De Lijkwade van Turijn en de Verrijzenis

Standaard

Bovenstaande afbeelding bevat een indrukwekkende uitspraak over de Lijkwade van Turijn, waarin wordt gesuggereerd dat het beeld op de lijkwade zou zijn ontstaan door een immense energie-uitbarsting tijdens de verrijzenis van Jezus. De term “eerste selfie van God” wordt metaforisch gebruikt om aan te geven dat dit beeld mogelijk een direct gevolg is van een goddelijke gebeurtenis.

Deze bewering (34.000 biljoen watt in 1/40 van een miljardste seconde) is theologisch en speculatief van aard, en niet wetenschappelijk bewezen.

De energiehoeveelheid van 34.000 biljoen watt (oftewel 34 zettaWatt of 3.4 × 10²² W) in 1/40 miljardste seconde (2.5 × 10⁻¹¹ sec) is immens. Om een idee te krijgen hoe extreem dit is, vergelijken we het met enkele bekende kosmische en aardse fenomenen. Wat we wel weten kunnen:

1. Zonlicht op aarde

– De zon levert aan de hele aarde ongeveer 174.000 terawatt (1.74 × 10¹⁷ W).

– De “opname” in de lijkwade zou dus in een fractie van een seconde meer dan 100.000 keer krachtiger zijn dan alle zonnestraling op de hele aarde tegelijk.

2. Volledige energie van een atoombom (Hiroshima)

– Hiroshima: ± 15 kiloton TNT, oftewel 6.3 × 10¹³ joule.

– De energie in de bewering is: 

3.4 × 10²² W × 2.5 × 10⁻¹¹ s = 8.5 × 10¹¹ joule 

  → Dat is ongeveer 1/75e van een atoombom – maar in een onvoorstelbaar korte tijd en op een minuscuul oppervlak. De intensiteit is dus veel hoger.

3. Blikseminslag

– Een gemiddelde bliksemflits heeft piekvermogen van ± 1 terawatt (10¹² W) voor een fractie van een seconde.

Dit “resurrectieflits”-vermogen is 34 miljoen keer krachtiger dan een bliksem.

4. Een supernova?

– Supernovae zenden tijdelijk meer energie uit dan een hele sterrenstelsel, maar verspreid over dagen of weken.

– Hoewel de totaal uitgestraalde energie vele ordes van grootte groter is, is de instantane piekvermogen van deze “resurrectie” vergelijkbaar met de helderheid per moment van extreme kosmische explosies.

Kortom:  Als deze cijfers kloppen, zou dit een van de krachtigste, kortste energieflitsen zijn die ooit op aarde is voorgekomen.

In spirituele taal vertaald: een moment van eeuwige Kracht, samengebald in een goddelijke milliseconde — de Verrijzenis als kosmisch wonder.


De Lijkwade van Turijn en de Verrijzenis: Kan een goddelijk moment een fysisch spoor nalaten?

Door katholieke wetenschappers wordt de Lijkwade niet gezien als een bewijs, maar als een uitnodiging om geloof en wetenschap in gesprek te brengen.

Inleiding

De Lijkwade van Turijn blijft een van de meest intrigerende religieuze objecten uit de christelijke traditie. Hoewel de Kerk zich nooit definitief heeft uitgesproken over de authenticiteit ervan, beschouwen opeenvolgende pausen de lijkwade als een krachtig beeld dat “het lijden van Christus zichtbaar maakt” (H. Johannes Paulus II) en “een icoon van het Paasmysterie” (Benedictus XVI) genoemd mag worden.

In de voorbije decennia is er veel natuurwetenschappelijk onderzoek gedaan naar de wijze waarop het beeld op het linnen is ontstaan. Sommige onderzoekers — waaronder wetenschappers die hun geloof openlijk belijden — hebben een opmerkelijke hypothese geformuleerd: zou het beeld kunnen zijn ontstaan door een zeer korte, maar uiterst intense energie-emissie tijdens de Verrijzenis van Christus?

Het is belangrijk te benadrukken dat dit geen dogma is, geen kerkelijk standpunt, en geen wetenschappelijk feit. Het is een theologisch-wetenschappelijke verkenning die het gesprek tussen geloof en wetenschap verrijkt.

