Eerste zondag van de Veertigdagentijd A

Standaard

Eerste zondag van de Veertigdagentijd A 2026

Inleiding

Op deze eerste zondag van de Veertigdagentijd voert het evangelie ons mee naar de woestijn. We horen hoe Jezus door de Geest daarheen wordt geleid. De woestijn is in de Bijbel geen toevallige plaats. Het is de plek waar leven en dood elkaar raken, waar schijnzekerheden wegvallen en de mens wordt teruggeworpen op zijn diepste afhankelijkheid van God.

Vanuit deze werkelijkheid horen wij het evangelie van vandaag — een evangelie dat ook ons eigen leven raakt.

Preek

Het evangelie van vandaag laat ons iets heel wezenlijks zien. Direct na zijn doop, direct nadat de Vader over Jezus heeft uitgesproken: “Gij zijt mijn geliefde Zoon”, wordt Hij door de Geest naar de woestijn geleid. Dat is veelzeggend. Niet naar succes. Niet naar applaus. Niet naar een gemakkelijke weg. Maar naar de woestijn.

De woestijn is de plaats waar je niets hebt om je aan vast te houden. Geen afleiding. Geen zekerheden. Alleen God — en jezelf. En juist daar, in de stilte en eenzaamheid, komt de beproeving.

Ook in ons leven kan er een “woestijn” verschijnen. Misschien merkt u dat oude gewoonten terugkeren. Misschien voelt het gebed plotseling droog aan. Misschien komt er twijfel. Misschien loopt iets anders dan u gehoopt had. Dat betekent niet dat u verkeerd bezig bent. Het betekent niet dat God u verlaten heeft. Integendeel: het kan juist betekenen dat uw geloof dieper en rijper wordt.

Jezus krijgt in de woestijn drie bekoringen.

De eerste: maak van stenen brood. Gebruik je kracht voor jezelf. Ook wij kunnen verleid worden om God alleen te zoeken zolang Hij ons iets geeft — troost, oplossingen, zegen. Maar geloof is méér dan ontvangen. Geloof is vertrouwen, ook wanneer het moeilijk wordt.

De tweede: spring van de tempel. Bewijs dat God je beschermt. Ook wij kunnen denken: als God van mij houdt, dan zal alles vanzelf goed gaan. Maar geloof betekent niet dat problemen verdwijnen. Het betekent dat God met ons meegaat, ook wanneer wij struikelen.

De derde: alle koninkrijken van de wereld. Kies voor macht, voor snelle winst, voor de gemakkelijke weg. Ook in een sterk geloof kan de verleiding opkomen om concessies te doen, om het evangelie af te zwakken, om het onszelf comfortabeler te maken.

De kern van elke verleiding is dezelfde: laat de band met God los. Vertrouw liever op jezelf. Kies de weg van het minste verzet. Maar Jezus doet dat niet. Hij blijft verbonden met de Vader. Hij kiest niet voor gemak, maar voor trouw. Niet voor onmiddellijke winst, maar voor liefde. En dat is de grote bemoediging voor ons: als Jezus zelf de woestijn is doorgegaan, dan kan Hij ook ons daarin vergezellen. U staat er niet alleen voor.

Obstakels op uw weg betekenen niet dat uw geloof mislukt. Vaak zijn ze juist het teken dat uw geloof echt wordt — dat het wortel schiet en sterker wordt. De Veertigdagentijd is een weg naar Pasen. Soms voert die weg door dorheid, strijd of teleurstelling. Maar wie met Christus meegaat, ontdekt dat juist in de woestijn het hart wordt gezuiverd en gesterkt.

Blijf dus bidden, ook wanneer het moeilijk is.
Blijf vertrouwen, ook wanneer u twijfelt.
Blijf kiezen voor Christus, ook wanneer het iets kost.

Amen.

Pastoor Geudens, Smakt, 20 februari 2026

Respect en welkom voor elk kind

Standaard

Respect en welkom voor elk kind

Een theologische verantwoording vanuit het Kruis van Christus

Pastoor Jack Geudens, Smakt, 20-02-2026


1. Persoonlijke inzet: geen thema, maar roeping

Wanneer ik opkom voor het ongeboren leven, doe ik dat niet vanuit ideologie, politieke strijd of morele verontwaardiging. Ik doe het als priester van de Rooms-Katholieke Kerk, geplaatst onder het Kruis van Jezus Christus.

In mijn theologische arbeid rond het kruis-criterium heb ik geleerd: het Kruis openbaart niet alleen wie God is, maar ook wie de mens is. In de zelfgave van Christus wordt zichtbaar dat menselijke waardigheid niet afhangt van kracht, autonomie of gewenstheid, maar van ontvangen zijn in liefde.

Vanuit die overtuiging kan ik niet anders dan opkomen voor het kind dat nog geen stem heeft.


2. Het kruis als criterium van menselijke waardigheid

Het Kruis is in de christelijke traditie geen symbool van mislukking, maar van geopenbaarde liefde. In de gekruisigde Christus zien wij:

  • een God die zich solidair maakt met kwetsbaarheid;
  • een waardigheid die niet vernietigd wordt door zwakheid;
  • een leven dat niet wordt gemeten aan nut of functionaliteit.

Daar ligt de kern van mijn pro-life overtuiging.

Wanneer menselijke waardigheid ontologisch is – geworteld in het geschapen zijn naar Gods beeld – dan is zij aanwezig vanaf het eerste begin van het menselijk bestaan. Niet omdat het kind al kan denken, spreken of kiezen, maar omdat het – in bestaan gekomen – is.

De waardigheid van het ongeboren kind berust niet op prestatie, maar op zijnsorde.

Het kruis-criterium bewaart ons tegen een cultuur waarin alleen het autonome, het sterke en het gewenste bestaansrecht heeft. Onder het Kruis wordt juist de weerloze drager van oneindige waarde.


3. Participatio – het ongeboren kind als medemens

In een eerdere theologische reflectie (zie doravisser.org) heb ik gesproken over participatio, configuratio en conformitas. Deze structuur helpt mij ook hier.

Participatio betekent: deelhebben aan Christus.

Ieder mens is geroepen tot gemeenschap met God. Het ongeboren kind is geen “mogelijkheid”, maar reeds een concrete persoon in wording, gedragen in Gods scheppende liefde.

Wanneer Paulus spreekt over het Lichaam van Christus, wordt geen enkele gedoopte – en in bredere zin geen enkel menselijk bestaan – buiten de horizon van Gods roeping geplaatst. Het ongeboren kind staat niet buiten de heilsgeschiedenis.

Het is geen biologisch incident, maar een geroepen bestaan.


4. Configuratio – de vorm van een cultuur

De vraag die mij als priester raakt is niet alleen: “Is dit moreel toegestaan?” maar dieper:

Welke vorm krijgt onze cultuur wanneer het ongeboren leven niet vanzelfsprekend welkom is?

Configuratio gaat over vormwording. Een samenleving wordt gevormd door wat zij beschermt en wat zij prijsgeeft.

Wanneer wij het meest kwetsbare leven niet onvoorwaardelijk beschermen, verschuift onmerkbaar het criterium van waardigheid:

  • van zijn → naar functioneren;
  • van ontvangen → naar plannen;
  • van gave → naar keuze.

Maar het kruis leert mij dat ware menselijkheid juist zichtbaar wordt waar het leven ontvangen wordt als gave, ook wanneer het kwetsbaar, onverwacht of zwaar is.

Dat betekent niet dat ik de nood van vrouwen en gezinnen bagatelliseer. Integendeel. Het kruis confronteert ons met het lijden – maar het antwoord van het Evangelie is nooit eliminatie van de kwetsbare, maar nabijheid, ondersteuning en barmhartigheid.


5. Conformitas – niet mijn wil, maar de uwe

Conformitas is wilsovereenstemming met Christus.

In Getsemane bidt Jezus: “Niet mijn wil, maar de uwe geschiede.” Dat gebed leert mij dat menselijke vrijheid niet absoluut is, maar relationeel: gericht op het goede dat ons voorafgaat.

De Rooms-Katholieke Kerk leert consequent dat het menselijk leven vanaf de conceptie beschermd moet worden. Niet uit hardheid, maar uit trouw aan de waarheid over de mens.

Als priester sta ik onder dat leergezag. Mijn stem is geen privé-mening, maar participatie in een ecclesiale overtuiging die geworteld is in:

  • de waardigheid van de persoon als beeld van God;
  • de menswording van de Zoon;
  • het kruis als ultieme bevestiging van kwetsbaar leven.

Wanneer ik opkom voor het ongeboren kind, doe ik dat in gehoorzaamheid aan Christus en in verbondenheid met de Kerk.


6. Maria: icoon van welkom

De mariologie van de Kerk verdiept dit perspectief.

Maria’s fiat – “Mij geschiede naar uw woord” – is het grote welkom van de heilsgeschiedenis. Zij ontvangt een leven dat niet gepland is volgens menselijke maatstaven. Haar moederschap begint in kwetsbaarheid en onzekerheid.

In haar zien wij dat het ontvangen van nieuw leven geen romantisch ideaal is, maar een daad van vertrouwen.

Daarom pleit ik niet alleen tegen abortus, maar vóór een cultuur van welkom:

  • welkom in gezinnen;
  • welkom in parochies;
  • welkom in maatschappelijke structuren;
  • welkom ook wanneer omstandigheden zwaar zijn.

Pro-life is geen veroordeling van vrouwen, maar een pleidooi voor een gemeenschap die niemand alleen laat.


7. Respect en barmhartigheid

Mijn inzet voor het ongeboren leven betekent niet dat ik geen mededogen heb met wie een abortus heeft ondergaan. Integendeel.

Onder het Kruis staat ook Maria, en naast haar de gewonde mensheid. Christus veroordeelt niet, maar nodigt uit tot verzoening.

De Kerk kent pastorale wegen van genezing en vergeving. Wie gebroken is door een abortuservaring, staat niet buiten Gods barmhartigheid.

Het Evangelie is tegelijk waarheid en genade.


8. Waarom ik spreek

Ik spreek omdat het ongeboren kind niet kan spreken.
Ik spreek omdat het kruis mij leert dat juist de weerloze oneindige waarde heeft.
Ik spreek omdat ik geloof dat geluk niet groeit uit uitsluiting van kwetsbaar leven, maar uit liefdevolle ontvangst ervan.

Het bestaansrecht van het ongeboren kind is geen bijkomend moreel detail. Het raakt aan de kern van wat wij onder menselijkheid verstaan.

Als wij onder het Kruis leren kijken, zien wij:

  • dat elk leven gewild is door God;
  • dat geluk nooit gebouwd kan worden op het ontzeggen van bestaansrecht;
  • dat ware vrijheid samenvalt met liefde voor het zwakke.

Slotwoord

Mijn verantwoording als pro-life priester is eenvoudig en tegelijk radicaal:

In de liefde van Jezus Christus is geen enkel mensenleven overbodig.

Het ongeboren kind is geen probleem dat moet worden opgelost, maar een persoon die moet worden verwelkomd.

Het kruis is geen herinnering aan lijden alleen.
Het is het blijvende criterium van liefde.

En daarom kom ik op voor het leven.

De laatste jaren van Sint Jozef en zijn sterven

Standaard

Lijden, liefde en voltooiing in Gods nabijheid

1. Christus niet alleen als Verlosser, maar ook als Leraar

Een blijvende geestelijke les voor iedere gelovige is dat Christus niet alleen onze Verlosser is, maar ook onze Leraar. Hij verlost ons door zijn Kruis, maar Hij leert ons ook de weg van het Kruis te gaan. Het Evangelie herinnert ons eraan dat de Messias “moest lijden om zijn heerlijkheid binnen te gaan” (vgl. Lc 24,26).

Wij verlangen terecht naar de vruchten van de verlossing: genade, vergeving en eeuwig leven. Maar het christelijk leven is geen weg zonder deelname aan het lijden. Wie deelt in de glorie, deelt ook in de weg ernaartoe. Heiligheid is niet bewondering op afstand, maar navolging in vertrouwen.

Binnen dit licht wordt ook het sterven van Sint Jozef verstaan.


2. De verborgen heiligheid van Sint Jozef

Sint Jozef wordt in het Evangelie zwijgend voorgesteld. Geen enkel woord van hem is overgeleverd, maar zijn gehoorzaamheid spreekt luid. Hij beschermde Maria, zorgde voor het Kind Jezus, werkte in stilte en aanvaardde zijn roeping zonder voorbehoud.

Volgens de geestelijke traditie – vooral uitgewerkt in de mystieke geschriften van Maria van Ágreda (De Mystieke Stad Gods) – werden de laatste jaren van Jozefs leven gekenmerkt door lichamelijk lijden, maar nog meer door een steeds groeiende innerlijke liefde tot God.

Deze beschrijvingen behoren niet tot de historische kern van het Evangelie, maar vormen een contemplatieve uitwerking van wat de Kerk gelooft over zijn uitzonderlijke heiligheid.


3. Lijden als voltooiing van liefde

De traditie verhaalt dat Jozef in de laatste jaren van zijn leven werd bezocht door ziekte en zwakte. Niet als straf, maar als voltooiing. Zijn ziel werd, zo wordt gezegd, “gezuiverd in de smeltkroes van lijden en goddelijke liefde”.

Hierin weerspiegelt zich een diepe christelijke waarheid: het lijden is niet zinloos wanneer het wordt gedragen in liefde. In Jozef zien wij geen opstand, geen klacht, geen verbittering. Zijn heiligheid ligt niet in uitzonderlijke tekenen, maar in standvastigheid.

De christelijke traditie ziet in hem een man:

  • van geduld zonder bitterheid,
  • van gehoorzaamheid zonder berekening,
  • van liefde zonder zelfzucht.

Zijn lijden werd niet zijn ondergang, maar zijn rijping.


4. Maria en Jezus aan zijn zijde

De overlevering schildert een ontroerend beeld: Maria, de Moeder van de Heer, verzorgt haar echtgenoot met tederheid; Jezus, de Zoon van God, staat hem nabij in zijn laatste dagen.

Ofschoon deze details behoren tot de mystieke meditatie en niet tot het Evangelisch verslag, drukken zij een theologische waarheid uit die door de Kerk wordt beleden: Jozef stierf in de nabijheid van Jezus en Maria.

Daarom wordt hij in de katholieke traditie vereerd als patroon van een goede dood.

Hij stierf:

  • in het gezelschap van de Verlosser,
  • in de vrede van vervulde roeping,
  • in het licht van Gods nabijheid.

5. De dood als overgang in vrede

Volgens de contemplatieve traditie werd zijn sterven niet enkel veroorzaakt door lichamelijke zwakte, maar door een liefde die zijn aardse bestaan had voltooid. Deze uitdrukking – “sterven uit liefde” – moet niet biologisch worden verstaan, maar geestelijk: zijn leven had zijn doel bereikt.

In theologische zin betekent dit:

  • De dood is voor de rechtvaardige geen nederlaag.
  • Zij is overgang.
  • Zij is voltooiing van een levensweg in trouw.

De Kerk heeft dit intuïtief verstaan. Pausen hebben Jozef herhaaldelijk voorgesteld als voorbeeld van verborgen heiligheid. Zo onderstreepte Paus Pius IX zijn universele betekenis door hem in 1870 uit te roepen tot Patroon van de Universele Kerk.


6. Wat leert zijn sterven ons?

Het sterven van Sint Jozef leert ons drie dingen:

1. Heiligheid is verborgen trouw.
Geen grote woorden, maar dagelijkse gehoorzaamheid.

2. Lijden kan vruchtbaar worden in liefde.
Wie lijdt in verbondenheid met Christus, verliest niet, maar wordt gevormd.

3. Een goede dood is genade.
Niet afwezigheid van zwakte, maar aanwezigheid van God.

Jozef is geen figuur van dramatische wonderen. Hij is de man van de stilte, de arbeid, de zorg en het vertrouwen. Zijn laatste jaren openbaren geen spektakel, maar verdieping.


7. Besluit

In de laatste jaren van Sint Jozef zien wij geen heroïek in wereldse zin, maar het rijpen van een ziel die geheel aan God toebehoorde.

Zijn dood is geen episode van tragiek, maar een vredige voltooiing.

Hij stierf zoals hij leefde:
in stilte,
in gehoorzaamheid,
in liefde.

En daarom bidt de Kerk tot hem met vertrouwen:

“Heilige Jozef, patroon van een zalige dood, bid voor ons.”

Bron: Greeth’s Blog, greeth.wordpress.com