
Verbonden met elkaar in Christus – Kompas voor de toekomst
Een voorzichtige analytische lezing in het licht van de ecclesiologische ontwikkeling na Vaticanum II
Inleiding
De toekomstvisie Verbonden met elkaar in Christus – Kompas voor de toekomst, gepresenteerd door het bisdom Roermond op 17 december 2025, wil richting geven aan de katholieke Kerk in Limburg voor de komende vijf tot tien jaar. De tekst is tot stand gekomen via een breed synodaal proces, waarbij circa 150 gelovigen uit het hele bisdom betrokken waren. Zij ademt betrokkenheid, zorgvuldigheid en pastorale verantwoordelijkheid. De visie presenteert zich nadrukkelijk niet als een blauwdruk, maar als een kompas: richtinggevend, uitnodigend en open voor gezamenlijke verantwoordelijkheid. Aanleiding is de veranderde positie van de Kerk in de samenleving, gekenmerkt door teruglopend kerkbezoek en verminderde institutionele vanzelfsprekendheid, maar ook door een blijvende behoefte aan zingeving, gemeenschap en morele oriëntatie. Centraal in de visie staat de Kerk als moreel en spiritueel kompas. Vanuit een eeuwenoude traditie wil zij richting geven aan gelovigen én niet-gelovigen, met aandacht voor menselijke waardigheid, verbondenheid en hoop. Jezus Christus wordt daarbij genoemd als hart en uitgangspunt van het kerkelijk leven.
Deze bijdrage wil geen tegenvisie formuleren en geen oordeel vellen over intenties. Zij beoogt een voorzichtig analytisch onderzoek naar de aard van de tekst, haar onderliggende aannames en enkele impliciete consequenties die niet expliciet worden benoemd. Dat gebeurt in een nederige grondhouding, in het besef dat beleidsvorming in een context van krimp, vergrijzing en secularisatie onvermijdelijk gepaard gaat met moeilijke keuzes. De centrale vraag die hier wordt gesteld is daarom niet pastoraal, maar ecclesiologisch en bestuurlijk van aard: wat voor soort tekst is dit eigenlijk, en welke kerkopvatting tekent zich erin af?
1. De aard van de tekst: richtinggevend beleid, geen leerstellig document
Allereerst is het van belang vast te stellen dat Kompas voor de toekomst geen geloofsbelijdenis is en geen theologisch traktaat. Het betreft een bestuurlijke visietekst, bedoeld om richting te geven aan beleid in een Kerk die zich in een langdurige fase van structurele krimp bevindt. De tekst maakt bewust gebruik van theologische taal — Christus, roeping, synodaliteit, gemeenschap — maar haar primaire functie is het legitimeren en kaderen van organisatorische keuzes voor de komende jaren. Juist deze combinatie maakt de tekst sterk, maar ook kwetsbaar: zij kan bij lezers de indruk wekken dat bestuurlijke noodzaak en theologische overtuiging samenvallen, terwijl zij in werkelijkheid verschillende orden van spreken vertegenwoordigen.
Deze spanning is niet vreemd aan het postconciliaire kerkelijke spreken, maar vraagt om voortdurende onderscheiding.^1
2. Een realistische diagnose, met een impliciete keuze
De visie benoemt terecht de afname van kerkbezoek, het teruglopend aantal vrijwilligers en priesters, en het verlies van maatschappelijke vanzelfsprekendheid. Deze diagnose is feitelijk juist en wordt breed gedeeld.Wat echter niet expliciet wordt uitgesproken, maar wel duidelijk aanwezig is, is een impliciete beleidskeuze: de Kerk aanvaardt dat zij structureel een minderheid is geworden en richt haar toekomstvisie daarop in. Dit wijst op een duurzame herpositionering, niet louter op crisisbeheer.
Deze benadering sluit aan bij het conciliaire besef dat de Kerk haar zending vervult in de wereld zoals zij is, niet vanuit maatschappelijke hegemonie.^2
3. Van geloofstaal naar organisatiemodel
De tekst spreekt uitvoerig over verbondenheid, gemeenschap, luisteren en gedeelde verantwoordelijkheid. In de concrete uitwerking vertaalt zich dit echter vooral in schaalvergroting, netwerkstructuren, kernlocaties en bestuurlijke herordening. Hier functioneert geloofstaal vooral als kader, terwijl de feitelijke motor van de visie ligt in de noodzaak van bestuurbaarheid onder omstandigheden van krimp. Dat vraagt om helder onderscheid tussen theologische motivatie en organisatorische rationaliteit.
Vaticanum II benadrukt juist dat structuren voortkomen uit het wezen van de Kerk als mysterie en communio, en niet andersom.^3
4. Synodaliteit: geestelijk ideaal én bestuurlijk instrument
Synodaliteit wordt voorgesteld als samen luisteren, onderscheiden en verantwoordelijkheid dragen. Tegelijk functioneert zij in de praktijk ook als middel om draagvlak te creëren voor moeilijke beslissingen en betrokkenheid te organiseren rond reeds noodzakelijke keuzes. Daarmee krijgt synodaliteit een dubbele functie: geestelijk ideaal én bestuurlijk instrument. Dit vraagt om waakzaamheid, opdat onderscheiding niet verengd wordt tot procedure, en luisteren niet samenvalt met instemming.