De Verrijzenis als unieke gebeurtenis

Voor de Kerk staat de Verrijzenis centraal als het hoogtepunt van Gods handelen in de geschiedenis. De Catechismus noemt het “een historisch feit dat zich in de tijd voltrok”, maar tegelijk een gebeurtenis die “de grenzen van geschiedenis en natuur overstijgt” (KKK 639–647).

Gelovige onderzoekers vertrekken vanuit deze dubbele overtuiging:

•             De Verrijzenis is een unieke daad van God, niet onderworpen aan natuurwetten.

•             Maar als God handelt binnen onze wereld, kan dat ook zichtbaar worden in de schepping die Hij Zelf heeft gemaakt.

In dat licht vormt de Lijkwade een bijzonder onderzoeksobject. Zij is geen bewijs, maar wel een potentiële drager van betekenis.

De hypothese van een ‘energieflits’

Enkele onderzoekers hebben gesuggereerd dat het beeld op de Lijkwade zou kunnen zijn ontstaan door:

•             een zeer korte flits van licht of straling,

•             met een extreem hoog piekvermogen,

•             die de bovenste vezellaag van het linnen verkleurde zonder het te verbranden.

De getallen die in deze hypothese worden genoemd — tientallen zettawatts gedurende fracties van een nanoseconde — overstijgen alle bekende aardse energieverschijnselen. Vergelijkingen met zonlicht, bliksem en zelfs kosmische explosies illustreren dat dit om een buitengewoon fenomeen zou gaan.Voor gelovige wetenschappers is dit echter géén reden tot sensatiezucht. Zij benadrukken; als de Verrijzenis werkelijk een nieuwe scheppingsdaad is, hoeft het niet te verwonderen dat zij uiterlijke kenmerken heeft die de natuur overstijgen. Maar zij voegen er altijd aan toe; We weten het niet met zekerheid, en het geloof hangt er niet van af.

Wat zegt de Kerk?

De Kerk spreekt voorzichtig en wijs over de Lijkwade. Zij beschermt het geloof tegen valse zekerheden, maar erkent wel de spirituele waarde van dit doek.

•             Paus Johannes Paulus II (1998):

De Lijkwade is een spiegel van het Evangelie. Iedereen is vrij om haar te onderzoeken, zolang men maar trouw blijft aan de waarheid.”

•             Paus Benedictus XVI (2010):

De Lijkwade is een icoon, geen bewijs. Zij helpt ons het mysterie van het lijden en het Pasen binnen te gaan.

•             Paus Franciscus (2013):

In de Lijkwade zien wij het gezicht van Jezus. Dit beeld spreekt tot ons, zelfs zonder woorden.

Met andere woorden; de Kerk geeft ruimte, maar geen absolute bevestiging. De Lijkwade is een vorm van evangelisatie, geen dogmatiek.

Wat kunnen gelovige wetenschappers zeggen?

Gelovige onderzoekers hanteren drie principes:

1. Wetenschappelijke eerlijkheid. Geen overdrijvingen, geen snelle conclusies. Als iets niet bewezen is, wordt dat duidelijk gezegd.

2. Theologische bescheidenheid. De Verrijzenis kan niet worden gereduceerd tot een natuurkundig proces. Elke fysische hypothese blijft secundair aan het geloof.

3. Openheid voor waarheid. Als God de schepping heeft gemaakt, kan ware wetenschap nooit in strijd zijn met ware theologie.

Onderzoek naar de Lijkwade is daarom geen bedreiging, maar een kans.

Een teken dat tot geloof uitnodigt

Wat ook de exacte oorsprong van de Lijkwade is — middeleeuws kunstwerk of werkelijk doek van Christus — zij heeft door de eeuwen heen miljoenen mensen geraakt. Niet door wetenschappelijke bewijzen, maar door de kracht van het beeld zelf.

Misschien is dat haar grootste betekenis. De Lijkwade nodigt ons uit om in stilte te kijken naar het gelaat van de Gekruisigde. Zij laat ons de wonden zien die wij in de liturgie bezingen. Zij laat ons vermoeden wat de vrouwen aan het lege graf hebben ervaren. En of er nu een energieflits is geweest of niet: Christus is werkelijk verrezen. Dat is en blijft het hart van ons geloof.

Slotwoord

De hypothese van een energie-uitbarsting bij de Verrijzenis blijft speculatief, maar zij opent een boeiend gesprek tussen geloof en wetenschap. Niet om het mysterie te verklaren — want dat overstijgt elke theorie — maar om ons verwondering te verdiepen. De Lijkwade blijft daarom geen bewijsstuk, maar een icoon. Geen antwoord, maar een uitnodiging. Geen sluiting, maar een opening naar het Paasmysterie dat ons draagt.

WETGEVING EN ABORTUS – een christelijke impuls voor jongeren

Standaard

WETGEVING EN ABORTUS

Vandaag wil ik met jullie spreken over een onderwerp dat vaak emoties oproept: abortus.
Niet om te veroordelen. Niet om met de vinger te wijzen.
Maar om samen eerlijk te kijken naar wat er op het spel staat: mensenlevens, en hoe wij als samenleving met de meest kwetsbaren omgaan.

1. Wat de wet zegt, beïnvloedt hoe mensen denken

Veel mensen denken: “Als het mag volgens de wet, dan zal het wel goed zijn.”
Maar dat is niet altijd zo.
De wet zegt alleen wat strafbaar is – niet wat juist, goed of liefdevol is.

Als een wet zegt dat abortus mag, gaan mensen vaak denken dat abortus ook “moreel oké” is. Maar dat is een gevaarlijke gedachte. Want een wet kan veranderen… maar een menselijk leven blijft even kostbaar.

2. “We leven toch in een vrije samenleving?”

Soms zegt men:
“Gelovigen moeten hun mening niet opdringen aan anderen.”

Maar laten we eerlijk zijn:
de bescherming van een onschuldig mensenleven is geen “kerkelijke mening”.
Dat is een menselijke basiswaarde.

Het recht op leven is de fundering van alle andere rechten.
En dat recht geldt vanaf het eerste moment dat een nieuw menselijk leven begint.

Iedereen mag denken wat hij wil.
Maar niemand heeft het recht te beslissen dat het leven van een ander – zelfs in de moederschoot – geen bescherming verdient.

3. Waarom abortus legaliseren zo problematisch is

Het grootste probleem is eenvoudig:
bij abortus stopt een menselijk leven dat zichzelf nog niet kan verdedigen.

En als de wet dat toestaat, ondergraven we een samenleving die juist gebouwd hoort te zijn op het beschermen van wie zwak is.

De ervaring uit andere landen laat zien dat legalisatie altijd leidt tot meer abortussen.
En met die stijging komen meer lichamelijke en psychische problemen – bij de moeder, en soms zelfs bij toekomstige kinderen.

4. En wat met de moeilijke gevallen?

We moeten eerlijk zijn: er zijn situaties die hartverscheurend zijn.
Verkrachting, misbruik, een meisje dat veel te jong zwanger is…

Iedereen voelt aan hoe zwaar dat is.

Maar één onrecht – geweld tegen een vrouw – maak je niet goed door een ander onrecht: het beëindigen van een onschuldig leven.

In zulke situaties mag een meisje of een vrouw nooit alleen worden gelaten.
Ze heeft recht op opvang, bescherming, liefde, steun, en alle hulp die nodig is om verder te kunnen.

5. De slogan “Baas in eigen buik”

Je hoort het vaak.
Maar die slogan klopt niet.
Niemand is de absolute baas over een ander menselijk leven.
Het kind in de buik is geen “deel van de vrouw”, maar een eigen mens, met een eigen DNA, een eigen toekomst.
En ja, dat leven is kwetsbaar – maar precies daarom is bescherming nodig.

6. Wat kunnen we wél doen?

De beste manier om abortus te voorkomen, is niet door alles zomaar vrij te geven.
Maar door samen een samenleving te bouwen waarin niemand gedwongen wordt tussen “leven of wegnemen”.

Dat betekent:

  • goede seksuele opvoeding met respect voor het lichaam
  • steun aan zwangere vrouwen
  • hulp aan jonge moeders
  • betere sociale voorzieningen
  • kansen voor gezinnen met een gehandicapt kind
  • adoptie vergemakkelijken
  • luisterende oren en veilige plekken creëren

Wanneer we als gemeenschap kiezen voor liefde, zorg, ondersteuning en verantwoordelijkheid, dan kiezen we automatisch voor het leven.

Slot

Jongeren, jullie zijn de generatie van de toekomst.
Jullie bepalen straks welke waarden onze samenleving draagt.

Laten we samen gaan voor een cultuur waarin het leven – ieder leven – welkom is.
Waar niemand wordt weggeduwd omdat hij klein, kwetsbaar of nog ongeboren is.
En waar we moeilijke situaties niet oplossen door iemand weg te nemen, maar door er samen doorheen te gaan.

Want uiteindelijk toont een samenleving haar beschaving niet in wat zij kan, maar in wie zij durft te beschermen.

Pastoor Geudens

Over de participatie van de mens in God

Standaard

Over de participatie van de mens in God (de theosis), geïnspireerd door de beeldtaal van Catharina van Siena en de sacramentele visie van de Kerk.

Van eenvoudig niveau naar een meer academisch niveau

“Jij wordt God, zegt Catharina, en dat is bijna heiligschennis, zo groot zijn deze woorden. Alleen als we ze begrijpen vanuit de volledige afhankelijkheid van God, die de ziel altijd heeft, is dit geen hoogmoed. De weg ernaartoe gaat via Jezus, die de brug naar God is, en deze heeft aangelegd met zijn bloed dat Hij uit liefde voor onze redding heeft vergoten aan het kruis. / Haar manier van symbolisch taalgebruik, beelden die in feite inzichten zijn. / Aan het einde van De Dialoog beschrijft ze God in het beeld van de “Oceaan van Vrede”, waarin wij als een vis mogen rondzwemmen. \ Zodat ook wij, wanneer wij snappen wie wij zijn, steeds vanuit onze innerlijke band met God, in het besef dat wij vanuit onszelf niets zijn, grote daden van liefde voor onze medemensen, de Kerk en onze samenleving mogen verrichten.”

Zr Catharina Al, artikel uit de KN, https://www.kn.nl/verdieping/essay/kunnen-we-verbindend-denken-de-heilige-catharina-van-siena-kon-het-wel/

  1. OP EENVOUDIG NIVEAU

De mens als deelnemer aan het goddelijk leven – een symbolische en sacramentele benadering

In het hart van de christelijke antropologie ligt het mysterie van de participatio divinae naturae – de deelname van de mens aan het goddelijk leven. Dit is geen metaforische of poëtische wending, maar een theologisch reëel gebeuren dat zijn oorsprong vindt in de sacramentele genade van het Doopsel. Daar wordt de mens, zoals de apostel Paulus zegt, “ingelijfd in Christus” (Rom. 6,3–5): hij sterft met Hem en verrijst met Hem tot een nieuw bestaan.

Het Doopsel is de eerste instroming van de verlossende genade in de ziel: een goddelijke infusie waardoor de mens niet slechts moreel beter wordt, maar werkelijk wordt opgenomen in de dynamiek van Gods eigen leven. Daardoor wordt de mens niet opgeslorpt of opgelost in de godheid – niet “verdampt in zijn niets-zijn” –, maar verheven, opgenomen, getransformeerd. De mens blijft schepsel, maar wordt een schepsel dat meebeweegt in de stroom van de goddelijke liefde.

De symbolische taal van Catharina van Siena

Wanneer Catharina van Siena zegt: “Jij wordt God”, lijkt zij de grens van orthodoxie te benaderen – tenzij men begrijpt dat zij spreekt vanuit het besef van volledige afhankelijkheid. De ziel blijft volledig schepsel, maar leeft geheel uit Gods leven. In de mystieke vereniging met God verliest zij niet haar identiteit, maar vindt zij deze juist in zuivere transparantie. Catharina’s beeldtaal is nooit een versiering van het geloof, maar een vorm van inzicht: symbolen zijn bij haar dragers van werkelijkheid.

Zo spreekt zij aan het einde van De Dialoog over God als een “Oceaan van Vrede”, waarin de ziel als een vis zwemt. Deze metafoor is niet slechts poëtisch, maar epistemologisch: de vis leeft enkel in het water, maar is geen deel van het water; zij ademt door het water, maar blijft zichzelf. Zo ook de ziel: zij leeft in God, zij ademt in de Heilige Geest, en toch blijft zij persoonlijk en vrij.

De kerk als ruimte van deelname

De Kerk is de sacramentele vorm van deze oceaan. Zij is de gemeenschap waarin het goddelijk leven zich zichtbaar en tastbaar uitdrukt in Woord, sacrament en liefde. De Kerk is geen menselijke organisatie die naar God wijst, maar een mystiek lichaam dat leeft uit God. Daarom kan men zeggen dat de Kerk de plaats is waar de mens “God leert ademen” – waar hij leert bestaan vanuit genade.

