Therapeutische mensvisie op het kruispunt van psychiatrie, theologie en existentiële psychologie

Standaard

Anna Terruwe, Maurice Zundel en Viktor Frankl in dialoog over bevestiging, vrijheid en zingeving

door pastoor Jack Geudens, priester en arbeidstherapeut

Inleiding

De twintigste eeuw bracht een intensieve herbezinning op het mensbeeld binnen psychiatrie, psychologie en theologie. Tegenover reductionistische modellen, die de mens herleidden tot drift, functie of symptoom, ontwikkelden zich benaderingen die opnieuw het persoon-zijn, de waardigheid en de innerlijke vrijheid van de mens centraal stelden.

Binnen dit veld nemen Anna Terruwe, Maurice Zundel en Viktor Frankl een bijzondere plaats in. Hoewel zij vanuit verschillende disciplines werkten, vertonen hun inzichten een opmerkelijke convergentie. Samen bieden zij een therapeutisch en spiritueel mensbeeld dat ook vandaag, in een context van burn-out, existentiële leegte en identiteitsverlies, verrassend actueel is.

Dit artikel beoogt een geïntegreerde therapeutische mensvisie te schetsen die relevant is voor psychologen, therapeuten, geestelijk verzorgers en pastorale beroepskrachten. Het wil laten zien hoe psychische genezing, existentiële oriëntatie en spirituele verdieping elkaar wederzijds kunnen dragen.


1. Wie is wie

Anna Terruwe (1911–2004)

Anna Terruwe was een Nederlandse psychiater en grondlegger van de bevestigingsleer (affirmatieleer) en de theorie van de frustratieneurose.

Kerninzichten

  • De mens heeft een fundamentele behoefte aan affectieve bevestiging: het ervaren dat men goed is zoals men is, voorafgaand aan prestatie of morele beoordeling.
  • Psychische stoornissen ontstaan vaak niet door moreel falen, maar door een tekort aan bevestiging in de ontwikkeling.
  • Frustratieneurose duidt op een structurele blokkade van het gevoelsleven door langdurige affectieve verwaarlozing.

Context en betekenis
Terruwe kwam in conflict met kerkelijke autoriteiten, met name met Sebastiaan Tromp SJ, omdat zij consequent vasthield aan de professionele autonomie van de psychiatrie en zich verzette tegen het moraliseren van psychische nood. Zij maakte duidelijk dat psychisch lijden niet primair voortkomt uit moreel falen, maar uit ontwikkelingsstoornissen en affectieve tekorten. Daarmee opende haar werk opnieuw ruimte voor mildheid, klinisch realisme en menselijkheid in de zorg, en fungeerde het als een kritisch correctief op moraliserende en disciplinerende benaderingen. In een later stadium werd zowel zijzelf als haar werk gerehabiliteerd, mede onder het pontificaat van Paulus VI, die haar inzichten expliciet waardeerde.

Maurice Zundel (1897–1975)

Maurice Zundel was een Zwitserse theoloog, mysticus en spiritueel denker.

Kerninzichten

  • De mens is geen gesloten ego, maar een relationeel wezen dat pas persoon wordt door het loslaten van zelfhandhaving (decentratie).
  • God is geen externe wetgever, maar de innerlijke bron van vrijheid en liefde.
  • Werkelijke volwassenheid ontstaat waar de mens zich laat bewonen door een Ander.

Context en betekenis
Zundel genoot de bijzondere waardering van paus Paulus VI, die in hem een theoloog en spiritueel leermeester herkende met een diep existentieel en persoonlijk verstaan van het geloof. Op uitnodiging van de paus predikte Zundel meerdere retraites in het Vaticaan. Zijn theologie is relationeel en menslievend: zij richt zich op de innerlijke bevrijding van de mens door decentratie (*) van het ego en openheid voor Gods aanwezigheid. In die zin vertoont zijn denken duidelijke raakvlakken met processen van innerlijke groei en bevrijding die ook in hedendaagse therapeutische trajecten zichtbaar worden.

