Anna Terruwe, Sebastian Tromp SJ en de weg naar een hernieuwde vruchtbaarheid van affirmatie

Standaard

Het Romeinse wantrouwen, de conciliaire ommekeer en de blijvende kracht van affirmatie

Inleiding

De geschiedenis van Anna Terruwe (1911–2004) en de Romeinse weerstand tegen haar werk behoort tot de meest sprekende voorbeelden van de spanningen tussen psychologie, moraaltheologie en kerkelijk gezag in de twintigste eeuw. Wat in de jaren veertig en vijftig werd ervaren als theologisch verdacht, blijkt in het licht van het Tweede Vaticaans Concilie niet alleen verdedigbaar, maar zelfs vooruitlopend op een personalistische heroriëntatie van de katholieke antropologie. Deze geschiedenis kent drie beslissende momenten: veroordeling, rehabilitatie en rijping, met vandaag een actuele vraag naar hernieuwde ontvangst in Nederland.


1. Sebastian Tromp SJ en het Romeinse theologische klimaat

Een sleutelrol in de Romeinse weerstand tegen Terruwe werd gespeeld door de jezuïet Sebastian Tromp (1889–1975). Tromp was hoogleraar dogmatiek en kerkelijk recht aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit en van 1936 tot 1967 secretaris van het Heilig Officie (de latere Dicasterie voor de Geloofsleer). Hij fungeerde bovendien als invloedrijk theologisch adviseur van Pius XII.¹

Tromp vertegenwoordigde een strikt neoscholastisch en juridisch-dogmatisch kerkbeeld, waarin:

  • zonde en schuld primair normatief werden benaderd;
  • affectiviteit en gevoelsleven theologisch onderbelicht of verdacht bleven;
  • psychologische benaderingen van moraal als riskant werden beschouwd.²

Binnen dit paradigma werd moraal hoofdzakelijk begrepen als een zaak van wil, norm en gehoorzaamheid, terwijl emotionele ontwikkeling en relationele ontvankelijkheid nauwelijks als zelfstandige antropologische categorieën werden erkend.


2. Waarom Tromp zich verzette tegen Terruwe

De weerstand tegen Terruwe was niet in de eerste plaats persoonlijk, maar systemisch. Tromp stond symbool voor een theologisch klimaat dat moeite had met drie kernintuïties van Terruwe.

2.1 De mens is in zijn diepste kern goed

Terruwe vertrok vanuit de overtuiging dat de mens in zijn diepste wezen goed is en tot rijping komt door bevestigende liefde. Tromp vreesde dat deze formulering (a) de leer van de erfzonde zou relativeren en (b) morele verantwoordelijkheid zou ondermijnen. Wat in deze kritiek onvoldoende werd onderscheiden, was het verschil tussen ontologische goedheid van de mens en morele gebrokenheid ten gevolge van de erfzonde. Terruwe ontkende de zondeleer niet, maar ontkende wél dat emotionele beschadiging automatisch persoonlijke schuld impliceert.³

2.2 Psychologie als antropologische sleutel

Terruwe benaderde moreel problematisch gedrag vaak als gevolg van emotionele onderontwikkeling, veroorzaakt door een tekort aan affirmatie. Voor Tromp betekende dit een verschuiving van moraal naar antropologie, die hij interpreteerde als psychologisering van zonde en een ondermijning van ascese, boete en discipline. Deze spanning betrof geen methodische details, maar een fundamenteel verschil in mensbeeld.⁴

2.3 Kritiek op repressieve ascese

Terruwe toonde klinisch aan dat overdreven ascese, streng gewetensonderzoek en dwangmatige kuisheidspraktijken ernstige psychische schade konden veroorzaken, zoals scrupulositeit en dwangneurose. Waar zij deze verschijnselen diagnostisch en therapeutisch benaderde, golden zij in het toenmalige Romeinse klimaat eerder als tekenen van morele ernst dan als klinische problematiek.⁵


3. De “zaak-Terruwe”: disciplinair ingrijpen zonder leerveroordeling

In 1956 leidde dit spanningsveld tot een Romeins ingrijpen tegen Terruwe en haar nauwe medewerker Conrad W. Baars. Hun therapeutische praktijk en publicaties werden beperkt; er volgde feitelijk een therapieverbod.⁶

Van doorslaggevend belang is dat dit ingrijpen:

  • geen leerstellige veroordeling betrof;
  • geen heresie vaststelde;
  • het karakter had van een disciplinair voorzorgsbesluit.⁷

Het ging dus minder om een inhoudelijk theologisch debat dan om een ingreep vanuit wantrouwen jegens een vernieuwende antropologische benadering—met bestuursrechtelijke middelen.


4. Rehabilitatie: Alfrink, Paulus VI en de conciliaire ommekeer

Vanaf het begin van de jaren zestig veranderde het kerkelijk klimaat ingrijpend. Mede door de inzet van Bernardus Johannes Alfrink werd de zaak-Terruwe opnieuw onder de aandacht gebracht. Alfrink benadrukte dat Terruwe’s werk geen ondermijning van de katholieke leer inhield, maar een noodzakelijke pastorale verdieping bood.⁸

Onder Paulus VI werden de eerdere beperkingen feitelijk opgeheven. Zonder publieke rectificatie kreeg Terruwe opnieuw ruimte om te publiceren en te werken. Deze stille rehabilitatie weerspiegelt eerder een theologische verschuiving dan een louter persoonlijke rehabilitatie.


5. Intermezzo – Wat stond er werkelijk op het spel?

De Romeinse weerstand tegen Terruwe laat zich niet verklaren door één enkel motief. Zij krijgt pas reliëf wanneer men de samenloop van machtsstructuren, mensbeeldconflicten en disciplinair bestuur onder ogen ziet. Dat Terruwe een vrouw was, speelde daarin geen louter bijkomstige rol. Haar vrouw-zijn—én tegelijk haar positie als lekenpsychiater—fungeerde binnen een uitgesproken clericaal systeem als een strategisch kwetsbaarheidspunt, precies omdat zij in haar praktijk talrijke priesters, religieuzen en seminaristen begeleidde.

5.1 De snelste administratieve knop: vrouw + clerus

In reconstructies van de affaire keert niet eerst een dogmatische veroordeling terug, maar een disciplinair ingrijpen: geen verwijzing van clerici naar een “psychiatrice”, geen behandeling van (semi)clerici door vrouwelijke psychiaters/psychotherapeuten.⁹
Dat zegt niet: “de inhoud is weerlegd”, maar wel: “dit kanaal wordt afgesloten”.

Daarmee is het vrouw-zijn geen goedkope bijzaak, maar een concrete machtsvector. In een kerkelijke cultuur waarin (a) seksualiteit en biecht/pastoraat hypergevoelig lagen, en (b) de vorming van seminaristen als kwetsbaar en te beschermen werd gezien, bood “vrouwelijke behandelaar” een klaarstaand alarmwoord. De maatregel was tegelijk moralistisch verdedigbaar en bestuurlijk effectief.

5.2 Het diepere conflict: moraaltheologie versus psychologische causaliteit

Onder deze administratieve laag lag een fundamenteler conflict. De hardste verdenking draaide niet om “bevestiging” als zodanig, maar om de vrees voor situatie-ethiek en psychologisering van zonde. Wanneer bij neurose, scrupulositeit of dwangproblematiek de strikte toepassing van de moraalleer tijdelijk “tussen haakjes” wordt gezet om angst en schuld te ontregelen en innerlijke vrijheid te herstellen, lijkt dat voor bewakers van de norm al snel een ondermijning van de universele geldigheid van de moraal.⁶
Geruchten over “immorele adviezen” functioneerden in dit klimaat als morele detonator—ook wanneer zij eerder brandstof dan bewijs waren.

Hier ligt het zenuwpunt: Terruwe herlabelt bepaald ‘zondig’ gedrag niet primair als moreel falen, maar als symptoom van angst, emotionele onderontwikkeling en gemis aan bevestiging. Genezing betekent herstel van innerlijke vrijheid, zodat rede en wil opnieuw werkelijk kunnen sturen. Voor een streng voluntaristisch en juridisch moreelkader vormt dit een bedreiging, omdat het de prioriteit verschuift: van normhandhaving naar mensbeeld en genezing.⁴

5.3 Welk gevecht voerde Tromp?

Op basis van publiek toegankelijke bronnen tekent zich een drievoudige strijd af:

  1. Anti-relativisme / anti-“situatie-ethiek”: in biografische reconstructies wordt vermeld dat Tromp Terruwe en Baars beoordeelde alsof zij verkapt freudiaans dachten en een situatie-ethiek hanteerden—precies het soort etiket waarmee het Heilig Officie in die periode grenzen bewaakte.⁶
  2. Curiale gezagsstrijd: controle over vernieuwing: Tromp was consultor/qualificator van het Heilig Officie en nauw verbonden met Alfredo Ottaviani; op Vaticanum II speelde hij een centrale rol in voorbereidende schema’s en commissiewerk.¹⁰ Dat tekent een habitus van wantrouwen tegenover “nieuwe talen” (psychologie, klinische causaliteit, pastorale casuïstiek) wanneer die niet strak onder doctrinaire controle vallen.
  3. Vorming/sexualiteits-angst in priestercontext: de casus ging juist over priesters, religieuzen en seminaristen; daarmee wordt het voor Rome niet louter psychotherapie, maar priesterlijke identiteit + celibaat + biechtcultuur + schandaalrisico. In zo’n veld is een verbod op vrouwelijke behandelaars tegelijk moralistisch plausibel en bestuurlijk efficiënt.⁹

5.4 Dus: “omdat zij een vrouw was”?

Gedeeltelijk: ja—maar als middel, niet als volledige oorzaak.

  • Als middel is het motief van de “vrouwelijke psychiater” aantoonbaar aanwezig in taal en maatregelen.⁹
  • Als oorzaak blijft de motor het mensbeeldconflict: zonde en norm tegenover angst en genezing, met de vrees dat pastorale soepelheid zou uitlopen op normerosie.⁴

De scherpste formulering, zonder karikatuur, luidt daarom:
Het systeem kon haar aanpakken omdat zij een vrouw was; het systeem wilde haar aanpakken omdat haar therapie de macht over schuld, ascese en geweten herschikte.

5.5 Disciplinair, niet doctrinair—en daarom conciliair leesbaar

Dat er geen leerveroordeling, maar een disciplinair voorzorgsbesluit werd genomen, bevestigt deze analyse: monitum, waarschuwing en afsluiting van kanalen, eerder dan formele definitie “ketterij”.⁷ Precies dit maakt een conciliaire herlezing overtuigend: Vaticanum II maakt zichtbaar dat het conflict in wezen ging over welke menskunde de moraal draagt—en wie daarin het primaat heeft.


6. Vaticanum II als sleutel tot herlezing

De rehabilitatie van Terruwe kan niet los worden gezien van de antropologische heroriëntatie van Vaticanum II. Gaudium et Spes 22 stelt dat de mens zichzelf slechts ten volle verstaat in het licht van Christus, de nieuwe Adam, die de mens niet veroordeelt maar aan zichzelf openbaart. In Gaudium et Spes 24 wordt deze waardigheid relationeel verdiept: de mens vindt zichzelf door de gave van zichzelf.

Ook Lumen Gentium 56–63 biedt een mariologische correctie op een voluntaristische mensvisie. Maria verschijnt daar niet als moreel prestatiemodel, maar als de mens die in radicale ontvankelijkheid het Woord ontvangt: haar fiat is ontvangen genade vóór het morele handelen.

In dit conciliaire licht kan Terruwe’s affirmatieleer worden verstaan als antropologische voorloper van Vaticanum II.¹¹


7. De rijpe periode: Nederland en vooral de Verenigde Staten

Na haar rehabilitatie kende Terruwe een rijpe en vruchtbare periode, waarin haar werk in Nederland en België opnieuw werd gewaardeerd, maar vooral in de Verenigde Staten een blijvende institutionele verankering vond. Daar werd haar gedachtegoed niet museaal bewaard, maar praktisch doorgegeven in klinische en pastorale contexten. De voortzetting daar toont dat affirmatie geen voorbijgaande theorie is, maar een levende traditie, gedragen door opleidingen en praktijken die de personalistische antropologie van Terruwe en Baars verder hebben uitgewerkt.¹²


8. Van Amerikaanse vitaliteit naar Nederlandse herneming: pro-life als locus

Tegen deze achtergrond situeert zich het actuele theologisch-pastorale project van Jack Geudens, priester en arbeidstherapeut: de levende Amerikaanse traditie van Terruwe en Baars bewust verbinden met een heropleving van hun gedachtegoed in Nederland, met name binnen pro-life-denken en -pastoraat. In deze benadering wordt pro-life niet gereduceerd tot ethisch debat, maar verstaan als relationele en genezende praxis, waarin het gekwetste leven—vóór en ná de geboorte—opnieuw wordt bevestigd in zijn intrinsieke waardigheid. Affirmatie verschijnt dan niet als psychologische zelfvalidatie, maar als deelname aan weerhoudende en dragende liefde onder het teken van het Kruis.

Zo markeert de beweging van veroordeling naar conciliaire bevestiging niet alleen een historisch traject, maar een actuele opdracht: de integratie van psychologie, theologie en pastoraat in dienst van het kwetsbare leven.


Voetnoten

  1. A. Melloni, Il Sant’Uffizio nella prima metà del Novecento, Bologna 2000, 145–168.
  2. J. Grootaers, “Sebastian Tromp S.J. en het antimodernistische paradigma,” Ephemerides Theologicae Lovanienses 64 (1988), 257–289.
  3. A.A. Terruwe, De menselijke persoon en zijn gevoelens, Utrecht 1965, m.n. 91–134.
  4. B. Häring, Das Gesetz Christi, Freiburg i.Br. 1954, inleiding en hfst. I (context: moraaltheologie en Romeinse gevoeligheden).
  5. A.A. Terruwe, De menselijke persoon en zijn gevoelens, Utrecht 1965, 91–134 (scrupulositeit/dwangproblematiek in ascetische context).
  6. M. Monteiro, Leven voor een leer. Anna Terruwe (1911–2004), Nijmegen 2013, 203–245.
  7. Zie voor het onderscheid disciplinair/leerstellige veroordeling en de curiale praktijk: A. Melloni, Il Sant’Uffizio, 145–168; vgl. ook de analyse van ingrepen als voorzorgsmaatregel in Monteiro, Leven voor een leer, 203–245.
  8. J. Bank, Katholieken in Nederland 1945–2000, Amsterdam 2002, 112–118 (kerkelijk klimaat en rol van Alfrink).
  9. Anna Terruwe-Stichting, “Leven en werk van Anna Terruwe,” publieke documentatie (melding van verbod voor clerici om door vrouwelijke behandelaren behandeld te worden; disciplinair afsluiten van verwijzingskanaal).
  10. G. Alberigo (red.), History of Vatican II, vol. I, Maryknoll 1995, 199–225 (Tromp en de voorbereidingsfase); vgl. biografische gegevens over Tromp en curiale positie.
  11. Joseph Ratzinger, Theologische Prinzipienlehre, München 1982, 389–392; daarnaast: Gaudium et Spes 22, 24; Lumen Gentium 56–63.
  12. C.W. Baars, Born Only Once, New York 1977, hfst. 2 (doorwerking van affirmatie in Engelstalige synthese en praktijk).

Affirmatie als levende traditie (2026)

Standaard

Inleiding

Het Baars Institute staat vandaag centraal in een vernieuwende benadering van psychologisch en spiritueel welzijn, geworteld in de fundamentele menselijke behoefte aan bevestigende liefde en emotionele rijping. Vanuit het pionierswerk van Conrad W. Baars en Anna A. Terruwe ontwikkelde het instituut een samenhangende visie waarin genezing niet primair wordt gezocht in technieken of gedragsverandering, maar in het herstel van de menselijke ontvankelijkheid voor goedheid, waarde en beminnelijkheid.

