Inleiding
Willem Duynstee herlezen onder het teken van het kruis
Pastoor Geudens
De naam Willem Duynstee is in de Nederlandse kerk- en zorggeschiedenis lange tijd verbonden gebleven met controverse. Vaak werd hij genoemd in één adem met de zogeheten affaire Terruwe, alsof zijn werk primair zou staan voor ontsporing of grensoverschrijding. Een dergelijke lezing doet echter geen recht aan de historische werkelijkheid, noch aan de innerlijke samenhang van zijn denken.
Vanuit mijn kruis-criteriologie — waarin het kruis fungeert als criterium van waarheid en onderscheiding — vraagt Duynstee om een herlezing. Niet succes of onmiddellijke erkenning, maar het dragen van spanning, onrecht en misverstaan openbaart waar waarheid werkelijk standhoudt. Precies op dit punt wordt zichtbaar dat Duynstee geen randfiguur was, maar een denker die midden in de pijnlijke overgang stond van een gesloten moraaltheologisch kader naar een meer geïntegreerde benadering van mens, psyche en verantwoordelijkheid.
In samenhang met Anna Terruwe, Conrad Baars en Harrie Schijns blijkt Duynstee deel uit te maken van een consistente katholieke traditie, waarin psychisch lijden niet wordt gemoraliseerd en vrijheid niet wordt losgemaakt van waarheid.
Deze pagina beoogt daarom een historische rehabilitatie, een inhoudelijke verdediging en een actualisering voor vandaag — onder het teken van het kruis.
👉 Lees ook:
- Katholieke psychotherapie in naoorlogs Nederland
- Drie katholieke psychiaters over bevestiging: Terruwe – Baars – Schijns
Auteurstoelichting: bijdrage, intentie en positionering
Als auteur van deze pagina, en als priester die zich jarenlang heeft bewogen op het snijvlak van waarheid, psychologie en geloof, beschouw ik deze bijdrage als zowel een wensintentie als een pastorale opdracht. Zij beoogt een inhoudelijke en historisch verantwoorde rehabilitatie van Willem Duynstee, en tegelijk een zorgvuldige actualisering van de antropologische en psychotherapeutische visie die via Anna Terruwe, Conrad Baars en Harrie Schijns gestalte heeft gekregen, met het oog op de hedendaagse Nederlandse context.
Deze inzet vloeit voort uit de overtuiging dat vragen rond psychisch lijden, morele verantwoordelijkheid en pastorale zorg vandaag opnieuw urgent zijn geworden. In dat licht acht ik het noodzakelijk om stemmen uit de katholieke traditie opnieuw te beluisteren, niet als afgesloten historische casussen, maar als dragers van een mensbeeld dat ook nu richting kan geven aan zielzorg en geestelijke gezondheidszorg.
Mijn benadering staat onder het teken van wat ik aanduid als een kruis-criteriologie: een hermeneutisch kader waarin waarheid niet primair wordt afgemeten aan institutioneel succes, onmiddellijke consensus of therapeutische efficiëntie, maar aan het vermogen om spanning, kwetsbaarheid en soms ook onrecht te dragen zonder reductie van de menselijke persoon. Vanuit dit perspectief wordt zichtbaar dat Duynstee en de latere bevestigingstraditie niet gelezen hoeven te worden als ontsporing binnen de katholieke traditie, maar als serieuze pogingen om recht te doen aan de complexiteit van de menselijke conditie in het licht van geloof én rede.
Mijn eigen toegang tot het denken van Terruwe is mede mogelijk geworden door de bemiddeling van Pater van Osch, aan wie ik hier met erkentelijkheid wil refereren. Zijn pastorale nabijheid en intellectuele helderheid hebben mij geholpen om deze traditie te leren verstaan, niet louter als theorie, maar als een levende werkelijkheid die de mens serieus neemt in zijn lijden, zijn vrijheid en zijn diepe behoefte aan bevestiging. Zonder die begeleiding zou deze herontdekking voor mij niet mogelijk zijn geweest.
Deze paraaf is daarom niet bedoeld als een persoonlijke apologie, noch als een poging om oude conflicten te heropenen. Zij wil gelezen worden als een bewuste positionering: de overtuiging dat de herwaardering van Duynstee en de verdere doordenking van Terruwe, Baars en Schijns een reële en vruchtbare bijdrage kunnen leveren aan het huidige theologisch-psychologische en pastorale debat in Nederland. Daarbij blijft het onderscheid tussen schuld en kwetsbaarheid, tussen morele roeping en psychische draagkracht, een beslissend criterium — niet alleen theoretisch, maar ook pastoraal en ecclesiaal.
Moge het kruis hier richtinggevend blijven: niet als last die mensen verplettert, maar als criterium dat onderscheidt wat werkelijk geneest, bevrijdt en bevestigt.
