Gezellen en Gezellinnen

van de Gekruisigde en Verrezen Jezus en Maria Onbevlekt Ontvangen

18de zondag door het jaar B 2018

4 augustus 2018
Pastoor Geudens

Jezus de honger van ons hart

Brood en spelen, beste gelovigen, daar kun je mensen mee rustig houden. Dat wisten de oude Romeinse keizers al. Als je de mensen maar volop te eten geeft en je geeft ze vermaak, dan zijn ze tevreden. Dan komt er geen opstand. Dan vragen ze gewoonweg niet verder.

Het manna van de welvaart ligt hier in onze tijd voor het oprapen. We kopen en vermaken ons. Brood en spelen. En velen, zeer velen, zijn daarmee tevreden en vragen niet verder. Veel harten zijn echter dor en de geesten leeg en God is ver weg. Sommigen zeggen zelfs, dat Hij dood is, dat Hij niet zou bestaan…

En geen wonder, hoe kun je ook de levende God zien, als je buik je afgod geworden is? Maar zo snel als er een kink in de kabel komt, wanneer brood en spelen hun belangrijkheid verliezen, bijvoorbeeld bij ziekte, ongeval, eenzaamheid, dood, dan is er opeens geen uitzicht meer. Alleen maar opstandigheid en verwijt…

Het manna van de welvaart, beste gelovigen, is niet het ware brood uit de hemel.

In het evangelie van deze zondag zien we dat de mensen die Jezus achternalopen in de richting van Kafarnaum ook alleen maar oog hebben voor het brood dat hun magen vult. Jezus had ze veel te eten gegeven. Ze zijn enthousiast. Brood en spelen-enthousiasme, zegt Jezus. “Jullie zijn alleen maar uit op brood, dat de maag vult. Eet liever brood, dat jullie hart en geest voedt. Dat wil Ik jullie geven. Dat is het ware brood uit de hemel, waarvan je nooit meer honger krijgt dat eeuwig leven geeft”.

En dan zagen we als reactie: “Geef ons van dat brood. Zo’n wondermiddel willen ze wel eten. Brood dat eeuwig leven geeft”. Jezus antwoord luidt: “Ik ben het brood des levens. Mij moet je eten. Mijn Boodschap, mijn leven moet je helemaal in je opnemen. Dan zul je gelukkig zijn, dan zul je pas echt leven, met God verbonden.

Jezus eten betekent dan; je hart en je geest voeden met zijn Geestkracht. Het leven leven zoals Hij deed. Niet te veel stilstaan bij materiële dingen, maar stilstaan bij de mensen uit liefde. Weten dat God altijd bij je blijft, in voorspoed en in tegenslag. Dat God nooit dood is, omdat we biddend in de stilte van ons hart zijn aanwezigheid voelen.

Jezus eten is dus offers brengen, lijden, ziekte, narigheid en dood aanvaarden, wetend, dat God je nabij is en je door lijden en dood heen omvormt tot de dezelfde heerlijkheid als van Hem. Ja, Jezus’ Woord, zijn Boodschap is ons brood. En er is nog meer. In deze H. Mis geeft Hij ons – in een heilig teken als brood – zijn gebroken en verrezen Lichaam, Zichzelf te eten als waar voedsel voor onze geest en ons hart. Dit Brood – de H. Communie – komt hier vandaag op het altaar, dat is het ware Brood uit de  Hemel, dat onze werkelijke honger stilt. De honger van ons hart: het is de Heer zelf, zijn leven, zijn dood en verrijzenis. Christus leeft in ons.

Bron: http://www.mennenpr.nl/zondag_18b.html

Fietsbedevaart naar Dora Visser

29 juli 2018
Pastoor Geudens

Fietsbedevaart zondag 29 juli 2018

IMG_20180729_132509 (2)

IMG_20180729_132509Vanmiddag een fietsbedevaart gemaakt naar het graf van Dora Visser, samen met Marieke en Nino.  We hebben haar om haar voorspraak gevraagd voor zegeningen voor het retraitehuis Klein Sion. Voor een nieuwe beheerder, voor vrijwilligers in en rondom het huis, financieel, voor de bezoekers die gaan komen…

Levensloop 

Korte levensloop dienares Gods Dorothea Visser, ga naar: Levensloop-Dora-Visser

Video 

Een groep Achterhoekers zet alles op alles om hun Dora Visser zalig verklaard te krijgen. Na de wonderlijke genezing van de gehandicapte Bertus lijkt hun missie te slagen.

