Wel of niet euthanasie en kwaliteit van innerlijk leven

Standaard

Wel of niet euthanasie en kwaliteit van innerlijk leven

Het begrip dat we herhaaldelijk tegenkomen in gesprekken met mensen is: “kwaliteit van leven”. Het leven is pas goed naar de mate dat het kwaliteit heeft. Op zich kan men met dit begrip alle kanten uit want: “wat is dan die kwaliteit van leven” en ”wie bepaalt dat dan, of wie maakt dat uit?”

Men begeeft zich op een riskant terrein wanneer men invulling gaat geven, wanneer men gaat zeggen, wat precies kwaliteit van leven is, of hoe het tenminste toch behoort te zijn. Ik noem enkele voorbeelden. Kwaliteit van leven; dat betekent; als je maar gezond bent … als je maar goed je werk kunt doen … als je maar iets goed presteert. Zulke en soortgelijke uitdrukkingen gebruiken we om aan te geven wat we belangrijk en nastrevenswaardig vinden in het leven. Maar dergelijke uitdrukkingen hebben evenwel soms ook een gevaarlijke kant. Want wanneer het je treft dat je niet gezond bent; wanneer het je treft dat je niet meer kunt; wanneer het je treft dat je niet meer kunt presteren; dan loop je al gauw het risico er ‘niet meer’ bij te horen: men beschouwt het leven dan van een inferieure kwaliteit, want het ideaal is immers: gezond-zijn, werken, kunnen presteren, een functie hebben.

Heel gevaarlijk wordt het wanneer we met zijn allen gaan bepalen wat wel en wat niet menselijk leven moet zijn, wanneer we grenzen gaan stellen aan het leven, en ook aan de kwaliteit van dat leven, zoals dat in gesprekken over wel of niet euthanasie herhaaldelijk naar voren komt. Al met al beoordelen we mensen vaak naar de functie die ze uitoefenen in het maatschappelijk bestel, in het arbeidsproces en in het dagelijkse leven. Let wel, naar de zichtbare functie, de zichtbare vruchten van het bestaan. Als we alleen naar het uiterlijke kijken, zien we dan niet verkeerd of te kort? Inderdaad! We zien te kortzichtig. Zo moeten we heel voorzichtig zijn met de interpretatie van de Evangelielezing: “Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de wijnbouwer, zegt Jezus”. “Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt, snijdt Hij af…”

Met deze lezing kan niet bedoeld zijn dat mensen die geen zichtbare prestatie leveren; dat mensen die in hun lichamelijke vermogens gehinderd zijn; dat mensen die geen zichtbare functie hebben; dan door God van de stam afgesneden zijn, omdat zij hoegenaamd geen vrucht zouden dragen. Nee, dat leed van mensen afsnijden, van mensen isoleren, dat doen mensen veeleer elkaar aan: aan het ziekbed wanneer de zieke tot niets meer in staat is, en omstanders zeggen: och, hij of zij kan niets meer, lijdt een zinloos leven, en men tegelijkertijd niet ziet dat die zieke mens toch nog heel veel kan; al was het alleen maar luisteren, ja goed luisteren; of een ongekende openheid aan de dag kan leggen met persoonlijke aandacht; op een koninklijke wijze zijn of haar ziekbed kan verdragen.

Of als iemand om de een of andere reden niet meer aan arbeid toekomt, zeggen: “lijkt me wel een lekker leventje dat je leidt, als WAO’er of als werkeloze”. Dat zijn vernietigende opmerkingen wanneer we de achtergronden niet kennen, en wanneer we enkel oppervlakkig kijken. Daarmee snijden wij mensen van de samenleving af, van de gemeenschap af, en isoleren we hen.

De maatstaf van alles is… liefde vanuit God die persoonlijk geworden Liefde is: dat komt telkens weer in het Evangelie van Johannes naar voren. De vruchten van die liefde zijn vaak niet zichtbaar: integendeel het uiterlijk bedriegt vaak: wat uiterlijk, aantrekkelijk en vruchtbaar lijkt, komt vaak niet overeen met het hart van mensen en wat uiterlijk verdord en waardeloos lijkt, kan bij een diepergaand schouwen een grote schat aan innerlijke waarde en rijkdom laten zien. God is liefde: dat zijn de kostbare sappen die de Wijnstok aan ieder van ons, de ranken uitdeelt: de liefde als voedingsstof: de liefde die wij van God ontvangen, die voedingsstof die we door kunnen geven aan anderen, waardoor we een netwerk van ranken kunnen worden verbonden in Christus de gekruisigde en verrezen Liefde.

