Respect en welkom voor elk kind

Standaard

Respect en welkom voor elk kind

Een theologische verantwoording vanuit het Kruis van Christus

Pastoor Jack Geudens, Smakt, 20-02-2026


1. Persoonlijke inzet: geen thema, maar roeping

Wanneer ik opkom voor het ongeboren leven, doe ik dat niet vanuit ideologie, politieke strijd of morele verontwaardiging. Ik doe het als priester van de Rooms-Katholieke Kerk, geplaatst onder het Kruis van Jezus Christus.

In mijn theologische arbeid rond het kruis-criterium heb ik geleerd: het Kruis openbaart niet alleen wie God is, maar ook wie de mens is. In de zelfgave van Christus wordt zichtbaar dat menselijke waardigheid niet afhangt van kracht, autonomie of gewenstheid, maar van ontvangen zijn in liefde.

Vanuit die overtuiging kan ik niet anders dan opkomen voor het kind dat nog geen stem heeft.


2. Het kruis als criterium van menselijke waardigheid

Het Kruis is in de christelijke traditie geen symbool van mislukking, maar van geopenbaarde liefde. In de gekruisigde Christus zien wij:

  • een God die zich solidair maakt met kwetsbaarheid;
  • een waardigheid die niet vernietigd wordt door zwakheid;
  • een leven dat niet wordt gemeten aan nut of functionaliteit.

Daar ligt de kern van mijn pro-life overtuiging.

Wanneer menselijke waardigheid ontologisch is – geworteld in het geschapen zijn naar Gods beeld – dan is zij aanwezig vanaf het eerste begin van het menselijk bestaan. Niet omdat het kind al kan denken, spreken of kiezen, maar omdat het – in bestaan gekomen – is.

De waardigheid van het ongeboren kind berust niet op prestatie, maar op zijnsorde.

Het kruis-criterium bewaart ons tegen een cultuur waarin alleen het autonome, het sterke en het gewenste bestaansrecht heeft. Onder het Kruis wordt juist de weerloze drager van oneindige waarde.


3. Participatio – het ongeboren kind als medemens

In een eerdere theologische reflectie (zie doravisser.org) heb ik gesproken over participatio, configuratio en conformitas. Deze structuur helpt mij ook hier.

Participatio betekent: deelhebben aan Christus.

Ieder mens is geroepen tot gemeenschap met God. Het ongeboren kind is geen “mogelijkheid”, maar reeds een concrete persoon in wording, gedragen in Gods scheppende liefde.

Wanneer Paulus spreekt over het Lichaam van Christus, wordt geen enkele gedoopte – en in bredere zin geen enkel menselijk bestaan – buiten de horizon van Gods roeping geplaatst. Het ongeboren kind staat niet buiten de heilsgeschiedenis.

Het is geen biologisch incident, maar een geroepen bestaan.


4. Configuratio – de vorm van een cultuur

De vraag die mij als priester raakt is niet alleen: “Is dit moreel toegestaan?” maar dieper:

Welke vorm krijgt onze cultuur wanneer het ongeboren leven niet vanzelfsprekend welkom is?

Configuratio gaat over vormwording. Een samenleving wordt gevormd door wat zij beschermt en wat zij prijsgeeft.

Wanneer wij het meest kwetsbare leven niet onvoorwaardelijk beschermen, verschuift onmerkbaar het criterium van waardigheid:

  • van zijn → naar functioneren;
  • van ontvangen → naar plannen;
  • van gave → naar keuze.

Maar het kruis leert mij dat ware menselijkheid juist zichtbaar wordt waar het leven ontvangen wordt als gave, ook wanneer het kwetsbaar, onverwacht of zwaar is.

Dat betekent niet dat ik de nood van vrouwen en gezinnen bagatelliseer. Integendeel. Het kruis confronteert ons met het lijden – maar het antwoord van het Evangelie is nooit eliminatie van de kwetsbare, maar nabijheid, ondersteuning en barmhartigheid.


5. Conformitas – niet mijn wil, maar de uwe

Conformitas is wilsovereenstemming met Christus.

In Getsemane bidt Jezus: “Niet mijn wil, maar de uwe geschiede.” Dat gebed leert mij dat menselijke vrijheid niet absoluut is, maar relationeel: gericht op het goede dat ons voorafgaat.

De Rooms-Katholieke Kerk leert consequent dat het menselijk leven vanaf de conceptie beschermd moet worden. Niet uit hardheid, maar uit trouw aan de waarheid over de mens.

Als priester sta ik onder dat leergezag. Mijn stem is geen privé-mening, maar participatie in een ecclesiale overtuiging die geworteld is in:

  • de waardigheid van de persoon als beeld van God;
  • de menswording van de Zoon;
  • het kruis als ultieme bevestiging van kwetsbaar leven.

Wanneer ik opkom voor het ongeboren kind, doe ik dat in gehoorzaamheid aan Christus en in verbondenheid met de Kerk.


6. Maria: icoon van welkom

De mariologie van de Kerk verdiept dit perspectief.

Maria’s fiat – “Mij geschiede naar uw woord” – is het grote welkom van de heilsgeschiedenis. Zij ontvangt een leven dat niet gepland is volgens menselijke maatstaven. Haar moederschap begint in kwetsbaarheid en onzekerheid.

In haar zien wij dat het ontvangen van nieuw leven geen romantisch ideaal is, maar een daad van vertrouwen.

Daarom pleit ik niet alleen tegen abortus, maar vóór een cultuur van welkom:

  • welkom in gezinnen;
  • welkom in parochies;
  • welkom in maatschappelijke structuren;
  • welkom ook wanneer omstandigheden zwaar zijn.

Pro-life is geen veroordeling van vrouwen, maar een pleidooi voor een gemeenschap die niemand alleen laat.


7. Respect en barmhartigheid

Mijn inzet voor het ongeboren leven betekent niet dat ik geen mededogen heb met wie een abortus heeft ondergaan. Integendeel.

Onder het Kruis staat ook Maria, en naast haar de gewonde mensheid. Christus veroordeelt niet, maar nodigt uit tot verzoening.

De Kerk kent pastorale wegen van genezing en vergeving. Wie gebroken is door een abortuservaring, staat niet buiten Gods barmhartigheid.

Het Evangelie is tegelijk waarheid en genade.


8. Waarom ik spreek

Ik spreek omdat het ongeboren kind niet kan spreken.
Ik spreek omdat het kruis mij leert dat juist de weerloze oneindige waarde heeft.
Ik spreek omdat ik geloof dat geluk niet groeit uit uitsluiting van kwetsbaar leven, maar uit liefdevolle ontvangst ervan.

Het bestaansrecht van het ongeboren kind is geen bijkomend moreel detail. Het raakt aan de kern van wat wij onder menselijkheid verstaan.

Als wij onder het Kruis leren kijken, zien wij:

  • dat elk leven gewild is door God;
  • dat geluk nooit gebouwd kan worden op het ontzeggen van bestaansrecht;
  • dat ware vrijheid samenvalt met liefde voor het zwakke.

Slotwoord

Mijn verantwoording als pro-life priester is eenvoudig en tegelijk radicaal:

In de liefde van Jezus Christus is geen enkel mensenleven overbodig.

Het ongeboren kind is geen probleem dat moet worden opgelost, maar een persoon die moet worden verwelkomd.

Het kruis is geen herinnering aan lijden alleen.
Het is het blijvende criterium van liefde.

En daarom kom ik op voor het leven.