R.-M. Demeyer: Getuigenis van Gods Liefde in mijn leven

Standaard

Getuigenis van Gods Liefde in mijn leven

door Rose-Marijke Demeyer

Eerst en vooral wens ik jullie een zalige kersttijd toe, een mooie tijd waar we naar het Goddelijk Kindje Jezus gaan kijken, samen bij Maria en de H. Jozef.

Een mooie periode om eens stil te staan bij ons eigen leven, en te overwegen hoe ons leven tot nu toe geweest is. Een tijd van vernieuwing, vernieuwing van onze harten, onze zielen, een tijd waarin we nu nog meer dan op andere momenten in het jaar de kans krijgen om met vernieuwde moed en ijver te herbeginnen en ons leven een zinvolle betekenis te geven, niet alleen voor onszelf, maar misschien nog meer naar onze naasten toe.

Vanuit deze overweging op mijn eigen leven ben ik tot de beslissing gekomen jullie deze brief te schrijven.

Zo’n 12 jaar geleden is mijn leven voorgoed veranderd. Ik werd van de ene ziekte in de andere geworpen, kampte met de ene depressie na de andere en tuimelde in ziektes als CVS en fibromyalgie, met chronische pijnen als gevolg. Zo werd ik in 2015 ook getroffen door een kanker.

Midden 2005 kwam er abrupt een einde aan mijn tot dan toe zorgeloos leventje. Van de ene dag op de andere kon ik niet meer gaan werken als verpleegkundige.

Ik werd thuis gezet door mijn huisarts. Ik hoor hem nog altijd zeggen tegen mijn hoofdverpleegkundige (het gebeurde op het werk zelf, tijdens de rondgang bij zijn patiënten): “Schrap haar maar van de lijst, ze komt volgende dagen, de volgende weken niet werken!”

Ik heb 7 jaren geworsteld met schuldgevoelens, wel en niet gaan werken, proberen en opnieuw thuis zitten, depressie op en depressie af. Ik liep thuis tegen de muren op. Ik voelde mij niet meer nuttig, vooral naar de anderen toe.

Ondanks de vele goede pogingen van mijn toenmalige huisarts om me te laten inzien dat ik wel nog een leven van betekenis kon leiden, stond de barometer van mijn gemoed vooral in het negatieve.

Helaas had mijn geloof óók een flinke deuk gekregen.

Niet dat ik twijfelde aan het bestaan van God, of dat ik de schuld van alles in Zijn richting schoof, … neen, helemaal niet, maar ik verloor mijn Heiland uit het oog omdat ik vooral met mezelf bezig was, met mijn eigen gemis en verdriet.

In plaats van op zondag nog naar de kerk te gaan voor de H. Mis, maakte ik mij het gemakkelijker (want ik voelde mij te moe…) en hield me voor de H. Mis op TV te volgen. Maar ook dat ging snel achteruit… Veelal was ik tijdens de uitzending met andere zaken bezig of verloor ik het uur van uitzending uit het oog. Erger nog: soms bewust nog iets anders waardoor ik zelfs de H. Mis niet kon volgen …

Te Biecht was ik in geen 21 jaar meer geweest…

Stilletjes aan tuimelde ik in een leven dat me weinig hoop en vooruitzichten bracht, want ik miste Het Licht in mijn leven.

Op een bepaald moment greep God plots in omdat Hij zag dat het genoeg geweest was.

Zo zette ik, op aanbevelen van mijn mama, dan toch eens de radio op ‘Radio Maria’. Ik had vroeger al eens lachend gezegd: “Als ze mij dan toch nog per se willen laten werken, moeten ze mij maar bij Radio Maria plaatsen. Daar zal ik toch nog min of meer op mijn plaats zitten.”

Wat ik niet besefte, is dat de ganse Hemel meeluisterde! En dat God maar één woord nodig heeft van de zielen om in actie te schieten om met hen iets te ondernemen.

