Humanistische psychologie, een wereldbeweging, populair maar eenzijdig!

Standaard

Nieuwsbrief Pater Daniel XVII.40, vrijdag 30 september 2022

De sympathie voor homoseksualiteit blijkt in het westen nog steeds toe te nemen, niet alleen in de maatschappij maar ook in de Kerk. We zijn ver verwijderd van openbare bestraffingen van dergelijk gedrag en dat is maar goed ook. Eerder wordt dit nu openlijk aangemoedigd. Wee hen die dit niet toejuichen! En dit andere uiterste is eveneens een gevaarlijk eenzijdigheid. De recente beslissing van de Vlaamse bisschoppen omtrent een inzegening van homoseksuele relaties en het contactpunt “homoseksualiteit en geloof” kan op heel wat nationale en internationale media-aandacht rekenen. Afgezien van enkele scherpe reacties, zijn de meeste commentaren lovend. Het zou de Kerk dichter bij de moderne tijd brengen en eindelijk meer populair maken.

Om ons niet blind te staren op de huidige ontwikkeling, maak ik een vergelijking met een bijzonder populaire wereldbeweging van ruim een halve eeuw geleden, nl de humanistische psychologie. De leiders van toen waren geen bisschoppen of enkele uitschieters van kardinalen maar leken, die evenwel het gezag van hogepriesters genoten. De Amerikaanse psycholoog van de humanistische “niet-directieve” methode Carl Rogers (+1987), de profeet van de ‘zelfontplooiing’ Abraham Maslov (+ 1970), de marxist Eric Fromm (+ 1980) en de wereldberoemde kinderarts Benjamin Spock (+ 1998). De nadruk lag op het ontwikkelen van eigen gevoelens, zonder hierin geremd te worden door verboden of wat voor hogere idealen ook. Het ging om de eigen ‘zelfontplooiing” onder de moto “ik wil mezelf zijn”. Uiteraard zat hier iets goeds in. Het deed deugd om in een te strakke rationaliteit met verboden zijn eigen gevoelens in alle vrijheid te mogen volgen. Kwade neigingen in de mens, verleidingen van de begeerlijkheid en bekoringen van de duivel werden echter resoluut naar het rijk van de fabeltjes verbannen. Dat hiermee soms ongemerkt vaste menselijke waarden en blijvende Evangelische waarheden aangetast werden en vervangen door niets minder dan perversiteiten, werd meestal ook in kerkelijke kringen niet opgemerkt. Deze humanistische psychologie als nieuwe trend had in gelovige kringen én religieuze gemeenschappen groot succes. Klassieke bezinningsdagen, retraites, conferenties en kapittels werden niet zelden vervangen door een vorming onder leiding van een meester van dit lucratief bedrijf, nl de humanistische psychologie. Het was een pure zoektocht naar eigen gevoelens, waarbij geen ander geruis van waar ook geduld werd. Bijzonder leerrijk zijn de oprechte belijdenissen van enkelen van deze succesvolle meesters die later toegaven dat het één groot zelfbedrog was en een afbraak van de blijvende menselijke én evangelische waarden (1). De Amerikaans kinderarts Spock spande wel de kroon. Hij leerde de moeders dat zij hun kleine kinderen helemaal vrij moesten laten “want er zit niets kwaads in” en “ze zullen het zelf wel leren”. Wat een aantrekkelijke geheel nieuwe opvoeding! Concreet uitgelegd: als uw kind van de stoel op tafel kruipt om zijn voet in de pot soep te zetten en jij hebt daar een probleem mee, dan is dat uw probleem, niet het zijne! De volgende decennia vloog deze handleiding voor moeders met niet minder dan 30 miljoen exemplaren de hele wereld rond en behoorde tot de grootste bestsellers aller tijden (2). Op het einde van zijn leven schijnt hij toegegeven te hebben dat hij met zijn psychologische blunder hele generaties terroristen gekweekt heeft. Een goed inzicht komt beter laat dan nooit.

