Pro-life, gekwetst leven en het priesterschap onder het teken van het Kruis
Waarheid, barmhartigheid en weerhoudende liefde als kern van pastorale theologie
Pastoor Jack Geudens (priester en arbeidstherapeut)
Smakt, januari 2026
Abstract
Deze verhandeling onderzoekt de intrinsieke samenhang tussen pro-life als geloofsbelijdenis, de zorg voor het gekwetste leven en het priesterschap als sacramenteel merkteken van Gods barmhartige liefde. Tegen de achtergrond van het Tweede Vaticaans Concilie en het magisterium wordt betoogd dat deze drie dimensies geen afzonderlijke pastorale thema’s vormen, maar uitdrukking zijn van één fundamentele geestelijke houding: weerhoudende liefde onder het teken van het Kruis.
Vanuit een christelijk-personalistische antropologie wordt menselijke waardigheid ontologisch gefundeerd en begrepen als voorafgaand aan prestatie, keuze of functionaliteit. Deze mensvisie wordt verdiept door arbeidstherapeutische en psychosociale inzichten, in het bijzonder door de bevestigingsleer van Anna Terruwe en Conrad W. Baars, zoals toegepast in het eigen werk Relatie als instrument van genezing. Relatie verschijnt daarin niet louter als context, maar als actief instrument van genezing, waarin bevestigende en weerhoudende liefde samen werkzaam zijn.
Maria en Jozef worden theologisch uitgewerkt als normatieve relationele gestalten van ecclesiale onderscheiding: Maria als ontvangende en dragende gestalte van de Kerk tot onder het Kruis, Jozef als bewaker van het toevertrouwde leven zonder beheersing. In het licht van de Passionistische kruisspiritualiteit wordt het Kruis verstaan als het ultieme criterium van waarheid en barmhartigheid: God redt het leven niet door het te elimineren, maar door het te dragen.
De studie concludeert dat pro-life binnen de pastorale theologie niet kan worden gereduceerd tot een ethisch standpunt, maar moet worden verstaan als een constitutieve dimensie van genezende pastorale praxis. Het priesterschap verschijnt daarbij als relationeel-sacramentele dienst waarin het gekwetste leven niet alleen gedragen hoeft te worden, maar wordt opgenomen in een weg van waarheid, barmhartigheid en verrijzenishoop.
Trefwoorden: pastorale theologie; pro-life; gekwetst leven; priesterschap; weerhoudende liefde; relatie en genezing; Kruis; Maria en Jozef; menselijke waardigheid; Vaticanum II.
Abstract (English)
This treatise is situated within pastoral theology and examines the intrinsic coherence between pro-life as a confession of faith, pastoral care for wounded life, and the priesthood as a sacramental sign of God’s merciful love. Drawing on the Second Vatican Council and the contemporary magisterium, it argues that these dimensions are not separate pastoral themes but expressions of one fundamental spiritual attitude: restraining love (weerhoudende liefde) lived under the sign of the Cross.
Grounded in a Christian personalist anthropology, human dignity is understood ontologically—as prior to performance, choice, or functionality. This vision is deepened through occupational-therapeutic and psychosocial insights, particularly the affirmation theory of Anna Terruwe and Conrad W. Baars, as appropriated in the author’s work Relationship as an Instrument of Healing. Within this framework, relationship is not merely the context of care but an active instrument of healing in which affirming and restraining love operate together.
Mary and Joseph are theologically developed as normative relational figures for ecclesial discernment: Mary as the receptive and bearing figure of the Church who remains faithful unto the Cross, and Joseph as the guardian of entrusted life without domination. In the light of Passionist spirituality, the Cross is interpreted as the ultimate criterion of truth and mercy: God saves life not by eliminating it, but by bearing it.
The study concludes that, within pastoral theology, pro-life cannot be reduced to an ethical position but must be understood as a constitutive dimension of healing pastoral praxis. The priesthood thus emerges as a relational-sacramental ministry in which wounded life is not left to be borne alone, but is taken up into a path of truth, mercy, and hope in the Resurrection.
Keywords: pastoral theology; pro-life; wounded life; priesthood; restraining love; relationship and healing; Cross; Mary and Joseph; human dignity; Second Vatican Council.
Inleiding
Deze scriptie situeert zich expliciet binnen de pastorale theologie en onderzoekt hoe pro-life als geloofsbelijdenis, de zorg voor het gekwetste leven en het priesterschap als merkteken van Gods barmhartige liefde elkaar wederzijds verhelderen in de concrete pastorale praxis van de Kerk. Pastoraal-theologie wordt hier niet opgevat als een louter toegepaste discipline, maar als een reflectie op de wijze waarop de waarheid van het Evangelie gestalte krijgt in begeleidend handelen, onderscheiding en genezende aanwezigheid.
Vertrekpunt is de overtuiging dat deze drie dimensies geen afzonderlijke pastorale thema’s vormen, maar uitdrukking zijn van één geestelijke kern: het innerlijk gezag dat ontspringt aan gehoorzaamheid onder het teken van het Kruis. In een context waarin pro-life vaak wordt gereduceerd tot ethisch debat, het priesterschap tot functionele rol en pastorale zorg tot louter nabijheid zonder normatief kader, betoogt deze studie dat juist hun samenhang beslissend is voor een authentieke pastorale praktijk.
De methode is fundamenteel pastoraal-theologisch: zij vertrekt vanuit de geloofstraditie (Vaticanum II, magisterium), wordt hermeneutisch verdiept door de kruisspiritualiteit en wordt getoetst aan arbeidstherapeutische en psychosociale ervaringen in de pastorale praktijk. De centrale these luidt dat weerhoudende liefde — een liefde die bewaart zonder te beheersen — een sleutelcategorie vormt voor hedendaagse pastorale theologie (vooral in Amerika en Canada!).
Hoofdstuk I – Menselijke waardigheid als ontologisch gegeven
Het Tweede Vaticaans Concilie verankert menselijke waardigheid niet functioneel, maar ontologisch. In Gaudium et Spes wordt de mens begrepen als geschapen, gekend en geroepen door God, nog vóór enige prestatie of keuze.[^1] Deze fundamentele voorafgaandheid van waardigheid impliceert dat het leven zelf niet tot object van beschikking mag worden gemaakt.
Vanuit deze grondintuïtie wordt abortus expliciet benoemd als strijdig met de morele orde, niet uit juridisme, maar omdat waar het leven afhankelijk wordt van keuze, vrijheid omslaat in macht.[^2] Deze conciliaire antropologie vormt het fundament van een pro-life-houding die niet ideologisch, maar existentieel is.
Hoofdstuk II – Relatie als instrument van genezing binnen de pastorale theologie
1. Inleiding: van pastorale nabijheid naar relationele genezing
Binnen de pastorale theologie wordt nabijheid vaak genoemd als sleutelwoord. Toch volstaat nabijheid op zichzelf niet. Deze studie betoogt dat pastorale nabijheid pas werkelijk genezend wordt wanneer zij relationeel wordt doordacht en geleefd.^10 Hier biedt het werk Relatie als instrument van genezing van Pastoor Jack Geudens een wezenlijke verdieping. Relatie wordt daarin niet slechts opgevat als context van zorg, maar als actief instrument waardoor genezing kan plaatsvinden.^11
Deze benadering sluit aan bij een christelijk-personalistische antropologie waarin de mens niet alleen als individu, maar als relationeel wezen wordt verstaan.^12 De pastorale vraag verschuift daarmee van: “Wat moet er moreel gezegd worden?” naar: “Hoe kan de relatie zélf drager worden van waarheid, bevestiging en genezing?” Deze verschuiving is van fundamenteel belang voor een pastorale theologie die pro-life, zorg voor gekwetste levens en priesterschap integraal wil verbinden.
2. Antropologische grondslag: de mens als relationeel en bevestigingsbehoeftig wezen
De mens bezit een aangeboren behoefte aan liefde en bevestiging. Deze behoefte is geen zwakte, maar behoort tot de constitutieve structuur van het mens-zijn.^13 In de bevestigingsleer van Anna Terruwe en Conrad W. Baars wordt gesteld dat de mens slechts tot innerlijke volwassenheid kan komen wanneer hij zich existentieel bevestigd weet in zijn zijn.^14
Wanneer deze bevestiging ontbreekt, ontstaan vormen van innerlijke stagnatie die zich kunnen uiten in angst, schuldgevoelens, relationele verstoringen en morele verwarring.^15 Vanuit pastoraal-theologisch perspectief betekent dit dat morele breukmomenten — waaronder abortus — zelden los te zien zijn van relationele kwetsuren. De pastorale zorg kan zich daarom niet beperken tot normstelling, maar moet aandacht hebben voor het relationele tekort dat aan veel existentiële beslissingen voorafgaat.
3. Relatie als instrument: bevestigende en weerhoudende liefde
In Relatie als instrument van genezing wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van liefde.^16 Centraal staat de bevestigende liefde, die de ander helpt zich gekend en gewaardeerd te weten, en de weerhoudende liefde, die grenzen stelt ter bescherming van de persoon.^17
Bevestigende liefde zegt: “Het is goed dat jij er bent.” Weerhoudende liefde zegt: “Niet alles is goed voor jou.” In pastorale theologie zijn deze twee niet tegengesteld, maar complementair.^18 Zonder bevestiging wordt weerhouding hard; zonder weerhouding wordt bevestiging leeg. In deze dynamiek verschijnt relatie als genezend instrument: zij herstelt innerlijke orde door liefde en waarheid samen te laten werken.
4. Pastorale implicaties voor het gekwetste leven
Het gekwetste leven — gekenmerkt door schuld, schaamte, rouw en existentiële breuk — vraagt om relaties die dragen zonder te beheersen.^19 De pastorale praktijk laat zien dat mensen pas ontvankelijk worden voor waarheid wanneer zij zich veilig weten in een relatie.^20
Hier krijgt de eerder ontwikkelde notie van pro-life een verbreding: niet alleen het ongeboren leven vraagt bescherming, maar ook het innerlijk leven van wie gewond is geraakt.^21 Pastorale theologie die relationele genezing ernstig neemt, zal daarom investeren in langdurige begeleidende relaties, sacramentele beschikbaarheid en gemeenschapsvorming.^22
5. Maria en Jozef als relationele gestalten
Maria en Jozef belichamen relationele genezing op exemplarische wijze. Maria ontvangt en draagt leven zonder voorwaarden; Jozef beschermt en bewaakt zonder te beschikken.^23 Hun handelen is relationeel, niet instrumenteel. Zij tonen dat genezing begint bij trouw in relatie, niet bij controle.
Deze mariale en josefijnse houding vormt een normatieve spiegel voor pastorale relaties: ontvangen, bewaren, dragen en beschermen.^24 In deze zin functioneren zij niet slechts als vrome voorbeelden, maar als theologisch-pastorale criteria.
6. Het Kruis als ultieme relationele openbaring
Het Kruis van Christus is de plaats waar relatie en genezing hun diepste betekenis krijgen.^25 Christus draagt de mens niet op afstand, maar betreedt diens lijden. Het Kruis openbaart een God die relationeel aanwezig blijft, zelfs waar schuld en breuk realiteit zijn.^26
Binnen de Passionistische spiritualiteit wordt het Kruis verstaan als school van liefde.^27 Het leert dat ware genezing niet ontstaat door eliminatie van pijn, maar door het dragen ervan in liefde. Pastorale relaties die uit dit Kruis leven, worden plaatsen van hoop en verrijzenis.
7. Pastorale theologie en pro-life: een geïntegreerde benadering
Wanneer relatie als instrument van genezing wordt erkend, verschijnt pro-life in nieuw licht. Het is geen strijd tegen mensen, maar een keuze voor relationele trouw aan het leven.^28 Het beschermt leven door relaties te versterken waarin leven kan groeien.
Deze geïntegreerde benadering vraagt van priesters en pastorale werkers dat zij zichzelf verstaan als relationele bemiddelaars van Gods barmhartigheid.^29 Hun aanwezigheid, luisterhouding en trouw worden zo sacramentele tekenen van hoop.
8. Conclusie
Dit hoofdstuk heeft aangetoond dat relatie, wanneer zij wordt gedragen door bevestigende en weerhoudende liefde, een krachtig instrument van genezing vormt binnen de pastorale theologie.^30 Pro-life, zorg voor het gekwetste leven en priesterschap vinden hier hun gemeenschappelijke grond: een relationele spiritualiteit onder het teken van het Kruis.
Hoofdstuk III – Maria en Jozef als normatieve gestalten
In Lumen Gentium verschijnt Maria niet als devotionele toevoeging, maar als persoonlijke gestalte van de Kerk.[^4] Haar fiat is geen autonome zelfbeschikking, maar radicale ontvankelijkheid voor een leven dat haar wordt toevertrouwd. Zij bewaart dit leven tot onder het Kruis en wordt zo normatief voor ecclesiale onderscheiding.
Naast Maria staat Jozef als bewaker van het mysterie. Zijn handelen is niet gebaseerd op zekerheid of controle, maar op toevertrouwd-zijn.[^5] In hem verschijnt een vorm van verantwoordelijkheid die voorafgaat aan overzicht. Deze josefijnse houding vormt een tegenbeeld van een cultuur van maakbaarheid en conditionele aanvaarding.