Zo gebeurde het dat ik op die bewuste dag de radio op ‘Radio Maria‘ zette en begon te luisteren. Van zodra ik verbinding had hoorde ik een oproep voor vrijwilligers om mee te helpen de radioploeg te versterken. Ik liet dit over mij gaan en deed verder met mijn huishoudelijke taken. Nadat ik boven de kledij van de kinderen had weggelegd kwam ik beneden, en juist op dat moment kwam de oproep opnieuw en noteerde ik het telefoonnummer.

Gedreven door ‘iets’ in mij  nam ik de telefoon en belde voor meer informatie. Ik vertelde over mijn situatie en vroeg of ze met mijn hulp iets konden doen. Natuurlijk was het antwoord positief, en werd ik van harte uitgenodigd om eens een kijkje te komen nemen in de studio’s, als ik dat wou…

En of ik dat wou!

Mijn man kwam thuis van zijn werk en ik vertelde hem doodleuk… na zo’n 7 jaren thuis gezeten te hebben… ”Ik heb werk!”

Ik zie zijn gezicht nog zo voor mij, en hij begon te lachen. Hij dacht dat ik zo eventjes een mop had verteld, maar niets was minder waar! Ik vertelde dat ik vrijwilligerswerk bij Radio Maria zou gaan doen, maar toen hij me de vraag stelde waar de radio gevestigd was, kon ik er helaas niet op antwoorden.

Gelukkig bleek dit niet al te ver te zijn.

Diezelfde dag zijn we er op bezoek geweest en de dag nadien startte ik als vrijwilliger achter de balie en mocht ik de vele telefoontjes van luisteraars beantwoorden, naar hen luistern, hen bemoedigen, hun intenties noteren en zo veel meer!

Ik werd getroffen door het sterke geloof van vele van die luisteraars en eigenlijk hebben die kleine contacten met hen mijn ziel terug warmer gemaakt, en begon mijn liefde voor Onze Lieve Heer en onze Hemelse Moeder stilletjes weer aan te wakkeren. Mijn vlammetje stond op een heel laag pitje, maar door het ingrijpen van God en Maria, kon het weer groter en vuriger worden.

Sindsdien is God met mij een prachtige weg aan het bewandelen, een weg weliswaar met vallen en opstaan, met vreugden, maar ook met de nodige beproevingen…

Neen, ik ben helemaal niet genezen, lichamelijk toch niet! Regelmatig krijg ik er een nieuwe diagnose bij, een nieuwe uitdaging om in die beproeving God steeds liever te gaan zien, Hem nog vuriger te gaan beminnen!

De Hemelse Geneesheer is mijn ziel gaan bewerken waardoor er toch opnieuw vreugde en licht in mijn leven gekomen is, geen aardse vreugde, maar een vreugde die veel dieper gaat, die mijn ziel beroert, die mijn ziel doet groeien en doet verlangen naar meer, die me doet verlangen om Hem nog beter te leren kennen en zijn Licht in mijn leven brandend te houden!

In mij groeide het sterke verlangen om Hem nog meer, nog vuriger te dienen. De gedrevenheid die ik vroeger bezat om aardse dingen te beleven en na te jagen sloeg om in een gedrevenheid om iets te gaan betekenen voor God en Zijn Kerk, maar vooraleer ik deze stap kon zetten besefte ik meer dan ooit dat ik God niet kon dienen met de ziel die ik op dat moment bezat.

Ook hier greep de Goede Vader in.

Terwijl ik op een ochtend bij de radio bezig was, kwam er plots een pater binnen die ik heel goed kende, maar in geen 20 jaar meer gezien had, meer bepaald de pater waar Stijn en ik in onze jonge jaren retraites bij gevolgd hadden. Het weerzien was héél hartelijk en bij een volgende ontmoeting kon ik bij hem mijn allereerste biecht na jaren uitspreken. Hij zegende mij, en oh, wat was ik zo gelukkig deze stap gezet te hebben.

