De actuele doorwerking van Anna Terruwe en Conrad Baars in de Verenigde Staten

Standaard

 · door Beheerder Website pastoor Geudens

Van persoonlijke roeping naar levende traditie


English Abstract

From Personal Vocation to Living Tradition
The Contemporary Reception of Anna Terruwe and Conrad Baars in the United States

This article examines the contemporary continuation of the psychological and anthropological vision of Anna Terruwe and Conrad Baars, not through a purely academic reconstruction, but through the living institutions that currently transmit and embody their work in the United States. Institutes such as the Baars Institute, the Institute for Personalist Psychology, and the Anna Terruwe Museum demonstrate that their approach remains deeply relevant in contemporary therapeutic and pastoral contexts. Rooted in the concept of affirmation as a form of healing love, this tradition offers a personalist alternative to technocratic and reductionist models of psychotherapy and resonates strongly with a Christian understanding of mercy, freedom, and intrinsic human dignity.


Inleiding

De reflectie die hier volgt vertrekt niet vanuit een louter academische herlezing van het oeuvre van Anna Terruwe en Conrad Baars, maar vanuit de concrete hedendaagse context waarin hun werk vandaag wordt gedragen, geïnterpreteerd en doorgegeven. Juist deze actuele doorwerking maakt zichtbaar dat hun benadering geen afgesloten hoofdstuk vormt binnen de geschiedenis van de katholieke psychologie, maar een levende traditie is gebleven — ontstaan uit een intensieve ontmoeting met de lijdende mens en gevoed door klinische, pastorale en morele ervaring.

Deze traditie wordt vandaag niet primair bewaakt door universiteiten, maar door instellingen die hun inspiratie ontlenen aan de oorspronkelijke roeping van Terruwe en Baars: het dienen van de menselijke persoon in diens gekwetstheid, morele kwetsbaarheid en verlangen naar innerlijke vrijheid.


Genezing als relationele werkelijkheid

Het oorspronkelijke vertrekpunt van Terruwe en Baars lag in hun langdurige klinische en pastorale omgang met mensen bij wie de emotionele ontwikkeling was vastgelopen. Hun fundamentele inzicht luidde dat psychisch en moreel herstel niet tot stand komt door analyse, techniek of gedragsmatige correctie alleen, maar door bevestigende liefde: een wijze van relationele aanwezigheid waardoor de mens opnieuw leert ervaren dat hij of zij mag bestaan, voelen en verlangen.

Deze bevestiging is geen vorm van sentimentaliteit of vrijblijvende empathie. Zij is een moreel en relationeel handelen, dat vraagt om wat Terruwe en Baars aanduiden als weerhoudende liefde: nabijheid zonder toe-eigening, betrokkenheid zonder manipulatie, zorg zonder beheersing. In deze zin raakt hun psychologie aan een diep christelijk verstaan van barmhartigheid, waarin de ander niet wordt ‘gemaakt’ of ‘gerepareerd’, maar wordt ontvangen als persoon.


Hedendaagse institutionele dragers in de Verenigde Staten

In de eenentwintigste eeuw wordt dit gedachtegoed in het bijzonder in de Verenigde Staten levend gehouden. Het Baars Institute fungeert als een laagdrempelige toegangspoort tot het werk van Conrad Baars en Anna Terruwe. Via publicaties, audio-opnamen en inleidend materiaal richt het instituut zich op therapeuten, geestelijken en geïnteresseerde leken. Tegelijkertijd wordt gezocht naar verdere professionalisering en verdieping, onder meer door het ontwikkelen van opleidingen en studiedagen.

Daarnaast is er het Institute for Personalist Psychology, verbonden met House of Hope International in de regio New York. Dit instituut positioneert zich expliciet binnen een personalistische antropologie, waarin psychische heelheid, morele vorming en spirituele rijping niet als gescheiden domeinen worden behandeld, maar als onderling verbonden dimensies van mens-zijn. De vorming van counselors staat hier in dienst van een integrale mensvisie.

Een bijzondere plaats neemt het Anna Terruwe Museum in. Dit museum bewaart en ontsluit het intellectuele en spirituele erfgoed van Anna Terruwe en fungeert als plaats van herinnering, studie en publieke overdracht. Het onderstreept dat het hier niet gaat om een afgebakende therapievorm, maar om een mens- en menslievendheidsvisie die het verdient om bewaard en doorgegeven te worden.


