Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 2)

Standaard

In de vorige bijdrage toonden we de absolute noodzaak van het geloof in de werkelijke aanwezigheid van het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer in de Eucharistie. Iedere poging om daaraan een overdrachtelijke of andere uitleg te geven is een dwaalweg. Ze levert ons een dorre boom op die geen vruchten meer draagt. En iedere hernieuwde erkenning en aanbidding van Jezus’ werkelijke aanwezigheid brengt een hernieuwde vitaliteit voort.

Veelzijdige aanwezigheid

God is op vele wijzen aanwezig. In Exodus 3, 14 openbaarde Hij zich op mysterieuze wijze als “Ik ben die is” (Hebreeuws: ehejeh asjer ehejeh). Hij is Degene die is, die was en die zal zijn. Het is een uitnodiging tot geloof in Hem, die het volk Gods eens heeft geleid en beschermd, die nu en in de toekomst zorg blijft dragen voor ons.

Zo erkennen en bewonderen we God in zijn majestueuze schepping. Daarin kunnen we zijn glorie zien. In de heilige Schrift kunnen we zijn Woord lezen en horen. In de priester erkennen we Christus’ aanwezigheid als een “alter Christus” (een andere Christus). Hij geeft het leven van Christus aan ons door de sacramenten. En Christus is aanwezig overal waar mensen in zijn Naam bidden. Bovendien is Hij op bijzondere wijze aanwezig in hen die arm zijn en lijden.

Eucharistische aanwezigheid

In de schepping kunnen we God zien. In de Schrift kunnen we God horen en lezen. In de Eucharistie kunnen we echter op heel bijzondere wijze Jezus’ verheerlijkt Lichaam en Bloed eten en drinken. Daar wordt Hij voor ons voedsel dat ons zijn eigen eeuwig leven en eeuwigheid schenkt. Deze eucharistische wijze is een unieke werkelijke aanwezigheid.

Het gewone voedsel dat we tot ons nemen, wordt gedeeltelijk door ons geabsorbeerd. Het wordt een deel van ons lichaam en dus als het ware verheven tot de waardigheid van onze menselijke persoonlijkheid. In de heilige communie is het juist omgekeerd. God neemt ons op en verheft ons tot zijn goddelijkheid en eeuwig leven. “Als Christus in u is, blijft uw lichaam wel door de zonde de dood gewijd, maar uw geest leeft…” (Romeinen 8, 10).

Verschillende tradities

Zowel in de Latijnse als in de oosterse traditie werd trouw het geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de Eucharistie bewaard, zij het elk op eigen wijze. De Latijnse liturgie is meer rationeel, sober, met een duidelijk begin en eind. Ze wordt gevierd in de Romaanse kerken met hun eenvoudige, indrukwekkende schoonheid. Op die wijze heeft ook het concilie van Trente de werkelijke aanwezigheid helder en rationeel bepaald: waarlijk, werkelijk, wezenlijk (zie vorige bijdrage).

De oosterse liturgie heeft iets meer van de mystieke sfeer bewaard met meer processies, langere gebeden, litanieën, wierook en kaarsen. Hun kerken zijn ook overvloedig versierd met afbeeldingen van Christus, Maria, en de heiligen. Hun liturgie heeft geen strikt rationeel begin en einde, maar is eerder een deelname aan de hemelse liturgie, die al lang bezig was en die na de dienst ook zal verdergaan. In die zin legt hun heilige liturgie ook veel meer de nadruk op de heilige Geest, die de Bewerker is van de werkelijke aanwezigheid.

Protestantse bijdrage

De protestantse traditie heeft helaas voor een groot deel het geloof in Jezus’ werkelijke aanwezigheid verloochend. Sommige protestanten verwijten katholieken, niet zonder reden, dat ze het Woord van de Schrift niet ernstig genoeg nemen. Wat de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie betreft, zijn zij het echter die de glasheldere woorden van Jezus, de Evangelisten en de heilige Paulus naast zich neerleggen.

