De boeken van de H. Maria van Agreda over de H. Maagd Maria

Comments 7 Standaard

De H. Maria van Agreda over de H. Maagd Maria

In Nederland zijn de openbaringen over „Het leven van de maagdelijke Moeder van God, Maria”, die O.L.Vrouw zelf aan de Spaanse zuster en abdis Maria van Jezus van Agreda toevertrouwde in de jaren 1655-1660, nog maar weinig bekend. Het leven van O.L.Vrouw is door Maria van Agreda opgetekend in vier boeken.

“De verschillend hoofdstukken laten passages zien uit het leven van de H. Familie, van Jezus, over de Kruisweg en het begin van de jonge Kerk. Daarnaast legt O.L.Vrouw zelf aan het einde van elk hoofdstuk in de „Les van de Hemelkoningin” het in de visioenen getoonde verder uit. Nieuwe inzichten openen zich over de H.Schrift, die aan het hele werk van Maria van Agreda ten grondslag ligt. Zo zal ieder, die zich de tijd neemt zich in de „Lessen van de Hemelkoningin” te verdiepen, niet alleen nader tot het wezen van Maria, maar vooral ook aan haar hand stap voor stap dichter bij God komen, die de oorsprong en het doel van deze bijzondere openbaring is.”



 

Bergeijk en zijn Hermenieke

Standaard
Location of Bergeijk

Image via Wikipedia

Een impressie van Bergeijk, gelegen tussen Eindhoven en de Belgische grens. Een authentiek Kempisch dorp met een rijke historie die teruggaat tot de geschiedenis van de Teuten, marskramers die met hun koopwaar op de rug te voet vele honderden kilometers aflegden. Bergeijk is vooral ook bekend als het dorp van de coöperatieve weverij De Ploeg, van de oude melkfabriek ’t Stoom, van Gerrit Rietveld en Mien Ruijs, van de Koninklijke Harmonie Echo der Kempen (ofwel ’t Hermenieke van Bergeijk), van leefgemeenschap De Hooge Berkt en natuurlijk van Radio Bergeijk. Tenslotte van ’t Loo, de Weebosch waar ik geboren ben en het Hof.


Bron: youtube.com


’t Hermenieke van Bergeijk

door Harrie Franken

Men tast nog steeds in het duister omtrent de maker(s) van ’t Hèrmenieke van Bergeyk en waarschijnlijk zal (zullen) die wel nooit meer bekend worden.

Men nam lange tijd aan, dat het lied in het begin van deze eeuw gemaakt was door de Bergeijkse schoolmeester Aarts. Volgens zijn zoon, drs. Jos Aarts (1903) te Tilburg, heeft hij het lied zeer zeker niet gemaakt. Hij herinnerde zich, dat hij zijn vader vaak over het lied had horen praten en dat hij niet wist wie dat toch gemaakt kon hebben. Ook bij de neven van zijn vader was het lied bekend. Zij waren al vóór 1900 priester gewijd en hadden gestudeerd op seminarie Beekvliet te Sint-Michielsgestel, waar het lied volgens hen al gezongen werd.

Emeritus-pastoor Rijken bevestigde mij, dat het lied inderdaad op het seminarie bekend was. Het gebeurde tijdens de gemeenschappelijke wandelingen, die op dergelijke scholen gebruikelijk waren, dat men vaak ’t Hèrmenieke van Bergeijk zong. Pastoor Rijkens studententijd was tussen 1916 en 1928. Het lied was naar zijn zeggen toen al volop gekend. In Bergeyk hoorde men ook wel eens vertellen, dat het lied in de dertiger jaren door studenten, die Bergeijk toen bezochten, was gemaakt.

Drs. Alb. Smulders, die in de vijftiger jaren arts was in Bergeijk en tot de groep studenten behoorde waarvan hierboven sprake was, vertelde me, dat er in 1934 te Bergeijk een werkkamp was van het Brabants studentengilde. Daar was ook een zekere Dr. P.C. Brouwer bij, die toen 60 jaar oud was en afkomstig was van het al genoemde seminarie te Sint-Michielsgestel. Hij zong tijdens het kamp ’t Hèrmenieke van Bergeijk, maar kende helaas nog maar één strofe. De andere nu nog bekende strofen (van de pastoor, de koster, de dokter en het raadhuis) werden toen bijgedicht, gebaseerd op enkele fragmenten die nog bekend waren.

