De verrijzenis van Jezus is de hoogste waarheid van het christelijk geloof

Standaard

Ik geloof… in Jezus Christus… die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven; die neergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden…”. Zo bidden we in “de geloofsbelijdenis van de apostelen”, die al in het oude Rome gebruikt werd bij het doopsel. De bevestiging hiervan vinden we in de ietwat uitgebreidere geloofsbelijdenis van Nicea (325) en Constantinopel (381), de twee eerste oecumenische concilies. Jezus’ kruisdood is een van de historisch meest vaststaande feiten uit de geschiedenis, zoals we voorheen reeds hebben aangetoond. Laten we nu de verrijzenis overwegen.

De verrijzenis van Jezus is de hoogste waarheid van het christelijk geloof. Ze is de vervulling van de beloften uit het Oude Verbond en van wat Jezus zelf herhaaldelijk aankondigde. Het is tevens de vervulling van zijn Menswording en de bevestiging van zijn godheid. Dit vieren we in deze tijd van Pasen; een feest dat 50 dagen duurt. Het omvat de verrijzenis van Jezus, zijn hemelvaart en Pinksteren of de uitstorting van de heilige Geest (Grieks: pentekosten = 50). Het Paasmysterie heeft een tweevoudige betekenis: door Jezus’ dood zijn we bevrijd van zonden en door zijn verrijzenis krijgen we de mogelijkheid om eens met Hem te verrijzen als medeburgers van het glorierijke Rijk Gods. In oost en west wordt ditzelfde mysterie elk op eigen wijze gevierd. Oosterse liturgie is uitbundig en uitvoerig, omgeven door veel wierook, kaarsen, processies en lange litanieën. Ze wordt opgevat als een deelname aan de eeuwige hemelse liturgie.  Daarom zijn hun kerken ook helemaal beschilderd met afbeeldingen van Christus, de Albeheerser, Maria, de heiligen, engelen en Bijbelse taferelen. De hemel is als het ware al aanwezig in hun kerken. De westerse, Latijnse liturgie is meer rationeel en sober. In het (armere) oosten staat de verrijzenis van Jezus centraal in de vieringen. In het (rijkere) westen staan lijden en kruisdood van Jezus meer centraal.

Heeft die verrijzenis van Jezus wel echt plaats gevonden? Zo vragen sommigen zich af. Velen hebben de Verrezene gezien, maar niemand heeft met eigen ogen de verrijzenis van Jezus zelf gezien. Als we echter alleen maar geloven wat we zelf gezien hebben, wordt het leven dan niet bijzonder bekrompen? De grootste werkelijkheden overstijgen ons. Heeft er ooit iemand gezien hoe het heelal ontstaan is? Om de paar decennia krijgen we hierover een andere hypothese. Nu hebben we blijkbaar nog de big-bang theorie, die veronderstelt dat een uitdeinend heelal het teken zou zijn dat alles ooit klein begonnen is. Andere deskundigen zeggen: neen, het is een cyclisch gebeuren, op een inkrimpend heelal volgt een uitdeinend heelal. Misschien verwacht iemand dat een geleerde ooit de formule vindt van het ontstaan van het heelal. Is het echter niet wijzer te aanvaarden dat de schepping uiteindelijk de mens overstijgt? Bovendien, moet je wachten om van de schepping te genieten vooraleer je weet hoe alles precies ontstaan is? Ook de verrijzenis overstijgt ons terwijl toch de Kerk en de christenen leven van de verrijzenis van Jezus.

