Het spel van de liefde

Standaard

Zondag 30 oktober 2011 – HET SPEL VAN DE LIEFDE
31e zondag door het jaar A.
Matheüs 23:1-12

Door Pater Ambro Bakker s.m.a., deken van Amsterdam

Handen spelen een belangrijke rol in ons leven. Als je elkaar tegenkomt, dan geef je elkaar een hand. Weet u waar die gewoonte vandaan komt? Het is een overblijfsel uit vroegere tijden om te laten zien dat je ongewapend bent, dat je niets achter de hand houdt. Elkaar begroeten met open handen: dat is hartelijkheid, dat betekent dat je niets voor de ander verborgen houdt. De ander heeft niets van je te vrezen. Integendeel zelfs! De laatste weken hebben we gehoord dat er tal van mensen Jezus benaderen met een verborgen agenda. Ze komen niet met lege handen. Ze proberen Jezus klem te rijden met een brede glimlach om de mond. Maar Jezus veegt hun de mantel uit, laat zich niet in hun strikken vangen. Hij verwijt hen dat ze komedie spelen. Hun handen lijken leeg, maar ze zijn gevuld met haat en vooroordelen.

We willen écht bij de ander overkomen, maar wie van ons speelt geen toneel, doet zich anders voor dan hij eigenlijk is? “Het leven is een schouwtoneel, ieder speelt zijn rol, een ieder krijgt zijn deel.” Wij verwachten dat ieder van ons zijn rol speelt. Er is een groot verlangen om gezien en opgemerkt te worden. Ook al wordt een directeur tegenwoordig met zijn voornaam aangesproken, toch weet hij heel goed wie hij is, en de onderdaan mag niet vergeten dat hij de baas is. Jezus verwijt de Farizeeën dat zij geestelijk komedie spelen. Jezus heeft er een hekel aan dat de religieuze leiders niet leven naar hun eigen woorden. Het tweede verwijt van Jezus is nog harder: ze doen er alles aan om bij de mensen op te vallen. Ze willen graag gezien worden, zij zoeken naar de ereplaatsen. Menigeen is op zoek naar het applaus van mensen.

In onze tijd zijn de verwijten van Jezus nog goed inpasbaar. Velen hebben de kerk de rug toegekeerd, omdat ze een te groot contrast zagen tussen woorden en daden. En van de pastoor zeggen ze dat hij eerst zelf maar eens moet doen wat hij preekt. Wij leven in een tijd, waarin de kerk niet meer wordt herkend aan de hoogte van haar kerktorens, maar aan het aantal mensen die haar in liefde willen dragen. De nadruk ligt niet op het kerkgebouw, maar op het samen-kerk willen zijn, op de gemeenschap, op Gods-Volk-onderweg.

Je bent niet groot door het feit dat je een leidinggevende positie inneemt. Je bent niet groot, omdat je met je ellebogen werkt en over de rug van een ander naar boven klimt. Je bent alleen maar groot, als je je durft in te zetten voor mensen die je nodig hebben. De daad bij het woord voegen – daar gaat het om! Ouders laten hun kinderen de eerste communie doen en blijven vervolgens weg. Leraren vragen aan hun leerlingen dat zij zich voor 100% inzetten, en zelf nemen ze hun taak wat te gemakkelijk op. Politici spreken over “burgerzin”, en zoeken zelf een uitweg om onder de belasting uit te komen. Priesters spreken van soberheid en evangelisch leven en vergeten daarin zelf het voorbeeld te geven. Daarom zegt Jezus: “Gij moet u geen Rabbi laten noemen”. Dat is geen aanslag op het wettig gezag, maar een aansporing om voor elkaar de zware taak wat lichter te maken. Wie verantwoordelijkheid draagt, mag weten dat hij niet zijn eigen volmaaktheid hoeft te vertegenwoordigen, maar de volmaaktheid van de Vader, die in de hemel is. Je hoeft je zelf niet te blijven verdedigen, maar de wil van God moet gedaan worden. Je hoeft je zelf geen perfectie aan te meten die alleen aan God toekomt.

Als mensen hoeven wij niet op onze tenen te lopen. Wij mogen struikelen, als we elkaar maar weer op de been helpen. Je eigen zwakheid kennen en je in alle eerlijkheid niet beter voordoen dan je bent. Gods woord verkondigen, maar er ook naar leven. Elkaar niet te zware lasten opleggen. Anderen niet veroordelen, omdat zij even zwak zijn als wijzelf. Met elkaar omgaan, ongewapend, en met open handen en zonder verborgen agenda’s. Onze handen gebruiken, niet om te slaan en te duwen, maar om elkaar te strelen en lief te hebben. Handen uit de mouwen steken, als de ander in nood is. Met gebaren vullen we aan waar woorden tekort schieten. Soms maak je vuile handen. Handen kunnen zwaar worden van schuld en onmacht. Je zou ze schoon willen wassen, maar waarmee?