Toch kunnen we uit hun houding nog iets goeds halen. Ze leggen de volle nadruk hierop: we worden gered door het geloof. Dit geloof moet wel door onze houding en onze daden zijn waarachtigheid aantonen. Onze deelname aan de Eucharistie dient een deelname in geloof te zijn. Aanwezig zijn is niet genoeg. Een kerkstoel is op zich niets ‘heiliger’ dan een barkruk! Er is een levendig geloof nodig in Jezus, die ons bevrijding, licht en leven geeft.

Oprecht en levendig geloof

De Eucharistie is onze autosnelweg naar de hemel. Telkens wanneer we de heilige communie ontvangen, raken we de hemel… Indien de mensen werkelijk beseften dat God zelf daar aanwezig is, dan zouden de kerken dag en nacht vol zitten”.Dit zei de 15-jarige Carlo Acutis in de nacht van woensdag op donderdag 12 oktober 2006, voordat hij stierf. Hij had ook net op tijd zijn website over de gerapporteerde eucharistische wonderen kunnen afwerken.

In de geloofsgemeenschap van Korinthe waren er blijkbaar ook misbruiken en werd de Eucharistie door sommigen op onwaardige wijze genuttigd. De heilige Paulus geeft hen een zeer ernstige waarschuwing: “Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. Daarom zijn er onder u zo velen ziek en zwak en zijn er een aantal gestorven” (1 Korintiërs 11, 29-30).

Ook de Kerk vraagt dat we ons onderzoeken en vooraf het sacrament van de verzoening zouden ontvangen, wanneer we ons van een ernstige zonde bewust zijn. (Wordt vervolgd).

P. Daniel

Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 1)

Standaard

Donderdag van vorige week vierden we Sacramentsdag met de nodige luister en aanbidding na de Eucharistie tot middernacht. Dit feest werd ingesteld in de 13e eeuw, onder impuls van de heilige Juliana van Cornillon (+ 1258). Zij ijverde voor de erkenning en verering van de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de heilige Eucharistie. Aangezien dit geloof ook in onze tijd erg verzwakt is, willen we dit nu in het licht stellen.

De vaste leer doorheen de eeuwen

Dit is maar één aspect van het alomvattend mysterie van de Eucharistie, maar het raakt werkelijk het hart van het christelijk geloof en is wezenlijk voor de vitaliteit zowel van de afzonderlijke gelovige als van de gemeenschap.

In de geschiedenis van de Kerk werd dit geloofspunt herhaaldelijk door ketters bestreden of betwijfeld. De strijd eindigde telkens in een vuriger geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie omdat het de heldere leer is van Jezus, de Evangelies, de Kerkvaders, het kerkelijk leergezag en de concilies…

Johannes 6

“… Ik zeg u als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u… Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank...” (Johannes 6, 53-56). Vijfmaal herhaalt Jezus deze uitspraak in het zesde hoofdstuk van het Johannes-Evangelie. Hij begint en eindigt met een sterke oproep tot geloof in Hem.

Sommigen willen daarom heel deze rede herleiden tot een dringende aansporing om in Hem te geloven. Heel goed. We kunnen echter niet ontkennen dat Jezus hier spreekt over de werkelijkheid van zijn Lichaam en Bloed, weliswaar van zijn Verrezen Lichaam. Het is geen oproep tot kannibalisme maar tot deelname aan zijn verrijzenis door zijn verheerlijkt Lichaam en Bloed te nuttigen.

De reactie van de luisteraars en de apostelen laat zien dat ze goed begrepen hebben dat Jezus het heeft over de werkelijke aanwezigheid van zijn Lichaam en Bloed, en niet over een symbolische of figuurlijke betekenis. Velen zijn geschokt en willen weggaan. En Jezus antwoordt zijn apostelen niet in deze zin: je moet het allemaal niet zo letterlijk nemen… neen, Hij vraagt hen: “Wilt ook gij soms weggaan?” (Johannes 6, 67

Laatste Avondmaal

De evangelisten hebben ons het verslag gegeven van hun allerlaatste, erg emotionele samenzijn met Jezus. Jezus neemt brood, zegent het, breekt het en zegt: “Neemt, eet, dit is mijn Lichaam”. Dan neemt Hij een beker wijn, zegt een dankgebed en geeft hem aan zijn apostelen terwijl Hij zegt: “Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Mattheus 26, 26-27).

