Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 4)

Standaard

H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 4)

Onze meditaties over de Eucharistie willen we beëindigen met een volkse en tevens diepzinnige voorstelling: als vijf ruimten, die we betreden gedurende een Eucharistieviering. Het is een meditatie van de vooraanstaande, creatieve, Kroatische theoloog Tomislav Ivancic (1).

Het kan voor sommigen een al te materialistische, of zelfs vulgaire voorstelling lijken van wat voor ons het heiligste is. Hij wil echter mensen bereiken die niet door een mystieke of mystagogische taal geraakt worden, maar wel door de voorstelling van heel gewone dagelijkse beelden om hen uit te nodigen achter het menselijke gebeuren de diepere goddelijke werkelijkheid te ontdekken.

Inkomhal

Het begin van de Eucharistie is als het betreden van de inkomhal, waar men zijn regenjas aflegt en zich klaar maakt. We leggen onze oude mens af om ons te bekleden met de nieuwe mens. Dit doen we door nederig onze zonden te bekennen, anderen vergiffenis te schenken en zelf vergeving te ontvangen:

“Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen dat ik gezondigd heb…”.

Bijzonder zinvol hierbij is ook de besprenkeling met wijwater (wat in de Latijnse ritus – Novum Ordo – voorzien is in het begin van de Eucharistie, al wordt dit in de praktijk weinig gedaan). Dit wijwater herinnert aan ons doopsel, waardoor wij met Christus gestorven zijn aan onze oude mens om door Hem en zijn Geest vervuld te worden.

Deze openingsritus vervangt niet het sacrament van de verzoening, waardoor we vergeving kunnen krijgen voor grotere zonden. Het is wel een verzoeningsdienst waarin we vergeving krijgen voor onze dagelijkse zonden. Ze wordt besloten met het openingsgebed van de dag.

De audiëntiezaal

In een audiëntie worden boodschappen gegeven die daarna beantwoord worden. Plechtig wordt het Woord Gods verkondigd, eerst uit het Oude Testament, en daarna uit het Evangelie. Oud en Nieuw Testament vormen een eenheid.

In het Oude Testament is het Nieuwe Testament verborgen aanwezig en het Nieuwe Testament brengt het Oude tot algehele vervulling. Omdat we Jezus zelf horen spreken in het Evangelie staan we uit eerbied recht.

De homilie toont de actualiteit van dit Woord Gods voor ons leven, hier en nu. Ze spoort ons aan om Jezus’ Woord daadwerkelijk in praktijk te brengen en te beleven. Hierop antwoorden we met onze geloofsbelijdenis (op zon- en feestdagen). Het is als het ware ons ”amen”, dat wil zeggen: “in dit geloof zijn we opgevoed, naar dit geloof willen we leven!”

We eindigen met de voorbeden. Zoals Jezus ons leerde in het Onze Vader willen we, nadat we alle voorrang gegeven hebben aan het Rijk Gods, zijn Naam en zijn Wil, vertrouwvol vragen dat Hij aan onze noden tegemoetkomt.

De bereiding van de maaltijd

Bij de wonderbare spijziging van 5000 mannen vroeg Jezus aan zijn apostelen: “Hoeveel broden hebt ge?” (Marcus 6, 38). Ze hadden slechts vijf broden en twee vissen, zoveel als niets voor zulk een massa mensen. En het is deze menselijke nietigheid die Jezus zal omvormen tot overvloedig voedsel.

De zaal van deze “offerande” nodigt ons uit, alles aan Hem te geven. Het brood en de wijn vertegenwoordigen heel de schepping en heel ons leven, lijden en sterven. Het vertegenwoordigt onze verwachting en ontgoocheling, kracht en zwakheid, vreugde en verdriet… Wat we niet afgeven wordt een afgod. Al wat we bewust afgeven zal Hij omvormen. Ieder lijden zal een mozaïek worden van onze verrijzenis. Deze ruimte eindigt met het gebed over de gaven.

Het heilige der heiligen

Nadat we gereinigd werden, gevormd door Gods Woord en heel ons leven aan de Verrezen Heer hebben geschonken, treden we zijn heiligdom binnen met het Grote Dankgebed.

We herinneren God aan de grote weldaden die hij eertijds verleende aan Abraham aan de profeten, apostelen, martelaren… en vooral aan Jezus. Ook vragen we God zijn liefde te blijven geven aan al onze geliefden, levenden en overledenen.

