De valkuil van het transhumanisme: Grensverlegging of grensbeveiliging?

Standaard

De valkuil van het transhumanisme: Grensverlegging of grensbeveiliging?

Door pastoor Geudens


Samenvatting

Grenzen bewaken in plaats van overschrijden: Het christelijke weerwoord

De medische wetenschap en de biotechnologie ontwikkelen zich in een duizelingwekkend tempo. Van prenatale screening (onderzoek naar afwijkingen bij het ongeboren kind) en in-vitrofertilisatie (ivf: reageerbuisbevruchting buiten het lichaam) tot geavanceerde genbewerking (zoals CRISPR-Cas: een moleculaire techniek om heel gericht in het DNA te knippen en plakken) en de opkomst van het transhumanisme (de filosofie die streeft naar het technologisch overstijgen van menselijke biologische beperkingen): wat gisteren nog sciencefiction leek, is vandaag realiteit. Hoewel deze technologieën levens kunnen redden en lijden kunnen verlichten, roepen ze ook fundamentele vragen op. Hoe ver mag de mens gaan in het herschrijven van de eigen biologie? Wanneer slaat medische vooruitgang om in een technocratische ontsporing (een ontsporing waarbij de techniek heerst over mens en moraal)?

De mens als rentmeester versus de mens als schepper

Vanuit de rooms-katholieke moraaltraditie – verrijkt met de creationistische en diepgaande theologische inzichten van pastoor Guido Bortoluzzi en professor Renza Giacobbi – wordt een kritisch en profetisch weerwoord geboden tegen de oprukkende maakbaarheidsideologie.

Waar de seculiere medische ethiek vaak drijft op individuele autonomie (het absolute zelfbeschikkingsrecht van de mens) en de maximalisatie van fysieke prestaties, stelt de christelijke visie heldere, principiële grenzen:

  1. De scheppingsorde en het genoom: Het menselijk genoom (de volledige genetische blauwdruk van het DNA) is geen willekeurige verzameling van biologische bouwstenen waar we onbeperkt in kunnen sleutelen. De mens is rentmeester (beheerder in opdracht van God) over zijn lichaam, geen soeverein (volstrekt onafhankelijk) eigenaar. Het leven is een goddelijke gave en vanaf het allereerste moment van de bevruchting — de zygotische cel (de allereerste, eencellige bevruchte eicel[^1]) — onvoorwaardelijk beschermwaardig.
  2. De valkuil van het transhumanisme: Het streven om de mens via technologie, kunstmatige intelligentie (AI) en gentechniek te “upgraden” naar een posthumane (de menselijke fase voorbijgestreefde) supermens, vormt in wezen een moderne uiting van hoogmoed. Het vervagen van de grenzen tussen soorten — zoals bij het creëren van chimeren (organisme opgebouwd uit DNA-cellen van verschillende soorten, bijv. mens en dier[^2]) — en het manipuleren van de menselijke kiembaan (het DNA in geslachtscellen en vroege embryo’s dat erfelijk wordt doorgegeven) tasten de kern aan van wat het betekent om mens te zijn.

Echte heelheid vind je niet in het laboratorium

Somatische gentherapie (genetische behandeling die uitsluitend plaatsvindt in gewone lichaamscellen van een patiënt en niet erfelijk is) die ziektes bij een individuele patiënt geneest, verdient vanuit medische barmhartigheid alle steun. Het ingrijpen in de kiembaan of het nastreven van een ‘designerbaby’ (een kind waarvan het DNA in de reageerbuis is uitgekozen of aangepast op gewenste kenmerken) brengt echter onverantwoorde risico’s met zich mee voor toekomstige generaties en tast de menselijke waardigheid aan.

De diepe breuk in de menselijke natuur — die zich uit in verdeeldheid, strijd en innerlijke ontregeling — laat zich niet herstellen via een technologische ingreep of een laboratoriumupgrade. Genezing en verlossing zijn niet het product van menselijke maakbaarheid, maar ontspringen aan de genade en de sacramentele werkelijkheid van het geloof. Tegenover de kilte van de maakbare mens stelt het H. Evangelie de blijvende erkenning van onze geschapen kwetsbaarheid én de diepe, geestelijke heelheid die in Christus voor ons is weggelegd.

