Nieuwsbrief 1, Pater Daniel, 31 dec. 2021 / 1 jan. 2022

Standaard

Nieuwsbrief 1: Twee jaar C0R0NA

2021   was   reeds   het   tweede   jaar   waarin   het   sociale   leven   vergiftigd   werd   door coronamaatregelen. Van vele mensen kreeg ik aanmoedigingen voor onze protesten tegen het hele circus, de opgevoerde hysterie en de angst   met   waanzinnige, onwettige   en   onverantwoorde maatregelen, die   de   waardigheid   van   de   mensen vernietigen.  Dank aan allen die meewerken aan een nuchtere bewustwording en de huidige massapsychose helpen doorbreken.  Sommigen   echter menen dat ik me helemaal laat leiden door  verderfelijke   “complottheorieën”.  Tot hen wil  ik  me  nu richten. Hierbij horen niet de goede vrienden die me af en toe deskundig wijzen op een zin die niet voldoende wetenschappelijk onderbouwd is. Neen, ik bedoel hen die me af en toe, meestal vriendelijk, laten verstaan dat ik totaal buiten de werkelijkheid zou leven in de complottheorieën.   Ik dank hen voor hun vriendelijkheid en geduld. Ik kan me goed voorstellen dat mijn schrijven over corona hen soms zwaar ergert en dat ze me toch niet willen kwetsen.  Ze blijven heel welwillend. Ik wil hen even wijzen op   het   ontstaan   van   die   beschuldiging   van “complottheorie”.   Toen   de   jongste president van de VS, John F. Kennedy in 1963 vermoord werd, kwam er meteen een lijvig rapport uit dat zogenaamd heel de zaak uit de doeken deed. Een lugubere misdadiger zou vanuit het raam de voorbijrijdende president doodgeschoten hebben.

Deze man werd later zelf gedood. Onderzoek gesloten.  De officiële instanties in de VS   beseften   dat steeds   meer   mensen   het   voorgehouden   verhaal   niet   meer geloofden, o.m. omdat bleek dat de president van dichtbij getroffen was en wel van de   andere   kant.   Daarop   heeft   de   CIA   de beschuldiging   van   complottheorie uitgevonden om iedereen die het officiële verhaal tegenspreekt als complotdenker te brandmerken.   Ondertussen   begrijpt   meer   dan   de   helft   van   de   Amerikanen dat Kennedy vermoord werd door een complot van binnenuit, omdat hij een gevaar was voor de machtige lobby’s   van de “deep state”, maar wie het officiële verhaal niet volgt wordt nog steeds als complotdenker weggezet. En zo komt het dat de meeste ‘complottheorieën”   van   onze   tijd   het   juiste beeld   weergeven, lang   voordat   de waarheid in de openbare opinie aan het licht komt.

Mijn bedoeling is zoveel mogelijk mensen mee wakker te schudden opdat de zeepbel van de hele coronahysterie zou openbarsten en de mensen hun vrijheid hernemen. Er zijn hier en daar moedige projecten, zoals dokters en verplegers die solidair de “vaccins”   weigeren   en   wanneer   één   van   hen hierom   ontslagen   wordt, allemaal ontslag nemen. Ondertussen zijn de overgrote meerderheid van hen die in intensieve diensten verzorgd worden, patiënten die volledig gevaccineerd zijn, maar de media blijven luid het tegendeel verspreiden. In Montpellier lijkt de verpleging plat te liggen zodat   de   niet gevaccineerden   gevraagd   worden   terug     te     komen (https://www.mondialisation.ca/breve-synthese-de-lannee-2021-coronacircus-larbre-qui-cache-la-foret/5663671 ). Omdat ook vele kerkelijke leiders zich lieten opsluiten in deze coronahysterie, moeten christelijke gezinnen zelf hun oasen creëren bv. Rond abdijen,  spirituele   centra,   sterke   parochies…   Misschien   kan   het   Franse   initiatief “Monasphère” (van de Amerikaan Rod Dreher!)   hierbij enige   inspiratie bieden. Er wordt   geholpen    bij huisvesting,  werk,   school   en   sociaal   leven.   Ziehier   enkele nuchtere   over   wegingen: https://www.lesalonbeige.fr/je-reverais-de-vivre-dans-un-village-monasphere.  Er   zijn   ook   in Vlaanderen abdijen   die   op   al   deze terreinen nog behoorlijk wat mogelijkheden hebben. Ze moeten dan wel wat openheid hebben voor een zekere symbiose tussen gelovigen en de religieuze gemeenschap. Als deze laatste zich zelf “deskundig” afsluit en zich organiseert op een “economisch verantwoorde” wijze als een probleemloze begrafenisonderneming voor zichzelf, is er echter weinig hoop op heropleving. Als er visie is, is er hoop.

