Boek: Forbidden Grief – de onuitgesproken pijn van abortus

Standaard

Verboden rouw – De onuitgesproken pijn van abortus

Paperback · 5 september 2000
Theresa Burke & David C. Reardon

Website www.amazon.com


Verantwoording

Vanwege auteursrecht kan hier geen volledige tekst van de afzonderlijke hoofdstukken worden weergegeven. Hieronder volgt daarom een uitgebreide, inhoudelijk verantwoorde samenvatting per hoofdstuk, gebaseerd op de officiële inhoudsopgave, publiek beschikbare fragmenten en thematische analyse.
Deze pagina is bedoeld als oriëntatie en duiding voor lezers, hulpverleners en pastorale begeleiders.


Waar dit boek over gaat

Al meer dan dertig jaar woedt in de Verenigde Staten een intens maatschappelijk debat over abortus. In die periode hebben miljoenen vrouwen één of meerdere abortussen ondergaan. Wat daarbij vaak onderbelicht blijft, is de innerlijke werkelijkheid van vrouwen die na een abortus worstelen met verdriet, schaamte, schuld, leegte en een diep gevoel van verlies.

Zelfs vrouwen die destijds overtuigd waren van hun beslissing, ervaren niet zelden een blijvend innerlijk conflict tussen zelfrechtvaardiging en zelfverwijt. Terwijl het politieke en ideologische debat voortduurt, is er opvallend weinig ruimte geweest om werkelijk te luisteren naar deze emotionele nood. Rond abortus is een sociaal taboe ontstaan dat het spreken over pijn belemmert en vrouwen vaak in eenzaamheid achterlaat.


Een klinische én menselijke benadering

Psychotherapeut dr. Theresa Burke begeleidde meer dan tweeduizend vrouwen met psychische klachten na abortus. Velen van hen waren eerder afgewezen door hulpverleners die het verband tussen hun klachten en de abortus niet wilden erkennen. Anderen zochten hulp omdat familie en vrienden hun verdriet niet konden of durfden onder ogen te zien.

In Forbidden Grief onderzoekt Burke de culturele en psychologische barrières die genezing na abortus in de weg staan. Zij laat zien waarom rouw na abortus vaak niet “toegestaan” is, waarom naasten zwijgen of uitwijken, en waarom juist erkenning, luisteren en aanwezigheid essentieel zijn voor herstel.


Wanneer rouw geen ruimte krijgt

Het boek laat zien hoe onderdrukte rouw zich kan uiten in uiteenlopende klachten en levenspatronen, waaronder:

  • zelfdestructief gedrag,
  • verstoorde of vastgelopen relaties,
  • herhaalde zwangerschappen en abortussen,
  • middelenmisbruik,
  • eetstoornissen,
  • opvoedingsproblemen,
  • depressie, obsessies en innerlijke leegte.

Deze verschijnselen worden niet moraliserend benaderd, maar verstaan als signalen van onverwerkt verlies.


Wat dit boek biedt

Op basis van honderden praktijkervaringen reikt Verboden rouw concrete inzichten aan die helpen om deze verborgen pijn te begrijpen en te helen. Het boek nodigt uit tot eerlijkheid, compassie en hoop — voor vrouwen zelf, maar ook voor partners, familieleden, hulpverleners en pastores.

Het boek helpt de lezer om:

  • te begrijpen wat vrouwen na een abortus vaak alleen in de therapiekamer durven uitspreken;
  • te herkennen hoe onverwerkt abortustrauma kan doorwerken in gedrag, relaties en levenskeuzes;
  • te ontdekken hoe men zichzelf of een dierbare kan begeleiden op de weg naar genezing, verzoening en hernieuwde levensvreugde.

Daarnaast biedt het boek een overzicht van relevant wetenschappelijk onderzoek naar de psychische gevolgen van abortus en belicht het de spanningen binnen de psychiatrie rond de erkenning van abortusgerelateerd trauma.


Voor wie is dit boek?

Verboden rouw is bedoeld voor:

  • vrouwen en mannen die persoonlijk met abortus te maken hebben gehad;
  • partners en familieleden die willen begrijpen wat vaak onuitgesproken blijft;
  • hulpverleners, therapeuten en pastores;
  • iedereen die voorbij het debat wil luisteren naar het menselijke verhaal achter abortus.

Inhoudelijk overzicht

Het boek onderzoekt de vaak verborgen emotionele en spirituele gevolgen van abortus. Hoofdstuk na hoofdstuk wordt zichtbaar hoe rouw die geen ruimte krijgt zich vastzet in het innerlijk leven, in relaties en soms ook in het lichaam.

Het begint met een persoonlijk verhaal dat het thema een menselijk gezicht geeft, gevolgd door een analyse van verborgen waarheid en verboden rouw. Daarna wordt rouw beschreven als voorwaarde voor genezing, en komt de samenhang aan bod tussen abortus, trauma, oude wonden en herhalingsgedrag. Uitvoerig wordt stilgestaan bij rouw om het ongeboren kind, relationele schade en de complexiteit van het begrip ‘keuze’. Het slothoofdstuk schetst een weg naar heling: de arbeid van rouw als weg naar innerlijke vrijheid.

    1. Gina’s Story

    Het boek opent met het verhaal van Gina (schuilnaam). Haar casus geeft een menselijk gezicht aan abortus als existentiële ervaring. Innerlijke processen zoals schuld, herinneringen en verdriet blijken vaak onzichtbaar voor de buitenwereld.

    2. Hiding the Truth

    Analyse van hoe vrouwen — en hun omgeving — gevoelens onderdrukken of verbergen. Sociale druk, schaamte en de verwachting “door te moeten gaan” maken openheid moeilijk.

    3. Forbidding the Grief

    Centrale these van het boek: rouw na abortus is maatschappelijk vaak niet toegestaan. Verdriet wordt genegeerd of veroordeeld, waardoor verwerking wordt geblokkeerd.

    4. A Time to Grieve, A Time to Heal

    Genezing vraagt tijd en veiligheid om te rouwen. Veel vrouwen krijgen die ruimte niet — of gunnen die zichzelf niet.

    5. Maternal Confusion

    Innerlijke spanning rond moederschap: verlangen en verlies, keuze en gemis. Abortus kan het moeder-zelf diepgaand ontregelen.

    6. Mind Games

    Bespreking van verdedigingsmechanismen zoals ontkenning, rationalisatie en intellectualisering. Deze beschermen tijdelijk, maar verhinderen echte rouw.

    7. Connections to the Past

    Abortuservaringen resoneren vaak met eerdere verliezen of trauma’s. Oude wonden worden in crisismomenten opnieuw geraakt.

    8. Abortion as a Traumatic Experience

    Abortus wordt benaderd als mogelijk traumatische ervaring, met kenmerken als verlies van controle, lichamelijke inbreuk en psychische ontregeling.

    9. Memories Unleashed

    Verdrongen herinneringen kunnen zich onverwacht aandienen via flashbacks, dromen of lichamelijke reacties. Bewustwording is onderdeel van genezing.

    10. Reenacting Trauma

    Onverwerkt trauma kan zich herhalen in gedrag: relaties, verslaving, zelfbeschadiging. Herhaling is een poging tot onbewuste verwerking.

    11. Repeat Abortions

    Herhaalde abortussen worden onderzocht als mogelijk gevolg van onverwerkt verlies, schuld en innerlijke dissociatie.

    12. Sexual Abuse and Abortion

    Zeer gevoelig hoofdstuk over de samenhang tussen seksueel misbruik en abortus. Abortus kan ervaren worden als herhaling van eerdere schendingen.

    13. Something Inside Has Died

    Autodestructief gedrag (alcohol, drugs, seks, suïcidaliteit) wordt verstaan als expressie van innerlijke leegte en onverwerkte rouw.

    14. Broken Babies

    Rouw om het ongeboren kind: vaak onzichtbaar, maar existentieel reëel. Beelden, schuld en verlangen spelen hierbij een grote rol.

    15. Eating Disorders

    Verbinding tussen abortuservaringen en eetstoornissen. Het lichaam wordt drager van onuitgesproken emoties en controlebehoefte.

    16. Ruined Relationships

    Abortus kan relaties diep beschadigen: afstand, zwijgen, wantrouwen en eenzaamheid krijgen de overhand.

    17. No Choice, Hard Choice, Wrong Choice

    Kritische reflectie op het begrip ‘keuze’. Veel vrouwen ervaren hun beslissing als gedwongen, ambivalent of moreel pijnlijk.

    18. The Labor of Grief and Birth of Freedom

    Slothoofdstuk over rouwarbeid als weg naar bevrijding. Door erkenning, uitspreken en betekenisgeving kan heling ontstaan.


    Appendices: verdieping en onderzoek

    De bijlagen behandelen:

    • de politieke en maatschappelijke beïnvloeding van het traumadebat,
    • methodologische spanningen in post-abortusonderzoek,
    • survey-data over psychische reacties na abortus,
    • en praktische verwijzingen naar hulpbronnen.

    Samenvattend

    Het boek opent met een concrete casus die abortus toont als existentiële ervaring. Vervolgens analyseert Burke hoe gevoelens worden verborgen en rouw maatschappelijk wordt ontmoedigd. Zij beschrijft rouw als noodzakelijke voorwaarde voor genezing en verbindt abortuservaringen met trauma, eerdere kwetsuren en herhalingsgedrag. Specifieke aandacht gaat uit naar seksueel misbruik, zelfdestructief gedrag, rouw om het ongeboren kind, eetstoornissen en relationele schade. Het slothoofdstuk presenteert rouwarbeid als weg naar bevrijding, integratie en vrede.


    Waarom dit overzicht relevant is

    Forbidden Grief laat zien dat abortus niet alleen een ethisch of juridisch vraagstuk is, maar ook een diep menselijke, psychologische en pastorale werkelijkheid. Het boek geeft woorden aan wat vaak onuitgesproken blijft en onderstreept het belang van rouw als voorwaarde voor genezing van lichaam, psyche en ziel.

    5e zondag door het jaar (A) 2026

    Standaard

    H. Evangelie: Mt. 5, 13–16

    Vertrekpunt

    Deze homiletische tekst staat in het teken van de personalistische liefde tot God. Zij vertrekt vanuit de liefdevolle zelfgave van Jezus, die ons uitnodigt Hem te zoeken en na te volgen uit liefde tot de Vader, bron en norm van elke ware vrijheid.


    Inleiding

    Broeders en zusters,

    Wij leven in een tijd waarin veel vanzelfsprekend lijkt, maar weinig nog werkelijk vaststaat. Opvattingen veranderen snel. Wat gisteren werd afgekeurd, geldt vandaag als normaal; wat ooit richting gaf, wordt nu als achterhaald beschouwd. Velen laten zich daarin meevoeren, vaak zonder het te merken, omdat de stem van de meerderheid en de sfeer van de tijd een sterke invloed uitoefenen.¹

    Toch heeft deze voortdurende verschuiving zelden te maken met een werkelijke groei in wijsheid of waarheid. Vaak gaat het om golven die elkaar afwisselen, gevoed door wat luid klinkt in media en cultuur. De vraag dringt zich dan op: waar staat de mens zelf nog? Waar vindt hij houvast, wanneer alles om hem heen in beweging is?

    Het evangelie dat wij vandaag horen, nodigt ons uit om dieper te kijken. Niet naar wat gangbaar is, maar naar wie ons roept. Jezus vraagt ons niet Hem te volgen omdat “het zo hoort”, maar omdat Hij ons heeft liefgehad tot het uiterste.² Zijn leven, zijn weg van zelfgave, opent voor ons de weg naar de Vader, die ieder van ons persoonlijk kent en bemint.

    Vanuit die liefde worden wij uitgedaagd om niet mee te drijven met elke stroom, maar te leven als mensen die hun houvast vinden in God zelf. Dat is de weg waarop ons leven licht kan worden voor anderen.


    Verdieping

    Het merkwaardige is dat mensen zich vaak overtuigd voelen van hun eigen vrijheid, terwijl zij ongemerkt overnemen wat op dat moment overtuigend wordt voorgesteld. Wie geen innerlijk houvast heeft, wordt gemakkelijk meegezogen door wat anderen denken en verwachten. Zo raakt de mens niet werkelijk vrij, maar steeds afhankelijker van goedkeuring, meningen en de blik van de omgeving.³

    Het christelijk geloof vertrekt vanuit een radicaal ander uitgangspunt. De mens is geen toeval, geen product van trends of meerderheden, maar een geliefd schepsel van God de Vader.⁴ Hij is niet in de eerste plaats geroepen om te presteren of zich aan te passen, maar om in relatie te leven: gekend, bemind en aangesproken. Die relatie vraagt geen blinde gehoorzaamheid, maar een vrij en liefdevol antwoord.

    Daarom ligt voor christenen het vaste anker niet in wisselende overtuigingen, maar in het evangelie en in de weg die de Kerk daarin bewaart. Deze weg is niet altijd gemakkelijk en vraagt soms om tegen de stroom in te gaan. Maar zij is lichtgevend, omdat zij niet voortkomt uit menselijke berekening of macht, maar uit Gods liefdevolle initiatief.⁵

    In Jezus wordt deze liefde zichtbaar en tastbaar. Zijn leven laat zien dat ware menselijkheid niet ontstaat door zelfbehoud of door zich veilig aan te passen, maar door zichzelf te schenken. Hij openbaart dat gehoorzaamheid geen verlies van waardigheid is, maar een antwoord op liefde: liefde tot de Vader, die de mens wil redden en tot zijn volle bestemming brengen.⁶ Wie Jezus volgt, doet dat niet uit angst of dwang, maar omdat hij geraakt is door deze liefde en haar wil beantwoorden.

    Vanuit die roeping zegt Jezus: “Gij zijt het zout der aarde. Gij zijt het licht der wereld.” Zout en licht ontlenen hun betekenis niet aan populariteit, maar aan hun eigen aard. Zo worden christenen geroepen om midden in een wereld van wisselende normen te leven vanuit de maat van Gods liefde. Door trouw te blijven aan wat hun is toevertrouwd, brengen zij smaak waar alles vlak wordt en licht waar richting ontbreekt.

    Dat wordt concreet zichtbaar in de manier waarop wij met elkaar omgaan. Trouw is geen zinloze last, maar een vorm van liefdevolle gave, waarin de ander niet wordt gebruikt maar ontvangen. Waar christenen deze weg loslaten en dezelfde keuzes maken als de wereld om hen heen, verliezen zij hun herkenbaarheid. Het licht wordt diffuus, het zout verliest zijn kracht.⁷

    Hetzelfde geldt voor onze omgang met het menselijk leven. In een cultuur die steeds meer rekent in termen van nut, autonomie en economische waarde, belijdt het christelijk geloof dat elk menselijk leven onvoorwaardelijk kostbaar is, vanaf het eerste begin tot het natuurlijke einde.⁸ Die waardigheid rust niet op prestaties of zelfbeschikking, maar op het feit dat ieder mens door de Vader gewild en bemind is. Vanuit deze liefde kunnen abortus en euthanasie niet worden aanvaard. Waar men deze praktijken uit naam van barmhartigheid verdedigt, raakt men juist de bron van echte barmhartigheid kwijt.⁹

    In het hart van het christelijk leven staat daarom niet menselijke slimheid of overtuigingskracht, maar Jezus zelf, die zich in liefde heeft gegeven. Zijn weg leert ons dat overwinning niet ligt in een zo comfortabel mogelijk bestaan, maar in liefde die zichzelf wegschenkt: in trouw binnen huwelijk en gezin, in volharding bij ziekte en tegenslag, in het dragen van verantwoordelijkheid voor elkaar.

    Wanneer christenen zo leven — niet uit plichtsgevoel, maar als antwoord op de liefde van de Vader — wordt hun leven licht voor anderen. Niet om zichzelf te verheffen, maar opdat zichtbaar wordt wie God is: de goede Vader in de Hemel, die zijn geliefde schepsel zoekt en uitnodigt tot een leven in waarheid en liefde.

    Amen.


    Voetnoten

    1. Vgl. R. Guardini, Het einde van de nieuwe tijd, Tielt 1950, 37–45.
    2. Vgl. Joh. 13,1.
    3. Vgl. H. Arendt, Between Past and Future, New York 1961, 5–11.
    4. Vgl. Gaudium et Spes, 12 en 22.
    5. Vgl. Benedictus XVI, Deus Caritas Est, 1–5.
    6. Vgl. Fil. 2,6–8.
    7. Vgl. Mt. 5,13.
    8. Vgl. Evangelium Vitae, 57.
    9. Vgl. Evangelium Vitae, 65–66.

    Drie katholieke psychiaters over bevestiging; Anna Terruwe – Conrad Baars – Harrie Schijns

    Standaard

    Drie katholieke psychiaters over bevestiging

    Anna Terruwe – Conrad Baars – Harrie Schijns

    Visie en praktijk van een katholieke psychologie


    Samenvatting

    Dit artikel onderzoekt de betekenis van bevestiging (affirmation) binnen de katholieke psychologie aan de hand van drie psychiaters: Anna Terruwe, Conrad Baars en Harrie Schijns. Het betoogt dat bevestiging geen therapeutische techniek is, maar een voor-ethische, antropologische voorwaarde voor menselijke vrijheid, moreel handelen en geestelijke rijping. Terruwe fundeert deze visie klinisch en antropologisch; Baars verdiept en internationaliseert haar in het perspectief van vrijheid; Schijns incarneert haar in de Nederlandse psychiatrische en pastorale praktijk. Door hun werk in samenhang te lezen, wordt zichtbaar hoe een katholieke psychologie mogelijk is die zowel klinisch verantwoord als theologisch coherent is, en waarin psychiatrie, zielzorg en sacramenteel leven ordelijk verbonden blijven.


    Inleiding

    In de Nederlandse geschiedenis van psychiatrie en zielzorg neemt Harrie Schijns een bijzondere plaats in. Hij was geen theoreticus op afstand, maar een praktiserend psychiater (zenuwarts) én zielzorger die in zijn dagelijkse werk zichtbaar maakte hoe klinische psychiatrie, christelijke antropologie en pastorale zorg elkaar wederzijds kunnen dragen. Daarmee werd hij een scharnierfiguur in de doorwerking van het gedachtegoed van Anna Terruwe en Conrad Baars in Nederland, én een concrete gesprekspartner voor hagiotherapeutische initiatieven en hedendaags pastoraat.

    Om Schijns theologisch en wetenschappelijk recht te doen, moet hij niet geïsoleerd worden beschouwd, maar geplaatst worden binnen het driespan Terruwe–Baars–Schijns. Deze drie katholieke psychiaters delen eenzelfde kernintuïtie: bevestiging is geen methode, maar een antropologische voorwaarde voor genezing. Hun onderlinge samenhang maakt zichtbaar dat hier geen marginale pastorale psychologie wordt ontwikkeld, maar een serieuze bijdrage aan de fundamentele antropologie waarop zowel psychiatrie als theologie aangewezen zijn.


    1. Anna Terruwe: bevestiging als voor-ethische grondslag

    Anna Terruwe geldt terecht als grondlegger van een personalistische psychologie waarin bevestiging centraal staat. Haar fundamentele stelling luidt dat de mens pas moreel kan handelen, liefhebben en verantwoordelijkheid kan dragen wanneer hij zich existentieel bevestigd weet in zijn zijn.¹

    Daarmee verschuift zij het zwaartepunt van de psychopathologie: veel neurotische stoornissen zijn niet primair het gevolg van moreel falen of verkeerde keuzes, maar van een tekort aan affectieve bevestiging in de ontwikkelingsgeschiedenis.² Bevestiging betekent hier geen goedkeuring van gedrag, maar een relationele erkenning van het bestaan van de persoon.

    In samenwerking met Conrad Baars werkte Terruwe dit inzicht uit tot een psychiatrie waarin vrijheid, affectieve rijping en relationele ontvankelijkheid constitutieve voorwaarden zijn voor gezondheid. Cruciaal is haar onderscheid tussen psychologie en geloof: zij vermengt beide niet, maar houdt ze ordelijk onderscheiden. Geloof kan slechts gezond functioneren wanneer de affectieve structuur van de persoon niet beschadigd is.³ Daarmee anticipeert zij op een klassieke theologische intuïtie: gratia supponit naturam.


    2. Conrad Baars: bevestiging en vrijheid

    Conrad Baars heeft Terruwe’s inzichten internationaal uitgewerkt, vooral in de Verenigde Staten. Waar Terruwe sterk klinisch-diagnostisch fundeert, legt Baars een uitgesproken nadruk op vrijheid. Vrijheid ontstaat volgens hem niet door wilskracht, ascese of morele druk, maar doordat iemand zich existentieel veilig en bevestigd weet.⁴

    Baars analyseert scherp hoe religie, wanneer zij niet gedragen wordt door bevestiging, kan ontaarden in angst, dwang en scrupulositeit.⁵ Daarmee levert hij een beslissende bijdrage aan een katholieke psychologie die zowel theologisch trouw als klinisch realistisch is. Geloof is geen alternatief voor psychische genezing, maar vraagt er in zekere zin om.

    Samen vormen Terruwe en Baars het theoretisch en klinisch fundament van wat voorzichtig een katholieke psychologie genoemd kan worden: geen ideologie, maar een antropologisch verantwoorde visie op menswording waarin vrijheid, affectiviteit en waarheid elkaar niet uitsluiten.


    3. Harrie Schijns: bevestiging in de Nederlandse praktijk

    Binnen dit gedachtegoed fungeerde Harrie Schijns als een van de belangrijkste klinisch-pastorale vertegenwoordigers in Nederland. Werkzaam als psychiater en zielzorger in Breda, met wortels in het Ignatiusziekenhuis en later vanuit een eigen praktijk, belichaamde hij concreet wat Terruwe en Baars theoretisch en klinisch hadden uitgewerkt.

    Zijn dubbele titel — psychiater én zielzorger — is programmatisch. Zij wijst op een praktijk waarin:

    • psychiatrie de geestelijke dimensie niet reduceert tot bijzaak;
    • zielzorg psychologisch realistisch blijft en vrij van angst, dwang en scrupulositeit.

    Waar Terruwe fundeerde en Baars internationaliseerde, incarneerde Schijns deze visie in de Nederlandse context. Hij liet zien dat bevestiging geen abstract concept is, maar een houding die het hele diagnostische en therapeutische proces doortrekt.


    4. Wetenschappelijk werk: bevestiging als brug

    Schijns’ publicaties zijn opvallend consistent brugteksten. In De bevestigingsleer als brug tussen psychiatrie en christelijke spiritualiteit positioneert hij bevestiging expliciet als verbindend principe tussen kliniek en geloof.⁶

    In latere bijdragen aan het Tijdschrift voor Psychiatrie werkt hij met een biopsychosociaal-spiritueel model, waarin de spirituele dimensie niet optioneel is, maar structureel deel uitmaakt van diagnostiek en behandeling.⁷ Geloof verschijnt hier niet als privé-mening, maar als klinisch relevante betekenislaag.

    Daarmee opereert Schijns binnen de reguliere psychiatrie, maar verruimt hij haar antropologische horizon — een positie die hem tot een sleutelgetuige maakt van katholieke psychologie in Nederland.


    5. Praktijkvisie: onderscheiden om te verbinden

    In zijn klinische praktijk werkte Schijns consequent met meerdere niveaus: biologisch, psychologisch, sociaal én spiritueel. Thema’s als schuld, schaamte en existentiële angst werden niet gereduceerd tot symptoomruis, maar hermeneutisch serieus genomen. Kenmerkend is zijn onderscheid tussen intrinsiek en extrinsiek geloof:

    • intrinsiek geloof werkt bevrijdend en bevestigend;
    • extrinsiek geloof werkt verkrampend, angstgedreven en dwangmatig.⁸

    Hier wordt de diepe verwantschap zichtbaar met Terruwe en Baars, én met klassieke theologie: geloof geneest niet automatisch. Het kan pas heilzaam functioneren wanneer de persoon innerlijk vrij mag zijn.


