Ingezonden brief – de kleine weg van barmhartigheid

Standaard

De kleine weg van waarheid en barmhartigheid

(Een persoonlijk getuigenis)

Mijn dagelijks leven en mijn inzet voor de medemens spelen zich af op terreinen die voor mij nauw met elkaar verbonden zijn en in essentie om hetzelfde draaien: de unieke, door God gegeven waardigheid van elk menselijk leven en de grenzeloze, genezende kracht van Zijn barmhartigheid. Nabijheid staat daarbij voor mij altijd centraal. Of het nu gaat om het bieden van een luisterend oor aan eenzame ouderen, het samenkomen in gebed, of mijn betrokkenheid bij het prille begin van het leven en de momenten van diep menselijk verdriet — al deze kanten van de zielzorg komen voor mij samen in één enkel fundament: het heroverwegen en verdedigen van de unieke en onafneembare waardigheid van ieder mens.

In het maatschappelijk debat van vandaag wordt de waarde van een mens maar al te vaak afgemeten aan wat iemand kan, presteert of bijdraagt. We kijken naar zelfstandigheid, nut of verstand. Maar wanneer we geloof en rede met elkaar verbinden, ontdekken we dat die maatschappelijke maatstaf schromelijk tekortschiet. Menselijke waardigheid is immers geen voorwaardelijke stempel die door een cultuur of overheid wordt toegekend; het is een diepe, goddelijke werkelijkheid die deel uitmaakt van ons allereerste bestaan.

Het wonder in de allereerste cel

Als ik nadenk over de oorsprong van ons mens-zijn, zie ik hoe het leven zich niet door een blind toeval laat verklaren, maar getuigt van een volstrekt stabiele, goddelijke ordening vanaf de allereerste seconde. Op het exacte moment van de bevruchting ontstaat de allereerste cel. Dit is geen ‘belofte voor later’ of een mogelijk menselijk leven in wording, maar vanaf die allereerste seconde een volwaardig menselijk leven met een eigen, unieke toekomst.

Binnen die allereerste cel bevindt zich al het volledige en unieke erfgoed dat de biologische koers van dit individuele mensenleven bepaalt. Er wordt later geen enkel fundamenteel nieuw element meer aan toegevoegd; het kindje in de moederschoot heeft enkel tijd en voeding nodig om verder te ontluiken. Deze specifieke biologische combinatie heeft in de hele wereldgeschiedenis nog nooit bestaan en zal ook nooit meer op precies dezelfde manier terugkeren.

Aan deze feiten geeft mijn geloof een diepe, geestelijke lading. Het ontstaan van de mens is het directe resultaat van Gods wil. God vormt en kent de mens vanaf het allervroegste begin. Dat betekent dat de eerste cel van ieder mens geen toevallig bijproduct van de natuur is, maar de tastbare handtekening van Gods scheppend woord. Onze waardigheid begint niet pas bij de eerste ademteug of hartslag, maar ligt onuitwisbaar besloten in die allereerste cel.

Hier raakt ons wetenschappelijk inzicht direct aan de kern van de ‘kleine weg’. Is er een mooier voorbeeld te bedenken van die kleine weg dan de extreme kwetsbaarheid van dat allereerste, eencellige menselijk leven? In die allerkleinste beginfase, die met het blote oog niet eens te zien is, toont God Zijn grootste scheppingswonder. Ik voel mij geroepen om juist in die kleinheid de grootsheid van Gods liefde te herkennen. Wat door de wereld soms als klein of ‘onbeduidend’ wordt weggecijferd, is in de ogen van de Hemelse Vader een volwaardig mens dat Hij met oneindige tederheid bemint.

Gebrokenheid en barmhartigheid

Sinds het begin der tijden draagt onze schepping helaas de sporen van gebrokenheid. Ziekte, lijden, innerlijke strijd en onze neiging tot fouten zijn het gevolg van het feit dat de mens verwijderd is geraakt van de oorspronkelijke harmonie met zijn Schepper. Als ik om mij heen kijk — van het kwetsbare begin in de baarmoeder tot de eenzame oudere op zijn levensavond — zie ik een wezen dat drager is van een goddelijke waardigheid, maar tegelijk zucht onder die gebrokenheid. Ook het beschadigen of beëindigen van ongeboren leven is een uiting van diezelfde diepe gebrokenheid; het is een miskenning van Gods orde en van de sacrale waarde van het leven.

