De kerk van Antiochië als geestelijke erfgenaam van het joods-christelijke Jeruzalem

Standaard

Nieuwsbrief Pater Daniel XVII.40, vrijdag 30 september 2022

Goede Vrienden,

De eigenheid van onze gemeenschap Mar Yakub is verbonden met de plaats van Antiochië. Rond het jaar 300 vóór Jezus Christus, werd Antiochië gesticht door Seleucus Nicanor, een van de generaals van Alexander de Grote, aan de rivier Orontes, 11 km van de Syrische kust van de middellandse zee. Antiochië vormde de hoofdstad van het Seleucidische Rijk en werd vlug een druk centrum van internationale handel. Hier hadden de karavaanroutes van Mesopotamië toegang tot de middellandse zee. Ook wanneer de Romeinen in 63 na Christus de stad veroveren zal ze haar belang bewaren. Ze wordt de hoofdstad van de provincie van Syrië, waar de gouverneur zetelt en zal na Rome en Alexandrië de derde belangrijkste stad zijn van het Romeinse Rijk. Na W.O.II eisten de Turken het gebied op, het werd hen zonder meer gegeven en heet nu Antakia (Z.W.  van Turkije). Van het voormalige Antiochië is er nagenoeg niets meer over.

De “kerk van Antiochië” zal het eerste centrum worden van het niet-joodse christendom. Met het verslag van Lucas in de Handelingen van de Apostelen, hoofdstuk 11, kunnen we ons hiervan een beeld vormen. Na de steniging van Stephanus worden de joden, die in Jezus geloven, hard aangepakt en vervolgd. Ze vluchten naar Fenicië, Cyprus en Antiochië. Ze zijn echte missionarissen, maar verkondigen het geloof in Jezus enkel aan joden. Toch zijn er enkelen die zich nu ook tot heidenen richten. Hun prediking heeft zulk een groot succes dat Barnabas en de pas bekeerde Paulus zich voor hen een jaar lang gaan inzetten. Hier worden deze gelovigen uit de heidenvolken voor het eerst “christenen [1] genoemd. Gelovigen uit de joden (ecclesia ex judaeis) en gelovigen uit de heidenvolken (ecclesia ex gentibus) vormden de oorspronkelijke Kerk van Jezus Christus, een eenheid in verscheidenheid.

De eerste kerkvergadering van de apostelen te Jeruzalem (Handelingen 15, 1), besliste resoluut dat heidenen niet eerst jood moeten worden om in Jezus te geloven. Allen kunnen gered worden door het geloof in Christus.  Paulus zal deze vrijheid later openlijk verdedigen in een vinnige discussie met Petrus.  Petrus eet eerst gewoon met de heidengelovigen mee. Daarna kwamen fanatieke joden waardoor Petrus en anderen met hem zich terugtrekken en niet meer met “onbesnedenen” samen durven te eten.   Paulus ziet dat hierdoor de eenheid van gelovigen in Christus ernstig geschonden wordt. Hij schrijft het zelf zo: “Maar toen ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het Evangelie afgingen, zei ik tegen Kefas (Petrus)  waar ze allemaal bij waren: ‘Als jij een geboren jood  leeft als een heiden en niet als een jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als joden?”   (Galaten 2, 14).  Ziedaar de broze en kwetsbare eenheid van deze oorspronkelijke Kerk.   Wat Paulus schrijft over “de nieuwe mens” in Efeziërs 2 is nog niet overal doorgedrongen.  Hij legt uit dat de heidenen aanvankelijk uitgesloten waren van de beloften en verbonden van het heil “zonder hoop en zonder God in de wereld” (v. 12). Christus heeft echter de twee werelden van joden en heidenen één gemaakt door zijn sterven op het Kruis. Hij heeft ”de scheidsmuur neergehaald door in zijn vlees de vijandschap, de wet met haar geboden en verordeningen te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit die twee één nieuwe mens te scheppen en beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis…” (v. 14-16).   Allen hebben nu toegang tot de Vader door éénzelfde Geest. Zo zijn de heidengelovigen volkomen gelijkwaardige medeburgers en “huisgenoten van God” geworden.   Door Jezus’ kruisdood zijn allen als één lichaam met God verzoend.   Het hoofd van het lichaam en de sluitsteen van het hele bouwwerk is Christus. “In Hem groeit het uit tot een heilige tempel…”  (v.21). 

Dit levenwekkend ideaal van “eenheid in verscheidenheid” waar ieder op zijn eigen wijze in gemeenschap leeft met Christus en de anderen, wordt echter vlug verbroken. De Kerk wordt steeds meer een kerk van heidengelovigen en steeds minder een kerk van joodse gelovigen, die tenslotte helemaal verdwijnen. De verwoesting van de tempel heeft hierbij een grote rol gespeeld. De eerste tempel, in 960 (vóór Christus), door koning Salomon gebouwd en in 586 door de Babyloniërs onder koning Nabuchodonosor verwoest, betekende al een diep trauma voor het joodse volk. Dankzij de Perzische koning Cyrus mogen de joodse ballingen terugkeren en de tempel herbouwen, die in 515 (vóór Christus) wordt ingewijd. Koning Herodes zal er een prachtig gebouw van maken. In 70 na Christus werd Jeruzalem met deze tweede tempel door de Romeinse generaal Titus verwoest. Voor de joden was dit een schok die een zware identiteitscrisis veroorzaakte. Volgens de rabbijnen was deze verwoesting te wijten aan het feit dat de joden ontrouw waren aan de Wet van Mozes. Uiteraard kregen joden die in Jezus geloofden zware verwijten van hun joodse broeders. Vele christenen uit het heidendom daarentegen zagen in deze verwoesting een soort straf van God omdat het joodse volk zijn Messias in Jezus had verworpen. Inmiddels geraakten Joodse gelovigen in Christus steeds meer vervreemd én van hun hun eigen volk én van de christenen.

