Anna Terruwe, Maurice Zundel en Viktor Frankl in dialoog over bevestiging, vrijheid en zingeving

door pastoor Jack Geudens, priester en arbeidstherapeut
Inleiding
De twintigste eeuw bracht een intensieve herbezinning op het mensbeeld binnen psychiatrie, psychologie en theologie. Tegenover reductionistische modellen, die de mens herleidden tot drift, functie of symptoom, ontwikkelden zich benaderingen die opnieuw het persoon-zijn, de waardigheid en de innerlijke vrijheid van de mens centraal stelden.
Binnen dit veld nemen Anna Terruwe, Maurice Zundel en Viktor Frankl een bijzondere plaats in. Hoewel zij vanuit verschillende disciplines werkten, vertonen hun inzichten een opmerkelijke convergentie. Samen bieden zij een therapeutisch en spiritueel mensbeeld dat ook vandaag, in een context van burn-out, existentiële leegte en identiteitsverlies, verrassend actueel is.
Dit artikel beoogt een geïntegreerde therapeutische mensvisie te schetsen die relevant is voor psychologen, therapeuten, geestelijk verzorgers en pastorale beroepskrachten. Het wil laten zien hoe psychische genezing, existentiële oriëntatie en spirituele verdieping elkaar wederzijds kunnen dragen.
1. Wie is wie
Anna Terruwe (1911–2004)
Anna Terruwe was een Nederlandse psychiater en grondlegger van de bevestigingsleer (affirmatieleer) en de theorie van de frustratieneurose.
Kerninzichten
- De mens heeft een fundamentele behoefte aan affectieve bevestiging: het ervaren dat men goed is zoals men is, voorafgaand aan prestatie of morele beoordeling.
- Psychische stoornissen ontstaan vaak niet door moreel falen, maar door een tekort aan bevestiging in de ontwikkeling.
- Frustratieneurose duidt op een structurele blokkade van het gevoelsleven door langdurige affectieve verwaarlozing.
Context en betekenis
Terruwe kwam in conflict met kerkelijke autoriteiten, met name met Sebastiaan Tromp SJ, omdat zij consequent vasthield aan de professionele autonomie van de psychiatrie en zich verzette tegen het moraliseren van psychische nood. Zij maakte duidelijk dat psychisch lijden niet primair voortkomt uit moreel falen, maar uit ontwikkelingsstoornissen en affectieve tekorten. Daarmee opende haar werk opnieuw ruimte voor mildheid, klinisch realisme en menselijkheid in de zorg, en fungeerde het als een kritisch correctief op moraliserende en disciplinerende benaderingen. In een later stadium werd zowel zijzelf als haar werk gerehabiliteerd, mede onder het pontificaat van Paulus VI, die haar inzichten expliciet waardeerde.
Maurice Zundel (1897–1975)
Maurice Zundel was een Zwitserse theoloog, mysticus en spiritueel denker.
Kerninzichten
- De mens is geen gesloten ego, maar een relationeel wezen dat pas persoon wordt door het loslaten van zelfhandhaving (decentratie).
- God is geen externe wetgever, maar de innerlijke bron van vrijheid en liefde.
- Werkelijke volwassenheid ontstaat waar de mens zich laat bewonen door een Ander.
Context en betekenis
Zundel genoot de bijzondere waardering van paus Paulus VI, die in hem een theoloog en spiritueel leermeester herkende met een diep existentieel en persoonlijk verstaan van het geloof. Op uitnodiging van de paus predikte Zundel meerdere retraites in het Vaticaan. Zijn theologie is relationeel en menslievend: zij richt zich op de innerlijke bevrijding van de mens door decentratie (*) van het ego en openheid voor Gods aanwezigheid. In die zin vertoont zijn denken duidelijke raakvlakken met processen van innerlijke groei en bevrijding die ook in hedendaagse therapeutische trajecten zichtbaar worden.
Viktor Frankl (1905–1997)
Viktor Frankl was een Oostenrijks neuroloog en psychiater, overlevende van de concentratiekampen en grondlegger van de logotherapie binnen de existentiële analyse.
Kerninzichten
- De primaire drijfveer van de mens is niet lust of macht, maar de wil tot betekenis.
- Zelfs onder extreme omstandigheden behoudt de mens een innerlijke vrijheid om zijn houding te kiezen.
