In Christus ligt de ware bestemming: Schepping, breuk en herstel

Standaard

In Christus ligt de ware bestemming: Schepping, breuk en herstel

Waarom is de wereld zoals ze is? Waarom dragen we zoveel verlangen naar goedheid in ons, en tegelijk zoveel breuk, pijn en chaos? Het zijn vragen die niet alleen in de wetenschap leven, maar die rechtstreeks raken aan het hart van elk mens. De Bijbel durft die fundamentele vragen onverhuld onder ogen te zien. De Schrift begint en eindigt met teksten die ons uitdagen en verbijsteren: het scheppingsverhaal van Genesis en het visioenrijke boek Openbaring.

Sint-Paulus reikt ons in Romeinen 8,19 een sleutelzin aan die als motto kan dienen voor deze zoektocht: “De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat God openbaart wie de kinderen van God zijn.” Heel de werkelijkheid is onderweg, in afwachting. Er ligt iets verborgen in de mens en in de geschiedenis dat nog niet volledig aan het licht is gekomen. De schepping zucht en hoopt tegelijk, wachtend op het moment van onthulling: wie zijn wij ten diepste, en waartoe zijn wij bestemd?

De oorsprong van de breuk en de visie op de schepping

Om te begrijpen waar de menselijke ontregeling vandaan komt, nodigt de traditie ons uit om Genesis niet te benaderen als een vage mythe of een verhaal over een ver verleden, maar als een spiegel voor het heden. Wanneer we kijken naar de geschriften en visioenen van pastoor Guido Bortoluzzi, met het commentaar van professor Renza Giacobbi, ontstaat een diepzinnig historisch en symbolisch kader over menswording, erfzonde, lijden en verlossing.

Bortoluzzi reikt een visie aan waarin God de schepping vormgeeft door een wijze van bemiddeling (creatio mediata). Hierbij gebruikt God bij de schepping van een nieuwe soort — de mens inbegrepen — een vrouwelijk individu van de soort die onmiddellijk aan de nieuwe soort voorafgaat als instrument of drager, in wie Hij de daaropvolgende schepping implanteert.

De gevolgen van de vroegste menselijke keuzes — de erfzonde — hebben diepe sporen achtergelaten. Zoals ook blijkt uit de inzichten die door Maria Valtorta over de gevolgen van de erfzonde zijn opgetekend, raakte de mens als het ware geïnjecteerd met het venijn van dierlijke instincten. Dit verklaart het afwijkende gedrag dat we in de wereld zien: gierigheid, opstandigheid, competitiezucht, wraak en onbedwingbare driften die in dienst staan van de zintuigen. Het verklaart waarom iemand die goed wil handelen, dit uit eigen kracht vaak niet kan volbrengen; we kunnen weliswaar goede daden stellen, maar daarmee ontstaat nog niet die noodzakelijke innerlijke genezing.

De genezing in Christus en de Heilige Eucharistie

Zelfs als we dat ten diepste verlangen, kunnen wij deze metamorfose en innerlijke genezing niet op eigen kracht bereiken. We hebben daarvoor de genademiddelen nodig die Jezus ons heeft aangereikt.

Het eerste en voornaamste middel daartoe is de Heilige Eucharistie. Dit geheim van het geloof is geen symbolische gedachtenis alleen, maar een ware en geëigende transfusie van Zijn goddelijk Lichaam en Bloed in onze menselijke zwakheid. Zijn Lichaam in ons geneest onze psycho-lichamelijke gebreken, en Zijn Bloed voedt het nieuwverworven leven van onze geest in de Heilige Geest. De Eucharistie bewerkt een wonderbaarlijke genezing die onze zieke cellen vervangt door de volmaakte en heilige cellen van Jezus. Alleen Hij, de Bemiddelaar en ware Zoon van God, kan precies zoals de Vader dat wil deze nieuwe schepping tot stand brengen.

Conclusie: Bestemd voor het licht

De weg van de schepping, de vervreemding en het herstel vraagt om een diepe geestelijke onderscheiding. Haar waarde ligt niet in het claimen van simpele, eenduidige antwoorden, maar in het openhouden van de vraag naar de mens als geroepene, als gewonde, en tegelijk als door God beminde.

