IV. Katholieke psychologie als mensbeeld

Standaard

Katholieke psychologie als mensbeeld

Antropologie, affectiviteit en bevestiging in de lijn Duynstee – Terruwe – Baars – Schijns – Stockman – Vekeman – Geudens

Samenvatting

Dit artikel onderzoekt katholieke psychologie niet als een afzonderlijke therapeutische school, maar als een antropologisch gefundeerd mensbeeld dat richtinggevend is voor psychologisch denken en klinische praktijk. Uitgangspunt is de christelijke personalistische antropologie, waarin de mens wordt verstaan als een ondeelbare eenheid van lichaam, psyche en geestelijke ziel, geroepen tot waarheid, vrijheid en liefde. Vanuit deze grondslag verzet katholieke psychologie zich tegen exclusieve reducties van het menselijk functioneren tot neurobiologische, gedragsmatige of driftmatige verklaringsmodellen en benadrukt zij het wezenlijk relationele karakter van affectiviteit en morele vrijheid.

Het artikel reconstrueert de historische ontwikkelingslijn van deze benadering via Willem Duynstee, Anna Terruwe en Conrad Baars tot Harrie Schijns en René Stockman, met bijzondere aandacht voor de bevestigingsleer en het begrip frustratieneurose. In de systematische herinterpretatie van H. Vekeman wordt bevestiging uitgewerkt als antropologisch fundament van psychische groei: niet techniek, maar existentiële erkenning vormt het begin van genezing.

In een afsluitende theologische reflectie wordt deze traditie verdiept binnen een kruistheologisch perspectief, waarbij bevestiging wordt verstaan als blijvende erkenning van de persoon, ook onder het teken van kwetsbaarheid en lijden. Zo verschijnt katholieke psychologie als een levende traditie waarin antropologie, affectiviteit en vrijheid samenkomen in een relationeel verstaan van menswording. Het artikel betoogt dat niet de techniek de mensvisie legitimeert, maar dat de waarheid over de mens normatief is voor psychologische praktijk.

Inleiding

Katholieke psychologie is geen afzonderlijke therapeutische school naast bestaande psychologische stromingen, noch een confessionele variant van reeds bestaande modellen. Zij duidt een mensbeeld aan dat expliciet geworteld is in de christelijke antropologie en dat richtinggevend is voor psychologisch denken, diagnostiek en begeleiding. Het uitgangspunt is dat de mens persoon is: een ondeelbare eenheid van lichaam, psyche en geestelijke ziel, geschapen om in waarheid, vrijheid en liefde te leven.¹

Vanuit dit perspectief verzet katholieke psychologie zich tegen exclusieve reducties van de mens tot driftstructuren, gedragsmatige conditionering of louter neurobiologische processen. Menselijk functioneren wordt wezenlijk relationeel verstaan: affectiviteit, verlangen, morele verantwoordelijkheid en innerlijke vrijheid zijn constitutieve dimensies van het persoon-zijn.² Klassieke wijsheidstradities, in het bijzonder de thomistische antropologie, worden daarom niet als achterhaald beschouwd, maar als hermeneutische sleutel om moderne psychologische inzichten te ordenen en te verdiepen.

Binnen de Nederlandse en internationale context heeft zich langs deze lijnen een herkenbare traditie ontwikkeld, niet vanuit één handboek of gesloten school, maar via een opeenvolging van denkers en clinici die elk vanuit hun eigen discipline het psychologisch mensbeeld van de katholieke traditie hebben uitgewerkt.


1. Willem Duynstee: antropologische grondslag

De oorsprong van deze lijn ligt bij Willem Duynstee (1886–1968), die in de eerste helft van de twintigste eeuw een uitgesproken thomistisch gefundeerde psychologie ontwikkelde.³ In zijn analyse van menselijk handelen en psychisch lijden benadrukte hij de centrale rol van innerlijke oordeelsvorming, affectiviteit en vrijheid. Psychische ontregeling werd niet louter als biologisch of moreel probleem opgevat, maar als verstoring in de ordening van rede, wil en affectieve vermogens.

Duynstee verdedigde een mensbeeld waarin de rede normatief richtinggevend is zonder de affectiviteit te ontkennen. Daarmee bood hij een alternatief voor opkomende reductionistische modellen die de menselijke vrijheid minimaliseerden. Zijn werk vormt het fundament van een katholiek psychologisch denken dat trouw wil blijven aan zowel wetenschappelijke ernst als antropologische waarheid.


