Pro-life onder het Kruis
Een personalistische verdediging vanuit Duynstee – Terruwe – Baars – Schijns – Stockman – Geudens
Inleiding – Pro-life voorbij het debat
Het pro-life-vraagstuk laat zich niet adequaat benaderen als louter ethisch of politiek conflict. Waar het leven zelf wordt gereduceerd tot keuze, functie of draaglast, wordt de menselijke persoon ontkend vóórdat de morele discussie begint. Een theologisch verantwoorde verdediging van pro-life moet daarom dieper reiken: naar de antropologische, affectieve en spirituele voorwaarden waaronder leven als menswaardig kan verschijnen — ook wanneer het ongewenst, beschadigd of lijdend is.
De hier gepresenteerde lijn — Duynstee, Terruwe, Baars, Schijns, Stockman en Geudens — vormt geen school, maar een continuüm van inzicht waarin de menselijke persoon wordt verstaan als relationeel, gewond en toch aanspreekbaar, gedragen binnen de spanning van natuur, vrijheid en genade. Deze lijn vindt haar ultieme samenhang in het Kruis, niet als metafoor, maar als actuele werkelijkheid: Christus lijdt door de tijd heen, existentieel en werkelijk, in elk gekruisigd leven.
1. De persoon vóór de keuze – Duynstee
Bij Willem Duynstee ligt het onopgeefbare fundament. Tegenover juridisch positivisme en functioneel mensbeeld herneemt hij de persoon als drager van innerlijk gezag. Waardigheid is geen resultaat van erkenning, maar haar voorwaarde. Zij gaat vooraf aan autonomie, bewustzijn en maatschappelijke erkenning.
Theologisch is dit beslissend voor pro-life: het ongeboren, zieke of stervende kind is niet waardig omdat het later iets zal worden, maar omdat het reeds persoon is. Elke poging om leven te wegen naar kwaliteit, perspectief of draagkracht verlaat het morele universum vóórdat de discussie begint. Duynstee ontneemt zo de legitimiteit aan elke uitsluitingslogica die abortus rechtvaardigt.
2. Bevestiging als eerste morele daad – Terruwe
Anna Terruwe vertaalt dit antropologisch inzicht naar het concrete menselijk bestaan. Haar bevestigingsleer toont dat de morele orde slechts kan worden geïnternaliseerd wanneer het zijn zelf bevestigd is. Waar deze bevestiging ontbreekt, ontstaat geen vrijheid maar angst.
In pro-life-contexten is dit cruciaal: veel vrouwen die hun zwangerschap niet kunnen dragen, leven zelf in een geschiedenis van affectieve ontkenning. Terruwe maakt zichtbaar dat abortus zelden voortkomt uit vrijheid, maar uit existentiële ontheemding. Zij verdedigt het leven door te laten zien dat het probleem niet te veel moraal is, maar te weinig bevestiging — van moeder én kind. Daarmee corrigeert zij zowel moreel rigorisme als permissieve banaliteit.
3. De waarheid van de wonde – Baars
Bij Conrad Baars wordt deze analyse radicaal. Zijn beschrijving van emotional deprivation disorder legt bloot hoe structurele onbevestigdheid het vermogen tot liefhebben beschadigt. Abortus verschijnt hier niet als oplossing, maar als verergering van innerlijke amputatie.
Baars’ theologische betekenis ligt in zijn correctie van spiritualiserende dwang: genade kan slechts genezend werken waar de natuur niet structureel ontkend wordt. Post-abortus-lijden is daarom geen randverschijnsel, maar een getuigenis van de waarheid dat ontkend leven niet verdwijnt, maar zich inschrijft in het innerlijk. Pro-life is hier verdediging van de menselijke ziel tegen verdere verarming.
4. Onderscheiding als barmhartigheid – Schijns
Harrie Schijns bewaart de noodzakelijke orde. Hij weigert zowel psychologisering van schuld als spiritualisering van trauma. Psychiatrie, zielzorg en sacrament hebben elk een eigen competentie — en precies daardoor kunnen zij elkaar dienen.
In pro-life-vraagstukken voorkomt deze onderscheiding dat het lijdende kind, de moeder of de priester middel wordt in een ideologisch verhaal. Schijns verdedigt het leven door trouw te blijven aan de werkelijkheid, ook wanneer die niet oplosbaar is. Waar men alles wil verklaren of oplossen, verdwijnt de persoon; waar men onderscheid bewaart, kan zij blijven bestaan.
5. Menswaardigheid in structuren – Stockman
Broeder René Stockman vertaalt deze visie naar institutioneel niveau. In zorg, pedagogiek en beleid bewaart hij het personalistische ethos tegen de druk van efficiëntie en autonomie-fetisjisme. Zijn inzet toont dat pro-life niet kan overleven zonder structuren die kwetsbaarheid dragen.
Hier wordt duidelijk dat verdediging van leven meer vraagt dan overtuiging: zij vraagt duurzame praktijken waarin het zwakke leven niet wordt geselecteerd, maar beschermd. Pro-life wordt zo dagelijkse trouw, niet morele leus.
6. Het Kruis als laatste criterium – Geudens
Bij Jack Geudens komt deze lijn tot expliciete theologische eenheid. Het Kruis-criterium onthult dat Christus niet alleen historisch geleden heeft, maar nu lijdt, door de tijd heen, in elk gekruisigd leven. Elk gestorven of lijdend kind is daarom geen mislukking van de schepping, maar een plaats van actuele tegenwoordigheid.
Hier wordt pro-life radicaal: zelfs waar genezing onmogelijk is, blijft de persoon beminbaar; zelfs waar het leven sterft, blijft het menswaardig genoeg om niet losgelaten te worden. Het Kruis corrigeert zowel hard moreel oordeel als zachte ontkenning: bevestiging wordt hier niet sentimentaliteit, maar deelname aan Gods blijvende keuze voor het kwetsbare leven.
Conclusie – Pro-life als vorm van trouw
In deze personalistische lijn is pro-life geen ideologie, maar een vorm van trouw aan de lijdende Christus.
Niet omdat het leven altijd gered kan worden,
maar omdat het nooit opgegeven mag worden.
Van Duynstee tot Geudens wordt zichtbaar:
de mens kan slechts vrij worden wanneer hij eerst bevestigd is;
en bevestiging wordt pas volledig waar,
wanneer zij standhoudt onder het Kruis.
Door pastoor Geudens
Jack Geudens is rooms-katholiek priester en arbeidstherapeut. Vanuit een thomistisch gevormde antropologie en jarenlange pastorale praktijk werkt hij op het snijvlak van theologie, psychologie en zielzorg. Als beelddenker zoekt hij naar woorden die recht doen aan de concrete mens in zijn kwetsbaarheid. Als beginnend schrijver schrijft hij niet vanuit afstand, maar vanuit nabijheid: luisterend, onderscheiden, en onder het criterium van het Kruis.