Aan de ene kant staat voor mij de onwankelbare waarheid: het leven in de schoot van de moeder is vanaf de eerste cel heilig en beschermwaardig. Aan de andere kant sta ik oog in oog met de rauwe werkelijkheid. Ik zie van dichtbij hoe mensen — vaak omringd door angst, eenzaamheid, dwang of maatschappelijke druk — de beslissing nemen tot een abortus.

In mijn pastorale werk heb ik vaak mogen ervaren wat dat achterlaat. Wie te maken krijgt met een abortuservaring, draagt soms een diepe, stille verwonding met zich mee. In de maatschappij wordt een abortus vaak weggeschoven als een snelle oplossing, maar onze ziel en ons lichaam laten zich niet zo makkelijk misleiden. Omdat de band tussen moeder en kind vanaf die allereerste cel diep in ons wezen verankerd ligt, veroorzaakt het afbreken van een zwangerschap niet zelden een verzwegen, open wond. Velen — vrouwen én mannen — blijven achter met een knagend gevoel van spijt, onuitspreekbaar verdriet en een diepe breuk in hun levensverhaal.

Een veilige plek van herstel

In de geest van het Evangelie mag het opkomen voor het ongeboren leven voor mij nooit veranderen in een vingerwijzing of veroordeling van wie is gestruikeld. Uit eigen ervaring in de pastorale begeleiding weet ik dat echte genezing altijd begint bij het onder ogen zien van de realiteit in een sfeer van diepe veiligheid.

Tijdens dagen van innerlijk herstel en stilte zie ik hoe mensen stap voor stap de moed vinden om de waarheid toe te laten: dat het kindje dat er was, een echt en uniek menselijk leven betrof met een door God geschonken waardigheid. Maar daar blijft het gelukkig niet bij. Ik mag getuige zijn van het moment waarop de ervaring van Gods barmhartigheid alles omsluit. Gods liefde is immers altijd groter dan onze gebrokenheid; de pijn van een abortus is nooit het eindstation. Onze Heer is niet gekomen om te veroordelen, maar om te genezen.

In die veilige setting mag het kindje alsnog bij name worden genoemd. Het wordt alsnog in de armen van een liefdevolle God gelegd, ontvangt een eigen naam en krijgt een waardige plek in de familie. Dit sluit zo naadloos aan bij de waarheid die ik in de genetica en het geloof heb ontdekt: dat ditzelfde kind vanaf zijn allereerste cel al door God bij zijn naam werd geroepen.

Een baken van hoop

Voor mij vormen de waarheid over de schepping en de praktijk van barmhartigheid twee onlosmakelijke zijden van dezelfde medaille. De wetenschappelijke en theologische feiten over het prille begin leren mij waarom elk leven heilig is. De pastorale praktijk van de nabijheid biedt vervolgens de warme opvang voor hen die met de scherven van het leven zitten. Zo wordt onze gemeenschap geen kille vesting van regels, maar een plek van hoop, waarheid en innerlijke genezing.

Als gelovigen hebben wij een prachtige opdracht. Onze roeping is er een van liefde, gebed, overgave en diepe solidariteit met de allerkleinsten. Wie de geheimen van de schepping en die allereerste cel begrijpt, kan niet anders dan knielen voor de uniekheid van elk mensenleven. Maar wie tegelijk de diepte van Christus’ barmhartigheid ervaart, weet dat er voor geen enkele menselijke wond een definitief eindstation bestaat.

Of het nu gaat om de dagelijkse zorg, het luisterend oor voor de eenzame mens, het samenkomen in gebed of het begeleiden van mensen die worstelen met de pijn uit hun verleden: Gods antwoord op de verwonding van onze wereld is nooit de afwijzing van de mens. Het is altijd de warme, onvermoeibare uitnodiging tot herstel. Niet gesproken met een lijst van beschuldigingen, maar met de bevrijdende woorden van Zijn oneindige barmhartigheid:

“Je bent gekomen. Welkom thuis.”

Jack Geudens, pr.

Smakt, 30-10-2026

Gevangenen van de tijdgeest of vrij in God?

Standaard

Gevangenen van de tijdgeest of vrij in God?