Het brood en de wijn blijven hun uiterlijke gedaanten bewaren maar worden nu het Lichaam en het Bloed van de Verrezen Heer. Zo zal de Heer ook ons en al wat wij aan Hem hebben afgestaan omvormen. Hij maakt ons tot zijn Kerk, zijn mystiek Lichaam, met zijn Geest, zijn kracht, zijn deugden.

Alles zal delen in de schittering van zijn glorie: Door Hem en met Hem en in Hem…

Aan de tafel van de Heer

Alles wat we gegeven hebben, geeft God ons nu terug, omgevormd in Jezus. Door de communie is het Jezus die ons opneemt en verheerlijkt. Het zijn niet wij die Hem opnemen in de waardigheid van onze menselijke persoon maar Hij is het die ons verheft tot de goddelijke waardigheid en kracht van zijn Verheerlijkt Leven.

Hij zendt ons nu om zijn aanwezigheid en zijn licht uit te stralen in deze wereld.

Voetnoot

(1) Tomislav Ivanvic (1938-2017) was sinds 1971 professor fundamentele theologie aan de katholieke theologische faculteit van de universiteit van Zagreb, de hoofdstad van Kroatië. In 2004 werd hij lid van de Internationale Theologische Commissie, voorgezeten door kard. J. Ratzinger en opgericht door Johannes-Paulus II. Hij was een zeer bezielde christen en werd grondlegger van de “hagiotherapie”, een methode van geestelijke hulpverlening op grond van een levendig christelijk geloof.

Hij ijverde voor een verruiming en verdieping van het mensbeeld in de huidige psychologie en psychiatrie, waarin de wezenlijke, geestelijke dimensie (naast de lichamelijke en psychische) nog steeds grotendeels ontbreekt. De heilige Paulus spreekt immers over “geest, ziel en lichaam” (1 Thessalonicenzen 5, 23). Ziel en geest zijn weliswaar niet gescheiden maar wel onderscheiden. De geest is als het ware het puntje van de ziel, waar de “inwoning Gods” is. Deze diepe “geestelijke dimensie” is nog steeds een blinde vlek in de hedendaagse psychiatrie.

De huidige voorstelling over de vijf ruimten van de Eucharistie komt uit de bundeling van 33 meditaties “Pred svetohranistem” (= Voor het tabernakel). Tomislav heeft ook in Vlaanderen gedurende enkele jaren inspirerende conferenties gegeven.


Pater Daniel, per email

Informatievoorziening 2. Een nieuwe beproeving voor de Kerk

Standaard

De bisschopswijdingen van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, de reacties vanuit de Kerk en de blijvende opdracht te werken aan eenheid in waarheid en liefde.

Op 1 juli 2026 heeft de Priesterbroederschap Sint-Pius X (SSPX) vier nieuwe bisschoppen gewijd zonder het mandaat van paus Leo XIV, wat leidde tot een excommunicatie en een stortvloed aan reacties.

Positieve reacties

Positieve reacties komen voornamelijk van de SSPX zelf, haar aanhangers en enkele bisschoppen. De SSPX zelf beschouwen de wijdingen niet als een schismatieke daad, maar als een noodzakelijke daad van trouw aan de ware Traditie van de Kerk. Ze doen een beroep op een “staat van noodzaak”: de broederschap heeft te weinig bisschoppen (slechts twee van de vier uit 1988 zijn nog in leven) om in de sacramenten te kunnen blijven voorzien voor haar groeiende gemeenschap van meer dan 700 priesters en naar schatting 150.000 tot 200.000 gelovigen wereldwijd.

Bisschop Athanasius Schneider steunt de wijdingen openlijk en ziet ze als een zegen voor de Kerk. Hij stelt dat de SSPX, net als oprichter Lefebvre in 1988, handelt uit liefde voor de paus en de Kerk en dat zij haar bisschoppen op een dag “als een brug” aan de Heilige Stoel zal aanbieden. Volgens hem is de huidige situatie een tijdelijk “geestelijk Avignon” waarin het leergezag verduisterd is en de SSPX het licht van de Traditie bewaart tot er weer een traditionele paus komt.

Negatieve reacties

De tegenreacties zijn talrijk en komen van de hoogste autoriteiten binnen de Kerk, waaronder het Vaticaan zelf, kardinalen, en talrijke lokale bisschoppen.

Het Vaticaan (Paus Leo XIV en het Dicasterie voor de Geloofsleer): Zij beschouwen de wijdingen als een “schismatieke daad“ die de eenheid van de Kerk verscheurt. Paus Leo deed een emotioneel appel (”Keer terug!”) en waarschuwde voor de gevolgen. Vervolgens verklaarde het Vaticaan dat de zes betrokken bisschoppen, alle priesters van de SSPX en alle leken die zich “formeel aan de SSPX verbinden“, automatisch geëxcommuniceerd zijn en in schisma verkeren. Ook werden de sacramenten van biecht en het huwelijk die door de SSPX worden bediend, ongeoorloofd (niet ongeldig!) verklaard.

Kardinalen Müller en Sarah, twee vooraanstaande, traditioneel gezinde kardinalen die zelf de Tridentijnse Mis genegen zijn, hebben de actie scherp veroordeeld. Kardinaal Müller stelt dat de SSPX niet “van buitenaf” tegen de Kerk kan vechten en zich moet onderwerpen aan het pauselijk gezag. Kardinaal Sarah spreekt van “diepe bezorgdheid en verdriet” en vraagt zich af hoeveel zielen er verloren gaan door deze nieuwe verdeeldheid. Hij ziet het als een verraad aan de Traditie om te vluchten in menselijke middelen.

Lokale bisschoppen wereldwijd: Vele bisschoppen, onder meer uit de Verenigde Staten, hebben hun gelovigen opgeroepen om de “schismatieke” SSPX te verlaten en “terug naar huis” te komen naar de diocesane kerken. Zij benadrukken dat de Traditional Latin Mass ook op andere, legale plaatsen beschikbaar is en dat deelnemen aan SSPX-liturgieën nu een ernstige schending van de eenheid betekent. Ze nodigen SSPX-priesters en -gelovigen uit voor een “warme terugkeer”.

Van de twee kanten blijven er reacties komen.

De Fraterniteit Saint-Vincent-Ferrier betreurt de huidige scheuring in de Kerk door de wijding van de traditionele bisschoppen maar vraagt aan de paus tegelijk dat hij op dezelfde wijze kardinalen, bisschoppen en priesters zou veroordelen die een valse morele leer aanhangen en verkondigen

Mgr. Georg Gänswein, voormalig secretaris van Benedictus XVI en nu apostolisch nuntius in de Baltische Staten zegt dat paus Benedictus XVI destijds een uitgestoken hand heeft willen reiken aan de SSPX, die zij eigenlijk geweigerd hebben, zich verhard hebben en Vaticanum II nog heftiger hebben afgewezen, terwijl Mgr. M. Lefebvre het conciliedocument over de liturgie Sacrosanctum concilium zelf getekend heeft:

In dezelfde zin spreekt Mgr. Guido Pozzo, de laatste secretaris van de pauselijke commissie Ecclesia Dei (2009-2018). De doctrinele verklaring vanwege de Congregatie van het Geloof, besproken door de twee partijen, werd in 2018 door de nieuwe overste van de FSSPX, Davide Pagliarani verworpen.

Een kans

De huidige verdeeldheid in de Kerk is een drama maar ook een kans om tot een hernieuwde, gezuiverde eenheid te komen. Laten we daarvoor bidden en ijveren.

Pater Daniel, per email ontvangen

Informatievoorziening 1 – De Traditie en een tijd van beproeving

Standaard

Christus blijft zijn Kerk leiden

De gebeurtenissen van 1 en 2 juli hebben velen die de katholieke Traditie liefhebben diep geraakt. In Ecône werden vier nieuwe bisschoppen gewijd zonder pauselijk mandaat. Een dag later volgden vanuit Rome de aangekondigde excommunicaties. Voor veel gelovigen roept dit verdriet, verwarring en bezorgdheid op. Toch is het juist nu belangrijk om de diepere vragen onder ogen te zien die aan deze gebeurtenissen ten grondslag liggen.

Voor de Priesterlijke Broederschap Sint Pius X zijn de bisschopswijdingen geen daad van opstand, maar een daad van verantwoordelijkheid. De Broederschap heeft steeds volgehouden dat zij geen parallelle Kerk wil vormen en evenmin het pauselijk gezag verwerpt. Integendeel, zij belijdt het katholieke geloof, bidt voor de paus en erkent zijn ambt als opvolger van Petrus. De reden voor de wijdingen higt volgens haar in een uitzonderlijke noodsituatie binnen de Kerk, waarin het behoud van het katholieke geloof en de sacramenten bijzondere maatregelen noodzakelijk maakt.