- Frankl benoemt de tragische triade: lijden, schuld en dood — niet als zinloosheden, maar als plaatsen waar zin kan worden ontdekt.
Context en betekenis
Frankls ervaringen in de concentratiekampen verdiepten zijn existentieel-religieuze overtuiging: zelfs wanneer alle uiterlijke zekerheden wegvallen en God zwijgt, blijft de mens innerlijk vrij om zin, waardigheid en verantwoordelijkheid te bewaren.
2. Verdieping: kruispunten van hun denken
2.1 De metafysische noodzaak van de Ander (Terruwe & Zundel)
Terruwe toont klinisch aan dat de mens psychisch niet kan overleven zonder bevestiging. Zundel radicaliseert dit inzicht theologisch: zonder relatie tot de Ander — uiteindelijk God — blijft de mens opgesloten in een defensief ego.
Waar Terruwe spreekt over genezing van affectieve blokkades, spreekt Zundel over innerlijke geboorte. Beiden delen de overtuiging dat liefde niet corrigeert, maar ontsluit.
2.2 De zin van het lijden (Frankl & Zundel)
Frankl laat zien dat lijden op zichzelf geen zin heeft, maar dat de mens vrij blijft om er zin aan te geven. Zundel vult dit aan door te stellen dat lijden de plaats kan worden waar het ego sterft en de persoon geboren wordt.
Beiden verstaan vrijheid niet als onbeperkte keuzevrijheid, maar als innerlijke beschikbaarheid voor waarheid, liefde en verantwoordelijkheid.
2.3 De psychologie van de geest (Terruwe & Frankl)
Frankl introduceert het begrip van het geestelijk onbewuste: een laag waarin geweten, roeping en zingeving aanwezig zijn. Terruwe levert de noodzakelijke psychische bodem: zonder bevestiging is de mens niet vrij genoeg om deze geestelijke dimensie te betreden.
Hun werk is complementair:
- Terruwe herstelt het vermogen om te voelen,
- Frankl wekt het vermogen om richting te geven.
Synthese
Wat deze drie benaderingen verbindt, is een gelaagd mensbeeld: psychische bevestiging vormt de bodem (Terruwe), existentiële verantwoordelijkheid geeft richting (Frankl), en spirituele decentratie opent tot innerlijke vrijheid (Zundel). Geen van deze niveaus is op zichzelf voldoende; samen vormen zij een samenhangend geheel.
Overzicht in kernbegrippen
| Aspect | Terruwe | Zundel | Frankl |
| Primaire nood | Bevestiging | Goddelijke nabijheid | Zingeving |
| Mensbeeld | Ontwikkelingsgevoelige persoon | Relationele persoon | Verantwoordelijk subject |
| Genezing | Liefdevolle aanvaarding | Decentratie | Ontdekken van betekenis |
3. Praktijkvoorbeeld: burn-out als existentiële crisis
Context
In de huidige samenleving wordt identiteit sterk gekoppeld aan prestatie. Burn-out onthult vaak niet alleen uitputting, maar een diepere crisis van waarde en betekenis. In deze benadering wordt burn-out niet primair gezien als psychiatrisch falen, maar als een existentieel alarmsignaal.
Fase 1 – Bevestiging (Terruwe): herstel van zijn
De therapeut creëert een ruimte waarin de cliënt opnieuw mag bestaan zonder prestatie.
- Erkenning van uitputting zonder oordeel.
- Ontmanteling van de innerlijke dwang: “ik ben wat ik doe”.
- Herstel van affectief vertrouwen.
Dit geneest niet onmiddellijk het probleem, maar herstelt de bodem waarop verdere groei mogelijk wordt.
Fase 2 – Zinvinding (Frankl): herstel van richting
Wanneer de emotionele stabiliteit groeit, wordt de existentiële vraag gesteld:
“Waarvoor wil jij leven, ook nu?”
- De cliënt ontdekt dat hij een burn-out heeft, maar er niet mee samenvalt.
- Er wordt gezocht naar waarden, taken en relaties die betekenis dragen.
- Zin wordt niet gemaakt, maar gevonden in verantwoordelijkheid.