Wél is het zo, dat wanneer mensen menen die persoonlijke en goddelijke Liefde van Jezus niet nodig te hebben, noch om te ontvangen, nog om uit te dragen; wanneer ze de Bron van Liefde niet erkennen; dat ze zich dan zelf losmaken van de Wijnstok, en hun leven, in het bijzonder hun innerlijk leven verpaupert en verkommert!

We leven in een verdeelde samenleving, we menen te weten wat wel en wat niet kwaliteit van leven is. Dat kan een hoogmoedig standpunt zijn, wie bepaalt dat immers voor een ander, voor die andere mens. God kijkt met andere ogen, met ogen van liefde, en wij zouden moeten leren ook met ogen van liefde te kijken.

Tot slot het volgende voorval. De vrouw van een man lag alweer geruime tijd in het verpleegtehuis. Zij had een ernstige hersenbloeding gehad en was daarbij zwaar verlamd geraakt en kon niet meer spreken. Ze kon slechts met veel moeite haar armen en benen bewegen. Iedere dag ging de man zijn vrouw opzoeken in het verpleegtehuis, week in, week uit. De andere familieleden hadden het al lang laten afweten, en zagen er geen heil meer in. Het koste de man veel moeite om iedere dag toch maar weer te gaan. Een echt gesprek was niet mogelijk, hij zat er dan maar wat bij te kijken en te bidden. Op een dag herinnerde hij zich dat zijn vrouw vroeger graag druiven had, zoete zongerijpte druiven en hij nam een tros mee, en wat er toen gebeurde zal hij zich steeds blijven herinneren: sinds lange tijd lachte zij weer met heel haar gezicht naar haar man; vrucht van volgehouden liefde.

Door Pastoor Geudens, herschrijving uit artikel op http://bid24uur.wordpress.com

Het vijfde Maria-dogma van Maria Medeverlosseres

Standaard

H. Maagd Maria, Moeder van onze Heer Jezus Christus, Medeverlosseres, Middelares,Voorspreekster

Over de beeltenis, die op drievoudige wijze haar universele moederschap voor alle mensen van alle tijden uitbeeldt, zegt de Vrouwe iets heel onverwachts: “Deze beeltenis zal voorafgaan. Deze beeltenis moet over heel de wereld gaan. Zij is de betekenis en uitbeelding van het nieuwe dogma. Daarom heb ik zelf deze beeltenis aan de volkeren gegeven” (8-12-1952).

De beeltenis als duiding en uitbeelding van een nieuw dogma? Over welk dogma heeft de Vrouwe het? In de geschiedenis van de Mariaverschijningen is het werkelijk uniek dat Maria in haar boodschap om een dogma vraagt! Zoals zij zegt zal dit het “laatste en grootste” (15-8-1951) mariale dogma zijn. Wanneer zij zich tot de heilige Vader richt, vraagt zij hem: “Zorg voor het laatste dogma, de bekroning van de Moeder van de Heer Jezus Christus, Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster” (11-10-1953).

Herhaaldelijk richt de Moeder zich in haar boodschappen zelfs direct tot de theologen en legt hun de geloofsinhoud en de grote betekenis van het dogma uit: “Zeg tegen uw theologen dat zij alles kunnen vinden in de boeken. Ik breng geen nieuwe leer” (4-4-1954). “De Kerk zal veel strijd krijgen om het nieuwe dogma” (15-8-1951).

Nu, ruim vijftig jaar later, bevindt de katholieke Kerk zich daadwerkelijk in deze moeilijke en pijnlijke situatie. Aan de ene kant zouden kardinalen en honderden bisschoppen Maria door een dogma als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster geëerd willen zien. Dat is ook de wens van vermaarde theologen, tal van priesters en miljoenen gelovigen. De titel ‘Medeverlosseres’ was veel mariologen en zelfs heiligen, tot in onze tijd toe, zeer dierbaar en is ook door hen gebruikt, bijvoorbeeld door Vincentius Pallotti, Anna Katharina Emmerich, Leopold Mandic, Maximiliaan Kolbe, Edith Stein, pater Pio en Moeder Teresa.

Ook paus Johannes Paulus II heeft de titel ‘Medeverlosseres’ meerdere keren gebruikt. Zo zei hij op 8 september 1982 tijdens de algemene audiëntie: “Maria, die zonder enige zondesmet ontvangen en geboren werd, heeft op wonderbare wijze aan het lijden van haar goddelijke Zoon deelgenomen, om zo Medeverlosseres van de hele mensheid te zijn.”

Maar niet iedereen denkt er zo over, en daar heeft men plausibele redenen voor. Veel kardinalen, bisschoppen en theologen vinden dat het begrip ‘Medeverlosseres’ aanleiding kan geven tot misverstand en dat het daarom in principe ongeschikt is om Maria’s unieke plaats in de heilsgeschiedenis theologisch correct weer te geven.

Als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer zei kardinaal Joseph Ratzinger met betrekking tot deze titel tot de Duitse journalist Peter Seewald, geciteerd in diens boek Gott und die Welt, dat de medewerking van Maria in het verlossingsplan “in andere titels beter tot uitdrukking komt, terwijl de term ‘Medeverlosseres’ te ver af ligt van de taal van de Schrift en de kerkvaders en daarom tot misverstand leidt”. Ook Joachim kardinaal Meisner deelt in deze kwestie dezelfde opvatting.

Dat moet hier volstrekt duidelijk worden gesteld. Want als wellicht beste en trouwste vriend van de paus zou de aartsbisschop van Keulen nooit toestemming hebben gegeven om in zijn bisdom een gebedsdag te houden ter ere van de Vrouwe van alle Volkeren – van wie de boodschappen immers direct verbonden zijn met de titel ‘Medeverlosseres’ – als niet ook het actuele standpunt van de Congregatie voor de Geloofsleer duidelijk wordt gemaakt.

Deze houding betekent echter niet dat bisschoppen, priesters, theologen en gelovigen de titel ‘Medeverlosseres’ niet zouden mogen gebruiken. Gedragen door het grote respect voor het authentieke leerambt van de Kerk blijft de theologische discussie open.

Als men het begrip ‘Medeverlosseres’ theologisch correct uitlegt, wordt duidelijk dat Maria daardoor niet aan Jezus gelijk wordt gesteld, alsof zij God zou zijn. Veeleer betekent Mede-verlosseres dat zij als de Onbevlekte Ontvangenis en Nieuwe Eva, in volkomen vereniging met haar goddelijke Zoon, op unieke wijze voor onze Verlossing heeft geleden, en dat in volledige afhankelijkheid van Hem en geheel uit Hem levend.

Een dialoog van de liefde

Wil deze waarheid te zijner tijd als dogma worden afgekondigd, dan moeten de theologische meningsverschillen over de titel ‘Medeverlosseres’ door diepgaander studie, liefdevolle dialoog en vooral door gebed en offers vroeg of laat tot een overeenstemming leiden.

Daarbij één opmerking: pleitbezorgers van de titel ‘Medeverlosseres’ zouden begrip moeten opbrengen voor de mensen die in hun oprechte liefde tot Maria deze term ongeschikt vinden. Sommigen van hen hebben als marialoog belangrijke werken over Maria geschreven. Maar uit bezorgdheid dat aan Jezus’ onvergelijkbare, unieke positie als goddelijke Verlosser zou worden getornd of dat de oecumene gevaar zou lopen, geven ze er de voorkeur aan de titel Medeverlosseres niet te gebruiken.

Een andere groep theologen heeft er geen probleem mee om Maria met de titel ‘Medeverlosseres’ te eren, maar zien er absoluut de noodzaak niet van in om deze waarheid ooit als dogma te definiëren. Weer anderen staan wel open voor het dogma, maar vinden het onverstandig dit in de nabije toekomst af te kondigen.

Welke mening iemand ook vertegenwoordigt, de theologische discussie moet gevoerd worden zonder polemiek, in broederlijke liefde, met wederzijds respect en met inachtneming van de “geloofszin van het Godsvolk” (“sensus fidei”). Het mooiste voorbeeld hiervan is misschien wel paus Johannes Paulus II en zijn naaste medewerker Joseph kardinaal Ratzinger. Terwijl paus Wojtyla waarde hechtte aan de titel en die ook gebruikte, had de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer zijn bedenkingen. Dat deed echter geen afbreuk aan hun vriendschap, die zeer vruchtbaar was voor het welzijn van de Kerk.