In Christus, zo belijdt de Kerk onwrikbaar, vindt de mens zijn ware bestemming. De verzoening en de beloften in het Boek Openbaring tonen de uiteindelijke overwinning op de erfzonde en de belofte om terug te keren naar de oorspronkelijke, volmaakte staat. Mogen we deze weg gaan in een geest van gebed, eerbied en kerkelijke verbondenheid, gedragen door het besef dat Gods liefde onze gebrokenheid overstijgt en ons herschept tot kinderen van God.

Pastoor Geudens, Smakt, 2026, guidobortoluzzi.org

Ingezonden brief – de kleine weg van barmhartigheid

Standaard

De kleine weg van waarheid en barmhartigheid

(Een persoonlijk getuigenis)

Mijn dagelijks leven en mijn inzet voor de medemens spelen zich af op terreinen die voor mij nauw met elkaar verbonden zijn en in essentie om hetzelfde draaien: de unieke, door God gegeven waardigheid van elk menselijk leven en de grenzeloze, genezende kracht van Zijn barmhartigheid. Nabijheid staat daarbij voor mij altijd centraal. Of het nu gaat om het bieden van een luisterend oor aan eenzame ouderen, het samenkomen in gebed, of mijn betrokkenheid bij het prille begin van het leven en de momenten van diep menselijk verdriet — al deze kanten van de zielzorg komen voor mij samen in één enkel fundament: het heroverwegen en verdedigen van de unieke en onafneembare waardigheid van ieder mens.

In het maatschappelijk debat van vandaag wordt de waarde van een mens maar al te vaak afgemeten aan wat iemand kan, presteert of bijdraagt. We kijken naar zelfstandigheid, nut of verstand. Maar wanneer we geloof en rede met elkaar verbinden, ontdekken we dat die maatschappelijke maatstaf schromelijk tekortschiet. Menselijke waardigheid is immers geen voorwaardelijke stempel die door een cultuur of overheid wordt toegekend; het is een diepe, goddelijke werkelijkheid die deel uitmaakt van ons allereerste bestaan.

Het wonder in de allereerste cel

Als ik nadenk over de oorsprong van ons mens-zijn, zie ik hoe het leven zich niet door een blind toeval laat verklaren, maar getuigt van een volstrekt stabiele, goddelijke ordening vanaf de allereerste seconde. Op het exacte moment van de bevruchting ontstaat de allereerste cel. Dit is geen ‘belofte voor later’ of een mogelijk menselijk leven in wording, maar vanaf die allereerste seconde een volwaardig menselijk leven met een eigen, unieke toekomst.

Binnen die allereerste cel bevindt zich al het volledige en unieke erfgoed dat de biologische koers van dit individuele mensenleven bepaalt. Er wordt later geen enkel fundamenteel nieuw element meer aan toegevoegd; het kindje in de moederschoot heeft enkel tijd en voeding nodig om verder te ontluiken. Deze specifieke biologische combinatie heeft in de hele wereldgeschiedenis nog nooit bestaan en zal ook nooit meer op precies dezelfde manier terugkeren.

Aan deze feiten geeft mijn geloof een diepe, geestelijke lading. Het ontstaan van de mens is het directe resultaat van Gods wil. God vormt en kent de mens vanaf het allervroegste begin. Dat betekent dat de eerste cel van ieder mens geen toevallig bijproduct van de natuur is, maar de tastbare handtekening van Gods scheppend woord. Onze waardigheid begint niet pas bij de eerste ademteug of hartslag, maar ligt onuitwisbaar besloten in die allereerste cel.

Hier raakt ons wetenschappelijk inzicht direct aan de kern van de ‘kleine weg’. Is er een mooier voorbeeld te bedenken van die kleine weg dan de extreme kwetsbaarheid van dat allereerste, eencellige menselijk leven? In die allerkleinste beginfase, die met het blote oog niet eens te zien is, toont God Zijn grootste scheppingswonder. Ik voel mij geroepen om juist in die kleinheid de grootsheid van Gods liefde te herkennen. Wat door de wereld soms als klein of ‘onbeduidend’ wordt weggecijferd, is in de ogen van de Hemelse Vader een volwaardig mens dat Hij met oneindige tederheid bemint.