Hoofdstuk IV – Het Kruis en de Passionistische spiritualiteit
De Passionistische spiritualiteit, zoals verwoord door Paulus van het Kruis, plaatst het Kruis in het centrum van waarheid en onderscheiding.[^6] Het Kruis openbaart dat God het leven niet redt door leven te vernietigen, maar door het lijden zelf te dragen.
Deze kruisspiritualiteit corrigeert zowel een harde moraal als een grenzeloze barmhartigheid. Het Kruis stelt een onopgeefbare grens: het leven van de ander mag nooit worden opgeofferd om het eigen lijden te vermijden. Tegelijk opent het Kruis de weg naar verrijzenis en genezing.
Hoofdstuk V – Pro-life en het gekwetste leven
In Evangelium Vitae wordt de crisis rond het menselijk leven geduid als een spirituele en antropologische crisis waarin vrijheid losraakt van waarheid.[^7] Abortus wordt benoemd als intrinsiek kwaad, niet om te veroordelen, maar om een fundamentele grens te bewaren.
Tegelijk spreekt Johannes Paulus II met grote pastorale bewogenheid tot wie betrokken was bij abortus en benadrukt hij dat Gods barmhartigheid geen grens kent.[^8]
Pro-life verschijnt hier niet als strijdpunt, maar als weg van genezing. Het gekwetste leven hoeft niet alleen gedragen te worden; het mag worden binnengebracht in een gemeenschap die waarheid en barmhartigheid samenhoudt.
Hoofdstuk VI – Het priesterschap als merkteken van barmhartige liefde
Het priesterschap is geen functionele rol, maar een sacramenteel merkteken van Gods barmhartige liefde.[^9] De priester vertegenwoordigt Christus niet door macht, maar door beschikbaarheid en offer. In deze zin is het priesterschap intrinsiek pro-life: het staat in dienst van het leven dat aan de Kerk is toevertrouwd, in al zijn kwetsbaarheid.
Het priesterlijk handelen vindt zijn norm niet in succes of beheersing, maar in trouw aan het Kruis. De priester is geroepen nabij te zijn bij het gekwetste leven, zonder waarheid te relativeren en zonder mensen te breken.
Conclusie
Vanuit pastoraal-theologisch perspectief tonen de voorafgaande hoofdstukken aan dat pro-life, zorg voor het gekwetste leven en het priesterschap geen afzonderlijke werkvelden zijn, maar elkaar doordringen als uitdrukking van één evangelische houding. Pastoraal handelen verliest zijn geloofwaardigheid wanneer het losraakt van de waarheid over de mens; waarheid verliest haar heilzame kracht wanneer zij niet barmhartig wordt gedragen.
De kerncategorie van deze studie — weerhoudende liefde onder het teken van het Kruis — biedt een vruchtbaar kader voor hedendaagse pastorale theologie. Zij maakt het mogelijk het leven te beschermen zonder te instrumentaliseren, mensen te begeleiden zonder te neutraliseren, en waarheid te verkondigen zonder te breken. In deze zin verschijnt pro-life niet als ethisch specialisme, maar als een constitutieve dimensie van pastorale zorg.
Het priesterschap wordt binnen deze benadering verstaan als sacramenteel merkteken van Gods barmhartige liefde: een teken dat zichtbaar maakt dat het gekwetste leven niet alleen gedragen hoeft te worden. De pastorale theologie die hieruit voortvloeit, is geen strategie, maar een spiritualiteit van aanwezigheid, onderscheiding en trouw.
Deze studie besluit daarom dat een pastoraal-theologische herbronning rond het Kruis noodzakelijk is om in een cultuur van maakbaarheid en kwetsbaarheid het Evangelie van het leven geloofwaardig te blijven verkondigen en belichamen.
Voetnoten
- Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes (7 december 1965), nr. 12: AAS 58 (1966) 1032–1033.
- Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes, nr. 16: AAS 58 (1966) 1037–1038.
- Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes, nr. 27: AAS 58 (1966) 1047–1048.
- Tweede Vaticaans Concilie, Lumen Gentium (21 november 1964), nr. 58: AAS 57 (1965) 60–61.
- Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie Redemptoris Custos (15 augustus 1989), nr. 7–8: AAS 82 (1990) 9–11.
- Paulus van het Kruis, Lettere, ed. F. Giorgini (Roma: Curia Generalizia C.P., 1924), passim; vgl. idem, Il Diario Spirituale, ed. G. Zaccaria (Roma: C.P., 1955).
- Johannes Paulus II, Encycliek Evangelium Vitae (25 maart 1995), nr. 19–20: AAS 87 (1995) 418–420.
- Johannes Paulus II, Evangelium Vitae, nr. 99: AAS 87 (1995) 507–508.
- A. Ory, Le prêtre, signe de l’amour miséricordieux de Dieu (Paris: Desclée de Brouwer, 1958), 11–29.
- J.A. van der Ven, Practical Theology: An Empirical Approach (Kampen: Kok Pharos, 1998), 45–52.
- J. Geudens, Relatie als instrument van genezing (ongepubliceerde scriptie, Kerkrade, ca. 1999), hfst. 1–2.
- M. Buber, Ich und Du (Heidelberg: Lambert Schneider, 1958), 15–28.
- A. Terruwe, De bevestiging (Baarn: Ambo, 1976), 23–31.
- A. Terruwe & C.W. Baars, Psychic Wholeness and Healing (New York: Sheed & Ward, 1972), 64–89.
- C.W. Baars, Born Only Once: The Miracle of Affirmation (New York: Alba House, 1974), 101–118.
- J. Geudens, Relatie als instrument van genezing, hfst. 3.
- Ibid., hfst. 4.
- J. Pieper, Über die Liebe (München: Kösel, 1972), 57–66.
- J. Geudens, “Het gekwetste leven hoeft niet alleen gedragen te worden,” pastoraal artikel, 29 januari 2026, https://pastoorgeudens.com.
- H. Nouwen, The Wounded Healer (New York: Doubleday, 1972), 81–92.
- Johannes Paulus II, Evangelium Vitae, nr. 58–63.
- Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes, nr. 27.
- Tweede Vaticaans Concilie, Lumen Gentium, nr. 58.
- Johannes Paulus II, Redemptoris Custos, nr. 7–8.
- Paulus van het Kruis, Lettere, ed. F. Giorgini, passim.
- H.U. von Balthasar, Mysterium Paschale (Einsiedeln: Johannes Verlag, 1967), 45–72.
- Congregatie van de Passionisten, La spiritualità della Croce (Rome, 1980), 12–27.
- Johannes Paulus II, Evangelium Vitae, nr. 19–20.
- A. Ory, Le prêtre, signe de l’amour miséricordieux de Dieu, 33–47.
- Samenvattend: J. Geudens, Relatie als instrument van genezing, slotbeschouwing.
Bibliografie
Baars, Conrad W. Born Only Once: The Miracle of Affirmation. New York: Alba House, 1974.
Balthasar, Hans Urs von. Mysterium Paschale. Einsiedeln: Johannes Verlag, 1967.
Buber, Martin. Ich und Du. Heidelberg: Lambert Schneider, 1958.
Congregatie van de Passionisten. La spiritualità della Croce. Rome, 1980.
Geudens, Jack. Relatie als instrument van genezing. Ongepubliceerde scriptie. Kerkrade, 1999.
———. “Het gekwetste leven hoeft niet alleen gedragen te worden.” Pastoraal artikel, 29 januari 2026. https://pastoorgeudens.com.
Johannes Paulus II. Evangelium Vitae. Encycliek, 25 maart 1995. Acta Apostolicae Sedis 87 (1995).
———. Redemptoris Custos. Apostolische Exhortatie, 15 augustus 1989. Acta Apostolicae Sedis 82 (1990).
Nouwen, Henri J.M. The Wounded Healer. New York: Doubleday, 1972.
Ory, Armand. Le prêtre, signe de l’amour miséricordieux de Dieu. Paris: Desclée de Brouwer, 1958.
Paulus van het Kruis. Lettere. Ed. F. Giorgini. Roma: Curia Generalizia C.P., 1924.
———. Il Diario Spirituale. Ed. G. Zaccaria. Roma: C.P., 1955.
Pieper, Josef. Über die Liebe. München: Kösel, 1972.
Terruwe, Anna. De bevestiging. Baarn: Ambo, 1976.
Terruwe, Anna, en Conrad W. Baars. Psychic Wholeness and Healing. New York: Sheed & Ward, 1972.
Tweede Vaticaans Concilie. Gaudium et Spes. Pastorale Constitutie, 7 december 1965. Acta Apostolicae Sedis 58 (1966).
———. Lumen Gentium. Dogmatische Constitutie, 21 november 1964. Acta Apostolicae Sedis 57 (1965).Van der Ven, Johannes A.Practical Theology: An Empirical Approach. Kampen: Kok Ph