Situering: het kruis als criterium van waarheid
Binnen mijn theologisch en pastoraal denken fungeert het kruis niet als moreel drukmiddel, maar als onderscheidingscriterium:
waarheid openbaart zich niet in succes, macht of snelle oplossingen, maar in het dragen van werkelijkheid, schuld, kwetsbaarheid en onmacht zonder de mens te reduceren.Vanuit dit perspectief verdient ook de persoon van Willem Duynstee een herlezing. Zijn naam is lange tijd verbonden gebleven met controverse, maar juist een kruis-criteriologische lezing laat zien dat zijn denken niet ontspoorde, maar werd gekruisigd in een institutioneel spanningsveld — en postuum vrucht heeft gedragen.
1. Duynstee’s rol in de ontwikkeling van katholieke psychotherapie in Nederland
Historische rehabilitatie
Hoewel de zogeheten affaire Terruwe in het collectieve geheugen vooral verbonden raakte met Anna Terruwe en haar therapeutische methode, laat recent historisch onderzoek zien dat de controverse niet primair draaide om een leerstellige veroordeling. Zij moet veeleer worden verstaan als een institutionele grenskwestie rond gezag, psychiatrie en moraaltheologie in het naoorlogse katholieke Nederland.¹
Binnen dit spanningsveld verschijnt Willem Duynstee niet als randfiguur, maar als een van de theoretische grondleggers van wat later katholieke psychotherapie zou heten. Zijn werk bood een intellectueel kader waarin nieuwe inzichten over affectieve ontwikkeling, innerlijke conflicten en psychisch lijden konden worden geïntegreerd in een katholiek mensbeeld, zonder de moraal te ontkennen of de psyche te absolutiseren.
De historica Marit Monteiro beschrijft hoe Duynstee’s denken mede de context schiep waarin psychotherapie in de jaren vijftig en zestig voorzichtig een plaats kreeg binnen katholieke instellingen en opleidingen.² Daarmee verschijnt Duynstee niet als een verworpen denker, maar als een betrokken actor in een pijnlijk maar reëel proces van kerkelijke en professionele groei.
Kruis-criteriologisch argument voor rehabilitatie
De kritiek op Duynstee weerspiegelt vooral institutionele angst en onzekerheid. Onder het teken van het kruis blijkt niet leerstellige ontsporing, maar het dragen van spanning tussen waarheid, zorg en verantwoordelijkheid.
2. Rehabilitatie binnen de kerkgeschiedenis en erkenning door kerkelijke autoriteiten
Aanvullende biografische en kerkgeschiedkundige bronnen wijzen erop dat Duynstee postuum is gerehabiliteerd binnen de katholieke Kerk. Na jaren van controverse werden de tegen hem geuite bezwaren in samenhang met de Terruwe-zaak expliciet heroverwogen en ingetrokken.³
Deze herbezinning maakte deel uit van een bredere kerkelijke inquiry, gedragen door de Nederlandse bisschoppenconferentie en gesteund door kardinaal Bernard Alfrink. Zij mondde uit in een Romeinse erkenning onder het pontificaat van Paus Paulus VI, waarin ook Terruwe zelf werd gerehabiliteerd.⁴
Kort na Duynstee’s overlijden verscheen bovendien een ingetogen herdenkingsartikel in L’Osservatore Romano, waarin zijn wetenschappelijke en kerkelijke betekenis werd erkend. In Rome bestond expliciet het besef dat hem in zijn leven onrecht was aangedaan — een gegeven dat in de historiografie lange tijd is onderschat.⁵
Kruis-criteriologisch argument voor postume netjesstelling
Niet de onmiddellijke rechtvaardiging, maar de latere erkenning onder het teken van geleden onrecht past bij de logica van het kruis. Waar onschuld niet meteen wordt erkend, maar uiteindelijk wél.
3. Duynstee’s filosofisch-theoretische bijdrage
Thomistische psychologie als verdediging
Duynstee ontwikkelde een eigen, herkenbaar filosofisch-psychologisch model, geworteld in de klassieke traditie van Aristoteles en Thomas van Aquino. In tegenstelling tot de freudiaanse psychoanalyse zocht hij de oorsprong van emotionele problematiek niet primair in driftdynamiek of superego-conflicten, maar in verstoringen van de affectieve ordening en het innerlijk oordeelsvermogen.⁶
Volgens Duynstee is pathologische repressie geen moreel falen, maar het gevolg van onrijpe of foutieve oordelen binnen de interne zintuigen, waardoor emoties hun natuurlijke plaats in het menselijk handelen verliezen. Vanuit deze thomistische antropologie verdedigde hij een genuanceerde moraaltheologische visie: psychopathologie kan de werking van rede en wil beperken, zonder de menselijke waardigheid of roeping op te heffen.⁷
Kruis-criteriologisch argument voor actualisering
Het kruis openbaart dat schuld en lijden niet samenvallen. Duynstee’s denken bewaart precies dit onderscheid en voorkomt dat morele verantwoordelijkheid wordt opgelegd waar draagkracht ontbreekt.
4. Duynstee in relatie tot Terruwe, Baars en hedendaagse katholieke psychologie
In hedendaagse reflecties op katholieke psychologie worden Conrad Baars en Harrie Schijns vaak samen genoemd met Terruwe.⁸
- Terruwe legde de antropologische basis van de bevestigingsleer.