Hoofdartikel

1. Het menselijk genoom en de goddelijke scheppingsorde

De stormachtige ontwikkelingen in de moderne geneeskunde en biotechnologie dwingen de samenleving tot een diepgaande bezinning. Binnen de katholieke ethiek vormt de overtuiging dat het humanum (het mens-zijn in al zijn fysieke, psychische en geestelijke facetten) een rechtstreekse, goddelijke gave is, het vaste uitgangspunt. Het menselijk genoom (de biologische erfelijkheidscode) en de biologische orde zijn geen toevallige resultaten van een blind evolutieproces die vrijelijk te herschrijven vallen; zij maken wezenlijk deel uit van een door God gewilde schepping (creatio mediata[^3]).

  • De integriteit van het lichaam: De mens is in deze visie de rentmeester van zijn eigen lichaam. Hij is geen absolute eigenaar die naar eigen goeddunken de biologische blauwdruk mag aanpassen of ‘upgraden’.
  • Respect voor het prille begin: Zoals verwoord in kerkelijke documenten zoals Donum Vitae[^4], bezit elk menselijk leven vanaf het allereerste moment van de bevruchting – de zygotische cel – een unieke ziel en een onvervreemdbare menselijke waardigheid (Imago Dei: geschapen naar Gods beeld en gelijkenis). Het menselijk leven begint niet pas na een reeks celdelingen of bij de geboorte, maar reeds in dat absolute, eencellige begin.

2. De valkuil van het transhumanisme: De mens als eigen maker

Het transhumanisme propageert een toekomst waarin de mens door middel van biotechnologie, kunstmatige intelligentie en cybernetische implantaten (technologische koppelingen in het lichaam) haar biologische beperkingen overstijgt, met als uiteindelijk doel het creëren van een “verbeterde”, posthumane mens. Vanuit een traditioneel-theologische optiek is hier geen sprake van een triomf van vooruitgang, maar van een klassieke vorm van hoogmoed: het oude verlangen uit Genesis 3 om “als goden te zijn”.

A. Chimeren en het vervagen van scheppingsgrenzen

Experimenten in laboratoria waarbij menselijk en dierlijk DNA worden gemengd (zogeheten chimeren) en het vervagen van de grenzen tussen soorten vormen – in lijn met de exegese (Schriftuitleg) van de geschriften van Guido Bortoluzzi – een gevaarlijke inbreuk op de door God ingestelde natuurlijke orde. Dit trekt een directe parallel met de waarschuwingen uit de oudste Bijbelse geschriften over de overschrijding van de scheppingsbarrières.

B. Het verlies van het Pneuma

Waar de technocratische geneeskunde het lichaam reduceert tot een biologische machine die gerepareerd of geüpgraded moet worden, miskent zij de geestelijke dimensie van het mens-zijn. Door uitsluitend te focussen op de fysieke optimalisatie van het omhulsel, verliest men de ziel – het zogenaamde Pneuma (de adem van God / de goddelijke Geest in de mens) – uit het oog.

3. Kunstmatige ingrepen en de ethische grens in de geneeskunde

De spanning tussen seculiere autonomie (gericht op het maximaliseren van de individuele levenskwaliteit en het uitbannen van lijden ten koste van alles) en de katholieke moraal wordt scherp zichtbaar in de concrete medische praktijk:

