Terruwe herlezen voor vandaag: menswaardigheid, genezing en weerhoudende lief
Pastoor Jack Geudens, Smakt, 30 januari 2026
Algemene inleiding
Het werk van dr. Anna Terruwe behoort tot die zeldzame intellectuele en pastorale erfenissen die hun betekenis niet verliezen, maar juist aan urgentie winnen naarmate de culturele context verandert. In het Nederlandstalige taalgebied is haar naam wel bekend, maar haar kerninzichten worden vandaag niet altijd meer werkelijk gelezen, begrepen en doorgegeven. Deze publicatie wil daarom bijdragen aan een eenvoudige, toegankelijke en tegelijk inhoudelijk verantwoorde actualisering van haar gedachtegoed — niet als nostalgische terugblik, maar als een levend kader voor mensvisie, begeleiding en genezing.
Terruwe’s centrale intuïtie — dat de mens in zijn diepste kern goed is en dat psychische menswording gedragen wordt door bevestiging — raakt aan de breuklijnen van onze tijd. In een samenleving die steeds sterker draait op prestatie, controle en zelfpresentatie, raken veel mensen innerlijk eenzaam. Men functioneert, maar voelt zich niet gekend; men “doet het goed”, maar ervaart zichzelf niet als goed. Terruwe’s benadering is in dit verband bevrijdend, omdat zij de aandacht verlegt van techniek naar ontmoeting, van gedrag naar grondwaarde, van prestatie naar ontvangen waardigheid. Haar begrippenveld — bevestiging, affectiviteit, frustratieneurose en weerhoudende liefde — biedt een menselijk realisme dat tegelijk psychologisch, ethisch en spiritueel geladen is.
Voor mij heeft deze herlezing ook een expliciet pastorale inzet. In pro-life-pastoraat en in de begeleiding rond verlies, schuld en trauma — met name in de context van Rachel’s Vineyard — blijkt telkens opnieuw hoe diep verwond zelfwaarde en beschadigde relationele ontvankelijkheid kunnen zijn. Waar het publieke debat vaak verengt tot standpunten en polarisatie, vraagt de concrete mens om erkenning, herstellende nabijheid en een weg waarin waarheid en barmhartigheid elkaar niet uitsluiten. Terruwe helpt om het menselijk drama niet te reduceren tot “probleem” of “dossier”, maar om de persoon in zijn verborgen goedheid opnieuw te leren zien. Juist daar kan genezing beginnen: niet wanneer iemand eerst moet “verbeteren”, maar wanneer hij bevestigd wordt om überhaupt te kunnen groeien.
In dat licht verdient ook het pionierswerk van psychiater Harrie Schijns blijvende aandacht. Zijn nadruk op bevestiging en relationele veiligheid als voorwaarden voor herstel sluit nauw aan bij Terruwe’s antropologie. Zijn werk laat zien hoe genezing niet primair tot stand komt door argumentatie of correctie, maar door een veilige en bevestigende ontmoeting. Die lijn vormt tot op vandaag een brug tussen Terruwe’s mensvisie en hedendaagse pastorale noden.
Mijn eigen betrokkenheid bij dit thema gaat terug tot mijn eindscriptie aan het Grootseminarie Rolduc te Kerkrade, getiteld Relatie als instrument van genezing. In dat traject ontving ik steun en begeleiding van pater Van Osch, die mij hielp om Terruwe’s inzichten niet alleen theoretisch te begrijpen, maar te verbinden met concrete levensverhalen. Wat toen als studie begon, is uitgegroeid tot een blijvende overtuiging: bevestiging is geen aanvulling op pastorale zorg, maar een fundamentele grondhouding waarin het evangelische mensbeeld gestalte krijgt.
