Nico van Hal over de bevestigingstheorie van dr. Anna Terruwe

Standaard

Nico van Hal over de bevestigingstheorie van dr. Anna Terruwe

Nico van Hal beschrijft hoe hij in het denken van dr. Anna Terruwe een sleutel vond om menselijk lijden en innerlijke groei beter te verstaan. Volgens Terruwe is de mens in zijn diepste kern goed en wezenlijk op relatie aangelegd. Psychische gezondheid ontstaat niet primair door aanpassing of prestatie, maar doordat een mens zich bevestigd weet in zijn bestaan. Bevestiging betekent: ervaren dat je mag zijn wie je bent, dat je er mag zijn, nog vóór je iets moet bewijzen of veranderen.¹

Van Hal legt uit dat Terruwe de emotionele ontwikkeling van de mens ziet als een groeiproces dat alleen kan slagen binnen dragende, wederkerige relaties. Wanneer een kind of volwassene onvoldoende bevestiging ontvangt — bijvoorbeeld door afwijzing, emotionele kilte, structureel onbegrip of een eenzijdige nadruk op presteren — raakt deze ontwikkeling geblokkeerd. De persoon leert dan niet vrij voelen, verlangen en zich verbinden, maar ontwikkelt compensaties: zichzelf groot maken, controle zoeken, manipuleren of zich juist terugtrekken. Terruwe duidt deze toestand aan als frustratieneurose: geen ziekte in enge zin, maar een fundamentele stagnatie van de gevoelsontwikkeling.²

Wat Van Hal bijzonder benadrukt, is Terruwe’s scherpe onderscheid tussen bevestiging en goedkeuring. Bevestiging betekent niet dat alles wat iemand doet juist of wenselijk is, maar dat de persoon als zodanig wordt erkend als goed en waardevol. Juist deze erkenning schept de innerlijke veiligheid die nodig is om verantwoordelijkheid te dragen, grenzen te aanvaarden en werkelijk te groeien. Zonder bevestiging blijft correctie leeg en kan zij zelfs beschadigend werken.³

In zijn eigen levensverhaal herkent Van Hal hoe een tekort aan bevestiging kan leiden tot innerlijke onrust en relationele krampachtigheid. Werkelijke verandering begon voor hem niet bij analyse, morele aansporing of gedragssturing, maar op het moment dat hij zich gezien en erkend wist als mens. Vanuit die ervaring werd hem duidelijk waarom Terruwe stelt dat genezing altijd relationeel is: een mens kan zichzelf niet bevestigen, maar ontvangt zijn gevoel van eigenwaarde in de ontmoeting met een ander.⁴

Van Hal benadrukt dat deze visie niet beperkt blijft tot therapie of professionele begeleiding. Bevestiging is volgens hem een fundamentele menselijke grondhouding die thuishoort in opvoeding, pastoraat, onderwijs en geloofsgemeenschap. Waar mensen elkaar werkelijk ontmoeten zonder reductie tot functie, prestatie of oordeel, kan het innerlijk leven tot rust komen en zich openen. Daar ontstaan vrijheid, verantwoordelijkheid en liefde.⁵

Deze overtuiging is voor Van Hal geen theorie naast het leven, maar een levenshouding. Bevestiging maakt mensen niet afhankelijk, maar juist volwassen: zij leert hen zichzelf te aanvaarden en de ander zonder angst tegemoet te treden.


Persoonlijke noot

Ik heb Nico van Hal persoonlijk ontmoet om met hem in gesprek te gaan over het werk en de betekenis van dr. Anna Terruwe. In dat gesprek werd opnieuw duidelijk hoezeer haar inzichten niet alleen theoretisch, maar existentieel en relationeel worden gedragen.⁶


Voetnoten

  1. Nico van Hal, De bevestigingstheorie van dr. A.A.A. Terruwe, geudens.blog, 17 september 2011.
  2. Anna A.A. Terruwe & Conrad W. Baars, Psychic Wholeness and Healing, New York 1979; vgl. A.A. Terruwe, De neurose in het licht der rationele psychologie, Utrecht 1962.
  3. Nico van Hal, a.w.; vgl. A.A. Terruwe, diverse lezingen en artikelen over bevestiging als antropologisch grondgegeven.
  4. Nico van Hal, persoonlijke reflectie zoals weergegeven in zijn artikel op geudens.blog (2011).
  5. Vgl. A.A. Terruwe, Bevestiging als voorwaarde voor menswording, in diverse pastorale bijdragen; zie ook C.W. Baars & A.A. Terruwe, Born Only Once, New York 1974.
  6. Persoonlijke ontmoeting en gesprek tussen Nico van Hal en pastoor Jack Geudens over de betekenis van Terruwe’s werk voor pastoraat en menselijke genezing.

