Pro-life – positiebepaling en kruistheologie

Standaard

Pro-life onder het teken van het Kruis

I. Positiebepaling

Over waardigheid, barmhartigheid en de bescherming van kwetsbaar leven

Pro-life is geen slogan en geen partijstandpunt. Het is een wijze van kijken naar de mens, gevormd door het Evangelie en verdiept door pastorale nabijheid. Wie pro-life zegt, stelt in wezen een fundamentele vraag: wanneer mocht jij bestaan — ook toen het leven ingewikkeld werd?

In het publieke debat wordt pro-life vaak herleid tot een ethische positie rond abortus. Een christelijk verstaan van pro-life reikt echter dieper. Het begint niet bij wetgeving of moraal, maar bij de overtuiging dat ieder menselijk leven van meet af aan drager is van een onvervreemdbare waardigheid, ongeacht omstandigheden, keuzes of breuken.¹

Leven is meer dan een biologisch gegeven

De christelijke traditie verstaat leven niet louter als biologisch functioneren, maar als geroepen zijn tot relatie. Leven is ontvangen leven: niemand geeft zichzelf het bestaan.² Dit geldt voor het ongeboren kind, maar evenzeer voor de moeder en de vader, en voor allen die later verder leven met verlies, schuld of innerlijke verscheurdheid.

Daarom kan pro-life nooit uitsluitend spreken over het ongeboren kind, zonder tegelijk te spreken met hen die door de werkelijkheid van abortus zijn getekend. Waar dit toch gebeurt, verliest pro-life zijn ziel en verengt het tot een abstract beginsel.

Pro-life als pastorale roeping

In de praktijk krijgt pro-life gestalte in nabijheid: luisteren, dragen, aanwezig blijven waar het leven kwetsbaar is geworden. Juist daar wordt zichtbaar hoezeer pro-life verbonden is met bevestiging: mensen opnieuw laten ervaren dat zij meer zijn dan hun geschiedenis.

Pastorale initiatieven zoals Rachel’s Vineyard tonen dat pro-life geen ideologie is, maar een weg van genezing — niet door het verleden te herschrijven, maar door het leven opnieuw ‘bewoonbaar’ te maken. Hier blijkt dat waarheid en barmhartigheid elkaar niet uitsluiten, maar elkaar nodig hebben.

Tegen de verharding van het debat

Wat zorgwekkend is, is niet dat pro-life wordt betwist, maar dat het soms wordt verhard. Zodra pro-life verwordt tot strijdtaal, verliest het zijn geloofwaardigheid. Wie werkelijk voor het leven opkomt, kan zich geen onmenselijkheid veroorloven — ook niet in woorden.

Een pro-life houding die geen ruimte laat voor rouw, ambivalentie en innerlijke strijd, miskent de complexiteit van menselijk leven. En precies daar haakt het Evangelie aan: niet bij het perfecte leven, maar bij het gekwetste.


II. Kruistheologie

Pro-life binnen de Kruis-criteriologie

1. Pro-life als theologische vraag

Binnen kerk en samenleving wordt pro-life vaak benaderd als een ethisch standpunt of moreel programma. Deze reductie is theologisch problematisch. Zij miskent dat pro-life in zijn diepste betekenis geen thema is, maar een antropologische en christologische grondhouding.

De Kruis-criteriologie vertrekt vanuit de overtuiging dat het Kruis van Christus niet enkel een heilsfeit is, maar een onderscheidingscriterium: een normatieve plaats waar waarheid, mensbeeld en pastorale praxis worden getoetst.³ Toegepast op pro-life betekent dit dat de centrale vraag niet luidt wat moet worden verdedigd, maar hoe het leven wordt gezien, gedragen en bevestigd in het licht van Jezus, Gekruisigde Liefde.

2. Het Kruis als normatieve maatstaf

Het Kruis openbaart een radicale paradox: het leven wordt niet gered door macht, maar door zelfgave; niet door uitsluiting, maar door nabijheid. Jezus bevestigt de waardigheid van de mens juist daar waar deze wordt ontkend, verwond of verloren gewaand.

Daarom stelt de Kruis-criteriologie: waar het leven het meest kwetsbaar is, daar wordt de waarheid over de mens het scherpst zichtbaar.