Bron Nieuwsbrief:

Geroepen om door lijden en sterven omgevormd te worden in Christus

Standaard

Nieuwsbrief XVI.36, 3 september 2021

Goede Vrienden,

We zijn geroepen om door lijden en sterven omgevormd te worden in Christus. Dat is onze vijfde eigenschap, nl. onze deelname aan het Pasen van Christus. Sommigen beschouwen lijden en sterven als onaanvaardbaar en mensonwaardig. Anderen vervallen in het andere uiterste en verheerlijken het lijden om het lijden. In de christelijke visie krijgen ons lijden en onze dood hun juiste betekenis.

Lijden en dood hoorden niet bij het oorspronkelijk plan van God. De mens weigerde van God leven en liefde in overvloed te ontvangen en wilde zelf god zijn. Hij weigerde de gemeenschap met en de afhankelijkheid van God. Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood, die over alle mensen heerst , zo leert ons de heilige Paulus (Cf. Romeinen 5, 12). Hierdoor werden lijden en dood een aantasting van onze  lichamelijke gezondheid en leven. Het is onze taak om al het mogelijke te doen om ziektes te bestrijden voor onszelf en voor anderen. Onze lichamelijke gezondheid en ons  aardse leven zijn evenwel geen absoluut goed. In die zin kunnen we niet spreken van “onmenselijk lijden en sterven”, tenminste niet voor hen die het ondergaan, wel voor hen die er de oorzaak van zijn. Iemand kan een ander zodanig behandelen dat zijn gedrag onmenselijk is omdat hij een medemens op een verschrikkelijke wijze doet lijden en sterven. Lijden en sterven horen echter bij ons menselijk leven. Een “gezonde geest in een gezond lichaam” is een prachtig ideaal, maar het is niet ons hoogste doel. “Dreigt uw hand u aanstoot te geven, hak ze af; het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee handen in de hel te komen, in het onblusbaar vuur” (Marcus 9, 43). Omgekeerd kunnen we wel zeggen dat een menselijk leven zonder lijden en sterven “onmenselijk” is. Immers,  nu zijn  lijden en sterven niet alleen een wezenlijk deel van het menselijk leven maar ze zijn bovendien noodzakelijk voor onze omvorming. Dat zijn als het ware in Gods nieuw plan de middelen die ons kunnen verenigen met Christus’ lijden en sterven, waardoor wij deelnemen aan zijn verrijzenis. Door gebed kunnen we Christus navolgen maar ook door het lijden. Naast oprecht gebed kan ook en vooral het lijden ons omvormen. En we zijn geroepen tot navolging van Christus omdat Hij alleen onze  Verlosser is. “Christus heeft ons bevrijd van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: ‘Vervloekt al wie hangt aan het kruis’…” (Galaten 3, 13). Jezus heeft  onze zonden op zich genomen, hij is in onze plaats  zelf ‘vloek’ en ‘zonde’  geworden en heeft ze vernietigd  door te sterven op het Kruis. Nu nodigt Hij ons uit om Hem na te volgen en ook doorheen lijden en dood deel te nemen aan zijn glorievolle verrijzenis. “En als de Geest van Hem die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest die in u verblijft” (Romeinen 8, 11). In deze zin zijn lijden en sterven noodzakelijk voor onze omvorming in Christus. Dit is het wat de heilige Paulus reeds gedurende zijn aardse leven wil meemaken: “Ik wil Christus kennen, ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden” (Filippenzen 3, 10-11). Dit is de overgang van de “aardse” naar de “geestelijke mens”. Hiermee is niet de tegenstelling bedoeld van onze  lichamelijke tegen onze geestelijke vermogens. Het gaat om heel de mens, lichaam en ziel, die onder invloed staat van aardse verlangens tegen heel de mens die geleid wordt door Gods  Geest.

Jezus’ woord is duidelijk: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt  en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort” (Johannes 12, 24). Tussen de vuile, rottende graankorrel in de grond en de heerlijke volle aar is er een verband maar ook een zeer groot verschil. De laatste komt uit de eerste voort maar is in pracht en leven hoog verheven boven de eerste. De heilige Paulus gebruikt verschillende beelden om deze overgang te verduidelijken: een kleed, een tent en een woning (2 Korintiërs 5). We moeten ons  kleed afleggen en God bekleedt ons met een totaal nieuw gewaad. Onze aardse tent moet  opgerold worden. Ons huis moet instorten. Van nature zouden wij “het nieuwe kleed willen aantrekken zonder het oude af te leggen …” (2 Korintiërs  5, 4). We zouden liever ons huis behouden en er een nieuwe verdieping bovenop krijgen. Zo werkt het echter niet.  Jezus heeft de dood overwonnen door te sterven op het Kruis. Het huis moet totaal instorten, de graankorrel moet sterven. Uit dit proces van sterven komt het nieuwe leven voort.

Jezus zegt: “Niemand neemt het leven van Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf” (Johannes 10, 18). Wat betekent dit? We weten immers dat Hij gewelddadig werd gevangen genomen, gegeseld en gekruisigd. Hij heeft dit evenwel aanvaard uit liefde en in vrijheid. Het was zijn  bewuste en gewilde daad voor de verlossing van de mensen, waarnaar Hij vurig heeft verlangd (cf Lucas 22, 15). Het is niet het lijden op zich dat waarde heeft, het is het aanvaarden ervan in liefde en vrijheid. Liefde bindt en leidt tot bevrijding. Haat bindt ook en leidt tot zelfvernietiging. Als priester student  in Rome, meer dan een halve eeuw geleden, zag ik een heftige protestbetoging tegen een oorlogsmisdadiger die veroordeeld was tot levenslang maar wegens terminale kanker in het  ziekenhuis was opgenomen. Hij was zo ziek en verzwakt dat zijn vrouw hem gewoon in een valies had buiten laten gesmokkeld en naar huis in Duitsland voeren. Omdat hij terminaal was en inderdaad kort daarna ook gestorven is, heeft de Duitse regering hem niet willen uitleveren. In de Romeinse protestbetoging zag ik gehandicapten in een rolstoel met het opschrift: “ik moet zitten – hij moet ook zitten!”  Welnu, deze gehandicapten zijn tweemaal slachtoffer, eerst door de oorlog (veronderstel ik) en daarna door hun onverzoenlijkheid, die zelfvernietigend werkt. Het is niet het lijden dat ons verlost maar  de liefde. Zo is een moeder meer gebonden aan haar baby dan de baby aan haar. Heel haar leven wordt door dit kleine wezentje bepaald, maar in haar  liefdevolle zorg overstijgt zij zichzelf en vindt ze haar bevrijding.

We zijn geroepen tot het volmaakte en blijvende  geluk in God, wat als diepste verlangen in  ieder mens leeft. Dit bereiken we door gelijkvormig te worden aan Jezus en te delen in zijn  verrijzenis. “Maar als wij kinderen zijn, dan ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, tezamen met Christus, daar wij delen in zijn lijden, om ook te delen in zijn verrijzenis” (Romeinen 8, 17). Het is evenwel een illusie te willen delen in zijn verrijzenis zonder lijden en sterven. Omgekeerd kan ieder lijden in ons leven een mozaïekje worden van onze uiteindelijke verrijzenis. Heel ons  leven met al zijn lijden kan hierop een voorbereiding worden. De uiteindelijke verrijzenis van ons lichaam is voor de laatste dag. Het sterven en verrijzen van ons hart kan ons daarop ieder ogenblik voorbereiden.