1-13-1024x551Bron foto

Uitzending 1 november 2016, Katholiek Nederland. Bekijk hier de uitzending

Website

Alle info: Dora Visser


 

Het Brood des Levens

28 juli 2018
Pastoor Geudens

17de zondag door het Jaar, B, 2018

 

Op deze zondag en op de vier volgende zondagen horen we in de eucharistie het 6de hoofdstuk van het Johannesevangelie. Vandaag begon het met het verhaal van wonderbare broodvermenigvuldiging. Het gaat in heel het zesde hoofdstuk over brood. En dat woord brood heeft bij Johannes verschillende niveaus.

 

Ik denk dat het goed is om even bij de drie niveaus waarop de Bijbel het woord ‘brood’ gebruikt stil te staan.

 

Allereerst wordt er ons dagelijks brood mee bedoeld. Brood staat dan voor de allereerste levensbehoefte: het eten om in leven te blijven. Zij die de hongerwinter in het westen van het land hebben meegemaakt hebben aan den lijve ervaren, hoe levensnoodzakelijk het dagelijks brood voor een mens is. Trouwens dagelijks zien we op de tv hoe een groot gedeelte van de wereld hongert en sterft bij gebrek aan dat dagelijks brood. Deze mensen zijn er op aangewezen dat wij ons; dagelijks brood met hen delen. Het is een eerste gebod van menselijkheid en dus van christen zijn, dat we ons dagelijks brood niet voor onszelf houden, maar het delen met hen die honger hebben. Deze grondhouding is ook in het evangelie vanzelfsprekend: “hoe moeten we brood kopen om deze mensen te laten eten, zegt Jezus. Hij wil de mensen die Hem gevolgd zijn en uitgeput en hongerig te eten geven. En al zijn er dan maar vijf gerstebroden en twee vissen, het moet gedeeld worden. En steeds weer komt men dan tot de bevinding, dat wanneer men bereid is te delen er voor iedereen voldoende is en zelfs nog overblijft.

 

Maar de mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder Woord dat uit de mond van God voortkomt, zegt Jezus.

 

Hoe levensnoodzakelijk het dagelijks brood ook is, het is niet voldoende. De mens heeft ook behoefte aan erkenning, liefde, geborgenheid en uiteindelijk aan gemeenschap met God: aan heil, levensvervulling. Dat duidt Jezus ook met brood aan. Tot de mensen die Hem gevolgd zijn spreekt Hij in het 6de hoofdstuk van het Johannesevangelie over het brood van het leven.

En daarmee bedoelt Hij dan zijn Woord en zijn Persoon. Als je in Hem en in zijn woord gelooft, dan heb je alles wat de hele mens voedt en verzadigt, een antwoord op al je behoeften en vragen. In Jezus spreekt God zijn meest persoonlijke woord: het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Zodoende is Jezus en zijn Woord brood voor ons leven. Dat Woord schenkt ons de zekerheid, dat we niet voor niets leven, maar dat we dwars door kruis en lijden heen op weg zijn naar het hemels vaderhuis waar een liefdevolle God ons opwacht. Zijn woord roept ons op tot een menselijker wereld waarin wij voor elkaar naasten zijn. Zijn Woord is brood voor ons leven. Daarom spreekt de Kerk ook van de tafel van het Woord die ons in de kerk bereid wordt. Tijdens de woorddienst van de eucharistie mogen we het Brood van ons leven het Woord van Jezus in ons opnemen.

 

Maar er is nog een derde niveau dat nog verdergaat in het evangelie, nl de eucharistie, de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus de Heer in brood en wijn. De eucharistie is niet toevallig een maaltijd. De maaltijd is teken van gemeenschap. We spreken van communie d.w.z. gemeenschap met Christus en door Christus met elkaar als broeders en zusters.

