Verboden verdriet en menselijke waardigheid

Standaard

Verboden verdriet en menselijke waardigheid


Rouwverwerking, vergeving en genezing na abortus

Door pastoor Jack Geudens

Samenvatting

Dit artikel onderzoekt post-abortusrouw als een dynamisch proces van verlies, erkenning en mogelijke innerlijke bevrijding. Aan de hand van de narratieve casus van “Michelle” wordt zichtbaar hoe langdurige emotionele pijn, depressie en zelfbeschadiging kunnen samenhangen met verborgen rouw en onverwerkt verlies na een abortus. De analyse laat zien dat dergelijke ervaringen vaak gepaard gaan met schaamte, schuldgevoel en sociale isolatie, waardoor het rouwproces kan stagneren.

Wanneer deze geheimhouding wordt doorbroken in een context van relationele veiligheid en empathische begeleiding, kan een proces van erkenning en verwerking op gang komen. In dat proces blijkt rouw geen zwakte, maar een noodzakelijke menselijke reactie op verlies.

Vanuit een katholiek-antropologisch perspectief wordt abortus niet alleen beschouwd als een medische gebeurtenis, maar ook als een existentiële verlieservaring die meerdere dimensies van het menselijk bestaan raakt: de relatie tussen ouder en kind, het morele zelfverstaan, de persoonlijke identiteit en de verwachting van de toekomst. Programma’s zoals Rachel’s Vineyard worden besproken als voorbeelden van pastorale en therapeutische contexten waarin psychologische begeleiding, gemeenschapsvorming en spirituele reflectie samenkomen.

De studie benadrukt dat genezing vaak begint wanneer mensen zichzelf het recht geven om te rouwen en wanneer hun verhaal zonder oordeel wordt gehoord. In dat proces kan de ervaring van goddelijke barmhartigheid een beslissende rol spelen. Uiteindelijk kan rouw, wanneer zij wordt doorleefd en gedragen, uitmonden in een hernieuwd gevoel van betekenis, verzoening en innerlijke vrijheid. De “geboorte van vrijheid” verwijst daarbij niet naar het verdwijnen van het verleden, maar naar de integratie ervan in een nieuw levensverhaal waarin hoop, vergeving en mededogen opnieuw mogelijk worden.

Trefwoorden: rouwverwerking, abortusgerelateerde trauma’s, verborgen verdriet, menselijke waardigheid, barmhartigheid, verzoening, Rachel’s Vineyard


1. Rouw als menselijke en spirituele werkelijkheid

Rouw wordt in moderne psychologische literatuur vaak beschreven als een proces van verwerking na verlies. Toch is rouw meer dan een psychologisch verschijnsel. Vanuit een christelijke antropologie raakt rouw aan de diepste dimensies van het menselijk bestaan: liefde, verantwoordelijkheid, schuld en verlangen naar verzoening.¹

Het hoofdstuk The Labor of Grief and Birth of Freedom beschrijft rouw daarom niet als een spontane emotie die vanzelf verdwijnt, maar als een innerlijk proces dat tijd en inzet vraagt. Rouw kan worden verstaan als een vorm van “innerlijke arbeid”: een weg waarin een mens het verlies onder ogen leert zien, de eigen gevoelens erkent en stap voor stap opnieuw betekenis probeert te vinden.

Deze weg is zelden eenvoudig. Rouw gaat vaak gepaard met weerstand, ontkenning en angst. Toch kan juist deze weg uiteindelijk leiden tot een ervaring van innerlijke vrijheid. Die vrijheid betekent niet dat herinneringen verdwijnen of dat het verleden wordt uitgewist. Zij verwijst eerder naar het loskomen uit een toestand van innerlijke gebondenheid — schuld, schaamte en isolatie — die het leven en de identiteit van een mens gevangen kan houden.

In christelijk perspectief krijgt dit proces een diepere betekenis wanneer het verbonden wordt met de ervaring van vergeving en goddelijke barmhartigheid. Paus Johannes Paulus II beschreef barmhartigheid als de kracht waardoor God de mens opnieuw opricht en het leven herstelt dat door schuld en gebrokenheid werd verwond.²


2. Michelle: een verborgen strijd

De casus van Michelle laat zien hoe verborgen rouw zich kan ontwikkelen tot een langdurige innerlijke crisis.

Na twee abortussen voelde Michelle zich diep eenzaam, depressief en innerlijk ontredderd. Zij huilde vaak en had het gevoel de controle over haar leven te verliezen. Wanneer anderen haar vroegen wat er aan de hand was, kon zij geen duidelijke verklaring geven. Zij had het gevoel langzaam haar grip op het leven te verliezen.

In deze periode ontwikkelde zij een sterke afkeer van zichzelf. Jarenlange therapie brachten geen blijvende verlichting en ook antidepressiva boden geen oplossing. Het grootste deel van haar innerlijke strijd bleef verborgen voor haar omgeving.

Pas na lange tijd vond zij de moed om haar vader alles te vertellen: haar abortussen, haar wisselende relaties, haar drugsgebruik en de manier waarop zij zichzelf pijn deed. Tot haar verrassing reageerde haar vader niet met veroordeling, maar met begrip. Hij probeerde te begrijpen wat er in haar leven was gebeurd.

Ook haar moeder reageerde anders dan zij had gevreesd. In plaats van boosheid ontving zij een omhelzing en tranen van medeleven.

Deze ervaring laat zien hoe essentieel erkenning en relationele veiligheid zijn voor het begin van genezing. Zoals de katholieke psychologen Anna Terruwe en Conrad Baars benadrukten, kan een mens alleen innerlijk groeien wanneer hij of zij zich in zijn of haar bestaan bevestigd weet.³


3. De betekenis van gemeenschap

Genezing vindt zelden plaats in volledige afzondering. Zolang het verhaal verborgen blijft, blijft ook het verdriet opgesloten.

De mens is immers een relationeel wezen. Sociale verbondenheid vormt daarom een essentieel onderdeel van rouwverwerking. Zelfs één betrouwbare en liefdevolle relatie kan een bron van herstel worden.

Voor Michelle werd een volgende stap mogelijk toen haar vader tijdens een seminar kennismaakte met Theresa Burke en het programma Rachel’s Vineyard.

Rachel’s Vineyard biedt begeleiding aan mensen die worstelen met de emotionele en spirituele gevolgen van abortus. Het programma combineert psychologische inzichten met christelijke spiritualiteit en biedt deelnemers de mogelijkheid hun ervaringen te delen in een veilige gemeenschap.⁴


4. Barmhartigheid als weg van genezing

Een belangrijk element van het programma is de ervaring van vergeving.

Veel deelnemers dragen een diep schuldgevoel met zich mee. Zij geloven soms wel dat God kan vergeven, maar vinden het moeilijk zichzelf werkelijk te vergeven. De innerlijke veroordeling blijft bestaan.

In de christelijke traditie wordt vergeving echter niet gezien als het ontkennen van schuld, maar als een daad van goddelijke barmhartigheid die de mens opnieuw opricht. Het evangelie laat zien dat Gods barmhartigheid juist daar zichtbaar wordt waar menselijke schuld en kwetsbaarheid het diepst worden ervaren.⁵

Voor veel deelnemers wordt deze ervaring concreet wanneer zij hun verhaal kunnen uitspreken en wanneer zij in gebed en ritueel de mogelijkheid ervaren om hun verleden aan God toe te vertrouwen.

In dat proces kan rouw veranderen van een verlammende last in een weg van innerlijke genezing.


5. Angst voor genezing

Opmerkelijk genoeg kan het vooruitzicht van genezing zelf ook angst oproepen. Mensen kunnen verlangen naar bevrijding van hun pijn, maar tegelijkertijd bang zijn om oude wonden opnieuw te openen.

Soms raakt de pijn zelfs verweven met de persoonlijke identiteit. Het loslaten van die pijn kan dan voelen als het verliezen van een deel van zichzelf.

Het hoofdstuk vergelijkt dit met gevangenen die zo gewend zijn geraakt aan hun cel dat zij uiteindelijk bang worden voor vrijheid.

Toch vraagt werkelijke genezing de moed om het verleden onder ogen te zien en stap voor stap opnieuw te leren leven.


6. Rouw als weg naar innerlijke vrijheid

Wanneer rouw werkelijk wordt doorleefd, kan er een nieuwe innerlijke vrijheid ontstaan.

Het verleden verdwijnt niet, maar verliest zijn verlammende macht. Veel mensen ontdekken in dit proces een diepere vorm van mededogen — zowel voor zichzelf als voor anderen.

Michelle beschreef deze ervaring als een vorm van hergeboorte. Waar zij zich eerder verdoofd en innerlijk leeg voelde, ervoer zij na haar genezingsproces een nieuwe gevoeligheid voor het leven.

In christelijk perspectief kan deze ervaring worden verstaan als een vorm van innerlijke verrijzenis: een nieuw begin waarin het verleden niet wordt ontkend, maar opgenomen wordt in een groter verhaal van verzoening en hoop.