  • Abortus en prenatale screening: Het beëindigen van een zwangerschap wordt vanuit de katholieke moraal ten strengste afgewezen. Prenatale screening dreigt in de praktijk te vervallen tot een vorm van selectieve eugenetica (het wetenschappelijk en maatschappelijk selecteren of ‘rasverbeteren’ van menselijk leven[^5]), waarbij ongeboren leven wordt afgebroken op grond van een fysieke afwijking. Daarmee wordt de waarde van het menselijk leven afhankelijk gemaakt van fysieke volmaaktheid.
  • In-vitrofertilisatie (IVF): Kunstmatige voortplantingstechnieken worden afgewezen omdat zij de voortplanting loskoppelen van de unitaire (verbindende) en procreatieve (vruchtbare) betekenis van de echtelijke liefde. Bovendien leidt IVF onvermijdelijk tot het selecteren, invriezen en vernietigen van overtollige embryo’s, die in de ogen van de Kerk volwaardige dragers van menselijke waardigheid zijn.
  • Genetische modificatie (CRISPR-Cas): Binnen deze technologie dient een strikt onderscheid te worden gemaakt:
    • Somatische gentherapie: Behandelingen die gericht zijn op het herstellen van zieke lichaamscellen bij een patiënt (zoals bij de bloedziekten sikkelcelziekte of bèta-thalassemie) worden positief beoordeeld. Dit valt onder de barmhartige plicht tot genezing en het verlichten van reëel lijden, mits de risico’s in verhouding staan tot het doel.
    • Kiembaanmodificatie: Het genetisch aanpassen van embryo’s of geslachtscellen – waarvan de wijzigingen blijvend worden doorgegeven aan alle volgende generaties – wordt beslist afgewezen. Het brengt onvoorzienbare risico’s met zich mee voor nakomelingen die hiervoor nooit toestemming hebben kunnen geven, en opent de deur naar de maakbare ‘designerbaby’.

4. Het weerwoord: Van technische maakbaarheid naar geestelijke heelheid

Waar de seculiere wetenschap heil zoekt in laboratoriumtechnieken en genetische optimalisatie, herinnert de religieuze traditie ons aan een fundamentele waarheid: de mens kan zichzelf in zijn diepste wezen niet verlossen door simpelweg zijn biologische code te herschrijven. De diepe breuk in de menselijke natuur – geworteld in de erfzonde en de ontregeling door lagere, dierlijke driften – laat zich niet door een technologische ingreep opheffen.

Echte heelheid en herstel ontstaan niet door het fabriceren van een technologische ‘supermens’, maar door de overgave aan Gods genade en barmhartigheid. De Kerk reikt daartoe het sacramentele geneesmiddel aan: de Heilige Eucharistie. Hierin grijpen het Lichaam en Bloed van Christus werkelijk in op onze menselijke zwakheid om onze innerlijke gebrokenheid te vernieuwen en te genezen (helen).

De keuze waarvoor de mensheid vandaag staat, is dan ook geen neutraal wetenschappelijk vraagstuk, maar een existentiële beslissing: kiezen we voor de hoogmoed van grenzeloze grensverlegging waarin de mens zichzelf tot god uitroept, of voor de wijsheid van grensbeveiliging waarin we onze geschapen kwetsbaarheid en intrinsieke waardigheid in eer herstellen?

Voetnoten

[^1]: Zygotische cel: De eencellige fase die direct ontstaat bij de fusie van de mannelijke zaadcel en de vrouwelijke eicel. Wetenschappelijk en katholiek-ethisch gezien het unieke biologische beginpunt van een individueel menselijk individu.

[^2]: Chimeren: Organismen die genetisch materiaal of cellen van twee verschillende biologische soorten bevatten. In modern genetisch laboratoriumonderzoek betreft dit vaak mens-diercombinaties.

[^3]: Creatio mediata: De theologische doctrine van de ‘bemiddelde schepping’ (ontwikkeld in de visie van Don Guido Bortoluzzi), waarin God bij het scheppen van een nieuwe soort gebruikmaakt van een voorafgaande soort als drager of instrument.

[^4]: Donum Vitae (1987): Instructie van de Congregatie voor de Geloofsleer over de eerbied voor het beginnend menselijk leven en de waardigheid van de voortplanting. Bevestigd en uitgebreid in de latere instructie Dignitas Personae (2008).

[^5]: Eugenetica: Het streven om de genetische samenstelling van een populatie te verbeteren door het bevoordelen van ‘gewenste’ eigenschappen en het selectief elimineren van ‘ongewenste’ eigenschappen (bijv. door zwangerschapsafbreking na prenatale diagnostiek).

Bron

In Christus ligt de ware bestemming: Schepping, breuk en herstel

Standaard

In Christus ligt de ware bestemming: Schepping, breuk en herstel

Waarom is de wereld zoals ze is? Waarom dragen we zoveel verlangen naar goedheid in ons, en tegelijk zoveel breuk, pijn en chaos? Het zijn vragen die niet alleen in de wetenschap leven, maar die rechtstreeks raken aan het hart van elk mens. De Bijbel durft die fundamentele vragen onverhuld onder ogen te zien. De Schrift begint en eindigt met teksten die ons uitdagen en verbijsteren: het scheppingsverhaal van Genesis en het visioenrijke boek Openbaring.

