Het pinksterfeest, vorige zondag gevierd door alle christenen in de hele wereldkerk is de enige, ware “Grote Reset”, die al onze medewerking verdient
In het joodse geloofwas dit het “wekenfeest”, nl. zeven weken na Pasen, het feest van de bevrijding uit Egypte. Het getal zeven in de Bijbel verwijst naar de volheid. De heilige Johannes heeft zijnApocalypsofOpenbaringhelemaal volgens het getal zeven uitgewerkt. Zijn brieven aan de “zeven kerken” vertegenwoordigen “alle kerken”. De zeven zegels verzegelen alle geheimen, de zeven kwalen zijn alle ellende… Welnu, zeven weken van zeven dagen en daar nog een dag bovenop, dat is de volheid van de volheid, nl de 50edag (Grieks = pentecostes). Dit was ook een landbouwfeest, waarop de eerstelingen van de oogst uit dankbaarheid aan God, Schepper en Vader werden opgedragen. Wij leggen daarom ook de eerste vruchten van onze oogst aan de voet…
Op deze dag duiken we in het mysterie van God: Vader, Zoon en Geest. God is schepper, verlosser en voltooier. Zijn namen heeft Hij met ons in het doopsel verbonden. Wij leven als het ware in het mysterie van God. Hij is de adem van ons leven, de grond onder onze voeten en de zon in ons bestaan. Veel theologen hebben naar woorden en beelden gezocht om dit uit te beelden. In deze eucharistieviering wil God in Christus bij ons zijn en zijn Geest aan ons meedelen. Drie-eenheid betekent dat God zich opent en ons laat delen in de beweging van de liefde die Gods personen met elkaar verbindt. Laten wij open staan voor zijn woord en liefde. Vragen we God om vergeving voor die keren dat we niet vanuit ons doopsel leefden.
Preek
Theologen kunnen de meest ingewikkelde formules en formuleringen maken om het mysterie van de Drie-eenheid te omschrijven. Al vanaf het begin van het christendom waren mensen gefascineerd door dit aspect van God, dat enerzijds eenheid uitbeeldt en anderzijds de vele gezichten van God in onze wereld laat zien. Concilies hielden bisschoppen en gelovigen bij elkaar rond de dogma’s waarin het geloof nauwkeurig geformuleerd wordt. We zien er nog sporen van in het Credo.
Aan de andere kant wijzen mensen deze ingewikkelde formuleringen af en kiezen zij voor een gemakkelijker weg wanneer het over God gaat. Zij doen er het zwijgen toe omdat het mysterie te groot is om onder woorden te brengen. “Er zal wel iets zijn” zegt men en daarmee is dan de kous af. Toch lezen we in de Schrift dat hiermee de kous voor God niet af is. Hij neemt er geen genoegen mee om een grote onbekende te zijn. Hij maakt zich bekend aan Mozes en zijn volk. De geboden die Hij aan Mozes geeft zijn een blijvend teken van Gods trouw, die naar zijn verlangen wederzijds is. Hij openbaart aan Mozes zijn naam, die allereerst het leven zelf betekent. Het bestaan is in Hem, uit Hem en naar Hem gericht.
Paulus schrijft dat we deze God “Vader” mogen noemen, een naam die dichter bij onze eigen leefwereld ligt. Van Jezus zelf horen we de drie namen die sindsdien de Drie-eenheid of wel de Drievuldigheid aanduiden: Vader, Zoon en heilige Geest.
In de icoon van de Drievuldigheid die in het Oosten alom bekend is, zien we drie figuren die elkaar aankijken, van links naar rechts en vanuit het midden. Het zijn drie engelenfiguren die bij Abraham op bezoek komen en hem en Sara de belofte van nieuw leven komen brengen. Wie naar deze icoon kijkt, treedt binnen in het mysterie van God: een uitnodigende blik om mee te gaan, om binnen te treden in de relatie met de Eeuwige. De Vader wijst op de Zoon en zij kijken elkaar aan. De Geest neigt zijn hoofd naar de gelovige die de icoon aanschouwt. Zo nodigt Hij ons uit om naderbij te komen en te beseffen dat wij zelf opgenomen worden in de liefdesband die in God is en die ook voor de mensheid bestemd is.
Ook vanuit deze eucharistieviering kijkt God ons aan. Vanuit de gaven die we Hem aangeboden hebben en die we geheiligd hebben, richt God zijn blik op ons, zijn kinderen. Als iemand ons aankijkt, dan gaan we glimlachen. Als God ons aankijkt, maakt dat ons blij en gelukkig. Zijn blik bemoedigt ons te leven in het besef van Gods voortdurende aanwezigheid om ons heen, in ons hart, in onze geest. Onze ziel draagt zijn stempel. Dat geeft vreugde en dat is de basis van ons bestaan.
Daarvan moet onze kerk ook getuigen. Zij is geroepen om de wereld te doen beseffen dat God de wereld niet verlaten heeft, de mensheid niet verlaten heeft. In ons leven en handelen laten wij zelf anderen ervaren dat wij hen niet verlaten. Het mysterie van de Drievuldigheid van God is dus minder ingewikkeld dan sommige theologen ons doen denken. Deze God, die zich openbaart als Vader, Zoon en Geest, als schepper, verlosser en voltooier, omvat ook de wereld die in zijn liefde wordt opgenomen. Mogen wij deze liefde alle dagen van ons leven uitdragen. Amen.
‘Heb God lief en uw naaste als uzelf.’ Ware woorden. Maar wie is mijn naaste? Het draait in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan om een andere vraag: of jij naaste wilt zijn van een ander die voor dood langs de weg ligt.
Een man reist van Jeruzalem naar Jericho. Onderweg wordt hij beroofd en voor dood achtergelaten. Een priester komt voorbij maar loopt met een boog om hem heen. Ook een Leviet, een dienaar in de Joodse tempel, maakt diezelfde onbarmhartige keuze. Maar een reizende Samaritaan, een vreemdeling, ziet de man langs de weg en krijgt medelijden. Hij brengt de gewonde naar een herberg en verzorgt hem. De volgende dag vertrekt de Samaritaan, maar niet zonder eerst nog wat geld achter te laten voor de verdere zorg.
WAT MOET IK DOEN?
Het verhaal van deze barmhartige Samaritaan is een van de bekendste en meest geliefde verhalen uit de Bijbel. Jezus vertelt deze gelijkenis aan een wetgeleerde die hem op de proef stelt. Wat moet hij doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ Iedere Jood hoort in het eerste deel het Sjema, het gebed dat in ochtend en avond klinkt en het leven in Gods hand legt. Die woorden zijn waar, zo beaamt de wetgeleerde. Maar hij voelt ook de implicaties voor zijn leven en stelt de vraag: ‘Wie is mijn naaste?’
ONVERWACHTE HOOFDROLSPELER
De gelijkenis heeft veel kunstenaars geïnspireerd om het verhaal in verf of poëzie te schilderen. Het verhaal is ook nu nog steeds niet uitverteld. We vinden onszelf er voortdurend in terug. Soms ben jij dat slachtoffer dat niet meer kan opstaan. Dan weer het rijdier dat de gewonde geduldig draagt. Vaak moeten we erkennen dat we de beschamende bijrol spelen van priester of Leviet. Maar ook wij kunnen worden bevangen met medelijden, en direct handelen. Naderhand soms tot onze eigen verbazing. Zoals de Samaritaan, de vreemdeling, de niet-Jood, van wie men het niet verwacht. Zo wordt met deze onverwachte hoofdrolspeler duidelijk gemaakt dat het niet gaat om wie het Woord hoort of bezit maar om wie het Woord doet.
HARD EN DOODS
Een man reist van Jeruzalem naar Jericho. Wellicht is hij ook in de tempel geweest om gezegend met Gods trouw weer verder te gaan. Maar die zegen vindt hij niet terug in de handen die hem kapot slaan, noch in de harten van wie hem voor dood laten liggen. Zelfs zij die het gebed gaande houden, handelen niet. Heilige woorden zijn leeg als heilige daden achterwege blijven. De wereld is hard. Rovers bedreigen ons in de vorm van ziektes, rampspoed, oorlog en onrecht. Velen liggen als dood langs de weg. En wie helpt? God wil de doodse woestijn van het leven met zijn Woord doordrenken en tot een bloeiende tuin maken. Maar het woord heeft hoorders nodig.
WENDING
Door de verrassende wending die de Samaritaan inzet, zien we misschien de grootste wending over het hoofd. De wetgeleerde vraagt wie zijn naaste is, waarop Jezus de gelijkenis vertelt. Dan stelt Jezus de wetgeleerde de vraag wie de naaste is geworden van het slachtoffer. De wetgeleerde antwoordt: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ De vraag is niet of het slachtoffer je naaste is, maar of jij naaste wilt zijn van het slachtoffer. Als ik de hele wereld als mijn naaste zie, kan ik vanwege alle lijden verdrinken in onmacht. Maar als ik naaste kan zijn voor wie op mijn weg gebracht wordt, deel ik in het eeuwige leven. Want het eeuwige leven is hier en nu, waar het Woord gehoor krijgt en mensen onderweg elkaar zegenen. Waar geen mens dood of verlamd langs de weg ligt, omdat er altijd iemand naaste wil zijn.