Mystieke taal bij Augustinus voor de 21e eeuw

Standaard

De blijvende actualiteit van Augustinus – een nieuwe impuls voor vandaag

Inleiding

In verschillende perioden van de kerkgeschiedenis is de vraag gesteld of het christendom zijn mystieke kern niet heeft verloren (*). Telkens opnieuw klinkt de klacht dat geloof is verengd tot moraal, discipline of organisatie, terwijl de levende ervaring van Gods nabijheid naar de achtergrond is verschoven. Deze spanning raakt aan het hart van het christelijk zelfverstaan: gaat het in het geloof primair om wat de mens moet doen, of om wat hij in God mag worden?

De persoon van Augustinus staat bij uitstek op dit kruispunt. Zijn theologie en spiritualiteit ademen een mystieke diepte waarin genade, innerlijkheid en Godsontmoeting centraal staan, zonder ooit los te raken van Kerk, sacrament en gemeenschap. Tegelijk roept zijn erfenis de vraag op hoe deze mystieke taal verstaan kan worden in een tijd die sterk verschilt van de zijne: een tijd van secularisatie, wantrouwen tegenover instituties en een intens verlangen naar authenticiteit en innerlijke vrijheid. Juist in deze context kan de mystiek van Augustinus een verrassende en bevrijdende “boost” betekenen voor de Kerk van de 21e eeuw.


1. Augustinus: mystiek als hart van het christelijk bestaan

Bij Augustinus is mystiek geen afzonderlijk domein naast leer en moraal, maar het hart van het christelijk leven zelf. Zijn beroemde belijdenis “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U” verwoordt een fundamenteel existentieel inzicht: de mens is geschapen op God gericht en blijft innerlijk onrustig zolang hij zichzelf tot middelpunt maakt. Rust ontstaat niet door beheersing of prestatie, maar door overgave aan de levende God.

Deze mystiek is diep kerkelijk en sacramenteel. De Kerk is voor Augustinus geen louter institutioneel gegeven, maar het mystieke lichaam waarin God zelf woont en werkt. Het doopsel betekent een reële inwoning van God in de ziel; de genade is werkelijk beginsel van nieuw zijn, een deelname aan het goddelijk leven. Het christelijk bestaan is daarom een weg van interioriteit: een steeds dieper binnengaan in het hart, waar God reeds aanwezig is en de mens van binnenuit omvormt.

Deze visie biedt ook vandaag een krachtig tegenwicht tegen een activistische of moralistische geloofsbeleving. Mystiek betekent bij Augustinus niet uitzonderlijke ervaringen, maar een levenshouding: leven vanuit ontvangen genade, gericht op liefde en eenwording met God. Dat maakt zijn denken verrassend actueel in een cultuur die enerzijds prestatiegericht is en anderzijds hunkert naar innerlijke diepgang.


2. Theorie en praktijk: een blijvende uitdaging

De geschiedenis leert dat deze mystieke kern niet altijd zichtbaar tot bloei komt. Angst, juridisering en geestelijk mercantilisme kunnen het geloof reduceren tot “voor wat hoort wat”. Dat is geen verraad aan de leer van de Kerk, maar een menselijke verduistering ervan. Mystiek is immers bij uitstek verborgen. Wie haar uitsluitend zoekt in het spectaculaire, miskent haar diepste vorm: het stille, door liefde gedragen leven in God.

Juist hier kan de augustijnse mystiek een nieuwe impuls geven. Zij nodigt uit tot een herwaardering van het innerlijk leven als plaats van Godsontmoeting en tot een geloof dat niet primair draait om zelfbehoud, maar om transformatie. In een tijd van geestelijke vermoeidheid en zingevingstekort kan dit inzicht bevrijdend werken.


3. Maurice Zundel: mystiek vertaald voor de moderne mens

De blijvende kracht van Augustinus wordt bijzonder vruchtbaar wanneer zij wordt gelezen in het licht van het theologisch personalisme van Maurice Zundel. Zundel herneemt de augustijnse intuïtie van Gods inwoning, maar vertaalt haar in een taal die de mens van de 21e eeuw aanspreekt. Voor hem is God geen object van bezit of beheersing, maar Zuivere Persoon, liefde die zich alleen kan schenken waar vrijheid is.

Mystiek betekent bij Zundel een radicale decentratie: de mens wordt pas werkelijk persoon wanneer hij ophoudt zichzelf als centrum te beschouwen en ruimte maakt voor de Ander. God wil niet over de mens beschikken, maar in hem geboren worden. Daarmee bevrijdt Zundel de mystiek van elke zweem van wereldvlucht of elitisme. Mystiek is geen uitzonderlijke staat voor enkelen, maar de ontplooiing van het ware persoon-zijn in relatie tot God.

Deze benadering geeft een krachtige positieve wending aan de klassieke kritiek op moralistisch christendom. Waar geloof wordt beleefd als ontmoeting en gave, niet als plicht of angst, daar kan de mystiek opnieuw ademen – midden in het gewone leven.


4. Een positieve boost voor de Kerk van de 21e eeuw

In een tijd waarin velen allergisch zijn voor autoriteit en instituties, maar tegelijk verlangen naar zin, authenticiteit en innerlijke vrijheid, kan de mystiek van Augustinus een beslissende weg openen. Zij nodigt de Kerk uit om zichzelf opnieuw te verstaan als ruimte van Gods tegenwoordigheid: een gemeenschap waarin mensen leren leven uit genade, niet uit angst; uit liefde, niet uit berekening.

Deze mystiek vraagt geen breuk met leer of sacrament, maar een verdieping ervan. Het christendom blijkt in zijn kern geen leer van het doen, maar van het zijn: een leven dat steeds meer wordt wat het in God reeds is. Dat besef kan de Kerk niet alleen verdedigen tegen kritiek, maar haar van binnenuit vernieuwen.


Slotwoord

De mystieke taal van Augustinus blijkt geen echo uit een ver verleden, maar een levende bron voor vandaag. Waar God opnieuw het centrum van leven en denken wordt, waar de mens leert leven uit ontvangen genade, daar krijgt het christelijk geloof zijn oorspronkelijke kracht terug. Het vermeende tekort aan mystiek is dan geen gebrek aan bronnen, maar een uitnodiging tot hernieuwde ontvankelijkheid.

Dankzij de vertaling die Maurice Zundel biedt, kan deze augustijnse mystiek de mens van de 21e eeuw werkelijk raken: als weg van innerlijke vrijheid, ontmoeting en persoonlijke groei in God. Zo wordt mystiek geen vlucht uit de wereld, maar een bron van hoop en vernieuwing midden in de wereld. Dat is de blijvende actualiteit van Augustinus – en zijn belofte voor de Kerk van vandaag.

(*) Vgl. De katholieke Kerk, Godsdienstleer en Apologie. Onder redactie van Prof D. Bont en Dr. C.F. Pauwels O.P., N.V. Zonnewende Kortrijk / Het Spectrum Utrecht, Tweede deel, Boek 14-25, blz. 997-1001.

Pastoor Geudens,

Smakt, 16 januari 2026