Katholieke psychologie als mensbeeld
Antropologie, affectiviteit en bevestiging in de lijn Duynstee – Terruwe – Baars – Schijns – Stockman – Geudens
Inleiding
Katholieke psychologie is geen ideologie en ook geen afzonderlijke therapeutische school naast bestaande psychologische stromingen. Zij duidt een mensbeeld aan dat expliciet gedragen wordt door de christelijke antropologie en dat richtinggevend is voor psychologisch denken, diagnostiek en begeleiding. Het uitgangspunt is dat de mens persoon is: een ondeelbare eenheid van lichaam, psyche en geestelijke ziel, geschapen om in waarheid, vrijheid en liefde te leven.¹
Vanuit dit perspectief weigert katholieke psychologie de mens te reduceren tot louter driftstructuren, gedragsmatige conditionering of neurobiologische processen. Menselijk functioneren wordt begrepen als wezenlijk relationeel: affectiviteit, verlangen, morele verantwoordelijkheid en innerlijke vrijheid zijn geen bijproducten, maar constitutieve dimensies van het persoon-zijn.² Klassieke wijsheidstradities, in het bijzonder de thomistische antropologie, worden daarom niet als achterhaald beschouwd, maar als een noodzakelijke hermeneutische sleutel om moderne psychologische inzichten te ordenen en te verdiepen.
Binnen de Nederlandse en internationale context heeft zich langs deze lijnen een herkenbare traditie ontwikkeld, die niet uit één handboek of school is voortgekomen, maar uit een opeenvolging van denkers en clinici die elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid het psychologisch mensbeeld van de Kerk hebben verdedigd, uitgewerkt en toegepast.
Willem Duynstee – antropologische grondslag
De oorsprong van deze traditie ligt bij Willem Duynstee (1886–1968). Reeds in het begin van de twintigste eeuw ontwikkelde hij, vanuit een uitgesproken thomistisch kader, een analyse van psychisch lijden waarin innerlijke oordeelsvorming, affectiviteit en vrijheid centraal stonden. Duynstee liet zien dat verstoorde innerlijke overtuigingen niet enkel morele gevolgen hebben, maar diep kunnen ingrijpen in het emotionele en psychische leven van de mens.³
Zijn motivatie lag in de overtuiging dat een psychologie die de mens losmaakt van zijn morele en spirituele vermogens onvermijdelijk tekortschiet. Voor Duynstee moest psychologie recht doen aan de waarheid over de mens als redelijk en relationeel wezen. Daarmee bood hij een alternatief voor opkomende reductionistische verklaringsmodellen en legde hij het fundament voor een katholiek psychologisch denken dat trouw wilde blijven aan zowel wetenschap als antropologische waarheid.
Anna Terruwe – affectiviteit en bevestiging
Op dit fundament bouwde Anna Terruwe (1911–2004) verder. Zij werkte Duynstees inzichten klinisch en psychologisch uit en gaf een beslissende plaats aan affectiviteit. Terruwe toonde aan dat veel psychisch lijden niet primair voortkomt uit verdrongen driften, maar uit een tekort aan bevestiging: het niet ervaren dat men als persoon mag bestaan, goed is en bemind kan worden.⁴
Haar bevestigingsleer is geen sentimentalisme, maar een zorgvuldig doordachte theorie van affectieve erkenning, waarin liefde wordt verstaan als een objectieve menselijke behoefte. Terruwe werd gemotiveerd door de overtuiging dat genezing alleen mogelijk is wanneer de persoon niet wordt benaderd als probleem, maar als iemand die relationeel gewond is geraakt. Daarmee herwaardeerde zij affectiviteit als een gezondmakende kracht en corrigeerde zij zowel moralistische als psychologiserende eenzijdigheden.