Bibliografie – Terruwe, Baars en receptie

A. Terruwe, Anna A.A. (primaire literatuur)

Terruwe, Anna A.A., De neurose in het licht der rationele psychologie. Utrecht: Spectrum, 1962.

Terruwe, Anna A.A., De mens in zijn gevoelsleven. Nijmegen: Dekker & Van de Vegt, 1965.

Terruwe, Anna A.A., De frustratieneurose: ontstaansvoorwaarden en genezingswegen. In diverse medische en pastorale tijdschriften, 1955–1975.

Terruwe, Anna A.A., Bevestiging als voorwaarde voor menswording. Lezingen, colleges en ongepubliceerde manuscripten, Nijmegen, jaren 1960–1980.

Terruwe, Anna A.A., De ontwikkeling van het gevoelsleven en haar stoornissen. Colleges en voordrachten, z.j.


B. Baars, Conrad W. (primaire en co-primaire literatuur)

Baars, Conrad W., & Terruwe, Anna A.A., Born Only Once: The Miracle of Affirmation. New York: Alba House, 1974.

Baars, Conrad W., & Terruwe, Anna A.A., Psychic Wholeness and Healing. New York: Alba House, 1979.

Baars, Conrad W., Feeling and Healing Your Emotions. New York: Alba House, 1979.

Baars, Conrad W., The Role of Affirmation in Emotional Healing. New York: Alba House, 1982.


C. Van Hal, Nico (getuigenis en receptie)

Van Hal, Nico, De bevestigingstheorie van dr. A.A.A. Terruwe. Geudens.blog, 17 september 2011.
Beschikbaar via: https://geudens.blog/2011/09/17/de-bevestigingstheorie-van-dr-a-a-a-terruwe/

Van Hal, Nico, persoonlijke getuigenissen en reflecties over bevestiging, relatie en menswording, gepubliceerd op Geudens.blog (2011–2013).

Van Hal, Nico, mondelinge toelichtingen en persoonlijke gesprekken over het werk van dr. Anna Terruwe (ongedateerd).


D. Secundaire literatuur – Herman Vekeman

Vekeman, Herman, Bevestiging in geest, woord en daad. Lezing ter herdenking van dr. Anna Terruwe, studienamiddag 5 oktober 2005.

Vekeman, Herman, “Bevestiging en affectieve groei in het denken van Anna Terruwe.” In: Haptonomisch Contact, jg. 2006.

Vekeman, Herman, diverse bijdragen over bevestiging, gevoelsontwikkeling en pastorale implicaties van Terruwe’s psychologie, in vakbladen en studiedagen (2000–2010).


E. Secundaire literatuur – Denise M. Mari

Mari, Denise M., From Clinical Experience to Christian Anthropology: The Continuing Relevance of Anna Terruwe and Conrad Baars. Dissertatie, Verenigde Staten, z.j.

Mari, Denise M., “Affirmation as Healing Love: The Psychological and Spiritual Legacy of Anna Terruwe.” In: diverse Engelstalige vakpublicaties, ca. 2005–2015.

Mari, Denise M., artikelen en lezingen verbonden aan de voortzetting van Terruwe-Baars-psychologie in Noord-Amerika.


F. Institutionele en contextuele bronnen – Baars-instituten

Baars Institute for Human Development, Educational and Clinical Materials on Affirmation Theory. Irving, Texas, lopend sinds jaren 1990.

Institute for Personalist Psychology, opleidingsmateriaal, syllabi en publicaties geïnspireerd door Terruwe en Baars (Verenigde Staten).

Anna Terruwe Museum / Stichting Anna Terruwe, documentatie, archiefmateriaal en contextuele toelichtingen bij leven en werk van Anna Terruwe.


G. Contextuele en pastorale receptie

Broeders van Liefde, Opvoedingsproject (volledige versie), Gent, 2020.

