Mennen: Paus Franciscus; ‘de hel bestaat niet, er is alleen een verdwijnen van zondige zielen’

Standaard

Is de paus een ketter?

Tot op heden werd zorgvuldig vermeden de paus een ketter te noemen en hem van rechtstreekse ketterijen te beschuldigen. In de correctio filialis werd alleen gezegd dat hij theorieën verkondigt die ketterij onder de gelovigen bevorderen. Formeel is dat meestal zo: hij bevestigt de kerkelijke leer maar keurt dan in de praktijk – natuurlijk formeel met de nodige onderscheiding maar iedereen weet dat daar in de praktijk nauwelijks sprake van zal zijn – praktijken goed die in de praktijk de leer ondergraven en tot een dode letter maken. Er zijn mensen – ik persoonlijk vind het nogal ver gaan – die dit “jezuïtenstreken” noemen.

Nu staat echter in La Repubblica, de uiterst linkse Italiaanse krant (de enige krant die de paus zegt te lezen) een formele ketterij. We geven hier de letterlijke tekst. De vragensteller is de tweeënnegentigjarige linkse atheïst en vriend van de paus: Scalfari. Deze heeft met de paus al menig ongedwongen interview gehad.

[Scalfari:] Heiligheid, bij onze laatste ontmoeting hebt u mij gezegd dat op een zeker moment onze soort zal verdwijnen, en dat God die altijd zijn scheppingskracht gebruikt, andere soorten zal scheppen. U hebt nooit met mij gesproken over de zielen die in zonde sterven en naar de hel gaan om voor eeuwig te lijden. In plaats daarvan hebt u met mij gesproken over de goede zielen die tot de aanschouwing van God worden toegelaten. Maar hoe zit het met de slechte zielen? Waar worden zij gestraft?
[Franciscus:] Zij worden nergens gestraft. Zij die berouw hebben, krijgen vergiffenis van God en treden binnen in de rangen van hen die God aanschouwen, maar zij die geen spijt hebben en daarom ook niet vergeven kunnen worden, verdwijnen. De hel bestaat niet, er is een verdwijnen van zondige zielen.

Dit is op twee punten niet volgens de katholieke leer. Allereerst bezit de mens volgens de katholieke leer een onsterfelijke ziel. Die ziel, eenmaal geschapen, kan niet verdwijnen, kan niet vernietigd worden. Vernietiging is een onmogelijk straf voor een zondige ziel. Ten tweede: de hel hoort wel degelijk bij het katholieke geloof (verg. Catechismus van de katholieke Kerk nr. 1035) en in de bijbel wordt regelmatig over (het vuur van) de hel gesproken. Als bevestiging van dit geloof heeft Maria bij haar verschijning in Fatima de verschrikkingen van de hel aan de zieners getoond..

Nu zou je kunnen zeggen: het is misschien een vergissing van de paus of een vergissing van Scalfari die het interview altijd vanuit zijn geheugen opschrijft. Het Vaticaan heeft zich ondertussen van het interview gedistantieerd en gezegd dat het privé gesprekken zijn en dat het geen letterlijke citaten van de paus zijn. Deze reactie stelt mij niet echt gerust. Privé gesprekken met een journalist zijn bijna niet mogelijk. Bovendien is dit niet de eerste publicatie. De paus weet waar hij aan begint als hij met Scalfari gaat praten. Bovendien dat het geen precieze citaten zijn, wil ik aannemen, maar ik heb uit de mededeling van het Vaticaan niet begrepen dat het volkomen onzin is wat Scalfari schrijft. Ik heb ook niet gehoord dat de paus laat meedelen: dat hij wel degelijk gelooft in een onsterfelijke ziel en in het bestaan van de hel en de eeuwige straf.

