehad: ten eerste werd hij door zijn oude achterban beschuldigd van allerlei zaken, maar ook in de rooms-katholieke Kerk werd hij met argwaan bekeken: is hij wel echt katholiek of is hij nog protestant? Men vond hem te genuanceerd en beschuldigde hem ervan dat hij niet radicaal durfde te zeggen wat de katholieke positie was. Zo had hij bijvoorbeeld kritiek op het dogma over de onfeilbaarheid van de paus; hij vroeg zich af of dit dogma wel opportuun en wenselijk was voor het heil van de Kerk. Hij bleef altijd persoonlijk en kritisch nadenken en was niet iemand die his master’s voice verwoordde. Maar op het eind van zijn leven heeft hij in de Kerk wel de volle erkenning gekregen. Hij is zelfs de eerste kardinaalscreatie geworden van paus Leo XIII, een paus die een vrij frisse kijk op zaken had. En in het Tweede Vaticaans Concilie en in onze tijd, met zijn zaligverklaring, is die erkenning nog groter geworden. Kardinaal Newman heeft dingen gezien die nog altijd belangrijk en actueel zijn voor het denken over de Kerk, de leer en vele zaken meer en is in die zin van blijvende betekenis. Daarom ben ik blij dat hij erkend wordt, ook in zijn heiligheid. Heiligheid en intellect hoeven elkaar niet uit sluiten, het is niet of-of maar én-én. Ik hoop dan ook dat hij in de toekomst de titel zal krijgen van Kerkleraar, dat de Kerk hem op die manier aanwijst als een belangrijk figuur voor ons denken en voor onze visie als christenen.’

Denkt u dat dit gaat gebeuren of hoopt u dat?

[hoopvol lachend] ‘Dat hoop ik.’

Was kardinaal Newmans overstap naar de katholieke kerk ook ingegeven door zijn nadruk op het belang van de Kerk als tegenwicht voor de individualisering die ook in het protestantisme aanwezig was?

‘Jazeker. De protestantse traditie benadrukt dat er geen bemiddeling nodig is om God te ontmoeten: als ik de Bijbel lees spreekt God direct tot mij. Dat is ook waar natuurlijk, maar de katholieke traditie zegt dat de Bijbel voor vele interpretaties vatbaar is en er een soort regulerende, bemiddelende instantie nodig is die helpt om de Bijbel juist te lezen, zoals-ie bedoeld is, opdat mensen niet ontsporen bij het lezen ervan. Newman vond het kader dat de rooms-katholieke Kerk bood om als individuele gelovige je geloof te beleven belangrijk en dit was ook een van de redenen om zelf tot het katholieke geloof over te gaan.’

Van kardinaal Newman wordt vaak gezegd dat hij een grote invloed heeft gehad op de positie van de leek in de Kerk. Wat heeft hij hiervoor betekend?

‘Hij heeft daar ooit een belangrijke tekst over geschreven in het tijdschrift The Rambler. Aan de hand van een historische studie trok hij de conclusie dat het gewone volk in de 4e eeuw – toen de kwestie van het arianisme speelde – een juistere intuïtie had van de kant waarop het geloof en de doctrine moesten gaan dan een aantal bisschoppen. Hij zag daarmee het belang in van de sensus fidelium, de geloofszin van de gewone gelovigen, van het Volk Gods, de intuïtie van de gelovige gemeenschap. De evolutie van de Kerk hangt volgens Newman niet af van alleen de clerus; de Kerk mag niet gereduceerd worden tot de priesters en de bisschoppen, maar de Kerk is het geheel en ook de leken spelen daarin een wezenlijke rol. Het hele Volk wordt geleid door Gods geest en voelt intuïtief aan wat klopt en wat niet, wat de goede richting is en wat niet. Dat was Newmans intuïtie en dit is ook bevestigd in het Tweede Vaticaans Concilie: in Lumen Gentium, de constitutie over de Kerk, wordt dan ook eerst gesproken over het Volk en pas daarna over de hiërarchie.’

Wat ziet u als zijn grootste verdienste(n) voor de Kerk?

‘Hij heeft reeds heel vroeg het probleem aangeroerd hoe de Kerk en de gelovigen hun positie kunnen vinden in een geseculariseerde cultuur. In zijn tijd speelde het liberalisme erg – je had ook een liberal wing binnen de anglicaanse Church of England – waarin men in feite het geloof en de openbaring ondergeschikt maakte aan het ideeëngoed van de seculiere maatschappij en van de voortgaande Verlichting. Wat uiteindelijk betekent dat men het geloof opgeeft, dat het geloof verdampt. Newman was beducht voor het liberaliseren van de kerk van zijn tijd en juist daarom waren volgens hem autoriteit, openbaring en traditie nodig, om in zekere zin weerstand te bieden aan die opslorpende kracht van het autonome liberale denken waarbij het eigen denken de norm werd van alles. Terwijl het geloof juist zegt: ik ben niet strikt autonoom maar heteronoom, er is iemand anders die mijn leven leidt, mijn leven is een geschenk dat ik heb gekregen van Iemand Anders. Newman heeft met een profetische blik de beweging van zijn tijd doorzien en gezien hoe de Kerk zich daarvoor dient uit te rusten, door het belang van de Kerk en de gemeenschap te benadrukken.