In zijn preek tijdens de wijdingen maakte de algemene overste duidelijk dat de kern van het conflict niet ligt in de vraag of men vóór of tegen de paus is. De werkelijke vraag is hoe het onveranderlijke geloof van de Kerk bewaard en doorgegeven kan worden. De Broederschap ziet zichzelf niet als iemand die buiten de Kerk staat, maar juist als een gemeenschap die zich vastklampt aan het geloof dat de Kerk altijd heeft geleerd.

Die overtuiging wordt gedeeld door bisschop Athanasius Schneider. Hij wijst erop dat het Tweede Vaticaans Concilie zichzelf uitdrukkelijk presenteerde als een pastoraal concilie en geen nieuwe onfeilbare dogma’s heeft afgekondigd. Daarom is het volgens hem legitiem om bepaalde teksten kritisch te bespreken wanneer zij moeilijk te verenigen lijken met eerdere uitspraken van het kerkelijk leergezag.

Volgens Schneider draait het debat daarom niet in de eerste plaats om gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid, maar om de vraag of bepaalde ontwikkelingen sinds Vaticanum II volledig overeenstemmen met de eeuwenoude katholieke Traditie. Hij noemt daarbij onderwerpen als godsdienstvrijheid, oecumene, interreligieuze dialoog, bisschoppelijke collegialiteit en de liturgische hervormingen. Deze vragen verdienen volgens hem een eerlijke theologische bespreking en mogen niet eenvoudig worden afgedaan als een kwestie van discipline.

Ook bekritiseert Schneider een visie waarin iedere pauselijke beslissing automatisch als onaantastbaar wordt beschouwd. De katholieke traditie heeft altijd onderscheiden tussen het onfeilbare leergezag en bestuurlijke of pastorale beslissingen. Kerkelijke wetten zijn er ten dienste van de redding van de zielen. Wanneer een uitzonderlijke crisis ontstaat, kan volgens hem een uitzonderlijke reactie noodzakelijk zijn. Vanuit dat perspectief ziet hij een bisschopswijding zonder pauselijk mandaat niet automatisch als een schismatische daad.

Juist daarom waarschuwde Schneider vooraf voor nieuwe excommunicaties. Volgens hem zouden deze de werkelijke problemen niet oplossen, maar de verdeeldheid verdiepen. Hij pleitte ervoor de bisschopswijdingen toe te staan en het theologische gesprek voort te zetten. Zijn overtuiging is dat de geschiedenis dergelijke sancties later waarschijnlijk als een vergissing zal beoordelen.

Voor veel traditionele katholieken ligt hierin een belangrijke bemoediging. De vragen die de Broederschap stelt, worden niet uitsluitend door haarzelf gesteld. Ook bisschoppen, theologen en gelovigen binnen de Kerk vragen aandacht voor de continuïteit van de katholieke leer, de eerbied voor de traditionele liturgie en de noodzaak van een heldere geloofsverkondiging in een tijd van relativisme.

Dit vraagt van de gelovigen geen bitterheid of vijandigheid, maar juist een grotere liefde voor de Kerk. Liefde voor de Kerk betekent immers niet dat men moeilijkheden ontkent, maar dat men haar trouw blijft dienen, ook wanneer dit offers vraagt. De geschiedenis van de Kerk laat zien dat tijden van crisis vaker zijn voorgekomen. Juist dan hebben heiligen het geloof bewaard door trouw te blijven aan Christus, aan de apostolische overlevering en aan de Heilige Mis.

Daarom hoeft deze nieuwe beproeving geen reden tot moedeloosheid te zijn. Zij kan juist een oproep zijn om dieper geworteld te raken in het geloof van alle tijden, het gebed te verdiepen, de sacramenten met eerbied te ontvangen en met vertrouwen vast te houden aan de schat die de Kerk gedurende tweeduizend jaar heeft bewaard.

De uiteindelijke hoop van de katholiek rust immers niet op menselijke strategieën of kerkelijke maatregelen, maar op de belofte van Christus zelf: “Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld.” Vanuit dat vertrouwen mogen gelovigen de Kerk blijven liefhebben, voor haar bidden en met nederigheid én standvastigheid vasthouden aan de katholieke Traditie.

Bronnen