Daar komt nog bij dat dit niet de eerste keer is dat de paus iets dergelijks zegt en Scalfari is niet helemaal eerlijk als hij zegt dat de paus nooit met hem over dit thema gesproken heeft. In oktober 2017 vertelde Scalfari ons al dat de paus gelooft dat “de zielen die beheerst worden door het kwaad en zonder berouw sterven, ophouden te bestaan terwijl zij die verlost zijn van het kwaad in de zaligheid worden opgenomen waar zij God aanschouwen”. Al in 2015 hebben ze Franciscus’ vreemde opvattingen besproken met gelijk resultaat: “Wat gebeurt er met die verloren ziel? Zal die worden gestraft? En hoe? Het antwoord van Franciscus is helder en duidelijk: er is geen straf, maar de vernietiging van die ziel. Al de anderen zullen deel krijgen aan de zaligheid te leven in de aanwezigheid van de Vader. Der zielen die vernietigd zijn, zullen niet aan dat feestmaal deelnemen; met de dood van het lichaam is hun levensreis afgelopen.”

U ziet: het uiten van deze leringen die tegen het katholieke geloof ingaan gebeurt door de paus met een zekere hardnekkigheid (pertinax), wat een van de formele voorwaarden is voor ketterij.

Het is niet aan mij om de paus van ketterij te beschuldigen maar ik zou geen moment aarzelen zulks te doen als het om een gewone gelovige ging, mij beroepend op c. 751 van het Wetboek van Canoniek Recht.

C. Mennen pr
Goede Vrijdag 2018

Brugger: ‘Een open brief aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk’

Standaard

Geachte aartsbisschoppen, bisschoppen en broeders in Christus,

Sommige invloedrijke stemmen in de Kerk spreken van een “nieuw paradigma” om handelingen te rechtvaardigen waarvan sinds lang onderkend is, dat zij in strijd zijn met het goddelijk recht en met het natuurrecht. Onlangs heb ik daarover het volgende geschreven: “Het “nieuwe paradigma” opent (zonder het uitdrukkelijk te zeggen) voor priesters en bisschoppen de mogelijkheid enerzijds te bevestigen dat ze de moraal van de Kerk aanvaarden en tegelijk aan het “individuele geweten” van hen die niet volgens deze leer leven, de vrijheid te bieden hun leven in strijd met de leer van de Kerk voort te zetten en tegelijk tot de Tafel van de Heer te naderen.

Wij zien dat op plaatsen waar het katholieken, die in objectief zondige verbintenissen leven, wordt toegestaan, ook zonder het oprechte voornemen hun leven te beteren, weer tot de heilige Communie te naderen. Daarmee maakt het “nieuwe paradigma” handelingen toelaatbaar, die door Christus en de heilige Paulus in het Nieuwe Testament en door de Kerk gedurende 2000 jaar zijn afgewezen. In Duitsland, Argentinië, op Malta en op andere plaatsen is er nu sprake van “katholieke echtscheiding en hertrouwen” en ook “katholieke echtbreuk”.

Als u niet ingrijpt om te verhinderen dat het “nieuwe paradigma” effect en invloed krijgt op de katholieke zedeleer in zijn totaliteit, dan lijkt het onvermijdelijk, dat de conclusies ervan worden toegepast op handelingen die betrekking hebben op anticonceptie (ondanks de leer van de katholieke Kerk die in Persona Humana en in de Catechismus bevestigd is) en op andere handelwijzen die traditioneel veroordeeld werden. Degenen die het “nieuwe paradigma” verdedigen, zullen zeggen: “Wij doen niets anders dan de leer van de Kerk met een grotere pastorale gevoeligheid toepassen doordat wij meer aandacht geven aan de complexiteit van de concrete ‘omstandigheden’ en doordat wij meer respect betonen aan de waardigheid van het ‘geweten’; de bestaande moraalleer staat niet ter discussie.”