Ook zijn nadruk op het geweten is een heel belangrijke bijdrage, dat hij zegt: niet de autoriteit van de Kerk is de laatste instantie voor wat ik doe en beslis, maar mijn geweten. Ik moet mijn geweten natuurlijk vormen en eerbied hebben voor het gezag, maar het is uiteindelijk het geweten, de stem van God, die mij oriënteert, het licht dat mij leidt. Ook vind ik het uiterst belangrijk dat Newman benadrukte dat ook het dogma iets is wat altijd in ontwikkeling is. Ik ben van vorming exegeet en opgegroeid in de historisch-kritische methode van Bijbellezen. Daardoor ben ik me er zeer van bewust dat als men geen rekening houdt met de historische context en groei van alles, dus ook van de Kerk en de leer van de Kerk en zelfs van de dogma’s, men iets essentieels mist. Thomas zei al: de werkelijkheid ligt altijd verder, is altijd groter, dan wat ik kan verwoorden. Het relativeren van een tijdsgebonden formulering kan alleen als je de historiciteit van een dogma kunt zien. Woorden zijn altijd gebonden aan een bepaald tijdsgewricht en een bepaalde filosofie en die woorden proberen het mysterie uit te drukken zonder dat volledig te kunnen. Dat inzicht is in feite mede te danken aan het denken van Newman die de historiciteit van alles en dus ook van het dogma heeft ingezien. Ook dat is een belangrijke bijdrage van kardinaal Newman geweest voor de Kerk vandaag.’

 

Bron www.lucepedia.nl 

Pater Daniel: Naar de uiteindelijke bevrijding?

Standaard

Mar Yakub Qara Syrië, vrijdag 18 november 2016
image2

Naar de uiteindelijke bevrijding?

Neen, we zijn nog niet zo ver, maar de “moeder van alle veldslagen” in Aleppo is in voorbereiding. We mogen voor het eerst sinds het begin van deze onrechtvaardige oorlog tegen Syrië ons de vraag stellen: gaan we nu eindelijk naar de definitieve bevrijding van Aleppo en Syrië? Zal binnen afzienbare tijd de Syrische president vanuit Aleppo een tv-toespraak kunnen houden tot het volk om allereerst de honderdduizenden Syrische martelaren te gedenken, te danken en voor hen te bidden? Hiervoor moet eerst het Hillary-tijdperk nog afgesloten worden, nl. de Amerikaanse obsessie om heel de planeet te controleren. Landen die zij vijanden noemen worden ontwricht, uitgestoten of gestraft. Landen die zij vrienden noemen worden bevorderd. Op 28 oktober 2016 werd Rusland uit de UNO Raad van de Rechten van de Mens gestoten, terwijl Saoedi-Arabië hierin een tweede mandaat kreeg. Nagenoeg niemand protesteerde. Op 15 november heeft de Saoedische delegatie voor de 3e commissie van de UNO voor de  bevordering en de bescherming van de rechten van de mens een voorstel van resolutie ingediend waarin “de toestand van de rechten van de mens in Syrië” wordt aangeklaagd (aangenomen met 116 stemmen voor, 15 tegen, 49 onthoudingen). Welnu, dit zijn toestanden die ooit heel die UNO Commissie voor de Rechten van de Mens zullen doen ontploffen, op dezelfde wijze als de modale Amerikaan nu de corruptie van de elite heeft aangeklaagd door voor Trump te stemmen. Het land waarin mensen minder waard zijn dan dieren, mag als algemeen procurator op het eerbiedwaardigste wereldvlak kritiek geven aan het land dat het hoogst geëvolueerd is in heel de Arabische wereld op gebied van gelijkheid en eerbied voor de mensenrechten. Blijft er van de geloofwaardigheid van zulke internationale instanties nog iets over? De kruik gaat zolang te water… totdat ze breekt. In elk geval heeft de permanente Syrische afgevaardigde bij de UNO voor een verpletterend antwoord gezorgd. Bachar al-Jaafari: Quand le terroriste devient le défenseur des droits de l’homme, il devient possible que l’EIIL préside les opérations de maintien de la paix de l’ONU…, mondialisation.ca, 17 november 2016.

Inmiddels is het Russische vliegdekschip Admiraal Kuznetsov in Syrië aangemeerd om te helpen de wapenvoorraden, wapenfabrieken en loboratoria voor chemische wapens van de terroristen te vernietigen en de jihadisten op te ruimen. Burgers die in de omgeving wonen worden verwittigd weg te trekken en de ziekenhuizen worden van extra materiaal voorzien. Op dinsdag 15 november werden bombardementen uitgevoerd waarbij al een dertigtal al-Nousra strijders werden uitgeschakeld, waaronder de commandant Abul Baha al-Asfari. De gehele operatie van de bevrijding van Aleppo wordt nu beheerst door Rusland die zelf feitelijk een no-fly-zone heeft ingesteld om de illegale acties van het westen en hun vazallen tegen Syrië te beletten. We blijven hopen, ijveren en bidden voor de uiteindelijke vrede in Syrië.

Pater Daniel

Zes kardinalen ondertekenden het verzoek tot opheldering van leerstellige onduidelijkheden in AL

Standaard

20 november 2016, Redactie KN

“Papolatrie, het aanbidden van de paus, is een zonde die hem tot Christus transformeert.”

We zijn de paus verering schuldig, maar als hij evidente fouten maakt en objectief verwarring sticht, hebben we als gelovigen de plicht hem te weerstaan. Dat zegt professor Robert de Mattei. Hij sprak zaterdag voor Civitas Christiana in Heilig Landstichting.

Verderf

De apostolische exhortatie Amoris Laetitia (AL) is een “schandalig document”, aldus De Mattei in zijn lezing omdat het de zonde vervaagt en op die manier zielen in het verderf voert.

Publiek

De Mattei, die in Rome woont, wist nog met stelligheid te melden dat de fameuze dubia, het verzoek tot opheldering van leerstellige onduidelijkheden in AL, door zes kardinalen is ondertekend. Slechts vier waren er echter bereid de stap te doen het document publiek te maken, nadat de paus het onbeantwoord liet. (KN)