Gloria TV: Interview met Kardinaal Burke

Verschenen op 8 mei 2018 op GloriaTV

Prof. Thomas Stark:
Eminentie. ik wil u bedanken dat u tijd neemt voor dit interview. Als eerste zou ik u willen vragen: er wordt al een hele tijd veel gesproken over het verstaan van de tekenen van de tijd. Hoe past deze focus op de tekenen van de tijd bij de voortdurende poging van de Kerk alles te onderwerpen aan het koningschap van Christus?

Kardinaal Raymond Burke:
Wel, dat het is het punt. Mensen denken nu dat de Kerk voor het eerst in de geschiedenis kijkt naar de tekenen van de tijd. Dat is belachelijk. De Kerk heeft dat altijd gedaan. De Kerk is altijd de cultuur tegemoet getreden te midden waarvan zij leeft. Onze Heer zelf riep ons op de tekenen van de tijd te zien en bedachtzaam te zijn. Maar inderdaad, de Kerk ziet de tekenen van de tijd sub specie aeternitatis, onder het aspect van de eeuwigheid, van onze eeuwige verlossing – door het lijden, de dood, de verrijzenis en hemelvaart van onze Heer Jezus Christus. En zo gaan wij op de cultuur af, wij treden de cultuur tegemoet met een heel bepaalde identiteit. De Kerk gaat niet naar de cultuur om haar identiteit te vinden. De Kerk gaat naar de cultuur om haar het woord van het leven aan te bieden, om haar Christus aan te bieden. Dat betekent dat, zoals we lezen – dat is erg duidelijk in de evangelies – de Kerk een teken van tegenspraak zal zijn. Met name in tijden als de onze waarin we te maken hebben met deze aanval op de Goddelijke Wet, dit impliciete atheïsme zoals de heilige paus Johannes Paulus II het noemde. De Kerk moet erg sterk zijn in haar ontmoeting met de cultuur – vol liefde, vol bezorgdheid, met de wil zielen bij Christus te brengen, maar de enige manier om zielen bij Christus te brengen is door de waarheid te dienen – het woord van Christus zoals het tot ons komt in de Kerk.

Prof Thomas Stark:
Iets heel noodzakelijks in het leven van de Kerk is het canoniek recht. U bent een canonist. Daarom wil ik u enkele canonieke vragen stellen. In het besef van het feit dat het menselijk leven en de menselijke omstandigheden altijd heel gecompliceerd zijn: denkt u als canonist dat de verkorte huwelijksnietigheidsprocessen in staat zijn recht te doen aan deze complexiteit van het menselijk leven en de menselijke levensomstandigheden? Of denkt u dat deze veranderingen daaraan geen recht doen?

Kardinaal Raymond Burke:
Wel, ik denk dat het belangrijk is te beseffen, wat ik heb beschreven in het hoofdstuk dat ik bijgedragen heb aan het boek “Remaining in the Thruth of Christ. Marriage en Communion in the Catholic Church”. Het canoniek proces is niet van goddelijke oorsprong, zoals kardinaal Kasper heeft gezegd. De individuele onderdelen zijn niet van goddelijke oorsprong, maar dat het een deugdelijk proces moet zijn om de waarheid te kunnen achterhalen over de waarheid van een klacht van nietigheid van een huwelijk – dat is van Goddelijk recht. De Kerk mag nooit een huwelijk nietig verklaren met een proces dat de rechter niet de morele zekerheid zou geven betreffende de vordering van nietigheid. Ik heb grote zorgen rond het nieuwe proces van verklaring van nietigheid en ik ben niet de enige. Er zijn verschillende excellente canonisten die erover geschreven hebben. Ik heb grote zorgen over het verdwijnen van de verplichte tweede instantie.

Sinds de tijd van paus Benedictus XIV (paus van 1740 tot 1758) vond de Kerk het belang van het huwelijk zo groot dat zij een oordeel over de nietigheid van een huwelijk niet overliet aan een enkele gerechtsinstantie maar dat de zaak opnieuw moest worden bekeken in tweede instantie die het oordeel ofwel bevestigde of ongedaan maakte. Dit is verder bemoeilijkt; in het verleden werden alle huwelijksnietigheidszaken behandeld door een college van tenminste drie rechters. Nu worden op veel plaatsen met de toestemming van de bisschoppenconferentie de huwelijksnietigheidszaken besloten door één enkele rechter. Dat brengt ons in de situatie dat een huwelijk nietig verklaard kan worden op het oordeel van één enkel iemand en dat gaat in tegen een serieus gerechtelijk proces.