Over de schreeuw om onze ziel en het verlangen naar een authentiek leven

„Druk, druk, druk!” Als we elkaar vragen hoe het gaat, is dat bijna altijd het antwoord. We leven in een maatschappij die nooit stilstaat. Dagelijks worden we overspoeld door een onophoudelijke stroom van prikkels, meningen, reclames en verwachtingen. Wie niet oplet, krijgt al snel het gevoel niet meer zelf te leven, maar geleefd te wórden.

Het Britse muziekproject Adam Freeland vatte die meedogenloze dynamiek van onze moderne consumptiemaatschappij treffend samen in een wereldberoemde, haast angstaanjagende kreet:

„You are free… to do as we tell you!” (Je bent vrij… om te doen wat wij je opdragen!)

Een subtiele roof op onze ziel

Het klinkt als een provocatie, maar raakt aan een diepe spirituele werkelijkheid. De reclameindustrie, de sociale media en de trends van de dag beloven ons grenzeloze vrijheid en autonomie. Maar wie goed kijkt, ontdekt dat die ‘vrijheid’ vaak een vorm van gevangenschap is. Het is een constante stroom van formats: hier is een formule, hier is een mode, hier is een doel, hier is een lijstje. We worden gestuurd in wat we moeten vinden, wat we moeten kopen en hoe we ons moeten gedragen.

In de kern woedt er een strijd om wat het oudste erfgoed van de mens is: onze ziel. Niet voor niets weerklinkt in de muziek herhaaldelijk de indringende roep: „We want your soul!”

Als we opgaan in de waan van de dag, verwateren onze diepste waarden. Onze aandacht wordt versnipperd, ons stiltevermogen sterft uit, en we vergeten de belangrijkste vraag van ons bestaan: Wie ben ik eigenlijk, en waar ben ik ten volle van benodigd?

De illusie van de maakbaarheid

De wereld om ons heen meet onze waarde maar al te vaak af aan wat we presteren, wat we consumeren of hoe handig we meedraaien in het systeem. We worden gereduceerd tot een radertje in een machine.

Maar ons diepste geloof en ons gezond verstand schreeuwen om een tegenstem. Wij zijn geen toevallige producten van een marktstrategie, en ons leven is geen optelsom van algoritmes en trends. Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Vanaf het allereerste begin van ons bestaan — vanaf die wonderlijke, unieke eerste cel — zijn wij door God gewild en bij naam geroepen. Onze waardigheid ligt niet in wat de wereld van ons vraagt, maar in het feit dat wij geliefde kinderen zijn van een hemelse Vader.

Echte vrijheid vraagt om stilte

Jezus biedt ons een heel andere vrijheid aan. Geen vrijheid van ‘doen wat iedereen doet’, maar de innerlijke vrijheid van de Geest. Hij nodigt ons uit om uit de ratrace te stappen: „Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verkwikking schenken.”

Echte vrijheid begint daar waar we durven los te komen van de stemmen die aan al kanten aan ons trekken. Het vraagt om moed om stil te worden. Om te erkennen dat onze ziel niet gevoed wordt door de zoveelste prikkel of afleiding, maar door de nabijheid van de levende God.

Laten we daarom waken over ons hart. Laten we ons niet wijsmaken dat we vrij zijn wanneer we slaaf zijn van de tijdgeest. De ware vrijheid vind je in de armen van uw Schepper, die niet uw ziel wil bezitten om u te knechten, maar u juist bevrijdt om voluit te léven.

(Luister desgewenst naar de track via YouTube:

Hoe de moderne evolutiebiologie en het Bortoluzzi-model vergelijkbare sociologische mechanismen vertonen — en waarom de existentiële zingeving de kern raakt

Standaard

Hoe de moderne evolutiebiologie en het Bortoluzzi-model vergelijkbare sociologische mechanismen vertonen — en waarom de existentiële zingeving de kern raakt


Jezus, Verlosser, Zoon van God


Auteurs: Leo, Gemini en ChatGPT, AI-assistenten, in opdracht van Pastoor Geudens

Datum: 26 oktober 2026

Deel I: Hoe neodarwinisme en het Bortoluzzi-model vergelijkbare sociologische mechanismen vertonen — en waarom de existentiële zingeving de kern raakt

Inleiding

Wanneer we kijken naar de strijd rond het begrip “evolutie” in het moderne denken, zien we doorgaans twee kampen die elkaar bestrijden: aan de ene kant de evolutionisten, aan de andere kant de creationisten. Wie echter verder kijkt dan deze gebruikelijke tegenstelling en de sociologie van kennis onderzoekt, ontdekt een verrassende parallel.