Het getuigenis van de heilige Paulus sluit hier volkomen bij aan. Hij schrijft precies hetzelfde waar hij uitdrukt dat hij deze overlevering gekregen heeft en nu trouw wil doorgeven aan de geloofsgemeenschap te Korinthe (1 Korinthiërs 11, 23-25). Hij schrijft dit helemaal in het begin van de jaren 50!

Eensgezindheid van de kerkvaders

Wie een uitgebreide bloemlezing ter hand neemt van oud-christelijke geschriften over de Eucharistie (1) wordt meteen getroffen door de eensgezinde opvatting van de Kerkvaders. Zij vermelden inderdaad ook de woorden “mysterie”, “wonder”, en zelfs “symbool”… maar zij verduisteren nooit de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed.

Ignatius van Antiochië (+ ca 107), Justinus de martelaar (+ ca 165), Ambrosius (+ 397), Johannes Chrysostomus (+ 407), Augustinus (+ 430) … Zij hebben nooit anders dan letterlijk de woorden verstaan van Jezus, van de Evangelies en van de heilige Paulus.

Waarlijk, werkelijk, wezenlijk

De katholieke Kerk heeft in het concilie van Trente (in 1551) het duidelijkst deze werkelijke aanwezigheid vastgelegd in canon 1 over de Eucharistie: “vere” = waarlijk, dus niet figuurlijk, symbolisch of ingebeeld; “realiter” = werkelijk, dus niet subjectief of volgens persoonlijk oordeel; “substantialiter” = wezenlijk (2).

Hiermee is de leer verbonden van de ”transsubstantiatie”: de uiterlijke schijn van brood en wijn blijven behouden, maar de wezenheid is veranderd in het Lichaam en Bloed van de verrezen Heer. Het is een mysterie, maar het is niet onredelijk.

Encyclieken over de Eucharistie

In vele encyclieken hebben pausen geschreven over de heilige Eucharistie. De drie voornaamste, die uitsluitend over de Eucharistie handelen zijn deze: Mirae caritatis (Paus Leo XIII, 1902), Mysterium Fidei (Paus Paulus VI, 1965), Ecclesia de Eucharistia (Paus Johannes Paulus II, 2003).

Leo XIII benadrukte sterk de noodzaak om het offer van Jezus na te volgen door een daadwerkelijke naastenliefde. Paulus VI voorzag de moeilijkheden die na het Tweede Vaticaans Concilie zouden ontstaan door pogingen om nieuwe interpretaties te zoeken voor de Eucharistie, wat inderdaad gebeurd is. Hij waarschuwde voor deze misvattingen en herbevestigde de reële tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie. Johannes Paulus II stelde de Eucharistie voor als het middelpunt van het leven van de Kerk: “De Kerk leeft uit de Eucharistie!”

Besluit

Na de consecratie is onder de uiterlijke gedaante van brood en wijn werkelijk het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer Jezus Christus aanwezig. Dat noemen we de transubstantiatie. Het blijft een mysterie, maar is niet onredelijk. Iedere poging om hieraan een andere uitleg te geven is en blijft een ontsporing. De wijze waarop dit geloof wordt aanvaard, beleden en gevierd, bepaalt de vitaliteit van de gelovige en van de kerk. (Wordt vervolgd).

(1) HERMANS J., Uw geheim ligt op de tafel des Heren, Tabor, Brugge, 1983

(2) Enchiridion Symbolorum, Denzinger-Schönmetzer, 32e uitgave, Freiburg 1963, nr. 1651


P. Daniel

Pastoor Jacques Geudens en de wording van het Cluster H. Edith Stein

Standaard

Kerkelijke herstructurering, Limburgse identiteit en de betekenis van Edith Stein

Met de benoeming van pastoor Jacques Geudens als eerste officiële pastoor van het Cluster H. Edith Stein kreeg een langdurig proces van kerkelijke samenwerking in Zuid-Limburg in 2006 een zichtbaar gezicht. Zijn installatie vormde niet alleen een bestuurlijk moment binnen het bisdom Roermond, maar markeerde tevens een bredere ontwikkeling binnen de Nederlandse katholieke Kerk: de overgang van zelfstandig functionerende dorpsparochies naar federatieve samenwerkingsverbanden.