Deze publicatie beoogt geen definitief historisch oordeel, maar wil uitnodigen tot herlezing en herontdekking. De lezing van prof. Herman Vekeman, die hierna wordt toegelicht en samengevat, biedt een heldere synthese van Terruwe’s kerninzichten en laat zien hoe haar werk tegelijk klinisch, antropologisch en existentieel is. Wie zich door haar laat aanspreken, ontdekt dat “bevestiging” geen abstract begrip is, maar een opdracht: een weg om mensen opnieuw te laten leven vanuit ontvangen waardigheid — en zo de hele mens te dienen.
De Lezing
Online raadpleging: https://www.haptonomischcontact.nl/wp-content/uploads/2015/08/HC-2006-1.pdf
Kernpunten in het kort
- Aanleiding en context: Herdenking van dr. Anna Terruwe († 28 april 2004) en situering van haar betekenis; studienamiddag (5 oktober 2005) over “Bevestiging in geest, woord en daad”.
- Kernintuïtie: De mens is in zijn diepste kern goed; echte genezing en groei beginnen bij bevestiging.
- Levenswerk en weg: Terruwe wordt psychiater om mensen te genezen; na een moeilijke periode van veroordeling (1949–1965) volgt rehabilitatie en brede invloed via praktijk, lezingen en publicaties.
- Frustratieneurose: Een toestand van eenzaamheid, onveiligheid en gebrekkig gevoelscontact, vaak gecompenseerd door zelfbevestiging (macht, druk, manipulatie).
- Genezing (niet alleen symptoombestrijding): Herstel van zelfwaardegevoel en vermogen tot gelijkwaardig relationeel contact, door de gevoelsontwikkeling opnieuw op gang te brengen.
- Bevestiging als methode én houding: De ander mag “geheel zijn zoals hij is” en mag groeien “op zijn wijze en op zijn uur” — met geduld en respect voor tempo.
- Bevestiging begint vroeg: Preventie start niet pas bij geboorte; prenatale en vroege relationele welkom-ervaringen zijn funderend; de moeder als “eerste bevestiger”.
- Affectiviteit (kernhouding): Niet “emotioneel zijn”, maar voorzichtig, respectvol en belangeloos verwijlen bij de verborgen goedheid van de ander; zichtbaar in stem, blik, gebaar.
- Weerhoudende liefde: Liefde rijpt; bij onbeantwoorde wederkerigheid kan “lijden” worden omgevormd tot trouw wachten en ruimte geven, zodat de ander kan ontvangen.
- Psychische menswording: Ontstaat door een belangeloze ontmoeting waarin iemand zichzelf leert kennen als goed, waardevol en beminnenswaardig; wie zo bevestigd is, wordt ook bekwaam om anderen te bevestigen.
- Slotaccent: De beslissende kracht is belangeloze affectiviteit: een warme levensstroom die anderen helpt hun goedheid te ontdekken en aan te nemen.
I. Toelichting bij de lezing van Herman Vekeman
Wim Laumans
De figuur en het werk van dr. Anna Terruwe (1911–2004) blijven tot op heden inspireren, omdat zij op een unieke wijze klinische observatie, psychologische antropologie en een uitgesproken personalistische mensvisie met elkaar wist te verbinden. In de lezing die hier volgt, biedt prof. Herman Vekeman een inhoudelijk rijke en zorgvuldig opgebouwde synthese van Terruwe’s kerninzichten. Daarmee doet hij niet alleen recht aan haar persoon en haar wetenschappelijke en klinische nalatenschap, maar draagt hij tevens bij aan een hernieuwde waardering van haar betekenis binnen de hedendaagse reflectie op menswording, affectiviteit en relationele genezing.
De redactie acht publicatie van deze lezing bijzonder aangewezen, omdat zij Terruwe’s denken situeert binnen een bredere antropologische en therapeutische context, zonder haar benadering te reduceren tot een specifieke methodiek. Terruwe’s concept van bevestiging wordt helder uitgewerkt als een fundamenteel relationeel en antropologisch gegeven, dat voorafgaat aan techniek en interventie. Bevestiging verschijnt bij haar niet als een instrumenteel middel, maar als een voorwaarde voor psychische rijping en affectieve ordening: de ervaring door een ander als persoon te worden erkend, in waardigheid en ontvankelijkheid.
Juist in het publieke discours is zorgvuldige positionering van Terruwe’s werk noodzakelijk gebleken. Haar bevestigingsleer is soms vereenvoudigd of vereenzelvigd met andere stromingen binnen de psychologische en therapeutische praktijk. De lezing van Vekeman laat zien dat Terruwe’s denken een eigen, coherent en theologisch-resonant antropologisch kader bezit, waarin affectiviteit, frustratie, weerhoudende liefde en psychische menswording op organische wijze samenhangen. Haar benadering wortelt in een personalistische mensvisie waarin de mens niet wordt benaderd als probleemdrager of object van behandeling, maar als persoon die geroepen is tot innerlijke vrijheid en relationele volwassenheid.
Tegen deze achtergrond beoogt deze publicatie de lezer een dubbele dienst te bewijzen. Enerzijds biedt zij een nauwkeurige en toegankelijke kennismaking met Terruwe’s centrale begrippen — bevestiging, affectiviteit, frustratieneurose, psychische menswording en weerhoudende liefde. Anderzijds maakt zij duidelijk dat Terruwe’s werk niet kan worden herleid tot een therapeutische techniek, maar gelezen moet worden als een samenhangende mensvisie, waarin “het goede” als kern van de persoon zowel psychologisch, pedagogisch als ethisch-spiritueel betekenis krijgt. De lezing van Vekeman onderstreept zo de blijvende actualiteit van Terruwe’s denken voor hedendaagse vragen rond genezing, opvoeding en menselijke waardigheid.
II. Samenvatting en kernbevindingen bij de lezing van Herman Vekeman
Pastoor Jack Geudens
1. Samenvatting
Deze bijdrage biedt een systematische en thematisch geordende weergave van de kerninzichten van dr. Anna Terruwe (1911–2004), zoals gepresenteerd in een herdenkingslezing. Uitgangspunt vormt Terruwe’s fundamentele overtuiging dat goedheid de blijvende kern van iedere mens is, en dat psychische menswording slechts mogelijk wordt door bevestiging binnen een belangeloze, relationele ontmoeting.
Tegen de achtergrond van haar biografische en wetenschappelijke ontwikkeling wordt haar centrale diagnose van de frustratieneurose uitgewerkt: een toestand van existentiële eenzaamheid, een onzeker zelfwaardegevoel en een verstoorde gevoelsontwikkeling, vaak gecompenseerd door vormen van zelfbevestiging, prestatiedrang of machtsuitoefening. De bijdrage laat zien hoe Terruwe genezing niet primair opvat als symptoomreductie, maar als herstel van gevoelsmatige ontvankelijkheid, zelfwaarde en werkelijk relationeel contact.
Een centrale plaats krijgt het begrip affectiviteit, door Terruwe verstaan als het voorzichtig, respectvol en belangeloos verwijlen bij de verborgen goedheid van de ander. Affectiviteit wordt daarbij nadrukkelijk onderscheiden van louter emotionele beleving en gepositioneerd als kernhouding van haar bevestigingsleer.
Vervolgens wordt Terruwe’s visie op de voortreffelijkheid van de liefde en op de weerhoudende liefde geanalyseerd: liefde als een dynamisch proces van schenken en ontvangen, dat in situaties van onbeantwoorde wederkerigheid vraagt om zelfbeheersing en terughouding ter wille van de ander.
Ten slotte wordt psychische menswording uitgewerkt als vrucht van een belangeloze ontmoeting waarin de mens zichzelf leert kennen als goed, waardevol en beminnenswaardig. Elf samenhangende aspecten van ‘goedheid’ worden onderscheiden, met implicaties voor opvoeding, therapie, ethiek en spiritualiteit. De bijdrage besluit met een reflectie die onderstreept dat affectiviteit, juist in haar belangeloosheid, een beslissende kracht vormt voor menselijke genezing en gemeenschapsvorming.
2. Kernbevindingen
Een psychologisch-antropologische synthese
Het werk van Anna Terruwe is geworteld in één centrale overtuiging: de mens is in zijn diepste kern goed, maar deze goedheid kan slechts tot ontplooiing komen wanneer zij door een ander wordt herkend en bevestigd. Psychisch lijden ontstaat volgens haar niet in de eerste plaats uit moreel falen of verdringing, maar uit een tekort aan bevestiging in de ontwikkeling van het gevoelsleven.
2.1 Bevestiging als voorwaarde voor psychische groei
Onder bevestiging verstaat Terruwe niet het prijzen of goedkeuren van gedrag, maar het existentieel ervaren dat men mag bestaan zoals men is. Deze ervaring vormt de basis van een gezond zelfwaardegevoel. Zonder bevestiging blijft de gevoelsontwikkeling onvoltooid, ook wanneer verstandelijke en lichamelijke functies zich normaal ontwikkelen.
Bevestiging is daarom geen techniek, maar een relationele grondhouding waarin de ander wordt gezien als persoon, niet als probleem of prestatie.
2.2 Frustratieneurose: gevolg van gemiste bevestiging
Een kernontdekking van Terruwe is wat zij aanduidt als frustratieneurose. Deze toestand ontstaat wanneer iemand in een cruciale ontwikkelingsfase emotioneel alleen wordt gelaten. Het gevolg is een diep gevoel van eenzaamheid, onzekerheid en onveiligheid, gepaard aan een onvermogen tot gelijkwaardig gevoelscontact.
Kenmerkend is dat deze mensen vaak beschikken over een goed ontwikkeld verstand en een sterke daadkracht. Juist deze vermogens worden ingezet om het innerlijke tekort te compenseren. Zo ontstaat zelfbevestiging: een poging om ontbrekende eigenwaarde te vervangen door macht, prestatie, controle of status. Deze strategie maskeert het lijden, maar geneest het niet.
2.3 Genezing als herneming van gevoelsontwikkeling
Genezing bestaat voor Terruwe niet in gedragscorrectie of symptoombestrijding, maar in het opnieuw op gang brengen van de gevoelsontwikkeling. Dat vraagt tijd, geduld en een zorgvuldige afstemming op het tempo van de betrokkene.
De kern van genezing is dat iemand opnieuw bevestiging ontvangt, waardoor hij zijn eigen goedheid kan herkennen en aanvaarden. Pas dan wordt werkelijk relationeel contact mogelijk.
2.4 Affectiviteit: de houding van de bevestiger
Om deze bevestiging mogelijk te maken, introduceert Terruwe het begrip affectiviteit. Daarmee bedoelt zij geen emotionaliteit, maar een wijze van aanwezig zijn waarin men belangeloos verwijlt bij de verborgen goedheid van de ander.
Affectiviteit is:
- voorzichtig: zij dwingt niet;
- respectvol: zij tast de ander niet aan;
- belangeloos: zij zoekt niet zichzelf, maar het goede van de ander.
In deze houding wordt de bevestiger zelf geraakt door de goedheid van de ander. Dit geraakt-zijn wordt zichtbaar in houding, stem en woordkeuze, en maakt voor de ander diens eigen waarde herkenbaar.
2.5 Liefde, rijping en weerhouding
Terruwe beschrijft liefde als een dynamisch proces dat begint met welbehagen, maar moet rijpen tot wederkerigheid. Wanneer verlangen niet beantwoord kan worden, ontstaat lijden. Veel relaties lopen op dit punt vast.
Daarom benadrukt zij het belang van weerhoudende liefde: het vermogen om het eigen verlangen te begrenzen wanneer de ander nog niet kan ontvangen. Deze zelfbeheersing is geen afstand nemen, maar een vorm van zorg die de ander ruimte en tijd gunt. Zo blijft liefde gericht op het welzijn van de ander, ook in spanning en gemis.
2.6 Psychische menswording
Het uiteindelijke doel van bevestiging, genezing en liefde is wat Terruwe aanduidt als psychische menswording: het proces waarin iemand door een belangeloze ontmoeting met een ander tot zichzelf komt en zichzelf kan aanvaarden als goed en waardevol.
Deze menswording maakt vrijheid mogelijk: de vrijheid om lief te hebben zonder te bezitten, om te bevestigen zonder te manipuleren, en om verantwoordelijkheid te dragen zonder zelfbevestiging.
2.7 Mensbeeld en maatschappelijke betekenis
Terruwe’s inzichten reiken verder dan de klinische praktijk. Zij laten zien hoe individueel en maatschappelijk lijden samenhangen met een tekort aan bevestigende relaties. Waar mensen niet bevestigd worden in hun goedheid, ontstaan prestatiedwang, machtsstructuren en relationele verarming.
Haar werk pleit daarom impliciet voor een cultuur waarin menselijk leven niet wordt beoordeeld op nut, succes of effectiviteit, maar wordt gedragen door relationele erkenning en zorg.
Slotwoord
Wie vandaag om zich heen kijkt, ziet hoe gemakkelijk mensen verdwalen in een cultuur van snelheid, meetbaarheid en zelfpresentatie. Relaties worden vluchtiger, kwetsbaarheid wordt sneller geproblematiseerd, en innerlijke pijn wordt vaak “opgelost” met techniek, prikkels of diagnose-taal. Tegelijk groeit een stille honger naar iets anders: naar gezien worden zonder voorwaarden, naar een woord dat niet beoordeelt maar opent, naar nabijheid die niet bezit maar draagt. Juist in die context klinkt dr. Anna Terruwe’s boodschap verrassend actueel en bijna profetisch: de mens leeft niet van perfectie, maar van bevestiging; niet van prestatie, maar van ontvangen waardigheid.
De thema’s die in deze lezing worden uitgewerkt — frustratieneurose, affectiviteit, tederheid en weerhoudende liefde — raken aan wat velen vandaag ervaren, maar nauwelijks kunnen benoemen: de spanning tussen een innerlijk gemis en een buitenkant die “het goed doet”. Terruwe leert ons zien dat genezing begint waar de mens niet langer gereduceerd wordt tot probleem, symptoom of dossier, maar waar zijn verborgen goedheid opnieuw wordt aangesproken. Dat is geen sentiment en geen naïef optimisme. Het is een veeleisende houding: geduldig, respectvol en belangeloos aanwezig blijven, zodat de ander in zijn tijd en op zijn wijze weer kan groeien.
Dit slotperspectief is ook van pastorale betekenis. In situaties van verlies, schuld en trauma — waar schaamte en zelfverwijt het laatste woord dreigen te hebben — blijkt telkens opnieuw dat een mens niet eerst “sterk” of “waardig” moet worden om liefde te ontvangen. Integendeel: waar iemand bevestigd wordt, kan hij of zij pas weer leren ontvangen, vertrouwen en kiezen voor het goede. Zo krijgt bevestiging een concrete ethische en spirituele diepte: zij verbindt waarheid met barmhartigheid, en rechtvaardigheid met genezing.
Moge deze publicatie daarom niet alleen gelezen worden als een waardevol document uit een traditie, maar als een uitnodiging tot praktijk: tot een manier van kijken, spreken en nabij zijn die mensen helpt om opnieuw mens te worden. In een tijd van verharde tegenstellingen en innerlijke eenzaamheid is dat misschien wel een van de meest noodzakelijke vormen van dienstbaarheid: de ander bevestigen in zijn goedheid, opdat hij kan worden wie hij is — ook wanneer hij dat nu nog niet kan.
Bronnen
Haptonomisch Contact, 17e jaargang, nr. 1 (maart 2006), p. 8–18.
Online raadpleging: https://www.haptonomischcontact.nl/wp-content/uploads/2015/08/HC-2006-1.pdf