Iets anders dat mij zorgen baart is de kwestie van de zogenaamde gemakkelijke zaken die duidelijk en helder zijn. U zei het zelf al in uw vraag. Huwelijksnietigheidszaken zijn in de regel erg gecompliceerd zo complex als menselijke situaties nu eenmaal zijn. Ik herinner me, dat, toen ik procesrecht studeerde, onze professor ons zei hoe we partijen en getuigen moesten ondervragen, en hoe we hun verklaringen en getuigenissen moesten opnemen. Het is zaak geen verbazing over wat dan ook te tonen want dat zou mensen kunnen doen aarzelen om de hele waarheid te vertellen. Hij zei: in de metafysica bestuderen jullie meer mogelijke dingend dan in werkelijkheid bestaan, maar, zei hij, bij de rechtbank zullen jullie meer werkelijke dingen bestuderen dan mogelijk zijn. En het is eenvoudigweg waar dat deze huwelijksnietigheidszaken soms de neiging hebben …. je kunt nauwelijks heel de complexiteit van een geval geloven.

En daarom heeft een aantal bisschoppen mij gezegd dat zonder meer de zaken die bij hun rechtbanken worden ingediend, hem niet toestaan een snel oordeel te vellen maar dat zij de zaak moeten terugverwijzen naar de rechtbanken. Laten we hopen dat dit zorgvuldig oordeel in iedere zaak gemaakt wordt.

Nu doet het proces ook alsof voor de eerste keer ontdekt is dat de bisschop de eerste rechter in het bisdom is. De Kerk heeft altijd geleerd dat de bisschop de eerste rechter in zijn bisdom is. Maar normaal gesproken – en dat is logisch, ook voor mensen in de wereld, treedt de bisschop, de hoogste gezagsdrager in het bisdom in deze zaken niet op in de eerste persoon. Maar hij zorgt voor een gerechtsvicaris en ander functionarissen van de rechtbank om deze zaken voor hen te behandelen. Ik geloof dat nu een volledige weergave nodig is van en een nieuwe waardering voor het huwelijksnietigheidsproces. Met name nu we komen uit die periode van antinomisme, de periode onmiddellijk vóór en na het Concilie toen men algemeen het kerkelijk recht aanviel en name het huwelijksnietigheidsproces. En naar mijn persoonlijk oordeel is de huidige wetgeving niet deugdelijk en dient die herzien te worden.

Prof. Thomas Stark:
Mag ik u nog een vraag stellen over een juridisch onderwerp. Hoe is het mogelijk dat de kerkelijke wetgever een situatie schept waarin bisschoppenconferenties in diverse landen tegengestelde regelingen invoeren met betrekking tot het ontvangen van de communie? Ik bedoel, dat is in het canonieke recht tevoren toch nooit het geval geweest.

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is niet mogelijk. De paus is het beginsel van eenheid in de Kerk, eenheid van de bisschoppen en van de gelovigen. De paus kan niet toestaan dat een bisschoppenconferentie of een individuele bisschop iets doet dat ingaat tegen de leer en de geloofspraktijk. Dit idee dat mensen die niet in volle gemeenschap zijn met de Kerk, maar die zich op min of meer regelmatige basis presenteren voor de heilige communie: dat is absurd. Ik weet niet hoe dit zou kunnen worden toegestaan en –als het God belieft – zal het worden recht gezet. Dat is de taak van de paus. Anders gaat de Kerk toe, gaat de Rooms-katholieke Kerk toe naar een situatie zoals van de protestantse denominaties die alsmaar in aantal toenemen. Telkens als een bisschop of een groep gelovigen een ander idee hebben, maken ze een andere kerkelijke gemeenschap, en de deelgroepen vermenigvuldigen en vermenigvuldigen zich. Dat is niet de wil van Christus.

Prof. Thomas Stark:
Uw antwoord brengt met tot de volgende vraag, een vraag die gaat over een probleem dat ten grondslag ligt aan het probleem dat we nu bespreken. De logische regel van non-contradictie is altijd en overal geldig geweest. De Kerk heeft altijd gehamerd op het feit dat onze credo, het credo van de Kerk redelijk is – dat wij bijv. de regel van non-contradictie en elke andere regel van de logica aanvaarden. Nu zien we een situatie waarin we van kerkelijke gezagsdragers tegengestelde antwoorden ontvangen op belangrijke kwesties. Betekent dit dat geloof en rede tegenwoordig en in de huidige situatie van Kerk uit elkaar vallen?