Er bestaan twee wereldbeelden die elkaar inhoudelijk volkomen uitsluiten, maar die binnen hun eigen gemeenschap vergelijkbare mechanismen kunnen ontwikkelen om autoriteit en consensus te legitimeren. Aan de ene kant staat het neodarwinisme, dat in de academische en seculiere wereld de dominante consensus vormt. Aan de andere kant staat het Bortoluzzi-model, dat zich nadrukkelijk presenteert als een hypothetische synthese — een theologisch-biologisch denkkader gebaseerd op de visioenen en schouwingen van de Italiaanse priester Don Guido Bortoluzzi (1907–1991).

Beide systemen bieden hun volgers een krachtig, intern samenhangend verklaringsverhaal. Waar het neodarwinisme dit doet vanuit institutioneel gewicht en brede empirische ondersteuning, zoekt het Bortoluzzi-model naar een rationele verzoening tussen geloof, Schrift en genetica. Dit artikel onderbouwt hoe beide systemen functioneren binnen hun eigen sociologische bedding, en waarom een methodologisch zuiver onderscheid tussen empirisch bewijs, theologische hypothese en geloof noodzakelijk is.

1. Het mechanisme van sluiting en de hypothetische synthese

Elk denksysteem kan mechanismen ontwikkelen om interne twijfel te minimaliseren en externe kritiek te weerstaan. Bij een vergelijking tussen de evolutiebiologie en het Bortoluzzi-model moet echter een fundamenteel onderscheid worden gemaakt tussen de sociologische werking van een overtuiging en de empirische geldigheid van haar inhoud.

Het neodarwinistische mechanisme: “het is een feit”

In het publieke debat wordt regelmatig benadrukt dat evolutie een onwrikbaar feit is en niet slechts een theorie. Wanneer wetenschappers zoals Richard Dawkins bepleiten om te stoppen met de discussie of evolutie een theorie is (“stop arguing that evolution is a theory, and emphasize instead that it’s a fact”), ontstaat er een taaldogma waarin elke nuance wordt verdreven.

De evolutiebioloog Ernst Mayr formuleerde dit in 1980 in stelligere bewoordingen dan de empirie op zichzelf rechtvaardigt:

“No educated person any longer questions the validity of the so-called theory of evolution, which we now know to be a simple fact.” [1]

Critici die vragen om meer transparantie over de grenzen van het bewijs — zoals het precieze mechanisme achter macro-evolutie — worden al snel weggezet als onwetend of ideologisch gemotiveerd. Hoewel de evolutiebiologie steunt op een brede empirische basis (genetica, fossielenonderzoek), kan een stellig consensus-taalgebruik sociologische trekken van een gesloten paradigma vertonen.

Het Bortoluzzi-model: een hypothetische synthese

Het Bortoluzzi-model beoogt een volstrekt andere benadering. Het stelt dat God de eerste mens rechtstreeks schiep op cellulair niveau via een creatio mediata, waarbij een pre-hominide vrouw als draagmoeder fungeerde zonder genetisch materiaal aan het menselijke individu door te geven. De zondeval wordt binnen deze hypothese geduid als een fysiek-genetische breuk: hybridisatie die leidde tot biologisch verval.

Het model claimt geenszins de status van een onfeilbaar kerkelijk dogma. Het functioneert als een open, onderzoekend werkkader dat biologische wetmatigheden (genetica, chromosomen) en Bijbelse exegese naast elkaar legt om te toetsen of ze samen één consistent beeld vormen. Het blijft qua structuur een zoekmodel en een rationele hypothese.

2. Presentatie van de waarheid en autoriteit

De volgende analytische tabel brengt de vergelijking tussen beide kaders in kaart:

KenmerkModerne EvolutiebiologieBortoluzzi-Model
Aard van het kaderWetenschappelijk verklaringskader met brede empirische ondersteuningHypothetische theologisch-biologische synthese
Bronnen van autoriteitEmpirisch onderzoek, vakliteratuur, peer review, wetenschappelijke consensusExegese, biologische systeemlogica, privé-openbaringen
Typische waarheidsclaimEvolutionaire processen verklaren de diversiteit en verwantschap van organismenSchepping en zondeval kunnen worden verbonden met biologische verklaringen
Omgang met twijfelAfhankelijk van onderzoeksvraag, empirische toetsing en bewijskwaliteitAfhankelijk van interpretatie van openbaringen en bereidheid tot kritische toetsing
Relatie tot de BijbelAls empirische discipline neutraal ten opzichte van de goddelijke oorsprong van de SchriftProbeert specifieke passages uit Genesis te verbinden met een biologische interpretatie
Empirische statusBrede ondersteuning voor kernaspecten; specifieke mechanismen blijven openSpecifieke biologische claims vereisen afzonderlijke toetsing en onderbouwing

3. De parallel van de moleculaire verklaring

Een fascinerend vergelijkingspunt betreft de manier waarop moleculaire mechanismen worden ingezet om een groot verklaringsverhaal te dragen.

In de geschiedenis van de genetica werd niet-coderend DNA lang afgedaan als junk DNA (evolutionair afval). Dit werd gepresenteerd als bewijs voor een stuurloos proces. Later ontdekte men dat dit DNA cruciale regulatoire functies vervult [2]. Dit toont aan dat wetenschappelijke interpretaties voorlopig van aard zijn en herzien moeten worden.

Het Bortoluzzi-model opereert eveneens op het niveau van de genetica, door een moleculaire verklaring te bieden voor de zondeval (genetische corruptie door hybridisatie). Hiermee wordt een theologisch begrip vertaald naar een vermeend biologisch mechanisme. Dit roept echter concrete onderzoeksvragen op: welke genetische veranderingen worden verondersteld, en hoe verhouden deze zich tot chromosomale erfelijkheid? Zonder specifieke empirische invulling blijft deze genetische vertaling hypothetisch.

Beide tradities tonen aan dat biologische interpretaties kritisch aan de feiten moeten worden getoetst.

4. Institutionele status en de kerkelijke ruimte

De institutionele context van beide systemen verschilt fundamenteel, maar sluit een sociologische en kenleerachtige vergelijking niet uit.

De kerkelijke positie en de regels rond privé-openbaringen

Het werk Sintesi della Genesi Biblica bevindt zich in de ruimte van de privé-openbaringen. Volgens artikel 67 van de Catechismus van de Katholieke Kerk voegen privé-openbaringen niets toe aan de definitieve Openbaring in Christus; hun betekenis ligt in het helpen beleven daarvan in een bepaalde historische context [3].

Daarbij moeten we de recente kerkelijke kaders hanteren:

  1. De Vaticaanse normen van mei 2024: Het Dicasterie voor de Geloofsleer heeft verduidelijkt dat zelfs een formele kerkelijke beoordeling (zoals een Nihil obstat) niet betekent dat de bovennatuurlijke oorsprong van een verschijnsel formeel is bewezen [4].
  2. Geen impliciete goedkeuring: Het ontbreken van een formele veroordeling — mede in het licht van het decreet uit 1966 over de voormalige canones betreffende boeken [5] — betekent niet dat de Kerk de visioenen als authentiek erkent of de biologische hypothesen wetenschappelijk onderschrijft.

Het Bortoluzzi-model mag daarom zorgvuldig worden onderzocht als een hypothetisch theologisch denkkader, maar kan niet worden gelijkgesteld aan kerkelijk gedefinieerd geloofsgoed.

5. De wetenschapsfilosofische grens: bewijs versus hypothese

Een zorgvuldige beoordeling van elk verklaringsmodel vereist het zuiver onderscheiden van drie dimensies:

  • Empirische ondersteuning: Welke waarneembare gegevens ondersteunen de voorgestelde hypothese?
  • Verklarende kracht: In hoeverre brengt het model verschijnselen in een samenhangende theologische en existentiële zin samen?
  • Toetsbaarheid: Welke concrete bevindingen zouden de hypothese kunnen versterken of falsifiëren?

Een plausibele en samenhangende hypothese is waardevol om de Bijbelse tekst te doorgronden, maar zij is daarmee nog geen bewezen empirisch feit.