Het Woord van God, dat we met ons hoofd en ons hart in ons opgenomen hebben komt nog dichter bij ons. Het vleesgeworden Woord wordt Brood. Jezus die door zijn Woord en Persoon in geestelijke zin brood des levens is, wordt in de eucharistie heel concreet dat stukje brood dat Hij ons aanreikt. Zo hebben we de hoogste gemeenschap met Hem, zo mogen we met Hem communiceren.  Zo staan we door Hem in levende gemeenschap met de Vader: wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik leef door de Vader, zo zal Hij die Mij eet leven door Mij. In de eucharistie vindt de behoefte van mensen naar brood zijn volle en uiteindelijke zin. We leggen op het altaar het brood van de aarde en we ontvangen het terug als Brood des levens in de volle zin, dat blijvende gemeenschap sticht tussen God en. ons mensen. Dat komt tot uitdrukking in het gebed dat de priester in ieder eucharistie bidt bij het klaarmaken van de gaven: geprezen zijt Gij, God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij het brood ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen, maak het voor ons tot brood van eeuwig leven. Amen.

 

http://www.mennenpr.nl/zondag_17b.html

De heilige Geest is de Geest der waarheid…

13 mei 2018
Pastoor Geudens

Preek 7de zondag van Pasen, jaar B (2018)

Er wordt nogal eens gezegd: de Kerk gaat te weinig met haar tijd mee. Ze houdt vast aan dingen die de meeste mensen al lang achter zich gelaten hebben. De Kerk prijst zich uit de markt als ze aan al die dingen vasthoudt. Men snapt niet dat de Kerk zich niet aanpast aan de opvattingen van de tijd. Bewust of onbewust past men de wetten van de marketing en de reclame toe op de kerk. De Kerk loopt achteruit maar dat komt omdat ze niet inspeelt op de vraag van de massa.

De verleiding om dat wel te doen is trouwens groot, ook voor priesters. Want het merendeel van de mensen vindt je aardig als je niet al te hoge eisen stelt en als je ingaat op wat de mensen je vragen als ze je nodig hebben. En dan heeft men liever gedichten dan gebeden, liever zogenaamde eigentijdse teksten dan Bijbelteksten. Liever liederen uit de toptien dan religieuze liederen; dan hoort men liever wat vage positieve praat die iedereen het gevoel geeft dat hij het uitstekend doet en dat het goed gaat dan dat je zegt dat iets niet kan of niet mag.

Dan is het woord uit het evangelie van vandaag een bemoediging: “Ik heb hun uw woord meegedeeld, maar de wereld heeft hen gehaat”, zegt Jezus. Jezus zelf constateert al dat de wereld niet zo erg veel moet hebben van het woord van God en van de mensen die dat woord verkondigen. Naarmate mensen meer opgaan in de wereld, staan ze verder af van God en hebben ze ook meer kritiek op de dingen van God; begrijpen ze ook de wil van God niet. Ze staan vaak vijandig en agressief tegenover de mensen die Gods wil verkondigen. Dat bedoelt Jezus met “de wereld heeft hen gehaat”. De wereld en het christendom staan vaak haaks op elkaar. En een christendom dat zich aan de wereld aanpast houdt op christendom te zijn. Daarom bidt Jezus voor zijn leerlingen, voor zijn kerk: “Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad”. Jezus bidt dat zijn volgelingen niet zullen opgaan in de wereld, die aangetast is door het kwaad. Dat ze niet met kwaad in de wereld zullen meegaan. En dat gevaar is groot als de invloed van de wereld groot is. En die invloed is in onze dagen groot. Via de massamedia worden ons allerlei dingen aangepraat als modern en goed, die in feite slecht zijn en meestal al zo oud als de mensheid. Het moeilijk je tegen die invloed te verzetten. Iedereen lijkt het te doen.

Het enige middel tegen deze invloed is: de waarheid. “Wijd hen toe in de waarheid”, zegt Jezus. Zorg, Vader, dat ze in de waarheid blijven. Christenen dient het om de waarheid te gaan. En het Woord van God is waarheid. Trouw aan de waarheid, trouw aan het goede, trouw aan God, zelfs al brengt dat het kruis met zich mee; daar moet het christenen om gaan. In de wereld gaat het om succes, om of iets prettig of aangenaam is; of het in is; of iedereen het doet. Daardoor laat de wereld zich leiden.
Een heleboel mensen doen tegenwoordig alsof er geen waarheid meer bestaat, alsof alles betrekkelijk is: “dat vindt u” zeggen ze dan “maar ik voel dat anders”. Alles wordt teruggebracht tot “voelen” en “vinden”. Jezus heeft het over wat “is”, over waarheid. Zijn volgelingen moeten toegewijd zijn aan wat is, aan de waarheid, aan het woord van God. En die waarheid kennen wij in zijn Kerk door de gave van de heilige Geest. Hij is de Geest der waarheid…