Het concilie spreekt wel over gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar steeds binnen een duidelijke onderscheiding van ambten en charismata.^4
5. De parochie: van territorium naar functie
De “parochie van de toekomst” wordt beschreven als een gemeenschap van gemeenschappen: een netwerk van groepen rond één centrale kerk. Daarmee wordt het klassieke territoriale volkskerkmodel losgelaten en verschuift het zwaartepunt naar keuzegebonden betrokkenheid. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor catechese, sacramentele praktijk en ambtsbeleving. Kerk-zijn wordt steeds meer een bewuste optie voor gemotiveerden, en minder een vanzelfsprekende leefwereld.
Vaticanum II kent deze ontwikkeling niet expliciet, maar benadrukt wel dat de Kerk sacramenteel aanwezig moet blijven in concrete gemeenschappen, en niet mag reduceren tot functionele verbanden.^5
6. Het ambt: spanning tussen herder en bestuurder
De tekst erkent eerlijk de spanning tussen priester als herder en priester als manager. Tegelijk blijft de eindverantwoordelijkheid bij de pastoor, terwijl schaal en complexiteit toenemen. Analytisch bezien vergroot dit het risico op een functionalisering van het ambt, waarbij bestuurlijke verantwoordelijkheid de sacramentele identiteit overvleugelt.
Vaticanum II beschrijft het priesterlijk ambt primair als deelname aan het herderlijk dienstwerk van Christus, gericht op de opbouw van de gemeenschap, niet als bestuurslaag.^6
7. Kerkgebouwen: van heilige plaats naar beheersvraag
De tekst spreekt nuchter over sluiting en herbestemming van kerkgebouwen. Wat onderbelicht blijft, is het symbolisch en existentieel verlies dat hiermee gepaard gaat. Wanneer kerksluiting wordt genormaliseerd, verandert de ervaring van Kerk-zijn: minder als blijvende sacramentele aanwezigheid, meer als geconcentreerd aanbod.
Het concilie benadrukt echter het belang van zichtbare tekenen van Gods aanwezigheid in de wereld, juist in de concrete leefomgeving van mensen.^7
8. Een impliciete ecclesiologie
Zonder dit expliciet te benoemen, introduceert de tekst een kerkopvatting die minder hiërarchisch zichtbaar, minder juridisch voelbaar en meer relationeel en procesmatig is. Autoriteit moet zich voortdurend legitimeren via overleg, transparantie en participatie.
Dit sluit in belangrijke mate aan bij de geest van Vaticanum II, met name Lumen Gentium. Tegelijk ontbreekt een expliciete correctie: het concilie vertrekt vanuit het mysterie van de Kerk, waaruit structuren voortvloeien — niet omgekeerd.^8
Slotbeschouwing
Verbonden met elkaar in Christus – Kompas voor de toekomst is een zorgvuldige en realistische poging om richting te geven aan een Kerk in overgang. In intentie staat zij duidelijk in het spoor van Vaticanum II: communio, participatie en aandacht voor de tekenen van de tijd.
Tegelijk markeert de tekst een verschuiving van een territoriaal en institutioneel gedragen Kerk naar een relationeel, netwerkmatig en bestuurbaar minderheidsmodel. Daarbij dreigt het risico dat structuur en organisatie steeds explicieter worden, terwijl theologische diepte en het besef van mysterie impliciet blijven.
De fundamentele vraag die zich in alle voorzichtigheid aandient, luidt daarom niet beschuldigend maar onderscheidend:
Wordt de Kerk hier opnieuw geordend om het geloof te dienen,
of wordt het geloof functioneel ingezet om een noodzakelijke herordening te dragen?
Deze vraag vraagt geen snelle beantwoording, maar blijvende gezamenlijke onderscheiding.
Voetnoten
- Lumen Gentium 1–3: Kerk als mysterie vóór institutionele vorm.
- Gaudium et Spes 4; 42: Kerk in de wereld zonder aanspraak op maatschappelijke hegemonie.
- Lumen Gentium 8; 11: zichtbare structuur voortkomend uit sacramentele werkelijkheid.
- Lumen Gentium 12; 30–32: onderscheid en samenhang van ambten en gaven.
- Sacrosanctum Concilium 26; 42: belang van concrete, lokale eucharistische gemeenschap.
- Presbyterorum Ordinis 2–6: priesterlijk ambt als herderlijk en sacramenteel dienstwerk.
- Gaudium et Spes 43; Sacrosanctum Concilium 7: zichtbaarheid van de Kerk als teken in de wereld.
- Lumen Gentium 1; 9: de Kerk als Volk van God, geworteld in goddelijk mysterie.