Dr. P.C. Brouwer kende het lied nog uit zijn studententijd, die dus vóór 1900 heeft gelegen. De oudste bundel, waarin (voor zover ik heb kunnen nagaan) het lied voorkomt is ‘Zing’, in 1955 door uitgeverij ‘Gesto’ te Alkmaar uitgegeven. Tijdens mijn zoektocht in Alkmaar bleek al gauw dat de firma Gesto niet meer bestond. Dankzij een vriendelijke mijnheer op het stadhuis kwam ik te weten, dat de voormalige uitgever, een zekere Van Gemert, in Bergen (N.H.) woonde. Het viel me op dat de samensteller van de bundel ook een Van Gemert was, namelijk L van Gemert O.F.M., een Franciscaan dus. De twee bleken neven te zijn. De samen-steller van de bundel was reeds jaren dood, maar de uitgever wist zich te herinneren, dat zijn vader, die in Den Bosch woonde, rond 1900 liedjes ‘uit de hei’ opschreef. Toen de twee Van Gemerts de eerste bundel ‘Zing’ samenstelden, hadden ze het lied van ’t Hèrmenieke uit de nalatenschap van deze optekenaar overgenomen. De uitgever wist nog te vermelden, dat zijn neef L. van Gemert heel actief was in de jeugdbeweging, en dat daar indertijd het lied ook al gezongen werd.

Naar aanleiding daarvan informeerde ik bij oudere mensen in Bergeijk die het lied kenden, of ze wisten waar of wanneer ze het lied van ’t Hèrmenieke hadden geleerd. Ze moesten het antwoord schuldig blijven, terwijl ze van andere liedjes nog goed wisten dat ze die bv. op school hadden geleerd.

https://i1.wp.com/www.johanbiemans.nl/boeken/1986echo.jpg

De eerste harmonie van Bergeijk is opgericht in 1845 (zie J.W.C. Aarts en Johan Biemans; ’t Hermenieke van Bergeijk, 1845-1863, Bergeijk 1977). Ze bestond maar kort, tot 1864. Het was een echte drinkharmonie. Vanaf 1848 werd er door deze vereniging, die zich ‘De Harmonie’ noemde, elk jaar een ton bier aan de gemeenschap geschonken. Dit zou het drinkliedkarakter van het lied kunnen verklaren. Volgens sommigen zou de componist van het lied de musicus Fleerakkers zijn geweest, de dirigent van de tweede vereniging, die op het einde van 19e eeuw werd opgericht. De ‘geaardheid’ van de dorpsmensen uit die tijd doet het echter niet waarschijnlijk lijken, dat het lied in het dorp zelf bedacht is. Men maakte geen spotlied (zij het op lichte toon) op een vereniging waar men waarschijnlijk trots op was.

Gezien al deze gegevens lijkt het mij het meest aannemelijk, dat het lied in de tweede helft van de vorige eeuw (1850 – 1860) ontstaan is buiten de gemeente Bergeijk. Als het lied in Bergeijk ontstaan was, zou dat zeker bij de familie Aarts bekend zijn geweest; de vader van de eerder genoemde schoolmeester was namelijk medeoprichter van de ‘Harmonie’ in 1845. De ‘Aartsen’ waren muzikaal en hadden grote interesse voor het dorp en zijn geschiedenis.

De makers moet men zoeken bij de studenten van Beekvliet (Klein seminarie) of Haaren (Groot seminarie); er zijn daar namelijk steeds Bergeijkse studenten geweest. Zij zouden een spotlied hebben gemaakt op de harmonie van omstreeks 1850 die, zoals gezegd, bekend stond als de ‘drinkvereniging’. Dat zou ook het licht spottend karakter van het lied verklaren. Vooral het refrein is studentikoos. Kyrië zinspeelt op de in Bergeijk en omgeving bekende kabouterkoning Kyrië. Erg ludiek is de vondst Kyrië eleïson op het eind van het refrein: Heer, erbarm u, welbekend uit de kerkelijke gezangen. Ook dit ‘kerkelijk’ element zou erop kunnen wijzen, dat het lied ontstaan is in de kring van seminaristen. Dat het lied vooral in studentenkringen populair was, bewijst ook de gestencilde liedbundel van de studenten te Tilburg (1953), uitgegeven ter gelegenheid van een lustrum. De algemeen gekende versie van het lied laat ik hier volgen.