Bron: http://www.mennenpr.nl/pasen_7a.html

Derde zondag van Pasen, B, 2018. (Lc.24,35-48)

14 april 2018
Pastoor Geudens

Onze Heer Jezus Christus is werkelijk verrezen

De woorden die we zojuist gehoord hebben zijn waar. Ze berusten op een fundament. Geen hersenschim en geen spook, geen geest die vervliegt in de tijd of de ruimte. Jezus is verrezen met Ziel en Lichaam! Hij is geen wazige geest als Hij aan de leerlingen na Zijn dood en verrijzenis verschijnt. Hij is er met vlees en bloed en als bewijs eet Hij een stuk geroosterde vis.

Hij is er ook met Zijn wondetekenen; daaraan wordt Hij herkend. Nooit genoeg kunnen we dit Mysterie tot ons laten doordringen. Jezus is verschenen aan Zijn elf leerlingen, want Judas was er niet meer bij na zijn beslissing zich van het leven te beroven…

Echter steeds weer zijn er de tegenkrachten die ons van die geloofswaarheid proberen af te houden: “Het is maar een verhaal” zeggen sommigen. ”Je moet dat anders zien” en het niet zo letterlijk nemen, zeggen zij die niet weten te geloven.

Als Jezus niet verrezen zou zijn, dan waren wij hier nu niet samen. Van generatie op generatie is dit getuigenis doorgegeven. Op die grond werden de eerste christenen vervolgd; kwamen er martelaren die met hun bloed getuigden van die werkelijkheid; hebben velen hun leven voor het geloof gegeven; en nog steeds tot op de dag van vandaag!

Hij die voor ons geleden heeft en gekruisigd werd: Hij leeft werkelijk weer na eerst gestorven te zijn geweest. Durf je aan die waarheid toevertrouwen, ook als je omgeving anders denkt.

Jezus was na zijn Verrijzenis net zo tastbaar aanwezig, als u hier tastbaar aanwezig bent. Wij samen vormen als geloofsgemeenschap het mystieke Lichaam van Christus; gestorven en verrezen. Door uw aanwezigheid drukt u die geloofswerkelijkheid uit.

Voor uw komst naar deze kerk hebt u iets over gehad, hebt u bewust andere zorgen voor een moment aan de kant gezet. Misschien hebt u nog even gedacht: “wat jammer dat er niet meer mensen naar de kerk gekomen zijn”, maar daardoor laat u zich niet ontmoedigen.

We zijn hier samen met elkaar, samen met Onze Lieve Heer Jezus Christus, samen ook met pijn, met de zorgen, met de lasten van alledag. We kunnen ze doorleven en overwinnen omdat Onze Heer Jezus Christus werkelijk verrezen is. En dat is toch heel bijzonder! We staan er misschien te weinig bij stil, het is misschien zo vanzelfsprekend.

Op het fundament van Christus steunt ook het priesterschap. Het priesterschap steunt op het Mysterie van de verrezen en werkelijk levende Jezus Christus, onze Heer en God. Wij priesters verschillen van elkaar als persoonlijkheden, ieder met zijn capaciteiten en tekorten, maar in het fundament van het priesterschap komen we overeen, daarin weten we ons gesterkt: in Jezus Christus Zelf. Ik herinner me van mijn priesterwijding dat het lied gezongen is: “Wij hebben voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt”. Dat gebed is nodig voor de priesters, het betekent een ondersteuning van de geloofsgemeenschap opdat de priester op zijn beurt de geloofsgenoten, zijn broeders en zusters in het geloof versterkt.

Ik ben blij dat we elkaar kunnen versterken in dat geloof, en dat wij Christus levend houden in onze geloofsgemeenschap. Ik bespeur dat op vele momenten. In de hartelijkheid van mensen, in de taken die mensen op zich nemen, in het gebed, het samen vieren van de heilige Mis in het weekend en ook door de week. In de praktijk van het alledaagse leven, in het geloof dat ondanks de pijn en de zorgen en de lasten van het moment, mensen toch hun ogen openhouden voor hetgeen ze geloven.