Diverse pastorale en spirituele toepassingen van bevestigingstheorie in zorg, opvoeding en kerkelijke begeleiding (Nederland en Vlaanderen).

Pastoor Geudens, Smakt, 31 januari 2026

Pater Jo van Osch (1923–2012)

Standaard

Pater Jo van Osch

“De heilige Geest zal u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.” (Johannes 14,26)

Pater Jo van Osch werd geboren op 19 november 1923 in Rosmalen. Met het verlangen missionaris te worden volgde hij zijn opleiding in de vormingshuizen van Sterksel, Boxtel en ’s-Heerenberg. Op 9 april 1948 legde hij zijn missionariseed af en op 11 juni 1949 werd hij tot priester gewijd.

Na zijn priesterwijding begon hij in september 1949 als docent filosofie aan de opleiding in ’s-Heerenberg, later ook aan St. Charles in Boxtel. In september 1954 vertrok hij naar Afrika om les te geven aan het grootseminarie van Kipalapala in Tanzania. Daarnaast was hij pastoor van de kleine parochie die aan het seminarie verbonden was, waar hij de studenten begeleidde in de praktische uitoefening van het pastoraat.

In februari 1961 keerde hij uitgeput terug naar Nederland. Zijn hart bleef echter in Kipalapala, en na een periode van herstel vertrok hij in oktober 1962 opnieuw naar Tanzania, zij het met een rustiger werktempo. In oktober 1965 verhuisde hij naar Ntungamo bij Bukoba om daar opnieuw filosofie te doceren. Na drie jaar moest hij wegens ziekte definitief naar Nederland terugkeren.

Begin 1969 werd hij benoemd tot rector van de ziekenhuizen, bejaardenhuizen en een verpleeghuis in Winterswijk. In deze periode begon hij ook artikelen te publiceren in geestelijke tijdschriften. Zo schreef hij in 1973 in Emmaüs — een blad voor wie met Christus door de tijd wil gaan — over “Roeping als geestelijke gave”. Daarin benadrukte hij dat het geestelijke aspect van roeping niet mag worden verwaarloosd: “Met psychologie en sociologie alleen zullen wij nooit de roepingencrisis kunnen oplossen. Dat geldt evenzeer voor een persoonlijke roepingscrisis.”

Daarnaast publiceerde hij regelmatig in het tijdschrift Innerlijk Leven, onder meer over “Verwondering en liefde”, “Jezus ontmoeten in de psalmen” en “De liefde leren kennen”. In al deze bijdragen staat de persoon van Jezus centraal en klinkt een diep pastoraal engagement door voor de innerlijke groei en geestelijke rijping van de mens.

Bevestiging, relatie en genezing

In dezezelfde geest wees pater Van Osch mij op het werk en de inzichten van dr. Anna Terruwe. Hij begeleidde mij bij het schrijven van mijn eindscriptie aan het Grootseminarie Rolduc te Kerkrade, die ik de titel Relatie als instrument van genezing meegaf. In dat traject ontving ik van hem niet alleen intellectuele steun, maar vooral pastorale aanmoediging.

Hij hielp mij de antropologische en pastorale draagwijdte van Terruwe’s visie niet louter theoretisch te begrijpen, maar concreet te verbinden met mensen, levensverhalen en kwetsbare situaties. Wat toen begon als studie, is gaandeweg uitgegroeid tot een blijvende overtuiging: bevestiging is geen bijkomstigheid binnen pastorale zorg, maar een fundamentele grondhouding. Zij maakt het evangelische mensbeeld hoorbaar en voelbaar in het dagelijks handelen, juist daar waar mensen gekwetst, onzeker of innerlijk geremd zijn. In die zin werd zijn begeleiding voor mij een beslissende schakel in het samenbrengen van psychologie, pastorale praxis en geestelijke onderscheiding.

Zorgpastoraat en kerkelijke betrokkenheid

Per 1 september 1980 werd Jo benoemd tot parttime geestelijk verzorger van het Elisabeth Ziekenhuis en het Algemeen Ziekenhuis in Winterswijk. Op 1 augustus 1982 volgde zijn benoeming tot conrector van het St. Annadal Ziekenhuis in Maastricht, dat toen 775 patiënten telde.