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is wat er feitelijk gebeurt en het zorgt voor een heleboel lijden onder bisschoppen, priesters en gelovigen. Ik reis veel naar diverse delen van de wereld. En overal waar ik kom, zeggen de mensen tegen mij: wat leert de Kerk nu werkelijk over het huwelijk, over de onontbindbaarheid van het huwelijk? Wat leert de Kerk werkelijk over de goede gesteldheid om de communie te kunnen ontvangen, en nu zijn er geruchten over het ter discussie stellen van de leer over contraceptie in “Humanae Vitae” – dat de 50ste verjaardag van de pauselijke encycliek de gelegenheid zou zijn om op een of andere manier de constante leer van de Kerk onderuit te halen, die paus Paulus VI op een zeer nobele en heldhaftige wijze heeft verdedigd.

We hebben ook het geval waarin een bekende nieuwsreporter [Eugenio Scalfari] beweert dat hij uit een persoonlijk onderhoud met de paus heeft begrepen dat er geen hel bestaat en dat de menselijke ziel niet onsterfelijk is, dat de zielen van mensen die verkeerd doen, eenvoudigweg verdampen.

En dan komt er geen echte correctie van de kant van de Heilige Stoel. De correctie van het persbureau stelt dat de woorden van de reporter niet de exacte woorden van de paus zijn. Wel, wat nodig was in een dergelijke situatie, is dat men had gezegd dat de paus bevestigt wat de Kerk altijd geleerd heeft over de uitersten. Dit is iets wat grote bezorgdheid teweeg brengt, en dat kan niet zomaar doorgaan want het brengt vreselijke wonden toe aan de Kerk en verdeeldheid en misschien wel het grotere drama van een schisma.

Prof. Thomas Stark:
Als de mens een animal rationale is, een redelijk wezen, gaat onredelijk zijn in tegen de menselijke natuur. Kunnen we dan mensen, bijv. bisschoppen serieus nemen die verklaren dat zwart wit is of 2 + 2 = 5. Is een situatie in de Kerk die in toenemende mate onredelijk is bijgevolg niet onmenselijk?

Kardinaal Raymond Burke:
Dat is zo. Dit is het soort van benadering dat gebruikelijk is in totalitaire staten. Mensen raken ervan in de war. Omdat men zegt, dat wat redelijk is, onredelijk is. Men vraagt hen tegenstellingen te aanvaarden die ingaan tegen de waarheid en tegen de rechtvaardigheid. God schiep ons met verstand en vrije wil en zijn openbaring gaat nooit tegen de rede in. Zij kan boven de rede uit gaan in de zin dat we grote geloofsmysteries hebben, maar het verstand is in staat juist in de geloofsmysteries door te dringen en dieper te verstaan en dat is de geschiedenis van de theologie: het geloof dat zoekt te begrijpen. Maar nooit zegt de rede dat het geloof ontkent wat de rede mij leert. Er is op dit moment een vreemde vorm van denken gaande in de Kerk zelfs bij leraren van het geloof, die dit ontkent. Dit is onmenselijk. Het veroorzaakt vreselijke ellende. En ik denk dat dit soort situatie uiteindelijk mensen kan voeren tot een geestelijke vermoeidheid omdat het ingaat tegen hun eigen wezen. Dit is iets dat Kerk in haar hart op deze manier nooit heeft gehad. Er zijn grote crises geweest wat betreft het ontkennen van delen van de geloofsleer enz die gecorrigeerd moesten worden. Ik denk aan de vreselijke crisis van het Arianisme in de vierde eeuw en nog andere crises. Maar nu hebben wanhopig behoefte in de Kerk aan herstel van het kerkelijk leergezag.

Er stond een uitstekende evaluatie, geschreven in een Amerikaanse tijdschrift met de naam “First Things” door professor Richard Rex van Cambridge University. Hij gaf commentaar op deze kwestie, op de verandering van de leer over de onontbindbaarheid van het huwelijk. En hij zei mij: als de Kerk inderdaad haar positie veranderd heeft en er bestaan gevallen waarin individuen die aan de sacramentele band gebonden zijn, de sacramenten kunnen ontvangen, dan heeft de Kerk zonder noodzaak zielen 20 eeuwen lang gekweld en verdient zij nu niet langer het vertrouwen van de gelovigen omdat ze zo fout is geweest over zoiets belangrijks voor het welzijn van niet alleen de Kerk maar ook de wereld. Dat leidt ertoe dat we Kerk niet meer zouden kunnen zien als een fatsoenlijk instituut, laat staan een rechtvaardig en betrouwbaar instituut.

Thomas Stark:
Eminentie, dank u wel voor dit interview.

Kardinaal Raymond Burke:
Graag gedaan.

