Pater Daniel: Wij zijn gewond door de zonde (deel 2)

Standaard

Nieuwsbrief XVI. 33, 13-08-2021

Als derde eigenschap van ons menszijn behandelden we  het gewond zijn door de oerzonde. We trachten  nu “het mysterie van het kwaad” beter te begrijpen.

We toonden reeds hoe de “humanistische psychologie” van de tweede helft van de vorige eeuw de zonde gewoon negeerde. Volgens het  pelagianisme (van de monnik Pelagius, 5e  eeuw) was de oerzonde alleen maar een slecht voorbeeld, dat de mensen niet  rechtstreeks aantast. Voor sommige protestanten  daarentegen bracht de ‘erfzonde’ voor ons een totale verdorvenheid mee. Beide uitersten wijzen we af. Komt daarbij in  onze tijd nog de opvatting van het “structurele kwaad” en de “collectieve zonde” , dat alle schuld op de structuren en de gemeenschap wil afschuiven.  Het kwaad zit dan volgens deze opvatting in een economische of andere crisis,  als een soort sociaal, structureel kwaad  en dus als collectieve schuld. In al deze opvattingen wordt de diepe waardigheid van de mens aangetast, nl. zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Wie niet kan zeggen “dit is mijn schuld” kan ook niet zeggen “dit is mijn verdienste”. De oerzonde heeft de harmonie van ons kennen en willen aangetast en gewond maar niet geheel vernietigd. Zonde komt uiteindelijk van onze  persoonlijke daden, wetens en willens gesteld. Wanneer hele samenlevingen ontwricht worden, is dit niet slechts omwille van slechte structuren maar omwille van mensen die de waardigheid van anderen welbewust aantasten. Zonde veronderstelt altijd persoonlijke schuld.

Doordat het eerste mensenpaar de harmonie met God verbreekt en in opstand komt, worden alle andere verhoudingen aangetast. De harmonieuze verhouding tussen man en vrouw, die van elkaar genoten als beeld Gods, zal nu getekend zijn door begeerlijkheid en overheersing: “Naar uw man zal uw begeerte uitgaan, hoewel hij over u heerst” (Genesis3,16). (Deze wanverhouding zal  “in Christus” overwonnen kunnen worden, zoals Paulus schrijft: “Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus”, Efeziërs 5, 21). De vrouw zal voortaan de last van de zwangerschap dragen om kinderen ter wereld te brengen: “…met pijn zult gij kinderen baren” (Genesis 3, 16). De harmonie met de natuur is verbroken. De mens zal hard moeten werken om zijn brood te verdienen en tenslotte zullen allen sterven:  “In het zweet zult ge werken voor uw brood tot gij terugkeert naar de grond, waaruit gij zijt genomen: gij zijt stof en tot stof keert gij terug” (Genesis 3, 19). De dood is de vrucht van de zonde: “Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwige leven in Christus Jezus onze Heer” (Romeinen 6, 23). De mens wordt door de oerzonde ook innerlijk ontwricht, wat de bron is van onze angst en ons lijden. Ziedaar de tweespalt tussen ”Beeld Gods” zijn en toch (nog) niet “de Gelijkenis Gods” hebben. Diep in ons ervaren we de drang naar eeuw leven, terwijl we toch moeten sterven. We verlangen naar volmaakt geluk, terwijl we dagelijks lijden en onze beperktheid ervaren.

Het eerste mensenpaar wordt bang, verbergt zich en beseft dat ze naakt zijn, d.w.z. kwetsbaar, hulpeloos: “Daarom hechten ze vijgenbladen aaneen en maakten daar lendenschorten van” (Genesis 3, 7). Ze willen zichzelf redden en beschermen, wat evenwel de verkeerde reactie is. Ze hebben redding van Godswege nodig. God van zijn kant, zal hen juist  in hun zonde en gebrokenheid  opzoeken en hen beschermen: “En de Heer God maakte kleren van huiden voor de mens en zijn vrouw en Hij deed hun die aan” (Genesis 3, 21). Ziedaar een echte beschutting.

