Nieuwsbrief 46: De Eucharistie III; we overwegen de Eucharistie vanuit de Communie

Standaard

Nieuwsbrief XVI 46, vrijdag 12 november 2021, pater Daniel

Goede Vrienden,

De Eucharistie is als een prisma die telkens anders schittert vanuit een andere hoek. Ze is een alomvattend mysterie. Met de consecratiewoorden verwijst Jezus uitdrukkelijk naar de belangrijkste gebeurtenissen uit het Oude Testament, die Hij tot algehele vervulling brengt. Nu overwegen we de Eucharistie vanuit de Communie.

Jezus zegt: “Ik ben het brood des levens… Het brood dat Ik zal geven is mijn Vlees…”  (Johannes 6, 35.51). Met grote nadruk blijft Jezus vervolgens zeggen en herhalen dat het brood en de wijn die Hij geeft zijn Lichaam en zijn Bloed zijn en dat het eten van zijn Vlees en het drinken van zijn Bloed noodzakelijk zijn om eeuwig Leven te ontvangen. “Zoals Ik door de Vader, die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij” (Johannes 6, 57). We begrijpen goed dat verschillende toehoorders daardoor erg geschokt waren. Het lijkt een taal voor kannibalen en menseneters. Velen trekken zich daarom uit Jezus’ gezelschap terug. Wanneer ook de apostelen het hiermee moeilijk hebben, stelt Hij hen gewoon voor de keuze: aanvaarden of ook weggaan (cf. Joh 6, 67). Jezus doet geen enkele moeite om zijn uitspraken te veranderen of te verzachten. Petrus geeft zich dan in vertrouwen over: “Heer, waar zouden we anders naartoe gaan, U hebt de woorden van het eeuwige leven” (Joh 6, 67). Ooit kreeg ik een boze brief van een mevrouw nadat ik over dit Evangelie gepredikt had. Zij was zeer categoriek: “dit kan Jezus nooit gezegd hebben!”. Zij vertrok van de algemene menselijke opvatting van toen en van nu. Wanneer twee mensen elkaar extreem haten zeggen wij: ze kunnen elkaars bloed wel drinken! Vanuit deze hoek zijn Jezus’ uitspraken inderdaad helemaal niet te begrijpen. Het goede vertrekpunt, dat helaas ook door bijbelgeleerden wel eens uit het oog wordt verloren, ligt niet in de poging om het Woord Gods in overeenstemming te brengen met de openbare opinie. Neen, eerder omgekeerd: Hoe kunnen we dit Woord van Jezus onverkort verstaan?

Wanneer wij gewoon voedsel tot ons nemen, wordt het mindere door het meerdere opgeslorpt: het minerale, plantaardige of dierlijke voedsel wordt door ons lichaam geassimileerd. Bepaalde elementen daarvan worden uitgescheiden en andere worden uiteindelijk een deel van ons lichaam om dus te delen in de waardigheid van onze menselijke persoon. Door de Communie is het eerder omgekeerd en is het God die ons opneemt en opheft tot op zijn goddelijk niveau. Hij vormt ons om, zodat we steeds meer gaan gelijken op Hem, die zelf het Beeld van de Vader is. Het uiteindelijke doel is dat we met Paulus kunnen zeggen: “Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij” (Galaten 2, 20). Dat bedoelt Jezus met de woorden: “Hij die Mij eet, zal leven door Mij” (Johannes 6, 57). Zo worden we in de Communie één met Christus, met de Vader en met de Geest. Tegelijk worden we één met onze medebroeders en -zusters in die ene gemeenschap van het Mystieke Lichaam van Christus.

Het gaat om de meest omvattende en de meest intieme eenheid. Zoals het brood gemaakt wordt uit vele graankorrels en de wijn uit vele geperste druiven, zo worden onder het “Lichaam” van Christus alle aspecten van zijn leven verstaan en onder “Bloed” alle aspecten van zijn lijden en sterven. Een wijnstok en zijn ranken zijn één, maar dit is een onbewuste eenheid. Man en vrouw kunnen één vlees worden, wat mogelijk zichtbaar wordt in het kind dat uit hen geboren wordt, maar daarmee zijn ze zelf nog niet één geest. We kunnen eerder stellen dat de lichamelijke eenheid van man en vrouw elkaar des te meer één en ook gelukkig maakt, indien ze vooraf geestelijk één zijn. Ongetwijfeld is het omgekeerde ook waar. Een geestelijke verdeeldheid zal door de lichamelijke eenheid nog meer scheiding en pijn veroorzaken. Welnu, deze eenheid van geest is slechts mogelijk door een totale wederzijdse overgave en wordt uiteindelijk bewerkt door de heilige Geest. Aan mensen die in Jezus’ Geest – de geest van de Eucharistie – willen leven zal God deze gelukkig makende eenheid schenken.

De geschiedenis van ons heil is niet een opgaan van de mens naar God, maar een steeds meer afdalen van God naar ons, totdat Hij ons één gemaakt heeft met Hem. Het is Gods passie om ons op te nemen in zijn volmaakt geluk, maar wij moeten meewerken. God laat zich kennen door de schepping. In de schoonheid en grootsheid van het geschapene, kunnen we een afstraling zien van Gods grootheid, goedheid en volheid van leven, wat ons uitnodigt de Schepper te erkennen. Dat is het verwijt dat Paulus aan de heidenen richt: “Want ofschoon zij God kenden, hebben zij God niet de Hem toekomende eer en dank gebracht” (Romeinen 1, 21). Op een tweede manier heeft God zich aan ons geopenbaard, nl. in de heilige Schriften. In het Woord Gods kunnen we Hem lezen en horen. Een derde en definitieve manier is de Menswording van Jezus Christus geweest. Wat dat betekent drukt de heilige Johannes uit in het begin van zijn eerste brief: “Wat vanaf het begin bestond hebben wij gehoord en met eigen ogen gezien, we hebben het aanschouwd en onze handen hebben het aangeraakt, daarover spreken wij, over het woord dat leven is…” (1 Johannes 1, 1-4). Johannes kijkt terug op wat hij met Jezus heeft meegemaakt en is zo overweldigd dat hij nauwelijks uit zijn woorden kan komen en steeds maar hetzelfde blijft herhalen: we hebben het echt gezien, gehoord en meegemaakt. Het zijn eerder uitroepen van overweldigende verwondering. Hij beseft dat het allemaal gebeurde opdat wij met God gemeenschap zouden hebben en ten diepste gelukkig zijn: “… opdat ook gij gemeenschap moogt hebben met ons. En onze gemeenschap is er een met de Vader en met Jezus Christus zijn Zoon. En wij schrijven dit om ons aller vreugde volkomen te maken” (1 Johannes 1, 3-4). God heeft in Jezus Christus evenwel nog een diepere eenheid met ons voorzien. In de schepping kunnen we Hem zien, in de Schrift kunnen we Hem horen, door zijn komst op aarde konden sommigen Hem aanraken en met hem samen zijn, maar in de Communie van de Eucharistie kunnen we Hem eten en drinken, waardoor Hij ons opneemt in zijn goddelijk Leven. Zo is de Communie de diepste neerdaling van God naar ons toe en de meest intieme eenheid met ons, waardoor Hij ons vergoddelijkt. Hierdoor wordt de Communie een overstijgen van onszelf. Terwijl door bepaalde sterke dranken onze vermogens verminderd worden, zullen ze door de Communie juist vermeerderd worden.

Vele westerse samenlevingen evolueren nu steeds meer naar verdeeldheid en discriminatie. Mensen worden als geïsoleerde partikels in een kneedbaar deeg, onder het voorwendsel van gezondheidszorg. Het maakt hen steeds meer ongelukkig. Dit is het tegendeel van onze roeping en van Gods bedoeling met ons. God is volmaakte liefde en geluk. Hij wil mensen steeds meer in harmonie en gemeenschap verenigen tot hun eigen geluk. De Communie in de Eucharistie is hiervan de hoogste uitdrukking. Ontelbaar vele christenen hebben dit in de kerkgeschiedenis begrepen en ook voorgeleefd met een aantrekkelijke creativiteit.

P. Daniel