Vertaling: C. Mennen pr
14 mei 2018

De heilige Geest is de Geest der waarheid…

Preek 7de zondag van Pasen, jaar B (2018)

Er wordt nogal eens gezegd: de Kerk gaat te weinig met haar tijd mee. Ze houdt vast aan dingen die de meeste mensen al lang achter zich gelaten hebben. De Kerk prijst zich uit de markt als ze aan al die dingen vasthoudt. Men snapt niet dat de Kerk zich niet aanpast aan de opvattingen van de tijd. Bewust of onbewust past men de wetten van de marketing en de reclame toe op de kerk. De Kerk loopt achteruit maar dat komt omdat ze niet inspeelt op de vraag van de massa.

De verleiding om dat wel te doen is trouwens groot, ook voor priesters. Want het merendeel van de mensen vindt je aardig als je niet al te hoge eisen stelt en als je ingaat op wat de mensen je vragen als ze je nodig hebben. En dan heeft men liever gedichten dan gebeden, liever zogenaamde eigentijdse teksten dan Bijbelteksten. Liever liederen uit de toptien dan religieuze liederen; dan hoort men liever wat vage positieve praat die iedereen het gevoel geeft dat hij het uitstekend doet en dat het goed gaat dan dat je zegt dat iets niet kan of niet mag.

Dan is het woord uit het evangelie van vandaag een bemoediging: “Ik heb hun uw woord meegedeeld, maar de wereld heeft hen gehaat”, zegt Jezus. Jezus zelf constateert al dat de wereld niet zo erg veel moet hebben van het woord van God en van de mensen die dat woord verkondigen. Naarmate mensen meer opgaan in de wereld, staan ze verder af van God en hebben ze ook meer kritiek op de dingen van God; begrijpen ze ook de wil van God niet. Ze staan vaak vijandig en agressief tegenover de mensen die Gods wil verkondigen. Dat bedoelt Jezus met “de wereld heeft hen gehaat”. De wereld en het christendom staan vaak haaks op elkaar. En een christendom dat zich aan de wereld aanpast houdt op christendom te zijn. Daarom bidt Jezus voor zijn leerlingen, voor zijn kerk: “Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad”. Jezus bidt dat zijn volgelingen niet zullen opgaan in de wereld, die aangetast is door het kwaad. Dat ze niet met kwaad in de wereld zullen meegaan. En dat gevaar is groot als de invloed van de wereld groot is. En die invloed is in onze dagen groot. Via de massamedia worden ons allerlei dingen aangepraat als modern en goed, die in feite slecht zijn en meestal al zo oud als de mensheid. Het moeilijk je tegen die invloed te verzetten. Iedereen lijkt het te doen.

Het enige middel tegen deze invloed is: de waarheid. “Wijd hen toe in de waarheid”, zegt Jezus. Zorg, Vader, dat ze in de waarheid blijven. Christenen dient het om de waarheid te gaan. En het Woord van God is waarheid. Trouw aan de waarheid, trouw aan het goede, trouw aan God, zelfs al brengt dat het kruis met zich mee; daar moet het christenen om gaan. In de wereld gaat het om succes, om of iets prettig of aangenaam is; of het in is; of iedereen het doet. Daardoor laat de wereld zich leiden.
Een heleboel mensen doen tegenwoordig alsof er geen waarheid meer bestaat, alsof alles betrekkelijk is: “dat vindt u” zeggen ze dan “maar ik voel dat anders”. Alles wordt teruggebracht tot “voelen” en “vinden”. Jezus heeft het over wat “is”, over waarheid. Zijn volgelingen moeten toegewijd zijn aan wat is, aan de waarheid, aan het woord van God. En die waarheid kennen wij in zijn Kerk door de gave van de heilige Geest. Hij is de Geest der waarheid…

