Pro-life – positiebepaling en kruistheologie

Standaard

Pro-life onder het teken van het Kruis

I. Positiebepaling

Over waardigheid, barmhartigheid en de bescherming van kwetsbaar leven

Pro-life is geen slogan en geen partijstandpunt. Het is een wijze van kijken naar de mens, gevormd door het Evangelie en verdiept door pastorale nabijheid. Wie pro-life zegt, stelt in wezen een fundamentele vraag: wanneer mocht jij bestaan — ook toen het leven ingewikkeld werd?

In het publieke debat wordt pro-life vaak herleid tot een ethische positie rond abortus. Een christelijk verstaan van pro-life reikt echter dieper. Het begint niet bij wetgeving of moraal, maar bij de overtuiging dat ieder menselijk leven van meet af aan drager is van een onvervreemdbare waardigheid, ongeacht omstandigheden, keuzes of breuken.¹

Leven is meer dan een biologisch gegeven

De christelijke traditie verstaat leven niet louter als biologisch functioneren, maar als geroepen zijn tot relatie. Leven is ontvangen leven: niemand geeft zichzelf het bestaan.² Dit geldt voor het ongeboren kind, maar evenzeer voor de moeder en de vader, en voor allen die later verder leven met verlies, schuld of innerlijke verscheurdheid.

Daarom kan pro-life nooit uitsluitend spreken over het ongeboren kind, zonder tegelijk te spreken met hen die door de werkelijkheid van abortus zijn getekend. Waar dit toch gebeurt, verliest pro-life zijn ziel en verengt het tot een abstract beginsel.

Pro-life als pastorale roeping

In de praktijk krijgt pro-life gestalte in nabijheid: luisteren, dragen, aanwezig blijven waar het leven kwetsbaar is geworden. Juist daar wordt zichtbaar hoezeer pro-life verbonden is met bevestiging: mensen opnieuw laten ervaren dat zij meer zijn dan hun geschiedenis.

Pastorale initiatieven zoals Rachel’s Vineyard tonen dat pro-life geen ideologie is, maar een weg van genezing — niet door het verleden te herschrijven, maar door het leven opnieuw ‘bewoonbaar’ te maken. Hier blijkt dat waarheid en barmhartigheid elkaar niet uitsluiten, maar elkaar nodig hebben.

Tegen de verharding van het debat

Wat zorgwekkend is, is niet dat pro-life wordt betwist, maar dat het soms wordt verhard. Zodra pro-life verwordt tot strijdtaal, verliest het zijn geloofwaardigheid. Wie werkelijk voor het leven opkomt, kan zich geen onmenselijkheid veroorloven — ook niet in woorden.

Een pro-life houding die geen ruimte laat voor rouw, ambivalentie en innerlijke strijd, miskent de complexiteit van menselijk leven. En precies daar haakt het Evangelie aan: niet bij het perfecte leven, maar bij het gekwetste.


II. Kruistheologie

Pro-life binnen de Kruis-criteriologie

1. Pro-life als theologische vraag

Binnen kerk en samenleving wordt pro-life vaak benaderd als een ethisch standpunt of moreel programma. Deze reductie is theologisch problematisch. Zij miskent dat pro-life in zijn diepste betekenis geen thema is, maar een antropologische en christologische grondhouding.

De Kruis-criteriologie vertrekt vanuit de overtuiging dat het Kruis van Christus niet enkel een heilsfeit is, maar een onderscheidingscriterium: een normatieve plaats waar waarheid, mensbeeld en pastorale praxis worden getoetst.³ Toegepast op pro-life betekent dit dat de centrale vraag niet luidt wat moet worden verdedigd, maar hoe het leven wordt gezien, gedragen en bevestigd in het licht van Jezus, Gekruisigde Liefde.

2. Het Kruis als normatieve maatstaf

Het Kruis openbaart een radicale paradox: het leven wordt niet gered door macht, maar door zelfgave; niet door uitsluiting, maar door nabijheid. Jezus bevestigt de waardigheid van de mens juist daar waar deze wordt ontkend, verwond of verloren gewaand.

Daarom stelt de Kruis-criteriologie: waar het leven het meest kwetsbaar is, daar wordt de waarheid over de mens het scherpst zichtbaar.

Dit heeft directe consequenties voor pro-life theologie. Het ongeboren leven vraagt bescherming, niet omdat het abstract “onschuldig” is, maar omdat het volledig aangewezen is op ontvangende liefde. Tegelijk openbaart het Kruis dat ook wie faalt, breekt of schuld draagt, niet buiten deze ontvangende liefde valt. Pro-life kan daarom nooit enkel spreken over leven, zonder te spreken tot mensen die met gebroken leven verder moeten.