Jeruzalem, het centrum van het joodse geloof én van het christelijk geloof is niet meer. Antiochië wordt de geestelijke erfgenaam van Jeruzalem. Volgens de kerkhistoricus Eusebius (III, 36) en de kerkvaders was Petrus gedurende zeven jaar bisschop van Antiochië voordat hij naar Rome trok.  Hij werd opgevolgd door bisschop Evodius, eveneens een jood. Hierna volgt de heilige bisschop Ignatius (+ rond 110), een Griek in hart en nieren, die van de joodse cultuur alleen nog de Bijbelse en geestelijke waarden behoudt. Joodse gelovigen zullen steeds minder worden totdat ze helemaal verdwijnen en de Kerk in feite een kerk van heidengelovigen wordt. Dit is de eerste scheuring in de Kerk en de moeder van alle scheuringen. Over het ontstaan en roeping van de Grieks-Melchitische kerk handelen we de volgende keer. 

Preek weekend 1 en 2 oktober 2022

Standaard

27ste zondag door het jaar C 2022.

Lucas 17,5-10.

Ik weet niet of wij ons helemaal herkennen in het laatste stukje van het evangelie waarin Jezus spreekt over de onnutte knechten. Wat Jezus hier zegt, paste wel helemaal in zijn tijd. Alle mensen, die toen naar Jezus luisterden, waren het hier mee eens, maar wij hebben nu heel andere gedachtes over wat dienen is.

In Jezus’ tijd was dienen iets wat je deed met alles wat je bent en hebt. Je diende niet van zo laat tot zo laat, nee, je was dienaar, altijd, dag en nacht.

Wij dienen, helpen, werken, zoveel uur per week. En wij worden er vaak nog voor betaald ook. Wij zoeken het ook zelf uit wat wij doen. Wij kunnen er onszelf mee ontwikkelen. En omdat je er vaak voor betaald wordt, komt het ook ten goede aan je man of vrouw, je kinderen. En daarnaast heb je ook nog vrije tijd, een privéleven. En vooral dat laatste is volgens het gevoel van velen je eigenlijke leven.

Dat was in Jezus’ tijd niet mogelijk. Het dienen was je leven. Je leven was het dienen. Het was ondenkbaar dat als een koning een dienaar nodig had, dat hij dan eerst even een dienrooster moest raadplegen om te kijken wie er aan de beurt was. En het was ondenkbaar dat als hij dan iemand anders zou vragen, dat die persoon dan zou zeggen: “nu even niet”, omdat hij bijvoorbeeld hoofdpijn had.

Was het dienaar-zijn van vroeger dan iets mensonwaardigs? Dat zou het zijn als er niet iets tegenover stond. Maar mensen, die zo dienden, werden in het persoonlijke leven van hun heer opgenomen. Wij kennen dat nog van niet zo heel lang geleden. Vroeger hadden heel wat gezinnen een dienstmeisje. Hun uren werden ook niet geteld. Maar zij werden wel helemaal opgenomen in het gezinsleven. Daarin vonden zij – als het goed was – liefde en geborgenheid.

Wij zijn voortdurend met God verbonden. Wij dienen Hem met alles wat wij zijn, met alles wat wij hebben. Wij zijn geen dienaars op zaterdagavond van 18.00 uur tot 19.00 uur, of van 19.15 uur tot 20.15 uur. Of op zondagmorgen van 09.30 uur tot 10.30 uur, of van 11.00 uur tot 12.00 uur; tijdens de heilige Mis, nee, wij dienen God dag en nacht.

Jezus zelf heeft gezegd dat ook Hijzelf niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Hij dient ons met alles wat Hij is en heeft, tot en met zijn eigen leven. Hij is ons voorbeeld. Hij geeft ons kracht om Hem en onze medemensen op eenzelfde manier te kunnen dienen.

God dienen is niet alleen een kwestie van allerlei karweitjes voor hem opknappen, zieken bezoeken, het parochieblad rondbrengen, het is ook een zaak van een bepaalde levenshouding aannemen.

Parochianen, wij bidden zo dikwijls het ‘Onze Vader’ met daarin de bede, de vraag, dat het Rijk van God mag komen. Het is geen kwestie van afwachten, wij kunnen door een dienstbare christelijke liefde – in een 24 uur service – de komst van dat Rijk bespoedigen! Amen.

Bron

Maleisisch vliegtuig MH17 – De onderste steen komt langzaam boven

Standaard

Willy Van Damme's avatarWilly Van Damme's Weblog

De Nederlandse onderzoeksjournalist Eric van de Beek heeft eerder dit jaar zijn boek over het boven Oekraïne neergeschoten Maleisisch vliegtuig MH17 gepubliceerd (1). Het werk van jaren nauwgezet verzamelen van alle mogelijke informatie van alle mogelijke bronnen. En dat mag gezien worden. Alles wordt onder de loep genomen en kritisch bekeken. Niemand ontsnapt zijn aandacht, noch de VS, Oekraïne of Rusland. Het onderzoeken en neerpennen van al dat materiaal was een gigantisch werk.

Modder gooien naar critici

Niet dat hij nu vertelt wie de daders zijn. Neen, hij blijft afstand houden en zet alles netjes op een rij. Maar dat men in de Nederlandse massamedia een hetze tegen de man heeft gestart is langs de ene kan zeer ergerlijk en schandelijk maar bewijst ook dat hij op het goede spoor zit. De waarheid doet pijn. Ook hier.

Zo was er de Groene Amsterdammer, ooit een gerespecteerd maatschappijkritisch weekblad dat nu…

View original post 2.851 woorden meer