Synthese in de praktijk
Een manager ontdekt dat zijn uitval geen falen is, maar een signaal. Door bevestiging durft hij opnieuw te voelen; door zinvinding durft hij opnieuw te kiezen. Niet louter re-integratie, maar transformatie is het resultaat.
4. Persoonlijk nawoord
Dit artikel is niet louter het resultaat van theoretische belangstelling, maar weerspiegelt een weg die ik persoonlijk en professioneel ben gegaan. In mijn persoon komen twee roepingen samen die elkaar wederzijds hebben gevormd: die van priester en die van arbeidstherapeut. Beide vertrekken vanuit dezelfde overtuiging: dat de mens niet in de eerste plaats een probleem is dat moet worden opgelost, maar een persoon die mag verschijnen, groeien en tot vrijheid komen.
Mijn opleiding en ervaring in de arbeidstherapie hebben mij gevoelig gemaakt voor de kwetsbaarheid van mensen die vastlopen in hun functioneren, hun werk of hun levensverhaal. Juist daar leerde ik hoe snel een mens gereduceerd kan worden tot diagnose, symptoom of prestatievermogen. Tegelijk werd mij steeds duidelijker hoezeer herstel begint waar iemand opnieuw bevestigd wordt in zijn bestaan, nog vóór er sprake is van verandering, activering of doelgericht handelen.
Als priester herken ik diezelfde dynamiek op geestelijk en existentieel niveau. In pastorale gesprekken, rouwbegeleiding en geloofstwijfel ontmoet ik mensen die niet zozeer antwoorden zoeken, maar erkenning, nabijheid en zin. Daar raken het denken van Frankl en Zundel aan mijn dagelijkse praktijk. Frankl leert dat de mens zelfs in uiterste onvrijheid innerlijk vrij kan blijven door verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zundel herinnert eraan dat deze vrijheid pas vruchtbaar wordt wanneer zij niet langer door het ego wordt beheerst, maar openstaat voor de Ander.
Wat mij in deze drie denkers blijft aanspreken, is hun gedeelde weigering om de mens te reduceren:
niet tot drift,
niet tot functie,
niet tot morele prestatie,
en ook niet tot religieuze correctheid.
Zij nodigen uit tot een benadering waarin genezing, zingeving en innerlijke vrijheid elkaar niet uitsluiten, maar elkaar verdiepen. Dit artikel wil daarom geen sluitend systeem presenteren, maar een uitnodiging tot integratie: tussen zorg en ziel, tussen psychologie en spiritualiteit, tussen professionele deskundigheid en eerbied voor het geheim van de persoon. In die ontmoeting wordt — zo is mijn overtuiging gegroeid — niet alleen de ander, maar ook de begeleider zelf steeds opnieuw gevormd.
Voetnoot
(*) Decentratie is een kernbegrip bij Maurice Zundel, maar het raakt ook aan therapeutische en existentiële inzichten bij Anna Terruwe en Viktor Frankl. Het duidt op een innerlijke verschuiving van het centrum van het leven: weg van het gesloten, zichzelf handhavende ik, naar een open bestaan in relatie tot de Ander (mens en uiteindelijk God).
Decentratie betekent: niet langer vanuit zelfbescherming, prestatie of controle leven, maar vanuit relatie en gave. De mens houdt op zichzelf als middelpunt te nemen en leert zich laten aanspreken door wat groter is dan hijzelf.
1. Decentratie bij Zundel
Volgens Zundel is de mens vaak gecentreerd in het ego:
- gericht op bezit, erkenning, zekerheid en macht;
- bezig zichzelf te bevestigen door doen en presteren.
Dat ego is geen kwaad, maar onvoltooid. Het sluit de mens op.
Decentratie is dan:
- het loslaten van deze zelfhandhaving,
- zodat de mens ruimte maakt voor Gods aanwezigheid in zichzelf.
De mens wordt pas persoon waar hij ophoudt zichzelf te bezitten. Hiermee bedoelt Zundel: echte vrijheid ontstaat niet door autonomie zonder grenzen, maar door innerlijke openheid.
2. Decentratie en innerlijke vrijheid
Decentratie is geen zelfverachting en ook geen verlies van identiteit. Integendeel:
- het ego verliest zijn absolute positie,
- maar de persoon komt tot bloei.
Vrijheid wordt dan:
- niet: “ik doe wat ik wil”
- maar: “ik ben vrij om mij toe te vertrouwen aan waarheid en liefde”.