Dit heeft directe consequenties voor pro-life theologie. Het ongeboren leven vraagt bescherming, niet omdat het abstract “onschuldig” is, maar omdat het volledig aangewezen is op ontvangende liefde. Tegelijk openbaart het Kruis dat ook wie faalt, breekt of schuld draagt, niet buiten deze ontvangende liefde valt. Pro-life kan daarom nooit enkel spreken over leven, zonder te spreken tot mensen die met gebroken leven verder moeten.

3. Antropologie: leven als ontvangen zijn

Binnen de Kruis-criteriologie wordt het menselijk leven fundamenteel verstaan als ontvangen leven. De mens is geen autonoom project, maar een relationeel wezen dat leeft uit voorafgaande bevestiging.⁴ Deze visie sluit aan bij een personalistische antropologie waarin waardigheid niet wordt verdiend, maar gegeven.

Vanuit dit perspectief is pro-life geen selectieve verdediging van één levensfase, maar het consequent doortrekken van hetzelfde beginsel:

  • het ongeboren kind leeft uit ontvangenheid (*);
  • de moeder leeft uit ontvangenheid, ook wanneer haar leven wordt overschaduwd door angst, druk of schuld;
  • de vader leeft uit ontvangenheid, ook wanneer verantwoordelijkheid wordt ontweken of te laat wordt beseft.

Het Kruis bewaart deze antropologie voor moralisme. Christus draagt niet alleen het onschuldige leven, maar ook het schuldige, het verwarde en het verloren leven.

4. Pro-life en barmhartigheid: geen tegenstelling

Een kernonderscheid binnen de Kruis-criteriologie is dat tussen barmhartigheid en relativisme. Barmhartigheid ontkent het kwaad of het verlies niet, maar weigert de mens ermee samen te laten vallen. In die zin is barmhartigheid geen verzachting van waarheid, maar haar diepste vorm.⁵

Toegepast op pro-life betekent dit dat abortus niet wordt gebagatelliseerd, maar ook niet wordt gebruikt als identiteitsoordeel over betrokken personen. Het Kruis maakt zichtbaar dat waarheid pas heilzaam wordt wanneer zij wordt gedragen door liefde die blijft, ook wanneer de mens zichzelf niet meer kan dragen.

5. Tegen ideologisering: het Kruis als correctief

De Kruis-criteriologie functioneert als correctief tegen ideologisering. Zodra pro-life wordt ingezet als strijdmiddel, verliest het zijn christologische grond. Het Kruis verdraagt geen instrumentalisering van waarheid; het vraagt om waakzaamheid, niet om overwinning.

Een pro-life theologie onder het teken van het Kruis:

  • verdraagt stilte en complexiteit,
  • erkent tragiek zonder cynisme,
  • en kiest voor nabijheid boven gelijk krijgen.

Hier wordt duidelijk dat pro-life niet kan worden losgemaakt van ecclesiologie en pastoraat: de Kerk is geen morele rechtbank, maar een plaats waar leven — ook verwond leven — wordt toevertrouwd aan God.

6. Conclusie: waken bij het leven

Binnen de Kruis-criteriologie verschijnt pro-life uiteindelijk als een vorm van waken. Niet waken vanuit angst of controle, maar vanuit liefdevolle verantwoordelijkheid. Waar het leven kwetsbaar is, daar staat de Kerk — niet om te heersen, maar om te blijven.

Pro-life onder het teken van het Kruis is geen luid getuigenis, maar een volgehouden aanwezigheid. Het beschermt het leven door het niet te vereenvoudigen, en het eert de waarheid door haar niet los te maken van barmhartigheid. Zo verstaan, is pro-life geen randthema, maar een lakmoesproef voor de geloofwaardigheid van de christelijke antropologie zelf.


Voetnoten

  1. Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes 26; Evangelium Vitae 2–3.
  2. Vgl. Gaudium et Spes 24: de mens als relationeel en zichzelf ontvangend.
  3. Vgl. 1 Kor. 1,18–25; Hans Urs von Balthasar, Mysterium Paschale.
  4. Vgl. Anna Terruwe & Conrad Baars, Psychic Wholeness and Healing; Thomas van Aquino, STh I–II, q. 26.
  5. Vgl. Johannes Paulus II, Dives in Misericordia 14.