6. De ware kracht: existentiële zingeving en theologische samenhang

Waar de waarde van het Bortoluzzi-model zich echter in haar volle diepte openbaart, is niet in het mathematisch nawegen van elk prehistorisch chromosoom, maar in haar onovertroffen verklarende kracht voor de zin van ons menselijk bestaan.

Op het snijvlak van zielzorg en theologie biedt het model antwoorden op de diepste vragen waar een zuiver biologisch of mechanisch wereldbeeld het antwoord schuldig blijft:

A. De oorsprong van onze gebrokenheid

Waarom ervaart de mens in zijn dagelijks leven een constante strijd tussen het goede waartoe hij verlangt en de neiging tot verval? Het model duidt de zondeval niet als een naïeve fabel over een appel, maar als een historische, fysiek-geestelijke breuk: een vrije keus tot ontrouw en ongeoorloofde hybridisatie. Het verklaart op een diep-menselijk niveau waarom onze natuur biologisch en geestelijk beschadigd is en waarom het kwaad een reële, overgeërfde belasting vormt.

B. De volstrekte noodzaak van de Verlossing

Als de mensheid biologisch en geestelijk verstrengeld is geraakt in een toestand van verval, wordt de Menswording van Jezus Christus geen willekeurige historische gebeurtenis, maar een medische en geestelijke noodzaak. Christus is de Nieuwe Adam die de verbroken band met God de Vader herstelt. Maria, als de Onbevlekte Ontvangenis en Nieuwe Eva, staat daarin als het zuivere begin van Gods herstelde schepping. Het Verlossingswerk krijgt hiermee een adembenemende systeemlogica.

C. Een Goddelijk Plan versus blinde toevalligheid

In een tijd waarin de moderne mens dreigt te verdrinken in het idee dat hij een betekenisloos toevalsproduct is van een koud heelal, geeft het model de mens zijn goddelijke adeldom terug. De schepping is een bewuste daad van liefde. De mens is geroepen om drager te zijn van de Geest en een kind van God te worden.

Die pastorale en zingevende laag raakt de mens direct in zijn hart — los van de vraag hoe elk biologisch mechanisme in de diepe voortijd zich precies heeft voltrokken.

Conclusie: kritische openheid en gelovige bezinking

De vergelijking tussen de evolutiebiologie en het Bortoluzzi-model leert ons dat beide systemen steunen op interpretatiekaders en sociologische structuren. De evolutiebiologie beschikt over een brede empirische basis, terwijl het Bortoluzzi-model fungeert als een theologische werkhypothese.

Het Bortoluzzi-model vraagt niet om een blind, dogmatisch geloof. Het vraagt om een rijpe, kritische en gelovige openheid. Door het model te presenteren als een bezielde en rationele hypothese, geven we de gelovige en de zoekende mens een krachtig instrument in handen. Het helpt ons om de Bijbelse openbaring te bevrijden van starre beelden, zonder te vervallen in een zielloos materialisme. Het nodigt ons uit om ons ontstaan te doordenken met verstand en geloof — en bovenal om onze redding in Christus met een vernieuwd en dankbaar hart te omarmen.

Voetnoten en bronnen

[1] Ernst Mayr, “Darwin’s Influence on Modern Thought.” Oorspronkelijk gepubliceerd in Scientific American; online beschikbaar via de Universiteit Hamburg. Mayr schrijft dat geen ontwikkeld persoon de geldigheid van de evolutietheorie nog in twijfel trekt. De uitspraak wordt hier gebruikt als voorbeeld van stellige wetenschappelijke retoriek, niet als bewijs dat evolutiebiologie uitsluitend op consensus berust.

[2] MedlinePlus Genetics, “What is noncoding DNA?” Een toegankelijke uitleg van de verschillende functies van niet-coderend DNA en van de beperkingen van onze huidige kennis. Zie ook de wetenschappelijke discussie over de interpretatie van niet-coderende RNA’s.

Walter, N. G. (2024), “Are non-protein coding RNAs junk or treasure?”

[3] Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 66–67. Deze paragrafen behandelen de definitieve Openbaring in Christus en de betekenis en grenzen van privé-openbaringen.

Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 66–67

[4] Dicasterie voor de Geloofsleer, “Norms for Proceeding in the Discernment of Alleged Supernatural Phenomena,” 17 mei 2024. De normen traden op 19 mei 2024 in werking en beschrijven de kerkelijke procedures voor de beoordeling van vermeende bovennatuurlijke verschijnselen. Ze verduidelijken onder meer dat een Nihil obstat geen formele verklaring van bovennatuurlijke authenticiteit inhoudt.