Hij werkte graag mee aan de vernieuwing van de Kerk in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie, maar steeds binnen het kader van de katholieke traditie. Toen de Nederlandse provincie zich aansloot bij de zogenoemde 8-Meibeweging, die pleitte voor grotere openheid, maakte hij zich zorgen. Hij voelde zich sterker verwant met de Charismatische Beweging. In een artikel in The Petit Echo, het Sociëteitsblad, reageerde hij op een bijdrage van Bill Dyer. Hij was ervan overtuigd dat ware vernieuwing van de Sociëteit alleen binnen en door de Kerk kan plaatsvinden, gedragen door de werking van de heilige Geest.

Later sloot Jo zich aan bij de gemeenschap De Kommel in Maastricht, een katholiek evangelisatiecentrum dat op verzoek van bisschop Mgr. Johannes Gijsen werd opgericht. In 1990 werd zij erkend als een private vereniging van christengelovigen met rechtspersoonlijkheid, en in 1998 opnieuw bevestigd als kerkelijke instelling door bisschop Mgr. Frans Wiertz. Deze gemeenschap werd voor pater Van Osch van steeds grotere betekenis.

Overlijden

Op de ochtend van 13 april 2012 is Jo van Osch rustig thuis overleden. Op 18 april 2012 vond in de kapel van de gemeenschap De Kommel in Maastricht een Eucharistieviering plaats. Daarna werd hij begraven op het kerkhof van Heythuysen.

Oorspronkelijke tekst en foto: Lavigerie.nl

Bevestiging van de hele mens: een opgave – lezing H. Vekeman over dr. Anna Terruwe

Standaard

Terruwe herlezen voor vandaag: menswaardigheid, genezing en weerhoudende lief

Pastoor Jack Geudens, Smakt, 30 januari 2026


Algemene inleiding

Het werk van dr. Anna Terruwe behoort tot die zeldzame intellectuele en pastorale erfenissen die hun betekenis niet verliezen, maar juist aan urgentie winnen naarmate de culturele context verandert. In het Nederlandstalige taalgebied is haar naam wel bekend, maar haar kerninzichten worden vandaag niet altijd meer werkelijk gelezen, begrepen en doorgegeven. Deze publicatie wil daarom bijdragen aan een eenvoudige, toegankelijke en tegelijk inhoudelijk verantwoorde actualisering van haar gedachtegoed — niet als nostalgische terugblik, maar als een levend kader voor mensvisie, begeleiding en genezing.

Terruwe’s centrale intuïtie — dat de mens in zijn diepste kern goed is en dat psychische menswording gedragen wordt door bevestiging — raakt aan de breuklijnen van onze tijd. In een samenleving die steeds sterker draait op prestatie, controle en zelfpresentatie, raken veel mensen innerlijk eenzaam. Men functioneert, maar voelt zich niet gekend; men “doet het goed”, maar ervaart zichzelf niet als goed. Terruwe’s benadering is in dit verband bevrijdend, omdat zij de aandacht verlegt van techniek naar ontmoeting, van gedrag naar grondwaarde, van prestatie naar ontvangen waardigheid. Haar begrippenveld — bevestiging, affectiviteit, frustratieneurose en weerhoudende liefde — biedt een menselijk realisme dat tegelijk psychologisch, ethisch en spiritueel geladen is.

Voor mij heeft deze herlezing ook een expliciet pastorale inzet. In pro-life-pastoraat en in de begeleiding rond verlies, schuld en trauma — met name in de context van Rachel’s Vineyard — blijkt telkens opnieuw hoe diep verwond zelfwaarde en beschadigde relationele ontvankelijkheid kunnen zijn. Waar het publieke debat vaak verengt tot standpunten en polarisatie, vraagt de concrete mens om erkenning, herstellende nabijheid en een weg waarin waarheid en barmhartigheid elkaar niet uitsluiten. Terruwe helpt om het menselijk drama niet te reduceren tot “probleem” of “dossier”, maar om de persoon in zijn verborgen goedheid opnieuw te leren zien. Juist daar kan genezing beginnen: niet wanneer iemand eerst moet “verbeteren”, maar wanneer hij bevestigd wordt om überhaupt te kunnen groeien.