Viktor Frankl (1905–1997)

Viktor Frankl was een Oostenrijks neuroloog en psychiater, overlevende van de concentratiekampen en grondlegger van de logotherapie binnen de existentiële analyse.

Kerninzichten

  • De primaire drijfveer van de mens is niet lust of macht, maar de wil tot betekenis.
  • Zelfs onder extreme omstandigheden behoudt de mens een innerlijke vrijheid om zijn houding te kiezen.
  • Frankl benoemt de tragische triade: lijden, schuld en dood — niet als zinloosheden, maar als plaatsen waar zin kan worden ontdekt.

Context en betekenis
Frankls ervaringen in de concentratiekampen verdiepten zijn existentieel-religieuze overtuiging: zelfs wanneer alle uiterlijke zekerheden wegvallen en God zwijgt, blijft de mens innerlijk vrij om zin, waardigheid en verantwoordelijkheid te bewaren.


2. Verdieping: kruispunten van hun denken

2.1 De metafysische noodzaak van de Ander (Terruwe & Zundel)

Terruwe toont klinisch aan dat de mens psychisch niet kan overleven zonder bevestiging. Zundel radicaliseert dit inzicht theologisch: zonder relatie tot de Ander — uiteindelijk God — blijft de mens opgesloten in een defensief ego.

Waar Terruwe spreekt over genezing van affectieve blokkades, spreekt Zundel over innerlijke geboorte. Beiden delen de overtuiging dat liefde niet corrigeert, maar ontsluit.


2.2 De zin van het lijden (Frankl & Zundel)

Frankl laat zien dat lijden op zichzelf geen zin heeft, maar dat de mens vrij blijft om er zin aan te geven. Zundel vult dit aan door te stellen dat lijden de plaats kan worden waar het ego sterft en de persoon geboren wordt.

Beiden verstaan vrijheid niet als onbeperkte keuzevrijheid, maar als innerlijke beschikbaarheid voor waarheid, liefde en verantwoordelijkheid.


2.3 De psychologie van de geest (Terruwe & Frankl)

Frankl introduceert het begrip van het geestelijk onbewuste: een laag waarin geweten, roeping en zingeving aanwezig zijn. Terruwe levert de noodzakelijke psychische bodem: zonder bevestiging is de mens niet vrij genoeg om deze geestelijke dimensie te betreden.

Hun werk is complementair:

  • Terruwe herstelt het vermogen om te voelen,
  • Frankl wekt het vermogen om richting te geven.

Synthese
Wat deze drie benaderingen verbindt, is een gelaagd mensbeeld: psychische bevestiging vormt de bodem (Terruwe), existentiële verantwoordelijkheid geeft richting (Frankl), en spirituele decentratie opent tot innerlijke vrijheid (Zundel). Geen van deze niveaus is op zichzelf voldoende; samen vormen zij een samenhangend geheel.


Overzicht in kernbegrippen

AspectTerruweZundelFrankl
Primaire noodBevestigingGoddelijke nabijheidZingeving
MensbeeldOntwikkelingsgevoelige persoonRelationele persoonVerantwoordelijk subject
GenezingLiefdevolle aanvaardingDecentratieOntdekken van betekenis

3. Praktijkvoorbeeld: burn-out als existentiële crisis

Context

In de huidige samenleving wordt identiteit sterk gekoppeld aan prestatie. Burn-out onthult vaak niet alleen uitputting, maar een diepere crisis van waarde en betekenis. In deze benadering wordt burn-out niet primair gezien als psychiatrisch falen, maar als een existentieel alarmsignaal.


Fase 1 – Bevestiging (Terruwe): herstel van zijn

De therapeut creëert een ruimte waarin de cliënt opnieuw mag bestaan zonder prestatie.