Sint-Paulus reikt ons in Romeinen 8,19 een sleutelzin aan die als motto kan dienen voor deze zoektocht: “De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat God openbaart wie de kinderen van God zijn.” Heel de werkelijkheid is onderweg, in afwachting. Er ligt iets verborgen in de mens en in de geschiedenis dat nog niet volledig aan het licht is gekomen. De schepping zucht en hoopt tegelijk, wachtend op het moment van onthulling: wie zijn wij ten diepste, en waartoe zijn wij bestemd?

De oorsprong van de breuk en de visie op de schepping

Om te begrijpen waar de menselijke ontregeling vandaan komt, nodigt de traditie ons uit om Genesis niet te benaderen als een vage mythe of een verhaal over een ver verleden, maar als een spiegel voor het heden. Wanneer we kijken naar de geschriften en visioenen van pastoor Guido Bortoluzzi, met het commentaar van professor Renza Giacobbi, ontstaat een diepzinnig historisch en symbolisch kader over menswording, erfzonde, lijden en verlossing.

Bortoluzzi reikt een visie aan waarin God de schepping vormgeeft door een wijze van bemiddeling (creatio mediata). Hierbij gebruikt God bij de schepping van een nieuwe soort — de mens inbegrepen — een vrouwelijk individu van de soort die onmiddellijk aan de nieuwe soort voorafgaat als instrument of drager, in wie Hij de daaropvolgende schepping implanteert.

De gevolgen van de vroegste menselijke keuzes — de erfzonde — hebben diepe sporen achtergelaten. Zoals ook blijkt uit de inzichten die door Maria Valtorta over de gevolgen van de erfzonde zijn opgetekend, raakte de mens als het ware geïnjecteerd met het venijn van dierlijke instincten. Dit verklaart het afwijkende gedrag dat we in de wereld zien: gierigheid, opstandigheid, competitiezucht, wraak en onbedwingbare driften die in dienst staan van de zintuigen. Het verklaart waarom iemand die goed wil handelen, dit uit eigen kracht vaak niet kan volbrengen; we kunnen weliswaar goede daden stellen, maar daarmee ontstaat nog niet die noodzakelijke innerlijke genezing.

De genezing in Christus en de Heilige Eucharistie

Zelfs als we dat ten diepste verlangen, kunnen wij deze metamorfose en innerlijke genezing niet op eigen kracht bereiken. We hebben daarvoor de genademiddelen nodig die Jezus ons heeft aangereikt.

Het eerste en voornaamste middel daartoe is de Heilige Eucharistie. Dit geheim van het geloof is geen symbolische gedachtenis alleen, maar een ware en geëigende transfusie van Zijn goddelijk Lichaam en Bloed in onze menselijke zwakheid. Zijn Lichaam in ons geneest onze psycho-lichamelijke gebreken, en Zijn Bloed voedt het nieuwverworven leven van onze geest in de Heilige Geest. De Eucharistie bewerkt een wonderbaarlijke genezing die onze zieke cellen vervangt door de volmaakte en heilige cellen van Jezus. Alleen Hij, de Bemiddelaar en ware Zoon van God, kan precies zoals de Vader dat wil deze nieuwe schepping tot stand brengen.

Conclusie: Bestemd voor het licht

De weg van de schepping, de vervreemding en het herstel vraagt om een diepe geestelijke onderscheiding. Haar waarde ligt niet in het claimen van simpele, eenduidige antwoorden, maar in het openhouden van de vraag naar de mens als geroepene, als gewonde, en tegelijk als door God beminde.

In Christus, zo belijdt de Kerk onwrikbaar, vindt de mens zijn ware bestemming. De verzoening en de beloften in het Boek Openbaring tonen de uiteindelijke overwinning op de erfzonde en de belofte om terug te keren naar de oorspronkelijke, volmaakte staat. Mogen we deze weg gaan in een geest van gebed, eerbied en kerkelijke verbondenheid, gedragen door het besef dat Gods liefde onze gebrokenheid overstijgt en ons herschept tot kinderen van God.