Begrippen

Lakmoesproef
Een criterium dat zichtbaar maakt of iets wezenlijk klopt. In deze context: pro-life toont of een christelijk mensbeeld werkelijk trouw blijft aan waardigheid, waarheid en barmhartigheid, juist waar het leven kwetsbaar is.

Ontvangenheid
Het fundamentele inzicht dat menselijk leven niet door zichzelf wordt voortgebracht, maar ontvangen is — biologisch, relationeel en theologisch. Ontvangenheid vormt de grondslag van menselijke waardigheid en maakt afhankelijkheid niet tot zwakte, maar tot plaats van betekenis.

Smakt, door pastoor Geudens op Maria Lichtmis, 2 februari 2026

Over Pro-life – voor jongeren en een breed publiek

Standaard

Hier staat een artikel over pro-life voor jongeren en een breed publiek.
Geen verdediging maar wel diepte die je kunt voelen.

Pro-life onder het teken van het Kruis

1. Positiebepaling

Over waardigheid, barmhartigheid en kwetsbaar leven

Pro-life is geen slogan en geen strijdkreet. Het is geen partijstandpunt. Pro-life is een manier van kijken naar de mens. Wie pro-life zegt, stelt eigenlijk één eenvoudige maar diepe vraag: wanneer mocht jij bestaan — ook toen het leven ingewikkeld werd?

In discussies gaat het vaak meteen over regels, wetten en meningen. Maar zo begint pro-life niet. Pro-life begint bij de overtuiging dat elk menselijk leven waarde heeft vanaf het begin, ongeacht hoe het ontstaan is en ongeacht wat er later is misgelopen.

Leven is namelijk meer dan een biologisch feit. Leven is ontvangen leven. Niemand heeft zichzelf gemaakt. Iedereen leeft omdat hij of zij eerst ontvangen werd — door anderen, en uiteindelijk door God.

Dat geldt voor het ongeboren kind. Maar het geldt net zo goed voor de moeder, de vader, en voor mensen die later verder moeten leven met pijn, schuld of verlies.

Daarom kan pro-life nooit alleen praten over het ongeboren leven, zonder ook te spreken met mensen die door abortus zijn geraakt. Waar dat wel gebeurt, wordt pro-life hard — en verliest het zijn hart.

Pro-life in het echte leven

In de praktijk betekent pro-life: nabij zijn. Luisteren. Niet weglopen waar het leven kwetsbaar is geworden.

Echte pro-life-zorg laat mensen opnieuw ervaren dat zij meer zijn dan hun fouten of hun verleden. Dat hun leven niet ophoudt waar het gebroken is.

Initiatieven zoals Rachel’s Vineyard laten zien dat pro-life geen ideologie is, maar een weg van genezing. Niet door te doen alsof er niets is gebeurd, maar door ruimte te maken voor rouw, waarheid en verzoening.

Tegen harde woorden

Wat pro-life schaadt, is niet dat het wordt tegengesproken, maar dat het soms verhardt. Zodra pro-life alleen nog klinkt als strijdtaal, haken mensen af — vaak juist degenen die het meest gekwetst zijn.

Wie echt voor het leven opkomt, kan zich geen onmenselijkheid veroorloven. Ook niet in woorden. Het Evangelie begint niet bij het perfecte leven, maar bij het gebroken leven.


2. Kruistheologie

Waarom het Kruis alles verandert

Pro-life is meer dan moraal

In de Kerk wordt pro-life soms voorgesteld als een moreel standpunt: dit mag wel, dat mag niet. Maar pro-life gaat dieper. Het raakt aan de vraag wie de mens is.

Daarom is het Kruis zo belangrijk. Het Kruis is niet alleen iets uit het verleden. Het is een maatstaf. Aan het Kruis zien we wie God is — en hoe God naar mensen kijkt. Aan het Kruis staat geen theorie, maar een persoon: Jezus Christus. Hij kijkt niet weg van kwetsbaarheid, maar gaat er middenin staan. Hij redt het leven niet door macht, maar door zichzelf te geven. Dat maakt pro-life eerst een houding, pas daarna een standpunt.

Wat het Kruis ons leert

Het Kruis laat drie dingen zien:

  • waarheid en barmhartigheid horen bij elkaar;
  • schuld wordt niet ontkend, maar ook niet gelijkgesteld met iemands waarde;
  • het laatste woord is niet oordeel, maar hoop op genezing.