 ’t Hèrmenieke van Bergeijk

Muziek.Hermenieke.van.Bergeijk.mid  (klik op de link om de muziek te horen)

 https://i2.wp.com/www.volksliedarchief.nl/muzieknoten/hermenieke-van-bergeijk.gif

’t hèrmenieke van Bergeijk
dè spulde toch zo schon
èn ze hebben saam geklonken
ze hebben saam gedronken

refrein

van ’t gerstebier van kyrië
‘t gerstebier van kyrië
’t gerstebier van kyrië eleïson

èn de pastoor van Bergeijk
die is er toch zo rijk
èn als ie komt te sterven
drinkt heel Bergeijk van d’erven

èn de koster van Bergeijk
die vergat ‘ne keer een lijk
want ie had te veel geklonken
hij had te veel gedronken

èn den dokter van Bergeijk
die hi haost gin praktijk
want ie kan zo vlug nie wezen
of ze zijn alweer genezen

èn het raodhuis van Bergeijk
dè is ‘ne kelder rijk
èn in die grote kelder
daar schuimt het toch zo helder

Latere toevoegingen o.a. door dokter Albert Smulders, door de fraters van het groot seminarie van de paters Assumptionisten te Bergeijk en door dichtende feestvierders:

èn den bakker van Bergeijk
die wordt er toch nooit rijk
want als ie hi gebakken
dan gaat ie er eentje pakken

èn het örgel van Bergeijk
is tien registers rijk
èn zijn ze muug van ’t trappen
dan gaon ze deur mee tappen

èn de brandspuit van Bergeijk
die vond de put vol slijk
èn om ’t vuur te stuiten
zijn ze mèr gaan spuiten

èn ’t dörpke van Bergeijk
dè is zo kinderrijk
èn toch bij elk nieuw kindje
drinkt heel Bergeijk een pintje

èn de kapper van Bergeijk
die lust ‘m ook gelijk
al staat ie haar te knippen
dan lèkt ie steeds z’n lippen

èn de postbooi van Bergeijk
die vliegt door elke wijk
èn bij elke expresse
gaat hij zijn dorst weer lessen

èn in dè schon Bergeijk
laog’k in de wieg te prijk
èn ‘k was nog ginnen hèlle
of ‘k begon al te bestellen

In een studentenbundel uit Tilburg leest men nog:

èn de bumkes van Bergeijk
die bloeien toch zo rijk
dat komt van ’t staag begieten
der Mima Requisieten

In ‘Den Brembos’ van Harrrie Beex en Floris van der Putt vond ik nog:

èn de paters van Bergeijk
die lusten ‘m gelijk
èn bij de recreatie
drinken ze saam een glaasje

Op de Weebosch zingen ze:

èn de mister van Bergeijk
die hi altijd gelijk
hij leert de kiendjes zingen
èn laot ze pintjes drinken

Speciaal voor het optreden van Liederentafel ‘Teutenkoor’ Bergeijk bij gelegenheid van 50 jaar Pielis, voegde Martien Veekens een extra couplet toe:

èn de Pielis van Bergeijk
het ‘bronzen toppen’-rijk
daar is het goed vertoeven
aan de Goorloop wil ik proeven

Door oud-dirgent Joseph van Hees werd al in het eerste jaar van het Teutenkoor een speciaal couplet toegevoegd, dat nu nog steeds door dit koor bij optredens wordt gezongen:

èn de teuten van Bergeijk
die handelden zich rijk
èn was een ‘zaak’ beklonken
dan werd daar op gedronken

Bronnen: Liedarchief Weebosch-Bergeijk en Facebook Martien Veekens

Bewerking door pastoor Geudens


Website voor katholieke kennis in het onderwijs

Standaard

UTRECHT (RKnieuws.net) – In Utrecht is een website voor katholieke kennis in het onderwijs gelanceerd. Met deze website willen CNV Onderwijs en Adveniat het mogelijk maken dat leerkrachten in het (basis)onderwijs de kennis over katholiek geloven kunnen opzoeken, om zo deze kennis door te kunnen geven aan de leerlingen op (katholieke) basisscholen.

Astrid Bakker, bisschoppelijk gedelegeerde voor r.k. (basis)onderwijs, was bij de lancering van de website www.venstersopkatholiekgeloven.nl  “Dit project is een meerwaarde voor het katholiek onderwijs. In de huidige samenleving is de vanzelfsprekendheid omtrent de bekendheid met hoe en wat katholieken geloven weg. Deze website geeft leerkrachten de mogelijkheid om de kennis op te zoeken en over te dragen op de leerlingen. Wij willen de scholen, en andere betrokkenen bij het
katholiek onderwijs, deze website van harte aanbevelen. En wij hopen natuurlijk dat de scholen er veelvuldig gebruik van zullen maken.”