Dr. Denise M. Mari en de actuele betekenis van een levende traditie

Een centrale rol in de hedendaagse doorwerking van het denken van Terruwe en Baars wordt vervuld door Denise M. Mari, mede-oprichtster van het Anna Terruwe Museum. In haar publicaties en interviews benadrukt zij consequent dat bevestiging wezenlijk verschilt van de dominante hedendaagse cultuur van zelfbevestiging, prestatie en autonomie. Waar deze cultuur de mens voortdurend aanspoort zichzelf te realiseren en te bewijzen, veronderstelt bevestiging juist ontvankelijkheid: het erkennen en eerbiedigen van het goede dat in de ander reeds aanwezig is, ook wanneer dit door kwetsuur, falen of innerlijke blokkade aan het zicht is onttrokken.

In deze zin treedt Mari op als bewaker én vertaler van de oorspronkelijke inzichten van Terruwe en Baars. Zij actualiseert hun antropologische en therapeutische intuïties voor een context waarin zowel psychotherapie als pastoraat onder druk staan van methodisering, efficiëntiedenken en meetbaarheid. Tegenover deze tendensen herinnert zij eraan dat genezing niet primair het resultaat is van techniek of interventie, maar van een relationele houding die de persoon in zijn waardigheid bevestigt en vrijlaat.

Binnen deze bredere context krijgt de Amerikaanse situatie een bijzondere betekenis. De daar ontstane initiatieven functioneren niet louter als lokale voortzettingen van het werk van Terruwe en Baars, maar treden naar voren als internationale dragers en behoeders van een personalistisch-christelijke mensvisie. Daarmee vervullen zij een referentiële rol in het bewaren én actualiseren van een traditie waarin psychologische genezing, morele rijping en het theologisch verstaan van barmhartigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven.

In een tijd waarin zorg en begeleiding dreigen te verworden tot protocol en techniek, herinnert deze traditie eraan dat ware genezing ontstaat waar menselijke liefde, innerlijke vrijheid en vertrouwen in Gods barmhartigheid elkaar ontmoeten. Niet de optimalisering van de mens staat daarbij centraal, maar zijn bevestiging — als geschapen en beminde persoon.


Slotmeditatie

Ware genezing voltrekt zich niet waar de mens wordt verbeterd,
maar waar hij wordt bevestigd.

Dat wij leren liefhebben zoals God liefheeft:
niet bezittend, niet dwingend,
maar dragend, weerhoudend en bevrijdend.

Dat wie lijdt opnieuw mag ervaren:
ik mag er zijn —
en dat dit genoeg is om te beginnen te leven.


Theoretisch kader: personalistische antropologie en bevestiging

De psychologie van Anna Terruwe en Conrad Baars laat zich niet adequaat begrijpen binnen een zuiver empirisch of behavioristisch kader. Hun benadering wortelt expliciet in een personalistische antropologie, waarin de mens wordt verstaan als een eenheid van lichaam en ziel, affectiviteit en rationaliteit, vrijheid en relationele ontvankelijkheid. In deze zin sluiten zij aan bij de bredere personalistische stroming zoals die in de twintigste eeuw is uitgewerkt door auteurs als Emmanuel Mounier, Martin Buber en Karol Wojtyła, zonder hun werk tot een gesloten filosofisch systeem te reduceren.¹

Centraal staat het inzicht dat de menselijke persoon niet louter zichzelf constitueert door autonomie of prestatie, maar tot zichzelf wordt gebracht in en door bevestigende relatie. Bevestiging is hierbij geen psychologisch hulpmiddel, maar een antropologisch grondgegeven: de persoon heeft relationele erkenning nodig om zijn natuurlijke neigingen ordelijk te integreren en tot innerlijke vrijheid te komen.²


Thomas van Aquino: liefde als oorzaak van groei

Hoewel Terruwe en Baars zelden expliciet scholastiek citeren, vertoont hun denken een diepe structurele verwantschap met de antropologie van Thomas van Aquino. Bij Thomas is liefde (amor) niet primair affect, maar een actus van de wil die het goede van de ander beoogt (velle bonum alteri).³ Deze liefde werkt vormend: zij stelt de ander in staat zijn potenties te actualiseren overeenkomstig zijn natuur.