Dit maakt decentratie tot een positief, bevrijdend proces.
3. Verwantschap met Terruwe en Frankl
Hoewel zij het woord niet gebruiken, is het proces herkenbaar:
- Bij Terruwe:
bevestiging maakt het mogelijk dat iemand niet langer krampachtig om zichzelf draait. Pas wie zich veilig weet, kan loslaten. - Bij Frankl:
zelftranscendentie (self-transcendence) betekent dat de mens pas zichzelf vindt waar hij zich richt op zin, taak of liefde buiten zichzelf.
In die zin is decentratie:
- psychologisch voorbereid door bevestiging (Terruwe),
- existentieel gericht door verantwoordelijkheid en zin (Frankl),
- spiritueel voltooid door openheid voor God (Zundel).
4. Decentratie in therapie en pastoraat (concreet)
In de praktijk ziet decentratie er zo uit:
- iemand hoeft zichzelf niet meer te bewijzen;
- falen of lijden bepalen niet langer zijn waarde;
- de vraag verschuift van “wie moet ik zijn?” naar
“waartoe word ik geroepen?”
Bij burn-out, rouw of crisis is decentratie vaak het keerpunt: niet harder werken aan het ik, maar het ik ontlasten.
Samenvattend. Decentratie is:
- geen techniek,
- geen morele eis,
- geen verlies van zelf,
maar een innerlijke bevrijding waarbij de mens ophoudt zichzelf tot middelpunt te maken en daardoor pas werkelijk persoon wordt.
- (Samenvattend: Decentratie is een kernbegrip in het denken van Maurice Zundel en duidt op een innerlijke verschuiving van het centrum van het menselijk bestaan. Het betekent dat de mens ophoudt zichzelf, zijn prestaties, zijn angsten of zijn zelfhandhaving tot middelpunt van zijn leven te maken, en ruimte leert scheppen voor relatie, ontvangenheid en gave. De mens leeft dan niet langer primair vanuit het gesloten ego, maar vanuit openheid voor de ander en uiteindelijk voor God.
- Bij Zundel is het ego niet iets negatiefs of zondigs, maar onvoltooid. Zolang de mens zichzelf als centrum ervaart, blijft hij gevangen in controle, vergelijking en bevestigingsdrang. Decentratie is het proces waarin deze krampachtige zelfgerichtheid wordt losgelaten. Dat is geen zelfverlies of zelfverachting, maar juist een bevrijding: het ego verliest zijn absolute positie, zodat de persoon werkelijk kan verschijnen. Vrijheid wordt dan niet opgevat als grenzeloze autonomie, maar als innerlijke beschikbaarheid voor waarheid, liefde en verantwoordelijkheid.
- Deze gedachte heeft duidelijke raakvlakken met therapeutische en existentiële inzichten. Bij Anna Terruwe wordt zichtbaar dat decentratie psychologisch alleen mogelijk is wanneer iemand eerst bevestigd is. Wie zich fundamenteel veilig weet in zijn bestaan, hoeft niet langer om zichzelf te draaien en kan loslaten. Bevestiging herstelt het vertrouwen dat nodig is om uit zelfbescherming te treden. Bij Viktor Frankl verschijnt een verwante beweging in het begrip zelftranscendentie: de mens vindt zichzelf niet door introspectie of zelfoptimalisatie, maar door zich te richten op zin, taak of liefde die buiten hemzelf ligt. Ook hier verschuift het zwaartepunt van het bestaan weg van het ik.
- In therapie en pastoraat krijgt decentratie een zeer concrete betekenis. Zij uit zich wanneer iemand niet langer zijn waarde ontleent aan functioneren, succes of morele correctheid, maar leert rusten in zijn bestaan. Bij burn-out, rouw of existentiële crisis betekent dit vaak een kantelpunt: niet harder werken aan zichzelf, maar het ik ontlasten. De vraag verandert dan van “wie moet ik zijn?” naar “waartoe word ik geroepen?”. In die verschuiving ontstaat ruimte voor genezing, voor zin en voor innerlijke vrijheid.
- Decentratie geen techniek en geen morele opdracht, maar een proces van innerlijke bevrijding. Waar de mens ophoudt zichzelf tot middelpunt te maken, wordt hij pas werkelijk persoon.)