Handen worden wat schoner, als we geloven metterdaad. Niet alleen leven van de krachtige en bevrijdende woorden van Jezus, maar er ook naar leven. Monden en handen zouden wat meer in elkaars verlengde moeten liggen. Dan zou deze wereld er anders, zelfs beter uitzien. Het zou de aarde meer maken tot de aarde, zoals God die bedoeld heeft in den beginne: Gods eigen speeltuin, waarin mensen elkaar niet meer aftroeven, maar waar mensen met elkaar – ongedwongen en ongewapend – en met open handen – het spel van de (naasten)liefde spelen.

Bron: http://www.dekenaat-amsterdam.nl/webcms/index.php?option=com_content&view=article&id=1039:zondag-30-oktober-2011-het-spel-van-de-liefde&catid=104:preken-2011&Itemid=190

Ik zal naar je luisteren

Standaard

Derde Zondag van Pasen

In een tijd waarin we overspoeld worden met woorden in de kranten, op televisie en internet, lijkt de behoefte groot aan mensen die kunnen luisteren. Pater Phil Bosmans, u weet wel van het boek: ’menslief ik hou van jou”, vertelde eens hoe iemand tegen hem zei: ”Pater, ik ben enorm eenzaam. Ik zou zo graag eens met iemand spreken. Maar het is zo moeilijk om met iemand in gesprek te komen. Als ik iemand aanspreek, op straat of in een winkel, kijkt men mij aan alsof ik gek ben en men draait zich om. Heeft dan niemand tijd?”

Bosmans heeft toen een actie gelanceerd die bestond uit het dragen van een heel eenvoudig speldje. Het stelt een anker voor waar een kruis op staat. Het is een teken voor: “Ik heb tijd. Mij kun je aanspreken”.

Ik denk daarbij aan Jezus: ”Mij mag je aanspreken. Ik heb tijd. Ik zal naar je luisteren”. Zo was Jezus toch ook voor die twee leerlingen die naar Emmaüs gingen? Zij waren zonder hoop. Zij hadden Jeruzalem en Jezus, die daar gestorven was, de rug toegekeerd en waren op weg naar Emmaüs. Dan voegt Jezus zich bij hen en loopt met hen mee. In plaats van Zelf het woord te nemen, luistert Hij naar waar hun hart vol van is.

Jezus voegt zich bijna geruisloos bij hen. De leerlingen zijn zo vol van hun eigen gedachten, zo met zichzelf bezig, dat ze hem niet eens herkennen. En hoe is Jezus reactie hierop? Hij luistert aandachtig naar hen. Het is weldadig wanneer je in je leven mensen ontmoet die werkelijk kunnen luisteren, die met hart en ziel willen luisteren. Vervolgens gaat Jezus vragen stellen die de leerlingen de gelegenheid geven hun gevoelens te uiten.”Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?”

Alles wat hun zo moeilijk was gevallen, komt er nu uit. En ze vertellen. “Dat van Jezus, een man die een profeet was, machtig in woord en daad. Die Jezus hebben ze aan het kruis geslagen”. Alle hoop is nu de grond in geboord. Tot in details vertellen ze wat hun bezig houdt. Jezus luistert weer naar hen, maar daarna neemt Hij zelf het woord.

Niet alles wat zij gezegd hadden, was namelijk te beamen. Er sprak zelfs een groot ongeloof uit hun woorden. Jezus die in het begin enkel luisterde, corrigeert hen nu en spreekt hen aan met “onverstandigen, die zo traag van hart zijt”. In feite hadden de leerlingen Jeruzalem én Jezus de rug toegekeerd. Hun beeld over Jezus was nog niet goed geordend! Want Jezus was voor hen enkel “machtig in daad en woord” en populair “in het oog van heel het volk”.

Maar voor het kruis en het lijden was in die visie nog geen plaats. Dat kwam pas later.

Voor een goed contact zul je eerst goed moeten luisteren. En vroeg of laat zal het moment aanbreken waarop je zelf zult moeten spreken, omdat we als Christenen werkelijk iets te zeggen hebben. Wie echt geluisterd heeft naar de Blijde Boodschap mag weten dat hij ook geroepen is te spreken vanuit zijn geloof en vertrouwen in God. Wij mogen namens God luisteren, wij mogen ook in Gods naam woorden spreken waar mensen echt iets aan hebben, opdat men na afloop zal kunnen zeggen:”Brandde ons hart niet in ons, zoals hij onderweg met ons sprak”.

De weg van Jeruzalem naar Emmaüs is de weg van geloofsleerlingen. Uiteindelijk zijn we dat allemaal. Het is een weg van ‘nog-niet-ten-volle-kunnen-zien’, van miskenning en zich miskent voelen, op weg naar herkenning en erkenning.

Op de uitnodiging van de leerlingen tenslotte ‘Blijf bij ons Heer!’ gaan de leerlingen inderdaad zien waar Jezus ‘verblijf’ houdt, waar Zijn ‘verblijven’ onder ons is. Het is in het breken van het Brood, in de Eucharistie, in Offergave, in de H. Communie: blijvende aanwezigheid van Jezus Christus onder ons. Het is in het ‘communiceren met Hem’ dat voorwaarde is voor het waarachtig en echt communiceren met elkaar! Op zijn tijd kunnen luisteren om op zijn tijd te kunnen spreken!

Jezus verblijft midden onder ons en zegt: doet dit tot Mijn gedachtenis…

door Pastoor Geudens

De Kerk is een bootje

Standaard

De Kerk is een bootje: “Ik ben geen profeet, maar men zegt voortdurend dat de Kerk momenteel ziek is… Hoe dan ook, ik kan alvast getuigen dat Christus niet ziek is. Hij is verrezen en zijn evangelie is niet verouderd of voorbijgestreefd. Wat de Kerk betreft, ze bestaat uit mensen en als mensen ziek zijn, dan is dat een schok voor de Kerk. Daardoor is de Kerk inderdaad in crisis, maar ik weet – en dit is de diepste overtuiging van mijn geloof – dat het een groeicrisis is.

Deze crisis is belangrijk; ze kan misschien heel zwaar zijn, doch ze moet ons daarom niet verpletteren. Zij maakt me niet bang. De Kerk is een schip met miljoenen mannen en vrouwen en gezinnen aan boord. De boot is gemaakt om stormen te trotseren. Ze zal standhouden, zelfs als sommige passagiers zeeziek worden. Er zijn er die niet graag het hoofd bieden aan die geweldige storm; daarom zoeken ze naar een schuiloord. Anderen willen te vlug gaan en willen snel aan wal een nieuw land opzoeken. We moeten echter aanvaarden te leven op het ritme van de wereld, meer zelfs, op het ritme van God… en de koers houden die Christus ons aangewezen heeft!” (Zo sprak Kardinaal Marty, bisschop van Parijs, in de meidagen van 1968!)

Opgelet! Wat vieren wij precies met Kerstmis?

Er wordt vandaag de dag van alles verteld: het is het feest van het Kind Jezus, van het1icht, van de vrede, van de solidariteit, van de kinderen, van de gerechtigheid, en nog veel meer. Dat alles is niet verkeerd. Maar wat is feitelijk de kern van het feest?

Op de laatste zondag van de advent afgelopen zondag (19 december 2010), de laatste voor het kerstfeest, hoorden we in de evangelielezing het verhaal van de geboorte van Jezus, zoals opgetekend door Mattheüs. Daarin staat te lezen: “Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer gezegd is: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven’, wat betekent ‘God met ons’.”

We kunnen het kort samenvatten als volgt: met Kerstmis vieren wij op de eerste plaats…

1. De overgrote liefde van God voor de mensen.

“De goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen” (Titus 3,4)

2. Dat het Kind Jezus is Gods Zoon.

Later zal die volwassen Jezus zeggen: ‘Wie mij ziet, ziet de Vader’; ‘Ik en de Vader, Wij zijn één’; ‘de Vader is in Mij en Ik ben in de Vader’.

3. God werkt meestal in de stilte en zeer bescheiden.

Maria, een onbekend meisje; Jozef, een stille ambachtsman; de geboorte geschiedt in een arme stal, verreweg van de menigte, en wordt kort en sober verteld; de eerste bezoekjes: enkele ruwe herders aan wie meegedeeld wordt: “Heden is u een Redder geboren”.

Nu (in 2010!) wij leven in een klimaat van ‘godsverduistering’ is het belangrijk dat wij voor onszelf, en ook voor onze medemensen, dat ‘Gods-gebeuren’ speciaal in de verf zetten en ook trachten te beleven.

Zeggen wij dikwijls in deze dagen van Kerstmis: ‘Naar U gaat mijn verlangen, Heer’. ‘Heer, mijn God, ik ben zeker van U’. Wij mogen jubelen, samen met de engelen en alle mensen van goede wil: “Eer aan God in de hoge, en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft!”

Bewerking van tekst uit: Woord van Leven 2010, maandblad december 2010, Jaargang 36, Nr. 12, Bert van Brabant, Brugge, blz. 1-2.

Past. J. Geudens

Blog: http://post-van-pastoor-geudens.clubs.nl