Sindsdien is God aan mijn ziel aan het kneden, en het voelt heerlijk, ook al doet het soms pijn omdat ik op eigen gebreken, zwaktes en kwetsuren bots. Ik besef dat dit nodig is om te groeien in geloof en volmaaktheid, want dit is toch de opdracht die we allen als christenen hebben. Wij zijn allemaal geroepen om een leven in heiligheid te leven, en God heeft geduld! Héél veel geduld! Hij wacht enkel op dat kleine kiertje in onze ziel waarlangs wij Hem binnen laten komen, die kleine opening… dat kleine ‘ja’.

Omwille van gezondheidsredenen heb ik helaas mijn werk bij de radio stop moeten zetten. Dit kon ik door Gods genade anders bekijken. Waar Jezus de ene deur sluit, gaat een andere open. Ik mag en kan nog zoveel goede werken doen, en dat zal ik niet nalaten.

Via Radio Maria heb ik kennis gemaakt met een nieuwe jonge Congregatie van Paters hier in België, de “Dienaren van Jezus en Maria”, gevestigd te Maleizen bij Overijse.

Deze Congregatie telde tot op vandaag twee paters en een broeder, maar vandaag komt er een nieuwe jonge pater bij. Zo telt deze congregatie nu vier religieuzen: Pater Gert, Pater Daniël, Pater Stefan en Broeder Markus. Hun Moederhuis is gevestigd in Oostenrijk (daar zijn nog twee Vlaamse jonge mannen met een roeping in opleiding).

De kennismaking met deze congregatie heeft me tot diep in mijn ziel getroffen. De moedige en sterke getuigenissen, en de grote eerbied die aan de dag gelegd wordt bij het opdragen van de Heilige Mis laten niemand onberoerd.

Het jeugdapostolaat ligt hen heel nauw aan het hart, en heeft zich geuit in het oprichten van een echte Katholieke Middelbare School en de KSA “Sint-Jan Berchmans”.

Maar, zoals we allemaal weten is het ook voor hen een heel moeilijke tijd om staande te blijven in deze woelige tijden. Noodgedwongen heeft één van de paters de zorg voor twee parochies op zich genomen. Naast zijn taak als overste en het apostolaatswerk binnen de Congregatie is dit nodig om financieel te kunnen overleven. Dit ene inkomen dient om de huur, de kosten van water, elektriciteit en verwarming van de gebouwen te betalen, en te voorzien in de dagelijkse behoeften. Daarnaast duiken regelmatig onvoorziene kosten op die voor hen moeilijk zijn om alleen te dragen.

Om hen een hart onder de riem te steken en een handje te helpen ben ik drie jaar geleden begonnen met het maken van rozenkransen die ten voordele van de paters verkocht worden. Dit doe ik tot op de dag van vandaag nog steeds, in gebed, en het verveelt niet.

De vreugde die ik mag ervaren bij hun dankbaarheid zet me ertoe aan verder te doen. Voor mij is dit het meewerken en het mee uit bouwen van Gods Rijk op aarde.

Ondertussen hebben Pater Gert en ik samen een kloosterwinkeltje opgericht met wat religieuze boeken, medailles, zelfgemaakte zakjes, beeldjes en natuurlijk verschillende soorten rozenkransen, waaronder de wondernoveen van Theresia van Lisieux, het rozenhoedje tot de Heilige Aartsengel Michaël, het rozenhoedje tot St.-Jozef…

Samen met mijn dochter Annelies en mijn man Stijn hebben we ook een gebeds-CD gemaakt om te verspreiden. Dankzij dit kleine initiatief hebben we toch al enkele mooie dingen zien gebeuren binnen het Klooster.

Het klooster en deze paters zijn meer en meer een belangrijke rol gaan spelen in ons leven.