Pastoor Geudens, Smakt, 2026, guidobortoluzzi.org

Ingezonden brief – de kleine weg van barmhartigheid

Standaard

De kleine weg van waarheid en barmhartigheid

(Een persoonlijk getuigenis)

Mijn dagelijks leven en mijn inzet voor de medemens spelen zich af op terreinen die voor mij nauw met elkaar verbonden zijn en in essentie om hetzelfde draaien: de unieke, door God gegeven waardigheid van elk menselijk leven en de grenzeloze, genezende kracht van Zijn barmhartigheid. Nabijheid staat daarbij voor mij altijd centraal. Of het nu gaat om het bieden van een luisterend oor aan eenzame ouderen, het samenkomen in gebed, of mijn betrokkenheid bij het prille begin van het leven en de momenten van diep menselijk verdriet — al deze kanten van de zielzorg komen voor mij samen in één enkel fundament: het heroverwegen en verdedigen van de unieke en onafneembare waardigheid van ieder mens.

In het maatschappelijk debat van vandaag wordt de waarde van een mens maar al te vaak afgemeten aan wat iemand kan, presteert of bijdraagt. We kijken naar zelfstandigheid, nut of verstand. Maar wanneer we geloof en rede met elkaar verbinden, ontdekken we dat die maatschappelijke maatstaf schromelijk tekortschiet. Menselijke waardigheid is immers geen voorwaardelijke stempel die door een cultuur of overheid wordt toegekend; het is een diepe, goddelijke werkelijkheid die deel uitmaakt van ons allereerste bestaan.

Het wonder in de allereerste cel

Als ik nadenk over de oorsprong van ons mens-zijn, zie ik hoe het leven zich niet door een blind toeval laat verklaren, maar getuigt van een volstrekt stabiele, goddelijke ordening vanaf de allereerste seconde. Op het exacte moment van de bevruchting ontstaat de allereerste cel. Dit is geen ‘belofte voor later’ of een mogelijk menselijk leven in wording, maar vanaf die allereerste seconde een volwaardig menselijk leven met een eigen, unieke toekomst.

Binnen die allereerste cel bevindt zich al het volledige en unieke erfgoed dat de biologische koers van dit individuele mensenleven bepaalt. Er wordt later geen enkel fundamenteel nieuw element meer aan toegevoegd; het kindje in de moederschoot heeft enkel tijd en voeding nodig om verder te ontluiken. Deze specifieke biologische combinatie heeft in de hele wereldgeschiedenis nog nooit bestaan en zal ook nooit meer op precies dezelfde manier terugkeren.

Aan deze feiten geeft mijn geloof een diepe, geestelijke lading. Het ontstaan van de mens is het directe resultaat van Gods wil. God vormt en kent de mens vanaf het allervroegste begin. Dat betekent dat de eerste cel van ieder mens geen toevallig bijproduct van de natuur is, maar de tastbare handtekening van Gods scheppend woord. Onze waardigheid begint niet pas bij de eerste ademteug of hartslag, maar ligt onuitwisbaar besloten in die allereerste cel.

Hier raakt ons wetenschappelijk inzicht direct aan de kern van de ‘kleine weg’. Is er een mooier voorbeeld te bedenken van die kleine weg dan de extreme kwetsbaarheid van dat allereerste, eencellige menselijk leven? In die allerkleinste beginfase, die met het blote oog niet eens te zien is, toont God Zijn grootste scheppingswonder. Ik voel mij geroepen om juist in die kleinheid de grootsheid van Gods liefde te herkennen. Wat door de wereld soms als klein of ‘onbeduidend’ wordt weggecijferd, is in de ogen van de Hemelse Vader een volwaardig mens dat Hij met oneindige tederheid bemint.

Gebrokenheid en barmhartigheid

Sinds het begin der tijden draagt onze schepping helaas de sporen van gebrokenheid. Ziekte, lijden, innerlijke strijd en onze neiging tot fouten zijn het gevolg van het feit dat de mens verwijderd is geraakt van de oorspronkelijke harmonie met zijn Schepper. Als ik om mij heen kijk — van het kwetsbare begin in de baarmoeder tot de eenzame oudere op zijn levensavond — zie ik een wezen dat drager is van een goddelijke waardigheid, maar tegelijk zucht onder die gebrokenheid. Ook het beschadigen of beëindigen van ongeboren leven is een uiting van diezelfde diepe gebrokenheid; het is een miskenning van Gods orde en van de sacrale waarde van het leven.