  • Erkenning van uitputting zonder oordeel.
  • Ontmanteling van de innerlijke dwang: “ik ben wat ik doe”.
  • Herstel van affectief vertrouwen.

Dit geneest niet onmiddellijk het probleem, maar herstelt de bodem waarop verdere groei mogelijk wordt.


Fase 2 – Zinvinding (Frankl): herstel van richting

Wanneer de emotionele stabiliteit groeit, wordt de existentiële vraag gesteld:
“Waarvoor wil jij leven, ook nu?”

  • De cliënt ontdekt dat hij een burn-out heeft, maar er niet mee samenvalt.
  • Er wordt gezocht naar waarden, taken en relaties die betekenis dragen.
  • Zin wordt niet gemaakt, maar gevonden in verantwoordelijkheid.

Synthese in de praktijk

Een manager ontdekt dat zijn uitval geen falen is, maar een signaal. Door bevestiging durft hij opnieuw te voelen; door zinvinding durft hij opnieuw te kiezen. Niet louter re-integratie, maar transformatie is het resultaat.


4. Persoonlijk nawoord

Dit artikel is niet louter het resultaat van theoretische belangstelling, maar weerspiegelt een weg die ik persoonlijk en professioneel ben gegaan. In mijn persoon komen twee roepingen samen die elkaar wederzijds hebben gevormd: die van priester en die van arbeidstherapeut. Beide vertrekken vanuit dezelfde overtuiging: dat de mens niet in de eerste plaats een probleem is dat moet worden opgelost, maar een persoon die mag verschijnen, groeien en tot vrijheid komen.

Mijn opleiding en ervaring in de arbeidstherapie hebben mij gevoelig gemaakt voor de kwetsbaarheid van mensen die vastlopen in hun functioneren, hun werk of hun levensverhaal. Juist daar leerde ik hoe snel een mens gereduceerd kan worden tot diagnose, symptoom of prestatievermogen. Tegelijk werd mij steeds duidelijker hoezeer herstel begint waar iemand opnieuw bevestigd wordt in zijn bestaan, nog vóór er sprake is van verandering, activering of doelgericht handelen.

Als priester herken ik diezelfde dynamiek op geestelijk en existentieel niveau. In pastorale gesprekken, rouwbegeleiding en geloofstwijfel ontmoet ik mensen die niet zozeer antwoorden zoeken, maar erkenning, nabijheid en zin. Daar raken het denken van Frankl en Zundel aan mijn dagelijkse praktijk. Frankl leert dat de mens zelfs in uiterste onvrijheid innerlijk vrij kan blijven door verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zundel herinnert eraan dat deze vrijheid pas vruchtbaar wordt wanneer zij niet langer door het ego wordt beheerst, maar openstaat voor de Ander.

Wat mij in deze drie denkers blijft aanspreken, is hun gedeelde weigering om de mens te reduceren:
niet tot drift,
niet tot functie,
niet tot morele prestatie,
en ook niet tot religieuze correctheid.

Zij nodigen uit tot een benadering waarin genezing, zingeving en innerlijke vrijheid elkaar niet uitsluiten, maar elkaar verdiepen. Dit artikel wil daarom geen sluitend systeem presenteren, maar een uitnodiging tot integratie: tussen zorg en ziel, tussen psychologie en spiritualiteit, tussen professionele deskundigheid en eerbied voor het geheim van de persoon. In die ontmoeting wordt — zo is mijn overtuiging gegroeid — niet alleen de ander, maar ook de begeleider zelf steeds opnieuw gevormd.

Voetnoot

(*) Decentratie is een kernbegrip bij Maurice Zundel, maar het raakt ook aan therapeutische en existentiële inzichten bij Anna Terruwe en Viktor Frankl. Het duidt op een innerlijke verschuiving van het centrum van het leven: weg van het gesloten, zichzelf handhavende ik, naar een open bestaan in relatie tot de Ander (mens en uiteindelijk God).