Eén ding is zeker: het dogma zal bovenal de vrucht van gebed zijn, en het zal groeien vanuit de harten van mensen die lijden. Het zal een dogma zijn dat door bidden en lijden tot stand is gekomen. De machtigste voorbidders zijn dus de mensen die ziek zijn en lijden, van wie sommigen ook bereid zijn om hun leven hiervoor te geven.

De weg naar de ware vrede

Of het theologisch correct is Maria Medeverlosseres te noemen, daarover zullen de theologen zich – het leerambt van de Kerk volgend – verder buigen; alle bisschoppen van de wereld zullen door de paus om hun mening worden gevraagd, en dan zal de heilige Vader beslissen. Ook al wordt een dogma nooit op grond van een privé-openbaring openbaring afgekondigd, toch is het heel bijzonder – en een echte bemoediging – dat we nu al mogen weten hoe buitengewoon genaderijk dit mariale dogma voor Kerk en wereld zal uitwerken.

Want de Vrouwe van alle Volkeren belooft een nieuwe uitstorting van de heilige Geest en daardoor ware vrede voor de volken. “En de Vrouwe bleef bij haar apostelen tot de Geest kwam. Zo ook mag de Vrouwe komen bij haar apostelen en volkeren van heel de wereld, om hun de heilige Geest weer en opnieuw te brengen. … Als het dogma, het laatste dogma in de mariale geschiedenis, is uitgesproken, dan zal de Vrouwe van alle Volkeren de vrede, de ware vrede geven over de wereld” (31-5-1954).

Deze genadevolle uitwerking van het dogma, Maria’s overwinning op het kwaad en de daarmee verbonden wereldvrede, wordt op de beeltenis op indrukwekkende wijze weergegeven: de slang is – zoals reeds gezegd – niet meer op de aardbol te zien. Om echter de macht van Satan wereldwijd volledig te overwinnen, moet Maria, zij die de slang vermorzelt, ook wereldwijd nadrukkelijk in de totale volheid van haar roeping worden erkend en geëerd – als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.

Of en wanneer het dogma zal worden afgekondigd, dat is natuurlijk alleen aan de heilige Vader. Er zal echter zeker geen nieuw mariaal dogma worden afgekondigd zolang de meeste mensen niet begrijpen wat het inhoudt en het merendeel van de gelovigen nauwelijks meer mariaal is. We zien dus dat de tijd er nog niet rijp voor lijkt te zijn.

Maar hoe moet de tijd dan rijp worden? Hoe moeten de volken Maria weer als Moeder leren achten en liefhebben of haar überhaupt eerst als Medeverlosseres leren kennen? Wat kunnen wij als gelovigen concreet in het dagelijks leven doen opdat de Moeder op een dag plechtig door het laatste mariale dogma wordt verheerlijkt? Het antwoord daarop geeft de Vrouwe ons zelf: “Dit is mijn boodschap voor vandaag omdat de tijd dringt. Er moet een grote actie komen voor de Zoon en het Kruis en de Voorspreekster en Brengster van rust en vrede, de Vrouwe van alle Volkeren” (1-4-1951).

Een volkomen vreedzame bijdrage die alle mensen van goede wil kunnen leveren om de weg te bereiden voor het dogma, voor de wereldvrede, is de verspreiding van haar GEBED en BEELTENIS waar de Vrouwe ons om vraagt. Deze verspreiding geeft ze zelfs een naam. Ze noemt het een “grote wereldactie” (11-10-1953) of zelfs een “verlossings- en vredeswerk” (1-4-1951).

Verdieping in de materie; hier RkForum.com  en hier  Rkk.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron van de afbeelding

Bron van dit artikel: http://www.de-vrouwe.info/nl/het-dogma en www.de-vrouwe.info

Doe ons hier de tekenen verstaan

Standaard

‘Het Vrederijk is Nabij’

Doe ons hier de tekenen verstaan
door H. Luns
“Als u de Voorloper ziet, mag gezegd worden dat de zending van ha-Yeshua Mashiach is begonnen!”, zegt een oude Joodse wijsheid. Wie anders is die bode dan de Maagd Maria? De aanzwellende reeks eindtijdaankondigingen, denk aan Lourdes, Fatima en zovele andere, staat in de teken van “bekeert u want het rijk van God is nabij”. Die reeks aankondigingen is in 1846 begonnen met Maria’s verschijningen aan de herdertjes van La Salette. Dus de moeder Gods is de heraut ter voorbereiding van de nieuwe tijd.

Bron: http://www.scribd.com/doc/89954214/Het-Vrederijk-is-Nabij-Hubert-Luns