Dat zonde ook kwaad veroorzaakt begrijpen we. Liegen, bedriegen, stelen, doden kan sociaal veel ellende teweegbrengen. Wat zonde eigenlijk is in Gods ogen, kunnen we echter slechts begrijpen vanuit de Openbaring en de heilige Geest: “Hij zal de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde is…” (Johannes 16, 8). Paulus spreekt over het “geheim van de goddeloosheid” (2 Thessalonicenzen 2, 7) en 1 Johannes 3, 4 schrijft: “Wie  zonde doet bedrijft boosheid, want de zonde is de boosheid”. Het is de mens die zichzelf in plaats van God stelt. Hij  leeft volop van de schepping maar wil de Schepper niet erkennen. Hij doet alsof hijzelf de schepper van dat alles is, zijn eigen auteur en meester. Een aantal “meesters van het wantrouwen” hebben in onze tijd veel invloed (gehad): Ludwig Feuerbach (+ 1872) , Karl Marx (+ 1883), Fr. Nietzsche (+ 1900), Sigmund Freud (+ 1939), J.P. Sartre (+ 1980).  De “humanistische psychologie” wilde God en de zonde  eenvoudig negeren en het eigen gevoelen als hoogste norm beschouwen. De “meesters van het wantrouwen” zullen God agressief als concurrent bestrijden en zelf god willen zijn. Het is een gevaarlijke illusie die eveneens veel ellende teweeg brengen: zichzelf, de wereld en het heelal beschouwen alsof de mens daarvan de schepper zou zijn en dus heer en meester moet spelen. Je kunt er helemaal gek van worden zoals de overigens geniale Fr. Nietzsche op het einde van zijn  leven. Het is een hardnekkig blijven weigeren de werkelijkheid van uzelf als schepsel te aanvaarden. Hoewel farizeeërs zorg droegen voor de opvoeding en een vroom leven, zal Jezus het strengst reageren tegen hun “farizeïsme”, nl. hun zelfvoldaanheid, die zogenaamd geen redding van God nodig heeft. God heeft de mens geschapen naar zijn Beeld maar de mens wil zelf pottenbakker spelen en een god en wereld maken naar zijn eigen goesting. Hiermee brengt men zichzelf in een toestand van de dood: “Het loon van de zonde is de dood” (Romeinen 6, 23). Het is een fysische dood, maar ook een geestelijke dood. In Romeinen 1  beschrijft Paulus een stortvloed aan  zedeloze praktijken die het gevolg zijn van deze goddeloosheid, een toestand waarin ook wij grotendeels nu leven. Dit openlijk verheerlijken van begeerlijkheid, hebzucht en wereldse lusten is het werk van de satan. En telkens schrijft Paulus: “Daarom heeft God hen overgeleverd aan onterende hartstochten” (Romeinen 1, 26, zie ook vers 24 en 28). Het is niet God die straft,  maar  ze straffen zichzelf. Wijsheid 11, 16 zegt het heel juist: “Zo moesten zij begrijpen dat een mens gestraft wordt door datgene waardoor hij zondigt”.  

De heilige Johannes, de geliefde leerling van Jezus schrijft:  “Verliest uw hart niet aan de wereld of aan de dingen in de wereld! Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is – het begeren van de lust en het begeren van de ogen en de hovaardij van het geld – het komt niet   van de Vader maar van de wereld. En die wereld gaat voorbij met heel haar begeerlijkheid, maar wie de wil doet van God blijft in eeuwigheid” (1 Johannes  2, 15-17).

Het kwaad openbaart zich ten volle in de parabel van de barmhartige Vader, in de jongste zoon. Hij eist: “Vader, geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb” (Lucas  15, 12). Zolang vader leeft, heeft hij daar eigenlijk nog geen recht op. Toch wil hij weg om zelf helemaal heer en meester te zijn. Na een kortstondig uitbundig leven beschrijven zes verzen de ellende waarin hij terecht komt, totdat hij besluit terug te keren. Hij beseft uiteindelijk dat de ellende zijn  eigen schuld is maar dat hij zich daaruit met eigen kracht niet  kan redden. In zijn miserie keert hij terug en dat  is zijn  redding. Waarom God het hatelijk werk van de zonde en van de satan toelaat, blijft voor ons een groot mysterie. Zeker is echter de uiteindelijke definitieve overwinning  van God in Christus: “Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos” (Romeinen 5, 20). Dit is meteen de voorbereiding op de volgende eigenschap.

Pater Daniel: Wij zijn gewond door de zonde

Standaard

Nieuwsbrief XVI.32, 06-08-2021

De derde eigenschap van onze menselijke natuur is deze: we zijn gewond door de zonde. We zijn geneigd om dit aspect liever niet onder ogen te zien.

In het midden van vorige eeuw beleefden we een erg invloedrijke beweging die in haar visie op de mens kwaad en zonde had geschrapt: “de humanistische psychologie”. Het ontdekken en leven vanuit eigen gevoelens, zonder rekening te houden met morele waarden, totaal “klantgericht”, stond hierbij centraal. De gekende hogepriesters van  deze beweging waren:  de Amerikaanse psychotherapeut  Carl Rogers ( +1987)  de psycholoog van de “niet-directieve” methode, Abraham Maslow (+ 1970) en de profeet van de zelfontplooiing, de marxist Erich Fromm (+ 1980). Het  ontdekken van de persoonlijke gevoelens, was voor hen de hoogste norm. En of deze joods-zionistische-vrijmetselaars lobby succes had! Hierbij kwam nog de beroemde kinderarts Benjamin Spock (+ 1998).  Hij leerde moeders hoe ze hun kleine kinderen moesten vrij laten, want “er zit niets kwaads in” en ‘ze zullen het zelf wel leren’. Kruipt uw kind van de stoel op tafel en zet het zijn  voet in de pot soep en jij hebt het daar moeilijk mee, dan is dat uw probleem, niet het zijne. Het leek erg aantrekkelijk. Zijn psychologische blunder vloog de volgende jaren de wereld rond met niet minder dan tien miljoen exemplaren! Op het einde van zijn leven moest dr. Spock toegeven dat hij enkele generaties terroristen gekweekt had. En de beweging van de “humanistische psychologie” was zo populair dat predikanten van retraites, bezinningsdagen en kapittels vervangen werden door deskundige psychologen voor “counseling”: zoeken naar eigen gevoelens. Het resultaat was dat sinds de jaren ’70 van vorige eeuw, op een paar decennia tijd de seminaries, de kloosters en de kerken voor ruim de helft leeg liepen. Ietwat meer aandacht voor het gevoelen was toen misschien wel goed. We hebben een degelijke, verstandelijke  verantwoording nodig van ons  geloof, zoals we vinden in de schitterende “Catechismus van de Katholieke Kerk”. Nochtans hebben we er ook nood aan om een kaarsje aan te steken bij een O.L. Vrouwbeeld, even in stilte te knielen in een kathedraal en ontroerd te worden door orgelspel waarvan de klanken langs het gewelf rollen en  heel de gewijde ruimte doen zingen. De humanistische psychologie echter, met haar persoonlijk gevoelsleven zonder God, kwaad of zonde te erkennen, heeft uiteindelijk desastreuze gevolgen voortgebracht. Sommige propagandisten van dit winstgevend bedrijf hebben later toegegeven dat ze eigenlijk zelf wel wisten dat ze met een duivels project bezig waren (1).

De dagelijkse ervaring dwingt ons te erkennen dat er een ontwrichting is in de samenleving, in de wereld en ook in  onszelf. Er is na-ijver en geweld, leugen en bedrog, haat en moord. Met ons  menselijk verstand begrijpen we dat dit echt kwaad is. Toch kunnen we  pas door de Openbaring begrijpen wat het “mysterie van het kwaad” eigenlijk inhoudt en dat het veel meer is dan sociaal nadelig. De joods-christelijke openbaring  leert ons dat de oorzaak hiervan de zonde is. Het eerste Bijbelboek Genesis maakt ons in hoofdstuk 3 duidelijk dat God voor de mens een heerlijk leven voorzien heeft als een paradijselijk bestaan in gemeenschap met Hem. De mens mag in overvloed eten van alle vruchtbomen, maar moet erkennen dat God zijn Schepper is, die uiteindelijk bepaalt wat goed en kwaad is. De mens is door God geschapen met verstand en vrije wil en wordt nu uitgenodigd eeuwig  leven,  liefde en geluk van Hem dankbaar te ontvangen. De mens laat zich echter verleiden door de sluwe slang, de satan, de duivel, een gevallen engel, die het heilsplan van God met de mens wil vernietigen.  Hij houdt de vrouw leugens en illusies voor en maakt haar wijs dat, wanneer ze in opstand durft te komen tegen God, ze helemaal niet zal sterven maar gelijk worden aan God. De vrouw wordt bekoord van buitenaf en van binnenuit. Ze is niet meer tevreden met het geschapen zijn  naar Gods Beeld en Gelijkenis, ze neemt het verlangen van de duivel over om god zelf te willen zijn. Hierna wordt de man verleidt door de vrouw en ook hij neemt haar verlangen over. In plaats van in overvloed te genieten van de vruchtbomen en blij en nederig in de liefde van God te leven, eet ook hij van de verboden vrucht en grijpt hoogmoedig naar de boom van de kennis van goed en kwaad. Het is zoals ouders die voor hun kinderen een heerlijke speeltuin maken en zeggen dat ze het poortje niet mogen openen om niet  op de gevaarlijke verkeersweg te komen terwijl de kinderen wantrouwen voeden en denken dat hun ouders hun eigenlijk het plezier van het leven willen onthouden.