2. Anna Terruwe: affectiviteit en bevestiging

Anna Terruwe (1911–2004) bouwde voort op Duynstees antropologische kader en gaf het een klinische uitwerking.⁴ Zij introduceerde het begrip frustratieneurose als aanduiding van psychisch lijden dat voortkomt uit affectieve deprivatie — een structureel tekort aan bevestigende relaties in de ontwikkeling van de persoon.

Terruwe stelde dat veel psychisch lijden niet primair voortkomt uit verdrongen drift, maar uit het niet ervaren dat men als persoon mag bestaan en bemind kan worden. Bevestiging is in haar theorie geen sentimentele goedkeuring, maar een objectieve erkenning van de persoon in zijn bestaansrecht. Genezing begint waar de persoon wordt aangesproken vóór hij wordt beoordeeld.

Hiermee herwaardeerde Terruwe affectiviteit als constitutieve dimensie van menswording. Zij corrigeerde zowel moralistische als psychologiserende eenzijdigheden en plaatste liefde als antropologische noodzaak in het centrum van de psychotherapie.


3. Conrad Baars: internationale klinische verdieping

Conrad W. Baars (1919–1981) bracht Terruwes inzichten in een internationale psychiatrische context.⁵ In hun gezamenlijke werk Healing the Unaffirmed werd de theorie van emotionele deprivatie verder uitgewerkt en toegepast binnen de klinische praktijk.

Baars benadrukte dat herstel begint waar de persoon opnieuw relationeel wordt bevestigd. Zijn bijdrage ligt in het toegankelijk maken van deze antropologisch gefundeerde benadering binnen bredere psychotherapeutische discussies. Daarmee werd zichtbaar dat een katholiek geïnspireerde psychologie geen gesloten kerkelijk discours is, maar een humane en klinisch relevante benadering.


4. Harrie Schijns: onderscheid en integratie

In Nederland werd deze traditie voortgezet door Harrie Schijns, die de inzichten van Terruwe en Baars integreerde in psychiatrische en pastorale praktijk.⁶ Schijns benadrukte het noodzakelijke onderscheid tussen psychologische begeleiding, spirituele begeleiding en sacramenteel leven.

Deze onderscheiden samenhang voorkomt zowel spiritualisering van psychische problematiek als psychologisering van geloofservaring. Door deze methodologische helderheid droeg Schijns bij aan een volwassen katholieke benadering van psychisch lijden waarin de persoon in zijn totaliteit serieus wordt genomen.


5. René Stockman: zorg, barmhartigheid en menswaardigheid

René Stockman (°1954), verbonden aan de zorgtraditie van de Broeders van Liefde, heeft deze lijn institutioneel en ethisch verdiept.⁷ In zijn reflecties over zorg en menswaardigheid benadrukt hij dat liefde en barmhartigheid geen vage gevoelens zijn, maar structurele houdingen die zorg, therapie en begeleiding normeren.

Menswaardigheid krijgt concreet gestalte in nabijheid, trouw en bevestiging van kwetsbare mensen. Daarmee wordt de antropologische kern van katholieke psychologie zichtbaar binnen zorgpraktijk en ethiek.


6. Bevestiging en antropologische actualisering: de bijdrage van H. Vekeman

H. Vekeman heeft in zijn reflectie Bevestiging van de hele mens: een opgave de bevestigingsleer van Terruwe systematisch geherinterpreteerd.⁸ Hij benadrukt dat bevestiging geen techniek is, maar een antropologisch fundament: psychische groei begint bij existentiële erkenning.

In zijn analyse van frustratieneurose wordt psychisch lijden primair verstaan als relationele kwetsuur. Deze benadering vermijdt zowel reductionisme als moralisering en plaatst menswording — niet louter symptoomreductie — als doel van therapie.


7. Bevestiging onder het teken van het kruis: een theologisch perspectief

In recente reflecties van Jack Geudens wordt deze traditie expliciet verbonden met kruistheologie.⁹ Deze bijdrage betreft geen nieuw psychologisch model, maar een theologisch-interpretatieve verdieping van de bevestigingsleer.

Bevestiging wordt hier niet losgemaakt van lijden, maar verdiept: de mens blijft bevestigbaar, ook waar kwetsbaarheid en onmacht zichtbaar worden. Psychologische begeleiding wordt gedragen door het geduldig uithouden van waarheid binnen een betrouwbare relatie. Daarmee wordt de antropologische kern verbonden met een christologische horizon zonder niveaus te vermengen.