[5] Congregatie voor de Geloofsleer, decreet van 14 oktober 1966 betreffende de afschaffing van de voormalige canones 1399 en 2318.

[6] Don Guido Bortoluzzi, Sintesi della Genesi Biblica.


Deel II: Het Bortoluzzi-model en de verhouding tussen wetenschap en religieuze waarheid

Wanneer we de sociologie van verschillende denksystemen analyseren, is het van cruciaal belang te waken voor begripsverwarring. Het is inhoudelijk onjuist om het Bortoluzzi-model zonder nadere analyse simpelweg gelijk te stellen aan klassiek creationisme.

Klassieke creationistische stromingen — met name die welke uitgaan van een strikt letterlijke lezing van het Bijbelse scheppingsverhaal — verwerpen wezenlijke evolutionaire processen en geologische tijdschalen. Andere stromingen binnen het creationisme nemen daarentegen wel weer bepaalde onderdelen van de evolutiebiologie over.

Het Bortoluzzi-model beoogt echter een fundamenteel andere benadering. Het opereert volgens zijn eigen uitgangspunten binnen het kader van biologische wetmatigheden en genetica, waarbij het begrip creatio mediata een centrale rol vervult. Of en in hoeverre deze benadering verenigbaar is met de empirische bevindingen van de moderne biologie, dient te worden beoordeeld aan de hand van de concrete claims en argumenten van het model zelf.

De spanning tussen wetenschappelijke verklaringsmodellen en religieuze waarheid

De werkelijke spanning bevindt zich daarom niet noodzakelijk tussen het Bortoluzzi-model en evolutie als biologisch gegeven op zichzelf, maar tussen verschillende opvattingen over de verhouding tussen empirische kennis, wetenschappelijke verklaringsmodellen en religieuze waarheid.

Wetenschappelijke verklaringen berusten immers niet uitsluitend op rechtstreeks waargenomen feiten. Ze maken eveneens gebruik van theoretische uitgangspunten, veronderstellingen en interpretatiekaders die kritisch onderzocht moeten kunnen worden. Ook binnen de evolutiebiologie spelen dergelijke uitgangspunten een inhoudelijke rol.

De wetenschappelijke status van een verklaringsmodel hangt echter niet alleen af van de wijze waarop het zijn aannames verantwoordt, alternatieve verklaringen beoordeelt en zich openstelt voor kritische toetsing, maar ook van de empirische ondersteuning die het daadwerkelijk kan aanvoeren.

Onderscheid tussen waarneming, interpretatie en hypothese

De filosofisch wezenlijke gedachte achter deze benadering is dat wetenschap nooit zonder theoretische uitgangspunten werkt. Dat maakt wetenschappelijke kennis geenszins willekeurig, maar onderstreept wel het grote belang van een scherp onderscheid tussen:

  1. Waarneming: Wat empirisch en rechtstreeks wordt vastgesteld;
  2. Interpretatie: De wijze waarop gegevens binnen een theoretisch kader worden geduid;
  3. Theoretische veronderstelling: De uitgangspunten die aan het verklaringsmodel ten grondslag liggen.

Datzelfde kritische onderscheid moet onverkort op het Bortoluzzi-model worden toegepast. Niet alleen de theoretische uitgangspunten van de gevestigde evolutiebiologie kunnen kritisch worden onderzocht, maar ook die van deze hypothetische synthese, die geloof, Schrift en biologische wetenschap binnen één samenhangend denkmodel probeert te verenigen.

Zo ontstaat ruimte voor een open vergelijking op basis van inhoudelijke argumenten, empirische onderbouwing en de potentiële verklarende kracht en toetsbaarheid van hypothesen. Daarbij moet steeds nauwkeurig onderscheid worden gemaakt tussen daadwerkelijk empirisch bewijs en verklaringen die vooralsnog hypothetisch zijn. De beoordeling berust immers niet op de status die een model zichzelf of anderen toekent, maar op de kwaliteit van de argumentatie, de verantwoording van de uitgangspunten en de mate waarin de aangedragen verklaringen kritisch kunnen worden onderzocht.