De gevolgen van deze verschrikkelijke opstand tegen God zijn enorm. Het verbreken van het vertrouwen en de vriendschap met God brengt een algehele ontwrichting  mee: innerlijk wordt de mens zelf ontwricht, de onderlinge  relaties worden verstoord en de  harmonie met de natuur wordt verbroken. Uiteindelijk worden alleen de slang (de duivel) en de aarde “vervloekt” (Genesis 3, 14 en 17).  Tevens is er ook meteen al een heerlijke belofte. Zo is Gods pedagogie  in gans de heilsgeschiedenis. De mens roept het onheil zelf over zich af door zijn opstand tegen God en tegelijk geeft God de belofte van een nog groter heil.  Hier noemen we die belofte het “oer- of proto-Evangelie”:  “Vijandschap sticht ik tussen u (de slang, de satan) en de vrouw, tussen uw kroost (Hebreeuws: zerah = zaad) en het hare. Het zal uw kop verpletteren en gij zijn hiel” (Genesis 3, 15). Eva zal de moeder worden van “alle levenden” (Genesis 3, 20). Ooit zal er in het mensengeslacht een Redder geboren worden die de kop van de slang zal verpletteren. Het is een verwijzing naar de bovennatuurlijke geboorte van Jezus Christus uit de maagd Maria. Een gewone, natuurlijke,  menselijke verwekking gebeurt door het samenkomen van een mannelijk zaadcel met een vrouwelijk eicel. Hier wordt gesproken van het zaad van de vrouw. In de natuurlijke orde heeft de vrouw geen zaad, dat komt van een man. Zo verwijst de tekst reeds naar de wonderlijke maagdelijke geboorte van Jezus uit Maria, ontvangen van de heilige Geest en niet vanuit een natuurlijke verwekking.

De mens zal de gevolgen van zijn  eigen daden, die hij in vrijheid gepleegd heeft, moeten ondergaan:  angst, schaamte en hulpeloosheid, waaruit hij zichzelf niet kan redden. Deze “oerzonde” is niet onze  persoonlijke zonde maar wel de natuur, de  staat waarin wij allen geboren zijn en waaraan wij deelnemen. Ons verstand en onze wil zijn aangetast. We hebben niet meer het heldere inzicht in Gods goedheid en onze wil is niet spontaan gericht op het goede. Dit willen we in een volgende overweging verder uitwerken en trachten te begrijpen wat “het mysterie van het kwaad” betekent.

(1) COULSON William, ‘Confession d’ un psychothérapeute’, in Le Cep nr. 14, jan.  2001, blz. 54-69 ; en de prof. psychologie KILPATRICK William, « Du christianisme à la psychologie », in Le Cep, nr. 15, april 2001, blz. 44-55. 

                                                                

Z.E.H. Luc Vanstraelen: Apostelharten om Mijn liefde te bezingen en te verkondigen

Standaard

Beheerder Website's avatarLegioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus.

Apostelharten om Mijn liefde te bezingenen te verkondigen

Door Z.E.H. Luc Vanstraelen

Op 30 mei 1979 zegt Jezus tegen Marguerite:

“leder mens is een deel — kleinof groot — van Mijn mystiek lichaam.Alle delen ervan zijn onderling verbonden om één geheel te vormen.De hooggeplaatste leden gehoorzamen evenzeer als de ondergeschikten aan hetzelfde beginsel; de heiligeGeest die hen verenigt!”

Het ‘mystieke lichaam van Christus’ iseen uitdrukking die ons welbekend inde oren klinkt. Maar vanwaar komt deze uitdrukking? Wat betekent ‘mystiek’? Wie of wat is dat lichaam? Veel gelovigen denken dat de uitdrukking ‘mystieke lichaam’ van Sint Paulus komt. Maar hierin vergissen zij zich. Wanneer hij het heeft over de afzonderlijke leden van de Kerk die samen één geheel vormen spreekt sint Paulus wel over een lichaam. Niemand is minder waardig dan de andere. Alle mensen, alle leden vormen samen één geheel zoals de ledematen van een mens samen één lichaam vormen…

View original post 3.385 woorden meer