Slotbeschouwing

De katholieke psychologie vormt geen gesloten systeem, maar een levende traditie. Van Duynstee tot heden loopt een herkenbare lijn waarin antropologie, affectiviteit, vrijheid en relationele erkenning centraal staan.

Vier kernpunten markeren haar blijvende relevantie:

  1. Antropologisch fundament: mensvisie vóór techniek.
  2. Relationele bevestiging als voorwaarde voor groei.
  3. Diagnose van lijden als relationeel gewond-zijn.
  4. Doelgerichtheid op menswording en vrijheid.

Niet de techniek legitimeert de mensvisie.
De waarheid over de mens legitimeert de techniek.


Voetnoten

  1. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q. 75–76.
  2. Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes (1965), nrs. 12–17.
  3. W. Duynstee, De structuur van het menselijk handelen, Nijmegen: Dekker & Van de Vegt, 1939.
  4. A. Terruwe, Psychotherapie en liefde, Utrecht: Het Spectrum, 1965.
  5. C.W. Baars & A. Terruwe, Healing the Unaffirmed: Recognizing Emotional Deprivation Disorder, New York: Alba House, 1979.
  6. W.A.C. Schijns, “De spirituele dimensie in diagnostiek en behandeling,” Tijdschrift voor Psychiatrie 50 (2008): 123–131.
  7. R. Stockman, Liefde als antwoord: Menswaardige zorg in christelijk perspectief, Gent: Halewijn, 2010.
  8. H. Vekeman, Bevestiging van de hele mens: een opgave, Leuven: Acco, 2015.
  9. J. Geudens, Bevestiging onder het teken van het kruis, ongepubliceerd manuscript, Smakt, 2026.

Eerste zondag van de Veertigdagentijd A

Standaard

Eerste zondag van de Veertigdagentijd A 2026

Inleiding

Op deze eerste zondag van de Veertigdagentijd voert het evangelie ons mee naar de woestijn. We horen hoe Jezus door de Geest daarheen wordt geleid. De woestijn is in de Bijbel geen toevallige plaats. Het is de plek waar leven en dood elkaar raken, waar schijnzekerheden wegvallen en de mens wordt teruggeworpen op zijn diepste afhankelijkheid van God.

Vanuit deze werkelijkheid horen wij het evangelie van vandaag — een evangelie dat ook ons eigen leven raakt.

Preek

Het evangelie van vandaag laat ons iets heel wezenlijks zien. Direct na zijn doop, direct nadat de Vader over Jezus heeft uitgesproken: “Gij zijt mijn geliefde Zoon”, wordt Hij door de Geest naar de woestijn geleid. Dat is veelzeggend. Niet naar succes. Niet naar applaus. Niet naar een gemakkelijke weg. Maar naar de woestijn.

De woestijn is de plaats waar je niets hebt om je aan vast te houden. Geen afleiding. Geen zekerheden. Alleen God — en jezelf. En juist daar, in de stilte en eenzaamheid, komt de beproeving.

Ook in ons leven kan er een “woestijn” verschijnen. Misschien merkt u dat oude gewoonten terugkeren. Misschien voelt het gebed plotseling droog aan. Misschien komt er twijfel. Misschien loopt iets anders dan u gehoopt had. Dat betekent niet dat u verkeerd bezig bent. Het betekent niet dat God u verlaten heeft. Integendeel: het kan juist betekenen dat uw geloof dieper en rijper wordt.

Jezus krijgt in de woestijn drie bekoringen.

De eerste: maak van stenen brood. Gebruik je kracht voor jezelf. Ook wij kunnen verleid worden om God alleen te zoeken zolang Hij ons iets geeft — troost, oplossingen, zegen. Maar geloof is méér dan ontvangen. Geloof is vertrouwen, ook wanneer het moeilijk wordt.

De tweede: spring van de tempel. Bewijs dat God je beschermt. Ook wij kunnen denken: als God van mij houdt, dan zal alles vanzelf goed gaan. Maar geloof betekent niet dat problemen verdwijnen. Het betekent dat God met ons meegaat, ook wanneer wij struikelen.

De derde: alle koninkrijken van de wereld. Kies voor macht, voor snelle winst, voor de gemakkelijke weg. Ook in een sterk geloof kan de verleiding opkomen om concessies te doen, om het evangelie af te zwakken, om het onszelf comfortabeler te maken.