In de Kerk wordt de mens steeds dieper opgenomen in de flow van de Heilige Geest, de eeuwige liefdesbeweging tussen Vader en Zoon. Deze goddelijke dynamiek tilt de mens op, zuivert zijn verlangens, en maakt hem tot drager van dezelfde liefde waarmee God de wereld bemint.

De eschatologische horizon

Wat sacramenteel begint in het Doopsel, voltooit zich eschatologisch in de vereniging met Christus in de eeuwigheid. Daar zal de mens niet vergaan in het niets, maar juist zijn ware identiteit ontvangen: een schepsel dat eeuwig leeft uit Gods licht en liefde. “De heerlijkheid van God is de levende mens,” schreef Ireneüs van Lyon, “en het leven van de mens is het aanschouwen van God.”

In dat aanschouwen wordt de mens geen “andere God”, maar wordt hij goddelijk door deelname. Het vuur van Gods liefde verbrandt hem niet, maar zuivert en verlicht hem. De mens blijft vis in de oceaan van Gods vrede — levend, ademend, bewegend in de oneindige diepte van de goddelijke liefde.

Conclusie

De weg naar die deelname loopt via Christus, de enige brug tussen God en mens. Zijn bloed, vergoten uit liefde, heeft de kloof overbrugd die de zonde had geslagen. In Hem wordt de menselijke natuur niet vernietigd, maar geheeld; niet verdampt, maar vergoddelijkt.
Daarom is de Kerk geen verzameling van religieuze activiteiten, maar het sacramenteel lichaam waarin deze goddelijke uitwisseling reeds begint. De gelovige die dit mysterie doorleeft, wordt zelf tot teken van Gods liefde in de wereld.

Wie werkelijk begrijpt dat hij niets is zonder God, wordt juist daardoor tot instrument van de grootste daden: daden van liefde voor medemensen, voor de Kerk, en voor de wereld die dorst naar diezelfde Oceaan van Vrede.

  • OP ACADEMISCH NIVEAU

De deelname van de mens aan het goddelijk leven: een symbolisch-sacramentele benadering

Over de mystieke theologie van de vergoddelijking volgens Catharina van Siena, Thomas van Aquino en de oosterse traditie

Inleiding

De christelijke openbaring getuigt van een onuitsprekelijk mysterie: dat de mens, een eindig schepsel, geroepen is deel te hebben aan het leven van God zelf. Deze gedachte – in het Grieks theosis genoemd – vormt zowel in de oosterse als in de westerse traditie het hoogtepunt van de soteriologie. De apostel Petrus zegt immers: “Door deze beloften moogt gij deel krijgen aan de goddelijke natuur” (divinae consortes naturae, 2 Petr. 1,4).

De Kerk heeft dit mysterie niet enkel dogmatisch, maar ook existentieel verstaan: het doopsel is de poort tot de deelname aan het goddelijk leven, en de Kerk is de ruimte waarin dit leven gestalte krijgt. De mystieke ervaring, in het bijzonder bij heiligen als Catharina van Siena, verwoordt deze realiteit niet in abstracte termen, maar in een symbolische taal die de grenzen van rationeel denken overstijgt.

1. Sacramentele inlijving en ontologische transformatie

Volgens Thomas van Aquino is de genade van het doopsel een habitus infusus, een ingeplante levensvorm die de ziel innerlijk transformeert (Summa Theologiae I-II, q.110). Deze genade is niet louter juridisch of moreel, maar ontologisch: de mens wordt werkelijk “in Christus ingeplant” (Rom. 6,5). Hierdoor krijgt hij deel aan het leven dat Christus van de Vader ontvangt, en wordt hij, zoals Augustinus zegt, “tot lid van dat Lichaam waarin Christus het Hoofd is” (Tractatus in Ioannem 26,13).

Deze inlijving verhindert dat de mens ooit “verdampt” in zijn niets-zijn. Zonder genade is de mens vergankelijk stof, maar door de deelname aan Christus’ verlossend bloed wordt hij verheven tot een nieuw bestaansniveau: levend in de stroom van de Heilige Geest, die in hem de liefde Gods uitgiet (Rom. 5,5).

2. De brug van het Kruis: Christus als Middelaar van deelname

De theosis is geen autonome opgang van de mens naar God, maar een neergaande genadebeweging van God zelf, die door Christus’ menswording en kruisoffer de brug heeft geslagen tussen Schepper en schepsel.
Catharina van Siena noemt Christus in De Dialoog “de Brug die reikt van aarde naar hemel” (Dialogo, cap. 26). Zijn bloed is de levende stroom die deze brug bewoonbaar maakt; het is de “rode rivier” waarin de ziel wordt gewassen, geheeld en herboren.

In dat perspectief wordt het kruis geen teken van pijn, maar van doorgang: de plaats waar de mens leert wat liefde is. De vergoddelijking voltrekt zich via deelname aan dit kruis, want alleen wie sterft met Christus, leeft met Hem.

3. Symbolisch denken als kenweg tot God

Bij Catharina van Siena is de beeldtaal geen decoratie, maar een vorm van kennis. Haar mystiek is een epistemologie van het symbool. Wanneer zij spreekt over God als “Oceaan van Vrede” (Dialogo, cap. 167), gebruikt zij het beeld niet om het onzegbare te verbergen, maar om het juist toegankelijk te maken.

De ziel is als een vis in die oceaan: zij leeft in God, beweegt zich in Hem, en ademt door Hem. De grens tussen water en vis blijft echter bestaan – de schepselmatigheid wordt niet opgeheven, maar doordrongen van het goddelijk leven. Dit sluit aan bij het inzicht van Gregorius Palamas, die in de 14e eeuw onderscheid maakte tussen Gods wezen (dat onbereikbaar blijft) en zijn energieën (waarin de mens door genade deelheeft aan het goddelijk leven). De mens wordt dus niet God naar wezen, maar goddelijk door deelname.

Deze gedachte, die bij Thomas van Aquino een rationele formulering krijgt en bij Palamas een metafysische diepte, vindt in Catharina’s beeldspraak haar ervaringsmatige gestalte.

4. De Kerk als sacramentele ruimte van de vergoddelijking

De Kerk is de concrete plaats waar deze deelname gestalte krijgt. Zij is geen vereniging van gelovigen die naar God wijzen, maar het Lichaam waarin God woont en zijn genade laat circuleren. De liturgie is daarbij de voortdurende verwerkelijking van de theosis: in de eucharistische communie verenigt Christus zich met de mens en de mens met Christus, zodat Augustinus kan zeggen: “Wij worden wat wij ontvangen” (Sermo 272).

De Kerk is dus de oceaan van de Geest waarin de gelovigen leren “ademen” met Gods adem. Het is de sacramentele dimensie van de mystiek: de genade die de ziel verheft, wordt steeds bemiddeld door het Lichaam van Christus, dat de Kerk is.

5. Ethiek en deelname: handelen vanuit ontvangen zijn

Wie begrijpt dat hij niets is zonder God, ontdekt juist daarin de bron van zijn vrijheid. De mens die leeft uit genade, handelt niet meer vanuit bezit, maar vanuit doorstroming. Hij wordt transparant voor Gods liefde en brengt die tot uitdrukking in daden van barmhartigheid, gerechtigheid en vrede.

Catharina schrijft: “De ziel die Mij aanschouwt, kan niet anders dan liefhebben, en de liefde kan niet anders dan vrucht dragen.” (Dialogo, cap. 53). De deelname aan het goddelijk leven wordt zo de bron van sociale en kerkelijke vernieuwing. De mystiek is geen vlucht uit de wereld, maar een omvorming van de wereld vanuit de diepte van Gods liefde.

Conclusie

De mens is geroepen tot vergoddelijking – niet als roof op Gods majesteit, maar als gave van zijn barmhartigheid. Het Doopsel is het begin van dit mysterie: daar ontvangt de mens de eerste adem van de Geest, die hem in staat stelt te leven in de Oceaan van Vrede.

De symbolische taal van Catharina van Siena, het metafysische onderscheid van Gregorius Palamas, en de sacramentele theologie van Thomas van Aquino convergeren in één waarheid: de mens wordt niet vernietigd, maar vervuld in God. Hij wordt, zoals de traditie zegt, “niet tot een andere God, maar tot een mens die goddelijk leeft.”

De Kerk is de plaats waar deze werkelijkheid gestalte krijgt – de gemeenschap van hen die leren ademen in de liefde van Christus, de brug over de afgrond van ons niets-zijn, naar de oneindige diepte van Gods genadige aanwezigheid.

Bewerkingen door pastoor Geudens