Kerngedachten tekst: De Kerk is niet van ons, maar van Christus

Standaard

Onderstaande tekst ‘De Kerk is niet van ons’ bevat belangrijke kerngedachten, hier zijn ze gerangschikt:

  1. Religie en Morele Waarden:
  • Vergelijking van de morele waarden van verschillende culturen, waaronder het christendom en het Confucianisme.
  • De relevantie van religie in de moderne samenleving en de rol van morele waarden in het vormgeven van een gezonde samenleving.
  • Basis van het Christendom:
  • Het christendom als gebaseerd op Openbaring, historische gegevens en getuigenissen, in tegenstelling tot louter wensdenken.
  • Het belang van het integreren van christelijke moraal in het eigen leven en de samenleving.
  • De Rol van Godsdienst en Religie in de Samenleving:
  • Het argument dat religie nodig is voor een vreedzame samenleving en dat het verwijderen van religie chaos kan veroorzaken.
  • Het idee dat wetten en wetenschap mensen niet kunnen veranderen, maar religie wel hulpmiddelen biedt voor positieve verandering.
  • De Kerk en Haar Fundament:
  • De Kerk als gesticht door Christus en eigendom van Hem, met een focus op bijbelse waarden en instructies.
  • Het belang van vasthouden aan tijdloze waarden in plaats van te buigen voor veranderende opvattingen in de samenleving.
  • Natuurwetten en Schepping:
  • Het vergelijken van geestelijke natuurwetten met fysieke natuurwetten.
  • Het idee dat tegen de natuur ingaan uiteindelijk negatieve gevolgen heeft, zoals in het geval van genderidentiteit.
  • Kritiek op Medische Praktijken:
  • Kritiek op medische praktijken die gezonde organen verwijderen of geslachtsveranderingen ondersteunen bij jongeren.
  • Het argument dat dergelijke ingrepen onherstelbaar en onverstandig zijn.

De tekst pleit voor het behoud van traditionele religieuze waarden, met name die van het christendom, en bekritiseert de neiging om religie te vervangen door wetenschap en secularisme in de moderne samenleving.

*** *** ***

Tekst: De Kerk is niet van ons

Toen missionaris Franciscus Xaverius in de 16e eeuw China bezocht, trof hij daar een opmerkelijk geavanceerde cultuur aan. In veel opzichten was de beschaving geavanceerder dan enige andere cultuur in die tijd. Franciscus Xaverius ontdekte dat de morele waarden opvallend veel leken op de christelijke waarden. Dat is niet zo verrassend als we misschien denken, omdat alle morele waarden van die tijd opvallend veel op elkaar leken (hoewel hun theologieën opvallend verschilden). Denk bijvoorbeeld aan de Gouden Regel: alles wat ge wilt dat anderen voor u doen, doe dat ook voor hen. De gouden regel van Confucius is feitelijk identiek: Doe met je naaste niet wat je niet wilt dat hij met jou doet.

Doet religie ertoe? In onze tijd wil men religie het liefst uit de maatschappij verwijderen. Men vindt het maar lastig. Houd het maar achter de voordeur. Het is iets van vroeger, zo wordt dan gezegd. Wetenschap ontrafelt de mysteries wel voor ons. En als wetenschap maar voortschrijdt zal het uiteindelijk alle problemen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan de veelzeggende titel van de film over Stephen Hawkin The Theory of Everything. Nogmaals de vraag: doet religie ertoe in onze moderne tijd? De tijd waarin de samenleving uit elkaar valt, de tijd waarin er geen fundament meer is om op te bouwen, geen samenhang meer is, waar we aangewezen zijn op de mening van de toevallige meerderheid in het parlement. Maar je maakt mensen niet goed door wetgeving.

Het christendom is erop gebaseerd dat de wereld niet het gevolg is van een chemische reactie en dit is het toevallige resultaat, maar op een Schepper-God die een bedoeling heeft met zijn schepping. Christendom is gebaseerd op openbaring, op historische gegevens en op getuigen. Niet op wensdenken, niet op dromerijen. De Kerk heeft het Christendom niet bedacht; het is gebaseerd op feiten. Feiten die je kunt natrekken. In de geschiedenis. Op getuigen.