De joodse overheden hebben zich hiertegen al vanaf het begin verzet. Ze gaven een grote som aan de bewakers opdat ze zouden vertellen: “Zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen” (Mattheus 28, 13). Merkwaardig getuigenis van slapende getuigen! Later werd de lichtgelovigheid van de apostelen dikwijls voorgewend om het feit van Jezus’ verrijzenis te ontkennen. Door Jezus’ dood zouden ze zo diep ontgoocheld zijn dat ze zelf de verrijzenis van Jezus zouden uitgevonden hebben. Dit is echter totaal tegengesteld aan de werkelijkheid. Na Jezus’ sterven op het kruis waren de apostelen inderdaad geschokt, terneergeslagen en ook bang. Tijdens Jezus’ aardse leven waren ze al niet in staat Hem helemaal te begrijpen en te geloven. Jezus verwijt hen hun ongeloof en hardheid van hart bij (Marcus 16, 14). Paulus verwijst naar het getuigenis van hen die de verrezen Heer zagen (1 Korintiërs 15, 4-7). Hoewel Jezus eerst aan de vrouwen verschenen is, vermeldt Paulus hen niet eens. Immers, in zijn tijd had het getuigenis van vrouwen ook in de rechtspraak geen waarde en telde niet mee.  Kortom, hoe zouden de apostelen hun eigen ongeloof plots omgezet hebben in een vurig geloof dat zich over heel de wereld verspreidt? Als gewone vissers hadden ze niet de mogelijkheden, het inzicht of het kapitaal van de huidige informatiediensten die gelijk welk nieuws over de wereld als waarheid kunnen verspreiden. Hoe zouden zij met hun eigen twijfels in staat zijn in heel de wereld een vurig geloof in Jezus’ verrijzenis op te wekken? De enige geldige verklaring voor de plotse wereldwijde explosie van christelijke gemeenschappen is dat het werkelijk de vrucht is van Jezus’ verrijzenis, een werk van de heilige Geest en dat het allemaal verlopen is zoals Jezus zelf heeft voorspeld. En hiervan getuigt de levende traditie waarvan we een nauwkeurige weerslag vinden in het Nieuwe Testament. De ontdekking van het lege graf is het eerste teken geweest voor de vrouwen, Petrus en de beminde leerling. Vervolgens hebben Maria Magdalena en de heilige vrouwen dan de verrezen Heer ontmoet en ze werden voor de apostelen de eerste getuigen van de verrijzenis. Zo werd Maria Magdalena de “apostel van de apostelen”. Petrus en de Twaalf getuigen op hun beurt van hun ontmoeting met de Verrezene. Jezus verschijnt met hetzelfde lichaam als voorheen maar nu verheerlijkt, niet meer gebonden aan tijd en ruimte. Zijn verrijzenis is niet zoals bij Lazarus een terugkeer naar het aardse leven, Hij is nu geheel de hemelse mens.

De verrijzenis van Jezus dienen we te verkondigen, te vieren en te beleven. In deze paastijd beginnen en eindigen alle liturgische vieringen met de erg ritmische zang: “De Messias is verrezen, Hij heeft door de dood de dood overwonnen en heeft het leven gegeven aan hen die in het graf waren.”  Ook in de gewone omgang begroeten christenen elkaar met de uitdrukking “al masiechoe qam!” waarop het antwoord volgt: “chakkan qam!” (“De Heer is verrezen – Hij is waarlijk verrezen”)Zo kleurt in deze tijd het verrijzenisgeloof niet alleen de liturgie maar ook het dagelijkse leven.

Het volgend waar gebeurd verhaal uit de Sovjettijd kan ons hierbij helpen. Eens werd er een groots openbaar debat georganiseerd om het materialisme te promoten en het christelijk geloof belachelijk te maken. Twee bekwame sprekers toonden aan dat onze toekomst enkel ligt in deze materiele aarde en de technisch-wetenschappelijke vooruitgang waarvan de grote verwezenlijkingen van de Sovjetunie getuigen. Ieder geloof werd hierbij als bedrog en misleiding afgewezen. Na het applaus gaf de voorzitter de kans aan ieder die het wenste naar voren te komen en het woord te nemen. Er viel een grote stilte. Uiteindelijk stond een eenvoudige man op, kwam naar voren en zei met krachtige stem in de micro: “De Heer is verrezen”. Vanuit heel de zaal weerklonk een machtig antwoord: “Hij is waarlijk verrezen”. En de man ging terug naar zijn plaats. Zijn getuigenis was sterker dan de redevoeringen.

Pater Daniel

Roepingenzondag 2022

Standaard

Vierde zondag van Pasen 2022

Een cadeau is maar een geschenk op het moment dat het wordt ontvangen door degene voor wie je het bestemd hebt. Zo is het ook met een roeping. We kunnen alleen spreken van een roeping op het moment dat degene die roept daadwerkelijk wordt gehoord en de oproep wordt beantwoord. Dit kunnen we ook toepassen op de relatie tussen een herder en zijn kudde. Een schaapherder verdient die naam alleen als zijn schapen ook naar zijn stem luisteren en hem volgen.

De lezingen van deze roepingenzondag toont een bijzonder godsbeeld: God de Heer, Jezus, is als een herder. Volgens dezelfde beeldspraak zijn wij de schapen. Over de herder zegt Jezus: “De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.” Zoals de relatie tussen herder en schapen ligt op het terrein van de stemherkenning, zo is het ook als het gaat om onze relatie met Jezus.