Keren we nu terug naar de huidige “succesvolle” beweging rond homoseksualiteit in de Kerk. Ook deze is “succesvol” én gevaarlijk eenzijdig. De Kerk moet geen populariteit zoeken maar de waarheid over God en over de mensen verkondigen en zich inspannen om als “moeder en lerares” het werkelijke eeuwige heil aan te bieden aan ieder mens. Inderdaad, dit klinkt niet modern. Volgens de Franse ingenieur en voorzitter van de “Renaissance catholique”, Jean-Pierre Maugendre is met de protestantse hervorming het einde van het christendom gekomen. (https://www.lesalonbeige.fr/depuis-la-reforme-protestante-leglise-evolue-dans-un-monde-ou-son-role-de-mere-et-maitresse-de-verite-lui-est-denie/).  Toen werd aan de Kerk de rol van “mater et magistra – moeder en lerares” van de waarheid ontnomen.  Sinds de protestantse hervorming wordt de waarheid niet meer geacht van boven te komen maar van beneden. De Franse revolutie heeft deze trend nog fel versterkt. Eeuwige waarheden en onwankelbare waarden worden niet meer gewaardeerd. Ieder bepaalt zijn waarheid en beslist zelfs of hij man of vrouw wil zijn!!?! Deze algemeen verspreide opvatting heeft paus Benedictus XVI terecht “de dictatuur van het relativisme” genoemd.

De grote nieuwe waarden van de Franse revolutie waren: “vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid”. Door de guillotine werden naar schatting een miljoen mensen onthoofd en dus zeker een beetje meer “gelijk” gemaakt. Verder zijn er naar schatting nog eens 2 miljoen mensen omgekomen door de kogel of het zwaard, door verdrinking of uithongering in de gevangenissen, in naam van de vrijheid en de broederlijkheid. De grondige verwoesting van een groot deel van het prachtige Europese erfgoed laten we dan nog terzijde. Dit betekent dat de eeuwige waarheden en onveranderlijke waarden van het Evangelie niet met een modern klinkende slogan kunnen gekaapt worden. Als dat toch wordt geforceerd is het resultaat zonder meer dramatisch.

Christenen en kerkleiders moeten zich de vraag stellen: moeten we populair zijn of trouw aan de waarheid? Een huwelijk is een natuurlijke en goddelijke instelling van een vast verbond tussen man en vrouw met het oog op de vorming van een gezin en de opvoeding van kinderen. Een homorelatie een huwelijk noemen is even zinloos als spreken over een vierkante cirkel. Deze mensen verdienen evenveel waardering als alle anderen maar zijn evenzeer als alle andere christenen geroepen om in zuiverheid te leven en naar heiligheid te streven. Een tegennatuurlijke handelwijze hoort hier niet in thuis. Homoseksuele relaties zegenen is veel erger dan vloeken in de kerk.

Zelf denk ik met grote dankbaarheid terug aan een uitgesproken homo met twee universitaire diploma’s. Hij ontvluchtte zijn land om aan de verleidingen van zijn omgeving te weerstaan. Hij verlangde priester te worden en ik heb hem een jaar lang mogen bijstaan. Zijn gevoelens zijn niet veranderd maar hij heeft er mee leren leven in de geest van het Evangelie. Uiteindelijk heeft hij in de VS een bisschop gevonden die hem wilde wijden. Inmiddels had hij contact met een missieorde van zusters en ging regelmatig met hen mee om onder een arme bevolking te leven en te werken. Hij is priester gewijd en werd tenslotte secretaris van de aartsbisschop van de hoofdstad van dat land. Gelukkig bestond er toen nog geen bisschoppelijk aanspreekpunt voor homoseksualiteit en geloof, dat hem in tegennatuurlijk gedrag en anti-Evangelisch leven zou bevestigd hebben.

[1] Dr. William Coulson, Confession d’un psychothérapeute in Le Cep nr 14, januari 2001, blz. 54-69 en het vervolg van een prof. psychologie: William Kilpatrick, Du christianisme à la psychologie in Le Cep nr 15, april 2001, blz. 44-55.

[1] SPOCK B., The Common Sense Book of Baby and Child Care, 146.

De kerk van Antiochië als geestelijke erfgenaam van het joods-christelijke Jeruzalem

Standaard

Nieuwsbrief Pater Daniel XVII.40, vrijdag 30 september 2022

Goede Vrienden,

De eigenheid van onze gemeenschap Mar Yakub is verbonden met de plaats van Antiochië. Rond het jaar 300 vóór Jezus Christus, werd Antiochië gesticht door Seleucus Nicanor, een van de generaals van Alexander de Grote, aan de rivier Orontes, 11 km van de Syrische kust van de middellandse zee. Antiochië vormde de hoofdstad van het Seleucidische Rijk en werd vlug een druk centrum van internationale handel. Hier hadden de karavaanroutes van Mesopotamië toegang tot de middellandse zee. Ook wanneer de Romeinen in 63 na Christus de stad veroveren zal ze haar belang bewaren. Ze wordt de hoofdstad van de provincie van Syrië, waar de gouverneur zetelt en zal na Rome en Alexandrië de derde belangrijkste stad zijn van het Romeinse Rijk. Na W.O.II eisten de Turken het gebied op, het werd hen zonder meer gegeven en heet nu Antakia (Z.W.  van Turkije). Van het voormalige Antiochië is er nagenoeg niets meer over.