- Baars werkte deze internationaal uit, met nadruk op innerlijke vrijheid.
- Schijns belichaamde en operationaliseerde dit denken in de Nederlandse psychiatrische praktijk.
Hoewel Duynstee hier niet altijd expliciet wordt genoemd, is zijn invloed funderend. Terruwe bouwde expliciet voort op zijn thomistisch-psychologische uitgangspunten. Zo leeft Duynstee’s denken indirect voort in deze traditie.
Kruis-criteriologisch argument voor actualisering
Waar bevestiging wordt misverstaan als permissiviteit, corrigeert het kruis: ware bevestiging draagt de mens door zijn onmacht heen, op weg naar vrijheid.
5. Harrie Schijns als klinische bevestiging van Duynstee
a. Continuïteit in mensbeeld
Schijns staat — net als Duynstee — in een klassiek-christelijke antropologie waarin de mens wordt verstaan als eenheid van lichaam, psyche en spirituele ziel. Psychisch lijden wordt daarin noch gereduceerd tot moraal, noch losgemaakt van zin, geweten en verantwoordelijkheid.⁹
Dit sluit rechtstreeks aan bij Duynstee’s kernintuïtie: psychische stoornis als verstoring van de affectieve ordening, niet als zedelijk falen.
b. Bevestiging zonder permissiviteit
Schijns’ praktijk toont dat bevestiging geen toegeven is, maar voorwaarde voor innerlijke vrijheid en morele groei. Precies hier lag destijds de verdenking tegen Duynstee. De praktijk laat het tegendeel zien:
alleen wie innerlijk bevestigd is, kan werkelijk kiezen; alleen wie affectief vrij is, kan verantwoordelijkheid dragen.¹⁰
Kruis-criteriologisch slotargument
Waar het kruis wordt uitgespeeld tegen de mens, verhardt moraal. Waar het kruis wordt gedragen mét de mens, ontstaat genezing.
Samenvattende argumenten (onder het teken van het kruis)
- Historische correctie: Duynstee behoort tot een reële ontwikkelingslijn binnen katholieke psychotherapie.
- Kerkelijke erkenning: Postume rehabilitatie bevestigt geleden onrecht.
- Filosofische verdediging: Zijn thomistische psychologie bewaart het onderscheid tussen schuld en kwetsbaarheid.
- Pastorale actualisering: Via Terruwe, Baars en Schijns leeft zijn denken voort in een mensbeeld dat het kruis niet omzeilt, maar draagt.
Nawoord
Duynstee vandaag: waarheid dat standhoudt
Wanneer Willem Duynstee vandaag opnieuw wordt gelezen, blijkt zijn werk opmerkelijk actueel. Niet omdat hij pasklare oplossingen biedt, maar omdat hij het onderscheid bewaart tussen schuld en kwetsbaarheid, tussen morele roeping en psychische draagkracht. Juist dat onderscheid staat onder druk in een tijd waarin psychisch lijden óf volledig wordt gemedicaliseerd, óf opnieuw wordt gemoraliseerd.
Onder het teken van het kruis wordt duidelijk wat hier op het spel staat. Het kruis ontmaskert elke benadering die de mens reduceert — of tot dader, of tot patiënt — en bewaart de waarheid dat genezing alleen mogelijk is waar lijden gedragen wordt in waarheid en barmhartigheid. In die zin is Duynstee geen voorbijgestreefd denker, maar een noodzakelijke correctie.
Dat zijn intuïties vrucht hebben gedragen, blijkt uit de verdere ontwikkeling van de katholieke psychologie en psychiatrie, zichtbaar in het werk van Terruwe, Baars en Schijns, en in het pastoraat waarin psychisch lijden niet wordt weggepoetst, maar serieus genomen. Zo wordt Duynstee postuum niet slechts gerehabiliteerd, maar ingeschreven in een levende traditie.
Wie vandaag zoekt naar een mensbeeld dat zowel recht doet aan de ernst van het lijden als aan de waardigheid en vrijheid van de mens, kan niet om Willem Duynstee heen. Niet ondanks het kruis, maar juist eronder.
👉 Verder lezen:
Voetnoten
- M. Monteiro, Katholieke psychotherapie in naoorlogs Nederland, Tijdschrift voor Geschiedenis, 2018.
- Idem.
- Kerkelijke dossiers rond de Terruwe-affaire.
- Documentatie Romeinse herziening onder Paulus VI.
- L’Osservatore Romano, necrologie Willem Duynstee, 1968.
- W. Duynstee, artikelen over affectiviteit en moraalpsychologie.
- Thomas van Aquino, Summa Theologiae I–II, qq. 22–48.
- “Drie katholieke psychiaters over bevestiging”, pastoorgeudens.com.
- W.A.C. Schijns, publicaties over psychiatrie en spiritualiteit.
- C.W. Baars, Born Only Once, New York 1971.