Pastoor Geudens

Het sterke getuigenis van Thomas

7 april 2018
Pastoor Geudens

Preek 2de zondag van Pasen B (2018)

Ik heb me laten vertellen dat er destijds in de concentratiekampen van de nazi’s een straf bestond waarbij gevangenen dagenlang in een kleine cel werden opgesloten, helemaal in het donker. Als ze dan uiteindelijk na enkele dagen dat hok mochten verlaten, konden ze lange tijd geen daglicht verdragen. Hun ogen konden het plotse zonlicht niet aan.

Als wij de Bijbel lezen, lijkt het wel alsof ook de leerlingen van Jezus uit een langdurige duisternis komen en plots de schittering van de zon in hun ogen krijgen. Hun eerste reactie is geen vreugdevol en feestelijk ‘alleluja’, maar wel een  zelfverdediging.

Het evangelie beschrijft twee verschijningen van de verrezen Jezus aan de leerlingen: de eerste zonder, en de tweede met Thomas. En wat blijkt? Niet alleen de eerste keer, maar ook de tweede keer hebben de leerlingen zichzelf opgesloten. Grendel ervoor, goed gebarricadeerd, de luiken van de kamer gesloten. Uit angst dat ook zij gevangen genomen en gekruisigd zouden worden.

De benaming ‘beloken Pasen’ komt van de luiken die in het evangelie van vandaag dicht zijn; ‘beloken’ zijn. En door die gesloten luiken komt Jezus binnen.

Er is geen enkele tekst in het Nieuwe Testament te vinden waar de herkenning van Jezus zonder enig probleem gebeurt. We lezen dat de vrouwen in paniek wegvluchtten van het graf, en ze durfden het zelfs aan niemand te vertellen. En als ze hun ervaringen dan toch bekend maken, wuiven Jezus’ leerlingen dit getuigenis weg als kletspraat van vrouwen. En Maria van Magdala, die denkt dat Jezus die bij haar staat – aan het lege graf – de tuinman is. En op hun tocht naar Emmaüs beschouwen de leerlingen Jezus, die hen tegemoetkomt en vergezelt, als een vreemdeling. In andere verhalen zijn de leerlingen dan weer in de war, want ze denken een spook te zien.

Het sterkste getuigenis is echter dat van Thomas. Van alle leerlingen is hij wel het meest de weg kwijt. Zijn liefde voor Jezus was bij de kruisdood op Golgotha helemaal uitgedoofd. Een tweede teleurstelling zou teveel voor hem zijn geweest. Zijn klok was stilgevallen op Goede Vrijdag, om 15.00 uur in de namiddag. Het vertrouwen in God was bij Thomas tot nul gedaald, en “ze moeten maar eens met onomstootbare bewijzen voor de dag komen”, zo niet; zal hij niet geloven. De angst van Thomas voor een nieuwe desillusie was als een pantser dat Jezus Barmhartige Liefde zelf moest doorbreken, om Thomas uit te kunnen tillen naar het heden in de vreugde van Pasen. En dus mocht hij zijn handen in Jezus’ doorboorde handen en zijde leggen. Met al zijn onmacht mocht Thomas er zijn, maar Jezus spoorde hem aan om de sprong naar Pasen te maken. Wat Thomas ook met heel zijn persoon deed; hij was zelfs de enige die Jezus ‘(mijn Heer en) mijn God’ heeft genoemd.

Thomas staat vandaag symbool voor iedereen die zich heeft ingekapseld in de ontgoocheling of in ontkenning. Christus wil mensen voor zich winnen die geestelijk dood waren. Als die dood overwonnen wordt, dan geldt dat ook voor de hopeloosheid die zich verbergt achter het ongeloof in ons hoofd of in de koelste kilte van ons hart. Er is hoop!

Eenmaal tot geestelijke volheid gekomen, werkt Pasen aanstekelijk. Want de vreugde en de liefde voor de verrezen Heer Jezus Christus zijn niet tegen te houden; ze verspreiden zich als lopend vuurtje. Gods Woord beschrijft hoe de groep volgelingen snel aangroeit. De mensen brengen hun zieken zelfs op straat, in de hoop dat de schaduw van Petrus op hen zal vallen.

Het Pasen, het geloof in en de eerbied voor Jezus, kan alleen maar komen door de Genade en de heilige Geest. Mogen ook wij zo door de heilige Geest van God gestuwd worden. Dat ook wij de volheid van de Paasvreugde mogen beleven en uitdragen.

Vgl. bron: het dagelijks evangelie

 

Blog op WordPress.com.
%d bloggers liken dit: