Uitvaart Pater Yves-Marie Legrain op 3 maart 2018

Leave a comment Standaard

Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus

Broeders en Zusters, kleine zielen van de hele wereld, ziehier de  details die ik in mijn laatste bericht aankondigde:

UITVAART

pater
De plechtige Eucharistieviering voor Pater Yves-Marie Legrain zal doorgaan op

zaterdag 3 maart 2018 om 10.30 uur in de parochiekerk: ‘Sainte-Marie’,

Rue de la Coopération 1, 4051  Vaux-sous-Chèvremont, België

VOORAVONDVIERING

Er zal als vooravondviering de H. Mis voor Pater Legrain – die de laatste geestelijke leidsman van Marguerite was – opgedragen worden in de Kapel van de Barmhartige Liefde,  op vrijdag 2 maart 2018, om 17.30 uur.

Een in gebed en vertrouwen op Jezus Barmhartige Liefde,
Pater Marcel

View original post

In Memoriam Pater Yves-Marie Legrain

Leave a comment Standaard

Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus

img_0761Foto boven: Pater Yves-Marie op het priesteraltaar van de Mariabasiliek in Chèvremont tijdens de grote Internationale Bedevaart op 21 juni 2014.


pater Pater Yves-Marie Legrain

Bron foto: Het Legioen Kleine Zielen

Beste broeders en zusters,

Kleine Zielen,

We ontvingen droevig nieuws van Pére Marcel uit Chèvremont:

Broeders en Zusters, Kleine Zielen van de ganse wereld, Pater Yves-Marie heeft deze aarde verlaten op donderdag 22 februari 2018 in de avond. Vertrouwen wij hem nu toe aan de Barmhartigheid van de Heer. Ik zal u later nadere inlichtingen geven. In eenheid van vertrouwen en hoop voor hem.

Pater Marcel

Pater Karmeliet Yves Marie Legrain hebben vele kleine zielen mogen ervaren als een zeer integer en warm persoon, Hij was een goede biechtvader voor Marguerite en een zeer geliefd Internationaal geestelijk leidsman.

Er zal binnenkort nog meer informatie komen van Père Marcel n.a.v. zijn overlijden.

View original post

Gebeden- en zangboekje van het ‘Legioen Kleine Zielen’ ten behoeve van de Gebedsgroepen

Leave a comment Standaard

779f0-logo-legioen-kleine-zielen-nederland

Het zangboekje ten behoeve van de gebedsgroepen van het Legioen Kleine Zielen in België en Nederland ligt nu bij de drukkerij!! Verwachte uitgifte: Landgraaf, midden maart 2018.

Gebeden- en zangboekje (52 blz) – Klik hier

Het boekje is te koop voor 10 euro en te bestellen via onderstaand adres:

Contact: legioenkleinezielen@live.com

Info: Hetlegioenkleinezielen.wordpress.com


 

VERKLARING VAN TROUW AAN DE OVERGELEVERDE LEER DOOR DE BISSCHOPPENVAN KAZACHSTAN

Leave a comment Standaard

Na de publicatie van de Apostolische Exhortatie “Amoris Laetitia” (2016) hebben verschillende bisschoppen op lokaal, regionaal en nationaal niveau uitvoeringsbepalingen gegeven met betrekking tot de sacramentendiscipline van die gelovigen – “hertrouwd gescheidenen” genoemd – die, hoewel hun echtgenoot, met wie zij door een sacramentele huwelijksband verbonden zijn, nog leeft, toch een bestendige levensgemeenschap more uxorio zijn aangegaan met iemand die niet hun rechtmatige echtgenoot is.

 

De genoemde normen bepalen onder andere dat dergelijke personen – “hertrouwd gescheidenen” genoemd – in afzonderlijke gevallen het sacrament van boete en verzoening en de heilige communie kunnen ontvangen, ongeacht het feit dat zij voortdurend en opzettelijk met iemand more uxorio samenleven, die niet hun rechtmatige echtgenoot is. Dergelijke normen zijn door verschillende hiërarchische gezagsdragers bevestigd. Enkele van deze normen zijn zelfs door het hoogste gezag in de Kerk bevestigd.

 

De verbreiding van deze kerkelijk bekrachtigde pastorale normen heeft een behoorlijke en nog steeds groeiende verwarring veroorzaakt onder de gelovigen en de clerus. Het gaat hier om een verwarring die raakt aan de centrale levensuitingen van de Kerk zoals: het sacramentele huwelijk met het gezin, de huiskerk, en het sacrament van de allerheiligste eucharistie.

 

Volgens de leer van de Kerk vormt slechts de sacramentele huwelijksband een huiskerk (vgl. Vaticanum II, Lumen Gentium, 11). De toelating van “hertrouwd gescheiden” gelovigen tot de heilige communie, die toch de hoogste vorm is waarin de eenheid van Christus, de Bruidegom, met zijn Kerk wordt uitgedrukt, betekent in de praktijk een soort bekrachtiging of legitimering van de echtbreuk, en in die zin een soort invoering van de echtbreuk in het leven van de Kerk.

 

De genoemde pastorale normen zijn inderdaad mettertijd middelen tot verbreiding van de “gesel van de echtbreuk”  (deze uitdrukking gebruikte Vaticanum II, vgl. Gaudium et Spes, 47). De Kerk moet echter integendeel op grond van haar onvoorwaardelijke trouw aan de leer van Christus een bolwerk en een betrouwbaar teken van tegenspraak zijn tegen de zich dagelijks verder uitbreidende gesel van de echtbreuk in de burgerlijke samenleving. Onze Heer en Heiland heef op ondubbelzinnige wijze en zonder enige uitzondering te maken de wil van God met betrekking tot het absolute verbod op echtbreuk plechtig bekrachtigd. Een bekrachtiging of legitimering van de schending van de heiligheid van de huwelijksband, al is het slechts op indirecte wijze door de vermelde sacramentenpraktijk, betekent dus een wezenlijke verandering van de 2000 jaar oude sacramentele discipline van de Kerk. Bovendien brengt een wezenlijk veranderde discipline mettertijd ook een verandering van de betreffende leer met zich mee.

 

Het permanente leergezag van de Kerk, de leer van de apostelen en van alle pausen, heeft de glasheldere leer van Christus ten aanzien van de onontbindbaarheid van het huwelijk, zowel in de leer als ook in de sacramentele discipline (in de praktijk) ondubbelzinnig, zonder een zweem van twijfel en altijd in dezelfde zin en in dezelfde betekenis bewaard en doorgegeven.

 

Vanwege haar wezen dat in God zijn fundament vindt, mag de sacramentele discipline nooit in tegenspraak zijn met het geopenbaarde woord van God en het geloof van de Kerk  in de absolute onontbindbaarheid van een geldig en voltooid huwelijk. “Het geloof is niet alleen een voorwaarde voor de sacramenten, maar zij voeden het ook door woorden en riten, versterken en betuigen het; daarom heten zij sacramenten van het geloof” (Vaticanum II, Sacrosanctum Concilium, 59.  “Zelfs de hoogste autoriteit in de Kerk kan de liturgie niet naar believen veranderen maar alleen in geloofsgehoorzaamheid en in eerbied voor het mysterie van de liturgie” (Catechismus van de Katholieke Kerk, 1125). Het katholieke geloof verbiedt vanuit zijn wezen een formele tegenspraak tussen het geloof dat beleden wordt aan de ene kant en de levens- en sacramentenpraktijk aan de andere kant. In deze zin kan men de volgende uitspraak van het leergezag begrijpen: “De kloof bij velen tussen het geloof dat men belijdt, en het dagelijkse leven hoort bij de ernstige dwalingen van onze tijd” (Vaticanum II, Gaudium et Spes, 43) en “de concrete pastorale begeleiding in de Kerk moet steeds verbonden zijn met haar leer en mag daar nooit van worden losgemaakt”  (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Familiaris Consortio, 33).

 

Met het oog op het vitale belang die de leer en de discipline van huwelijk en eucharistie vormen, is de Kerk verplicht met één en dezelfde stem te spreken. De pastorale normen betreffende de onontbindbaarheid van het huwelijk mogen dus elkaar tussen diocesen of tussen verschillende landen niet tegenspreken. Van de tijd van de apostelen af heeft de Kerk dit principe in acht genomen. Daarvan getuigt de heilige Ireneüs: “Deze boodschap en dit geloof bewaart de Kerk zorgvuldig, zoals ze haar ontvangen heeft, hoewel zij, zoals gezegd, over heel de wereld verspreid is, alsof ze in één huis woonde. Ze gelooft er zo aan alsof ze slechts één ziel en één hart heeft, en zij verkondigt haar leer en levert die zo eensgezind over dat het lijkt alsof ze één mond bezit”  (Adversus haereses, I, 10, 2). De heilige Thomas van Aquino levert ons hetzelfde permanente principe van de Kerk over: “Er bestaat slechts één en hetzelfde geloof van de ouden en van de modernen, anders zouden we niet één en dezelfde Kerk hebben” (Quaestiones disputatae de Veritate, q. 14, a. 12c).

 

De volgende waarschuwing van paus Johannes Paulus II blijft actueel en van kracht: “De verwarring die in de gewetens van veel gelovigen door diverse meningen en leringen in theologie, verkondiging, catechese en spirituele begeleiding met betrekking belangrijke en heikele kwesties inzake christelijke moraal geschapen is, leidt er ook toe dat het echte zondebesef minder wordt en bijna verdwijnt” (Apost. Exhortatie Reconciliatio et Paenitentia, 18)

 

De betekenis van de volgende uitlatingen van het leergezag van de Kerk kan men zeker ook op de leer en de sacramentele discipline betreffende de onontbindbaar van een gesloten en voltooid huwelijk toepassen:

 

“De Kerk van Christus als zorgvuldige bewaakster en verdedigster van de haar toevertrouwde geloofswaarheden verandert niets aan die geloofswaarheden, doet er niet aan af en voegt er niets aan toe. Zorgvuldig, trouw en wijs gaat zij om met datgene wat van vroeger is overgeleverd. Het is haar streven de geloofswaarheden die vroeger geleerd werden en in het geloof van de vaderen opgenomen waren, zo te onderzoeken en te belichten dat die waarheden van de hemelse leer helderheid, licht en zekerheid ontvangen maar ook tevens hun volheid, hun integriteit en hun specifieke karakter bewaren en allemaal op hun eigen terrein, d.w.z. in een en dezelfde leer, in een en dezelfde betekenis en in een en dezelfde inhoud een groei laten zien.” (Pius IX, Dogmatische Bulle Ineffabilis Deus).

 

“Wat betreft het wezen van de waarheid zelf heeft de Kerk tegenover God en tegenover de mens de heilige plicht haar te verkondigen, haar zonder enige afzwakking te leren zoals Christus haar heeft geopenbaard. Er zijn geen tijdsomstandigheden die het zouden toestaan de ernst van deze plicht te verkleinen. Iedere priester, aan wie de zorg is toevertrouwd de gelovigen te onderwijzen, te vermanen en te leiden, wordt in geweten door deze plicht gebonden”. (Pius XII, Toespraak tot de pastoors en de vastenpredikanten, 23 maart 1949)>

 

“De Kerk historiseert niet, zij relativeert het wezen van de Kerk niet als zij zich aan de verandering van de cultuur aanpast. Het wezen van de Kerk is immers hetzelfde en zij blijft zichzelf trouw, zoals Christus haar wilde en de authentieke traditie haar vervolmaakte” (Paulus VI, Homilie van 28 oktober 1965).

 

“Op geen enkel punt afbreuk doen aan de heilsleer van Christus, dat is de hoge vorm van pastorale liefde” (Paulus VI, Encycliek Humanae Vitae, 29)

 

– “De Kerk houdt nooit op, op te roepen en te bemoedigen de eventuele huwelijksproblemen op te lossen zonder ooit de waarheid te vervalsen of geweld aan te doen” (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Familiaris Consortio, 33).

 

“Deze zedelijke norm is niet door de Kerk geschapen en wordt niet aan haar eigen goeddunken overgelaten. In gehoorzaamheid jegens de waarheid, die Christus is, wiens beeld zich weerspiegelt in de natuur en de waardigheid van de menselijke persoon, interpreteert de Kerk de zedelijke norm en houdt haar voor aan alle mensen van goede wil zonder de eis van radicaliteit en volmaaktheid ervan te verbergen” (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Familiaris Consortio, 33).

 

“Vanwege het principe van de waarheid en de logica staat het de Kerk niet goed te noemen wat slecht is, en slecht wat goed is. De Kerk die steunt op deze beide principes die elkaar aanvullen, kan haar zonen en dochters die zich in een smartelijke situatie bevinden, alleen maar uitnodigen op andere manieren te naderen tot Gods barmhartigheid, echter niet op de weg van de sacramenten van boete en eucharistie, zolang zij niet de vereiste geestelijk conditie bereikt hebben” (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Reconciliatio et paenitentia, 34).

 

De onverzettelijkheid van de Kerk bij de verdediging van de universele en onveranderlijke zedelijke normen heeft niets onderdrukkends in zich. Zij dient alleen voor de ware vrijheid van de mens: omdat er buiten de waarheid of tegen de waarheid in geen vrijheid bestaat” (Johannes Paulus II, Encycliek Veritatis Splendor, 96).

 

Betreffende de zedelijke normen, die het in zich kwade verbieden, zijn er voor niemand privileges of uitzonderingen. Of iemand de heer van de wereld is of de laatste, “de armzaligste” op aarde, maakt geen enkel verschil. Tegenover zedelijke eisen zijn we allemaal absoluut gelijk” (Johannes Paulus II, Encycliek Veritatis Splendor, 96)

 

De plicht om te onderstrepen dat het onmogelijk is (hertrouwd gescheidenen) toe te laten tot het ontvangen van de communie, is een voorwaarde van echte pastorale zorg, werkelijke zorg om het welzijn van deze gelovigen en van de hele Kerk in zover zij de noodzakelijke voorwaarden zijn voor het werkelijk doorzetten van die bekering waartoe allen steeds door de Heer worden uitgenodigd” (Pauselijk Raad voor de Wetsteksten, Verklaring over de toelating van hertrouwd gescheidenen tot de heilige communie, 24 juni 2000, nr. 5).

 

Volgens de leer van het Tweede Vaticaans Concilie dienen de bisschoppen de eenheid van het geloof en de discipline die aan heel de Kerk gemeenschappelijk is, te bevorderen en te beschermen, en elk streven te bevorderen zodat het geloof mag groeien en het licht van de volle waarheid voor alle mensen mag opgaan (Vgl. Lumen Gentium, 23). Daarom voelen wij ons als katholieke bisschoppen gedrongen tegen de momentane verwarring in die steeds groter wordt, de onveranderlijke waarheid en de eveneens onveranderlijke sacramentele discipline met betrekking tot de onontbindbaarheid te belijden. In die zin bevestigen wij:

 

Geslachtelijke betrekkingen tussen personen die niet door een geldige huwelijksband met elkaar verbonden zijn – wat zo is bij de zogenaamde “hertrouwd gescheidenen” – gaan in tegen de wil van God en vormen een zware belediging van God.

 

– Geen omstandigheid of doel, zelfs niet een mogelijke niet toerekenbaarheid of schuldvermindering, kunnen deze seksuele betrekkingen tot een positieve morele werkelijkheid en God welgevallig maken. Datzelfde geldt ook voor de andere negatieve voorschriften van de tien geboden van God. Want er zijn “handelingen die door zichzelf en in zich, onafhankelijk van de omstandigheden, altijd zwaar ongeoorloofd zijn vanwege hun objectieve inhoud” (Johannes Paulus II, Apost. Exhortatie Reconciliatio et Paenitentia, 17)>

 

– De Kerk beschikt niet over het onfeilbare charisma om over de innerlijke genadestaat van de gelovigen te oordelen (vgl. Concilie van Trente, sess. 24, cap. 1). Het niet toelaten van zogenaamd ”hertrouwd gescheidenen” tot de heilige communie betekent geen oordeel over het feit of zij zich voor God in staat van genade bevinden, maar een oordeel over het zichtbare, publieke en objectieve karakter van hun situatie. Op grond van de zichtbare natuur van de sacramenten en van de Kerk hangt het ontvangen van de sacramenten noodzakelijkerwijs af van de betreffende zichtbare en objectieve situatie van de gelovigen.

 

Het is zedelijk niet geoorloofd seksuele betrekkingen te onderhouden met iemand die niet de eigen echtgenoot is, om zogenaamd een andere zonde te vermijden. Het woord van God leert ons namelijk dat het niet geoorloofd is “iets slechts te doen om iets goeds uit te laten voortkomen” (Rom. 3, 8).

 

– De toelating van dergelijke personen tot de heilige communie kan alleen dan worden toegestaan als zij met de hulp van Gods genade en door een zorgvuldige en individuele pastorale begeleiding het ernstige voornemen maken in te toekomst van deze gewoonte af te zien en geen ergernis te geven. Daarin heeft zich in de Kerk altijd de ware geestelijke onderscheiding en de authentieke pastorale begeleiding uitgedrukt.

 

– Personen met regelmatige buitenhuwelijkse betrekkingen schenden door een dergelijke levenswijze hun onverbrekelijke huwelijksband tegenover hun rechtmatige echtgenoot. Daarom zijn zij niet in staat in “geest en waarheid” (vgl. Joh. 4, 23) aan het eucharistische bruiloftsmaal van Christus deel te nemen, gezien ook de woorden van de communieritus: “Zalig zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam” (Apok. 19, 9).

 

– De vervulling van de wil van God die in zijn tien geboden en in zijn uitdrukkelijk en absoluut verbod van echtscheiding geopenbaard is, vertegenwoordigt het ware geestelijke goed van de mens hier op aarde en zal hen naar de ware liefde in het eeuwige leven voeren.

 

Omdat de bisschoppen in hun pastoraal ambt “behoeders van het katholieke en apostolische geloof” zijn (vgl. Missale Romanum, Canon Romanus), zijn wij ons van deze zware verantwoordelijkheid bewust en eveneens van onze plicht tegenover onze gelovigen, die van ons verwachten dat we ons openlijke en ondubbelzinnig bekennen tot de onveranderlijke waarheid en discipline met betrekking tot de onontbindbaarheid van het huwelijk. Wij mogen daarom niet zwijgen.

 

In de geest van de heilige Johannes de Doper, de heilige John Fisher, de heilige Thomas Morus, de zalige Laura Vicuña en talrijke bekende en onbekende belijders en martelaren voor de onontbindbaarheid van het huwelijk, bevestigen wij:

 

Het is niet geoorloofd (non licet) een permanente seksuele betrekking door middel van de sacramentele praktijk van de toelating tot de communie van zogenaamde “hertrouwd gescheidenen” direct of indirect te rechtvaardigen, goed te keuren of te legitimeren omdat het in dit geval om een praktijk gaat die wezensvreemd is aan de totale overlevering van het katholieke en apostolische geloof.

 

Nu wij deze publieke belijdenis tegenover ons geweten en voor God, die ons zal oordelen, afleggen, zijn wij er oprecht van overtuigd hiermee de Kerk in onze dagen en de paus, de navolger van de heilige apostel Petrus en plaatsvervanger van Christus op aarde, een dienst van liefde in de waarheid te bewijzen.

 

 

31 december, feest van de H. Familie, in het jaar van het eeuwfeest van de verschijningen van de Moeder Gods in Fatima.

 

+ Tomash Peta, aartsbisschop metropoliet van het aartsbisdom van de H. Maria in Astana

+ Jan Pawel Lenga, aartsbisschop-bisschop van Karaganda

+ Athanasius Schneider, hulpbisschop van het aartsbisdom van de H. Maria in Astana

KARDINAAL SARAH “GOD OF NIETS”

Leave a comment Standaard

Afgelopen woensdag 7 februari was kardinaal Robert Sarah in Brussel. Hij was daar op uitnodiging van de parochie van Onze Lieve Vrouw van Stokkel. De immens grote nieuwbouwkerk was afgeladen vol mensen. Er hadden zich 1500 mensen aangemeld maar er waren er ook nog velen zonder aanmelding. Opvallend was het grote aantal jongeren onder de veertig, de groep die in onze parochiekerken maar spaarzaam aanwezig is. Waarom komen al die mensen een avond lang luisteren aan een Afrikaanse kardinaal? Ik denk omdat men in deze tijd van ontkerkelijking, crisis en verwarring nood heeft aan een duidelijk herderlijk woord dat richting geeft. Daarom hebben de boeken die hij schreef zo’n wereldwijde weerklank gevonden. Ze zijn in het Nederlands vertaald en uitgegeven door Betsaida: “God of niets” (Dieu ou rien) en “De kracht van de stilte” (La force du silence).

 

Het onderwerp van de lezing droeg de titel van zijn eerste boek: “Dieu ou rien” (God of niets). Daaraan vooraf ging een indrukwekkende eucharistie gecelebreerd door kardinaal de Kesel, in concelebratie met kardinaal Sarah en de pauselijk nuntius in Brussel.

 

Met mijn eigen woorden en op grond van wat ik mij herinner zal ik de toespraak van de kardinaal proberen samen te vatten. Hij constateerde dat de spraakmakende elites in West-Europa, gevolgd door het merendeel van de mensen, in navolging van Nietzsche God dood hebben verklaard. Ze geloven niet meer in God; velen zijn agressief tegenover God en een grote groep leeft en handelt alsof God niet bestaat. Dat heeft enorm grote gevolgen. Het is namelijk volgens de kardinaal God of niets. Een tussenweg bestaat niet. Als men niet meer in God gelooft, wordt alles wat in Gods scheppingsorde van belang is, vernietigd. Immers de mens acht zich met een beroep op de vrijheid nergens meer aan gebonden. Hij zet zichzelf en zijn persoonlijke vrijheid in het middelpunt en vernietigt alles wat die vrijheid in de weg lijkt te staan.

 

Het eerste wat hij vernietigt, is de natuurwet, de natuurlijke, zedelijke orde die God in zijn schepping heeft neergelegd. Hij ontkent dat de mens geschapen is als man en vrouw. De kardinaal haalt een Afrikaans gezegde aan: de man is een halve mens en de vrouw is de andere helft. Samen zijn zij de hele mens. Ze vullen elkaar aan. Door die scheppingsorde te ontkennen vernietigt de mens het huwelijk. De kardinaal zei, dat dit nog nooit in de geschiedenis in welke cultuur dan ook ooit gebeurd is. Altijd heeft men, soms onvolmaakt, het huwelijk gezien als een verbintenis tussen man en vrouw en als vrucht van die verbintenis het kind. De moderne mens vernietigt de scheppingsorde door het homohuwelijk, alsof twee mannen of twee vrouwen überhaupt zouden kunnen trouwen. Zij vullen elkaar niet aan en hun verbinding is vruchteloos. Uiteindelijk vernietigt men de vrouw door haar bijzondere roeping tot het moederschap te ontkennen en haar inruilbaar te maken voor de man en omgekeerd. Men vernietigt het kind door abortus als een normale vorm van geboorteregeling te propageren. De kardinaal noemde nadrukkelijk Hillary Clinton die ervoor heeft geijverd bij de VN om abortus tot een recht voor iedere vrouw te maken. Euthanasie is de vernietiging van het menselijk leven, de keuze voor de vernietiging in zichzelf.

 

De genderideologie beweert dat het geslacht niet behoort tot de scheppingsorde maar een willekeurige keuze is van de mens. Dat je, als je als man liever een vrouw bent, er recht op hebt om wat je tot in de kleinste cel van je lichaam bent, te ontkennen en je te laten verminken tot wat je wilt zijn. Dat is de vernietiging van het man en vrouw zijn.

 

In al deze dingen gaan de mensen in onze gemakkelijk mee. Kardinaal Sarah betreurde het dat zelfs “hoge prelaten” die zaken gedeeltelijk overnemen om te laten zien dat ze de moderne tijd “begrijpen”.

 

De conclusie van de kardinaal is: als de mens God tussen haakjes zet, wordt hij automatisch nihilist, kiest hij voor het niets. Dan is dat, voeg ik eraan toe, het beginnende einde van een menselijke beschaving.

Na afloop vroeg een van de aanwezigen: wat kunnen wij als christenen hier tegen doen. Hoe moeten we ons gedragen. De kardinaal noemde een paar dingen.

Allereerst moeten we ons als christenen verenigen. Wij moeten bij elkaar steun zoeken om niet in boven genoemde beweging mee te gaan.

We moeten kracht zoeken in het gebed en in de trouwe viering van de eucharistie.

 

Tenslotte moeten wij van ons geloof getuigen. Duidelijk zeggen waar wij als christen voor staan ook al staat het haaks op wat de “wereld” vindt. Liefdevol maar duidelijk. Dat is in onze Westerse wereld niet gemakkelijk maar we mogen er niet voor terugschrikken.

De kardinaal zei dat christenen nergens zo erg vervolgd worden als hier in het Westen. In het Midden-Oosten en op plaatsen in Afrika worden christenen onthoofd. Maar, zei de kardinaal, dat is niet zo erg. Het aardse leven is sowieso maar tijdelijk. Het gaat om het eeuwig leven. In het westen wordt je niet onthoofd, maar hier wordt je ziel geroofd, als je niet oplet, en dan ben je voor eeuwig reddeloos verloren.

 

Mijn conclusie was dat kardinaal Sarah eigenlijk hetzelfde zegt als wat gepropageerd wordt in het veelgelezen Amerikaanse boek, The Benedict Option, waarin de schrijver Rod Dreher de christenen aanraadt het voorbeeld van de H. Benedictus te volgen die zich uit de heidense Romeinse wereld terugtrok en met gelijkgezinden het evangelie met een zekere radicaliteit beleefde en zo de christelijke beschaving in Europa voorbereidde. Dus niet de compromissen met de moderne wereld die veel christenen, ook

10 februari
feest van de H. Scholastica, zus van St.-Benedictus

De Mattei: De geest van verzet en liefde voor de Kerk

Comments 2 Standaard

7 februari 2018

de MatteiNu de vijfde verjaardag van de keuze van paus Franciscus dichterbij komt, horen we vaak zeggen, dat we ons op een dramatisch ogenblik in de kerkgeschiedenis bevinden zoals we dat absoluut nog nooit hebben meegemaakt. Dat is slechts ten dele waar. De Kerk heeft voortdurend tragische uren gekend waarin haar mystieke lichaam gewond werd, vanaf haar ontstaan op Golgotha tot in onze dagen. De jongere generaties weten het niet en de oude generaties zijn vergeten hoe verschrikkelijk de jaren waren na het Tweede Vaticaans Concilie waaruit het huidige tijdsgewricht voortkomt.

Vijftig jaar geleden, toen de revolutie van 1968 uitbarstte, probeerde een groep kardinalen en bisschoppen, vooraanstaande deelnemers aan het Concilie, een radicale verandering van de katholieke huwelijksleer door te drukken. De poging mislukte, omdat Paulus VI met de encycliek Humanae Vitae van 25 juli 1968 het verbod van kunstmatige voorbehoedsmiddelen bekrachtigde, en daarmee opnieuw kracht en hoop gaf aan de gedesoriënteerde kudde. Paulus VI, de paus van Humanae Vitae, was echter ook degene die een diepe breuk met de katholieke traditie veroorzaakte toen hij in 1969 de nieuwe misritus invoerde, die aan de oorsprong ligt van de hedendaagse liturgische verwoestingen.

Dezelfde paus Paulus VI bevorderde de Ostpolitik toen hij op 18 november 1973 de zware verantwoordelijkheid op zich laadde om Joszef kardinaal Mindszenty, de kampioen van het katholieke verzet tegen het communisme, van zijn functie als aartsbisschop van Esztergom en primaat van Hongarije te ontheffen.

Paus Montini hoopt in Italië op de realisering van een historisch compromis door een overeenkomst tussen de voorzitter van de christendemocraten, Aldo Moro, en de voorzitter van de communistische partij, Enrico Berlinguer. De operatie liep alleen door de ontvoering van en de moord op Moro op niets uit, waarop op 6 augustus 1978 ook de dood van paus Montini volgde. Het is dit jaar de veertigste verjaardag van dit gebeuren.

In deze jaren van bloed en verraad weerklonken moedige stemmen die we niet alleen vanwege de historische betekenis in herinnering roepen, maar ook omdat ze ons helpen richting te vinden in de duisternis van de tijd waarin we ons nu bevinden.  We herinneren ons twee stemmen die zich verheven hebben nog vóór het kwam tot de zogenaamde kwestie Lefebvre, de Franse bisschop wiens “profetische missie in een buitengewoon donkere tijd van algemene crisis in de Kerk” door Mgr. Athanasius Schneider wordt benadrukt in een interview dat hij onlangs gegeven heeft.

De eerste stem is die van de Franse dominicaanse theoloog pater Roger-Thomas Calmel die vanaf 1969 de Novus Ordo van Paulus VI had afgewezen en in juni 1971 in het tijdschrift Itinéraires schreef:

“Ons christelijk verzet als priester of leek – een droevig verzet, omdat het ons dwingt zelfs nee te zeggen tegen de paus in zake het modernistische fenomeen van de katholieke Mis. Ons respectvol maar onbuigzaam verzet komt voort uit het principe van volledige trouw aan de levende Kerk van alle tijden; of, met andere woorden, uit het principe van de levende trouw aan de ontwikkeling van de Kerk. Wij hebben er nooit aan gedacht om datgene tegen te werken of nog minder te verhinderen wat sommigen in ter zake erg dubbelzinnige woorden “voortgang” in de Kerk noemen; wij zouden het liever de homogene groei noemen op het terrein van de leer en de liturgie in lijn met de traditie met het oog op de “consummatio sanctorum”. (…)

Zoals onze Heer in parabels heeft geopenbaard en zoals St.-Paulus ons leert in zijn brieven, geloven wij dat de Kerk in de loop van de eeuwen groeit en zich dwars door alle tegenslagen heen harmonieus ontwikkelt tot aan de glorievolle wederkomst van Jezus zelf, haar Bruidegom en onze Heer. Omdat wij ervan overtuigd zijn dat er in de loop van de eeuwen een groei in de Kerk plaats vindt en omdat wij beslist en voor zover het van ons afhangt zo eerlijk mogelijk, willen delen in deze mysterievolle en ononderbroken beweging, verwerpen wij deze zogenaamde vooruitgang die zich beroept op Vaticanum II maar in feite een dodelijke afwijking ervan is. Wij beroepen ons op de klassieke distinctie van de H. Vincentius van Lérins: hoe meer wij een goede groei wensen – een schitterende “profectus”, des te meer verwerpen wij onbuigzaam een schadelijke “pennutatio” en welke radicale en schandelijke verandering dan ook; radicaal omdat de verandering voortkomt uit het modernisme en alle geloof loochent; schandelijk omdat de modernistische geloofsontkenning stiekem en verdekt geschiedt.”

De tweede stem is die van een Braziliaanse denker en activist, Plinio Corrêa de Oliveira, de auteur van een brochure waarin hij zich verzette tegen de Ostpolitik van het Vaticaan en die op 10 april 1974 verscheen onder de naam van Traditie, Gezin en Eigendom (TFP) met de titel: Vaticaanse politiek van ontspanning tegenover communistische regeringen. Voor TFP: je niet inmengen of verzet bieden?

Plinio Corrêa de Oliveira legde uit: “Weerstand bieden betekent dat wij de katholieken zouden aanraden door te gaan om met alle legitieme middelen te vechten tegen de communistische doctrine ter verdediging van je land en van de christelijke beschaving die bedreigd wordt.” En hij voegt eraan toe: “De regels van deze verklaring zouden niet toereikend zijn om alle kerkvaders, kerkleraren, moralisten en canonisten op te sommen – van wie velen zalig of heilig verklaard zijn – die de wettigheid van dit verzet steunen. Een verzet dat geen afscheiding is, geen opstand, geen verbittering, geen gebrek aan respect. Integendeel: het is trouw, eenheid, liefde en onderdanigheid. “Verzet” is het woord dat wij hebben gekozen omdat het door St.-Paulus zelf wordt gebruikt om zijn positie te beschrijven. Omdat de eerste paus, de H. Petrus, disciplinaire maatregelen had genomen om in het katholieke geloof praktijken te behouden die uit de oude Synagoge voortkwamen, zag St.-Paulus een groot risico dat er leerstellige verwarring zou ontstaan en nadeel voor de gelovigen. Daarom stond hij op en “weerstond” de heilige Petrus “in zijn gezicht”. Deze zag in deze energieke en geïnspireerde actie geen daad van rebellie van de kant van de apostel van de heidenen, maar een daad van eenheid en broederlijke liefde. Bovendien wist hij heel goed wanneer hij onfeilbaar was en wanneer niet, en hij bezweek voor de argumenten van St.-Paulus. De heiligen zijn model-katholieken. Zoals Paulus zich verzette, zo willen wij ons verzetten. Daarin vindt ons geweten vrede”.

“Verzet” is niet alleen een geloofsbelijdenis in woorden maar ook een daad van liefde jegens de Kerk die tot praktische consequenties leidt. Zij die zich verzetten, scheiden zich af van hen die de verdeeldheid in de Kerk hebben veroorzaakt; zij bekritiseren hen openlijk en corrigeren hen. Op deze manier hebben zij zich geuit in de Correctio filialis aan paus Franciscus en verscheen de brochure van de pro-life beweging onder de titel ”Trouw aan de ware leer, niet aan de herders die dwalen.”

Nu ligt in dezelfde lijn de positie van kardinaal Zen die niet akkoord gaat met de nieuwe Ostpolitik van paus Franciscus tegenover China. Aan degenen die bezwaar maken – en dat is noodzakelijk – tegen “de poging een gemeenschappelijke grond te vinden om de decennia-lange kloof tussen het Vaticaan en China te overbruggen, antwoordt kardinaal Zen: “Maar kan je ooit iets “gemeenschappelijks” hebben met een totalitair regime? Of je geeft je over of je aanvaardt vervolging maar blijf trouw aan jezelf (kun je je een overeenkomst voorstellen tussen St.-Jozef en Herodes?)”. Aan hen die hem vragen of hij ervan overtuigd is dat het Vaticaan de katholieke Kerk in China versjachert, zegt hij: “Ja, ongetwijfeld. Als zij de richting vervolgen, die zij heel duidelijk de laatste maanden en jaren zijn opgegaan.”

Op 7 april is er een conferentie aangekondigd, die door velen nog wordt genegeerd maar die als onderwerp heeft de huidige crisis in de Kerk. De deelname van enkele kardinalen en bisschoppen en vooral kardinaal Zen geeft de grote betekenis van deze conferentie aan. Wij moeten bidden dat vanuit deze vergadering een stem zal klinken, die vol liefde is voor de Kerk en een ferm verzet tegen alle theologische, morele en liturgische ontsporingen van het huidige pontificaat, zonder de illusie te koesteren dat de oplossing zou liggen in het suggereren van de ongeldigheid van het terugtreden van Benedictus XVI of de keuze van paus Franciscus. Je toevlucht zoeken in een canoniek probleem betekent dat je wegloopt van het leerstellige probleem dat aan de wortel ligt van de crisis die we meemaken.

Vertaling: C. Mennen pr, Mennenpr.nl


 

Maria Middelares en Mede-Verlosseres

Leave a comment Standaard

Boodschappen van Maria

MARIA MIDDELARES

NPVS-A-Standard

Bewerking door pastoor Geudens voor de website Legioen Kleine Zielen: www.hetlegioenkleinezielen.wordpress.com

MEDE-VERLOSSERES

Een kind met een goed karakter houdt van zijn moeder. Een echte christen moet dus wel houden van de H. Maagd, over wie Jezus in de ‘Boodschap’ zegt dat Ze: “Zijn moeder is en de onze.” 3.12.66

In de catechismus leerden we dat Maria de Moeder van God is en dat bijgevolg aan haar goddelijk Moederschap haar andere voorrechten ontspringen: haar Onbevlekte Ontvangenis, haar Opneming ten Hemel. Drie geloofswaarheden, die men niet kan ontkennen, zonder in ketterij te vervallen.

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde’ legt speciale nadruk op een titel, die wij graag aan Maria toekennen, en die nog niet vastgelegd werd in een dogma: Maria Medeverlosseres. Doordat Maria actief heeft meegewerkt aan onze verlossing als Medeverlosseres, onze Moeder is geworden, en daardoor Middelares van alle genaden. Zij oefent haar Moederschap uit en komt…

View original post 3.569 woorden meer