Daarom beschermt pro-life het ongeboren leven niet alleen omdat het klein is, maar omdat het volledig afhankelijk is van ontvangen liefde. En daarom sluit pro-life ook niemand uit die met schuld of pijn verder moet leven.

Leven als ontvangen zijn

De mens is geen project dat zichzelf maakt. De mens leeft omdat hij eerst ontvangen werd. Dat noemen we ontvangenheid (*).

Vanuit die gedachte wordt pro-life breder:

  • het ongeboren kind leeft uit ontvangenheid;
  • de moeder leeft uit ontvangenheid, ook als ze onder druk stond;
  • de vader leeft uit ontvangenheid, ook als hij te laat verantwoordelijkheid nam.

Het Kruis voorkomt dat pro-life moralistisch wordt. Jezus draagt niet alleen onschuld, maar ook schuld, verwarring en verlies.

Geen ideologie

Het Kruis laat geen ruimte voor ideologie. Het kan niet gebruikt worden om te winnen of gelijk te halen.

Pro-life onder het teken van het Kruis:

  • verdraagt stilte en moeilijke vragen;
  • erkent tragiek zonder cynisch te worden;
  • kiest nabijheid boven gelijk krijgen.

De Kerk is daarom geen rechtbank, maar een plaats waar mensen hun leven — ook hun gebroken leven — aan God mogen toevertrouwen.

Slot: waken bij het leven

Pro-life is uiteindelijk waken. Niet controleren. Niet veroordelen. Maar aanwezig blijven.

Waar het leven kwetsbaar wordt, daar begint verantwoordelijkheid.
Niet om te winnen, maar om te waken.
Niet om te roepen, maar om te blijven.


Voetnoot

(*) Ontvangenheid: Het besef dat niemand zichzelf maakt. Het leven is gegeven — biologisch, relationeel en spiritueel. Afhankelijk zijn is daarom geen zwakte, maar de basis van menselijke waardigheid.

Geschreven door pastoor Geudens, Smakt, 2 februari 2026

Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan? – Reflectie

Standaard

Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan?

Denken en doen in de collegezaal: reflectie op twee niveaus van bevestiging en verstaan


Het interview (nogmaals *)

Beste man, die de gangen schoonhoudt, terwijl wij denken,

Sta mij toe dit even te formuleren zoals ik het in de collegezaal zou doen —
maar dan zonder PowerPoint,
en met aandacht voor degene die het lokaal schoonhoudt
terwijl wij professoren denken dat wij het begrijpen.

Wat wij, met onze boeken, termen en theorieën, bevestiging noemen,
is in wezen niets anders dan dit:
dat een mens innerlijk tot rust komt
omdat hij niet langer hoeft te bewijzen
dat hij het recht heeft om te bestaan.

De psychiater Anna Terruwe heeft dit klinisch zichtbaar gemaakt:
waar een mens nooit bevestiging ontving,
ontstaat geen vrijheid maar spanning;
geen liefde maar controle;
geen openheid maar overleving.¹

De theologie —
waar ik beroepshalve mijn brood mee verdien —
heeft daar eeuwenlang moeite mee gehad.
Zij sprak sneller over zonde
dan over angst,
sneller over plicht
dan over gemis.²

En toen kwam jij binnen,
met een dweil en een zin
die geen enkele professor kan verbeteren:

“Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan?”

Zie je, man die de gangen schoonhoudt,
daar valt de hele antropologie stil.

Want die vraag raakt aan wat wij
de voor-ethische laag van het mens-zijn noemen:
dat iemand eerst moet zijn,
voor hij iets kan doen (agere sequitur esse);³
dat hij eerst moet ontvangen,
voor hij zich kan geven.⁴

Wij professoren noemen dat
gratia praeveniens,
affectieve ontvankelijkheid
of de relationele constitutie van de persoon.⁵

Jij noemt het:
“Dat je niet steeds zo je best hoeft te doen.”

En eerlijk gezegd —
dat is preciezer.

Dus als jij ’s avonds de gang schoonmaakt
waar wij over het Kruis debatteren,
weet dan dit:
jij bewaakt iets wat wij vaak vergeten zijn,
namelijk dat waarheid alleen landt
waar iemand zich veilig weet.⁶

En mocht iemand je ooit vragen
wat jij bijdraagt aan de theologie,
zeg dan gerust:

“Ik help mensen zodat ze niet vallen
over dingen waar ze nooit over mochten praten.”

Dat is —
naar mijn beste academische oordeel —
meer dan genoeg.

Met achting —
en met dank voor het schoonmaken
van wat wij intellectuelen soms onbedoeld achterlaten.

De professor


Maar nu in Jip-en-Janneke-taal

Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan?

Soms zeggen mensen iets
dat slimmer is dan duizend boeken.
Niet omdat ze gestudeerd hebben,
maar omdat ze goed hebben gekeken
naar het leven.

Die ene vraag:
“Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan?”
is zo’n zin.

Die betekent eigenlijk dit:
Mocht jij er zijn zoals je was?
Zonder dat je eerst flink moest zijn?
Zonder dat je iets moest bewijzen?

Veel mensen hebben dat nooit echt gevoeld.
Ze leerden al jong:
doe je best,
wees sterk,
maak geen fouten.

Maar diep vanbinnen
blijven ze dan gespannen.
Altijd op hun hoede.
Altijd bang om het fout te doen.

Een dokter die veel met mensen werkte,
Anna Terruwe,
zag dat heel duidelijk.
Mensen worden niet beter
door harder hun best te doen,
maar doordat iemand zegt — soms zonder woorden:
“Het is goed dat jij er bent.”

Niet: je doet het goed
maar: je bént goed.

Dat hebben sommige kerkmensen
lang niet goed gezien.
Ze hadden het vaak over regels
en over wat moet.
Maar ze vergaten soms
dat een mens zich eerst veilig moet voelen
voor hij echt goed kan leven.

Jij zegt het eenvoudiger.
Jij zegt:
“Dat je niet steeds zo je best hoeft te doen.”

En eigenlijk klopt dat precies.

Dus als jij ’s avonds
de gangen schoonmaakt
en je ziet mensen druk praten
over moeilijke dingen —
weet dan dit:

Jij helpt mee
dat mensen niet uitglijden
over wat nooit gezegd mocht worden.

En dat is belangrijk.
Heel belangrijk.
Meer dan genoeg.



Theologische en psychologische doorgronding

1. Inleiding: waarheid aan de rand van het discours

Deze tekst vertrekt vanuit de overtuiging dat fundamentele antropologische inzichten niet uitsluitend ontstaan binnen formele academische discoursen, maar zich vaak aandienen in existentiële ontmoetingen aan de rand van diezelfde academie. Zij sluit aan bij een personalistische traditie waarin waarheid niet louter propositioneel wordt verstaan, maar relationeel en belichaamd.

De vraag “Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan?” fungeert hier als hermeneutische sleutel. Zij ontsluit een laag van mens-zijn die voorafgaat aan morele oordelen en religieuze verplichtingen, en die de ontvankelijkheid voor geloof juist mogelijk maakt. Het betreft geen alternatief voor geloof of moraal, maar de existentiële bedding waarin moreel en religieus spreken überhaupt verstaan en ontvangen kan worden.


2. Bevestiging als voor-ethische voorwaarde

Binnen de klinische psychologie heeft Anna Terruwe overtuigend aangetoond dat emotionele rijping slechts mogelijk is wanneer een mens zich in zijn bestaan fundamenteel bevestigd weet. Waar deze bevestiging ontbreekt, ontstaat geen vrijheid maar innerlijke verkramping; geen liefde maar controle; geen openheid maar overlevingsgedrag.

Bevestiging is daarbij geen morele goedkeuring van gedrag, maar een existentiële erkenning van het recht om te zijn. Zij situeert zich op de voor-ethische of pre-morale laag van het menselijk bestaan: dat niveau waarop iemand ervaart dat hij mag bestaan, nog vóór hij aangesproken wordt op wat hij moet doen of laten.


3. Theologische verlegenheid en herontdekking

In bepaalde perioden van de klassieke moraaltheologie werd deze laag onvoldoende onderscheiden. In de nadruk op wet, zonde en plicht werd impliciet verondersteld dat het subject reeds innerlijk beschikbaar was voor moreel handelen. Angst, onveiligheid en affectieve beschadiging bleven daardoor vaak theologisch onderbelicht.