In dat licht verdient ook het pionierswerk van psychiater Harrie Schijns blijvende aandacht. Zijn nadruk op bevestiging en relationele veiligheid als voorwaarden voor herstel sluit nauw aan bij Terruwe’s antropologie. Zijn werk laat zien hoe genezing niet primair tot stand komt door argumentatie of correctie, maar door een veilige en bevestigende ontmoeting. Die lijn vormt tot op vandaag een brug tussen Terruwe’s mensvisie en hedendaagse pastorale noden.

Mijn eigen betrokkenheid bij dit thema gaat terug tot mijn eindscriptie aan het Grootseminarie Rolduc te Kerkrade, getiteld Relatie als instrument van genezing. In dat traject ontving ik steun en begeleiding van pater Van Osch, die mij hielp om Terruwe’s inzichten niet alleen theoretisch te begrijpen, maar te verbinden met concrete levensverhalen. Wat toen als studie begon, is uitgegroeid tot een blijvende overtuiging: bevestiging is geen aanvulling op pastorale zorg, maar een fundamentele grondhouding waarin het evangelische mensbeeld gestalte krijgt.

Deze publicatie beoogt geen definitief historisch oordeel, maar wil uitnodigen tot herlezing en herontdekking. De lezing van prof. Herman Vekeman, die hierna wordt toegelicht en samengevat, biedt een heldere synthese van Terruwe’s kerninzichten en laat zien hoe haar werk tegelijk klinisch, antropologisch en existentieel is. Wie zich door haar laat aanspreken, ontdekt dat “bevestiging” geen abstract begrip is, maar een opdracht: een weg om mensen opnieuw te laten leven vanuit ontvangen waardigheid — en zo de hele mens te dienen.


De Lezing

Online raadpleging: https://www.haptonomischcontact.nl/wp-content/uploads/2015/08/HC-2006-1.pdf


Kernpunten in het kort

  • Aanleiding en context: Herdenking van dr. Anna Terruwe († 28 april 2004) en situering van haar betekenis; studienamiddag (5 oktober 2005) over “Bevestiging in geest, woord en daad”.
  • Kernintuïtie: De mens is in zijn diepste kern goed; echte genezing en groei beginnen bij bevestiging.
  • Levenswerk en weg: Terruwe wordt psychiater om mensen te genezen; na een moeilijke periode van veroordeling (1949–1965) volgt rehabilitatie en brede invloed via praktijk, lezingen en publicaties.
  • Frustratieneurose: Een toestand van eenzaamheid, onveiligheid en gebrekkig gevoelscontact, vaak gecompenseerd door zelfbevestiging (macht, druk, manipulatie).
  • Genezing (niet alleen symptoombestrijding): Herstel van zelfwaardegevoel en vermogen tot gelijkwaardig relationeel contact, door de gevoelsontwikkeling opnieuw op gang te brengen.
  • Bevestiging als methode én houding: De ander mag “geheel zijn zoals hij is” en mag groeien “op zijn wijze en op zijn uur” — met geduld en respect voor tempo.
  • Bevestiging begint vroeg: Preventie start niet pas bij geboorte; prenatale en vroege relationele welkom-ervaringen zijn funderend; de moeder als “eerste bevestiger”.
  • Affectiviteit (kernhouding): Niet “emotioneel zijn”, maar voorzichtig, respectvol en belangeloos verwijlen bij de verborgen goedheid van de ander; zichtbaar in stem, blik, gebaar.
  • Weerhoudende liefde: Liefde rijpt; bij onbeantwoorde wederkerigheid kan “lijden” worden omgevormd tot trouw wachten en ruimte geven, zodat de ander kan ontvangen.
  • Psychische menswording: Ontstaat door een belangeloze ontmoeting waarin iemand zichzelf leert kennen als goed, waardevol en beminnenswaardig; wie zo bevestigd is, wordt ook bekwaam om anderen te bevestigen.
  • Slotaccent: De beslissende kracht is belangeloze affectiviteit: een warme levensstroom die anderen helpt hun goedheid te ontdekken en aan te nemen.