De standpunten van leken en rechtgelovige priesters zijn van betekenis maar die zullen de beslissingen van de paus nauwelijks beïnvloeden. Alleen door een standpuntbepaling van broeders in het bisschopsambt kan hopelijk afgewend worden wat voor de katholieke Kerk een geestelijke ramp dreigt te worden. Zou namelijk het “nieuwe paradigma” in kwesties van anticonceptie officieel toegepast worden, dan zullen alle normen van de katholieke seksuele moraal als dominostenen omvallen. Daaruit zal grote ellende voortkomen. Veel zielen zullen verloren gaan. God zal ook daaruit het goede laten voortkomen. Maar niet zonder enorme schade.

Daarom wend ik mij tot alle bisschoppen – in Oost en West – die menen dat het “nieuwe paradigma” op dit moment gebruikt wordt en in de toekomst gebruikt zal worden om gedrag te rechtvaardigen dat traditioneel beoordeeld werd als in strijd met het goddelijk recht en het natuurrecht – en ik vraag u eerbiedig de volgende vier stappen in overweging te willen nemen:

1. Privé de Apostolische Nuntius in uw land te schrijven en hem vriendelijk te vragen de heilige vader in kennis te stellen van uw bezorgdheid over het “nieuwe paradigma”, en er vooral bij hem op aan te dringen af te zien van de toepassing ervan op de leer van Humanae Vitae.

2. Aan paus Franciscus zelf privé te schrijven, uw broederlijke zorg hierover aan hem tot uitdrukking te brengen en hem eerbiedig te vragen ondubbelzinnig de waarheden van het katholieke geloof te leren, vooral de kwesties die vallen onder het vijfde en zesde gebod van de decaloog, en ook de pastorale dwalingen te corrigeren waartoe sommige van zijn leerstukken aanleiding hebben gegeven.

3. om voor uw bisdom officieel een reglement af te kondigen, dat gewijd is aan hoe men pastoraal moet omgaan met de heikele vragen die in Amoris Laetitia (vooral in hoofdstuk 8) worden aangesneden – een reglement dat in overeenstemming is met de leer van Johannes Paulus II, van Benedictus XVI en van de traditie van de katholieke moraal en de pastoraal in het algemeen.

4. om met bisschoppen die uw bezorgdheid delen, privé in verbinding te treden en naar constructieve wegen te zoeken uw Magisterium in dienst van uw bisschoppelijke opdracht waar te maken zoals de Catechismus van de katholieke Kerk zegt: “Het leergezag moet het volk tegen afwijkingen en tekortkomingen in het geloof beschermen en het de objectieve mogelijkheid garanderen het authentieke geloof zonder dwaling te belijden. De pastorale opdracht van het leergezag is om ervoor te waken dat het volk van God blijft in de waarheid die bevrijdt”(890).

Als u in uw correspondentie over het “nieuwe paradigma” spreekt, kunt u dat misschien doen in aansluiting op de opmerking van paus Johannes Paulus II ten aanzien van het proportionalisme in Veritatis Splendor:

“Dergelijke theorieën zijn echter niet trouw aan de leer van de Kerk als zij menen de vrije en overwogen keuze van gedragswijzen die ingaan tegen de goddelijke wet en de natuurwet, als zedelijk goed te kunnen rechtvaardigen. Deze theorieën kunnen zich niet beroepen op de katholieke morele traditie” (76).

Het is gemakkelijk om te zeggen: “Ik heb gedaan wat ik kon. Het ligt in Gods hand. Wij moeten ons bescheiden opstellen en het aan Hem overlaten.” Zie alstublieft in, dat u de handen van Jezus bent om in deze heel ernstige situatie te handelen.

Ik ben bereid met alles wat mij mogelijk is, te helpen – bijvoorbeeld bij de voorbereiding van papers, discussiestukken, diocesane richtlijnen enz. Aarzel alstublieft niet u met mij in verbinding te stellen.

Hoogachtend in Christus

E. Christian Brugger (D.Phil.)
moraaltheoloog

Jacksonville Beach, Florida
USA

Bron: http://www.mennenpr.nl/Open_Brief_aan_de_Bisschoppen.html