De kern van elke verleiding is dezelfde: laat de band met God los. Vertrouw liever op jezelf. Kies de weg van het minste verzet. Maar Jezus doet dat niet. Hij blijft verbonden met de Vader. Hij kiest niet voor gemak, maar voor trouw. Niet voor onmiddellijke winst, maar voor liefde. En dat is de grote bemoediging voor ons: als Jezus zelf de woestijn is doorgegaan, dan kan Hij ook ons daarin vergezellen. U staat er niet alleen voor.

Obstakels op uw weg betekenen niet dat uw geloof mislukt. Vaak zijn ze juist het teken dat uw geloof echt wordt — dat het wortel schiet en sterker wordt. De Veertigdagentijd is een weg naar Pasen. Soms voert die weg door dorheid, strijd of teleurstelling. Maar wie met Christus meegaat, ontdekt dat juist in de woestijn het hart wordt gezuiverd en gesterkt.

Blijf dus bidden, ook wanneer het moeilijk is.
Blijf vertrouwen, ook wanneer u twijfelt.
Blijf kiezen voor Christus, ook wanneer het iets kost.

Amen.

Pastoor Geudens, Smakt, 20 februari 2026

Respect en welkom voor elk kind

Standaard

Respect en welkom voor elk kind

Een theologische verantwoording vanuit het Kruis van Christus

Pastoor Jack Geudens, Smakt, 20-02-2026


1. Persoonlijke inzet: geen thema, maar roeping

Wanneer ik opkom voor het ongeboren leven, doe ik dat niet vanuit ideologie, politieke strijd of morele verontwaardiging. Ik doe het als priester van de Rooms-Katholieke Kerk, geplaatst onder het Kruis van Jezus Christus.

In mijn theologische arbeid rond het kruis-criterium heb ik geleerd: het Kruis openbaart niet alleen wie God is, maar ook wie de mens is. In de zelfgave van Christus wordt zichtbaar dat menselijke waardigheid niet afhangt van kracht, autonomie of gewenstheid, maar van ontvangen zijn in liefde.

Vanuit die overtuiging kan ik niet anders dan opkomen voor het kind dat nog geen stem heeft.


2. Het kruis als criterium van menselijke waardigheid

Het Kruis is in de christelijke traditie geen symbool van mislukking, maar van geopenbaarde liefde. In de gekruisigde Christus zien wij:

  • een God die zich solidair maakt met kwetsbaarheid;
  • een waardigheid die niet vernietigd wordt door zwakheid;
  • een leven dat niet wordt gemeten aan nut of functionaliteit.

Daar ligt de kern van mijn pro-life overtuiging.

Wanneer menselijke waardigheid ontologisch is – geworteld in het geschapen zijn naar Gods beeld – dan is zij aanwezig vanaf het eerste begin van het menselijk bestaan. Niet omdat het kind al kan denken, spreken of kiezen, maar omdat het – in bestaan gekomen – is.

De waardigheid van het ongeboren kind berust niet op prestatie, maar op zijnsorde.

Het kruis-criterium bewaart ons tegen een cultuur waarin alleen het autonome, het sterke en het gewenste bestaansrecht heeft. Onder het Kruis wordt juist de weerloze drager van oneindige waarde.


3. Participatio – het ongeboren kind als medemens

In een eerdere theologische reflectie (zie doravisser.org) heb ik gesproken over participatio, configuratio en conformitas. Deze structuur helpt mij ook hier.

Participatio betekent: deelhebben aan Christus.

Ieder mens is geroepen tot gemeenschap met God. Het ongeboren kind is geen “mogelijkheid”, maar reeds een concrete persoon in wording, gedragen in Gods scheppende liefde.

Wanneer Paulus spreekt over het Lichaam van Christus, wordt geen enkele gedoopte – en in bredere zin geen enkel menselijk bestaan – buiten de horizon van Gods roeping geplaatst. Het ongeboren kind staat niet buiten de heilsgeschiedenis.

Het is geen biologisch incident, maar een geroepen bestaan.


4. Configuratio – de vorm van een cultuur

De vraag die mij als priester raakt is niet alleen: “Is dit moreel toegestaan?” maar dieper:

Welke vorm krijgt onze cultuur wanneer het ongeboren leven niet vanzelfsprekend welkom is?