Decentratie betekent: niet langer vanuit zelfbescherming, prestatie of controle leven, maar vanuit relatie en gave. De mens houdt op zichzelf als middelpunt te nemen en leert zich laten aanspreken door wat groter is dan hijzelf.

1. Decentratie bij Zundel

Volgens Zundel is de mens vaak gecentreerd in het ego:

  • gericht op bezit, erkenning, zekerheid en macht;
  • bezig zichzelf te bevestigen door doen en presteren.

Dat ego is geen kwaad, maar onvoltooid. Het sluit de mens op.

Decentratie is dan:

  • het loslaten van deze zelfhandhaving,
  • zodat de mens ruimte maakt voor Gods aanwezigheid in zichzelf.

De mens wordt pas persoon waar hij ophoudt zichzelf te bezitten. Hiermee bedoelt Zundel: echte vrijheid ontstaat niet door autonomie zonder grenzen, maar door innerlijke openheid.

2. Decentratie en innerlijke vrijheid

Decentratie is geen zelfverachting en ook geen verlies van identiteit. Integendeel:

  • het ego verliest zijn absolute positie,
  • maar de persoon komt tot bloei.

Vrijheid wordt dan:

  • niet: “ik doe wat ik wil”
  • maar: “ik ben vrij om mij toe te vertrouwen aan waarheid en liefde”.

Dit maakt decentratie tot een positief, bevrijdend proces.

3. Verwantschap met Terruwe en Frankl

Hoewel zij het woord niet gebruiken, is het proces herkenbaar:

  • Bij Terruwe:
    bevestiging maakt het mogelijk dat iemand niet langer krampachtig om zichzelf draait. Pas wie zich veilig weet, kan loslaten.
  • Bij Frankl:
    zelftranscendentie (self-transcendence) betekent dat de mens pas zichzelf vindt waar hij zich richt op zin, taak of liefde buiten zichzelf.

In die zin is decentratie:

  • psychologisch voorbereid door bevestiging (Terruwe),
  • existentieel gericht door verantwoordelijkheid en zin (Frankl),
  • spiritueel voltooid door openheid voor God (Zundel).

4. Decentratie in therapie en pastoraat (concreet)

In de praktijk ziet decentratie er zo uit:

  • iemand hoeft zichzelf niet meer te bewijzen;
  • falen of lijden bepalen niet langer zijn waarde;
  • de vraag verschuift van “wie moet ik zijn?” naar
    “waartoe word ik geroepen?”

Bij burn-out, rouw of crisis is decentratie vaak het keerpunt: niet harder werken aan het ik, maar het ik ontlasten.


Samenvattend. Decentratie is:

  • geen techniek,
  • geen morele eis,
  • geen verlies van zelf,

maar een innerlijke bevrijding waarbij de mens ophoudt zichzelf tot middelpunt te maken en daardoor pas werkelijk persoon wordt.