Aan de ene kant staat voor mij de onwankelbare waarheid: het leven in de schoot van de moeder is vanaf de eerste cel heilig en beschermwaardig. Aan de andere kant sta ik oog in oog met de rauwe werkelijkheid. Ik zie van dichtbij hoe mensen — vaak omringd door angst, eenzaamheid, dwang of maatschappelijke druk — de beslissing nemen tot een abortus.

In mijn pastorale werk heb ik vaak mogen ervaren wat dat achterlaat. Wie te maken krijgt met een abortuservaring, draagt soms een diepe, stille verwonding met zich mee. In de maatschappij wordt een abortus vaak weggeschoven als een snelle oplossing, maar onze ziel en ons lichaam laten zich niet zo makkelijk misleiden. Omdat de band tussen moeder en kind vanaf die allereerste cel diep in ons wezen verankerd ligt, veroorzaakt het afbreken van een zwangerschap niet zelden een verzwegen, open wond. Velen — vrouwen én mannen — blijven achter met een knagend gevoel van spijt, onuitspreekbaar verdriet en een diepe breuk in hun levensverhaal.

Een veilige plek van herstel

In de geest van het Evangelie mag het opkomen voor het ongeboren leven voor mij nooit veranderen in een vingerwijzing of veroordeling van wie is gestruikeld. Uit eigen ervaring in de pastorale begeleiding weet ik dat echte genezing altijd begint bij het onder ogen zien van de realiteit in een sfeer van diepe veiligheid.

Tijdens dagen van innerlijk herstel en stilte zie ik hoe mensen stap voor stap de moed vinden om de waarheid toe te laten: dat het kindje dat er was, een echt en uniek menselijk leven betrof met een door God geschonken waardigheid. Maar daar blijft het gelukkig niet bij. Ik mag getuige zijn van het moment waarop de ervaring van Gods barmhartigheid alles omsluit. Gods liefde is immers altijd groter dan onze gebrokenheid; de pijn van een abortus is nooit het eindstation. Onze Heer is niet gekomen om te veroordelen, maar om te genezen.

In die veilige setting mag het kindje alsnog bij name worden genoemd. Het wordt alsnog in de armen van een liefdevolle God gelegd, ontvangt een eigen naam en krijgt een waardige plek in de familie. Dit sluit zo naadloos aan bij de waarheid die ik in de genetica en het geloof heb ontdekt: dat ditzelfde kind vanaf zijn allereerste cel al door God bij zijn naam werd geroepen.

Een baken van hoop

Voor mij vormen de waarheid over de schepping en de praktijk van barmhartigheid twee onlosmakelijke zijden van dezelfde medaille. De wetenschappelijke en theologische feiten over het prille begin leren mij waarom elk leven heilig is. De pastorale praktijk van de nabijheid biedt vervolgens de warme opvang voor hen die met de scherven van het leven zitten. Zo wordt onze gemeenschap geen kille vesting van regels, maar een plek van hoop, waarheid en innerlijke genezing.

Als gelovigen hebben wij een prachtige opdracht. Onze roeping is er een van liefde, gebed, overgave en diepe solidariteit met de allerkleinsten. Wie de geheimen van de schepping en die allereerste cel begrijpt, kan niet anders dan knielen voor de uniekheid van elk mensenleven. Maar wie tegelijk de diepte van Christus’ barmhartigheid ervaart, weet dat er voor geen enkele menselijke wond een definitief eindstation bestaat.

Of het nu gaat om de dagelijkse zorg, het luisterend oor voor de eenzame mens, het samenkomen in gebed of het begeleiden van mensen die worstelen met de pijn uit hun verleden: Gods antwoord op de verwonding van onze wereld is nooit de afwijzing van de mens. Het is altijd de warme, onvermoeibare uitnodiging tot herstel. Niet gesproken met een lijst van beschuldigingen, maar met de bevrijdende woorden van Zijn oneindige barmhartigheid:

“Je bent gekomen. Welkom thuis.”

Jack Geudens, pr.

Smakt, 30-10-2026