Configuratio gaat over vormwording. Een samenleving wordt gevormd door wat zij beschermt en wat zij prijsgeeft.

Wanneer wij het meest kwetsbare leven niet onvoorwaardelijk beschermen, verschuift onmerkbaar het criterium van waardigheid:

  • van zijn → naar functioneren;
  • van ontvangen → naar plannen;
  • van gave → naar keuze.

Maar het kruis leert mij dat ware menselijkheid juist zichtbaar wordt waar het leven ontvangen wordt als gave, ook wanneer het kwetsbaar, onverwacht of zwaar is.

Dat betekent niet dat ik de nood van vrouwen en gezinnen bagatelliseer. Integendeel. Het kruis confronteert ons met het lijden – maar het antwoord van het Evangelie is nooit eliminatie van de kwetsbare, maar nabijheid, ondersteuning en barmhartigheid.


5. Conformitas – niet mijn wil, maar de uwe

Conformitas is wilsovereenstemming met Christus.

In Getsemane bidt Jezus: “Niet mijn wil, maar de uwe geschiede.” Dat gebed leert mij dat menselijke vrijheid niet absoluut is, maar relationeel: gericht op het goede dat ons voorafgaat.

De Rooms-Katholieke Kerk leert consequent dat het menselijk leven vanaf de conceptie beschermd moet worden. Niet uit hardheid, maar uit trouw aan de waarheid over de mens.

Als priester sta ik onder dat leergezag. Mijn stem is geen privé-mening, maar participatie in een ecclesiale overtuiging die geworteld is in:

  • de waardigheid van de persoon als beeld van God;
  • de menswording van de Zoon;
  • het kruis als ultieme bevestiging van kwetsbaar leven.

Wanneer ik opkom voor het ongeboren kind, doe ik dat in gehoorzaamheid aan Christus en in verbondenheid met de Kerk.


6. Maria: icoon van welkom

De mariologie van de Kerk verdiept dit perspectief.

Maria’s fiat – “Mij geschiede naar uw woord” – is het grote welkom van de heilsgeschiedenis. Zij ontvangt een leven dat niet gepland is volgens menselijke maatstaven. Haar moederschap begint in kwetsbaarheid en onzekerheid.

In haar zien wij dat het ontvangen van nieuw leven geen romantisch ideaal is, maar een daad van vertrouwen.

Daarom pleit ik niet alleen tegen abortus, maar vóór een cultuur van welkom:

  • welkom in gezinnen;
  • welkom in parochies;
  • welkom in maatschappelijke structuren;
  • welkom ook wanneer omstandigheden zwaar zijn.

Pro-life is geen veroordeling van vrouwen, maar een pleidooi voor een gemeenschap die niemand alleen laat.


7. Respect en barmhartigheid

Mijn inzet voor het ongeboren leven betekent niet dat ik geen mededogen heb met wie een abortus heeft ondergaan. Integendeel.

Onder het Kruis staat ook Maria, en naast haar de gewonde mensheid. Christus veroordeelt niet, maar nodigt uit tot verzoening.

De Kerk kent pastorale wegen van genezing en vergeving. Wie gebroken is door een abortuservaring, staat niet buiten Gods barmhartigheid.

Het Evangelie is tegelijk waarheid en genade.


8. Waarom ik spreek

Ik spreek omdat het ongeboren kind niet kan spreken.
Ik spreek omdat het kruis mij leert dat juist de weerloze oneindige waarde heeft.
Ik spreek omdat ik geloof dat geluk niet groeit uit uitsluiting van kwetsbaar leven, maar uit liefdevolle ontvangst ervan.

Het bestaansrecht van het ongeboren kind is geen bijkomend moreel detail. Het raakt aan de kern van wat wij onder menselijkheid verstaan.

Als wij onder het Kruis leren kijken, zien wij:

  • dat elk leven gewild is door God;
  • dat geluk nooit gebouwd kan worden op het ontzeggen van bestaansrecht;
  • dat ware vrijheid samenvalt met liefde voor het zwakke.

Slotwoord

Mijn verantwoording als pro-life priester is eenvoudig en tegelijk radicaal:

In de liefde van Jezus Christus is geen enkel mensenleven overbodig.

Het ongeboren kind is geen probleem dat moet worden opgelost, maar een persoon die moet worden verwelkomd.

Het kruis is geen herinnering aan lijden alleen.
Het is het blijvende criterium van liefde.

En daarom kom ik op voor het leven.