  • (Samenvattend: Decentratie is een kernbegrip in het denken van Maurice Zundel en duidt op een innerlijke verschuiving van het centrum van het menselijk bestaan. Het betekent dat de mens ophoudt zichzelf, zijn prestaties, zijn angsten of zijn zelfhandhaving tot middelpunt van zijn leven te maken, en ruimte leert scheppen voor relatie, ontvangenheid en gave. De mens leeft dan niet langer primair vanuit het gesloten ego, maar vanuit openheid voor de ander en uiteindelijk voor God.
  • Bij Zundel is het ego niet iets negatiefs of zondigs, maar onvoltooid. Zolang de mens zichzelf als centrum ervaart, blijft hij gevangen in controle, vergelijking en bevestigingsdrang. Decentratie is het proces waarin deze krampachtige zelfgerichtheid wordt losgelaten. Dat is geen zelfverlies of zelfverachting, maar juist een bevrijding: het ego verliest zijn absolute positie, zodat de persoon werkelijk kan verschijnen. Vrijheid wordt dan niet opgevat als grenzeloze autonomie, maar als innerlijke beschikbaarheid voor waarheid, liefde en verantwoordelijkheid.
  • Deze gedachte heeft duidelijke raakvlakken met therapeutische en existentiële inzichten. Bij Anna Terruwe wordt zichtbaar dat decentratie psychologisch alleen mogelijk is wanneer iemand eerst bevestigd is. Wie zich fundamenteel veilig weet in zijn bestaan, hoeft niet langer om zichzelf te draaien en kan loslaten. Bevestiging herstelt het vertrouwen dat nodig is om uit zelfbescherming te treden. Bij Viktor Frankl verschijnt een verwante beweging in het begrip zelftranscendentie: de mens vindt zichzelf niet door introspectie of zelfoptimalisatie, maar door zich te richten op zin, taak of liefde die buiten hemzelf ligt. Ook hier verschuift het zwaartepunt van het bestaan weg van het ik.
  • In therapie en pastoraat krijgt decentratie een zeer concrete betekenis. Zij uit zich wanneer iemand niet langer zijn waarde ontleent aan functioneren, succes of morele correctheid, maar leert rusten in zijn bestaan. Bij burn-out, rouw of existentiële crisis betekent dit vaak een kantelpunt: niet harder werken aan zichzelf, maar het ik ontlasten. De vraag verandert dan van “wie moet ik zijn?” naar “waartoe word ik geroepen?”. In die verschuiving ontstaat ruimte voor genezing, voor zin en voor innerlijke vrijheid.
  • Decentratie geen techniek en geen morele opdracht, maar een proces van innerlijke bevrijding. Waar de mens ophoudt zichzelf tot middelpunt te maken, wordt hij pas werkelijk persoon.)

Leven beschermen in een tijd van kwetsbaarheid

Standaard

Leven beschermen in een tijd van kwetsbaarheid

Anna Terruwe, Maurice Zundel en Viktor Frankl als profetische stemmen voor vandaag

Inleiding

Wij leven in een tijd waarin kwetsbaarheid steeds moeilijker verdragen wordt. Leven wordt vaak beoordeeld op draagkracht, autonomie, efficiëntie en ervaren kwaliteit. Wie afhankelijk wordt, wie lijdt, wie geen perspectief lijkt te hebben, loopt het risico zichzelf of door anderen als “te veel” te ervaren. In zo’n klimaat groeit de verleiding om het leven zelf ter discussie te stellen: vóór de geboorte, aan het einde van het leven, of middenin een bestaan dat als zwaar en uitzichtloos wordt beleefd.

Tegen deze achtergrond krijgt het pro-life denken een nieuwe urgentie. Niet als ideologische strijd, maar als een fundamentele vraag naar wat mens-zijn betekent. Juist hier blijken de inzichten van Anna Terruwe, Maurice Zundel en Viktor Frankl opvallend actueel. Zij benaderen het leven niet als bezit, project of prestatie, maar als gave, relatie en roeping. Hun denken vormt een menselijk én evangelisch tegenwicht tegen een cultuur waarin leven conditioneel dreigt te worden.


Anna Terruwe: leven vraagt bevestiging, geen eliminatie

Anna Terruwe heeft vanuit haar psychiatrische praktijk scherp gezien dat psychische nood zelden voortkomt uit morele ernst, gewetensvragen of religieuze betrokkenheid. Mensen worden niet ziek van waarheid, verantwoordelijkheid of innerlijke diepgang. Zij worden ziek waar het ontbreekt aan affectieve bevestiging: het ervaren dat men er mag zijn, dat men gezien en aanvaard wordt als persoon.

Dit inzicht raakt het hart van de pro-life problematiek. Veel keuzes tégen het leven – rond ongeboren leven, leven met beperkingen, leven in uitzichtloze situaties – ontstaan niet uit kwaadwilligheid, maar uit angst, eenzaamheid en het gevoel er alleen voor te staan. Waar steun ontbreekt, wordt het leven zelf als last ervaren.

