
De mens is geen project
Vrijheid die ontstaat in ontmoeting met anderen en met God
- Waarom dit thema? Veel jongeren en volwassenen leven vandaag met het gevoel dat zij zichzelf voortdurend moeten waarmaken. Studie, werk, relaties en zelfs zingeving lijken projecten te worden waarin men moet slagen. Dat leidt niet zelden tot uitputting, schuldgevoel en innerlijke onrust. Dit artikel nodigt uit tot een ander perspectief: mens-zijn begint niet bij prestatie, maar bij openheid om aangesproken te worden. Vrijheid groeit niet door druk, maar in ontmoeting — met anderen, met jezelf en met God.
Tijdens een gesprek met een collega-pastoor kwam de naam van Anna Terruwe (1) ter sprake. Zijn reactie was kort: “Maar dat is toch achterhaald? Dat heeft vandaag geen betekenis meer.” Die opmerking bleef me bij. Niet omdat ze scherp of onvriendelijk was, maar omdat ze iets verwoordt wat veel mensen vandaag denken: dat inzichten die enkele decennia oud zijn automatisch hun waarde verliezen in een snel veranderende wereld.
Toch geloof ik dat deze conclusie te snel wordt getrokken. Niet omdat Terruwe onfeilbaar zou zijn, en ook niet omdat haar werk een allesverklarend model biedt, maar omdat haar kerninzicht — dat een mens leeft van ontvangen bevestiging — verrassend actueel blijft. Zeker wanneer we dit inzicht lezen in samenhang met het denken van Maurice Zundel en Viktor Frankl.
Terruwe vertrekt niet vanuit theorie, maar vanuit wat zij bij mensen zag gebeuren. Mensen raken niet alleen vast door verkeerde keuzes, maar ook doordat zij innerlijk geen ruimte ervaren. Ze moeten voortdurend presteren, zichzelf bewijzen en voldoen aan verwachtingen. Wie nooit echt bevestigd is, probeert zichzelf te dragen — en dat put uit. Dat inzicht vraagt geen geloof om waar te zijn. Tegelijk raakt het aan iets wat diep in het christelijk mensbeeld besloten ligt.
Zundel (2) verwoordt dit theologisch: de mens is geen project dat zichzelf moet maken. Hij wordt zichzelf doordat hij ontvangt. Persoon-zijn is niet iets wat je produceert, maar iets wat ontstaat in relatie — wanneer je wordt aangesproken, gezien en geliefd. Religie wordt problematisch zodra zij deze beweging omkeert en de mens opsluit in plicht, verdienste of zelfhandhaving.
Ook Frankl (3) komt, vanuit een heel andere context, tot een vergelijkbare conclusie. Na alles wat hij meemaakte in de concentratiekampen benadrukt hij dat een mens niet leeft van succes of zelfontplooiing, maar van zin. Zin is geen product dat je maakt; zij komt je tegemoet en vraagt om een antwoord. Vrijheid betekent dan niet “alles kunnen doen”, maar innerlijke ruimte om je tot die zin te verhouden.
Vanuit dat perspectief wordt duidelijk waarom het idee van bevestiging zo belangrijk is. Een mens kan pas verantwoordelijkheid dragen wanneer hij eerst mag bestaan. Pas wie zich gezien weet, durft zichzelf te geven. Dat verklaart ook waarom goedbedoelde morele aansporingen soms averechts werken. Woorden als “je moet vertrouwen” of “je moet vergeven” zijn waar, maar kunnen mensen blokkeren wanneer zij geen innerlijke bodem hebben om ze te dragen.
Terruwe en later Conrad Baars spreken daarom over weerhoudende liefde: liefde die zich niet opdringt, niet forceert en rekening houdt met wat de ander kan ontvangen. Dat klinkt misschien voorzichtig, maar het vraagt juist veel innerlijke kracht. Ook hier sluit Zundel aan: God is geen macht die overweldigt, maar een aanwezigheid die ruimte laat. De menswording van Jezus laat dit zien: God komt nabij zonder te breken.
Sommigen vrezen dat zo’n benadering te “soft” is. Maar wie eerlijk kijkt naar verandering bij mensen, ziet iets anders. Mensen groeien niet duurzaam door schaamte of druk, maar doordat zij opnieuw toegang krijgen tot hun waardigheid. Vergeving, bijvoorbeeld, is geen truc en geen beslissing uit pure wilskracht. Zij groeit wanneer iemand niet wordt herleid tot zijn fouten, maar weer toekomst mag zien.
Is Terruwe dan achterhaald? Natuurlijk veranderen taal, context en onderzoek. Maar haar centrale vraag blijft brandend actueel: hoe wordt een mens innerlijk vrij om lief te hebben? In een cultuur waarin identiteit vaak samenvalt met prestatie, uiterlijk of succes, is dat geen vraag uit het verleden, maar uit het hart van vandaag.
Het pastoraat — en breder: iedere vorm van mensgerichte begeleiding — kan zich daarom niet beperken tot regels of adviezen. Het moet ook een ruimte zijn waar iemand weer mens mag worden. Waar je niet eerst hoeft te bewijzen dat je de moeite waard bent. Waar waarheid niet wordt losgelaten, maar ook niet wordt gebruikt om te breken.
Als dat “achterhaald” zou zijn, dan is ook het evangelie achterhaald. Maar wie vandaag luistert naar studenten, jonge professionals en zoekende mensen, merkt: precies hier raken geloof, leven en psychologie elkaar. Niet als systeem, maar als uitnodiging om mens te worden — in vrijheid, relatie en zin.
Pastoor Geudens (priester en arbeidstherapeut)
Smakt, 11 januari 2026
- https://pastoorgeudens.com/2026/01/04/relatie-als-instrument-van-genezing-update/
- https://pastoorgeudens.com/2026/01/03/maurice-zundel-kennis-van-persoon-tot-persoon/ en https://pastoorgeudens.com/2026/01/03/het-persoonsbegrip-in-het-licht-van-de-visie-van-maurice-zundel/
- https://pastoorgeudens.com/2026/01/10/innerlijke-vrijheid-onder-extreme-ontmenselijking/