Het maakt deel uit van ons gezinsleven en het apostolaatswerk is niet meer enkel mijn betrachting, maar tevens ook die van mijn dochter en mijn man.

Het klooster in Maleizen is onze tweede thuis geworden, de paters en de broeder onze vrienden.

Met een dankbaar hart kijk ik dan ook graag terug naar de vele mooie wonderwerken die God reeds (in mijn ziel) verricht heeft.

Wetende dat Hij me steeds verder zal kneden voor het geluk van mijn ziel, hoop ik ook een bescheiden bijdrage te mogen leveren opdat ook anderen dit grote geluk zouden mogen (her) ontdekken.

Hij heeft me terug naar Zich toegetrokken, en na een periode van duisternis en uitzichtloosheid; licht en leven gebracht!

Mijn verlangen is dan ook om in deze Kersttijd, mijn dankbaarheid om te zetten in een dienende akte van liefde tot Hem.

En hoe kan ik dit beter doen, door net datgene te ondersteunen wat Hem zo nauw aan het Hart ligt… Zijn Heilige Kerk… Zijn Dienaren… onze priesters!

Het leek mij dan ook vanzelfsprekend om deze tijd te gebruiken om jullie te laten delen in mijn vreugde door getuigenis af te leggen van Gods Liefde in mijn leven.

De aantrekkingskracht van Zijn Kostbare Hart overtreft werkelijk alles!

En… geloof me… Eens je het kent, kan je niet meer zonder…

Opdat de paters hun apostolaatswerk verder kunnen doen en om deze congregatie hierin verder te kunnen steunen durf ik mij te beroepen op jullie goedheid en gulheid.

Ik verzeker jullie ervan dat elke gift rechtstreeks en volledig naar het apostolaatswerk van de paters gaat.

De paters hebben echt wel nood aan extra hulp, en daar het Kerstmis is dacht ik eraan deze brief neer te schrijven om alzo beroep te kunnen doen op jullie steun en bereidwillige mildheid.

Deze Congregatie vormt onze huidige jeugd tot de nieuwe Kerk van morgen, een Kerk die ons terug dichter bij de Waarheid en de Liefde van God wil brengen…

Het Licht in onze harten!

U kunt een gift ter ondersteuning van het apostolaatswerk storten op volgend rekeningnummer:

Congregatie Servi Jesu et Mariae, t.a.v. pater Gert Verbeken
Terhulpensesteenweg 708, 3090 Maleizen ( Overijse)
IBAN: BE82 0017 6599 8568
BIC: GEBABEBB

Het is goed als mededeling te vermelden: “Steun Apostolaatswerk SJM“ (SJM= Servi Jesu en Mariae, dienaren van Jezus en Maria)

Moge God het jullie rijkelijk belonen.

Ik wens jullie dan ook te danken om het geduld en de tijd die u nam om deze brief te lezen.

Met een dankbaar hart verzeker ik u van mijn gebed!

Ik wens u en al uw dierbaren een genadevolle kersttijd toe door de geboorte van onze Heiland!

Zalig kerstfeest,

Demeyer Rose-Marijke

 

“Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen. Uw Meester is Christus!” (Kol. 3; 23-24)

AD MAJOREM DEI GLORIAM!

Congregatie
Servi Jesu et Mariae
Terhulpensesteenweg 708
3090 Maleizen (Overijse)

Armin Schwibach: interview met kardinaal Walter Brandmüller

Standaard

“De Heer is ook nu in de boot”

Armin Schwibach van Kath-net heeft een interview met kardinaal Walter Brandmüller, kerkhistoricus en één van de dubiakardinalen.

Armin Schwibach: “In de oktoberuitgave van het jezuïetentijdschrift “La Civiltà Cattolica” (fascikel 4016, pp 119-130, 2017, deel IV) kon men lezen dat de Wittenbergse stellingen noch een uitdaging van het gezag noch een rebellie ertegen geweest zouden zijn maar “het voorstel tot vernieuwing van de verkondiging van het evangelie in het eerlijke verlangen naar een ‘hervorming’ in de Kerk”. Voor de jezuïeten (en het door de paus persoonlijk gecontroleerde tijdschrift) bestaat het probleem in de aanspraak van zowel de Kerk als ook van Luther dat zij de hele waarheid belichamen. Toch mag men volgens hen de rol van Luther als ‘geloofsgetuige’ niet ontkennen.
Om welke vooroordelen zou het hier kunnen gaan? Is dan de facto de excommunicatie van Luther ‘post mortem” opgeheven? Moet Luther nu tot de “kerkleraar van de authentieke hervorming” verheven worden? Was de Reformatie een ogenblik van het “werken van de Heilige Geest”, zoals een vertegenwoordiger van de Italiaanse Bisschoppenconferentie meende? Hebben de pausen en de Kerk samen met het Concilie van Trente het mis gehad, toen zijn het lutheranisme verklaarden tot een heresie verklaarden, dat wil zeggen een ketterij die de waarheid van het geloof bedreigde?”

Kardinaal Brandmüller:
Er was helemaal geen “Lutherjaar” voor nodig om die polemische geschiedschrijving die aan beide kanten tot ongeveer de eerste wereldoorlog gebruikelijk was, te overwinnen. Op zijn laatst sinds het einde van de nazidictatuur, waaronder katholieken en protestanten van de “Bekennende Kirche”, evenveel hebben geleden, is men aan beide kanten tot een geschiedschrijving over Luther resp. de reformatie gekomen, die zich gebonden weet aan de historische bronnen en de voorstellingen die berusten op de kritische interpretatie ervan. Spreken over de noodzaak van een herwaardering van Luther aan katholieke zijde getuigt daarom van simpele onwetendheid rond de werkelijke stand van de wetenschap, resp. de literatuur ter zake.

Wat nu de beroemde 95 stellingen betreft, kunnen we zeggen dat zij inderdaad in grote lijnen katholiek kunnen worden verstaan. Zij waren uitdrukking van het protest van een geëngageerde priester tegen een verkeerd begrip en tegen misbruik van aflaten.

Het duurde ondertussen geen drie jaar totdat Luther in de bekende drie zogenaamde “Strijdschriften” van het jaar 1520 zijn radicale breuk met elementaire inhouden van het katholieke geloof liet zien – en dat met een tot dan toe ongewone heftigheid en scherpte. Hoe het bij hem tot een dergelijke breuk kon komen, is een vraag die het onderzoek tot nu toe niet naar tevredenheid heeft kunnen verhelderen. Luther ondertussen zien als geloofsgetuige – of zoals ook al is gebeurd – als “vader in het geloof”, is vanwege de genoemde oorzaken zonder meer dwaas.

Is er werkelijk sprake van “vooroordelen” tegen Luther? Ze spreken ook over de excommunicatie van Luther? Vooroordelen? Welnu, over een man die al 500 jaar dood is, kunnen er alleen maar “na-oordelen” zijn. Dan moeten we allereerst zeggen dat de excommunicatie van Luther een historisch feit is. Hoe wilt u zoiets uit de wereld helpen? En wat de geëxcommuniceerde zelf betreft: hier geldt het principe uit het Romeinse recht: mors solvit omnia – de dood lost alles op. Daarom is het gewoonweg naïef om de opheffing van Luthers excommunicatie te eisen. Dat een dergelijke eis vaak ruime media-instemming oproept, geeft slechts blijk van een tamelijk naïeve, gestoorde verhouding met het verleden en de geschiedenis.