I. Toelichting bij de lezing van Herman Vekeman

Wim Laumans

De figuur en het werk van dr. Anna Terruwe (1911–2004) blijven tot op heden inspireren, omdat zij op een unieke wijze klinische observatie, psychologische antropologie en een uitgesproken personalistische mensvisie met elkaar wist te verbinden. In de lezing die hier volgt, biedt prof. Herman Vekeman een inhoudelijk rijke en zorgvuldig opgebouwde synthese van Terruwe’s kerninzichten. Daarmee doet hij niet alleen recht aan haar persoon en haar wetenschappelijke en klinische nalatenschap, maar draagt hij tevens bij aan een hernieuwde waardering van haar betekenis binnen de hedendaagse reflectie op menswording, affectiviteit en relationele genezing.

De redactie acht publicatie van deze lezing bijzonder aangewezen, omdat zij Terruwe’s denken situeert binnen een bredere antropologische en therapeutische context, zonder haar benadering te reduceren tot een specifieke methodiek. Terruwe’s concept van bevestiging wordt helder uitgewerkt als een fundamenteel relationeel en antropologisch gegeven, dat voorafgaat aan techniek en interventie. Bevestiging verschijnt bij haar niet als een instrumenteel middel, maar als een voorwaarde voor psychische rijping en affectieve ordening: de ervaring door een ander als persoon te worden erkend, in waardigheid en ontvankelijkheid.

Juist in het publieke discours is zorgvuldige positionering van Terruwe’s werk noodzakelijk gebleken. Haar bevestigingsleer is soms vereenvoudigd of vereenzelvigd met andere stromingen binnen de psychologische en therapeutische praktijk. De lezing van Vekeman laat zien dat Terruwe’s denken een eigen, coherent en theologisch-resonant antropologisch kader bezit, waarin affectiviteit, frustratie, weerhoudende liefde en psychische menswording op organische wijze samenhangen. Haar benadering wortelt in een personalistische mensvisie waarin de mens niet wordt benaderd als probleemdrager of object van behandeling, maar als persoon die geroepen is tot innerlijke vrijheid en relationele volwassenheid.

Tegen deze achtergrond beoogt deze publicatie de lezer een dubbele dienst te bewijzen. Enerzijds biedt zij een nauwkeurige en toegankelijke kennismaking met Terruwe’s centrale begrippen — bevestiging, affectiviteit, frustratieneurose, psychische menswording en weerhoudende liefde. Anderzijds maakt zij duidelijk dat Terruwe’s werk niet kan worden herleid tot een therapeutische techniek, maar gelezen moet worden als een samenhangende mensvisie, waarin “het goede” als kern van de persoon zowel psychologisch, pedagogisch als ethisch-spiritueel betekenis krijgt. De lezing van Vekeman onderstreept zo de blijvende actualiteit van Terruwe’s denken voor hedendaagse vragen rond genezing, opvoeding en menselijke waardigheid.


II. Samenvatting en kernbevindingen bij de lezing van Herman Vekeman

Pastoor Jack Geudens

1. Samenvatting

Deze bijdrage biedt een systematische en thematisch geordende weergave van de kerninzichten van dr. Anna Terruwe (1911–2004), zoals gepresenteerd in een herdenkingslezing. Uitgangspunt vormt Terruwe’s fundamentele overtuiging dat goedheid de blijvende kern van iedere mens is, en dat psychische menswording slechts mogelijk wordt door bevestiging binnen een belangeloze, relationele ontmoeting.

Tegen de achtergrond van haar biografische en wetenschappelijke ontwikkeling wordt haar centrale diagnose van de frustratieneurose uitgewerkt: een toestand van existentiële eenzaamheid, een onzeker zelfwaardegevoel en een verstoorde gevoelsontwikkeling, vaak gecompenseerd door vormen van zelfbevestiging, prestatiedrang of machtsuitoefening. De bijdrage laat zien hoe Terruwe genezing niet primair opvat als symptoomreductie, maar als herstel van gevoelsmatige ontvankelijkheid, zelfwaarde en werkelijk relationeel contact.

Een centrale plaats krijgt het begrip affectiviteit, door Terruwe verstaan als het voorzichtig, respectvol en belangeloos verwijlen bij de verborgen goedheid van de ander. Affectiviteit wordt daarbij nadrukkelijk onderscheiden van louter emotionele beleving en gepositioneerd als kernhouding van haar bevestigingsleer.