Gebrokenheid en barmhartigheid

Sinds het begin der tijden draagt onze schepping helaas de sporen van gebrokenheid. Ziekte, lijden, innerlijke strijd en onze neiging tot fouten zijn het gevolg van het feit dat de mens verwijderd is geraakt van de oorspronkelijke harmonie met zijn Schepper. Als ik om mij heen kijk — van het kwetsbare begin in de baarmoeder tot de eenzame oudere op zijn levensavond — zie ik een wezen dat drager is van een goddelijke waardigheid, maar tegelijk zucht onder die gebrokenheid. Ook het beschadigen of beëindigen van ongeboren leven is een uiting van diezelfde diepe gebrokenheid; het is een miskenning van Gods orde en van de sacrale waarde van het leven.

Aan de ene kant staat voor mij de onwankelbare waarheid: het leven in de schoot van de moeder is vanaf de eerste cel heilig en beschermwaardig. Aan de andere kant sta ik oog in oog met de rauwe werkelijkheid. Ik zie van dichtbij hoe mensen — vaak omringd door angst, eenzaamheid, dwang of maatschappelijke druk — de beslissing nemen tot een abortus.

In mijn pastorale werk heb ik vaak mogen ervaren wat dat achterlaat. Wie te maken krijgt met een abortuservaring, draagt soms een diepe, stille verwonding met zich mee. In de maatschappij wordt een abortus vaak weggeschoven als een snelle oplossing, maar onze ziel en ons lichaam laten zich niet zo makkelijk misleiden. Omdat de band tussen moeder en kind vanaf die allereerste cel diep in ons wezen verankerd ligt, veroorzaakt het afbreken van een zwangerschap niet zelden een verzwegen, open wond. Velen — vrouwen én mannen — blijven achter met een knagend gevoel van spijt, onuitspreekbaar verdriet en een diepe breuk in hun levensverhaal.

Een veilige plek van herstel

In de geest van het Evangelie mag het opkomen voor het ongeboren leven voor mij nooit veranderen in een vingerwijzing of veroordeling van wie is gestruikeld. Uit eigen ervaring in de pastorale begeleiding weet ik dat echte genezing altijd begint bij het onder ogen zien van de realiteit in een sfeer van diepe veiligheid.

Tijdens dagen van innerlijk herstel en stilte zie ik hoe mensen stap voor stap de moed vinden om de waarheid toe te laten: dat het kindje dat er was, een echt en uniek menselijk leven betrof met een door God geschonken waardigheid. Maar daar blijft het gelukkig niet bij. Ik mag getuige zijn van het moment waarop de ervaring van Gods barmhartigheid alles omsluit. Gods liefde is immers altijd groter dan onze gebrokenheid; de pijn van een abortus is nooit het eindstation. Onze Heer is niet gekomen om te veroordelen, maar om te genezen.

In die veilige setting mag het kindje alsnog bij name worden genoemd. Het wordt alsnog in de armen van een liefdevolle God gelegd, ontvangt een eigen naam en krijgt een waardige plek in de familie. Dit sluit zo naadloos aan bij de waarheid die ik in de genetica en het geloof heb ontdekt: dat ditzelfde kind vanaf zijn allereerste cel al door God bij zijn naam werd geroepen.

Een baken van hoop

Voor mij vormen de waarheid over de schepping en de praktijk van barmhartigheid twee onlosmakelijke zijden van dezelfde medaille. De wetenschappelijke en theologische feiten over het prille begin leren mij waarom elk leven heilig is. De pastorale praktijk van de nabijheid biedt vervolgens de warme opvang voor hen die met de scherven van het leven zitten. Zo wordt onze gemeenschap geen kille vesting van regels, maar een plek van hoop, waarheid en innerlijke genezing.

Als gelovigen hebben wij een prachtige opdracht. Onze roeping is er een van liefde, gebed, overgave en diepe solidariteit met de allerkleinsten. Wie de geheimen van de schepping en die allereerste cel begrijpt, kan niet anders dan knielen voor de uniekheid van elk mensenleven. Maar wie tegelijk de diepte van Christus’ barmhartigheid ervaart, weet dat er voor geen enkele menselijke wond een definitief eindstation bestaat.