De “kerk van Antiochië” zal het eerste centrum worden van het niet-joodse christendom. Met het verslag van Lucas in de Handelingen van de Apostelen, hoofdstuk 11, kunnen we ons hiervan een beeld vormen. Na de steniging van Stephanus worden de joden, die in Jezus geloven, hard aangepakt en vervolgd. Ze vluchten naar Fenicië, Cyprus en Antiochië. Ze zijn echte missionarissen, maar verkondigen het geloof in Jezus enkel aan joden. Toch zijn er enkelen die zich nu ook tot heidenen richten. Hun prediking heeft zulk een groot succes dat Barnabas en de pas bekeerde Paulus zich voor hen een jaar lang gaan inzetten. Hier worden deze gelovigen uit de heidenvolken voor het eerst “christenen [1] genoemd. Gelovigen uit de joden (ecclesia ex judaeis) en gelovigen uit de heidenvolken (ecclesia ex gentibus) vormden de oorspronkelijke Kerk van Jezus Christus, een eenheid in verscheidenheid.

De eerste kerkvergadering van de apostelen te Jeruzalem (Handelingen 15, 1), besliste resoluut dat heidenen niet eerst jood moeten worden om in Jezus te geloven. Allen kunnen gered worden door het geloof in Christus.  Paulus zal deze vrijheid later openlijk verdedigen in een vinnige discussie met Petrus.  Petrus eet eerst gewoon met de heidengelovigen mee. Daarna kwamen fanatieke joden waardoor Petrus en anderen met hem zich terugtrekken en niet meer met “onbesnedenen” samen durven te eten.   Paulus ziet dat hierdoor de eenheid van gelovigen in Christus ernstig geschonden wordt. Hij schrijft het zelf zo: “Maar toen ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het Evangelie afgingen, zei ik tegen Kefas (Petrus)  waar ze allemaal bij waren: ‘Als jij een geboren jood  leeft als een heiden en niet als een jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als joden?”   (Galaten 2, 14).  Ziedaar de broze en kwetsbare eenheid van deze oorspronkelijke Kerk.   Wat Paulus schrijft over “de nieuwe mens” in Efeziërs 2 is nog niet overal doorgedrongen.  Hij legt uit dat de heidenen aanvankelijk uitgesloten waren van de beloften en verbonden van het heil “zonder hoop en zonder God in de wereld” (v. 12). Christus heeft echter de twee werelden van joden en heidenen één gemaakt door zijn sterven op het Kruis. Hij heeft ”de scheidsmuur neergehaald door in zijn vlees de vijandschap, de wet met haar geboden en verordeningen te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit die twee één nieuwe mens te scheppen en beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis…” (v. 14-16).   Allen hebben nu toegang tot de Vader door éénzelfde Geest. Zo zijn de heidengelovigen volkomen gelijkwaardige medeburgers en “huisgenoten van God” geworden.   Door Jezus’ kruisdood zijn allen als één lichaam met God verzoend.   Het hoofd van het lichaam en de sluitsteen van het hele bouwwerk is Christus. “In Hem groeit het uit tot een heilige tempel…”  (v.21). 

Dit levenwekkend ideaal van “eenheid in verscheidenheid” waar ieder op zijn eigen wijze in gemeenschap leeft met Christus en de anderen, wordt echter vlug verbroken. De Kerk wordt steeds meer een kerk van heidengelovigen en steeds minder een kerk van joodse gelovigen, die tenslotte helemaal verdwijnen. De verwoesting van de tempel heeft hierbij een grote rol gespeeld. De eerste tempel, in 960 (vóór Christus), door koning Salomon gebouwd en in 586 door de Babyloniërs onder koning Nabuchodonosor verwoest, betekende al een diep trauma voor het joodse volk. Dankzij de Perzische koning Cyrus mogen de joodse ballingen terugkeren en de tempel herbouwen, die in 515 (vóór Christus) wordt ingewijd. Koning Herodes zal er een prachtig gebouw van maken. In 70 na Christus werd Jeruzalem met deze tweede tempel door de Romeinse generaal Titus verwoest. Voor de joden was dit een schok die een zware identiteitscrisis veroorzaakte. Volgens de rabbijnen was deze verwoesting te wijten aan het feit dat de joden ontrouw waren aan de Wet van Mozes. Uiteraard kregen joden die in Jezus geloofden zware verwijten van hun joodse broeders. Vele christenen uit het heidendom daarentegen zagen in deze verwoesting een soort straf van God omdat het joodse volk zijn Messias in Jezus had verworpen. Inmiddels geraakten Joodse gelovigen in Christus steeds meer vervreemd én van hun hun eigen volk én van de christenen.