Hij roept ieder van ons bij zijn naam. Wat betekent dit? Onze naam is onze identiteit. De naam die we bij onze geboorte ontvingen, en die vaak al voordien door onze ouders bedacht was, is praktisch het eerste wat wij in deze wereld te horen kregen. Die naam werd bevestigd bij ons doopsel als de naam waarmee God zelf ons noemt. Als Hij onze naam noemt dan betekent dit dat Hij ons door en door kent, dat Hij net zo vertrouwd met ons is als onze ouders dat zijn.

Als we onze naam horen roepen spitsen we als vanzelf onze oren. Dan horen we iemand die ons kent, die met ons verwant is. Zoals dieren reageren op de stem van hun baasje en schapen reageren op die van de herder, zó is het ook wanneer wij als gedoopten de stem van de Heer horen die ons bij onze naam noemt. Die herkenning van de stem van de Heer is er een van het hart. Vanuit de diepe verwantschap die ieder van ons met God heeft, kunnen we weten wanneer Hij het is die ons roept.

De schapen kennen de stem van de herder, zegt Jezus. Daarmee suggereert Hij dat we zo ook de stem van de Heer, van Jezus, kunnen kennen. Kennen is: liefhebben, volgens de betekenis die Johannes er in zijn evangelie aan geeft.

Vaak stellen mensen mij de vraag waarom ik priester ben geworden en hoe ik zeker wist dat het God was die mij riep. Meestal vertel ik dan een stukje van mijn persoonlijk levensverhaal om te laten zien hoe het bij mij gelopen is.

De stem van Jezus is nooit een luide roep in je oor. Je krijgt geen opdracht van buitenaf. De stem van God is iets van het hart: je wordt geraakt door liefde die je op een zeker moment van je leven overweldigt. Een liefde die sterker is dan welke menselijke liefde ook. Die liefde openbaart zich diep in je hart, maar laat zich ook kennen door mensen en omstandigheden.

Wij hebben allen een eigen roeping. We bidden vandaag voor bijzondere roepingen: tot het priesterschap, tot het diaconaat en tot het religieuze leven.

De heilige Geest is hét Paascadeau van de verrezen Heer aan zijn leerlingen. Maar ook dit is alleen een geschenk op het moment dat wij het willen aannemen. Daartoe zijn wij geroepen. We kunnen de Gever vertrouwen: Hij is geen vreemde, geen dief en geen rover. Hij kent ons bij naam.

Met Psalm 23 kunnen we zeggen: “De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets… Hij verkwikt mijn ziel. Hij leidt mij in de sporen van het recht. Zelfs al ga ik door een dal van doodse duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij. Gij richt voor mij een tafel aan voor de ogen van wie mij benauwen… Ik zal in het huis van de Heer verblijven tot in lengte van dagen”. Amen.

Bron

Dodenherdenking 2022

Standaard

Dodenherdenking vandaag 4 mei en de viering van 77 jaar bevrijding morgen 5 mei 2022.

Vanavond bij deze dodenherdenking komen we samen om de gevallenen en zovele slachtoffers te herdenken die omkwamen en zo slachtoffer werden van het oorlogsgeweld.

Het oorlogsgebeuren van 77 jaar geleden, biedt mensen van nu kansen om zich bewust te worden van het gevaar die er in élke tijd schuilt; dat mensen tegenover elkaar kunnen komen te staan; in onze tijd van heel dichtbij Rusland en Oekraïne.

We moeten nooit denken dat na 77 jaar alles al is opgeschreven, en dat schrijven en herinneren een bezigheid is van enkelen. Houden we die mannen en vrouwen voor ogen, uit ons eigen dorp en stad, uit ons Nederland, die slachtoffer werden van oorlogsgeweld. Dat kan ons wakker schudden om te beseffen dat vrede een zaak is waar we ons allemaal voor moeten blijven inzetten.

De gesneuvelden en de slachtoffers van het oorlogsgeweld uit ons eigen dorp en land, die we vandaag gedenken, geven we een eigen gezicht en een verhaal, wat alle onverschilligheid wegneemt. Het gaat immers over mensen uit onze straat; uit onze families; uit onze wijk. Eigenlijk zouden we allemaal de verhalen van de gesneuvelden wier namen geschreven staan op het oorlogsmonument hier (Y…) moeten kennen.

Het zijn verhalen over mensen van vlees en bloed.

Wanneer de verhalen van de mensen van toen duidelijk spreken, zullen wij allen ertoe aangezet worden om elke vorm van geweld en oorlog te laten zwijgen. De verhalen van de mensen van toen, zal elk ertoe aanzetten om zich in te zetten voor vrede.

Spreken we de hoop uit dat zoiets niet meer gebeurt. Bidden wij voor de gesneuvelden en slachtoffers van het geweld van de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen. Bidden wij samen het onze Vader: ‘Onze Vader’.