Christus heeft overigens geen nieuwe moraal gebracht. De gouden regel ‘doe voor anderen wat je hoopt dat anderen voor jou doen’ is een regel die iedereen al als een goede regel beschouwde. Een mens heeft nu eenmaal een geweten. De kwestie is dit: de christelijke moraal moet je integreren in je eigen leven. Dat moet je zelf willen. Dat kan niemand anders voor je doen. Ook regels niet, ook een wetgever niet, ook wetenschap niet. Om een samenleving van pais en vree te realiseren, heb je het religieuze nodig. Ban God uit de maatschappij, en je creëert chaos. Altijd. Kijk naar de geschiedenisboeken. Moeder Teresa zei het kernachtig: als mensen niet veranderen, zal de maatschappij ook niet veranderen. Wetten en wetenschap zijn niet in staat mensen te veranderen. Het zijn hooguit de sancties die mensen weerhouden van een bepaald gedrag. Zijn christenen dan betere mensen? Nee. Wel: beter af. Wij hebben hulpmiddelen, aangereikt door de Kerk van Christus, gebouwd op de rots die Petrus heet.

Gij zijt Petrus, en op deze rots zal ik mijn kerk bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen. Deze passage is cruciaal voor een goed begrip van wat de kerk is en wat onze rol in de kerk is. Eerst en vooral noemt Jezus de kerk “mijn kerk“. Dit vertelt ons dat Jezus de eigenaar van de kerk is. Niet Petrus, niet de apostelen, niet de bisschoppen of pastoors, niet het gezamenlijke kerkvolk. Nee, de Kerk is niet van ons.  De kerk is gesticht door Christus, die vervolgens Petrus aanwijst om garant te staan dat Jezus’ werk wordt voortgezet. Het geloof wordt ons aangereikt. Wij bepalen de inhoud niet door synodale processen, of door wat de meerderheid wenselijk lijkt. Onze rol is om naar Christus te luisteren en zijn instructies op te volgen. Als een kardinaal zegt dat de kerkelijke moraal sociologisch en wetenschappelijk verkeerd gefundeerd is, luister niet naar hem. De kerkelijke moraal is bijbels gefundeerd. Als bisschoppen menen dat dat men homo-relaties kan zegenen, luister niet naar hen. Ze willen feitelijk dat we zonde geen zonde meer noemen. De bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat het dat wel is.

Wat te doen in onze tijd, de tijd van de krimpende kerk. Mijn voetbalteam – jongens van rond de 16 jaar – loopt zo ongeveer een keer per seizoen een enorme zeperd op. Het is zo’n dag dat alles mis gaat en je met 6-0 of nog erger verliest. Wat te doen na zo’n wedstrijd? Nabeschouwen heeft geen enkele zin. Wat wel? Na de wedstrijd cola en kroketten uitdelen, niet meer omkijken, vooruitkijken naar de volgende wedstrijd. Volgende zaterdag beginnen we gewoon weer met goed gemoed met 0-0. Kijk eens naar Paulus, wat hij allemaal niet te verduren had (schipbreuk, gevangenschap, geseling, honger, en nog meer ellende). Nee, hij keek niet om, maar ging door, tegen alles in. En kijk eens wat hij voor elkaar heeft gekregen. Eigenlijk verging het elke heilige zo. Hetzelfde geldt ook voor ons. God geeft ons niet op. Weet dat. Nietzsche zei dat God dood was. Volgens mij is Nietzsche dood. En leeft God. Alle heiligen hebben ervan getuigd en hierdoor het verschil gemaakt? Overal waar wij onze stem niet laten horen, groeit het kwaad, wint de duvel.

De kerk houdt vast aan het geloof. Niet omdat zij niet flexibel zou zijn of omdat zij star of behoudend of weet ik veel wat zou zijn, maar omdat zij vastberaden vasthoudt aan waarden die niet tijdgebonden zijn. Ze houdt vast aan bijbelse waarden, aan Gods woord. Zoals de zondagsplicht, de biecht, een klip en klaar Nee tegen abortus en tegen allerlei merkwaardige relatie-vormen waarvan Jezus heel stellig zegt dat daar geen zegen op rust, want zo zit de scheppingsordening niet in elkaar. Dat is niet meer van deze tijd, zeggen de mensen dan. Dat zal best. De kerk kijkt niet naar wat men vandaag vindt en morgen weer anders over denkt, maar naar hetgeen voor alle tijden geldt.