De website www.vensteropkatholiekgeloven.nl maakt deel uit van de drietrapsraket van het project ‘Vensters op katholiek
geloven voor het onderwijs’. Het eerste deel van het project wordt gevormd door het boek ‘ Maar wie is God? ‘. Bij dit boek, waarin 150 vragen van kinderen over het geloof aan bod komen, is een cross-mediaal lespakket beschikbaar voor de groepen 7 en 8 van de basisschool.

Het tweede deel van het project wordt gevormd door het boek ‘ Mijn school is katholiek’. Dit boek is door Martha Hoffenkamp geschreven voor leraren, Pabo-studenten, ouders, bestuursleden en iedereen die betrokken is bij het rooms-katholiek onderwijs in Nederland. Het geeft informatie over diverse aspecten van geloof en kerk in al hun dimensies: uiterlijk en inhoudelijk.

De derde, en laatste, trap van de drietrapsraket wordt gevormd door de onlangs gelanceerde website. De website bestaat uit 50
vensters, onderverdeeld in zeven categorieën, over wat en hoe katholieke geloven. Elk venster vertelt zijn eigen verhaal met aandacht voor zowel de grote lijn als het detail. Daarnaast zijn er verwijzingen naar verhalen, muziek, films, didactische tips en links naar andere websites.

Klik hier om verder te lezenwww.venstersopkatholiekgeloven.nl

Bron:  www.rorate.com

R.K. Gemengd Zangkoor St.Caecilia Bunde huldigt jubilarissen

Standaard

R.K. Gemengd Zangkoor St.Caecilia Bunde huldigt jubilarissen

Ter gelegenheid van de naamdag van haar patrones St. Caecilia, verzorgt het gemengd zangkoor de opluistering van de H. Mis op zondag 20 november a.s. om 11.30 uur. Na afloop van de H. Mis worden 4 jubilarissen gehuldigd. Als blijk van waardering voor de inzet van de jubilarissen. Voor elk koorlid geldt dat luisteren de basis is om met anderen in harmonie te kunnen zingen.

 

Hoe lang de jubilarissen lid zijn en wat hun verdienste zijn wordt door het bestuur als volgt omschreven.

Lei van Etten – 50 jaar koorzanger – bas Lei is een Bundenaar met Brabantse wortels. Zijn gezondheid laat hem de laatste jaren af en toe in de steek, maar hij blijft optimistisch en gaat niet bij de pakken neerzitten. Hij is een man van uur en tijd; laat zelden verstek gaan en komt nooit te laat op een repetitie of uitvoering. Lei draagt zijn hart op de juiste plaats; immers elke repetitieavond zorgt hij voor het vervoer van een medekoorlid; storm of regen, ijs of sneeuw, het deert hem niet. Hij stapt in zijn auto en zorgt dat hij op tijd aanwezig is. Ook de pauze moet stipt om half negen beginnen anders trekt Lei aan de bel. Het is dan de hoogste tijd voor een sigaretje, een kopje koffie en wat buurt (strikt in deze volgorde), om vervolgens als het weer tijd is, als een van de eersten op te staan om aan de 2e helft te beginnen. Lei, bedankt voor je jarenlange trouwe inzet en van harte gefeliciteerd met je jubileum !

Sjef Loënis – 50 jaar koorzanger – bas Sjef is geboren onder aan de Kruisberg. Hij kan vol overgave vertellen over vroegere tijden: zijn diensttijd bij de verbindingstroepen in Indonesië en zijn werk bij de PTT. In 1961 gingen toenmalig dirigent Ber Keijsers en pastoor Roebroek op huisbezoek bij potentiële koorzangers (jonge gehuwde mannen). Zij werden uitgenodigd om eens (vrijblijvend) naar een repetitie te komen. Voor Sjef hoefde het niet zo nodig, maar broer Sjeng wist hem over te halen om mee te gaan luisteren. Sjef is gebleven; nu al 50 jaar. Hij is de rust zelve: kalm, houdt het hoofd koel en heeft overzicht. Als koorzanger staat het belang van de vereniging voorop. Niet dat hij alles goed vindt. Als er zaken dreigen mis te lopen waarschuwt hij tijdig en geeft zijn mening. Voeg daarbij zijn muzikale kwaliteiten, dan mag het duidelijk zijn: een beter koorlid kunnen wij ons niet wensen. Sjef, bedankt voor je muzikale bijdragen en van harte gefeliciteerd !