3. Antropologie: leven als ontvangen zijn

Binnen de Kruis-criteriologie wordt het menselijk leven fundamenteel verstaan als ontvangen leven. De mens is geen autonoom project, maar een relationeel wezen dat leeft uit voorafgaande bevestiging.⁴ Deze visie sluit aan bij een personalistische antropologie waarin waardigheid niet wordt verdiend, maar gegeven.

Vanuit dit perspectief is pro-life geen selectieve verdediging van één levensfase, maar het consequent doortrekken van hetzelfde beginsel:

  • het ongeboren kind leeft uit ontvangenheid (*);
  • de moeder leeft uit ontvangenheid, ook wanneer haar leven wordt overschaduwd door angst, druk of schuld;
  • de vader leeft uit ontvangenheid, ook wanneer verantwoordelijkheid wordt ontweken of te laat wordt beseft.

Het Kruis bewaart deze antropologie voor moralisme. Christus draagt niet alleen het onschuldige leven, maar ook het schuldige, het verwarde en het verloren leven.

4. Pro-life en barmhartigheid: geen tegenstelling

Een kernonderscheid binnen de Kruis-criteriologie is dat tussen barmhartigheid en relativisme. Barmhartigheid ontkent het kwaad of het verlies niet, maar weigert de mens ermee samen te laten vallen. In die zin is barmhartigheid geen verzachting van waarheid, maar haar diepste vorm.⁵

Toegepast op pro-life betekent dit dat abortus niet wordt gebagatelliseerd, maar ook niet wordt gebruikt als identiteitsoordeel over betrokken personen. Het Kruis maakt zichtbaar dat waarheid pas heilzaam wordt wanneer zij wordt gedragen door liefde die blijft, ook wanneer de mens zichzelf niet meer kan dragen.

5. Tegen ideologisering: het Kruis als correctief

De Kruis-criteriologie functioneert als correctief tegen ideologisering. Zodra pro-life wordt ingezet als strijdmiddel, verliest het zijn christologische grond. Het Kruis verdraagt geen instrumentalisering van waarheid; het vraagt om waakzaamheid, niet om overwinning.

Een pro-life theologie onder het teken van het Kruis:

  • verdraagt stilte en complexiteit,
  • erkent tragiek zonder cynisme,
  • en kiest voor nabijheid boven gelijk krijgen.

Hier wordt duidelijk dat pro-life niet kan worden losgemaakt van ecclesiologie en pastoraat: de Kerk is geen morele rechtbank, maar een plaats waar leven — ook verwond leven — wordt toevertrouwd aan God.

6. Conclusie: waken bij het leven

Binnen de Kruis-criteriologie verschijnt pro-life uiteindelijk als een vorm van waken. Niet waken vanuit angst of controle, maar vanuit liefdevolle verantwoordelijkheid. Waar het leven kwetsbaar is, daar staat de Kerk — niet om te heersen, maar om te blijven.

Pro-life onder het teken van het Kruis is geen luid getuigenis, maar een volgehouden aanwezigheid. Het beschermt het leven door het niet te vereenvoudigen, en het eert de waarheid door haar niet los te maken van barmhartigheid. Zo verstaan, is pro-life geen randthema, maar een lakmoesproef voor de geloofwaardigheid van de christelijke antropologie zelf.


Voetnoten

  1. Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes 26; Evangelium Vitae 2–3.
  2. Vgl. Gaudium et Spes 24: de mens als relationeel en zichzelf ontvangend.
  3. Vgl. 1 Kor. 1,18–25; Hans Urs von Balthasar, Mysterium Paschale.
  4. Vgl. Anna Terruwe & Conrad Baars, Psychic Wholeness and Healing; Thomas van Aquino, STh I–II, q. 26.
  5. Vgl. Johannes Paulus II, Dives in Misericordia 14.

Begrippen

Lakmoesproef
Een criterium dat zichtbaar maakt of iets wezenlijk klopt. In deze context: pro-life toont of een christelijk mensbeeld werkelijk trouw blijft aan waardigheid, waarheid en barmhartigheid, juist waar het leven kwetsbaar is.

Ontvangenheid
Het fundamentele inzicht dat menselijk leven niet door zichzelf wordt voortgebracht, maar ontvangen is — biologisch, relationeel en theologisch. Ontvangenheid vormt de grondslag van menselijke waardigheid en maakt afhankelijkheid niet tot zwakte, maar tot plaats van betekenis.

Smakt, door pastoor Geudens op Maria Lichtmis, 2 februari 2026