Brief Pater Daniel (xvi.13/14)

De Passie van Christus gezien vanuit de Lijkwade van Turijn

Door Pater Daniel

Goede Vrienden, Decennia geleden gaf ik bij het opruimen van mijn kamertje in de abdij van Postel een stapel boeken aan de bibliothecaris. Hij kwam terug met het boek van de Parijse chirurg Pierre Barbet, De Passie van Onze Heer Jezus Christus gezien door een chirurg, (Brepols, 1951) en zei dat het een boek van grote waarde was. Ik begon het te lezen en heb het gedurende vele jaren tijdens de Goede Week herlezen.

Dr. Barbet ziet in de lijkwade van Turijn de perfecte illustratie van de Passie van Jezus, geheel in overeenstemming met het Evangelie. De weergave van de wonden op het doek zijn voor hem allemaal zo anatomisch correct, dat hij dit doek als de authentieke lijkwade van Jezus Christus beschouwt. De afbeeldingen zijn volgens hem van menselijk bloed. Later werd vastgesteld dat het van de groep AB is. Het gestolde bloed is op het doek tot bloedvezelstof en serum herleid. De geseling was geen joodse straf met 40 – 1 stokslagen, maar een gruwelijke Romeinse geseling waarbij meermaals het slachtoffer gefolterd werd. De 2 loden bolletjes drongen diep in het lichaam door en maakten ruim 120 wonden. Andere artsen hebben later aangetoond dat dergelijke geseling behalve onbeschrijfelijk pijnlijk ook dodelijk kan zijn door het blokkeren van de nieren, hartinfarcten en blijvende krampen. Op Jezus’ Hoofd werd een doornenkroon vooral achteraan ingedrukt. Op de rug zijn de vele wonden van het dragen van de dwarsbalk van het kruis te zien. Volgens dr. Barbet werden de nagels voor de kruisiging door de polsen gedreven. Anderen hebben later gemeend dat het toch iets meer door de handen was.  De pijn moet in ieder geval immens geweest zijn, zodat de duim helemaal naar binnen getrokken werd en ook niet zichtbaar is op de lijkwade. De nagels door de voeten moeten eveneens een enorme pijn veroorzaakt hebben. Zijn benen zijn niet gebroken. Dit gebeurde bij de andere gekruisigden om te beletten dat ze zich nog konden oprichten om te ademen. Jezus’ hart werd met een lans doorboord, waaruit bloed en serum vloeide. Barbet bevestigt ook de echtheid van wat het Evangelie vermeldt over het zweten van bloed in de Hof van Olijven. Bij extreme angst worden de poriën zo verwijd dat het zweet zich met bloed vermengt. Hij was zo getroffen door dit immense lijden, dat hij niet meer in staat was de Passie uit het Evangelie tot het einde toe te lezen. Latere onderzoekers hebben de studie van P. Barbet aangevuld met de beschrijving van het gelaat, bedekt met wonden en geheel bebloed. Rond de afbeelding van de gebroken neus op de lijkwade werden pollen aangetroffen die toen veel voorkwamen in de straten van Jeruzalem. Vermoedelijk is deze man brutaal op de grond gevallen of geduwd.

Dikwijls zijn leugens al over de hele wereld verspreid voordat de waarheid aan haar tocht begint. Zo was het ook met de Lijkwade van Turijn. In oktober 1988 ging het nieuws de wereld rond dat deze lijkwade een vervalsing zou zijn uit de middeleeuwen, (tussen 1260 en 1390!) op grond van een radiocarbon 14 onderzoek, uitgevoerd door de laboratoria van Oxford, Zurich en Tucson (Arizona), onder leiding van het Brits Museum. Vanaf het begin rezen er echter grote twijfels over de betrouwbaarheid van deze conclusie. Twee internationale wetenschappelijke verenigingen toonden onomstootbaar de valsheid van deze conclusies aan en de authenticiteit van de lijkwade: STURP (Schroud of Turin Research Project) en CIELT (Centre Internationale pour l’Étude du Linceul de Turin). Er volgden merkwaardige ontdekkingen: het doek is geweven in “visgraat” (chevron), uit de eerste helft van 1e eeuw in Palestina, de vele verschillende pollen op het doek komen eveneens uit het Palestina van die tijd. Op de ogen werden afbeeldingen gevonden van muntstukken (om de ogen te sluiten) met de tekst: “Kaisar Tiberius”, een geldstuk van de jaren 30-32!

Het doek is van Jeruzalem naar Edessa verhuisd, vervolgens naar Constantinopel  Athene, Parijs, Lirey… voordat het in 1579 in Turijn bewaard werd. Sinds 1983 is het eigendom van de paus, door Umberto II gegeven, op voorwaarde dat het in Turijn blijft. Het vertoont tekens van verschillende branden en van waterschade.

Wie is deze man? Een Semitisch type, in de volle kracht van zijn leven, harmonisch gebouwd, nagenoeg 2 m groot, gegeseld, gekruisigd, met tekens van een doornenkroon op het hoofd, met uitgerukte baard, geheel geradbraakt, gestorven door totale uitputting, verschrikkelijke krampen en uiteindelijk gestikt. Met een lans werd zijn hart doorboord. De lijkwade vertelt het onvoorstelbare lijden 3 uur lang van een man. Zijn huid en spieren, iedere hartklop en ademhaling, handen en voeten, waarbij de nagels de zenuwen raken, de immense dorst en uitgedroogde slijmvliezen, de onophoudelijke krampen …veroorzaken een oceaan van pijn. De kans dat het iemand anders zou zijn dan Jezus van Nazareth, wiens Passie in detail beschreven wordt in de Evangelies en die stierf op het kruis (vrijdag 7 april 30 om 15.00 u?) is nagenoeg onbestaande. Bovendien is er in heel de oudheid geen enkele biografie, nog maar in de verte vergelijkbaar met de historische betrouwbaarheid van wat de Evangeliën geven over Jezus, met als kroonstuk zijn Passie.

De boeiende ontdekkingen rond deze dierbaarste relikwie van alle tijden gaan onverminderd verder. In de kathedraal van Santa Maria de la Asunción te Coria (ten westen van Madrid, Spanje) wordt een kostbaar lijnwaad bewaard, dat verondersteld wordt het bovenste, versierde tafelkleed te zijn, gebruikt bij het Laatste Avondmaal. Het vertoont hetzelfde weefsel en dezelfde grootte als de lijkwade van Turijn. Het is perfect mogelijk dat de lijkwade van Turijn het tweede, onderliggende tafelkleed was.

Wanneer een man met gestold bloed van een doek wordt genomen, veranderen de tekens grondig door het losrukken en verwijderen van de gekwetste. Op de lijkwade is hiervan niet de minste verandering merkbaar. Het doek kan onmogelijk door mensenhanden van het lichaam genomen zijn. Op die wijze toont de lijkwade de Passie én de Verrijzenis van Jezus. De heilige Cyrillus van Jeruzalem (+ 386) zegt: de lijkwade is een getuige van de Verrijzenis!

Het gelaat straalt, ondanks de verschrikkelijkste martelingen, een mysterieuze schoonheid uit: een onuitsprekelijke sereniteit, een innerlijke kracht, rust en vrede!

Overvloedige literatuur: https://www.lesalonbeige.fr/le-saint-suaire-de-turin-un-signe-pour-notre-temps  

Nieuwsbrief Pater Daniel, in PDF; xvi.13/14 Download