Sjeng Loënis – 25 jaar koorzanger – bas Sjeng is een jongere broer van Sjef; in menig opzicht verschillend maar als je wat beter kijkt, zie je toch op veel punten gelijkenissen. In 1961 samen met zijn broer Sjef lid geworden van het zangkoor. Hij bleef lid tot 1977. Na een onderbreking van 25 jaar meldde hij zich in 2002 opnieuw aan. Snel pakte hij de draad weer op en voelde zich thuis in het koor alsof hij nooit was weggeweest. Sjeng is sociaal bewogen en actief in de Seniorenvereniging van Bunde. Hij houdt van een stevige discussie na afloop van de repetitie, en als hij overtuigd is van zijn gelijk dan houdt hij voet bij stuk. Wel kan hij de volgende repetitie naar je toekomen en zeggen: “Luister, je had toch gelijk de vorige week. Ik heb me vergist”. Typisch Sjeng: eerlijk, recht door zee, zonder omwegen. Sjeng, bedankt voor 25 jaar inzet voor het zangkoor, van harte gefeliciteerd en op naar de 50 !

Wim Louwers – 25 koorzanger – Tenor Nadat Wim in augustus 1988 verhuisd was van Wijnandsrade naar Bunde, ging hij zich eens oriënteren in zijn nieuwe woonplaats. In Wijnandsrade was hij al 3 jaar lid geweest van het kerkkoor, zodoende ging zijn belangstelling uit naar het zangkoor, in de volksmond de “Bungerkèrke Zangk” genoemd. Op dat tijdstip werd door het zangkoor het ” Stabat Mater van Rossini” uitgevoerd in de toenmalige “ruïne” van de Auw Kèrk. Deze kennismaking met het koor gaf bij hem de doorslag om zich als lid aan te melden. Als tenor voelde hij zich al spoedig thuis bij `t koor. In 1991 was hij lid van de activiteitencommissie. Bij de ledenvergadering in 1992 werd hij gekozen als bestuurslid en meteen tot voorzitter gebombardeerd. Wim was de juiste man op de juiste plaats. Hij heeft het voorzitterschap met veel verve gedurende 15 jaar uitgevoerd. Tot op heden is hij nog steeds lid van het bestuur. Hij heeft daarnaast nog meer pijlen op zijn boog. Op de jaarlijkse Caecila-avonden heeft hij ons vaak kostelijk geamuseerd met zijn voordrachten en liederen, samen met zijn vrouw Pieta. En hoort u toevallig een vogel zijn mooiste lied fluiten? Ook dat is Wim die het af en toe niet kan nalaten zijn liedje te fluiten tijdens de repetities. Een groot compliment is dan ook op zijn plaats bij zijn 25 jarig jubileum als zanger. Wim, bedankt voor je tomeloze inzet voor ons koor. We wensen je van harte proficiat en hopen dat het koor nog vele jaren van je mag genieten.

Bron: http://www.marsnamagazine.nl/reageren/1449

Fotoboek kerkelijk zangkoor Geulle

Standaard

Kerkelijk zangkoor Geulle zwaait pastoor Geudens uit

Tijdens de wekelijkse repetitieavond van het kerkelijk zangkoor st. Martinus uit Geulle, heeft het koor afscheid genomen van pastoor Geudens. De voorzitter mevrouw Annie Maasen roemde de samenwerking die er was tussen het koor en de pastoor. De pastoor gaf aan dat hij geen invloed had op de overplaatsing en deze beslist was door het Bisdom, onder het mom: het Bisdom beslist en de dienaar moet dienstbaar zijn.

Fotoboek: http://www.marsnamagazine.nl/fotoboek/86

Fotoboek afscheidreceptie in Moorveld

Standaard

Pastoor Geudens nam afscheid op 29 mei

Zoals eerder gemeld in Marsna Magazine heeft Pastoor Geudens, op zondag 29 mei, afscheid genomen van Geulle, Moorveld/Waalsen en Bunde. De kerkbesturen trakteerde de pastoor op een grote afscheidreceptie.

Fotoboek: http://www.marsnamagazine.nl/fotoboek/84