Het Cluster H. Edith Stein behoort daarmee tot de vroegere Limburgse voorbeelden van kerkelijke schaalvergroting als antwoord op ontkerkelijking, vergrijzing en het afnemende aantal priesters. Tegelijkertijd onderscheidde het cluster zich door een opmerkelijke spirituele keuze: de plaatsing van het samenwerkingsverband onder bescherming van de heilige Edith Stein, de Joods-katholieke filosofe, karmelietes en martelares van Auschwitz.

De oorsprong van het cluster

De oorsprong van het cluster ligt in de samenwerking tussen de parochies van Bunde, Geulle, Moorveld/Waalsen en Ulestraten. Reeds in de jaren negentig ontstond de overtuiging dat afzonderlijke parochies steeds moeilijker zelfstandig konden functioneren. Volgens kerkhistorisch publicist Winus de Rouw wilden betrokken priesters en kerkbesturen voorkomen dat toekomstige fusies uitsluitend van bovenaf door het bisdom zouden worden opgelegd. Men koos daarom bewust voor een geleidelijke vorm van samenwerking.

In 1999 kreeg deze ontwikkeling concreet vorm toen pastoor Guus Dohmen naast Bunde en Geulle ook de zorg voor Moorveld op zich nam. Later sloot ook Ulestraten zich aan. Daarmee ontstond feitelijk het fundament van het latere Cluster H. Edith Stein.

De schaalvergroting stond niet op zichzelf. In heel Limburg werden parochies geconfronteerd met dalende kerkbezoekcijfers en een groeiend priestertekort. Waar vroeger vrijwel ieder dorp beschikte over een eigen pastoor en een zelfstandig kerkbestuur, ontstonden vanaf de jaren negentig steeds vaker pastorale federaties en clusters.

De ontwikkeling zette zich verder voort. Uit dekanaal nieuws van het bisdom blijkt dat sinds 2023 ook Borgharen en Itteren officieel deel uitmaken van de Federatie Edith Stein, waarmee het samenwerkingsverband verder werd uitgebreid.

Waarom Edith Stein?

De keuze voor Edith Stein als patrones was zowel symbolisch als strategisch. Een keuze voor één van de bestaande parochiepatronen — zoals Sint Martinus, Sint Agnes of Sint Catharina — had gemakkelijk rivaliteit tussen de deelnemende geloofsgemeenschappen kunnen oproepen. Daarom werd gezocht naar een verbindende figuur buiten de lokale tradities.

Edith Stein bleek daarvoor bijzonder geschikt. De in Breslau geboren Joodse filosofe bekeerde zich in 1922 tot het katholicisme, trad later in bij de karmelietessen en leefde gedurende haar laatste Nederlandse levensjaren in de Karmel van Echt. Daardoor kreeg zij in Limburg een bijna regionale betekenis.

Haar levensverhaal bood bovendien meerdere identificatiemogelijkheden. Zij was intellectueel gevormd, maatschappelijk geëngageerd en tegelijk diep religieus. Haar nadruk op menselijke waardigheid, waarheid en de positie van vrouwen binnen Kerk en samenleving sloot aan bij actuele discussies binnen het Nederlandse katholicisme van de late twintigste eeuw.

De keuze voor een vrouwelijke patroonheilige was nadrukkelijk bewust. Binnen de kring van initiatiefnemers leefde de wens om de vaak onderbelichte rol van vrouwen binnen de Kerk zichtbaarder te maken. Edith Stein werd gezien als een spiritueel én intellectueel voorbeeld voor moderne gelovigen.

Edith Stein en Limburg

De verbondenheid van Edith Stein met Limburg gaf de keuze extra betekenis. Vanuit de Karmel van Echt werden Edith en haar zus Rosa op 2 augustus 1942 door de Duitse bezetter weggevoerd. Via Westerbork werden zij gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau, waar zij op 9 augustus werden vermoord.

Daardoor kreeg Edith Stein in Limburg een dubbele betekenis: enerzijds als katholieke heilige, anderzijds als symbool van de tragedie van de Holocaust. Juist deze combinatie van contemplatie, intellect en martelaarschap maakte haar tot een krachtige patroonfiguur voor een Kerk die haar positie in de moderne samenleving opnieuw moest definiëren.