Of het nu gaat om de dagelijkse zorg, het luisterend oor voor de eenzame mens, het samenkomen in gebed of het begeleiden van mensen die worstelen met de pijn uit hun verleden: Gods antwoord op de verwonding van onze wereld is nooit de afwijzing van de mens. Het is altijd de warme, onvermoeibare uitnodiging tot herstel. Niet gesproken met een lijst van beschuldigingen, maar met de bevrijdende woorden van Zijn oneindige barmhartigheid:

“Je bent gekomen. Welkom thuis.”

Jack Geudens, pr.

Smakt, 30-10-2026

Gevangenen van de tijdgeest of vrij in God?

Standaard

Gevangenen van de tijdgeest of vrij in God?

Over de schreeuw om onze ziel en het verlangen naar een authentiek leven

„Druk, druk, druk!” Als we elkaar vragen hoe het gaat, is dat bijna altijd het antwoord. We leven in een maatschappij die nooit stilstaat. Dagelijks worden we overspoeld door een onophoudelijke stroom van prikkels, meningen, reclames en verwachtingen. Wie niet oplet, krijgt al snel het gevoel niet meer zelf te leven, maar geleefd te wórden.

Het Britse muziekproject Adam Freeland vatte die meedogenloze dynamiek van onze moderne consumptiemaatschappij treffend samen in een wereldberoemde, haast angstaanjagende kreet:

„You are free… to do as we tell you!” (Je bent vrij… om te doen wat wij je opdragen!)

Een subtiele roof op onze ziel

Het klinkt als een provocatie, maar raakt aan een diepe spirituele werkelijkheid. De reclameindustrie, de sociale media en de trends van de dag beloven ons grenzeloze vrijheid en autonomie. Maar wie goed kijkt, ontdekt dat die ‘vrijheid’ vaak een vorm van gevangenschap is. Het is een constante stroom van formats: hier is een formule, hier is een mode, hier is een doel, hier is een lijstje. We worden gestuurd in wat we moeten vinden, wat we moeten kopen en hoe we ons moeten gedragen.

In de kern woedt er een strijd om wat het oudste erfgoed van de mens is: onze ziel. Niet voor niets weerklinkt in de muziek herhaaldelijk de indringende roep: „We want your soul!”

Als we opgaan in de waan van de dag, verwateren onze diepste waarden. Onze aandacht wordt versnipperd, ons stiltevermogen sterft uit, en we vergeten de belangrijkste vraag van ons bestaan: Wie ben ik eigenlijk, en waar ben ik ten volle van benodigd?

De illusie van de maakbaarheid

De wereld om ons heen meet onze waarde maar al te vaak af aan wat we presteren, wat we consumeren of hoe handig we meedraaien in het systeem. We worden gereduceerd tot een radertje in een machine.

Maar ons diepste geloof en ons gezond verstand schreeuwen om een tegenstem. Wij zijn geen toevallige producten van een marktstrategie, en ons leven is geen optelsom van algoritmes en trends. Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Vanaf het allereerste begin van ons bestaan — vanaf die wonderlijke, unieke eerste cel — zijn wij door God gewild en bij naam geroepen. Onze waardigheid ligt niet in wat de wereld van ons vraagt, maar in het feit dat wij geliefde kinderen zijn van een hemelse Vader.

Echte vrijheid vraagt om stilte

Jezus biedt ons een heel andere vrijheid aan. Geen vrijheid van ‘doen wat iedereen doet’, maar de innerlijke vrijheid van de Geest. Hij nodigt ons uit om uit de ratrace te stappen: „Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verkwikking schenken.”

Echte vrijheid begint daar waar we durven los te komen van de stemmen die aan al kanten aan ons trekken. Het vraagt om moed om stil te worden. Om te erkennen dat onze ziel niet gevoed wordt door de zoveelste prikkel of afleiding, maar door de nabijheid van de levende God.

Laten we daarom waken over ons hart. Laten we ons niet wijsmaken dat we vrij zijn wanneer we slaaf zijn van de tijdgeest. De ware vrijheid vind je in de armen van uw Schepper, die niet uw ziel wil bezitten om u te knechten, maar u juist bevrijdt om voluit te léven.

(Luister desgewenst naar de track via YouTube: