Weerhoudende liefde als pro-life-pastoraal

Standaard

Weerhoudende liefde als pro-life-pastoraal

Pastoor Jack Geudens — Smakt, januari 2026
Trefwoorden: pro-life, pastorale theologie, ontologische waardigheid, barmhartigheid, weerhoudende liefde, Kruis, genezing, priesterschap


1. Pro-life voorbij het louter ethische debat

In het publieke gesprek verschijnt pro-life meestal als een ethisch standpunt binnen discussies over abortus, wetgeving en medische besluitvorming. Dat kader is niet onbelangrijk, maar blijft theologisch beperkt. Het reduceert pro-life tot “een mening” of “een positie”, terwijl de christelijke traditie pro-life dieper situeert: als uitdrukking van een geloofsbelijdenis over God en mens.

Pro-life raakt aan de vraag wie God is als Schepper en Verlosser, en wie de mens is als ontvangen, geroepen en bemind leven. Daarom is pro-life niet primair een ideologisch programma, maar een relationele spiritualiteit: een wijze van kijken, spreken en handelen waarin menselijk leven wordt gedragen in waarheid én barmhartigheid. Wie pro-life enkel moreel definieert, verliest het theologische zwaartepunt: de samenhang van antropologie, soteriologie en pastorale praxis.¹


2. Ontologische waardigheid en de grens van maakbaarheid

De fundering van een christelijke pro-life-visie ligt in het verstaan van menselijke waardigheid als ontologisch gegeven. De mens is niet waardig omdat hij autonoom is, omdat hij presteert, omdat hij “kwaliteit van leven” heeft, of omdat hij gewenst is. De mens is waardig omdat hij bestaat: als persoon die door God wordt gekend en gewild.

Deze grondintuïtie is conciliair verwoord: menselijke waardigheid is niet functioneel, maar principieel.² Waar waardigheid conditioneel wordt (afhankelijk van keuze, nut, gezondheid of sociale erkenning), verschuift vrijheid van relationele openheid naar instrumentele macht. Leven wordt dan iets wat men kan toekennen of ontzeggen.

Hier ligt de kern van de hedendaagse crisis: niet enkel een moreel probleem (“wat mag?”), maar een antropologische verschuiving (“wie telt?”). Pro-life is in dit perspectief het bewaren van een grens tegen instrumentalisering: juist daar waar het leven kwetsbaar, afhankelijk, ongezien of ongewenst is.


3. Pastoraal realisme: relatie als locus van genezing

Wanneer pro-life wordt verstaan als pastorale kerncategorie, verschuift de vraag van louter normcommunicatie naar genezende praxis. Pastoraal handelen kan niet volstaan met “nabijheid” als slogan. Nabijheid wordt pas genezend wanneer zij relationeel doordacht en structureel betrouwbaar is: de relatie zelf moet drager worden van waarheid, troost, begrenzing en hoop.

Daarom is pro-life niet alleen “nee” tegen levensvernietiging, maar ook “ja” tegen concrete vormen van begeleiding: luisteren, dragen, rouw toelaten, schuld en schaamte niet ontkennen maar omvormen, en mensen opnieuw inschakelen in betekenisvolle relaties. Pro-life vraagt dus om een pastorale rationaliteit die tegelijk normatief en therapeutisch is, zonder te vervallen in moralistische hardheid of in relativistische troosttaal.


4. Bevestigende én weerhoudende liefde

In deze context is het onderscheid tussen bevestigende en weerhoudende liefde fundamenteel. Bevestigende liefde zegt: “Het is goed dat jij er bent.” Zij raakt de persoon in zijn bestaansrecht, vóór elke prestatie of correctie. Maar een pastorale praxis die alleen bevestigt, loopt het risico destructie mee te normaliseren.

Daarom behoort ook weerhoudende liefde tot de pastorale kern: zij zegt “Dit schaadt het leven; dit kan niet worden bevestigd.” Weerhoudende liefde is geen koude norm, maar een vorm van relationele zorg die het leven beschermt wanneer het op de rand van vernietiging komt—ook wanneer die vernietiging voortkomt uit angst, wanhoop, druk of innerlijke verwarring.

De psychologische en antropologische inzichten van Anna Terruwe en Conrad Baars helpen deze structuur te articuleren: genezing veronderstelt dat de mens zich existentieel bevestigd weet, terwijl destructieve patronen tegelijk begrensd worden.³ Bevestiging zonder weerhouding wordt leeg; weerhouding zonder bevestiging wordt hard en brekend. Een pro-life-pastoraal die deze integratie verliest, verliest haar genezende kracht.


5. Pro-life en het gekwetste leven na morele breuk

Een theologisch volwassen pro-life-benadering beperkt zich niet tot het ongeboren leven. Zij omvat ook het gekwetste leven: het innerlijk leven van wie door morele breuk, schuld, schaamte, verlies en existentiële ontwrichting verwond is geraakt. Juist hier wordt zichtbaar of pro-life werkelijk een pastorale categorie is.

De katholieke traditie benoemt abortus als intrinsiek kwaad, niet om te veroordelen, maar om een fundamentele grens ter bescherming van het leven te bewaren.⁴ Tegelijk spreekt de Kerk met pastorale bewogenheid tot wie door abortus innerlijk verwond is geraakt. In die dubbele beweging—normatieve helderheid én barmhartige nabijheid—ligt de kern van een authentieke pro-life-pastoraal.⁵

Pro-life is dan geen strijdterm, maar een weg van genezing: het herstellen van relaties, het toelaten van rouw, het doorbreken van isolatie, en het herontdekken van waardigheid die niet afhankelijk is van wat iemand gedaan heeft of meegemaakt heeft.


6. Rachel’s Vineyard als voorbeeld van genezende praxis

In dat pastorale veld hebben initiatieven zoals Rachel’s Vineyard bijzondere betekenis, omdat zij concreet laten zien hoe waarheid en barmhartigheid kunnen samengaan in een begeleidingsweg. Zonder de morele waarheid te ontkennen, bieden zij een proces waarin rouw, verzoening en herstel van relaties ruimte krijgen. Het gaat niet om “een programma dat schuld wegpraat”, maar om een weg die mensen uit schaamte en zwijgen haalt, zodat het gekwetste leven opnieuw kan ademen en gedragen kan worden.

Daarmee bevestigt Rachel’s Vineyard een wezenlijk pro-life-inzicht: bescherming van leven eindigt niet bij een norm, maar vraagt om pastorale structuren die genezing mogelijk maken.


7. Het Kruis als criterium: waarheid zonder wreedheid, barmhartigheid zonder relativisme

Het diepste criterium voor een christelijke pro-life-pastoraal is het Kruis van Christus. In het Kruis openbaart God zich niet als degene die het lijden vermijdt, maar als degene die het leven draagt door het lijden heen. God redt het leven niet door het te elimineren, maar door het op zich te nemen.

Het Kruis corrigeert twee ontsporingen die in het pastorale veld steeds terugkeren:

  1. Harde moraal zonder barmhartigheid: ze breekt de persoon en vergroot schaamte, waardoor genezing juist onmogelijk wordt.
  2. Barmhartigheid zonder waarheid: ze relativeert het kwaad en ontneemt zo de mogelijkheid tot reële bekering en herstel.

Onder het teken van het Kruis worden waarheid en barmhartigheid één: niet als compromis, maar als kruisvormige liefde. In die zin is “weerhoudende liefde” uiteindelijk een christologische categorie: zij bewaart de grens van het leven, en opent tegelijk de weg van verrijzenishoop voor wie innerlijk gewond is.


8. Priesterschap als sacramentele gestalte van pro-life

Binnen deze horizon is het priesterschap intrinsiek pro-life. De priester is geen morele scheidsrechter en geen ideologisch woordvoerder, maar een sacramenteel teken van Gods barmhartige nabijheid bij kwetsbaar leven. In biecht en Eucharistie, in gesprek en zegen, wordt zichtbaar dat de mens niet wordt gereduceerd tot zijn falen, maar wordt opgenomen in een weg van verzoening, waarheid en hoop.

Hier krijgt pro-life een concrete kerkelijke vorm: niet als slogan, maar als gestalte—als beschikbaarheid, trouw, luisterende aanwezigheid en betrouwbare begeleiding.⁶


Slot: pro-life als integrale pastorale theologie

Pro-life is geen randthema, maar een kerncategorie van pastorale theologie. Het beschermt het leven niet door macht of dwang, maar door relationele structuren van waarheid, barmhartigheid en weerhoudende liefde. Onder het teken van het Kruis verschijnt pro-life als weg waarop ongeboren leven principieel wordt verdedigd, gekwetst leven existentieel wordt geheeld, en menselijke waardigheid theologisch wordt bewaard.

Waar de Kerk deze weg gaat, wordt zij werkelijk een Gemeenschap die het leven draagt.


Voetnoten

  1. Evangelium Vitae, nr. 2–3.
  2. Gaudium et Spes, nr. 12 en 27.
  3. Anna Terruwe & Conrad W. Baars, Psychic Wholeness and Healing (New York, 1972); idem, Healing the Unaffirmed (New Rochelle, 1976).
  4. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 2270–2275.
  5. Evangelium Vitae, nr. 99; vgl. Reconciliatio et Paenitentia.
  6. Pastores Dabo Vobis, nr. 16–18.