P. Daniel

Door mijn verstand, vrije wil en mijn geweten, deel ik in Gods leven

Standaard

Nieuwsbrief XVI.35,  27 augustus 2021

Goede Vrienden,

Als joods-christelijke wortels van ons mens-zijn behandelden we tot heden: we zijn geschapen naar Gods Beeld en Gelijkenis, met een (op aarde) onverzadigbaar verlangen (naar God), we zijn gewond door de oerzonde en hartstochtelijk bemind door God. Het is een grote verrijking wanneer we ons met deze eigenschappen een verantwoord beeld kunnen vormen over ons mens-zijn. Toch is het niet voldoende dat we dit alles verstandelijk begrijpen, het moet doordringen tot ons hart, het moet ons dagelijks leven zelf verwarmen. Jawel, het is allemaal Gods genade maar we moeten er zelf ook voor open staan. We dienen onze zeilen naar het blazen van Gods Geest te zetten.

Hij die de bescherming geniet van de Allerhoogste, die in de schaduw van de Almachtige woont, hij zegt tot de Heer: ‘Mijn toevlucht, mijn burcht, mijn God op wie ik vertrouw’” (psalm 91, 1). Ziedaar een houding van zich gedragen en beschermd weten door Gods grote Liefde. Drie overtuigingen/houdingen kunnen dit vertrouwen versterken. God heeft ons bij onze schepping onze gehele menselijke waardigheid gegeven: we zijn geschapen naar zijn Beeld. Door mijn verstand, vrije wil en mijn geweten, deel ik in Gods leven. Niemand of niets kan deze waardigheid van mij wegnemen. Dit is een reden om altijd dankbaar te zijn, zoals psalm 139, 14 het uitdrukt: “Ik dank U om het wonder van mijn leven, om alle wonderwerken die Gij hebt gemaakt”. Dankbaar zijn om onszelf en daarna ook dankbaar om allen en alles om ons heen. Het vraagt ook een blijde aanvaarding van onszelf zoals we zijn. Dit psalmvers kan dienen als een sterk geneesmiddel dat altijd en overal kan genomen worden en geen enkele negatieve bijwerking heeft. De tweede houding is deze: met mildheid kijken naar onze eigen fouten, gebreken, tekorten, zonden en beperktheden. We zijn niet volmaakt. We zijn gewond door de zonde. We doen en zeggen soms dingen die helemaal niet goed zijn. Soms willen we niet eens kwaad doen en we doen het toch. Er is een ontwrichting in ons, waaraan wij ook zelf meewerken. We dienen nederig onze verantwoordelijkheid te erkennen en trachten het kwade te herstellen en in de toekomst te vermijden. Niet met een depressief fatalisme maar met een zekere mildheid tegenover onszelf. Wanneer God, die veel groter is dan je hart, je vergeeft, moet je jezelf ook vergeven en niet blijven veroordelen. Laat je grote of kleine blunders in het sacrament van de verzoening achter en blijf ze niet meedragen. Wees vergevingsgezind ook tegenover jezelf en erken eenvoudigweg: kijk, dat ben ik in mijn beperktheid. De derde overtuiging is deze: beseffen dat je een eigen, unieke zending hebt in deze wereld. Ik bezocht eens een gezin waarvan een van de kinderen verstandelijk goed ontwikkeld was maar lichamelijk grotendeels verlamd. De jongen lag in zijn bed in de keuken en zorgde ervoor dat iedereen deed of had wat ze nodig hadden. Hij herinnerde iedereen op tijd aan wat ze niet mochten vergeten. Hij was niet alleen het geheugen maar ook het hart van het gezin. Toen hij gestorven was, heb ik de grote leegte gevoeld in dit gezin maar ook de diepe vreugde omwille van hem. Het was duidelijk dat hij een unieke zending in dit gezin heeft vervuld al kon hij zo goed als niets “presteren” en moest hij in alles geholpen worden. In de manier van er zijn en de anderen liefdevol nabij zijn, lag zijn unieke bijdrage. Als dit voor hem gold, dan geldt dit ook voor ieder van ons. Onder mensen zijn er geen kopieën. De manier waarop wij er zijn voor God en voor de anderen, maakt ons uniek. Hierbij mogen we geen grootheidswaan aanwakkeren, maar evenmin een minderwaardigheidsgevoel, wat uiteindelijk een verkapte vorm van hoogmoed kan zijn. Terwijl we zeggen “o, ik ben niet zo belangrijk”, branden we misschien van verlangen om geprezen te worden als degene die de belangrijkste bijdrage levert. Dit hoeft niet. Laten we onszelf gewoon aanvaarden zoals we zijn en beseffen dat we daarmee al uniek zijn.

Ik sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij” (Openbaring 3, 20). Jezus klopt bij ieder van ons, maar we horen het dikwijls niet goed omdat we het te druk hebben met onszelf of met anderen. Het heeft ook geen zin Hem uit te nodigen indien Hij slechts één van onze vele gasten zou zijn. Alleen wanneer we erkennen dat Hij dé Heer is van heel ons leven, geven we Hem ook de kans om wonderen te doen. Ziehier een voorbeeld van een merkwaardige ommekeer. Ik heb het verhaal zelf gehoord uit de mond van de betrokkene, dr. Jörg Müller, een Duits psychotherapeut met een flinke eigen praktijk. Hij was katholiek opgevoed maar had het christelijk geloof al lang vaarwelgezegd. Hij meende, zoals vele van zijn vrienden, dat het christelijk geloof mensen meer ziek maakt dan helpt. Toch werd hij getroffen door een van zijn katholieke patiënten, waarvan hij begreep dat het sacrament van de boete hem een evenwicht en innerlijke genezing had gegeven. Jörg Müller was eerlijk genoeg om te erkennen dat hij dit met zijn therapie niet kon bereiken. Dit was blijkbaar als een zachte klop op de deur. Op een zondag hoorde hij de klokken van een naburige kerk luiden, zoals iedere week. Ditmaal was er echter een onverklaarbare drang in hem om naar die kerk te gaan, wat hij al vele jaren niet meer had gedaan. Hij voelde zich wat opgewonden en zenuwachtig. Toch ging hij na een tijd naar zijn auto en reed naar die kerk. De Eucharistie was blijkbaar al begonnen en hij bleef achter bij de pilaren staan. Onmiddellijk hoorde hij door de micro klaar en duidelijk: “Ik heb u bij uw naam geroepen: Gij zijt van Mij” (Jesaja 43,1). Dit trof hem als een pijl in zijn hart. Hij werd nog zenuwachtiger maar bleef toch in de Eucharistieviering tot het einde. Daarna ging hij onrustig naar zijn auto. Om afleiding te zoeken drukte hij de knop van de radio in. Toevallig werd op dat moment de zondagseucharistie uitgezonden. Het eerste dat hij hoorde was: “Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt van Mij”. Het zweet brak hem nu uit. Ontdaan kwam hij thuis en ging op zijn bed liggen. Boven zijn bed was een schap met boeken. Onbewust pakte hij een boek en er viel een bladwijzer op de grond. Hij raapte die op en las: “Ik heb u bij uw naam geroepen, Gij zijt van Mij”. Deze ‘toevalligheden’ hebben zijn leven een andere richting gegeven. Jörg Müller is uiteindelijk ingetreden bij de Pallottiner orde die ook therapeutische zorg verleent en daar is hij tot priester gewijd. Hij werd daarna blijkbaar bekend als “psycho pater” of als “de pater met de gitaar”.

Beseffen dat we Gods aanwezigheid onuitroeibaar in ons meedragen als een “inwoning Gods”, met mildheid naar onze eigen kleinheid en armoede kijken, diep overtuigd zijn dat we geroepen zijn tot een unieke bijdrage, dat kan ons helpen aanvaarden dat we hartstochtelijk bemind zijn zoals we zijn. Volgende keer vragen we ons af wat Pasen voor ons betekent en hoe wij Paas-mensen kunnen worden.

P. Daniel