Liefde en barmhartigheid als weg van de bevestiging – René Stockman

Standaard

Inleiding

In zijn bijdrage “Liefde en barmhartigheid als weg van de bevestiging” in Bevestiging, erfdeel en opdracht (Damon, Budel 2004, 396–415) biedt René Stockman een theologisch-antropologische interpretatie van de bevestigingsleer van Anna Terruwe. Hij positioneert haar werk niet primair als een psychotherapeutische methode, maar als een mens- en menslievende weg waarin affectieve erkenning, liefde en barmhartigheid constitutief zijn voor persoonlijke groei, genezing en morele verantwoordelijkheid.¹


1. Bevestiging als antropologische grondhouding

Stockman benadrukt dat “bevestiging” bij Terruwe geen techniek of interventie is, maar een existentiële houding. Zij raakt aan de kern van de menselijke persoon: de ervaring dat men mag bestaan en goed is omwille van zichzelf, voorafgaand aan prestatie of morele verdienste.²
Deze bevestiging voltrekt zich niet op cognitief niveau, maar in de affectieve sfeer van de interpersoonlijke relatie. Waar deze erkenning ontbreekt, ontstaat volgens Terruwe een fundamentele frustratie die kan uitmonden in neurotische en relationele verstoringen.³


2. Liefde als bevestigende daad

Liefde wordt door Stockman gelezen in een klassiek personalistisch-thomistisch kader: niet als sentiment, maar als actus voluntatis — het willen van het goede voor de ander.⁴ Liefde bevestigt de ander in zijn waardigheid doordat zij:

  • de concrete persoon ziet zoals hij is,
  • hem niet reduceert tot functie of tekort,
  • ruimte schept voor vrijheid en groei.

Bevestiging is daarmee niet gelijk aan instemming of toegeeflijkheid. Integendeel, zij maakt waarheid en verantwoordelijkheid mogelijk, omdat de persoon zich gedragen weet.⁵


3. Barmhartigheid als afdaling in kwetsbaarheid

Barmhartigheid verschijnt bij Stockman als de incarnerende vorm van liefde: liefde die afdaalt naar lijden, schuld en gebrokenheid. In deze lijn sluit hij aan bij een bijbels-theologische traditie waarin barmhartigheid niet tegenover waarheid staat, maar haar drager is.⁶
Barmhartigheid:

  • erkent de realiteit van het tekort,
  • blijft nabij zonder te vernederen,
  • opent een weg naar herstel zonder moralisme.

Zo wordt zij een beslissende voorwaarde voor genezing, zowel psychisch als spiritueel.


4. Therapeutische implicaties

In therapeutische contexten betekent dit dat genezing niet primair voortkomt uit interpretatie of correctie, maar uit een relationeel klimaat van bevestiging. De therapeutische relatie fungeert als oefenruimte waarin de patiënt ervaart dat hij:

  • niet wordt afgewezen om zijn symptomen,
  • niet wordt gereduceerd tot diagnose,
  • opnieuw vertrouwen kan ontwikkelen in zichzelf en anderen.⁷

Deze visie sluit aan bij Terruwe’s kritiek op louter technisch-instrumentele therapievormen en haar pleidooi voor een affectief realistische benadering van de persoon.⁸


5. Correctie, begrenzing en morele vorming

Stockman benadrukt expliciet dat bevestiging geen moreel relativisme impliceert. Liefde kan en moet soms corrigerend optreden. Het verschil met moraliserende benaderingen is echter dat correctie hier plaatsvindt binnen een dragende relatie.
Zo bewaart Stockman de klassieke spanning tussen:

  • waarheid zonder hardheid,
  • barmhartigheid zonder vrijblijvendheid.⁹

Dit maakt bevestiging relevant voor morele opvoeding, pastoraat en gemeenschapsvorming.


6. Kerkelijk-pastorale consequenties

Op ecclesiologisch niveau stelt Stockman dat de Kerk haar geloofwaardigheid verliest wanneer zij waarheid losmaakt van barmhartigheid. In pastoraat, biecht en geestelijke begeleiding wordt de Kerk pas werkelijk “teken van heil” waar zij bevestigende nabijheid belichaamt.¹⁰
Bevestiging vraagt hier:

  • luisteren dat niet reduceert,
  • spreken dat niet veroordeelt maar uitnodigt,
  • begeleiding die vrijheid respecteert.

7. Cultuurkritische dimensie

Ten slotte leest Stockman Terruwe cultuurkritisch. In een samenleving die sterk inzet op zelfbevestiging via prestatie, status en autonomie, raakt de fundamentele behoefte aan relationele bevestiging ondergesneeuwd. Liefde en barmhartigheid functioneren daarom als kritisch alternatief voor een utilitaristische mensvisie.¹¹


Conclusie

René Stockman begrijpt Anna Terruwe als denker van een relationele antropologie, waarin bevestiging de vrucht is van liefde en barmhartigheid. Niet techniek, maar houding; niet controle, maar nabijheid; niet oordeel, maar waarheid-in-liefde vormen de weg waarop mens-wording mogelijk wordt. Daarmee overstijgt haar visie het therapeutische domein en krijgt zij betekenis voor ethiek, pastoraat en cultuur.


Voetnoten

  1. R. Stockman, Liefde en barmhartigheid als weg van de bevestiging, in: Bevestiging, erfdeel en opdracht, Damon, Budel 2004, 396–415.
  2. A. Terruwe, De bevestiging, Nijmegen 1968.
  3. A. Terruwe, De frustratieneurose, Nijmegen 1962.
  4. Thomas van Aquino, Summa Theologiae I-II, q. 26, a. 4.
  5. C.W. Baars & A. Terruwe, Psychic Wholeness and Healing, New York 1979.
  6. Vgl. Luc. 10,33–35; H. Paus Johannes Paulus II, Dives in Misericordia (1980).
  7. C.W. Baars, “The Role of the Church in the Causation, Treatment and Prevention of the Crisis in the Priesthood,” The Linacre Quarterly 39 (1972).
  8. A. Terruwe, “Affectiviteit en genezing,” diverse lezingen en artikelen.
  9. R. Stockman, a.w., 408–412.
  10. Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes, nr. 22.
  11. R. Stockman, a.w., 413–415.