Er zijn fysieke natuurwetten die voor iedereen gelden, ongeacht wat men ervan vindt. De wet van de zwaartekracht geldt voor iedereen. Water bevriest bij nul graden, wat je daarvan ook maar mag vinden. Zo zit de schepping in elkaar. Zo zijn er ook geestelijke natuurwetten die altijd en voor iedereen gelden. Doe het goede, en er zal zegen op rusten. Doe het kwade, en het zal van kwaad tot erger gaan. Zo zit de schepping nu eenmaal in elkaar. Zo zijn mensen geschapen als man of vrouw. Een jongen kan zichzelf wel verminken omdat hij liever geen jongen wil zijn, het blijft een jongen. Ga tegen de natuur in, en de natuur zal zich wreken. Altijd. Zo zit de schepping nou eenmaal in elkaar. God mag dan wel altijd vergevingsgezind zijn, de mensen soms, de natuur nooit. Je gaat je ongeluk tegemoet. Dat jongeren in de war zijn lijkt mij een normale zaak. Dat mensen hen stimuleren in hun verwarring is voor mij onbegrijpelijk. Ik gun hen wat beters. De meesten komen dan ook later tot andere gedachten. Maar de verminking is onherstelbaar. Ik snap ook artsen niet die meewerken aan het verwijderen van gezonde organen. Ik snap ook niet dat op een leeftijd dat je geen sigaret mag roken, geen auto mag besturen, geen tattoo mag zetten, je wel zonder toestemming van ouders gezonde lichaamsdelen mag laten verwijderen. Nee, niet als het gaat om mijn linkernier of rechteronderbeen. Dat zou dwaas zijn. Ja, net zo dwaas als het verwijderen van borsten en penissen om vervolgens iets aan te bouwen wat niet functioneert.

Bron: https://vitaminexp.blogspot.com/2023/07/de-kerk-is-niet-van-ons-ook-niet-van-de.html

Inleiding op de Retraite: Wat is de mens?

Comment 1 Standaard

Inleiding

Het christelijk leven bestaat wezenlijk in het navolgen van Jezus Christus door iedere dag zichzelf te verloochenen en zijn kruis op zich te nemen. Zo wordt men een volgeling van Jezus Christus en een ware christen. De inhoud hiervan kunnen we in vier delen samenvatten. 

Vier delen

Vooreerst behelst dit het aanvaarden van het christelijk geloof, nl. het erkennen van de leer en het leven van Jezus Christus, gekruisigd en verrezen, zoals het vervat ligt in de Evangelies en door de apostelen en de Katholieke Kerk doorheen de eeuwen trouw werd overgeleverd. Het werd kort samengevat in de Twaalf artikelen van het geloof of de geloofsbelijdenis. 

Vervolgens zal een christen God loven door de Christus Mysteries te vieren. Zoals Christus de Vader verheerlijkt heeft, zal de christen de liturgie vieren, vooral in de zeven sacramenten (doopsel, vormsel, Eucharistie, boete, ziekenzalving, wijding en huwelijk). 

Verder zal een christen een leven nastreven in de Geest van Christus, in liefde tot God en tot de naaste, en volgens de christelijke moraal met onder meer het onderhouden van de tien geboden. 

Tenslotte is een christen een persoon van gebed. Jezus heeft zelf nachten lang gebeden, Hij heeft gevraagd dat wij zouden bidden en ons leren bidden. Het Onze Vader is het gebed bij uitstek, dat Hij ons gaf.

Iedere tijd opnieuw dienen deze vier delen van het christelijk leven als het ware opnieuw geactualiseerd te worden. De westerse beschaving was eens christelijk en het christelijk geloof was alomtegenwoordig. Kerken stonden in het centrum van het dorp, het maatschappelijk leven was doordrongen van de geloofspraktijk en de Bijbelse boodschap werd door alle kunstvormen levendig gehouden. Het huidige openbare leven is eerder het tegenovergestelde. Het christelijk geloof wordt in de westerse beschaving op alle vlakken geweerd en zelfs dikwijls actief bestreden. Elders in de wereld worden christenen in vele landen vervolgd. In de lekenstaat Syrië heerst er nog een verdraagzaamheid en meestal een goede verstandhouding. Toch zullen christenen overal ter wereld zich telkens opnieuw moeten verzetten tegen valse leerstellingen. Bijzonder pijnlijk in onze tijd is dat het hoogste kerkelijk gezag meer geneigd is zich aan te passen aan de heersende opvattingen en praktijken – zoals nooit voorheen in de kerkgeschiedenis – dan trouw te blijven aan de geloofsschat.

