Nieuwsbrief 13: Het moederschap in het Westen

Standaard

Nieuwsbrief XVII 13, Syrië, vrijdag 25 maart 2022, pater Daniel

Zaterdag 19 maart, feest van de heilige Jozef werd “Vaderdag” gevierd en daarna “Moederdag”. Ook in Vlaanderen werd blijkbaar aan Vaderdag gedacht en herinnerd aan het mooie Sint Jozefslied: Nederig stille timmerman (https://www.golfbrekers.be/h-jozef-voedstervader-vaderdag/).

“Zonder beroep”

Het feest van de heilige Jozef 19 maart en daaropvolgend het feest van de moeders; ‘moederdag’, wordt hier nog gevierd. De presidentsvrouw mrs Asma Al-Assad heeft bij gelegenheid van de 75e verjaardag van radio Damascus, de moeders gefeliciteerd in en buiten Syrië, dat ze zelf de titel van “de moeder van de beschaving” gaf. Het moederschap noemde ze “een bron van goedheid en zuiverheid” (https://www.sana.sy/en/?p=267037).

Het moederschap is in het hele westen een “vergeten of zelfs misprezen waarde” geworden. In de politiek, de media en de openbare opinie gaat de voornaamste aandacht al lang naar de systematische afbraak van het moederschap. Het is als een duivelse aanval op de levensbron van een beschaving. Eindeloze discussies worden georganiseerd om het doden van een kind in de moederschoot wettelijk aanvaardbaar te maken, de termijn hiervoor zo ruim en de belemmeringen zo klein mogelijk te maken. Sommige politici schijnen hierin het hoofddoel van hun taak te zien. Meteen moet ook euthanasie zo onbeperkt mogelijk worden. Het huwelijk moet vervangen worden door alle mogelijke wispelturige relaties. Perversie heet “alternatief” en wij zijn soepel en tolerant, vooral voor het meest stupide. Kinderen moeten aangespoord worden om los van hun ouders van geslacht te kunnen veranderen. En de beenhouwerspraktijk die aan mannen de schijn van een vrouw moet geven of omgekeerd, moeten we uiteraard als spectaculaire vooruitgang prijzen. Wee degene die de “genderideologie” niet uitdraagt en durft stellen dat de rijkdom en creativiteit van het menselijk geslacht bestaat in het feit dat er twee geslachten zijn, mannelijk en vrouwelijk. De afbraak van de traditionele en morele waarden die een maatschappij gezond en welvarend maken, is al veel eerder begonnen dan met de huidige wereldwijde “Great Reset”.

Sinds mensenheugenis worden kennis, cultuur, morele waarden en geloof van generatie op generatie overgedragen. Zo worden kinderen als het ware opgeheven op de schouders van hun ouders. In onze tijd wordt het gezag van de ouders welbewust bestreden. Het wordt ouders moeilijk en zelfs onmogelijk gemaakt hun kinderen nog op te voeden. Zo wordt plots met geweld deze overdracht abrupt afgebroken. Dat is onze vernietigende cultuurcrisis.

Jaren geleden hield ik een voordracht een pleidooi voor wat toen nog heette “moeder aan de haard”, zonder iemand enig verwijt te willen geven. Mijn stelling was dat alle grote moderne problemen in de maatschappij deskundig aangepakt kunnen worden door het steunen van de gezinnen en het vergoeden van de moeders thuis. Ik verwees hierbij naar Maciej Giertych, geneticus, oud Europarlementslid en ere-voorzitter van de Poolse liga voor de families. Ik kon zijn artikel vanuit mijn eigen ervaring goed volgen (Un remède simple à la plupart de nos meaux, Le Cep nr 68, juli 2014, blz. 39-52).  Depressieve jongeren en volwassenen die geen zin meer zien in hun leven, drugsgebruik, spijbelen, uitpuilende jeugdgevangenissen, spoeddiensten in ziekenhuizen die om een kleinigheid overbelast worden, kinderen die met honger naar school komen… Een moeder in een gewoon gezin is in staat al deze problemen aan de wortel aan te pakken. Na mijn voordracht kreeg ik van een mevrouw, die een dokterspraktijk buitenhuis had, deze spontane opmerking: “Pater, ge hebt groot gelijk, maar als ik alleen mijn huishouden te doen had, zou ik zot worden!” Inderdaad, tijden veranderen en waarden kunnen anders verpakt worden maar mogen niet vernietigd worden!  De mevrouw in kwestie had overigens een goede afspraak met haar man die een groot deel van de verantwoordelijkheid thuis op zich nam.

In het kleine straatje waar ik geboren en opgegroeid ben, in een Kempens grensdorp, was er aan de overkant een familie met elf kinderen. Ons gezin bestond uit negen kinderen. De vaders werkten buitenshuis om het nodige geld te verdienen terwijl de moeders zorg droegen respectievelijk voor een gezin van dertien en elf personen. De opvatting dat een maatschappij best gediend wordt wanneer iedereen, ook alle vrouwen, “op de werkvloer” staan, werd toen al volop voorbereid. Deze dwaze ideologie bracht mee dat de genoemde moeders maatschappelijk gekwalificeerd werden met de aanduiding op hun paspoort “zonder beroep”, terwijl zij de veruit belangrijkste bijdrage leverden aan de maatschappij: er voor zorgen dat 22 mensen zich konden ontplooien en ten volle hun plaats innemen in de maatschappij!

P. Daniel

Nieuwsbrief 46: De Eucharistie III; we overwegen de Eucharistie vanuit de Communie

Standaard

Nieuwsbrief XVI 46, vrijdag 12 november 2021, pater Daniel

Goede Vrienden,

De Eucharistie is als een prisma die telkens anders schittert vanuit een andere hoek. Ze is een alomvattend mysterie. Met de consecratiewoorden verwijst Jezus uitdrukkelijk naar de belangrijkste gebeurtenissen uit het Oude Testament, die Hij tot algehele vervulling brengt. Nu overwegen we de Eucharistie vanuit de Communie.

Jezus zegt: “Ik ben het brood des levens… Het brood dat Ik zal geven is mijn Vlees…”  (Johannes 6, 35.51). Met grote nadruk blijft Jezus vervolgens zeggen en herhalen dat het brood en de wijn die Hij geeft zijn Lichaam en zijn Bloed zijn en dat het eten van zijn Vlees en het drinken van zijn Bloed noodzakelijk zijn om eeuwig Leven te ontvangen. “Zoals Ik door de Vader, die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij” (Johannes 6, 57). We begrijpen goed dat verschillende toehoorders daardoor erg geschokt waren. Het lijkt een taal voor kannibalen en menseneters. Velen trekken zich daarom uit Jezus’ gezelschap terug. Wanneer ook de apostelen het hiermee moeilijk hebben, stelt Hij hen gewoon voor de keuze: aanvaarden of ook weggaan (cf. Joh 6, 67). Jezus doet geen enkele moeite om zijn uitspraken te veranderen of te verzachten. Petrus geeft zich dan in vertrouwen over: “Heer, waar zouden we anders naartoe gaan, U hebt de woorden van het eeuwige leven” (Joh 6, 67). Ooit kreeg ik een boze brief van een mevrouw nadat ik over dit Evangelie gepredikt had. Zij was zeer categoriek: “dit kan Jezus nooit gezegd hebben!”. Zij vertrok van de algemene menselijke opvatting van toen en van nu. Wanneer twee mensen elkaar extreem haten zeggen wij: ze kunnen elkaars bloed wel drinken! Vanuit deze hoek zijn Jezus’ uitspraken inderdaad helemaal niet te begrijpen. Het goede vertrekpunt, dat helaas ook door bijbelgeleerden wel eens uit het oog wordt verloren, ligt niet in de poging om het Woord Gods in overeenstemming te brengen met de openbare opinie. Neen, eerder omgekeerd: Hoe kunnen we dit Woord van Jezus onverkort verstaan?

Wanneer wij gewoon voedsel tot ons nemen, wordt het mindere door het meerdere opgeslorpt: het minerale, plantaardige of dierlijke voedsel wordt door ons lichaam geassimileerd. Bepaalde elementen daarvan worden uitgescheiden en andere worden uiteindelijk een deel van ons lichaam om dus te delen in de waardigheid van onze menselijke persoon. Door de Communie is het eerder omgekeerd en is het God die ons opneemt en opheft tot op zijn goddelijk niveau. Hij vormt ons om, zodat we steeds meer gaan gelijken op Hem, die zelf het Beeld van de Vader is. Het uiteindelijke doel is dat we met Paulus kunnen zeggen: “Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij” (Galaten 2, 20). Dat bedoelt Jezus met de woorden: “Hij die Mij eet, zal leven door Mij” (Johannes 6, 57). Zo worden we in de Communie één met Christus, met de Vader en met de Geest. Tegelijk worden we één met onze medebroeders en -zusters in die ene gemeenschap van het Mystieke Lichaam van Christus.

Het gaat om de meest omvattende en de meest intieme eenheid. Zoals het brood gemaakt wordt uit vele graankorrels en de wijn uit vele geperste druiven, zo worden onder het “Lichaam” van Christus alle aspecten van zijn leven verstaan en onder “Bloed” alle aspecten van zijn lijden en sterven. Een wijnstok en zijn ranken zijn één, maar dit is een onbewuste eenheid. Man en vrouw kunnen één vlees worden, wat mogelijk zichtbaar wordt in het kind dat uit hen geboren wordt, maar daarmee zijn ze zelf nog niet één geest. We kunnen eerder stellen dat de lichamelijke eenheid van man en vrouw elkaar des te meer één en ook gelukkig maakt, indien ze vooraf geestelijk één zijn. Ongetwijfeld is het omgekeerde ook waar. Een geestelijke verdeeldheid zal door de lichamelijke eenheid nog meer scheiding en pijn veroorzaken. Welnu, deze eenheid van geest is slechts mogelijk door een totale wederzijdse overgave en wordt uiteindelijk bewerkt door de heilige Geest. Aan mensen die in Jezus’ Geest – de geest van de Eucharistie – willen leven zal God deze gelukkig makende eenheid schenken.

De geschiedenis van ons heil is niet een opgaan van de mens naar God, maar een steeds meer afdalen van God naar ons, totdat Hij ons één gemaakt heeft met Hem. Het is Gods passie om ons op te nemen in zijn volmaakt geluk, maar wij moeten meewerken. God laat zich kennen door de schepping. In de schoonheid en grootsheid van het geschapene, kunnen we een afstraling zien van Gods grootheid, goedheid en volheid van leven, wat ons uitnodigt de Schepper te erkennen. Dat is het verwijt dat Paulus aan de heidenen richt: “Want ofschoon zij God kenden, hebben zij God niet de Hem toekomende eer en dank gebracht” (Romeinen 1, 21). Op een tweede manier heeft God zich aan ons geopenbaard, nl. in de heilige Schriften. In het Woord Gods kunnen we Hem lezen en horen. Een derde en definitieve manier is de Menswording van Jezus Christus geweest. Wat dat betekent drukt de heilige Johannes uit in het begin van zijn eerste brief: “Wat vanaf het begin bestond hebben wij gehoord en met eigen ogen gezien, we hebben het aanschouwd en onze handen hebben het aangeraakt, daarover spreken wij, over het woord dat leven is…” (1 Johannes 1, 1-4). Johannes kijkt terug op wat hij met Jezus heeft meegemaakt en is zo overweldigd dat hij nauwelijks uit zijn woorden kan komen en steeds maar hetzelfde blijft herhalen: we hebben het echt gezien, gehoord en meegemaakt. Het zijn eerder uitroepen van overweldigende verwondering. Hij beseft dat het allemaal gebeurde opdat wij met God gemeenschap zouden hebben en ten diepste gelukkig zijn: “… opdat ook gij gemeenschap moogt hebben met ons. En onze gemeenschap is er een met de Vader en met Jezus Christus zijn Zoon. En wij schrijven dit om ons aller vreugde volkomen te maken” (1 Johannes 1, 3-4). God heeft in Jezus Christus evenwel nog een diepere eenheid met ons voorzien. In de schepping kunnen we Hem zien, in de Schrift kunnen we Hem horen, door zijn komst op aarde konden sommigen Hem aanraken en met hem samen zijn, maar in de Communie van de Eucharistie kunnen we Hem eten en drinken, waardoor Hij ons opneemt in zijn goddelijk Leven. Zo is de Communie de diepste neerdaling van God naar ons toe en de meest intieme eenheid met ons, waardoor Hij ons vergoddelijkt. Hierdoor wordt de Communie een overstijgen van onszelf. Terwijl door bepaalde sterke dranken onze vermogens verminderd worden, zullen ze door de Communie juist vermeerderd worden.

Vele westerse samenlevingen evolueren nu steeds meer naar verdeeldheid en discriminatie. Mensen worden als geïsoleerde partikels in een kneedbaar deeg, onder het voorwendsel van gezondheidszorg. Het maakt hen steeds meer ongelukkig. Dit is het tegendeel van onze roeping en van Gods bedoeling met ons. God is volmaakte liefde en geluk. Hij wil mensen steeds meer in harmonie en gemeenschap verenigen tot hun eigen geluk. De Communie in de Eucharistie is hiervan de hoogste uitdrukking. Ontelbaar vele christenen hebben dit in de kerkgeschiedenis begrepen en ook voorgeleefd met een aantrekkelijke creativiteit.

P. Daniel 

Nieuwsbrief 45: De Eucharistie II; we beschouwen de Eucharistie vanuit de consecratie als een allesomvattend gebeuren

Standaard

Nieuwsbrief XVI 45, vrijdag 5 november 2021, pater Daniel

Goede Vrienden,

De Schriften van het Oude en Nieuwe Verbond tonen ons hoezeer heel de christelijke openbaring gericht is op de Eucharistie. Alles verwijst naar dit hoogtepunt en hierin ligt ook alles vervat. Op gelijkaardige wijze beschouwen we nu de Eucharistie vanuit de consecratie als een allesomvattend gebeuren. Door de consecratie worden het brood en de wijn omgevormd tot het Lichaam en Bloed van de gestorven en verrezen Heer Jezus Christus, als voorafbeelding van de omvorming van heel de schepping waarin God alles in alles/allen zal zijn. En tevens worden de gelovigen daardoor omgevormd tot het alomvattend Mystieke Lichaam van Christus.

Brood en wijn vertegenwoordigen de schepping. In het Hebreeuws staat hetzelfde woord (lamed-chet-mem) zowel voor “lechem” (brood) als voor “lacham” (strijden). De voornaamste levensstrijd is immers die voor het voedsel en het belangrijkste voedsel is het dagelijks brood. Als iemand niet meer kan werken voor zijn levensonderhoud spreken wij ook van “broodroof”. Welnu, Jezus wordt geboren in Beth-lechem (= huis van het brood). Hij zal hét Brood van het Leven zijn. Wijn en bloed zijn verwant. De wijn is “het bloed van de druiven” (Deuteronomium 32, 14), die geperst worden. En het bloed is in de joodse opvatting de drager van het leven. Het is daarom heilig omdat het leven aan God toebehoort: “Want de levenskracht van mens en dier zit in het bloed. Ik sta u alleen toe het te gebruiken op het altaar om verzoening te bewerken…” (Leviticus 17, 10). Bij Jezus’ veroordeling tot de Kruisdood zal het volk de profetische woorden roepen: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!” (Mattheus 27, 25).

De consecratiewoorden van de Eucharistie werden door Jezus uitgesproken tijdens het Laatste Avondmaal, zoals de synoptische Evangeliën eensgezind getuigen. Jezus neemt brood en wijn en zegt: “Neemt en eet hiervan gij allen, want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt… Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken”. Hiermee verwijst Jezus naar drie centrale gebeurtenissen uit het Oude Verbond en geeft er een geheel nieuwe en definitieve betekenis aan.  

Vooreerst de unieke offerritus van Mozes. Mozes doet de helft van het bloed van stieren in schalen waarmee hij het volk besprenkelt en de andere helft sprenkelt hij over het altaar, dat God vertegenwoordigt en hij zegt: ”Dit is het bloed van het verbond” (Exodus 24, 8). Er wordt voorgelezen uit het verbondsboek en zij aten en dronken. Welnu, het is naar deze offerritus dat Jezus verwijst wanneer Hij zegt: “…dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn bloed…”. Hij offert geen stierenbloed meer, Hij offert zichzelf. Vervolgens vernieuwt Jezus het hoogste feest uit heel de joodse liturgische kalender: Jom kippoer = de Grote Verzoening.  Aaron moet het brandoffer opdragen om zichzelf en het volk te reinigen en te heiligen en het heiligdom binnengaan op de grote verzoendag: “… om het brandoffer op te dragen voor zichzelf en voor het volk en zo voor zichzelf en het volk de verzoening te voltrekken” (Leviticus 16, 24). Hiernaar verwijst Jezus wanneer Hij zegt: “…dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden…”. Jezus hoeft niet zoals Aaron te offerenvoor de vergeving van eigen zonden.  Hij geeft zijn Bloed voor de verzoening van allen. Tenslotte is er “de gedachtenis. Het joodse volk is bij uitstek het volk van de herinnering, de gedachtenis. Het is geroepen om de weldaden van God te blijven gedenken en op die wijze de gaven hiervan te blijven ontvangen. Dat is ook de betekenis van iedere liturgische viering: gedenkend vieren en er nu de vruchten van ontvangen. Het joodse volk moet het grote bevrijdingsfeest van Pasen vieren door op de 14e Nissan in de namiddag een lam, een schaap of een geit te slachten en ’s avonds samen in familie te eten ter gedachtenis aan de bevrijding uit Egypte: “Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken…” (Exodus 12, 14). Hiernaar verwijst Jezus wanneer Hij opdraagt: “Blijft dit doen om Mij te gedenken”. Hij vraagt ons dat we zijn levensoffer als hét nieuwe Pasen zouden blijven gedenken en vieren om aan deze bevrijding deel te nemen. Ziedaar het totaal nieuwe van Jezus’ Eucharistie als vervulling van het Oude Verbond. Hij is tegelijk de ware Hogepriester, het Offerlam en de Tempel.  Hij draagt zichzelf op en geeft zijn eigen bloed tot verzoening van de zonden van alle mensen.

Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie was er onder de Latijnse kerkvaders behoorlijk wat wrevel omdat vertegenwoordigers van de oosterse kerken telkens maar wezen op de noodzaak om een grotere aandacht te geven aan de heilige Geest. Ik was op het einde van het concilie als priesterstudent in Rome en herinner mij de gesprekken nog. En deze discussies hebben dieper inzicht gebracht. De omvorming van de Eucharistie is slechts mogelijk door de Geest. Jezus heeft zich uiteindelijk geofferd “door de eeuwige Geest” (Hebreeën, 9, 14). In de heilige Drie-eenheid is de Geest het zich wegschenken van de Vader aan de Zoon en van de Zoon aan de Vader. In de heilsgeschiedenis is de Geest het zich wegschenken van God aan ons. En nu is de Geest de kracht waardoor wij ons kunnen geven aan God. Uiteindelijk werden door Vaticanum II in de nieuwe ritus voor de Eucharistie twee uitdrukkelijke “epicleses” (afsmeking van de heilige Geest) opgenomen: vóór de consecratie vraagt de priester dat door de heilige Geest dit brood en deze wijn omgevormd zouden worden “tot Lichaam en Bloed van Jezus Christus, onze Heer” en na de consecratie opdat wij allen “één lichaam worden en één geest in Christus”, nl. omgevormd mogen worden tot één Mystiek Lichaam van Christus.

Door de consecratie worden brood en de wijn het Lichaam en Bloed van Christus. Dit is echter nog maar het begin van een alomvattende omvorming. Wij allen zijn geroepen om Jezus Christus na te volgen en om zoals Hij ook Eucharistie te worden.  En zelfs heel de schepping kijkt ernaar uit: “Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen” (Romeinen 8, 19). God heeft de schepping gemaakt voor de mens, niet omgekeerd. Omwille van de zonde deelt ook de schepping in de gevolgen, nl. de vergankelijkheid door wanorde, lijden en sterven. Wordt de mens verlost, dan zal ook de schepping eens bevrijd worden: “Want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods” (Romeinen 8, 21).

Zo is de omvorming van een weinig brood en wijn tot de gestorven en verrezen Heer Jezus het begin van een proces van omvorming waardoor God aan het einde der tijden heel de schepping zal vernieuwen en omvormen. Dan zal God “alles in allen/alles” zijn (1 Korintiërs 15, 28). Dat zal de ‘echte’ “Great Reset” zijn.

P. Daniel