Zij vragen of Luther tot de “kerkleraar van de authentieke hervorming” verheven zou moeten worden? Welnu, dan moet allereerst verduidelijkt worden wat men onder “hervorming” verstaat. Eén ding is daarbij duidelijk: het hervormde moet identiek zijn met wat hervormd moet worden. Zo niet, dan was er geen sprake van hervorming maar van verandering. De Kerk van Jezus Christus kan en moet weliswaar steeds ”anders” worden, dat wil zeggen steeds volmaakter. Luther echter wilde – aldus de protestantse kerkhistoricus Franz Lau – “radicale revolutie”. Hij heeft, – zo staat het in zijn geschrift: “Aan de adel van de Duitse Natie” – verkondigd dat hij drie muren zou afbreken.

De eerste muur ziet hij in het priesterschap dat op de heilige wijding gebaseerd is; de tweede in het leergezag van de Kerk dat berust op de zending door Jezus Christus; de derde muur ziet hij in het bestaan van het pausschap. Dat deze “muren” op stevige Bijbelse grond rusten, interesseert de woedende augustijn niet. Welnu, omdat hij deze drie muren afgebroken heeft, ziet Luther het hele bouwwerk van de pauselijke Kerk in elkaar vallen.

Te beweren dat deze totale vernietiging een “werk van de Heilige Geest” geweest is, is een wel een heel avontuurlijke bewering die alleen verklaarbaar is door simpele onbekendheid met geschiedkundige teksten en gebeurtenissen die voor een bisschop meer dan verbazingwekkend zijn. En dan het Concilie van Trente: het was en blijft een oecumenisch concilie en dat is met en onder de paus het hoogste orgaan van het kerkelijk leergezag en zijn definitief afgekondigde leer geniet onfeilbaarheid… Zijn doctrinaire decreten gelden voor altijd.

***

Armin Schwibach: “Het afgelopen jaar stond in het teken van de discussie over het apostolisch schrijven “Amoris Laetitia”, niet in de laatste plaats van de vijf “dubia” die door u samen met de kardinalen Carlo Caffarra, Raymond Leo Burke en Joachim Meisner naar voren zijn gebracht; dat wil zeggen vragen betreffende punten die verheldering behoeven waarbij het gaat om het fundament van de universele en onveranderlijke leer van de Kerk. Kunt u uitleggen waarin de kern van deze “dubia” bestaat?”

Kardinaal Brandmüller:
De vragen (dubia – twijfel) die volgens een normale procedure aan de heilige vader en aan de Congregatie voor de Geloofsleer zijn voorgelegd, hebben de volgende inhoud:
1. Kan iemand die gebonden is door een bestaande huwelijksband en die met een nieuwe partner samenwoont (AL nr. 305, noot 351) in bepaalde gevallen “de absolutie en de communie” ontvangen?
2. Bestaan er absolute morele geboden, resp. verboden die zonder uitzondering en onder alle omstandigheden verplichten? (Bijv. het doden van een onschuldig iemand)?
3. Is het ook nu nog zo dat iemand die duurzaam in echtbreuk leeft, zich objectief in toestand van zware zonde bevindt?
4. Bestaan er levensomstandigheden, die de morele verantwoordelijkheid zodanig verminderen dat daardoor immoreel handelen (hier: echtbreuk) verontschuldigd, ja zelfs gerechtvaardigd kan worden?
5. Kan een persoonlijke gewetensbeslissing uitzonderingen van het absolute verbod van handelingen die in zich immoreel zijn, toestaan?

Zoals u ziet, betreffende deze vragen de grondslagen van het geloof en de moraal. Volgen we die, dan moeten de vragen 1, 4 en 5 ondubbelzinnig met neen en de vragen 2 en 3 met ja beantwoord worden.

***

Armin Schwibach: “Het meningsverschil rond “Amoris Laetitia”en ook de discussie rond projecten als “Huwelijk voor allen” hebben veelvuldig duidelijk gemaakt dat er een “antropologische revolutie” verlangd wordt. Kortom: het gaat om een radicale herinterpretatie van wat de mens is en hoe hij kan en moet zijn.
Heeft dit alles misschien iets te maken heeft met een gebrekkig begrip van natuurrecht?”