Bron: http://www.mennenpr.nl/pasen_7a.html

Mennen: moedige kardinaal Eijk

Soms verwijt ik bisschoppen, ook de Nederlandse bisschoppen, lafheid, niet zozeer in het getuigen van de waarheid maar met name lafheid in het energiek afwijzen van dwalingen en verkeerde praktijken. Al langer maar nu ook weer moet ik een nadrukkelijke uitzondering maken voor kardinaal Willem Jacobus Eijk. Hij heeft onlnags op een paar buitenlandse websites een bijdrage geleverd naar aanleiding van het intercommuniebesluit van de Duitse Bisschoppen en de reactie van Rome hierop. U kunt de tekst in het Nederlands hier lezen.
Het stuk is uitermate helder en verklaart dat deze vorm van intercommunie onverenigbaar is met het katholieke geloof en hij voert daar ook de juiste redenen voor aan. Het enige wat Rome eigenlijk had kunnen doen, is de kant kiezen van de zeven bisschoppen die bezwaar aantekenden tegen het meerderheidsbesluit binnen de Conferentie en in beroep zijn gegaan bij de paus. Dat de paus dit niet heeft gedaan maar heeft gezegd dat de Duitse bisschoppen het samen maar moeten uitzoeken, is volgens kardinaal “totaal onbegrijpelijk” omdat de leer en de praktijk rond het communie uitreiken volkomen duidelijk is. Heel ernstig maar terecht is het verwijt van de kardinaal dat besloten ligt in de verwijzing naar artikel 675 van de Catechismus en waar hij zijn verhandeling mee besluit:
“De laatste beproeving van de Kerk
Voorafgaand aan de komst van Christus moet de Kerk een laatste beproeving doorstaan die het geloof van talrijke gelovigen zal doen wankelen. De vervolging waarmee haar pelgrimstocht op aarde vergezeld gaat, zal het ‘mysterie van de ongerechtigheid’ onthullen in de vorm van een godsdienstig bedrog dat de mensen een schijnoplossing biedt voor hun problemen. De prijs die zij daarvoor betalen is dat zij afvallen van de waarheid.”
Misschien zouden de andere Nederlandse Bisschoppen op een of andere wijze hun bijval aan de kardinaal kunnen betuigen. Onze bisschoppen dienen toch solidair de eerste getuigen van het geloof te zijn, zeker in tijden waarin dat wordt aangevochten.
8 mei 2018

Derde zondag van Pasen, B, 2018. (Lc.24,35-48)

Onze Heer Jezus Christus is werkelijk verrezen

De woorden die we zojuist gehoord hebben zijn waar. Ze berusten op een fundament. Geen hersenschim en geen spook, geen geest die vervliegt in de tijd of de ruimte. Jezus is verrezen met Ziel en Lichaam! Hij is geen wazige geest als Hij aan de leerlingen na Zijn dood en verrijzenis verschijnt. Hij is er met vlees en bloed en als bewijs eet Hij een stuk geroosterde vis.

Hij is er ook met Zijn wondetekenen; daaraan wordt Hij herkend. Nooit genoeg kunnen we dit Mysterie tot ons laten doordringen. Jezus is verschenen aan Zijn elf leerlingen, want Judas was er niet meer bij na zijn beslissing zich van het leven te beroven…

Echter steeds weer zijn er de tegenkrachten die ons van die geloofswaarheid proberen af te houden: “Het is maar een verhaal” zeggen sommigen. ”Je moet dat anders zien” en het niet zo letterlijk nemen, zeggen zij die niet weten te geloven.

Als Jezus niet verrezen zou zijn, dan waren wij hier nu niet samen. Van generatie op generatie is dit getuigenis doorgegeven. Op die grond werden de eerste christenen vervolgd; kwamen er martelaren die met hun bloed getuigden van die werkelijkheid; hebben velen hun leven voor het geloof gegeven; en nog steeds tot op de dag van vandaag!

Hij die voor ons geleden heeft en gekruisigd werd: Hij leeft werkelijk weer na eerst gestorven te zijn geweest. Durf je aan die waarheid toevertrouwen, ook als je omgeving anders denkt.

Jezus was na zijn Verrijzenis net zo tastbaar aanwezig, als u hier tastbaar aanwezig bent. Wij samen vormen als geloofsgemeenschap het mystieke Lichaam van Christus; gestorven en verrezen. Door uw aanwezigheid drukt u die geloofswerkelijkheid uit.

Voor uw komst naar deze kerk hebt u iets over gehad, hebt u bewust andere zorgen voor een moment aan de kant gezet. Misschien hebt u nog even gedacht: “wat jammer dat er niet meer mensen naar de kerk gekomen zijn”, maar daardoor laat u zich niet ontmoedigen.

We zijn hier samen met elkaar, samen met Onze Lieve Heer Jezus Christus, samen ook met pijn, met de zorgen, met de lasten van alledag. We kunnen ze doorleven en overwinnen omdat Onze Heer Jezus Christus werkelijk verrezen is. En dat is toch heel bijzonder! We staan er misschien te weinig bij stil, het is misschien zo vanzelfsprekend.

