Blik in de hemel

Standaard

(..)
Enkele weken later, op 27 november 1936, mocht zuster Faustina in een onbeschrijflijk gelukzalig visioen de heerlijkheid van de hemel zien. Ze schrijft hierover in haar dagboek: “Vandaag was ik in de geest in de hemel en zag het onvoorstelbaar mooie en het geluk, dat ons na de dood wacht. Ik zag hoe alle schepselen zonder ophouden God loven en eren. Ik zag hoe groot de gelukzaligheid van God is, die uitstroomt over alle schepselen en hen vervult met onmetelijk diepe vreugde en hoe alle roem en eer uit dit geluk terugkeert naar de Bron.

Ze dringen door in de diepten van God, het innerlijke leven van God beschouwend – van de Vader, van de Zoon en van de H. Geest – dat ze nooit zullen begrijpen of doorgronden. Deze Bron van geluk is in haar wezen onveranderlijk, maar toch altijd nieuw. Er borrelt vreugde en zaligheid uit op voor alle schepselen. Nu begrijp ik de H. Paulus, die gezegd heeft: “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, in geen mensenhart is opgekomen, hetgeen God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben.” En God liet mij begrijpen, dat er maar één ding is dat in zijn ogen oneindige waarde heeft en dat is de liefde tot Hem, liefde, liefde en nog eens liefde. Niets is te vergelijken met één enkele daad van zuivere liefde tot God. Welke onvoorstelbare gunsten geeft God aan de ziel, die Hem oprecht liefheeft. O, gelukkig de zielen in wie Hij reeds hier op aarde welbehagen heeft; het zijn de kleine, nederige zielen. De grote heerlijkheid van God, die ik waarnam, wordt door allen die in de hemel zijn geprezen, naargelang de trap van genade en rangorde, waarin zij zijn ingedeeld. Toen ik deze macht en majesteit van God zag, werd mijn ziel niet vervuld van huiver, ook niet van angst. Nee, helemaal niet. Mijn ziel werd vervuld van vrede en liefde. Hoe meer ik de majesteit van God leer kennen, des te meer ben ik erover verheugd dat God is zoals Hij is. Ook zijn majesteit verheugt mij oneindig en ook, dat ik maar zo klein ben. Omdat ik zo klein ben, draagt God mij in zijn hand en drukt mij aan zijn Hart.

“O mijn God, wat heb ik medelijden met de mensen, die niet in het eeuwige leven geloven. Ik bid vurig voor hen, dat ook zij door een straal van barmhartigheid geraakt worden en God hen aan zijn vaderlijk Hart zal drukken”.

Lees verder…