In de Latijnse kerk werd na Vaticanum II door een golf van secularisatie het sacrale van de liturgie erg aangetast. Als reactie hierop kreeg de traditionele viering van de Eucharistie onder de gelovigen meer aanhang. Paus Benedictus XVI heeft hieraan zijn officiële steun gegeven en voor een belangrijke liturgische vrede gezorgd. Vanuit het hoogste kerkelijk gezag wordt hiertegen echter nu een verwoede strijd gevoerd. Een kerkelijke overheid die luid verkondigt dat iedereen welkom is in de kerk, wil openlijk de trouwste traditionalisten bestrijden en uitsluiten. Anderzijds kunnen we de teloorgang van de eerbied voor de liturgie, naar mijn mening, niet geheel toeschrijven aan het Tweede Vaticaans Concilie. Inderdaad was ook dit concilie kind van zijn tijd, “de golden sixties”. Er hing een geest van grondige verandering in de lucht, in deze zin: vroeger kon of mocht dit niet, nu wel. Van de positivistische wetenschap werd naïef gedacht dat zij binnen kort alle problemen zou oplossen. Het is evenwel merkwaardig hoe in deze wereldse sfeer van euforie, het kruis van Christus centraal staat in de teksten van Vaticanum II. Bovendien, ieder oecumenisch concilie droeg de stempel van de toenmalige tijdsgeest. In het eerste Vaticaans Concilie (1869-1870) werd ijverig de onfeilbaarheid van de paus bepaald, terwijl het marxisme de arbeiderswereld veroverde en daarbij inspeelde op het schrijnende onrecht jegens de arbeiders. De Kerk zal haar revolutionaire “sociale leer” pas beginnen met de encycliek van Leo XIII, Rerum novarum (1891). Dit betekent echter helemaal niet dat de dogmaverklaring van de onfeilbaarheid van de paus van Vaticanum I zonder waarde of onjuist zou zijn! Vaticanum II is op verschillende terreinen een rijk en waardevol oecumenisch concilie. Hierna werden evenwel in de westerse kerk vele dwaze liturgie vernieuwingen ingevoerd die wel uit de tijdgeest voortkomen maar niet uit de teksten van Vaticanum II, die te weinig bestudeerd werden. Een voorbeeld hiervan is het omkeren van de altaren en de priester die zich voortaan met het gezicht naar het volk keert en zich gedraagt als een profane voorzitter van een vereniging, wat Vaticanum II geenszins heeft voorgeschreven. Een westerse pastoor die het nu zou klaarkrijgen om het altaar terug op zijn juiste plaats te zetten en opnieuw de Eucharistie te vieren met de rug naar het volk, waarbij hij de gebeden van de gelovige gemeenschap aan God opdraagt, zou een van de kostbaarste liturgische hervormingen voor onze tijd realiseren.

Van de vier delen van het christelijk leven is de christelijke moraal het meest kwetsbaar en het meest onderhevig aan verandering, omwille van de steeds nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Het Tweede Vaticaans concilie heeft vooral in de dogmatische constitutie over de Kerk in de wereld van onze tijd vele goede inzichten gegeven maar heeft geen alomvattende christelijke moraal voor onze tijd uitgewerkt. Na de lange voorbereiding en de vier sessies (1962-1965) was dit ook niet meer mogelijk. Zelfs over de aard van de zonde werd in dit concilie niet uitdrukkelijk gehandeld. Pas in de synode over boete en verzoening (1983) kwam de zonde uitdrukkelijk aan bod. En drie decennia na het concilie zal de universele catechismus van de katholieke kerk verschijnen, meteen al in 31 talen. Dit is weliswaar een uniek meesterwerk in de geschiedenis van de Kerk, dat in een samenvattend geheel de christelijke leer en het leven aanbiedt. Hiermee kan ieder mens op aarde lezen wat de officiële leer van de katholieke kerk is over alle belangrijke aspecten van het christelijke geloof en leven. Met respect voor de verscheidenheid van menselijke ervaringen, methoden en culturen wil deze catechismus de trouw aan de traditie uitdrukken, de integrale leer weergeven en de eenheid van het kerkelijk leergezag in het wezenlijke onderlijnen. Helaas, het huidige kerkelijke leergezag en de hoogste Vaticaanse instanties verloochenen zelf openlijk bepaalde vaststaande kerkelijke leerstellingen. In de christelijke moraal, voorgesteld in de catechismus als “het leven in Christus” komt eerst de roeping van de mens tot het heil aan bod met de “waardigheid van de menselijke persoon”, “de menselijke gemeenschap” en “het heil van God: wet en genade”. Vervolgens worden de tien geboden behandeld.

Zeven thema’s

We willen nu in zeven thema’s, die we vorige keer al vernoemden, de algemene christelijke moraal voorstellen. Het is ons antwoord op de vraag: waarin bestaan de waardigheid en de roeping van ieder mens? De mens zal altijd wel voor een deel een mysterie blijven voor hemzelf. Hij heeft zichzelf immers ook niet gemaakt, het is God die hem geschapen heeft.  En deze schepping overstijgt ons menselijk begripsvermogen. Het is een illusie zichzelf als zijn eigen god te beschouwen. In het licht van de joods-christelijke openbaring kunnen we de ware grootheid en broosheid van de mens ontdekken, wat tevens de nodige richtlijnen geeft voor een moreel verantwoord christelijk leven.

Pater Daniel, Nieuwsbrief 37