In dit licht kan bevestigende liefde worden verstaan als een participatie aan de scheppende en onderhoudende liefde van God, waardoor de mens innerlijk wordt geordend. Waar deze liefde ontbreekt of wordt vervangen door conditionele waardering, ontstaat wat Terruwe aanduidt als affectieve onrijpheid. Thomas zelf benadrukt dat de deugden slechts duurzaam kunnen groeien waar de affectiviteit ordelijk is gevormd.⁴

De weerhoudende liefde waar Terruwe en Baars op wijzen, sluit nauw aan bij Thomas’ onderscheid tussen amor concupiscentiae en amor benevolentiae. Bevestiging is geen toe-eigening, maar welwillendheid die de ander vrijlaat.⁵


Vaticanum II: waardigheid, relationaliteit en barmhartigheid

De antropologische grondintuïties van Terruwe en Baars vinden een duidelijke resonantie in het leergezag van het Tweede Vaticaans Concilie, met name in Gaudium et Spes. Het concilie benadrukt dat menselijke waardigheid niet functioneel of maatschappelijk wordt toegekend, maar intrinsiek is, geworteld in de schepping naar Gods beeld.⁶

In nr. 24 van Gaudium et Spes wordt de mens beschreven als een wezen dat zichzelf slechts kan vinden “door de oprechte gave van zichzelf”. Deze formulering biedt een theologisch-antropologische sleutel tot het begrip bevestiging: pas waar de mens zich ontvangen weet, kan hij zichzelf schenken zonder zichzelf te verliezen.⁷

Daarnaast sluit de benadering van Terruwe en Baars nauw aan bij het conciliaire verstaan van barmhartigheid als constitutief voor de zending van de Kerk. Pastoraat en zorg zijn geen technische interventies, maar deelname aan Gods genezende nabijheid tot de gekwetste mens.⁸


Bevestiging, vrijheid en morele rijping

Terruwe en Baars plaatsen bevestiging niet tegenover moraal, maar situeren haar voorafgaand aan morele verantwoordelijkheid. Waar affectieve rijping ontbreekt, wordt morele aanspraak ervaren als overweldigend of destructief. Dit inzicht voorkomt zowel moralisme als permissiviteit.

Hier raakt hun psychologie aan het fundamentele thomistische principe gratia supponit naturam. Genade — en ook morele vorming — kan slechts vrucht dragen waar de natuur voldoende is geordend.⁹ Bevestiging herstelt deze orde niet door dwang, maar door liefdevolle nabijheid.


Ecclesiologische implicaties

Vanuit kerkelijk perspectief impliceert deze benadering dat ook het pastorale handelen van de Kerk moet worden getoetst aan de vraag of zij bevestigend aanwezig is. In een cultuur waarin zowel therapie als pastoraat dreigen te verworden tot methodiek en protocol, herinnert deze traditie eraan dat innerlijk gezag voortkomt uit liefdevolle waarachtigheid, niet uit beheersing.¹⁰


Bronnenlijst

  • Terruwe, A. & Baars, C., Psychic Wholeness and Healing.
  • Baars Institute – officiële website en therapie-informatie.
  • Institute for Personalist Psychology / House of Hope International (New York).
  • Anna Terruwe Museum – publicaties en virtuele bibliotheek.
  • Artikelen en interviews van Denise M. Mari op terruwe.wordpress.com.

Voetnoten

  1. E. Mounier, Le personnalisme, Paris 1949; K. Wojtyła, Osoba i czyn, Kraków 1969.
  2. A. Terruwe & C. Baars, Psychic Wholeness and Healing, New York 1972, 45–67.
  3. Thomas van Aquino, Summa Theologiae I–II, q. 26, a. 4.
  4. Thomas van Aquino, Summa Theologiae I–II, q. 59, a. 5.
  5. Thomas van Aquino, Summa Theologiae I–II, q. 26, a. 1–2.
  6. Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes (7 december 1965), nr. 12.
  7. Gaudium et Spes, nr. 24.
  8. Gaudium et Spes, nr. 22 en 27.
  9. Thomas van Aquino, Summa Theologiae I, q. 1, a. 8 ad 2.
  10. Johannes Paulus II, Veritatis Splendor (1993), nr. 95.