Dat haar betekenis in Limburg bleef groeien blijkt uit talrijke initiatieven rond haar nagedachtenis. De Stichting Dr. Edith Stein Echt organiseerde sinds de jaren zestig lezingen, themadagen, internationale ontmoetingen en pelgrimsactiviteiten. Volgens de stichting bezochten sinds haar heiligverklaring in 1998 duizenden pelgrims uit binnen- en buitenland Echt om kennis te maken met haar levensverhaal.

Ook binnen het cluster zelf kreeg Edith Stein steeds nadrukkelijker een zichtbare plaats. In Geulle werd reeds in het Heilig Jaar 2000 een bronzen buste van Edith Stein geplaatst, vervaardigd door kunstenares Carla Bosma. Het beeld groeide uit tot een tastbaar symbool van de nieuwe identiteit van het cluster.

Pas in 2013 werd de patronage officieel bevestigd door pastoor Federico Ceriani, die Edith Stein formeel aanwees als patrones van het cluster.

Jacques Geudens als eerste pastoor

Na het onverwachte overlijden van pastoor Guus Dohmen in 2005 kwam kapelaan Jacques Geudens in beeld als administrator en toekomstig leider van het cluster. Zijn benoeming betekende continuïteit in een periode van organisatorische onzekerheid.

Geudens bracht een opvallende levensloop mee. Geboren in 1957 in Bergeijk begon hij aanvankelijk een maatschappelijke loopbaan buiten de Kerk. Hij studeerde aan de Sociale Academie in Eindhoven, volgde opleidingen in arbeidstherapie en psychiatrische verpleegkunde en werkte enige tijd buiten het kerkelijk leven.

Pas later groeide zijn verlangen naar het priesterschap. Na een bedevaart naar Lourdes koos hij definitief voor een geestelijke roeping en vervolgde hij zijn priesteropleiding aan Rolduc. In 2000 werd hij priester gewijd voor het bisdom Roermond.

Zijn pastorale stijl werd vaak omschreven als toegankelijk en mensgericht. Die achtergrond maakte hem geschikt om meerdere dorpsgemeenschappen bijeen te houden in een tijd waarin traditionele parochiële structuren onder druk stonden.

Kerkelijke schaalvergroting en lokale identiteit

Het Cluster H. Edith Stein weerspiegelt een bredere ontwikkeling binnen de Nederlandse katholieke Kerk: de spanning tussen schaalvergroting enerzijds en behoud van lokale identiteit anderzijds.

Hoewel bestuurlijke fusies vaak noodzakelijk werden vanuit praktische overwegingen, bleef de emotionele verbondenheid van gelovigen met hun eigen kerkgebouw, patroonheilige en dorpsgeschiedenis groot. Dat blijkt ook uit de rijke historische tradities van de deelnemende parochies. Zo gaat de geschiedenis van Bunde terug tot de vroege middeleeuwen, terwijl Ulestraten reeds vóór 1400 beschikte over een aan de heilige Catharina gewijde kapel.

Door een nieuwe gezamenlijke patroonheilige te kiezen werd geprobeerd een overkoepelende identiteit te creëren zonder bestaande tradities volledig te verdringen. In dat opzicht vormt het Cluster H. Edith Stein een interessant voorbeeld van kerkelijke herstructurering waarbij spiritualiteit bewust werd ingezet als instrument van verbinding.

Een overgangsmodel binnen de Limburgse Kerk

Twintig jaar na de installatie van Jacques Geudens kan het cluster worden beschouwd als een overgangsmodel tussen de klassieke dorpsparochie en de hedendaagse federatieve kerkstructuur.

De geschiedenis van het Cluster H. Edith Stein laat zien hoe bestuurlijke noodzaak, lokale geloofscultuur en spirituele symboliek in Limburg nauw met elkaar verweven raakten. Juist daarom overstijgt het verhaal van Jacques Geudens de biografie van één pastoor: het vertelt tegelijk het verhaal van een Kerk die in een veranderende samenleving nieuwe vormen van gemeenschap zocht.

Bronnen en geraadpleegde websites

Smakt, 29 mei 2026, pastoor Geudens