Vervolgens wordt Terruwe’s visie op de voortreffelijkheid van de liefde en op de weerhoudende liefde geanalyseerd: liefde als een dynamisch proces van schenken en ontvangen, dat in situaties van onbeantwoorde wederkerigheid vraagt om zelfbeheersing en terughouding ter wille van de ander.

Ten slotte wordt psychische menswording uitgewerkt als vrucht van een belangeloze ontmoeting waarin de mens zichzelf leert kennen als goed, waardevol en beminnenswaardig. Elf samenhangende aspecten van ‘goedheid’ worden onderscheiden, met implicaties voor opvoeding, therapie, ethiek en spiritualiteit. De bijdrage besluit met een reflectie die onderstreept dat affectiviteit, juist in haar belangeloosheid, een beslissende kracht vormt voor menselijke genezing en gemeenschapsvorming.

2. Kernbevindingen

Een psychologisch-antropologische synthese

Het werk van Anna Terruwe is geworteld in één centrale overtuiging: de mens is in zijn diepste kern goed, maar deze goedheid kan slechts tot ontplooiing komen wanneer zij door een ander wordt herkend en bevestigd. Psychisch lijden ontstaat volgens haar niet in de eerste plaats uit moreel falen of verdringing, maar uit een tekort aan bevestiging in de ontwikkeling van het gevoelsleven.

2.1 Bevestiging als voorwaarde voor psychische groei

Onder bevestiging verstaat Terruwe niet het prijzen of goedkeuren van gedrag, maar het existentieel ervaren dat men mag bestaan zoals men is. Deze ervaring vormt de basis van een gezond zelfwaardegevoel. Zonder bevestiging blijft de gevoelsontwikkeling onvoltooid, ook wanneer verstandelijke en lichamelijke functies zich normaal ontwikkelen.

Bevestiging is daarom geen techniek, maar een relationele grondhouding waarin de ander wordt gezien als persoon, niet als probleem of prestatie.

2.2 Frustratieneurose: gevolg van gemiste bevestiging

Een kernontdekking van Terruwe is wat zij aanduidt als frustratieneurose. Deze toestand ontstaat wanneer iemand in een cruciale ontwikkelingsfase emotioneel alleen wordt gelaten. Het gevolg is een diep gevoel van eenzaamheid, onzekerheid en onveiligheid, gepaard aan een onvermogen tot gelijkwaardig gevoelscontact.

Kenmerkend is dat deze mensen vaak beschikken over een goed ontwikkeld verstand en een sterke daadkracht. Juist deze vermogens worden ingezet om het innerlijke tekort te compenseren. Zo ontstaat zelfbevestiging: een poging om ontbrekende eigenwaarde te vervangen door macht, prestatie, controle of status. Deze strategie maskeert het lijden, maar geneest het niet.

2.3 Genezing als herneming van gevoelsontwikkeling

Genezing bestaat voor Terruwe niet in gedragscorrectie of symptoombestrijding, maar in het opnieuw op gang brengen van de gevoelsontwikkeling. Dat vraagt tijd, geduld en een zorgvuldige afstemming op het tempo van de betrokkene.

De kern van genezing is dat iemand opnieuw bevestiging ontvangt, waardoor hij zijn eigen goedheid kan herkennen en aanvaarden. Pas dan wordt werkelijk relationeel contact mogelijk.

2.4 Affectiviteit: de houding van de bevestiger

Om deze bevestiging mogelijk te maken, introduceert Terruwe het begrip affectiviteit. Daarmee bedoelt zij geen emotionaliteit, maar een wijze van aanwezig zijn waarin men belangeloos verwijlt bij de verborgen goedheid van de ander.

Affectiviteit is:

  • voorzichtig: zij dwingt niet;
  • respectvol: zij tast de ander niet aan;
  • belangeloos: zij zoekt niet zichzelf, maar het goede van de ander.

In deze houding wordt de bevestiger zelf geraakt door de goedheid van de ander. Dit geraakt-zijn wordt zichtbaar in houding, stem en woordkeuze, en maakt voor de ander diens eigen waarde herkenbaar.

2.5 Liefde, rijping en weerhouding

Terruwe beschrijft liefde als een dynamisch proces dat begint met welbehagen, maar moet rijpen tot wederkerigheid. Wanneer verlangen niet beantwoord kan worden, ontstaat lijden. Veel relaties lopen op dit punt vast.