Tegelijk biedt de traditie zelf duidelijke correctieven. Het beginsel agere sequitur esse herinnert eraan dat handelen het zijn volgt, terwijl de leer van de gratia praeveniens wijst op de prioriteit van ontvangen-zijn boven morele prestatie. Moreel handelen wordt daarin niet afgeschaft, maar gefundeerd.


4. Relationele constitutie van de persoon

Zowel psychologisch als theologisch verschijnt de menselijke persoon hier als relationeel geconstitueerd: niet primair als moreel handelend subject, maar als een ontvangend, kwetsbaar en op relatie aangewezen wezen. Affectieve ontvankelijkheid is in dit perspectief geen tekort of zwakte, maar een constitutief element van mens-zijn zelf. Dit doet geen afbreuk aan morele verantwoordelijkheid, maar vormt juist haar noodzakelijke voorwaarde.

Deze fundamentele intuïtie sluit aan bij de klinisch-psychologische inzichten van Anna Terruwe, die heeft laten zien dat emotionele en morele rijping slechts mogelijk zijn wanneer een mens zich in zijn bestaan voorafgaand bevestigd weet. Zij correspondeert tevens met de klassieke theologische overtuiging dat handelen het zijn volgt (agere sequitur esse), en met een existentieel verstaan van het christelijk geloof waarin ontvangen-zijn voorafgaat aan geroepen-zijn.

Concreet betekent dit dat een mens pas verantwoordelijkheid kan dragen, waarheid kan verstaan en tot genezing kan komen wanneer hij eerst mag bestaan. Zonder deze bestaansgrond verzandt normering in druk en correctie in angst; met deze grond kan morele en spirituele groei daadwerkelijk vrucht dragen.


5. Conclusie: epistemische nederigheid

De wijsheid die in deze eenvoudige vraag besloten ligt, vraagt om epistemische nederigheid. Zij herinnert de academie eraan dat kennis zonder bevestiging kan verwonden, en dat waarheid alleen vrucht draagt waar het bestaan van de ander niet eerst moet worden verdiend.

In die zin bewaakt wie schoonmaakt, ordent en zorg draagt voor de ruimte, meer dan infrastructuur alleen: hij of zij bewaakt de mogelijkheid tot menswording zelf — de ruimte waarin een mens mag bestaan en van daaruit aangesproken kan worden op waarheid, verantwoordelijkheid en geloof.


Voetnoten

  1. A.A.A. Terruwe, Bevestiging en emotionele ontwikkeling, diverse lezingen en klinische casuïstiek.
  2. Vgl. kritische reflecties op de moralistische verenging van antropologie vóór Vaticanum II.
  3. Thomas van Aquino, Summa Theologiae I–II, q. 26, a. 4.
  4. Relationele antropologie binnen personalistische psychologie en theologie.
  5. Genadeleer: gratia praeveniens als existentieel-relationeel verstaan.
  6. Pastoraal-theologische notie van veiligheid als voorwaarde voor waarheid.
  7. Terruwe & Baars, Psychic Wholeness and Healing.

(*) Interview: https://pastoorgeudens.com/2026/01/31/waarom-mocht-jij-eigenlijk-bestaan/


Vertaalsleutel

Van Jip-en-Janneketaal naar pastorale praktijk

  1. Luister vóór je uitlegt – eenvoudige taal is vaak diagnostisch.
  2. Corrigeer nooit vóór je bevestigt – erkenning gaat aan interpretatie vooraf.
  3. Scheid persoon en prestatie – waardigheid is gegeven, niet verdiend.
  4. Laat je taal afdalen – wat niet eenvoudig gezegd kan worden, is vaak nog niet begrepen.
  5. Oefen epistemische nederigheid – waarheid vraagt om behoedzaamheid.

Slotnoot

Deze tekst beoogt geen romantisering van eenvoud, maar een herwaardering van relationele wijsheid. Zij nodigt theologen, psychologen en pastores uit hun taal te laten toetsen door hen die zelden gehoord worden, maar vaak precies weten waar het schuurt.

Waar iemand eindelijk mag bestaan, daar begint bevestiging — Pastoor Jack Geudens