Kardinaal Brandmüller:
Als men meent dat ook personen van hetzelfde geslacht een “huwelijk” kunnen sluiten; dat men met behulp van chirurgie geslachtsveranderingen en andere ingrepen in de natuur van de mens mag uitvoeren, dan betekent dat een regelrecht perverse opstand tegen de scheppingsorde, tegen de door God gewilde en geschapen natuur van de mens. Handelen tegen deze scheppingsorde in betekent zelfvernietiging van de mens. Spreken van “herinterpretatie” is een oneerlijke bagatellisering.
Het is inderdaad hoogst zorgwekkend dat de ideologische verwarring zo ver gaat dat men meent het subjectivisme zo op de spits te kunnen drijven. Dat is dan een “neen” tegen het eigen schepsel-zijn en tegen de Schepper. De mens op de troon van God! Een groteske, absurde, apocalyptische voorstelling.

***

Armin Schwibach: “Van veel kanten wordt de verwarring die in de Kerk heerst, geconstateerd of er wordt over geklaagd. Veel gelovigen die “tot nu toe” met gesloten ogen “op Rome konden vertrouwen”, voelen zich nu thuisloos gemaakt en alleen gelaten in een cultureel onrustige tijd. Daarbij gaat het niet zozeer om het verlies van zekerheden als wel het duidelijk ontbreken van een “hart onder de riem” op een rotsige weg.
Dikwijls heeft men de indruk dat het erom gaat degenen die op een afstand staan te sterken en te zeggen dat het goed is waar zij staan, terwijl degenen die dichtbij staan, alleen maar kritiek krijgen. Wat denkt u van deze historisch toch unieke situatie?”

Kardinaal Brandmüller:
U spreekt terecht over de verwarring die steeds groter wordt. In deze situatie die door St.-Paulus al voorzien wordt – zie de brieven aan Titus en Timoteüs – is het zaak zich te houden aan de kerkelijke overlevering die door de Heilige Geest geleid wordt en die haar actuele neerslag vindt in de Catechismus van de Katholieke Kerk. Wat daarmee in tegenspraak is – van wie die tegenspraak ook komt – is geen katholieke waarheid.

Wie volgens de Catechismus gelooft en ernaar leeft, is op de juiste weg. Die gaat momenteel wel door duisternis, nevel en onherbergzaam gebied.
Nu uw vraag over degenen “die op een afstand staan”, dus mensen die het geloof van de Kerk, het Godsgeloof niet kennen of totaal afwijzen: natuurlijk kan een katholiek, vooral een priester of bisschop, niet berusten in het toenemen in aantal van deze mensen. Hij moeten erop uit zijn ook die tijdgenoten – en die zijn al lang in de meerderheid – de weg naar het geloof te laten zien want zonder dat geloof is er geen eeuwig heil. Jezus zelf preekte niet: “Blijf staan waar je bent”, maar: “Keer om en geloof in het evangelie!” Dat men zich uitput in binnenkerkelijke ruzies in plaats van zich druk te maken om het eeuwig heil van de velen, getuigt van een verschrikkelijk gebrek aan geestelijke vitaliteit bij de katholieken van onze tijd.

U heeft het over een “historisch toch unieke situatie”? Daar ben ik het niet zonder meer mee eens. In de tijd van de Ariaanse Crisis – de Arianen geloofden niet dat Jezus wezensgelijk is met God Vader – was het grootste gedeelte van de bisschoppen in de Oostelijke helft van het Romeinse Rijk tot ketterij vervallen. Pas door de Concilies van Nicea en Chalcedon kon deze dodelijke bedreiging van het geloof overwonnen worden: de Heer was en is ook nu in de boot – ook als Hij schijnt te slapen.

Vertaling: C. Mennen
30 december 2017
Bron: Mennenpr.nl