Op het fundament van Christus steunt ook het priesterschap. Het priesterschap steunt op het Mysterie van de verrezen en werkelijk levende Jezus Christus, onze Heer en God. Wij priesters verschillen van elkaar als persoonlijkheden, ieder met zijn capaciteiten en tekorten, maar in het fundament van het priesterschap komen we overeen, daarin weten we ons gesterkt: in Jezus Christus Zelf. Ik herinner me van mijn priesterwijding dat het lied gezongen is: “Wij hebben voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt”. Dat gebed is nodig voor de priesters, het betekent een ondersteuning van de geloofsgemeenschap opdat de priester op zijn beurt de geloofsgenoten, zijn broeders en zusters in het geloof versterkt.

Ik ben blij dat we elkaar kunnen versterken in dat geloof, en dat wij Christus levend houden in onze geloofsgemeenschap. Ik bespeur dat op vele momenten. In de hartelijkheid van mensen, in de taken die mensen op zich nemen, in het gebed, het samen vieren van de heilige Mis in het weekend en ook door de week. In de praktijk van het alledaagse leven, in het geloof dat ondanks de pijn en de zorgen en de lasten van het moment, mensen toch hun ogen openhouden voor hetgeen ze geloven.

Pastoor Geudens

Het sterke getuigenis van Thomas

Preek 2de zondag van Pasen B (2018)

Ik heb me laten vertellen dat er destijds in de concentratiekampen van de nazi’s een straf bestond waarbij gevangenen dagenlang in een kleine cel werden opgesloten, helemaal in het donker. Als ze dan uiteindelijk na enkele dagen dat hok mochten verlaten, konden ze lange tijd geen daglicht verdragen. Hun ogen konden het plotse zonlicht niet aan.

Als wij de Bijbel lezen, lijkt het wel alsof ook de leerlingen van Jezus uit een langdurige duisternis komen en plots de schittering van de zon in hun ogen krijgen. Hun eerste reactie is geen vreugdevol en feestelijk ‘alleluja’, maar wel een  zelfverdediging.

Het evangelie beschrijft twee verschijningen van de verrezen Jezus aan de leerlingen: de eerste zonder, en de tweede met Thomas. En wat blijkt? Niet alleen de eerste keer, maar ook de tweede keer hebben de leerlingen zichzelf opgesloten. Grendel ervoor, goed gebarricadeerd, de luiken van de kamer gesloten. Uit angst dat ook zij gevangen genomen en gekruisigd zouden worden.

De benaming ‘beloken Pasen’ komt van de luiken die in het evangelie van vandaag dicht zijn; ‘beloken’ zijn. En door die gesloten luiken komt Jezus binnen.

Er is geen enkele tekst in het Nieuwe Testament te vinden waar de herkenning van Jezus zonder enig probleem gebeurt. We lezen dat de vrouwen in paniek wegvluchtten van het graf, en ze durfden het zelfs aan niemand te vertellen. En als ze hun ervaringen dan toch bekend maken, wuiven Jezus’ leerlingen dit getuigenis weg als kletspraat van vrouwen. En Maria van Magdala, die denkt dat Jezus die bij haar staat – aan het lege graf – de tuinman is. En op hun tocht naar Emmaüs beschouwen de leerlingen Jezus, die hen tegemoetkomt en vergezelt, als een vreemdeling. In andere verhalen zijn de leerlingen dan weer in de war, want ze denken een spook te zien.

Het sterkste getuigenis is echter dat van Thomas. Van alle leerlingen is hij wel het meest de weg kwijt. Zijn liefde voor Jezus was bij de kruisdood op Golgotha helemaal uitgedoofd. Een tweede teleurstelling zou teveel voor hem zijn geweest. Zijn klok was stilgevallen op Goede Vrijdag, om 15.00 uur in de namiddag. Het vertrouwen in God was bij Thomas tot nul gedaald, en “ze moeten maar eens met onomstootbare bewijzen voor de dag komen”, zo niet; zal hij niet geloven. De angst van Thomas voor een nieuwe desillusie was als een pantser dat Jezus Barmhartige Liefde zelf moest doorbreken, om Thomas uit te kunnen tillen naar het heden in de vreugde van Pasen. En dus mocht hij zijn handen in Jezus’ doorboorde handen en zijde leggen. Met al zijn onmacht mocht Thomas er zijn, maar Jezus spoorde hem aan om de sprong naar Pasen te maken. Wat Thomas ook met heel zijn persoon deed; hij was zelfs de enige die Jezus ‘(mijn Heer en) mijn God’ heeft genoemd.

Thomas staat vandaag symbool voor iedereen die zich heeft ingekapseld in de ontgoocheling of in ontkenning. Christus wil mensen voor zich winnen die geestelijk dood waren. Als die dood overwonnen wordt, dan geldt dat ook voor de hopeloosheid die zich verbergt achter het ongeloof in ons hoofd of in de koelste kilte van ons hart. Er is hoop!

Eenmaal tot geestelijke volheid gekomen, werkt Pasen aanstekelijk. Want de vreugde en de liefde voor de verrezen Heer Jezus Christus zijn niet tegen te houden; ze verspreiden zich als lopend vuurtje. Gods Woord beschrijft hoe de groep volgelingen snel aangroeit. De mensen brengen hun zieken zelfs op straat, in de hoop dat de schaduw van Petrus op hen zal vallen.

Het Pasen, het geloof in en de eerbied voor Jezus, kan alleen maar komen door de Genade en de heilige Geest. Mogen ook wij zo door de heilige Geest van God gestuwd worden. Dat ook wij de volheid van de Paasvreugde mogen beleven en uitdragen.

Vgl. bron: het dagelijks evangelie

 

Dom Gerard, abt van Le Barroux, voorspelde nieuwe zondvloed

Sommigen onder u kennen de prachtige benedictijner abdij van Le Barroux, gelegen op de flanken van de Mont Ventoux, in de Provence. Vele Vlamingen trekken naar de streek om er als wielertoerist de kegelvormige berg te beklimmen vanuit het wijndorpje Bedoin. Of ze ook de tijd nemen om even een bezoekje te brengen aan de “abbaye Saint-Madeleine”, om er een weesgegroet te bidden, of beter nog de H. Mis bij te wonen volgens de eeuwenoude benedictijner ritus, is een andere zaak.

Tien jaar na het overlijden van de stichter en eerste abt van de abdij, Dom Gérard, werd nu zijn biografie gepubliceerd.

Al heel vlug na het Tweede Vaticaans Concilie besefte Dom Gérard dat er iets niet klopte. Niet alleen de stormachtige context van het “aggiornamento” van de Kerk en de zogenaamde opening naar de wereld baarde hem zorgen, hij voelde intuïtief aan dat dit slechts de symptomen waren van een veel ergere crisis, het ineenstorten van een maatschappij die, volgens de woorden van de heilige Augustinus, ”valt, rolt en zich haast”  naar de barbarij en de “massa damnata”.

In een brief aan de vrienden van de abdij uit 1981 schreef Dom Gérard: “Wij weten dat de christenheid voortaan slechts zal kunnen overleven in de vorm van een aantal eilandjes of bastions, bezaaid met kloosters die zoals vingers zijn die naar de hemel wijzen.” Die kloosters zijn geroepen om de ark van Noach te zijn in een nieuwe zondvloed.

Wij zien dat die zondvloed bestaat uit twee dodelijke monsterlijke golven: enerzijds, het totale verlies van elke transcendentie, zowel op religieus als op intellectueel vlak. De uitlopers en symptomen daarvan zijn reeds in het maatschappelijk weefsel doorgedrongen: industriële abortus, echtscheiding “à la carte”, kunstmatige contraceptie, euthanasie en baby’s die kunstmatig verwekt worden om als koopwaar verhandeld te worden.

Anderzijds is er de groene golf van de fundamentalistische islam, die de pseudo-intellectuelen, in Frankrijk en zeker ook bij ons, reeds tot de status van “dhimmis” heeft herleid (U weet dat dhimmis niet-moslims zijn, die in islamitische staten verder mogen leven, op voorwaarde zich te onderwerpen aan de wetten van de islam). Een van de facetten hiervan is het vermijden van elke kritiek op de islam en het tolereren van gedragingen die haaks staan op een door het christendom geboetseerde maatschappij, ook al willen onze zelfbenoemde politiek en ideologisch correcte elites dit niet horen.

Voor Dom Gérard is de enige toekomst het herontdekken van onze christelijke identiteit. Stilte en bezinning zijn de sleutelwoorden, die het ons mogelijk moeten maken te luisteren naar de krachtige woorden die een zin geven aan het leven en die in het licht van een schitterende aloude liturgie ons in staat stellen het christelijk gebed te herontdekken.

Veroon ter Zee

Bron:  Katholiekforum.net

 


 

Zijn goddelijke interpretatie van Wet en Profeten

Twee weken scheiden ons nog van Pasen. Maar de tocht naar het lege graf passeert langs Golgotha. Pasen is niet verkrijgbaar zonder Goede Vrijdag. In de aanloop naar de Goede week staan de lezingen ook meer en meer in het teken van wat er te gebeuren staat. Waarom moest Jezus eigenlijk op zo’n brutale manier vermoord worden?