Slot

Post-abortusrouw blijft vaak verborgen, omdat er in de samenleving weinig taal bestaat om over dit verlies te spreken. Toch kan genezing beginnen wanneer dit verdriet erkend wordt en wanneer mensen de moed vinden hun verhaal te delen.

De weg van rouw vraagt tijd, gemeenschap en vaak ook spirituele begeleiding. Wanneer deze elementen samenkomen, kan een proces ontstaan waarin schuld en schaamte langzaam plaatsmaken voor verzoening en hoop.

In dat proces kan de ervaring van goddelijke barmhartigheid een beslissende rol spelen. Vrijheid ontstaat dan niet doordat het verleden verdwijnt, maar doordat het wordt opgenomen in een nieuw levensverhaal waarin vergeving, hoop en toekomst opnieuw mogelijk worden.


Noten en bron

  1. Zie o.a. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I-II, q. 35-38 over menselijke emoties en verdriet.
  2. Johannes Paulus II, Dives in Misericordia (1980), nr. 6–7.
  3. Anna Terruwe & Conrad Baars, Healing the Unaffirmed (Staten Island: Alba House, 1979).
  4. Theresa Burke & David Reardon, Forbidden Grief: The Unspoken Pain of Abortion (Springfield: Acorn Books, 2007).
  5. Vgl. Lucas 15:11-32 (de parabel van de verloren zoon).

Bron in PDF forbiddengriefch18.pdf

2de Zondag van de Vastentijd A 2026

Standaard

2de Zondag van de Vastentijd

Inleiding

We zijn in de vastentijd — de tijd waarin de Kerk met Christus optrekt naar Jeruzalem. Het evangelie plaatst ons midden op die weg.

Hij weet wat Hem te wachten staat. Meerdere keren heeft Hij aangekondigd dat Hij zal lijden en sterven. Zonder omwegen spreekt Hij erover. Zijn weg is geen noodlot, maar een vrije keuze om de wil van de Vader te volbrengen.

Ook wij worden uitgenodigd om met Hem mee te gaan — in vertrouwen, in eerlijkheid, en met de moed het mysterie van het kruis onder ogen te zien.

Preek

Wanneer Jezus zegt dat Hij naar Jeruzalem gaat om te lijden en te sterven, schrikt Petrus. Hij zegt:

“Heer, dat mag U niet overkomen.”

Dat begrijpen we wel. Niemand wil dat iemand die hij liefheeft moet lijden. Wijzelf lopen ook liever weg van pijn en verdriet.

Maar Jezus reageert streng. Hij zegt dat Petrus denkt zoals mensen meestal denken, niet zoals God denkt. Wat bedoelt Hij daarmee?

Petrus wil het lijden vermijden. Jezus weet dat Hij deze weg moet gaan. Niet omdat Hij van lijden houdt, maar omdat Hij vertrouwt op zijn Vader. Hij gelooft dat God Hem niet zal loslaten, zelfs niet in de dood.

Jezus laat zien dat liefde soms betekent dat je niet wegloopt. Dat je trouw blijft, ook als het moeilijk wordt.

Even later neemt Hij drie leerlingen mee de berg op. Daar verandert Hij voor hun ogen: Hij straalt van licht. Ze zien even wie Hij werkelijk is. Ze horen de stem van de Vader:

“Dit is mijn Zoon. Luister naar Hem.”

Het is een prachtig moment. De leerlingen willen daar blijven. Maar dat kan niet. Ze moeten weer naar beneden, terug naar het gewone leven.

Zo is het ook bij ons. In het gebed en in de Eucharistie mogen wij iets van Gods nabijheid ervaren. Dat zijn momenten van licht. Die hebben we nodig.

Want ook in ons leven zijn er donkere tijden. Momenten van zorgen, verdriet of onzekerheid. Dan kunnen we niet alleen vertrouwen op onze eigen kracht. Dan hebben we geloof nodig. Vertrouwen dat God bij ons is.

We mogen dus steeds weer “de berg op”: tijd maken voor gebed, voor stilte, voor de Eucharistie. Maar we blijven daar niet. We gaan weer terug naar ons dagelijks leven — naar ons werk, onze familie, de mensen om ons heen.

En daar mogen we weten: zelfs als de weg moeilijk is, God gaat met ons mee.

Zoals Psalm 23 zegt:

“Al ga ik door een donker dal, ik hoef niet bang te zijn, want U bent bij mij.”

Amen.