    6. Verwantschap met hagiotherapie

    Schijns gaf cursussen en gebedsbijeenkomsten in het kader van hagiotherapie en werkte samen met hagiotherapeutische initiatieven. Hoewel de Nederlandse context waarin hij opereerde niet samenvalt met de systematisch uitgewerkte hagiotherapeutische methodiek van Tomislav Ivančić, is er sprake van een gedeelde antropologische grondintuïtie. De menselijke persoon wordt verstaan als een ondeelbare eenheid van lichaam, psyche en spirituele ziel, waarbij genezing niet kan worden gereduceerd tot één van deze dimensies, maar soms expliciete aandacht vraagt voor de spirituele kern van het persoon-zijn. Binnen dit perspectief krijgt het begrip zielzorger zijn volle theologische betekenis. Kenmerkend voor Schijns’ benadering is daarbij dat zijn psychiatrische blik open bleef voor existentiële en religieuze dynamiek, zonder deze te spiritualiseren of te psychologiseren, en zonder de methodische onderscheidenheid tussen psychiatrie, zielzorg en spirituele begeleiding op te heffen.


    7. Brugfunctie binnen de katholieke psychologie

    Schijns was geen systeemdenker, maar een brugfiguur. Hij liet zien dat katholieke psychologie geen label is, maar een wijze van kijken:

    • de persoon is relationeel geconstitueerd;
    • genezing begint bij bevestiging;
    • geloof is pas gezond wanneer het bevrijdt.

    Juist voor het Nederlandse publiek is dit van groot belang. Schijns maakt zichtbaar dat Terruwe’s gedachtegoed hier niet slechts een historisch hoofdstuk is, maar daadwerkelijk heeft geleefd — in kliniek, pastoraat en persoonlijke begeleiding.


    8. Betekenis en nalatenschap

    Met het overlijden van Harrie Schijns is in Nederland een zichtbaar hoofdstuk afgesloten. Institutionele voortzetting van de Terruwe-Baars-psychologie is schaars gebleven, terwijl zij in de Verenigde Staten voortleeft in instituten en opleidingen.

    De betekenis van Schijns ligt echter niet in instituties, maar in belichaamde trouw: hij hield een personalistische, katholieke psychologie levend door haar te doen. Daarmee verdient hij een duidelijke plaats naast Terruwe en Baars — niet als theoretische grootheid, maar als belichaming van een geleefde visie.


    Conclusie

    Anna Terruwe legde het fundament.
    Conrad Baars verbreedde en verdiepte het.
    Harrie Schijns bracht het thuis.

    Samen tonen zij dat bevestiging geen marginale factor is, maar een constitutief criterium voor genezing. In een context waarin psychologie en spiritualiteit veelal gescheiden worden benaderd, wijst hun gezamenlijke nalatenschap erop dat genezing begint bij erkenning — op het snijvlak waar psychiatrie, theologie en zielzorg elkaar noodzakelijk ontmoeten.

    Voetnoten

    1. A.A. Terruwe, Psychotherapie en levensbeschouwing, Nijmegen 1958.
    2. A.A. Terruwe & C. Baars, Psychic Wholeness and Healing, New York 1979.
    3. A.A. Terruwe, Geloven zonder angst en vrees, Utrecht 1981.
    4. C. Baars, Feeling and Healing Your Emotions, New Rochelle 1979.
    5. C. Baars, Born Only Once, New Rochelle 1990.
    6. W. Schijns, “De bevestigingsleer als brug tussen psychiatrie en christelijke spiritualiteit”, in: W.J. Eijk (red.), Psychiatrie, ethiek en christelijke spiritualiteit, Oegstgeest 1998.
    7. W.A.C. Schijns, “Casuïstiekbespreking: de spirituele dimensie in diagnostiek en behandeling”, Tijdschrift voor Psychiatrie 1 (2026) B-156.
    8. M.R. De Vries-Schot & W.A.C. Schijns, “Geïntegreerd geloof bevordert de gezondheid”, Tijdschrift voor Psychiatrie 1 (2026) B-156.

    Pastoor Geudens, Smakt, 5 februari 2026