De bevolking zuchtte onder de Romeinse bezetter en Jezus had grote verwachtingen gewekt bij de bevolking. Ze leefde in de terechte of onterechte verwachting dat Hij hen van de Romeinen zou bevrijden. Zo rond het paasfeest, met de vele pelgrims in Jeruzalem, was één vonk genoeg om de vlam in de pan te laten slaan. Jezus had kunnen afzien van zijn reis naar Jeruzalem. Hij heeft het niet gedaan. In Jeruzalem had Hij kunnen ontsnappen, maar heeft het niet gedaan. Hij had Judas Iskarioth van zijn idee om hem te verraden, kunnen afbrengen. Hij heeft het niet gedaan. Jezus stierf op Goede Vrijdag een verschrikkelijke dood aan het kruis.

En zo belanden we bij de diepe dimensie, die vandaag in de tweede lezing wordt aangegeven. Hij heeft, aldus  de Hebreeënbrief, “gehoorzaamheid geleerd in de school van het lijden”. Alle woorden in deze zin hebben hun belang. Jezus heeft op de eerste plaats ‘gehoorzaamheid’ geleerd.

Zijn goddelijke interpretatie van Wet en Profeten, zijn afwijzing van eigenwaan en egoïsme, en zijn opvordering van de diepste gezindheid van het mensenhart, moesten fataal op een gewelddadige reactie uitdraaien. Hij heeft de consequentie aanvaard: Trouw aan God tot in het uur van zijn sterven.

In het heilig evangelie doet de gedachte aan zijn komende dood Hem rillen van angst. “Mijn ziel is ten diepste ontsteld”, zo zegt Jezus. En de doodstrijd in Ghetsemane spreekt voor zichzelf. Het lijden als de leerschool van gehoorzaamheid aan God.

Durven wij deze woorden, met onze hedendaagse verheerlijking van de menselijke autonomie en de menselijke waardigheid, nog uitspreken? Is het lijden dan niet iets wat we ten allen tijde, met alle mogelijkheden die er in ons zijn, moeten bestrijden?

Jezus zelf gebruikte het beste van zijn krachten om leed en pijn te bestrijden. En toen Hij zelf voor zijn dood stond, smeekte Hij dat de beker aan Hem voorbij mocht gaan. Wie deze diepe spiritualiteit ontwikkelt, wordt als een graankorrel die in de aarde valt, die sterft en die honderdvoudig vruchten oplevert. Het lijden en de dood als poort van hoop naar de verrijzenis; en de verrijzenis voor velen.

In de evangelielezing van vandaag staat God de Vader op de achtergrond. Hij is de garantie dat het met Jezus niet faliekant zal aflopen. En temidden van zijn angsten vraagt Jezus God dat Hij recht zou doen aan zijn Naam van Vader. En dan volgt bij Johannes een Stem uit de Hemel: “Ik heb Hem verheerlijkt en Ik zal Hem opnieuw verheerlijken.” God de Vader die het altijd al heeft opgenomen voor zijn geliefde Zoon en dat opnieuw zal doen in de Verrijzenis.

Dat is Pasen. De definitieve overwinning op de dood en de zonde. Voor het tijdloze evangelie van Johannes is die Overwinning er al, nog voor Jezus zijn stervensuur nadert. En nog voor wij die eindoverwinning van Jezus zelf in ons leven als christenen – volgelingen van Jezus – mogen ervaren.

Uit; Het dagelijks Evangelie


 

Maria Middelares en Mede-Verlosseres

Boodschappen van Maria

MARIA MIDDELARES

NPVS-A-Standard

Bewerking door pastoor Geudens voor de website Legioen Kleine Zielen: www.hetlegioenkleinezielen.wordpress.com

MEDE-VERLOSSERES

Een kind met een goed karakter houdt van zijn moeder. Een echte christen moet dus wel houden van de H. Maagd, over wie Jezus in de ‘Boodschap’ zegt dat Ze: “Zijn moeder is en de onze.” 3.12.66

In de catechismus leerden we dat Maria de Moeder van God is en dat bijgevolg aan haar goddelijk Moederschap haar andere voorrechten ontspringen: haar Onbevlekte Ontvangenis, haar Opneming ten Hemel. Drie geloofswaarheden, die men niet kan ontkennen, zonder in ketterij te vervallen.

De ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde’ legt speciale nadruk op een titel, die wij graag aan Maria toekennen, en die nog niet vastgelegd werd in een dogma: Maria Medeverlosseres. Doordat Maria actief heeft meegewerkt aan onze verlossing als Medeverlosseres, onze Moeder is geworden, en daardoor Middelares van alle genaden. Zij oefent haar Moederschap uit en komt…

View original post 3.569 woorden meer