Jeruzalem, het centrum van het joodse geloof én van het christelijk geloof is niet meer. Antiochië wordt de geestelijke erfgenaam van Jeruzalem. Volgens de kerkhistoricus Eusebius (III, 36) en de kerkvaders was Petrus gedurende zeven jaar bisschop van Antiochië voordat hij naar Rome trok.  Hij werd opgevolgd door bisschop Evodius, eveneens een jood. Hierna volgt de heilige bisschop Ignatius (+ rond 110), een Griek in hart en nieren, die van de joodse cultuur alleen nog de Bijbelse en geestelijke waarden behoudt. Joodse gelovigen zullen steeds minder worden totdat ze helemaal verdwijnen en de Kerk in feite een kerk van heidengelovigen wordt. Dit is de eerste scheuring in de Kerk en de moeder van alle scheuringen. Over het ontstaan en roeping van de Grieks-Melchitische kerk handelen we de volgende keer. 

Preek weekend 1 en 2 oktober 2022

Standaard

27ste zondag door het jaar C 2022.

Lucas 17,5-10.

Ik weet niet of wij ons helemaal herkennen in het laatste stukje van het evangelie waarin Jezus spreekt over de onnutte knechten. Wat Jezus hier zegt, paste wel helemaal in zijn tijd. Alle mensen, die toen naar Jezus luisterden, waren het hier mee eens, maar wij hebben nu heel andere gedachtes over wat dienen is.

In Jezus’ tijd was dienen iets wat je deed met alles wat je bent en hebt. Je diende niet van zo laat tot zo laat, nee, je was dienaar, altijd, dag en nacht.

Wij dienen, helpen, werken, zoveel uur per week. En wij worden er vaak nog voor betaald ook. Wij zoeken het ook zelf uit wat wij doen. Wij kunnen er onszelf mee ontwikkelen. En omdat je er vaak voor betaald wordt, komt het ook ten goede aan je man of vrouw, je kinderen. En daarnaast heb je ook nog vrije tijd, een privéleven. En vooral dat laatste is volgens het gevoel van velen je eigenlijke leven.

Dat was in Jezus’ tijd niet mogelijk. Het dienen was je leven. Je leven was het dienen. Het was ondenkbaar dat als een koning een dienaar nodig had, dat hij dan eerst even een dienrooster moest raadplegen om te kijken wie er aan de beurt was. En het was ondenkbaar dat als hij dan iemand anders zou vragen, dat die persoon dan zou zeggen: “nu even niet”, omdat hij bijvoorbeeld hoofdpijn had.

Was het dienaar-zijn van vroeger dan iets mensonwaardigs? Dat zou het zijn als er niet iets tegenover stond. Maar mensen, die zo dienden, werden in het persoonlijke leven van hun heer opgenomen. Wij kennen dat nog van niet zo heel lang geleden. Vroeger hadden heel wat gezinnen een dienstmeisje. Hun uren werden ook niet geteld. Maar zij werden wel helemaal opgenomen in het gezinsleven. Daarin vonden zij – als het goed was – liefde en geborgenheid.

Wij zijn voortdurend met God verbonden. Wij dienen Hem met alles wat wij zijn, met alles wat wij hebben. Wij zijn geen dienaars op zaterdagavond van 18.00 uur tot 19.00 uur, of van 19.15 uur tot 20.15 uur. Of op zondagmorgen van 09.30 uur tot 10.30 uur, of van 11.00 uur tot 12.00 uur; tijdens de heilige Mis, nee, wij dienen God dag en nacht.

Jezus zelf heeft gezegd dat ook Hijzelf niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Hij dient ons met alles wat Hij is en heeft, tot en met zijn eigen leven. Hij is ons voorbeeld. Hij geeft ons kracht om Hem en onze medemensen op eenzelfde manier te kunnen dienen.

God dienen is niet alleen een kwestie van allerlei karweitjes voor hem opknappen, zieken bezoeken, het parochieblad rondbrengen, het is ook een zaak van een bepaalde levenshouding aannemen.

Parochianen, wij bidden zo dikwijls het ‘Onze Vader’ met daarin de bede, de vraag, dat het Rijk van God mag komen. Het is geen kwestie van afwachten, wij kunnen door een dienstbare christelijke liefde – in een 24 uur service – de komst van dat Rijk bespoedigen! Amen.

Bron