Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 1)

Standaard

Donderdag van vorige week vierden we Sacramentsdag met de nodige luister en aanbidding na de Eucharistie tot middernacht. Dit feest werd ingesteld in de 13e eeuw, onder impuls van de heilige Juliana van Cornillon (+ 1258). Zij ijverde voor de erkenning en verering van de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de heilige Eucharistie. Aangezien dit geloof ook in onze tijd erg verzwakt is, willen we dit nu in het licht stellen.

De vaste leer doorheen de eeuwen

Dit is maar één aspect van het alomvattend mysterie van de Eucharistie, maar het raakt werkelijk het hart van het christelijk geloof en is wezenlijk voor de vitaliteit zowel van de afzonderlijke gelovige als van de gemeenschap.

In de geschiedenis van de Kerk werd dit geloofspunt herhaaldelijk door ketters bestreden of betwijfeld. De strijd eindigde telkens in een vuriger geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie omdat het de heldere leer is van Jezus, de Evangelies, de Kerkvaders, het kerkelijk leergezag en de concilies…

Johannes 6

“… Ik zeg u als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u… Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank...” (Johannes 6, 53-56). Vijfmaal herhaalt Jezus deze uitspraak in het zesde hoofdstuk van het Johannes-Evangelie. Hij begint en eindigt met een sterke oproep tot geloof in Hem.

Sommigen willen daarom heel deze rede herleiden tot een dringende aansporing om in Hem te geloven. Heel goed. We kunnen echter niet ontkennen dat Jezus hier spreekt over de werkelijkheid van zijn Lichaam en Bloed, weliswaar van zijn Verrezen Lichaam. Het is geen oproep tot kannibalisme maar tot deelname aan zijn verrijzenis door zijn verheerlijkt Lichaam en Bloed te nuttigen.

De reactie van de luisteraars en de apostelen laat zien dat ze goed begrepen hebben dat Jezus het heeft over de werkelijke aanwezigheid van zijn Lichaam en Bloed, en niet over een symbolische of figuurlijke betekenis. Velen zijn geschokt en willen weggaan. En Jezus antwoordt zijn apostelen niet in deze zin: je moet het allemaal niet zo letterlijk nemen… neen, Hij vraagt hen: “Wilt ook gij soms weggaan?” (Johannes 6, 67

Laatste Avondmaal

De evangelisten hebben ons het verslag gegeven van hun allerlaatste, erg emotionele samenzijn met Jezus. Jezus neemt brood, zegent het, breekt het en zegt: “Neemt, eet, dit is mijn Lichaam”. Dan neemt Hij een beker wijn, zegt een dankgebed en geeft hem aan zijn apostelen terwijl Hij zegt: “Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Mattheus 26, 26-27).

Het getuigenis van de heilige Paulus sluit hier volkomen bij aan. Hij schrijft precies hetzelfde waar hij uitdrukt dat hij deze overlevering gekregen heeft en nu trouw wil doorgeven aan de geloofsgemeenschap te Korinthe (1 Korinthiërs 11, 23-25). Hij schrijft dit helemaal in het begin van de jaren 50!

Eensgezindheid van de kerkvaders

Wie een uitgebreide bloemlezing ter hand neemt van oud-christelijke geschriften over de Eucharistie (1) wordt meteen getroffen door de eensgezinde opvatting van de Kerkvaders. Zij vermelden inderdaad ook de woorden “mysterie”, “wonder”, en zelfs “symbool”… maar zij verduisteren nooit de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed.

Ignatius van Antiochië (+ ca 107), Justinus de martelaar (+ ca 165), Ambrosius (+ 397), Johannes Chrysostomus (+ 407), Augustinus (+ 430) … Zij hebben nooit anders dan letterlijk de woorden verstaan van Jezus, van de Evangelies en van de heilige Paulus.

Waarlijk, werkelijk, wezenlijk

De katholieke Kerk heeft in het concilie van Trente (in 1551) het duidelijkst deze werkelijke aanwezigheid vastgelegd in canon 1 over de Eucharistie: “vere” = waarlijk, dus niet figuurlijk, symbolisch of ingebeeld; “realiter” = werkelijk, dus niet subjectief of volgens persoonlijk oordeel; “substantialiter” = wezenlijk (2).

Hiermee is de leer verbonden van de ”transsubstantiatie”: de uiterlijke schijn van brood en wijn blijven behouden, maar de wezenheid is veranderd in het Lichaam en Bloed van de verrezen Heer. Het is een mysterie, maar het is niet onredelijk.

Encyclieken over de Eucharistie

In vele encyclieken hebben pausen geschreven over de heilige Eucharistie. De drie voornaamste, die uitsluitend over de Eucharistie handelen zijn deze: Mirae caritatis (Paus Leo XIII, 1902), Mysterium Fidei (Paus Paulus VI, 1965), Ecclesia de Eucharistia (Paus Johannes Paulus II, 2003).

Leo XIII benadrukte sterk de noodzaak om het offer van Jezus na te volgen door een daadwerkelijke naastenliefde. Paulus VI voorzag de moeilijkheden die na het Tweede Vaticaans Concilie zouden ontstaan door pogingen om nieuwe interpretaties te zoeken voor de Eucharistie, wat inderdaad gebeurd is. Hij waarschuwde voor deze misvattingen en herbevestigde de reële tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie. Johannes Paulus II stelde de Eucharistie voor als het middelpunt van het leven van de Kerk: “De Kerk leeft uit de Eucharistie!”

Besluit

Na de consecratie is onder de uiterlijke gedaante van brood en wijn werkelijk het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer Jezus Christus aanwezig. Dat noemen we de transubstantiatie. Het blijft een mysterie, maar is niet onredelijk. Iedere poging om hieraan een andere uitleg te geven is en blijft een ontsporing. De wijze waarop dit geloof wordt aanvaard, beleden en gevierd, bepaalt de vitaliteit van de gelovige en van de kerk. (Wordt vervolgd).

(1) HERMANS J., Uw geheim ligt op de tafel des Heren, Tabor, Brugge, 1983

(2) Enchiridion Symbolorum, Denzinger-Schönmetzer, 32e uitgave, Freiburg 1963, nr. 1651


P. Daniel