Daarom benadrukt zij het belang van weerhoudende liefde: het vermogen om het eigen verlangen te begrenzen wanneer de ander nog niet kan ontvangen. Deze zelfbeheersing is geen afstand nemen, maar een vorm van zorg die de ander ruimte en tijd gunt. Zo blijft liefde gericht op het welzijn van de ander, ook in spanning en gemis.

2.6 Psychische menswording

Het uiteindelijke doel van bevestiging, genezing en liefde is wat Terruwe aanduidt als psychische menswording: het proces waarin iemand door een belangeloze ontmoeting met een ander tot zichzelf komt en zichzelf kan aanvaarden als goed en waardevol.

Deze menswording maakt vrijheid mogelijk: de vrijheid om lief te hebben zonder te bezitten, om te bevestigen zonder te manipuleren, en om verantwoordelijkheid te dragen zonder zelfbevestiging.

2.7 Mensbeeld en maatschappelijke betekenis

Terruwe’s inzichten reiken verder dan de klinische praktijk. Zij laten zien hoe individueel en maatschappelijk lijden samenhangen met een tekort aan bevestigende relaties. Waar mensen niet bevestigd worden in hun goedheid, ontstaan prestatiedwang, machtsstructuren en relationele verarming.

Haar werk pleit daarom impliciet voor een cultuur waarin menselijk leven niet wordt beoordeeld op nut, succes of effectiviteit, maar wordt gedragen door relationele erkenning en zorg.


Slotwoord

Wie vandaag om zich heen kijkt, ziet hoe gemakkelijk mensen verdwalen in een cultuur van snelheid, meetbaarheid en zelfpresentatie. Relaties worden vluchtiger, kwetsbaarheid wordt sneller geproblematiseerd, en innerlijke pijn wordt vaak “opgelost” met techniek, prikkels of diagnose-taal. Tegelijk groeit een stille honger naar iets anders: naar gezien worden zonder voorwaarden, naar een woord dat niet beoordeelt maar opent, naar nabijheid die niet bezit maar draagt. Juist in die context klinkt dr. Anna Terruwe’s boodschap verrassend actueel en bijna profetisch: de mens leeft niet van perfectie, maar van bevestiging; niet van prestatie, maar van ontvangen waardigheid.

De thema’s die in deze lezing worden uitgewerkt — frustratieneurose, affectiviteit, tederheid en weerhoudende liefde — raken aan wat velen vandaag ervaren, maar nauwelijks kunnen benoemen: de spanning tussen een innerlijk gemis en een buitenkant die “het goed doet”. Terruwe leert ons zien dat genezing begint waar de mens niet langer gereduceerd wordt tot probleem, symptoom of dossier, maar waar zijn verborgen goedheid opnieuw wordt aangesproken. Dat is geen sentiment en geen naïef optimisme. Het is een veeleisende houding: geduldig, respectvol en belangeloos aanwezig blijven, zodat de ander in zijn tijd en op zijn wijze weer kan groeien.

Dit slotperspectief is ook van pastorale betekenis. In situaties van verlies, schuld en trauma — waar schaamte en zelfverwijt het laatste woord dreigen te hebben — blijkt telkens opnieuw dat een mens niet eerst “sterk” of “waardig” moet worden om liefde te ontvangen. Integendeel: waar iemand bevestigd wordt, kan hij of zij pas weer leren ontvangen, vertrouwen en kiezen voor het goede. Zo krijgt bevestiging een concrete ethische en spirituele diepte: zij verbindt waarheid met barmhartigheid, en rechtvaardigheid met genezing.

Moge deze publicatie daarom niet alleen gelezen worden als een waardevol document uit een traditie, maar als een uitnodiging tot praktijk: tot een manier van kijken, spreken en nabij zijn die mensen helpt om opnieuw mens te worden. In een tijd van verharde tegenstellingen en innerlijke eenzaamheid is dat misschien wel een van de meest noodzakelijke vormen van dienstbaarheid: de ander bevestigen in zijn goedheid, opdat hij kan worden wie hij is — ook wanneer hij dat nu nog niet kan.


Bronnen

Haptonomisch Contact, 17e jaargang, nr. 1 (maart 2006), p. 8–18.
Online raadpleging: https://www.haptonomischcontact.nl/wp-content/uploads/2015/08/HC-2006-1.pdf