Conrad Baars – klinische verdieping en verspreiding
Conrad Baars (1919–1981) bracht deze inzichten in een internationale context. In nauwe samenwerking met Terruwe werkte hij de theorie van emotionele deprivatie verder uit binnen de psychiatrische praktijk. Baars benadrukte dat psychische stoornissen vaak voortkomen uit een fundamenteel tekort aan ervaren liefde en dat herstel begint waar de persoon opnieuw relationeel wordt aangesproken.⁵
Zijn motivatie was tweeledig: enerzijds wilde hij aantonen dat katholieke antropologie klinisch relevant is, anderzijds zocht hij een taal waarmee deze inzichten ook buiten een strikt kerkelijke context verstaan konden worden. Zo werd katholieke psychologie zichtbaar als een humane en wetenschappelijk verantwoorde benadering, zonder haar antropologische wortels te verloochenen.
Harrie Schijns – integratie en onderscheiding
In Nederland werd deze lijn voortgezet door Harrie Schijns, die de inzichten van Terruwe en Baars integreerde in de psychiatrische en pastorale praktijk. Schijns benadrukte consequent het belang van onderscheid: psychologische begeleiding, spirituele begeleiding en sacramenteel leven dienen elkaar niet te vervangen, maar ordelijk op elkaar betrokken te zijn.⁶
Zijn motivatie lag in het beschermen van zowel de autonomie van de psychologie als de eigen aard van de zielzorg. Door deze onderscheiden samenhang mogelijk te maken, droeg hij bij aan een volwassen katholieke benadering van psychisch lijden, waarin de persoon in zijn totaliteit serieus wordt genomen zonder niveaus te vermengen.
René Stockman – zorg, barmhartigheid en menswaardigheid
Een bredere institutionele en ethische uitwerking van katholieke psychologie vinden we bij René Stockman, vooral in zijn betrokkenheid bij de zorgtraditie van de Broeders van Liefde (België). Stockman benadrukt dat liefde en barmhartigheid geen vage gevoelens zijn, maar dragende houdingen die zorg, therapie en begeleiding structureren.⁷
Zijn motivatie is geworteld in de overtuiging dat menswaardigheid geen abstract begrip is, maar concreet gestalte krijgt in nabijheid, trouw en bevestiging van kwetsbare mensen. Daarmee vormt zijn werk een brug tussen klinische zorg, ethiek en evangelische inspiratie.
Jack Geudens – bevestiging onder het teken van het kruis
In het werk van Jack Geudens wordt deze traditie expliciet verbonden met kruistheologie. Bevestiging wordt hier niet losgemaakt van lijden, maar verdiept: de mens blijft bevestigbaar, ook waar kwetsbaarheid, falen en onmacht zichtbaar worden.⁸
De motivatie van deze benadering ligt in het geloof dat waarheid en liefde hun diepste verbondenheid vinden onder het teken van het kruis. Psychologische begeleiding wordt daarom niet gedragen door streven naar succes of zelfverwerkelijking, maar door het geduldig uithouden van de waarheid binnen een betrouwbare en dragende relatie. Juist daar kan genezing groeien, zonder de werkelijkheid te ontkennen, maar door haar in liefde te dragen.
Slotbeschouwing
De katholieke psychologie vormt geen gesloten systeem, maar een levende traditie. Van Duynstee tot heden loopt een herkenbare lijn waarin antropologie, affectiviteit, vrijheid en relatie centraal staan. Deze traditie verdedigt de mens tegen reductie, herwaardeert liefde als genezende kracht en bewaart het onderscheid én de samenhang tussen psychologie, spiritualiteit en theologie. Juist daarin ligt haar blijvende betekenis.
Voetnoten
J. Geudens, Bevestiging onder het teken van het kruis, interne manuscripten en lezingen.
Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q.75–76.
Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes, nr. 12–17.
W. Duynstee, De structuur van het menselijk handelen, Nijmegen 1939.
A. Terruwe, Psychotherapie en liefde, Utrecht 1965.
C.W. Baars & A. Terruwe, Healing the Unaffirmed, New York 1979.
W.A.C. Schijns, “De spirituele dimensie in diagnostiek en behandeling”, Tijdschrift voor Psychiatrie 50 (2008).
R. Stockman, Liefde als antwoord, Gent 2010.
door pastoor Geudens, Smakt, 7 februari 2026