Terruwe laat zien dat het antwoord daarop niet eliminatie is, maar bevestiging. Wanneer een mens zich gedragen weet door liefdevolle nabijheid, kan er ruimte ontstaan om het leven te aanvaarden, zelfs wanneer het zwaar, pijnlijk of onzeker is. Pro-life betekent hier allereerst: aanwezig zijn, bevestigen, dragen. Het is de overtuiging dat geen enkel leven een vergissing is, omdat elk leven gewild en geliefd is door God.


Maurice Zundel: leven is mysterie, geen maakbaar object

Maurice Zundel verdiept deze visie vanuit een theologisch perspectief dat diep geworteld is in het christelijk geloof. Voor hem is de mens geen probleem dat opgelost moet worden, maar een mysterie dat zich slechts ontsluit in relatie en vrijheid. Het leven laat zich niet herleiden tot biologische parameters, sociale haalbaarheid of persoonlijke wenselijkheid.

Zundel doorziet scherp het gevaar van een cultuur waarin de mens zichzelf tot maatstaf maakt. Wanneer autonomie wordt losgemaakt van het besef dat het leven ons is toevertrouwd — of, gelovig gesproken, door God gegeven — verwordt vrijheid tot macht en wordt het leven onderhandelbaar. Dan beslist de sterkere, cultureel, economisch of emotioneel, over het bestaansrecht van de zwakkere.

In dit licht krijgt pro-life bij Zundel een diepe geestelijke betekenis. Het is geen ideologische stellingname, maar een houding van eerbied. Het leven vraagt erom aanvaard te worden, niet om beheerst of geselecteerd te worden. Elk leven verwijst naar zijn Oorsprong, die ons overstijgt. In elk mens weerspiegelt zich iets van Gods liefdevolle scheppingswil. Daarom verdient elk leven onvoorwaardelijk respect, niet omdat het perfect is, maar juist omdat het gegeven is.


Viktor Frankl: ook lijdend leven blijft zinvol

Viktor Frankl confronteert ons met een waarheid die haaks staat op veel hedendaags denken: zinloos lijden bestaat, maar zinloos leven niet. Zelfs onder de meest extreme omstandigheden behoudt de mens een innerlijke vrijheid om zich tot zijn bestaan te verhouden. Die vrijheid kan niemand hem afnemen.

Dit inzicht is van groot belang in een cultuur waarin lijden vaak wordt aangevoerd als argument tegen het leven zelf. Frankl verzet zich krachtig tegen die redenering. Het antwoord op lijden is niet de ontkenning van het leven, maar het zoeken naar zin, verbondenheid en verantwoordelijkheid – vaak samen met anderen.

Pro-life betekent in Frankls visie: het leven ernstig nemen, juist wanneer het kwetsbaar, afhankelijk of onvolmaakt is. Niet de afwezigheid van lijden maakt het leven waardevol, maar de mogelijkheid om, zelfs in lijden, verbonden te blijven met betekenis, liefde en trouw. Ook een lijdend leven blijft opgenomen in Gods liefde en roeping.


Convergentie: leven als gave, relatie en verantwoordelijkheid

Hoewel Terruwe, Zundel en Frankl vanuit verschillende disciplines spreken – psychiatrie, theologie en existentiële psychologie – convergeren zij in één fundamenteel inzicht: leven wordt pas werkelijk menselijk waar het niet wordt gereduceerd tot functie, keuze of nut.

  • Terruwe benadrukt bevestiging: de mens leeft van erkenning
  • Zundel benadrukt aanvaarding van de door God gegevenheid van het leven
  • Frankl benadrukt verantwoordelijkheid en zin

Samen openen zij een pro-life visie die dieper gaat dan ethische regelgeving. Zij nodigen uit tot een cultuur waarin het leven wordt beschermd door nabijheid, gedragen door solidariteit en verstaan als roeping. Een cultuur die weerspiegelt wie God is: een God die niet selecteert, maar roept; niet afwijst, maar draagt.


Slotbeschouwing

De bescherming van het leven vraagt vandaag meer dan heldere standpunten. Zij vraagt om een hernieuwde antropologie: een mensvisie die ruimte laat voor kwetsbaarheid, afhankelijkheid en groei. Terruwe, Zundel en Frankl reiken geen eenvoudige oplossingen aan, maar wijzen een richting: weg van beheersing en selectie, naar eerbied, bevestiging en zin.

In een tijd waarin leven steeds vaker ter discussie staat, herinneren zij ons aan een diepe geloofswaarheid: het leven zelf is nooit het probleem. Het is altijd het uitgangspunt – omdat elk mens, zonder uitzondering, door God gewild en geliefd is.

Pastoor Geudens

Smakt, 14 januari 2026

Ik ben weer gaan schrijven

Standaard

Ik ben weer gaan schrijven

Schrijven over geloof en ervaring, verantwoordelijkheid en mens-zijn

Ik ben weer gaan schrijven.
Niet omdat alle vragen zijn opgelost, maar juist omdat ze mij blijven aanspreken. Omdat ze mij niet loslaten. Misschien herken je dat wel: vragen die blijven knagen, ook terwijl je studeert, plannen maakt, vooruit wilt.

Mijn schrijven groeit uit twee werelden die bij mij samenkomen: het priesterschap en mijn ervaring als arbeidstherapeut. Dat lijkt misschien een vreemde combinatie, maar in beide gaat het om dezelfde vraag:
wat helpt een mens om werkelijk te leven, van binnenuit?

Ik probeer geestelijk welzijn en existentieel geluk niet uit elkaar te trekken. Ze horen bij elkaar. Het gaat om één mens, één leven, één verantwoordelijkheid — ook vandaag, midden in een complexe samenleving.

In dat zoeken laat ik mij inspireren door drie denkers: Anna Terruwe, Maurice Zundel en Viktor Frankl.
Zij komen, elk vanuit een andere hoek, tot een verrassend eensluidend inzicht:
een mens wordt pas echt zichzelf wanneer hij niet leeft vanuit controle, prestatie of bezit, maar vanuit relatie tot God en innerlijk bekering. Je wordt persoon, niet door macht, maar door liefde.

Leven met toekomst

Wat daarbij doorslaggevend is, is toekomstgerichtheid.
Leven is meer dan reageren op omstandigheden. Het is leven vanuit roeping: het besef dat jouw bestaan nog iets van je vraagt. Dat jij wordt aangesproken — door anderen, door het leven zelf, misschien door God.

Zin ontstaat dan niet doordat alles lukt, maar doordat jij antwoord geeft op wat jou wordt toevertrouwd. Zelfs in momenten van mislukking, verlies of twijfel kan zo iets nieuws geboren worden. Juist daar kan een mens groeien.

Dat raakt aan verantwoordelijkheid.
Het verleden ligt vast — maar het is niet dood. Het goede blijft bewaard. Wat fout liep, kan worden verzoend en omgevormd. De toekomst daarentegen staat open. Zij wordt jou toevertrouwd. Elke keuze, hoe klein ook, doet ertoe. Dat is geen last, maar een bron van hoop.

Waarom schrijven?

Vanuit die overtuiging is schrijven voor mij geen hobby en geen zelfexpressie. Het is een dienst. Een manier om wat in ontmoetingen, kwetsbaarheid en trouw is gegroeid, door te geven. Om woorden te vinden die anderen kunnen helpen hun eigen weg te verstaan.

Schrijven sluit het verleden niet af.
Het opent ruimte voor toekomst — voor jou, voor de Kerk, voor de wereld.
En uiteindelijk: voor God, die ons telkens opnieuw vertrouwt.

Pastoor Geudens
12 januari 2026