De missie van het instituut is om affirmatie zichtbaar te maken als het kernantwoord op wat zij benoemen als Emotional Deprivation Disorder: een verstoring die ontstaat wanneer een mens in zijn vroegste relaties geen onvoorwaardelijke liefde heeft mogen ontvangen. Door opleiding, begeleiding en inhoudelijke verdieping rust het Baars Institute therapeuten wereldwijd toe om deze genezende weg professioneel en verantwoord te begeleiden, in trouw aan een personalistische mensvisie.

Affirmatie wordt daarbij verstaan als een relationeel gebeuren: de mens leert zichzelf ervaren als goed en waardevol doordat een ander affectief aanwezig is. Emotionele rijping en het vermogen tot liefde komen pas vrij wanneer iemand zich niet alleen begrepen, maar ook bemind weet. Dit inzicht reikt verder dan therapie alleen. Het raakt aan een antropologische kernintuïtie: de mens wordt zichzelf in relatie, en groeit door bevestigende nabijheid.

In deze zin vormt het werk van het Baars Institute geen afgesloten school, maar een levende traditie. Het nodigt uit tot een affirmatieve levenshouding die openstaat voor goedheid, waarheid en schoonheid — in zichzelf, in anderen en in de werkelijkheid als geheel. Juist daardoor blijft deze benadering ook in de eenentwintigste eeuw verrassend actueel.

Overgang – actualisering naar onze tijd

In de context van 2026 krijgt deze traditie een nieuwe zeggingskracht. In een samenleving die sterk inzet op zelfmaakbaarheid, prestatie en controle, wordt steeds duidelijker hoe diep emotionele verwaarlozing, relationele breuk en innerlijke eenzaamheid doorwerken in levensverhalen. Hier sluit het pastorale werk en de theologisch-psychologische insteek van Jack Geudens aan.

Als priester en arbeidstherapeut actualiseert hij het affirmatieve mensbeeld van Terruwe en Baars binnen een expliciet christologisch perspectief. Affirmatie wordt bij hem verstaan onder het teken van het Kruis: niet als vrijblijvende zelfbevestiging, maar als een liefde die standhoudt in kwetsbaarheid, schuld en lijden. Zo wordt zichtbaar dat affirmatie niet alleen een therapeutisch antwoord is, maar ook een pastorale roeping en een geestelijke weg.

Vanuit deze samenhang worden in de volgende hoofdstukken de kernbegrippen van affirmatie, affirmatietherapie en genezing verder uitgewerkt, in trouw aan de oorspronkelijke visie én met het oog op de vragen en noden van onze tijd.

Samenvatting

Dit artikel schetst de kern van de affirmatie-theorie zoals ontwikkeld door Conrad W. Baars en Anna A. Terruwe, en belicht haar betekenis voor emotionele rijping, therapeutische genezing en menselijk vermogen tot liefhebben. Uitgangspunt is de fundamentele antropologische overtuiging dat ieder mens een intrinsieke behoefte heeft aan onvoorwaardelijke menselijke liefde. Alleen wie zich bemind, waardevol en goed weet, kan zelf op een rijpe wijze liefhebben.

Affirmatie wordt beschreven als een relationeel proces waarin iemand zich openstelt voor de goedheid van de ander, deze affectief ontvangt en uiteindelijk ook uitdrukt. Het ontbreken van dergelijke bevestigende liefde in de vroege levensfase kan leiden tot een geremde emotionele ontwikkeling en een samenhangend patroon van psychische klachten. Affirmatietherapie biedt een antwoord door een veilige, affectief dragende relatie te scheppen waarin de cliënt zijn of haar intrinsieke goedheid opnieuw kan ervaren.

De therapeut is daarbij niet primair technisch handelend, maar affectief aanwezig, en openbaart door houding, nabijheid en woord de waardigheid van de cliënt. Binnen dit affirmatieve milieu kunnen emoties, verstand en wil opnieuw integreren en kan het ontwikkelingsproces zijn natuurlijke verloop hervatten. Zo biedt affirmatie een personalistisch en christelijk gefundeerd perspectief op genezing, waarin liefde niet slechts een moreel ideaal is, maar een genezende werkelijkheid.

Affirmatie

Alle mensen hebben een intrinsieke behoefte aan menselijke liefde. Met uitzondering van goddelijke tussenkomst is het essentieel dat iemand menselijke liefde ontvangt om zich goed, waardevol en beminnelijk te kunnen voelen – en om het vermogen te bezitten anderen lief te hebben. In wezen moeten wij eerst bemind worden om zelf te kunnen liefhebben.

Het vermogen van een persoon om lief te hebben wordt ontsloten wanneer hij of zij zichzelf ervaart als goed, waardevol en beminnelijk. Volgens de christelijke psychiaters Conrad W. Baars en Anna A. Terruwe wordt dit proces “affirmatie” genoemd. Affirmatie is een proces in drie stappen dat plaatsvindt wanneer de ene persoon voor de andere een bron is van onvoorwaardelijke liefde en emotionele versterking. Deze drie stappen zijn:

  1. de persoon staat open en ontvankelijk voor de goedheid en beminnelijkheid van de ander;
  2. gaandeweg laat de persoon zich door de ander raken met genegenheid, liefde, vreugde enzovoort;
  3. ten slotte toont de persoon deze gevoelens aan de ander, vooral via gelaatsuitdrukking, toon van stem, zachte aanraking enzovoort.

Voor christenen is dit vermogen tot liefhebben essentieel om het gebod van Jezus te kunnen beleven: “Heb elkaar lief” (Johannes 13,34; 15,12). Affirmatie en een affirmatieve levenshouding – openstaan voor de goedheid, waarheid en schoonheid van anderen, van de natuur, van de schone kunsten, kortom van heel de schepping – zijn echter niet beperkt tot christenen. Het is eenvoudigweg eigen aan iedere mens om op deze wijze geluk te verlangen en te ervaren.

Volgens drs. Baars en Terruwe is iemand niet-geaffirmeerd wanneer hij of zij in de vroege levensfase authentieke affirmatie heeft gemist doordat men werd bekritiseerd, genegeerd, verwaarloosd, mishandeld, verlaten of emotioneel afgewezen door primaire opvoeders, met als gevolg een geremde emotionele ontwikkeling. Omdat affirmatie van het eigen bestaan een wezenlijke ontwikkelingsbehoefte is, kunnen niet-geaffirmeerde personen zich niet ontwikkelen tot emotioneel rijpe volwassenen zonder eerst authentieke affirmatie van een ander mens te ontvangen. Rijpheid wordt bereikt wanneer er een harmonische verhouding is tussen lichaam, verstand, emoties en ziel, onder leiding van rede en wil.

Affirmatietherapie

Affirmatietherapie houdt in dat de therapeut affectief, eerder dan effectief, aanwezig is bij de cliënt. Met andere woorden: het is een manier van zijn bij iemand, eerder dan iets doen voor of met haar. Formeel kan affirmatietherapie worden omschreven als een wijze van affectief aanwezig zijn bij een andere mens binnen een therapeutische relatie, waarin de therapeut aan de cliënt diens intrinsieke goedheid en waarde openbaart. Affirmatie is een diepgaande manier van aanwezig zijn en mag niet worden verward met eenvoudige technieken zoals een klopje op de schouder of een oppervlakkig compliment. Eventuele bijkomende handelingen of interventies van de therapeut zijn ondergeschikt aan diens affectieve aanwezigheid en zijn alleen helend binnen de aanvaardende en veilige omgeving die door die affectieve aanwezigheid wordt geschapen.

De authentieke zorg, betrokkenheid en liefde voor de volwassene die innerlijk de wereld ervaart zoals een baby of kind, worden door de therapeut gecommuniceerd via zijn of haar ogen, gelaatsuitdrukking en andere non-verbale communicatie, evenals door woorden van aanvaarding en bemoediging. De affectieve aanwezigheid van de therapeut maakt dat de cliënt zich aanvaard, bemind en waardevol kan voelen, in plaats van dit slechts intellectueel te proberen geloven op basis van woorden. Naarmate de cliënt affirmatie van de therapeut aanneemt, vindt emotionele versterking op natuurlijke wijze plaats, in het eigen tempo van de cliënt. De cliënt kan sterker worden doordat zij zich veilig en geborgen voelt bij iemand die haar kent en aanvaardt zoals zij is.

Binnen de affirmatietherapie omvat de therapeutische relatie het luisteren naar en reflecteren op de levenservaringen, emoties, irrationele angsten en spanningen van de niet-geaffirmeerde persoon, evenals het verkennen van het verleden voor zover dit samenhangt met de huidige symptomen. Tijdens deze verkenning blijft de therapeut affectief aanwezig, legt morele waarheden uit overeenkomstig het begripsvermogen en het geloofskader van de cliënt, en corrigeert of verheldert onjuiste overtuigingen die de cliënt koestert. Het is dit affirmatieve milieu dat de emotionele en intellectuele groei en integratie van de cliënt bevordert en dat maakt dat symptomen geleidelijk kunnen verdwijnen, doordat het ontwikkelingsproces weer op gang komt.

Hoewel er geen specifieke “technieken” zijn die eigen zijn aan affirmatietherapie, hanteert de therapeut verschillende strategieën die geworteld zijn in de christelijke antropologie:

  • Vroege relaties tussen de cliënt en zijn of haar ouders en andere belangrijke personen worden onderzocht, voor zover nodig, om de mate van ontvangen affirmatie en andere factoren die het genezingsproces beïnvloeden te begrijpen.
  • De therapeut onderricht de cliënt over het emotionele leven, met bijzondere nadruk op het aanvaarden van de goedheid van alle emoties, hun ondersteunende rol voor het deugdzame leven (volgens Thomas van Aquino) en hun noodzakelijkheid voor psychische heelheid.
  • De therapeut begeleidt en bemoedigt de emotionele groei op een wijze die leidt tot een rijp verstaan van het gevoelsleven en tot een grotere bewustwording en gezonde integratie van gevoelens en emoties met rede en wil.
  • De therapeut besteedt bijzondere aandacht aan domeinen waarin de cliënt zich slecht voelt over zichzelf, zich minderwaardig acht, zich gekweld of ontmoedigd voelt, en helpt de cliënt de onjuistheid van foutieve of irrationele overtuigingen in te zien.
  • Indien wordt vastgesteld dat een repressieve stoornis – zoals een angststoornis, seksuele repressie, scrupulositeit of dwangmatige repressie – deel uitmaakt van de problematiek, wordt verwezen naar de uitvoerige bespreking en richtlijnen in Psychische Heelheid en Genezing voor een passende behandeling van deze stoornissen, waaronder mortificatietherapie bij seksuele obsessies en dwanghandelingen. Zie ook Voelen en helen van je emoties voor een uitgebreide bespreking van een gezond emotioneel leven.

Deze boeken tonen aan dat er hoop is op genezing van deze zeer moeilijke stoornissen, op basis van een verstaan van het emotionele leven dat geworteld is in de christelijke antropologie van de heilige Thomas van Aquino.

Bevestiging en genezing

Het ontbreken van bevestigende liefde in het leven van een mens kan een ingrijpende invloed hebben op de wijze waarop hij of zij zichzelf, anderen en de wereld ervaart. Hoewel diverse trauma’s terecht worden erkend om hun ernstige impact, zijn velen zich onvoldoende bewust van de diepgaande gevolgen van liefdestekort. Daardoor geven veel mensen aan dat zij hun innerlijke pijn niet onder woorden kunnen brengen. Het Baars–Terruwe-model van affirmatietherapie biedt hier taal aan door een syndroom (een samenhang van symptomen) te benoemen dat kan ontstaan wanneer iemand in de kindertijd onvoldoende onvoorwaardelijke liefde heeft ontvangen.

Een niet-geaffirmeerde persoon heeft de consequente, authentieke affirmatie van een andere mens nodig. Omdat hij of zij als kind het bemind en bevestigd worden heeft gemist, is het noodzakelijk dat deze persoon de onbaatzuchtige, onvoorwaardelijke en authentieke liefde van een ander mens kan ervaren. Dit vormt het uitgangspunt en de kern van affirmatietherapie. De therapeut zelf dient een volledig geaffirmeerde, rijpe persoon te zijn opdat deze affectieve therapie werkelijk doeltreffend kan zijn.

Volgens drs. Terruwe en Baars werd het emotionele leven van personen met deze problematiek in de kindertijd stopgezet of kwam het nooit tot ontwikkeling. De therapie biedt daarom een veilige omgeving waarin zij zichzelf mogen zijn en opnieuw kunnen groeien door dezelfde ontwikkelingsfasen die men normaal in de kindertijd doorloopt. Naarmate iemand zich door een ander bemind en aanvaard voelt, zal het emotionele leven zich ontwikkelen vanaf het punt waar de affirmatie in de kindertijd werd onthouden of onderbroken.

De affirmatietherapeut blijft consequent en affectief aanwezig, in die zin dat hij of zij zowel de emotionele als de intellectuele affirmatie biedt die nodig is voor een gezonde groei. Uiteindelijk is het voor genezing essentieel dat de persoon zijn of haar eigen goedheid en uniciteit kan voelen en zo de eigen waarde ervaart. De cliënt moet zich veilig en geborgen voelen in deze relatie, zodat hij weet dat hij niet langer alleen is: eindelijk is er iemand die hem begrijpt en aanvaardt zoals hij is. Daarnaast biedt de therapeut intellectuele affirmatie door een zachte correctie van vervormde overtuigingen en denkpatronen die tijdens emotioneel traumatische perioden zijn ontstaan.

Wanneer deze toestand in het therapeutisch milieu tot stand komt, kan de emotionele ontwikkeling haar natuurlijke verloop hervatten en zullen de symptomen geleidelijk verdwijnen. Hoewel er geen specifieke technieken zijn voor affirmatietherapie, is het van belang dat de persoon zoveel mogelijk leert over de goedheid en noodzakelijkheid van zijn of haar emoties en over de essentiële rol die zij in het leven spelen. Affectief leren leven is een voortdurend proces van open en ontvankelijk worden voor de goedheid van de natuur, ideeën, anderen en zichzelf.

Zie de pagina’s over Emotional Deprivation Disorder voor aanvullende informatie. Zie Healing the Unaffirmed voor een uitgebreidere bespreking: https://www.baarsinstitute.com/affirmation-therapy

Slotwoord

De weg van affirmatie is geen abstract concept, maar een geleefde werkelijkheid die van mens tot mens wordt doorgegeven. Het levenswerk van Anna A. Terruwe is daarvan een sprekend getuigenis. Haar overtuiging dat de mens in zijn diepste kern goed is en slechts tot rijping komt door bevestigende liefde, werd niet geboren uit theorie, maar uit jarenlange klinische nabijheid bij gekwetste mensen. Tegen de stroom in hield zij vast aan een mensvisie die genezing niet zocht in correctie of beheersing, maar in het herstellen van het vermogen om zich bemind te weten.

Deze visie vond ook weerklank en concrete doorwerking in pastorale levenswegen. Voor Jo van Osch betekende Terruwe’s denken een sleutel tot een dieper verstaan van genezing binnen begeleiding en geestelijk leven. In zijn begeleiding wist hij ruimte te scheppen waarin kwetsbaarheid niet werd veroordeeld, maar gedragen. Zo werd affirmatie geen methode, maar een vorm van trouw: aanwezig blijven bij de ander, ook waar woorden tekortschieten.

In diezelfde lijn staat het eigen pastorale en theologisch-psychologische traject van Jack Geudens. Als priester en arbeidstherapeut verbindt hij het affirmatieve mensbeeld van Terruwe met een expliciet christologisch perspectief, waarin bevestiging wordt verstaan onder het teken van het Kruis. Affirmatie is hier geen vrijblijvende bevestiging van het zelf, maar een liefde die standhoudt in kwetsbaarheid, schuld en lijden — een liefde die niet wegkijkt, maar nabij blijft.

Zo wordt zichtbaar dat affirmatie een levende traditie is: ontvangen, doorgegeven en telkens opnieuw belichaamd in concrete relaties. Waar mensen elkaar bevestigen in waarheid en barmhartigheid, kan het leven opnieuw ademen. In die ruimte hervindt de mens zijn waardigheid, groeit innerlijke vrijheid en wordt genezing mogelijk — niet als prestatie, maar als gave.

Dit is de stille kracht van affirmatie: zij geneest niet door macht, maar door liefde die blijft.

Bron

https://www.baarsinstitute.com/

PG, Smakt, 1 februari 2026

Video: Dr. Denise M. Mari geïnterviewd over het Anna Terruwe

Standaard

Catholic Close-Up – Living Bread Radio Network

Dr. Denise M. Mari geïnterviewd over het Anna Terruwe Museum op 24 november 2017 op het Living Bread Radio Network

Terruwe Baars Rational Psych

Op 24 november 2017 werd dr. Denise Marie Mari, T.O.Carm., geïnterviewd door Michael Roberts, presentator van het radioprogramma Catholic Close-Up, uitgezonden door het Living Bread Radio Network. Het gesprek was gewijd aan het leven en werk van dr. Anna Terruwe (1911–2004), arts, neuropsychiater en doctor in de filosofie, en aan het Anna Terruwe Museum.

Transcript (vertaling uit het gesproken Engels)

Michael Roberts:
Hallo en welkom bij de uitzending. Vandaag spreken we met dr. Denise Mari, die ons zal vertellen over dr. Anna Terruwe. Het begint allemaal nu.


Over dr. Anna Terruwe

Michael Roberts:
Anna Terruwe was een opmerkelijke Nederlandse katholieke neuropsychiater. Bij mij is nu dr. Denise Mari. Zij is oprichter en president van House of Hope International en nauw betrokken bij het Anna Terruwe Museum, dat ondergebracht is bij House of Hope International. We gaan het daar uitgebreid over hebben.
Dr. Mari, dank u dat u bij ons bent bij Catholic Close-Up.

Dr. Denise Mari:
Het is werkelijk een groot genoegen om hier te mogen zijn.

Michael Roberts:
Dit is een mooie gelegenheid om onze luisteraars hier in Ohio kennis te laten maken met Anna Terruwe en met het museum in New Jersey. Laten we bij het begin beginnen. Kunt u ons iets vertellen over Anna Terruwe en haar levensverhaal?

Dr. Denise Mari:
Zeker. Het woord opmerkelijk is zeer treffend. Dr. Anna Terruwe was zonder twijfel een uitzonderlijke neuropsychiater. Zij behaalde niet alleen een artsendiploma, maar ook een doctoraat in de neurowetenschappen. Daarnaast was zij hoogleraar aan een universiteit in Nederland.

Zij werd geboren in augustus 1911 en overleed op 28 april 2004. Zij koos ervoor haar hele leven ongehuwd te blijven, omdat zij ervan overtuigd was dat dit haar in staat stelde zo vruchtbaar mogelijk te zijn in de bijzondere roeping die zij van de Heer had ontvangen.

Gedurende meer dan vijftig jaar werkte zij als neuropsychiater met meer dan zeventienduizend patiënten — een indrukwekkend aantal. Zij doceerde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.
Als pastorale psycholoog en derde-orde karmeliet zie ik haar als iemand die met hart en ziel doceerde: een hoogleraar en clinicus die zich volledig gaf.

Michael Roberts:
Dat is inderdaad indrukwekkend. Haar levenswerk leest als een waarlijk pastorale zending. Hoe bent u zelf met haar werk in aanraking gekomen?

Dr. Denise Mari:
Dat is een bijzonder verhaal. Een voormalige patiënt van een goede vriendin van dr. Terruwe heeft mij letterlijk achternagezeten toen ik nog in mijn graduate studies zat. Zij zei dat ik, als ik katholiek hulpverlener wilde worden, onmogelijk verder kon zonder kennis te maken met Anna Terruwe en haar werk.

Michael Roberts:
En zo is het begonnen?

Dr. Denise Mari:
Inderdaad. En de rest is geschiedenis.


Katholieke mensvisie

Michael Roberts:
Wat bewondert u persoonlijk het meest in haar?

Dr. Denise Mari:
Zij bracht een volledig katholieke visie binnen in de gezondheidszorg. Zij erkende de mens als geheel — geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Dat was het fundament van al haar onderwijs en haar klinische praktijk.

Michael Roberts:
Dat is niet vanzelfsprekend in de wetenschap.

Dr. Denise Mari:
Zeker niet. Een van haar belangrijkste bijdragen was haar toepassing van een katholieke personalistische psychologie, geworteld in het denken van de heilige Thomas van Aquino. Zij paste deze visie toe in zowel diagnostiek als begeleiding en hielp duizenden mensen om tot een rijker leven in Christus te komen.


Het Anna Terruwe Museum

Michael Roberts:
Er is nu ook een museum aan haar gewijd. Kunt u daar iets over vertellen?

Dr. Denise Mari:
Het museum werd formeel geopend in 2017, maar het initiatief begon al in 2015. We brachten haar boeken, artikelen, banden en archiefmateriaal samen om haar nalatenschap te bewaren. Het duurde enkele jaren om het museum in zijn huidige vorm te realiseren.

Bezoekers vinden er meer dan een dozijn tentoonstellingen over haar leven en werk. Er zijn originele video’s, een uitgebreide tijdlijn van haar leven, aandacht voor heiligen die met haar verbonden zijn, en een gebedsbord waarop bezoekers intenties of dankbetuigingen kunnen achterlaten.


Betekenis voor Kerk en samenleving

Michael Roberts:
Als u dit zo beschrijft, doet het denken aan grote kerkleraren.

Dr. Denise Mari:
Inderdaad. Zij stond in een grote katholieke traditie en was zelfs bekend bij paus Johannes Paulus II. Haar werk is van blijvende betekenis, niet alleen voor de Kerk, maar ook voor de samenleving. Zij geloofde diep in de waarheid van God en in de waardigheid van de menselijke persoon. Die waarheid, zo meende zij, moest doorwerken in zorg, opvoeding, politiek en cultuur.


House of Hope International

Michael Roberts:
U bent ook oprichter van House of Hope International. Wat is dat precies?

Dr. Denise Mari:
House of Hope International is een plaats die gewijd is aan het geestelijk welzijn van katholieken. Het is gericht op vorming, geestelijke begeleiding, retraites, eucharistische aanbidding en de integratie van geloof en leven. Het uitgangspunt is dat wij geschapen zijn voor een overvloedig leven in Christus.

Dr. Terruwe benadrukte steeds de “stapstenen” naar geestelijke gezondheid — niet de blokkades, maar de wegen die naar groei leiden.


Zorg voor priesters en religieuzen

Michael Roberts:
U besteedt ook bijzondere aandacht aan priesters en religieuzen.

Dr. Denise Mari:
Ja. In deze turbulente tijden hebben leiders in de Kerk extra zorg en ondersteuning nodig. Wanneer zij zelf geestelijk worden gedragen, kunnen zij vruchtbaar leiding geven aan het volk van God. Het beeld van de Goede Herder staat daarin centraal — ook letterlijk, via een glas-in-loodraam in onze kapel.


Afsluiting

Michael Roberts:
Dr. Mari, dank u voor dit boeiende gesprek. Waar kunnen mensen meer informatie vinden?

Dr. Denise Mari:
Een goed startpunt is:
vimeo.com/annaterruwemuseum : Dat biedt een overzicht en verwijzingen naar verdere informatie.

Michael Roberts:
Hartelijk dank dat u bij ons was. God zegene u.

Dr. Denise Mari:
Dank u wel. God zegene u.

Michael Roberts:
Dit was Catholic Close-Up. Dank voor het luisteren. Tot volgende week.


Samenvattend

Dr. Anna Terruwe: menswaardigheid, genezing en bevestiging

Samenvatting van een radio-interview met dr. Denise Marie Mari (Catholic Close-Up, 24 november 2017)

Op 24 november 2017 werd dr. Denise Marie Mari, T.O.Carm., geïnterviewd door Michael Roberts in het radioprogramma Catholic Close-Up van het Living Bread Radio Network. Het gesprek stond in het teken van het leven en werk van dr. Anna Terruwe (1911–2004), Nederlandse katholieke neuropsychiater, en van het Anna Terruwe Museum in New Jersey.

Dr. Mari schetst Anna Terruwe als een uitzonderlijke figuur binnen de geestelijke gezondheidszorg. Terruwe was niet alleen arts en neuropsychiater, maar ook doctor in de filosofie en hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Gedurende meer dan vijftig jaar werkte zij met meer dan zeventienduizend patiënten. Zij koos bewust voor een ongehuwde levensweg, die zij zag als de meest vruchtbare vorm om haar roeping in dienst van de mens en van God te leven.

Wat Terruwe volgens dr. Mari bijzonder maakt, is haar uitgesproken katholieke mensvisie. Zij benaderde de mens niet fragmentarisch, maar als een geheel van lichaam, psyche en geest, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Deze overtuiging vormde het fundament van haar klinische praktijk en haar onderwijs. Haar werk was diep geworteld in een personalistische psychologie, geïnspireerd door het denken van de heilige Thomas van Aquino, en gericht op genezing die verder reikt dan louter symptoombestrijding.

In het interview komt ook het Anna Terruwe Museum aan bod, dat in 2017 officieel werd geopend en ondergebracht is bij House of Hope International. Het museum bewaart en ontsluit Terruwe’s nalatenschap via tentoonstellingen, videomateriaal, een chronologische levenslijn en een gebedsruimte. Het wil niet alleen informeren, maar ook uitnodigen tot bezinning en gebed.

Daarnaast licht dr. Mari het werk van House of Hope International toe, een centrum dat zich richt op het geestelijk welzijn van katholieken, met bijzondere aandacht voor leiders in de Kerk. In een tijd van grote druk en kwetsbaarheid onder priesters en religieuzen benadrukt zij het belang van geestelijke ondersteuning en bevestiging, gesymboliseerd door het beeld van de Goede Herder.

Het interview onderstreept de blijvende actualiteit van Anna Terruwe’s gedachtegoed: een visie waarin menselijke waardigheid, genezing en bevestiging samenkomen, en waarin zorg voor de hele mens — lichamelijk, psychisch en geestelijk — centraal staat.